Laatst zat ik de lezen in een recente publicatie van paus Franciscus,

de encycliek ‘Laudato Si‘.

Wat moet een protestantse dominee nu met een pauselijke encycliek?

Ervan leren natuurlijk!

Dit boekje gaat namelijk niet over een punt

waar protestanten en katholieken veel verschillen.

Het gaat over de vraag hoe we met het milieu moeten omgaan.

Daar zegt de paus heel wijze dingen over.

Heel praktische dingen ook:

ik wilde zojuist de verwarming een tik geven

omdat ik het een beetje koud vond in huis,

maar op pauselijk advies

trok ik eerst maar eens een warm hemd aan…

Het mooie is dat paus Franciscus niet alleen de dingen zegt

waar iedereen het mee eens is,

zoals het belang van natuurbescherming

en het tegengaan van verspilling.

Hij peilt ook dieper.

Zo spreekt hij over de westerse landen (wij dus!)

die veel te veel energie en grondstoffen gebruiken.

Dan zegt hij niet alleen dat dat fout is,

hij wijst een onderliggende oorzaak aan.

Want, zo schrijft hij:

‘Hoe leger het hart van een persoon is,

des te meer behoefte heeft hij aan kopen, bezitten en consumeren’.

Met andere woorden, onder de milieuproblemen zit een moreel probleem.

Daarom zijn ze ten diepste niet op te lossen

met afspraken of nieuwe technologie.

Wat nodig is, is een heroriëntatie van onze maatschappij.

Een ‘vulling van het hart’!

Hoe je dat vind?

Hoe vul je het gat in je hart dat niet blijvend bevredigd wordt

door te shoppen of verre reizen te maken?

Alleen liefde vult een leeg hart.

Alleen liefde maakt een mens tevreden met minder.

En daarom zegt de paus zeer terecht:

onze maatschappij heeft het nodig te horen van die Ene,

die ons liefheeft als een vader.

Hij is te vinden!

Hij maakte deze mooie wereld,

Hij maakte ieder mens en vindt ook u van waarde.

Wie Hem kent heeft de diepste vrede.

Rust dan niet tot u Hem gevonden hebt.

 

De Kroatische theoloog Miroslav Volf

vertelt ergens het volgende, waargebeurde verhaal.

Toen hij klein was, paste zijn oude tante Milica vaak op hem.

Milica was zijn lievelingstante.

Altijd deed ze leuke dingen met hem en ze liet hem nooit alleen spelen

terwijl zij iets anders ging doen.

Na zijn ouders hield Miroslav het meest van haar.

Bij haar voelde hij zich veilig,

en hij kom merken dat ze ook graag voor hem zorgde.

Toch was er iets dat Miroslav niet wist.

Tante Milica was verantwoordelijk voor de dood

van zijn oudere broertje Daniël,

dat maar vijf jaar was geworden.

Hij hoorde dat pas na haar dood van zijn ouders,

toen hij zelf al een student was.

Wat was er gebeurd?

Tante Milica moest eens passen op Daniël

en de kleine Miroslav,

die toen nog nauwelijks meer was dan een baby.

Maar ze lette niet goed op.

Daniël, de oudste, sloop de poort uit om te gaan kijken

bij de soldaten in de kazerne naast het huis.

Dat vond hij enorm interessant.

En de soldaten vonden hem ook leuk.

Eén van de soldaten liet hem een eindje meerijden

op een paardenkar waarmee ze brood vervoerden.

Toen gebeurde het vreselijke:

Daniël viel van de kar, werd overreden en stierf.

Zijn ouders waren bijna gebroken van verdriet.

Maar ze joegen tante Milica niet boos weg uit hun leven.

Nee, toen ze na een paar maanden hun leven weer oppakten

en een oppas nodig hadden, vroegen ze… Milica.

Ze werd de meest toegewijde oppas die er maar te bedenken is.

De ouders pasten wel op dat Miroslav

nooit iets meekreeg wat zijn lievelingstante meedroeg.

Hoe konden die ouders deze keuze maken?

Alleen omdat ze iets wisten

van de nieuwe kansen die God ons allen geeft.

Hun keuze laat iets van Jezus zien in deze wereld:

niet boosheid en schuld, maar liefde verspreidde zich.

Zo zijn zij heiligen, al staan ze in geen enkele almanak.

Moge God ons ook maken tot mensen

die iets van zijn liefde tonen in deze wereld!

