31 oktober. Hervormingsdag. Deze dag staat in het teken van Maarten Luther die op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen tegen situaties in de Rooms-katholieke Kerk zou hebben gepubliceerd. Hij wilde de kerk het liefst van binnenuit hervormen om zo weer een geloofwaardig instituut te worden voor de wereld en voor de gelovigen. ‘Ecclesia Reformata Semper Reformanda’ is een Latijnse spreuk die zoveel betekent als ‘de reformatorische kerk moet zich steeds weer reformeren’. Helaas is dit adagium door de jaren heen een vrijbrief geworden om als kerken zich steeds weer te splitsen. Ik vraag me af of de essentie van dit adagium niet slaat op de beweging dat een zich steeds weer reformerende kerk juist een kritisch oog moet houden op de ontwikkelingen in de wereld waarin zijn zelf staan.

Of is de kerk te gemarginaliseerd om een kritische massa te vormen om ontwikkelingen en bewegingen in een maatschappij bij te sturen, of moeten de kerken het estafettestokje doorgeven aan seculiere beweging zoals de Occupy-beweging. Ik denk het niet!

‘Ecclesia Reformata Semper Reformanda’ Hervormingsdag 2011. Een zichzelf respecterende kerk moet niet bang zijn om bepaalde vaste vormen los te laten en zo weer een geloofwaardige gemeenschap te vormen waardoor zij weer een zoutend zout en een lichtend licht kan zijn. Blijf hervormen!

‘Elk zevende jaar moet u algemene kwijtschelding verlenen.’ Dit is een tekst uit het boek Deuteronomium uit het Oude Testament. Het Schriftgedeelte uit hoofdstuk 15 handelt over het zogenaamde sabbatsjaar waarin een schuldeiser zijn schulden aan zijn schuldenaar moet kwijtschelden. In het gedeelte wordt ook aandacht besteed aan lenen. ‘Zou er in een van de steden in het land dat de HEER, uw God, u zal geven toch iemand uit uw eigen volk gebrek lijden, dan mag dat u niet koud laten. U mag uw hand niet op de zak houden, maar u moet diep in de buidel tasten en hem lenen zo veel als hij nodig heeft.’ staat er dan.

Mmh, ongemakkelijke tekst, zeker als er ook nog de nadruk op gelegd dat als iemand geld leent en je weet dat het jaar van de kwijtschelding er aankomt, je een vraag om een lening niet naast je neer moet leggen ook al weet je dat je het geleende niet terug zult krijgen.

Vanwege de huidige crises in Griekenland en Ierland en de verwachte crises in andere landen is het toch bijna de algemene mening dat we deze landen geen geld meer moeten lenen; immers, zij hebben er toch zelf een zootje van gemaakt!

Het idee lijkt ‘Wij zijn rijk, zij zijn arm en en de armen zijn zelf ook nog de oorzaak van hun armoede. Dus laat ze hun eigen problemen maar oplossen.

Onwillekeurig moet ik dan denken aan de uitspraak van Adam Smith, de grondlegger van het de moderne economie. Hij schreef: ‘de neiging om rijken en machtigen te aanbidden en de armen te verachten is de grootste oorzaak van de teloorgang van onze moraal. Rijkdom bewonderen en armoede verachten  en succes boven falen bewonderen is het grootste gevaar in de commerciële samenleving.’  Smith had het helaas maar al te goed door, zelfs voordat de moderne economie werkelijkheid werd kende hij de aangeboren neiging van een mens.

Deuteronomium wist het eeuwen eerder al: ook rijk zijn is een belasting

Het Nederlands Dagblad heeft deze zomer een serie verhalen onder de titel Ik en mijn  tent waar lezers hun vakantiewederwaardigheden kunnen publiceren. Doorgaans levert dit leuk leesvoer op waarbij je een leuke inkijk krijgt in het vakantie lief en leed van diverse mensen. Afgelopen zaterdag een verhaal over een zondagse wandeltocht waarbij de wandelaar in kwestie stuitte op een boer die schapenvachten verkoopt. Maar ja, omdat zijn of haar overtuiging het haar verbied op zondag iets te kopen, wordt er gezocht naar een oplossing voor dit dilemma: we ruilen de stroopwafels voor het zo felbegeerde schapenvachtje.

Ik en mijn tent (wij zullen de Here dienen)… tsja, en als dan je eigen overtuiging je iets verbied, dan omzeil je die toch?

