Het is oneerlijk verdeeld in de wereld.
Daarmee vertel ik u niets nieuws.
Het is oneerlijk verdeeld, als je kijkt naar rijk en arm, zeker wereldwijd.
De één baadt in weelde;
de ander weet nauwelijks hoe hij de dag van vandaag door moet komen,
laat staan de dag van morgen.

Het is oneerlijk verdeeld, ook als je dichter bij huis blijft.
Het leven lacht de één toe: goede baan, mooi huis, succesvolle kinderen,
noem het maar op – tenminste, dat is de buitenkant die we zien.
Maar toch…
De ander, ach dat is zo’n gezin, daar is de ene ellende na de andere,
gezondheidsproblemen, kinderen met een rugzakje,
twaalf ambachten dertien ongelukken, er is altijd wat.
Zorgen genoeg, en dan komen er soms ook nog de zorgen van anderen bij;
want dat lijkt elkaar soms aan te trekken.

Het is oneerlijk verdeeld.
Dat geldt eigenlijk in voor deze gelijkenis.
Meteen al vanaf het begin.
Een heer gaat voor lange tijd op reis
en draagt het beheer van zijn bezit over aan zijn personeel.
De één krijgt vijf talent – dat is een bepaald bedrag;
de ander drie en de derde één talent. Oneerlijk verdeeld, zou je zeggen.

Ja, de één heeft nu eenmaal meer talenten dan de ander.
Of moet je zeggen, we hebben allemaal talenten gekregen,
maar wel verschillende?
Bij ons is het woord talent gaan betekenen,
een bepaalde begaafdheid die je hebt meegekregen.
De één is nu eenmaal muzikaal, de ander is handig
allemaal talenten die ik bijvoorbeeld mis.
Maar ik kan weer andere dingen.
Iedereen heeft een talent, en dan zeggen wij:
je moet je talenten ontwikkelen.
Woekeren met je talenten.
Dat komt letterlijk bij deze gelijkenis vandaan.

Dat mag zo zijn, toch klopt dat niet helemaal.
Want talent betekent hier, zoals ik al zei,
een bepaald bedrag aan geld, nog preciezer een bepaald gewicht.
Talent is een Bijbelse gewichtsmaat.
De heer verdeelt zijn bezit en geeft het in beheer, voor de tijd dat hij weg is.
Hij vertrouwt het toe aan zijn personeel.
Dat is de betekenis van de talenten.
Het staat voor het vertrouwen dat de heer schenkt aan zijn personeel.

Maar dan blijft dat het oneerlijk verdeeld wordt.
De één vijf, de ander twee, de derde maar één.
En als aan het einde de heer weer terugkeert
en verantwoording vraagt,
dan is het verschil nog groter geworden.
De eerste heeft er tien van gemaakt, de tweede vier.
Beiden hebben ze het bezit verdubbeld.
De derde heeft er niks mee gedaan.
Uit angst heeft hij het begraven,
zodat hij het ongeschonden maar ook ongebruikt aan zijn heer terug kan geven.
‘Ik heb er toch goed op gepast?’
Maar daar komt hij dus niet mee weg.

Pinksteren

 

Wat is de overeenkomst tussen water en vuur?

Niets, zou je zeggen, het zijn absolute tegenpolen.

Of wat hebben water en olie met elkaar?

Ook niets zo op het eerste gezicht, ze mengen zich niet.

Toch zijn deze dingen allemaal symbolen van de Geest van God.

De Heilige Geest wordt in Bijbel en traditie

op allerlei manieren symbolisch weergegeven.

Dat moet ook wel, wat ja, hoe moet je je anders een ‘geest’ voorstellen?

Zonder beeldtaal lukt het niet!

Gelukkig reikt de Bijbel ons allerlei mooie symbolen aan.

Gods Geest als een duif, die neerdaalt van omhoog.

Als wind die waait en frisse lucht brengt, en dus als water, vuur of olie.

Water dat nodig is om te leven, dat de natuur fris en groen maakt.

Vuur staat voor enthousiasme, ergens ‘in vuur en vlam’ voor staan.