 

 

Maar er is nog een reden om in elke preek

het hele verhaal van het evangelie te vertellen.

Als predikant moet je er volgens mij altijd van uitgaan

dat er ook ongelovigen in de kerk zitten.

Dat kunnen buitenkerkelijken zijn,

die om wat voor reden dan ook voor het eerst een kerkdienst meemaken.

Het kunnen ook kerkleden zijn die hun leven lang al elke week preken horen,

maar toch nog nooit echt tot geloof gekomen zijn.

Ze hebben het evangelie wel gehoord.

Maar het heeft ze nog nooit echt geraakt.

Ze hebben het nog nooit echt begrepen.

Of ze hebben het nog nooit van harte aangenomen.

Bovendien zijn we allemaal sterfelijke mensen.

Je weet nooit wie van de aanwezige kerkgangers

bij de volgende kerkdienst nog in leven is.

En anders kan er iemand zijn die simpelweg afhaakt

en de volgende keer niet meer komt.

En dan heb ik het nog niets een gehad over de reële mogelijkheid

dat Jezus vandaag of morgen terugkomt

en de genadetijd voor iedereen voorbij is.

Hoe dan ook,

elke preek kan voor één of meer aanwezigen niet alleen de eerste,

maar ook de laatste preek zijn die hij in zijn leven te horen krijgt.

Alleen om die reden al mag je als predikant volgens mij

geen kans voorbij laten gaan om de aanwezigen op te roepen,

nee te bevelen, om zich te bekeren!

Elke preek moet de luisteraar naar huis laten gaan met de wetenschap:

ik moet me nú bekeren. Nu meteen.

Want als ik nog heel even wacht, kan het te laat zijn.

Bovendien is dit in elke preek terugkerend bevel tot bekering

ook heel belangrijk voor hen die wel tot de ware gelovigen behoren.

Want ook als opnieuw geboren christen,

moet je je elke dag opnieuw bekeren.

Bovendien is het belangrijk

dat je jezelf regelmatig onderzoekt of je wel echt een kind van God bent.

Zeker, je mag erop vertrouwen dat je dat bent.

Je mag onbekommerd Gods beloften geloven.

Maar dat mag nooit iets vanzelfsprekends worden.

Want juist dan is de kans groot dat je geloof verdort

en uiteindelijk toch geen echt geloof blijkt de zijn.

Het steeds opnieuw gehoor geven aan de oproep tot bekering

is juist het middel dat Gods Geest wil gebruiken

om de ware gelovigen tot het eind tot te laten volharden

in hun geloof en voor afval te bewaren.

Ik besef dat dit soort preken decennialang juist werd afgekeurd.

Als predikant moest je er juist van uitgaan

dat er alleen echte gelovigen in de kerk zaten.

Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken

dat dit geleid heeft tot een klimaat

waarin eenzijdig het verstand werd aangesproken,

ten koste van het gevoel,

en waarbij het geweten van de mensen onterecht werd gesust

met het idee dat het allemaal wel goed zat.

Kerkgangers werden niet of nauwelijks opgeroepen

zichzelf te onderzoeken óf ze wel echt kinderen van God waren.

Nee, hun werd simpelweg verteld dát ze dat waren.

Zo’n klimaat biedt volgens mij een ideale voedingsbodem

voor luie, oppervlakkige christenen

met weinig besef van de ernst van de zonde

en de diepte van Gods genade.

Daar plukken we nu de wrange vruchten van.

Velen zijn op zoek naar meer bezieling

en meer beleving in het geloof.

Maar in plaats van het te zoeken in de rijke traditie

zoeken ze het in een armoedig surrogaat.

 

‘Hodie Mihi, Cras Tibi’, vandaag ik, morgen gij.

Deze tekst zie je nog wel eens op rouwborden in oude kerken of boven begraafplaatsen.

De mens wordt er aan herinnerd dat de dood niemand uitsluit.

Ook in tijden van crises zijn we uiteindelijk aan elkaar gelijk.

In haar boekje Crisis! uit 2022 schrijft Beatrice de Graaf

over de noodzaak tot een nieuwe vorm van crisisbeheersing.

‘In de eeuwen vóór de moderne tijd werd het crisisverhaal wel verteld

aan de hand van de metafoor van de “de dodendans”.

Jong en oud, arm en rijk is met elkaar verbonden

in een dodendans, want sterven gaan we allemaal.