Kortgeleden hadden Pieter Jan Dijkman en Herman Oevermans een dubbelinterview met de directeur van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks Dick Pels, en met Gert-Jan Segers, directeur van het wetenschappelijk bureau van de ChristenUnie. Het interview werd gepubliceerd in Wapenveld. Aanleiding voor dit interview is de idee dat wat afwijkt van de heersende seculiere norm meer en meer wordt verboden. Men denke hierbij aan de ruimte die religieuze groeperingen hebben om rituelen te kunnen uitoefenen vanuit hun traditie en geloofsovertuiging. In het interview legt Pels weinig begrip aan de dag voor mensen met een andere mening: alles en iedereen moet wijken voor het nieuwe dogma, de individuele vrijheid. Met dat recht in de hand mag, volgens hem,  PvdA-politica Ploumen een Rooms-Katholieke kerk binnengaan om te protesteren tegen de aantasting van de individuele vrijheid (een katholieke geestelijke had de hostie geweigerd aan aan homoseksuele gelovige, dit geheel in lijn met de officiële katholieke kerkelijke leer). In een ander voorbeeld stelt Pels dat SGP-vrouwen die geen probleem hebben met het vrouwenstandpunt van hun partij moeten worden ‘gedwongen’ tot vrijheid. Pels huivert van groeperingen die hun waarheid als de absolute waarheid propageren (en zeker wanneer die op godsdienstige overtuigingen berusten). Er is slechts één waarheid, namelijk het relativeren van je eigen waarheid. Over absolutistische waarheid gesproken (sic!)

Oude wijn in nieuw zak: het Pelserianisme. Moeten mensen met een afwijkende meningen, moeten christenen hun waarheid offeren op het altaar van de individuele vrijheid, zoals in de Oudheid christenen werden gedwongen een handvol wierook op het altaar van de staatsgoden te gooien om zich te onderwerpen aan de algemene mening?

Het klopt: het multiculturalisme is volledig dood. De monocultuur leeft: relativisme is het nieuwe dogma!

Kortgeleden publiceerde bureau Motivaction dat het onderzoeksrapport De grenzeloze generatie en de onstuitbare opmars van de B.V. IK  waarin wordt gesteld dat tweederde van de jongeren zichzelf  ‘een heel bijzonder persoon’ vindt.  Ze zijn überzelfverzekerd en ik-gericht. In het Nederlands Dagblad gaat politicoloog Monique Samuel in haar column in op de bevindingen van dit onderzoek. In haar schrijven breekt zij een lans voor deze generatie Y zoals die wordt genoemd. Zij stelt de vraag ‘of dit ambitieuze en wellicht wat arrogante zelfbeeld zo slecht is. Natuurlijk past ons (want ook zij behoort tot de generatie Y) bescheidenheid, maar gezien de uitdagingenwaar wij voor staan (vergrijzing, milieuproblematiek, groeiende sociale ongelijkheid, wereldmigratie) hebben we juist enthousiasme en ambitie nodig en zijn we gebaat bij borrelende creativiteit. Te lang zijn Nederlanders te bescheiden en te beschaafd geweest.’  Ze bevestigd het beeld van de generatie die ik-gericht is: ‘verwacht geen trouwe donaties of actieve (politieke) participatie in de gevestigde instituties. Generatie Y werkt op projectbasis. We trekken onze buidel als ons ego wordt gestreeld. Want wij zijn en blijven “Generatie IK”” Samuel verwoordt in feite wat Herman Wijffels in 2007 al zei in een interview in de Volkskrant, namelijk dat individualisering ook gezien kan worden als een positieve kracht. ‘Mensen die zich bewust worden van zichzelf, aanvaarden in zijn ogen als logische stap de verantwoordelijkheid voor het geheel. Het is een misvatting dat individualisering als vanzelf uitmondt in desintegratie.’

Maar wordt een samenleving dan niet steeds meer een egoleving waarin de eigen behoeftebevrediging het primaat heeft? Of moeten we individualisering, zoals die volgens Samuel tot belangrijke eigenschap van de jonge generatie heeft verheven, in de kerk niet alleen maar negatief tegemoet treden? Religie komt toch van het Latijnse woord religare, dat ‘verbinden’ betekent; maar wat valt er nog te verbinden als iedereen hedonistisch maximalisatie van het eigen genot nastreeft?

De neiging om de moderne individu te ‘pleasen’  zie ik soms ook terug bij (laagdrempelige) kerkdiensten. In een artikel op de site van het Christelijk Informatie Platform wordt een beeld geschetst van een zo’n ‘moderne’ kerkdienst: ‘Een kerk die enigszins op een theater lijkt, inclusief vloerverlichting, comfortabele stoelen, visuele effecten, een grote geluidsinstallatie en twee grote schermen. Tijdens de gelikte kerkdienst – de kerk moet immers laagdrempelig zijn – speelt de band op het podium met zo veel energie dat het er op lijkt dat de mensen in de zaal overbodig zijn. Alles is tot in de puntjes verzorgd. Tijdens het zingen flitsen de teksten van het lied synchroon over de schermen. De preek wordt gehouden met een presentatie, zodat de lijn van het verhaal kan worden vastgehouden door de hoorders. Bijbelpassages worden met prachtige illustraties getoond, al vinden weinig mensen de passages in hun Bijbel, omdat dat Boek vanwege de schermen op dat moment grotendeels gemist kan worden. Na de preek volgt een lied en de afkondiging waarna het normale licht aangaat en het tijd is voor koffie.’