En olie staat voor toegewijd worden aan God,

zoals in de Rooms-katholieke kerk nog steeds gebeurt,

bijvoorbeeld bij het vormsel.

Alles bij elkaar geven deze symbolen tóch een beeld.

Niet zozeer van wat de Heilige Geest ís, maar van wat Hij doet.

Met Pinksteren vieren christenen dat de Geest van God gekomen is.

Jezus ging weg, dat gedenken we met Hemelvaart,

maar met Pinksteren kwam de ‘vervanger’: God als Geest.

Onzichtbaar en ontastbaar, maar toch aanwezig.

Zelfs nog dichterbij dan toen Jezus op aarde was.

God komt met zijn Geest ín ieder die gelooft.

Een intieme band ontstaat tussen een mens en zijn God – dát is Pinksteren.

En dan ga je ervaren hoe passend

al die symbolen zijn die ik hierboven noemde.

Je wordt enthousiast voor het leven met de Heer

alsof er een vuur is ontstoken!

Er waait een frisse wind in je leven, je durft dingen te veranderen.

Het is alsof er fris water op je innerlijke tuin regent, zodat je opbloeit!

Is dat niet heerlijk?

Pinksteren is een feest van ervaring, van gevoel.

Want geloof is niet slechts iets wat je aanneemt met je verstand,

nee, het is een levensveranderende ervaring.

Die ervaring wens ik u allen toe.

Goede Pinksterdagen gewenst!

 

Thomas van Aquino,

de grote filosoof en theoloog uit de 13e eeuw

voegde aan de vier klassieke deugden,

drie ‘theologale’ of goddelijke deugden toe:

geloof, hoop en liefde.

Die drie deugden komen

uit de eerste brief van Paulus aan de gemeente in Korinthe.

Daar schrijft Paulus

‘Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie,

maar de grootste daarvan is de liefde’ (1 Korintiërs 13,13).

De grootste, de belangrijkste is de liefde,

en met die deugd zullen we deze serie dan ook afsluiten.

Geloven is volgens Thomas

een gerichtheid op het ultieme goede, op Gód.

Maar geloof is volgens hem ook een geschenk,

een genadegave van God.

God is oorsprong en doel en zin.

We zijn van nature gericht op het goede,

maar dan wel het goede voor onszelf.

Het gaat er om dat wij ons richten op het goede

voor de gemeenschap.

Er is een kracht of een impuls buiten onszelf nodig

die ons richt op dat goede dat ons overstijgt.

Hemelvaartsdag

 

Macht is een ingewikkeld thema.
Mensen streven ernaar.
Wie macht heeft, is geneigd om anderen naar zijn hand te zetten.
In je eigen voordeel.
Of in lijn met wat jij denkt dat het beste is.
Het werkt verslavend.
Maar het roept ook verzet op als iemand zijn macht inzet.
De verhalen van machthebbers worden met wantrouwen gevolgd.
Je gelooft niet dat dit het hele verhaal is.
Wat probeert iemand echt te bereiken?
Politici proberen erachter te komen wat er gebeurt.
Vooral als het fout gaat.
Wie is waar verantwoordelijk voor?
De Tweede Kamer moet de regering toch controleren?
Journalisten vragen door, zoeken het uit, leggen verborgen verhoudingen bloot,
onderzoeken wie er rijker van wordt.
Macht is een ingewikkeld thema.
Wie of wat trekt er achter de schermen aan de touwtjes?
En kan ik dat vertrouwen? Waarom?
Of waarom beter niet?

Hemelvaartsdag draait om macht.
Onze Heer Jezus Christus heeft de hoogste macht gekregen.
God heeft hem de plaats aan zijn rechterhand gegeven,
lezen we in de Bijbel.
Alles heeft God aan de voeten van Christus gelegd.
‘Mij is alle macht gegeven in hemel en op aarde,’