En vanwege die gezamenlijke lotsbestemming

is het zaak elkaar bij de hand te houden.

De dans was een “memento mori”,

zorg dat je tijdens je leven eerzaam, eerlijk en oprecht leeft.

Dat je aalmoezen geeft, en omziet naar elkaar.

Want in een dodenhemd is iedereen gelijk. (…)

destijds wisten burgers wel dat er niets anders op zat

dan om met het onheil te leren leven. (…)

de dodendans moest gedanst worden.

Die voormoderne burgers wist eveneens allang

dat rampen nooit alleen kwamen. (…)

heldere simpele uitwegen uit de crisis waren en zijn er niet.

Er ziekt altijd wel iets door. Of breekt weer uit.’

De maakbaarheid van de mens en het menselijk leven

blijkt steeds weer duidelijk begrenst en/of maakt niet gelukkig.

Laatst las ik een artikel over een man die koste wat het kost

zolang mogelijk wil doorleven en het ultieme doel was eigenlijk eeuwig leven.

Gevolg wel was dat hij om die reden

invloeden van buitenaf zo veel mogelijk tegen te gaan,

geen tot extreem weinig contact heeft met de buitenwereld.

Hij is extreem eenzaam, maar alles voor het ultieme doel: eeuwig leven.

Maar eigenlijk heeft hij géén leven.

Aanvaarding van je lot maakt je – mijns inziens – tot een beter mens.

En ja, als christen geloof ik een een beter leven na dit leven,

namelijk het eeuwig leven in Gods koninkrijk.

 

U hebt misschien wel eens uitspraken gehoord als de volgende:
de rijkste 10% van de wereldbevolking bezit 90%,
en de armste 90% bezit 10% van de welvaart.
Als je daar even over denkt, is dat natuurlijk krom,
het voelt oneerlijk.
Onlangs echter was het volgende in het nieuws:
‘de 62 rijkste mensen ter wereld bezitten samen
evenveel als de armste helft van de wereldbevolking’.
Verbijsterend bericht!
Ik heb het eens goed gecheckt, en het klopt echt.
62 mensen die samen even rijk zijn als 3,5 miljard anderen.
Ofwel: de eigenaars van de helft van de wereldrijkdom passen samen in één bus;
of misschien toepasselijker: één bescheiden vliegtuig.
Zegt dit meer over hun rijkdom,
of over de armoede waar miljarden in leven?
Tegelijk is denk ik dan:
wat moet je ermee, behalve je hoofd schudden in verbazing?
Je kunt natuurlijk wijzen op grote zaken
zoals de structuur van de wereldeconomie,
of de belastingontduikende trucs van de grootste bedrijven.
Zeker waar!
Alleen: zo blijft het ver bij ons vandaan.
Immers, ik schat in dat géén van mijn lezers
bij het kleine groepje superrijken hoort,
en gelukkig ook niet bij die grote groep van zeer armen.
Kunnen wij iets doen?
Ja en nee.
Nee, U en ik kunnen de wereldproblemen niet oplossen.
Maar, – Ja – we kunnen wel zoeken hoe wij kunnen delen van wat we hebben.
Daar hoef je niet superrijk voor te zijn.
Wie twee tientjes per maand kan missen,
kan een kind in Bangladesh een schoolopleiding geven,
ik noem maar wat.
Eén van de rijkste mensen ter wereld is Bill Gates,
de oprichter van Microsoft.
Hij heeft plechtig beloofd
om vrijwel zijn hele miljardenvermogen weg te geven bij zijn leven.
Wordt hij daar arm van?
Nee, hij zal vast wel wat miljoenen overhouden,
al heeft hij nu miljarden.
Maar ook in een ander opzicht wordt hij niet armer.
Delen maakt rijker dan bijeenharken!
Daarom, ook voor ons:
zorg dat je zó rijk wordt!
Een rijkdom die niet in geld is uit te drukken.