Dit soort dienst laat zich het best omschrijven als een ‘rollercoaster van emoties’. Je voelt je er goed, veel van je zintuigen worden geprikkeld, je pikt eruit wat je interesseert, het sluit helemaal aan bij het moderne tijdsgevoel, maar… is dit het? Verbindt dit mensen met elkaar of is ieder op zijn eigen eilandje gelukkig?

Generatie Ygen geluk eerst.

Herman van Veen zong ergens in 1983 het lied waarin de volgende tekst voorkwam:

Mijn leven is totaal ontwricht
ik voel me overboord gegooid
vandaag las ik dit nieuwsbericht:
“De bom.. valt.. nooit” Maar zal de bom echt niet vallen?
Wat moeten we dan met z’n allen?
Zolang een toekomst ons ontbrak
leefden wij dood op ons gemak

Met het nu uit zijn met die kater?
Moeten wij denken over later?
Ach, dat gezeur van “Het heeft geen zin”
daar trapt geen schoolmeester meer in

Nu keert men heel ons leven om
en brengt paniek in onze tent
Wij hielden zo van onze bom
we waren zo aan hem gewend

De tekst refereerde aan het feit dat Nederland jarenlang had geleefd met de mogelijke dreiging van een kernoorlog, maar dat begin tachtiger van de vorige eeuw de wetenschap postvatte dat er hoogstwaarschijnlijk nooit een kernoorlog zou uitbreken.

Eenzelfde gevoel bekroop mij toen ik vanochtend de volgende bericht las 

‘Nederland seculariseert niet!

Tot voor kort werd alom gesteld dat wij op weg zijn naar een areligieuze samenleving. Dat is volgens Joep de Hart een overdreven voorstelling van zaken. Nederlanders die op geen enkel moment enige affiniteit hebben met wat voor spirituele dimensie van het leven dan ook, zijn nog altijd net iets minder zeldzaam dan olifanten met een kunstgebit.

Religie verandert voortdurend van vorm. Misschien beleven wij nu een tijd dat de oude, kerkelijke vorm van religie aan het verdwijnen is en er zich nieuwe vormen aan het ontwikkelen zijn: meer individualistisch en maatschappelijk onzichtbaar, meer beleeft in informele groepjes, met een sterker accent op persoonlijke ervaring dan op dogma’s, voorschriften en eeuwenoude tradities.’

Aaah, we dachten toch allemaal dat Nederland (en misschien breder getrokken: de Westerse samenleving) steeds meer seculariseerde en dus dat ook het christendom minder present zou zijn in de maatschappij; nu moeten we afscheid van de secularisatie nemen, we waren zo aan haar gewend.

Er is een toekomst… en hoe vullen we die nou in?

Kortom, de hand aan de ploeg, niet achteromkijken naar wat achter ons ligt en wat alleen resulteert in kromme voren, maar vooruit kijken!

Het omvallen van een grote boom maakt meer herrie dan het groeien van een heel bos

Aan bovenstaand citaat moest ik denken toen ik de kop Religies ten dode opgeschreven in Nederland in de landelijke media  las.

Wat was het geval? De Britse omroep BBC  meldde dat op basis van onderzoek, dat is gepresenteerd tijdens een wetenschappelijk congres in de Amerikaanse stad Dallas, een team van wetenschappers heeft aangetoond dat de religie in een aantal landen ten dode opgeschreven is. Het team had daarvoor een aantal bevolkingsregisters (van Nederland, Ierland, Tsjechië, Finland, Zwitserland, Oostenrijk, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland) met elkaar vergeleken. Op basis van de uitkomsten namelijk dat steeds minder mensen zich ‘ingeschreven als lid van een geloofsgemeenschap’ rekenden kwamen ze tot deze conclusie. De wetenschappers zien hierin een trend die ze ook nog konden ondersteunen door wiskundige berekeningen.

Gefundenes fressen voor de moderne Verlichte mensch: Als iets ondersteund wordt met gewichtige wiskundige berekeningen, extrapolaties is men is meteen om. Immers, cijfers zijn de waarheid! Het hosanna-geroep was niet van de lucht. De atheïstische morgenstond was eindelijk aanstaande! Geloven doe je toch niet in een boek vol verhalen, nee, geloven doe je op basis van manipuleerbare cijfers en definities…

Manipuleerbaar, ja zeker! Mensen in negen landen rekenen zich steeds minder behorend tot een geloofsgemeenschap en de conclusie is dan dat religie in deze landen ten dode opgeschreven is. Maar zo is het niet!!