Hemelvaartsdag, waarop de macht in de wereld definitief gekanteld is,
brengt ons tot het gebed om het beter te begrijpen.
Om beter zicht te krijgen op Gods werk.
De wonderlijke gebeurtenissen van die dag toen Jezus opsteeg,
die wekken nieuwsgierigheid.
Wat gebeurde er? Wat gebeurde er echt?
Wat betekent het dat Hij alle macht heeft?
Maar laat Hemelvaartsdag je niet alleen tot gebed voor de kerk brengen.
Want gebed helpt je om zelf je weg te zoeken.
In de brieven van Paulus komen vaak geloof, hoop en liefde voor.
Als een prachtige samenvatting van de nieuwe levensstijl in Christus.
Een onafscheidelijke drietal.
Maar Paulus begint eerst met danken voor het geloof en voor de liefde.
Maar waar blijft de hoop?
Waar blijft de hoop?
De zekerheid van de bestemming?
Het anker in de hemel?
Het kompas voor je route?
Kennelijk blijft die achter.
En niet alleen bij Paulus, denk ik.
Het gebed om meer zicht op Gods werk is daarop gericht.
Dat je goed zicht blijft houden op de heerlijkheid die komt.
Dat je weet waar het op uit loopt.
Dat je besef hebt van Gods macht.
En je laat meenemen door zijn kracht.
Dan leer je wat belangrijk is.
Dan wordt niet alleen geloof en liefde,
maar ook de hoop een krachtbron voor je leven.

Wie trekt er achter de schermen aan de touwtjes?
Jezus Christus, je Heer, onze Koning!

 

Uiteindelijk belandt Jakob in Sukkot.
‘Sukkot’ is een plaats die we allemaal wel kennen en aandoen.
Het zijn de momenten waarop we terugvallen
in taaie, oude, ongezonde patronen.
‘Sukkot’ staat voor ons gesukkel.
Ons onvermogen om ons leven blijvend te vernieuwen.
Jakob is na Pniël weliswaar drager van een nieuwe naam: Israël.
Maar in de tijd na Pniël wordt hij, als ik goed tel,
nog twee maal zo vaak aangesproken
met zijn oude naam Jakob dan met zijn nieuwe naam Israël.

En in de volgende hoofdstukken treffen we steeds een wonderlijke mix aan
van Jakob en Israël verenigd in één en dezelfde persoon.
Genesis 34 gaat over het drama van de verkrachting van zijn dochter Dina,
de uitzinnige wraak van zijn zonen hierop resulterend in een bloedbad.
Jakob maakt in dit hele gebeuren een afwezige,
lakse, krachteloze en passieve indruk.
Maar een hoofdstuk later treffen we dan weer een bezielde man aan
die met zijn hele clan naar Bethel trekt
voor een proces van reiniging en vernieuwing van het verbond met God.
En daar, bij Bethel, bevestigt de Heer Jakobs nieuwe bestaan:
Hij zei: ‘Tot nu toe heette je Jakob.
Die naam zul je niet langer dragen:
Israël is je nieuwe naam.’ (Genesis 35,10)

Die tweestrijd in deze man tussen Jakob en Israël
wordt voor mij gevangen in dat ene beeld.
Als deze tweemens Pniël achter zich heeft gelaten,
lees ik in de Naardense Bijbel:
‘Dan gaat de zon over hem stralen zodra hij Penoeël (Pniël) is doorgestoken;
maar hij loopt voortaan mank, om zijn heup.’ (Genesis 32,32)
Dat beeld beklijft.
Waar het lang donker was in Jakobs leven
kan nu echt de zon weer gaan schijnen.
Het is echt een andere, nieuwe tijd.
Iedere stap die deze man zet, brengt hem dichterbij huis.
Maar als je goed kijkt, zie je,
dat iedere stap tegelijk ook iets anders zichtbaar maakt.
Deze man loopt kreupel, vanwege een mankement aan zijn heup.
Deze drager van een nieuwe naam, is tegelijk een getekend mens.

Jakob trekt en sleept voortaan met zijn ene been.
Hij zal vast nog vaak op de zaken vooruit willen lopen.
Ongetwijfeld zal hij opnieuw dwaalwegen inslaan
en zich soms toch weer in rare bochten wringen.
Maar steeds zal dat ene manke been hem in de weg zitten.
Hem herinneren aan Pniël en het gezicht van God.
Hem doen terugdenken aan de verzoening met Esau.
Dit mankement zal hem er toe aanzetten
zich steeds opnieuw te wenden tot de ander.
De ander in de ogen de zien, in verbinding te treden.
En zo in kleine stapjes steeds opnieuw een beetje heel te worden.