 

Religie wordt over het algemeen gezien als iets inherent gewelddadigs
omdat het gebaseerd zou zijn
op irrationele overtuigingen,
terwijl secularisme wordt voorgesteld
als een rationele manier om meningsverschillen te organiseren.
Is religie nu dus echt de bron van geweld?
Ach, U kent wellicht Arjan Lubach wel.
Hij had eens iets bedacht op dit vlak:
de heilige boeken-legger.
Deze boekenlegger zou wat hem betreft
verplicht als bijsluiter bij elk heilig boek gevoegd moeten worden.
Erop staat een eenvoudig stroomschemaatje:
‘ik wil iets doen uit naam van mijn geloof’
→ ‘beïnvloed ik er levens van anderen mee?’
→ ‘gaan die anderen akkoord?’
De laatste vraag is cruciaal.
Alleen als het antwoord bevestigend is,
geeft de boekenlegger groen licht om tot actie over te gaan.
Als iedereen de stappen op zijn boekenlegger maar volgt,
is religieus gemotiveerd geweld volgens Lubach zó de wereld uit!
Over deze boekenlegger zijn heel wat vragen te stellen.
Bijvoorbeeld: kan ik volgens Lubachs richtlijnen
mijn kinderen nog wel christelijk opvoeden?
Het lijkt me dat die keuze van mij grote invloed op hen heeft.
En waarom deze vragen alleen stellen aan religies
– niet bijvoorbeeld aan een ideologie als het liberalisme?
Wat mij echter meteen inviel is dit:
christenen hebben zo’n bijsluiter helemaal niet nodig.
In de Bijbel is zo’n bijsluiter allang gegeven door Jezus zelf!
Hij zegt namelijk ergens het volgende:
‘behandel anderen dus steeds zoals jij zou willen dat ze jullie behandelen.
Dat is de Wet en de Profeten.’
Deze woorden komen uit zijn zogenaamde Bergrede,
de grondwet voor al zijn volgelingen.
Dit is volgens Jezus dus waar het op neerkomt in de Wet en de Profeten
– de heilige boeken van zijn tijd.
Heb je dan nog een boekenlegger nodig van Arjan Lubach?
En natuurlijk, er zijn genoeg voorbeelden te noemen
waar christenen akelige dingen hebben gedaan
uit naam van hun geloof.
Maar doe nu niet alsof iedereen die de Bijbel leest
een potentiële terrorist is die vermaand moet worden met een boekenlegger!
Ik geloof dat de woorden,
en nog meer het voorbeeld van Jezus,
een stuk méér helpen tegen terreur en intolerantie
dan zo’n stukje karton…

 

Op een bepaalde leeftijd val je van je van je geloof.
Kleuters geloven nog heilig in Sinterklaas en zijn goede gaven.
Iets oudere kinderen weten van ‘hulpsinterklazen’
maar geloven toch ook nog in een échte.
Maar ergens in de onderbouw blijkt dat niet meer dan een verhaal.
Wil je cadeautjes, dan zullen we die elkaar moeten geven!
Op een bepaalde leeftijd van je van je geloof.
Tenminste, als je de hoofdlijn van krant en televisie volgt.
In veel artikelen in tijdschriften en kranten
vertelt bijna wekelijks iemand hoe hij of zij ergens in de tienertijd
stopte met geloof serieus te nemen.
Geloven in God als fase in de ontwikkeling naar volwassenheid,
zo wordt het vaak in de media neergezet, ook bijvoorbeeld bij verscheidene praatprogramma’s.
Over geloof en geloven wordt een beetje smalend gedaan. Grow up!!
Een weldenkende volwassene die nog gelovig is?
Dan is er zeker iets mis gegaan!
Lijkt Sinterklaas op God? In bepaalde opzichten wel.
Alwetend over ieders daden, het goede belonend en het kwade straffend.
In het bezit van een groot boek.
Wensen verhorend, vanwaar die ook worden opgezonden.
Als contrast een duistere figuur
– Zwarte Piet is echt geen ‘onderdrukte slaaf’
maar oorspronkelijk een symbool van duistere machten.
Is het dan niet logisch dat je na je geloof in Sinterklaas
ook van je geloof in God afvalt?
Er zijn genoeg mensen die God zien als een soort hemelse Sinterklaas,
met eerbied gesproken.
Doe je goed dan word je beloond, doe je fout dan zwaait er wat.
Echter, is dat nu de God waar christenen in geloven?
Zo’n god is slechts een projectie van het gevoel voor goed en kwaad.
Ik wenste wel dat meer mensen van dat geloof vielen!
De God waar ik in geloof is heel wat meer.
Hij leert me wat liefde is, en genade.
Hij geeft geen cadeautjes,
maar Hij geeft zichzelf – in de kribbe en aan het kruis.
Hij komt niet ééns per jaar, maar is er altijd.
Hij inspireert mensen tot goede daden,
in plaats van ze erop af te rekenen.
Nee, God is geen Sinterklaas.
En ik geloof nog steeds.
In Hem.