Dat huidige religieuze instituten scheuren laten zien dat zal niemand ontkennen, dat deze boom het misschien heel zwaar zal krijgen, dat staat buiten kijf. Maar als je heel goed kijkt en luistert zie je het groeien van een heel jong bos, die je misschien nog niet kunt specificeren tot een geloofsgemeenschap.

Wat dat betekent? Vol vertrouwen en hoop vooruit kijken, de hand aan de ploeg! Niet naar achteren kijken wat voorbij is, anders krijg je slechte voren, maar gelovend vooruit kijken.

Binnenkort mogen we ook dat weer herdenken: ooit begon de kerk met een heel klein clubje dat met elkaar het brood deelde en de wijn dronk…

Afgelopen zaterdag ging op de ecologische boerderij Eemlandhoeve in Bunschoten van Maaike en Jan Huijgen een uurtje het licht uit. Letterlijk welteverstaan. In het kader van Earth Hour, een jaarlijks terugkerend wereldwijd initiatief om mensen er van hun leefstijl bewust te laten worden. Door onze leefstijl hongeren we de aarde als het ware tot stervens toe uit.

Bijna aan het begin van de christelijke Veertigdagentijd die in kader staat van bezinning lijkt me dit een mooi gebaar.

Hoe gaan wij om met de aarde en wat ons gegeven is. Als christenen hebben we hiermee, meen ik, een speciale taak. Als kerk hebben we vaak en ook terecht over waarden en normen. Dat moet niet alleen bij woorden blijven, maar de daad moet bij het woord gevoegd worden.

Veel christenen zullen in de komende Veertigdagentijd daar hun eigen invulling aan geven. Is je leefstijl in overeenstemming met de woorden die je gebruikt? Een goed idee vind ik wat de Eemlandhoeve laatst op het Earth Hour heeft laten zien.

Kortgeleden werd bekend dat het stadsbestuur van de Overijsselse gemeente Rijssen aller posters van de expositie ‘Beter dan God‘ van kunstfestival GrensWerk in Enschede binnen haar gemeentegrenzen heeft laten verwijderen. De verwijdering van de posters vindt plaats omdat het bestuur meent dat de posters kwetsend kunnen zijn.

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en in besloot op onderzoek uit te gaan. Waar draait deze expo precies om?

Wat de expositie wil doen is mensen bewust maken van het huidige schoonheidsideaal. Is het normaal als men elk teken van veroudering wil laten weghalen, gladstrijken of oprekken? Laten we ons te veel beïnvloeden door de media waar gepimpte fotomodellen als standaard voor een ieder worden aangeprezen? Willen we, zolang onze portemonnee het toelaat, als het ware, beter dan God zijn?

Eerlijk gezegd zijn dit vragen die we ons als mensen – en zeker ook als christenen – wel eens op mogen bezinnen. En laten we het dan alleen bij de impact van cosmetische chirurgie, maar laten we het breder trekken naar alle mogelijkheden van de moderne geneeskunde.

Ik vind het dan ook geen goed plan dat het gemeentebestuur deze posters heeft laten verwijderen, naar verluidt op instigatie van een plaatselijk predikant. Want juist door de prikkelende titel van deze expositie had men zich – binnen en buiten de kerk – opnieuw kunnen bezinnen op een belangrijk thema: hoe gaan wij met de schepping en het leven om.

De reclamejongens (en meiden) van het telecombedrijf BEN® flikken het elke keer weer, ze krijgen mijn attentie. Jaren geleden opgericht om de grote telecomaanbieders te beconcurreren met scherpe prijzen, zetten ze hun merk met prikkelende reclame-uitingen in de markt. En ook de huidige tv-spot is op zijn zachtst gezegd uitdagend. Eerst maar even het script:

Hallo, ik wil nergens aan vast zitten
En ik kan gaan waar ik wil
Ik zit niet vast aan Nederland, en de hokjes
Niet aan werk of een vriendje, gelukkig niet
Ik bepaal zelf waar ik in geloof
Ik ben vrij om mijn eigen weg te kiezen
Ik ben BEN
En ik ben verlost

Het leest als statement van de moderne, vrije mens: verlost zijn van welke band dan ook. Zit trouwens misschien heel subtiel in die een na laatste zin een verwijzing naar het tetragrammaton (de vierletterige Hebreeuwse aanduiding YHWH, de godsnaam, te vertalen met ‘ik ben die ik ben’)? De mens als God in zijn eigen gedachten zoals Willem Kloos dat ooit dichtte wordt mooi met woorden omschreven. Ik ben vrij, Ik bepaal zelf wel wat ik geloof, Ik ben verlost, Ik ben BEN!

Een vraagje met een verwijzing naar die reclameposter van hierboven: kom je daarmee echt terecht?

Ik vraag het me af…