Kijk, dat zijn nou de klein lichtpuntjes in deze sombere tijden van recessie: er komt een goed Nederlands wijnjaar aan!!
Het Nederlands Dagblad bericht erover: Door het droge en zonnige weer van vooral de laatste weken belooft het een goed Nederlands wijnjaar te worden. Wijnmakers in Nederland spreken van een mooie druivenoogst met een hoog suikergehalte. Het is nu een uitzonderlijk goede oogst, omdat er zo vroeg kon worden geplukt. Het suiker- en zuurgehalte is zeer goed, zodat men gemiddeld twee weken eerder kon gaan plukken.

Ik heb mij laten vertellen dat deze relatief jonge tak van ondernemingen veel baat heeft bij de klimaatcrisis waardoor het gemiddeld iets warmer wordt in Nederland. avondmaalEn waarom ik als theoloog hierover een blog schrijf? Dat lijkt me nogal duidelijk… Wat drinken we bij het avondmaal? precies: wijn!! En nu lijkt met het een prima idee mijn kerkenraad eens voor te stellen juist Nederlandse wijn hiervoor in te kopen. Onze gemeente heeft niet voor niets  gekozen voor het jaarthema Geloven in duurzaamheid.  Zo sla je twee vliegen in een klap: je helpt de eigen economie én je verkleint de groene voetafdruk van de plaatselijke kerk. De afmeting van deze voetafdruk laat zien hoe ‘groen’ je bent: hoe kleiner de afdruk, hoe beter. En doordat je wijn koopt uit Nederland wordt het component vervoer van de wijn laag gehouden, immers de wijn komt niet meer uit Spanje of Italië.

En uhm, oké, ik  moet toegeven dat er ook nog een derde vlieg mee wordt geslagen: Hoe hoger het suikergehalte, hoe hoger het alcoholpercentage.

Sommige mensen zullen dit nieuwsfeit opzienbarend en misschien zelfs vreugdevol vinden. De christelijk opgevoede zanger van heeft de weg terug naar de kerk gevonden? Helaas moet ik die mensen teleurstellen: het gaat om het opnemen van een nieuw nummer in een kerkgebouw.

Tsja, eerder schreef ik al een blog over de leegloop van kerken en de sloop of verkoop van kerkgebouwen. En vaak zie je dan dat onroerend goed zomaar ‘ontroerend’ goed kan worden in de zin dat wanneer een kerkgebouw wordt onttrokken aan de het beleggen van erediensten, dat allerlei emoties enorm gaan opspelen.

Toch zal dit proces de komende jaren doorzetten, zo wijzen cijfers dat ook uit. En misschien een geruststelling: het heeft niet alleen maar te maken met minder belangstelling voor het christelijk geloof. Dat bleek laatst uit een bericht van dominee Erica Hoebe uit Leidschendam. Zij stelt (in navolging van vele anderen) vast dat de jonge generatie best gelovig zijn, maar dat reguliere kerkdiensten niet het platform, de plaats zijn voor hun beleving van hun geloof. de jonge generatie gelovigen komt niet meer wekelijks naar de kerk. andere richtingenZe hebben weinig tijd over voor activiteiten, hun weekend is al zo vol, ze ervaren een drempel om naar de kerk te gaan. Maar ze hebben wel degelijk vragen. Ze hebben wel degelijk een geloof. Ze hebben wel degelijk behoefte aan contact zo houdt Hoebe ons voor. Ze werpt de vraag op of de kerkvorm moet wijzigen voor de jonge generatie. Het is nog pril zo vervolgt Hoebe maar er wordt gezocht naar andere vormen van gemeenschap. In plaats van of naast de zondagse eredienst. Deze nieuwe groep wordt in de gemeente van Hoebe met argusogen bekeken. Hoe goed de gesprekken die ik met ze voer inhoudelijk ook zijn, hoe oprecht hun geloof ook is; zoals een ouderling eens opmerkte: we zijn als kerk geen snackbar waar je wat van je gading uit de muur kunt halen om vervolgens weer te vertrekken. Voorzitter Peter Verhoeff van de PKN gaat hierin mee met Hoebe. Volgens hem is de huidige vorm van gemeenschapsbeleving te veel gekleurd door de Reformatie en het 19e eeuwse burgerlijke verenigingsdenken. De gedachte is nog te vaak: je bent lid en dan doe je mee. Of je bent geen lid, en dan hoor je er niet bij. Zo werkt dat niet meer in deze tijd.

De vraag is dus hoe de gemeenschap dan vorm moet krijgen. Als je geen gemeente meer bent rondom de eredienst, hoe dan wel? Volgens Hoebe is het antwoord te vinden in de Bijbel. Dat verbindt iedereen die contact zoekt met God. Dat Woord verbindt alle gemeenteleden en zoekers, of je nu regelmatig, weinig of niet naar de eredienst komt.