 

Laatst las ik een column in de NRC (02082023) van de hand van Nicolien Mizee.

Eerst even een korte samenvatting van deze column

‘Een hindoeïstische mevrouw gaat uit eten in een hip, vegan restaurant in Amsterdam.
In de wc van het restaurant staat een beeld van Ganesha naast het fonteintje.
Ganesha, zoon van Shiva, is een god met een olifantskop.
Dat heeft iets grappigs, dat begrijpt die mevrouw ook.
Toch hindert het haar en als de ober komt vragen of alles naar wens is, zegt ze er iets over.
De ober stelt voor Ganesha naar een respectvoller plek te verplaatsen.
Naast de plantenbak in de hoek?’
(…)
Op een gegeven moment gaat de columniste naar een pizzeria.
Ik laat Mizee weer aan het woord:
‘ik ga met mijn twee zusjes naar onze favoriete pizzeria.
Na een uurtje ga ik naar de wc en wat zie ik?
Een kruisbeeld is tot wc-rolhouder gemaakt:
Jezus heeft aan elke arm een wc rol en een derde rol over zijn hoofd.
Terug aan tafel, overleg ik fluisterend met mijn beide zusjes. Wat moeten we doen?
Een foto op Instagram zetten? Maar we zitten niet op Instagram.
Mijn jongste zusje haalt haar schouders op. „Ik snap niet waar jullie je druk om maken. Ik wil een dame blanche en daarna koffie.”
“Het kan Jezus natuurlijk niks schelen”, zegt mijn oudste zus.
“Die is wel erger bespotting gewend. Ik wil een sorbet.”
“Nog iets toe, dames?” Daar is de ober.
“Een dame blanche, twee sorbets”, begin ik, „iets anders: dat kruisbeeld op de wc…”
“Dat heeft mijn vader gemaakt! Ik vind het zó geinig!
Altijd aan het knutselen, die ouwe! Een dame blanche, twee sorbets.”
We zijn direct verzoend.’

Waar ik met deze blog naar toe wil?
Ik vraag mij oprecht af in hoeverre iets ons als christenen nog kan shockeren
als het om onze godsdienst en symbolen gaat?
Natuurlijk weet ik niet of de hier boven aangehaalde columniste christelijk is,
maar dat doet er ook niet toe.
In een tijd dat moslims in bepaalde landen de straat op gaan
als een stel radicalen in een ander land misschien de koran dreigen te verbranden,
vraag ik me af waar de grens bij christenen ligt.
En moeten we ergens een grens trekken?
Is het de vrijheid van een ander mensen te beledigen?
Tot mijn verbazing zie dat cabaretiers zichzelf bevragen en beperken
als het gaat om over de islam, omdat er dan misschien bedreigingen kunnen worden geuit.
Dat geldt meestal niet als christenen of het christendom worden beledigd.
Dan is vaak prijsschieten met de meest gevatte ‘opmerkingen’.
Heeft dit te maken met het feit dat ook wij westerse christenen
door de wasmachine van de Verlichting zijn gegaan
waarbij grote ideologieën en godsdienstige overtuigingen
niet meer ‘onkwetsbaar’ zijn.

 

‘De brutalen hebben de halve wereld’, zegt een spreekwoord.
Mondigheid wordt hoog aangeslagen,
en wie zijn mond niet genoeg open doet laat over zich heenlopen, vindt men.
Assertiviteit is in. Je kunt er trainingen in volgen.
Maar is dat nu allemaal alleen positief?
Het gevaar bestaat dat iedereen alle aandacht wil voor zijn of haar persoonlijke punt,
terwijl het algemeen belang op de achtergrond verdwijnt.
Veel christelijke deugden worden algemeen aanvaard als goed in onze maatschappij:
eerlijkheid, trouw, liefde…
Voor één ding geldt dat echter niet:
de waardering die het christelijk geloof heeft voor nederigheid.
Nederig, wie wil dat nu zijn? Het roept al snel negatieve associaties op.
Dan heb je zeker een laag zelfbeeld – tijd om daar iets aan te doen!
Wat is echter ware nederigheid?
Dat is niet minder van jezelf denken, het is minder áán jezelf denken.
Een leven leiden waarin niet alles ten diepste om jezelf draait.
Aan nederige, bescheiden mensen is volgens mij grote behoefte in deze tijd van het ‘dikke ik’.
Maar hoe word je zo? In veel hedendaags denken lijkt het een onmogelijke optie.
Zelfs als je goed doet, zo wordt wel gezegd, is dat tenslotte verkapt eigenbelang,
of een evolutionaire aanpassing die de kansen van onze soort vergroot.
Ik denk dat je ten diepste God nodig hebt om voorbij eigenbelang te komen.
Sowieso, als er iemand boven je is, ben je zelf niet meer de maat van alle dingen.
Maar ook omdat de Allerhoogste zelf de allerminste werd in Jezus, gekruisigd als misdadiger.
Hij doet het voor!
Jezus zei eens: ‘gelukkig zijn de zachtmoedigen, zij zullen de aarde beërven’.
Brutale mensen mogen de halve wereld hebben,
maar wie Jezus volgt op de weg van nederigheid zal de héle wereld hebben!