Jakob met zijn manke been kan steeds minder goed uit de voeten als jager.
Maar juist dankzij zijn mankement is hij meer en meer het type herder.
Het is een detail dat eigenlijk alles zegt:
Als Jakob op weg gaat naar Sukkot zegt hij:
‘ik pas me aan het tempo van het vee dat ik bij me heb
en aan dat van de kinderen.’ (Genesis 33,14)
Jakob 2.0, die nu Israël heet, is al bij al vaker een fijnere reisgenoot.
Minder gejaagd, meer in verbinding.

 

De musical Jesus Christ Superstar
viel laatst weer behoorlijk in de prijzen, dit keer bij de Musical Awards 2024.
Deze musical – die oorspronkelijk in 1971 voor het eerst het levenslicht zag –
werd door de jaren heen een aantal keren in Nederland op de planken gebracht.

Waar vroeger de gemiddelde christen niet gezien wilde worden,
is tegenwoordig de tone of voice van de christenen een stuk milder geworden.
Er is een ook open en soms zelfs ronduit positieve houding
tegenover de musical vanuit veel christelijke media.
Je ziet daarin een verandering ten opzichte van weleer.
De vraag kan gesteld worden waarom dit zo veranderd is?

De Jesus Christ Superstar van 2024 is niet de Jesus Christ Superstar
die eerder in Nederland werd opgevoerd.
De insteek is net even weer anders dan in oudere versies.
Zo is deze uitvoering ‘rauwer’, aldus het Nederlands Dagblad
en sluit het meer aan op de moderne tijd.
Maar is er inhoudelijk ook veel veranderd?
Is het verhaal bijvoorbeeld nu wel Bijbels te verantwoorden
en wordt aan de goede boodschap van Jezus
en zijn verlossing en genade nu wel recht gedaan?
Is dat waarom de reacties zo open en positief zijn?
Het antwoord daarop moet ‘nee’ zijn.
Zo is er ook in deze editie een romantische spanning
tussen Jezus en Maria Magdalena
en Judas is nog steeds een soort van ‘held’
waar de makers begrip en een zekere sympathie voor proberen te kweken.
Maar wat een groter en meer fundamenteler probleem vormt
is dat het evangelie er niet in zit, ja, dat het zelfs verdraaid wordt.
Zo gaat het nergens over zonde en vergeving.
Ook sterft Jezus niet aan het kruis en dientengevolge is er ook geen opstanding.
Als er in Jesus Christ Superstar iets van een ‘evangelie’ wordt verkondigd
is dat geen Bijbels evangelie.

Wat is er dan veranderd?
Wat wel is veranderd is het Nederlandse christendom.
Zoals ik al eerder schreef dat je als christen
vroeger niet naar deze voorstelling ging vanwege de aard en inhoud,
is het nu best interessant om voor de verandering
het verhaal van Jezus uit dit perspectief te bekijken.
Dat kan dan verrijkend werken voor je eigen visie en geloof.
Ook willen we vandaag minder stellig zijn met ons oordeel,
want wie weet wat voor goeds deze musical
nog kan uitwerken bij mensen?
Misschien komen er wel mensen dichterbij God
of raken ze geïnteresseerd in geloof en Jezus door de voorstelling.
Daar kun je toch niet tegen zijn!
En natuurlijk, daar zit allemaal wel wat in,
ware het niet dat in Jesus Christ Superstar van 2024
nog steeds het evangelie zelf wordt verdraaid en aangetast.
En zoals Paulus ons al leert
moeten we elke evangelie dat niet overeenkomt
met de Bijbelse onderwijzing daarover, pertinent en volledig afwijzen:
‘er is geen andere waarheid!
Mensen brengen jullie in de war.
Zij willen van alles veranderen
aan het goede nieuws over Christus.
Maar wat ik verteld heb, is de waarheid.
Als iemand iets anders vertelt,
dan zal hij door God gestraft worden. ’ (Galaten 1: 7-8)

 

‘De broers vergeven elkaar.’

Op dat moment denk je als lezer en toeschouwer:
Wow!
Alles is nu toch helemaal goed gekomen.
En je denkt te weten hoe dit verhaal verder zal gaan.
Ze vertellen elkaar hoe goed God voor hen is geweest al die jaren.
En als Ezau Jakob uitnodigt met hem verder te reizen naar Seïr,
neemt Jakob de uitnodiging blij en dankbaar aan.
En de twee broers, die jarenlang van elkaar vervreemd zijn geweest,
reizen nu schouder aan schouder samen verder, terug naar huis.
Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen!

Toch is dat niet helemaal hoe het gaat met Jakob en Ezau.
Jakob gaat niet op Ezau’s uitnodiging in.
Hij wijst de uitnodiging ook niet beleefd af maar doet toch weer een ‘Jakobje’, zijn typische handelswijze.
Wat we lezen is dit:
‘Hierna zei Ezau: Laten we verdergaan, ik zal je vergezellen.
Maar Jakob antwoordde:
‘Mijn heer weet hoe zwak kinderen zijn,
en ik heb de zorg voor zogende schapen, geiten en runderen.
Als die ook maar één dag worden opgejaagd, gaan ze allemaal dood.
Laat mijn heer toch voor zijn dienaar uit trekken,
dan zal ik hem op mijn gemak naar Seïr volgen
en mij aanpassen aan het tempo van het vee dat ik bij me heb
en aan dat van de kinderen.
Ezau zei: ‘Laat me dan tenminste een paar van mijn mannen bij je achterlaten.
Maar Jakob sloeg dat af: ‘Waarom al die moeite?
Het is mij voldoende dat mijn heer mij goedgezind is.
Diezelfde dag nog keerde Ezau terug naar Seïr.
Jakob echter reisde naar Sukkot en bouwde er een huis.’ (Genesis 33,12-17).

Jakob is notabene bij de Jabbok door de Heer zelf gezegend.
Hij is ondanks alles zojuist hartelijk en vol liefde en vergevingsgezindheid
in de amen gesloten door zijn broer.
En toegegeven: hij stelt zich in de ontmoeting met Ezau kwetsbaar en nederig op.
Maar toch, heel worden en heel blijven, is en blijft een proces.
Zijn vertrouwen in Ezau en in de zegen van God is kennelijk nog flinterdun.
Hij zegt en belooft het één maar doet toch weer iets anders.
En daarmee beschadigt hij het broze vertrouwen van zijn broer
en zet hij zijn heelheid opnieuw op het spel.

 

Heel worden is geen groots en eenmalig gebeuren.
Het is nooit af.
Ook dat zien we bij Jakob.
Net voor Pniël had hij nog een sluwe strategie uitgezet
om zijn broer gunstig te stemmen.
Hij had een hele stoet aan geschenken vooruit willen sturen
en ook zijn vrouwen en kinderen voorop willen laten gaan.
Zijn minst favoriete vrouw en kinderen voorop,
zijn lievelingen daarachter.
Om tenslotte zelf als allerlaatste zijn broer onder ogen te komen.

Maar na Pniël laat Jakob zijn handige, manipulatieve plannetjes varen.
Hij verstopt zich niet langer voor wie dan ook.
Er staat:
‘Zelf liep hij voor iedereen uit en terwijl hij zijn broer naderde
boog hij zevenmaal diep voorover.
Ezau rende hem tegemoet, sloot hem in zijn armen en kuste hem.
Beiden huilden.’ (Genesis 33,3-4)
Ik moet hierbij sterk denken
aan de terugkeer van de verloren zoon.
In Lukas 15,20 staan soortgelijke woorden:
‘Zijn vader zag hem in de verte al aankomen.
Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af,
viel hem om de hals en kuste hem.’
Jakob is hier als de verloren zoon
die na een jarenlange ballingschap eindelijk thuis komt.
Ezau vervult hier de rol van de barmhartige.
Hij ziet hem aankomen, rent hem tegemoet, omarmt hem,
kust hem en huilt om hem en met hem.