 

Het is verkiezingstijd.
En één van de grote onderwerpen die ook de komende strijd bepalen
is het topic over de instroom van vluchtelingen.
Het kabinet is er zelfs over gevallen.
Mensen die wegvluchten voor de onveiligheid, onvrijheid
of simpelweg een boterham willen verdienen.
Wie zou in zo’n onzekerheid willen leven?
Maar de ze mensen moeten we buiten de deur houden, want…

Een groot voorbeeld voor zo’n hardvochtige opstelling is dan
de Hongaarse premier Orbán is een persoon
die altijd als hardliner de harten van heel veel mensen wint.
Hij zegt namelijk: we moeten geen vluchtelingen opnemen,
want de grote toestroom van moslims bedreigt de christelijke identiteit van ons continent.
En op 3 mei jl. stemde dus een overweldigende meerderheid van het Hongaarse parlement,
gecontroleerd door de partij van premier Viktor Orbán,
voor een resolutie met daarin klip-en-klaar de verklaring:
‘Wij willen geen immigratieland worden.’
De media sprongen er bovenop, gezagsdragers deden ronkende uitspraken op radio en tv.
Inmiddels zijn deze woorden opgepikt door landen als Polen en Slowakije,
die met zo’n redenering de asielzoekers weigeren die de EU hen wil toebedelen.
Deze woorden maken mij echt boos en verdrietig.
Want bedreigt deze instroom je identiteit, als er in Europa allang zo’n 50 miljoen moslims wonen?
Weet u trouwens wat verbazend is?
Op dezelfde dag nam hetzelfde Hongaarse parlement
ook een wet aan die het stukken makkelijker moet maken
om gastarbeiders van buiten de Europese Unie
op tijdelijke arbeidscontracten naar Hongarije te halen.
Dat gebeurde heel stilletjes en kreeg amper aandacht in de media.
Want Hongarije heeft tussen 2010 en 2023 300.000 inwoners verloren
door emigratie en lage geboortecijfers.
En als lagelonenland waar veel westerse bedrijven afgelopen jaren fabrieken hebben gevestigd,
is het land nu begonnen hoge aantallen Aziatische arbeidskrachten te importeren.
Volgens het Hongaarse statistiekbureau waren dat er in 2022 86.000
– een stijging van 14 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

Maar goed, het eerste nieuws is uitermate droevig en ik word er boos van.
Vooral word ik boos en droevig, omdat uit deze woorden
een totáál onbegrip blijkt van wat ‘christelijke identiteit’ inhoudt.
Houdt dat niet in dat je een volgeling van Jezus bent, en zijn woorden serieus neemt?
En wat, denkt u, zou Jezus doen als hij geconfronteerd werd met zoveel mensen in nood?
Ik zal een paar woorden van Jezus aanhalen.
‘Wees barmhartig, zoals uw hemelse Vader barmhartig is’.
‘Ik had honger en jullie hebben mij te eten gegeven,
dorst en jullie hebben mij te drinken gegeven.
Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op…
want alles wat jullie gedaan hebben
voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan’.

Als een continent, een land of een premier zich ‘christelijk’ noemt
en er komen vluchtelingen op zijn pad,
dient dan niet de eerste gedachte te zijn hoe je kunt helpen?
Daarná komen pas de moeilijke vragen over wat je samen aankunt en waar grenzen liggen.
Het startpunt ligt geheel anders: niet bij ‘houden wat we hebben’
– want ik vrees dat Orbán ten diepste dat bedoelt – maar bij bewogenheid.