 

We gaan verder met het thema tweestrijd:

Bij Paulus, Jezus en Jakob zien we een tweestrijd.
Paulus lijkt te stikken in zijn tweestrijd en zegt:
‘Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan.’
Maar hij vindt een tweede adem
als hij zich in zijn tweestrijd wendt naar zijn God:
‘God, zij gedankt, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer.’ (Romeinen 7,24-25)
Zo verzoent Paulus zich met zijn gebroken bestaan.
En begint hij aan de mooiste, meest krachtige passage die hij ooit heeft geschreven.
Romeinen 8 dat uitloopt op de vaststelling dat niets,
ook geen enkele tweestrijd,
ons zal scheiden van de liefde van God in Christus Jezus onze Heer.

Jezus wordt innerlijk verscheurd door tweestrijd.
Hij kruipt als een worm door het stof in bloed, zweet en tranen.
Hij hervindt zichzelf als hij zich in zijn tweestrijd
tot driemaal toe wendt naar zijn hemelse vader.
‘Abba, Vader’, horen wij hem bidden in de nacht.
Zo richt hij zichzelf op en zegt daar in Getsemané:
‘Sta op, laten wij gaan.’
Zo verzoent Jezus zich met zijn weg.
Met het kruis dat Hij zal dragen.

En ook bij Jakob gebeurt iets van heelheid juist
in de ontmoeting met de ander.
Eerst wordt hij gedwongen God in de ogen te kijken bij Pniël.
En daarna kijkt hij Ezau in het gezicht.
En voor beide ontmoetingen gebruikt Jakob soortgelijke woorden.
Na Pniël zegt hij:
‘Ik heb God gezien, van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is gered.’ (Genesis 32,30)
En als hij Ezau ontmoet:
‘Ik heb uw aangezicht gezien, alsof ik het aangezicht van God zag
en u bent mij goedgezind geweest.’ (Genesis 33,10)

 

Ze hebben het wel eens over

‘als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’.

Ofwel: nooit, dat kan niet.

Maar toen ik met de Paasdagen hier in de buurt rondreed,

kreeg ik een moment de indruk dat Pasen en Kerst op één dag vielen.

Ik zag namelijk iets, met Pasen dus,

dat mijn gedachten direct naar de Kerst voerde.

Het zal wel een beroepsafwijking zijn…

Wat zag ik dan? Wel, onderweg zag ik verschillende bomen

die bij de grond waren afgezaagd.

Meer boomstronken dan bomen dus eigenlijk.

Maar nu zo mooi: uit die boomstronken groeiden allemaal nieuwe uitlopers,

er kwamen takken omhoog.

Het leven is er niet zomaar onder te krijgen!

Direct moest ik denken aan woorden van de profeet Jesaja

‘er zal een twijg voortkomen uit de afgehakte stronk van Jesse’

woorden die gewoonlijk klinken in de tijd net voor Kerst.

Een belofte in de vorm van een beeld:

als alle hoop vervlogen lijkt, zal er tóch een nieuw begin zijn.

Dat nieuwe begin is dan het kindje Jezus dat geboren wordt met Kerst.

Echter, past dit beeld ook niet prachtig bij Pasen?

De weg van de mensheid lijkt dood te lopen:

mensen gaan voor zichzelf, gebruiken geweld, onderdrukken onschuldigen…

In de kruisiging van Jezus werd het allemaal onthullend zichtbaar,

en anders wel in het wereldnieuws.

Is er dan nog een toekomst?

Of is de mensheid een afgehakte boomstronk waar het niets meer mee wordt?

Maar dan is daar het antwoord van Pasen.

Na Jezus’ kruisiging kwam zijn opstanding.

De boomstronk loopt uit!

Pasen zegt ons: er is een leven dat sterker is dan de dood!

Liefde overwint uiteindelijk de haat.

Er is hoop, want Jezus leeft! Hij als eerste ‘uitloper’,

toont dat er toekomst is bij God vandaan.

Wat zijn die boomstronken dan mooi!

Tekens zijn ze, om nooit op te geven,

maar verwachting te blijven hebben.

Jezus leeft, en deelt leven uit.

Geloof dat maar!