Ik onderschrijf een groot deel van de analyse van Hoebe, maar toch stel ik er ook een aantal vragen bij. Aan de ene kant stelt Hoebe dat de kerk niet een te hoog ‘snackbar’gehalte moet krijgen waar je af en toe komt en Nieuwe vormenwat voor jouw gading is uit het scala van aanbod neemt en voor de rest de kerkelijke samenkomsten links laat liggen. Aan de andere kant onderschrijft ze stelling van Verhoeff dat het 19e eeuwse verenigingsdenken zijn tijd heeft gehad. En die stelling haalt ze naar eigen zeggen uit de Bijbel. Want de Bijbel verbindt iedereen met elkaar en met God of je regelmatig, weinig of niet naar de eredienst komt.

Volgens mij wordt in de Bijbel ook duidelijk gesproken over juist de collectieve beleving van je geloof in samenkomsten. Zo kun j elkaar tot opbouw zijn, kun je werkelijk met elkaar meeleven. Valt die regelmatige ontmoeting weg, dan valt mijns inziens ook de beleving van het ‘kerkzijn’ weg. Wat dat  betreft zie je in christelijk Nederland twee kampen ontstaan: het kamp dat zegt dat de huidige kerkvorm zijn langste tijd gehad heeft en een tweede kamp dat zegt dat er zeker over verschillende vormen nagedacht moet worden, maar dat dit niet meteen betekent het einde van het huidige kerkmodel. En de eerlijkheid gebiedt mij ook te zeggen dat er ook een groep is die zegt dat er helemaal niet moet veranderen.

Zoals het misschien al duidelijk is: ik schaar mij in dat tweede kamp. Ik vind dat er zeker moet worden nagedacht over andere vormen van het beleggen van samenkomsten of contact- momenten en mogelijkheden voor mensen die de huidige kerkvorm niet zien zitten. Maar ik denk dat geloofsbeleving ook vraagt om een sociale component, een sociaal netwerk. De kerk maak je met zijn allen!

Zou het niet zo kunnen zijn dat het huidige individualisme en de individualistische (geloofs)beleving ook een hype is?

In het blad Intermediair stond een kort artikel over een antropoloog die promoveert op het omgaan van nabestaanden met de as van hun overledenen. Het blijkt dat de omgang met de as een hele evolutie heeft doorgemaakt. Was het vroeger zo dat men voor eeuwig afscheid nam van de overledene in het crematorium, tegenwoordig bestaat er de mogelijk voor de nabestaanden om de as van de overledene mee naar huis te nemen. Men kan het zelfs laten verwerken in een sieraad.

Ik weet het dat dit in onze cultuur als noviteit voorkomt, maar dat is geheel ten onrechte. In de achttiende en de negentiende eeuw was het niet zo abnormaal om van het haar van de overledene een boeket of een schilderij te maken. Ik heb zelfs begrepen dat van het haar van overledenen sieraden konden worden gemaakt die gedragen werden.

Hoewel men de gedachte aan de dood in onze wereld vaak zo veel mogelijk voor zich uit lijkt te schuiven, als dan het moment daar is dan wil men daar op een zo’n persoonlijk mogelijke manier daar invulling aan geven. De laatste tijd wordt door een uitvaartonderneming ons dit in alle toonaarden meegedeeld.Joodse begraafplaats Praag Richt je ‘laatste gang’ in op de wijze zoals die het meest bij je past, want het immers uw uitvaart. Het lijkt erop dat het op een vrije manier omgaan met de dood vaak uit andere culturen stamt.  Niets is minder waar: er is ook in onze samenleving een tijd geweest dat men de eindigheid van het leven meer aanvaardde als iets dat bij het leven hoort, je wordt geboren en op een gegeven moment sterf je ook weer. Juist door het voortschrijdende medische inzicht is men het sterven steeds meer als anomalie van het leven gaan beschouwen.

Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren… En toch vind ik het apart, die nieuwe rituelen rond ‘de laatste gang’. Natuurlijk vind ik het heel goed dan een ieder zijn eigen uitvaart op eigen wijze mag invullen, maar ik kan niet wennen aan het feit dat men de as van de geliefde overledene kan verwerken in een sieraad. Het komt op mij over als wil men geen afscheid nemen van degene die overleden is.

Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren… We mogen onze overledenen begraven in de dodenakker. Een akker die eens weer vrucht zal dragen. Dan mogen we onze geliefden weerzien.

Toehoorders van Jezus die vervreemd waren van morele voorschriften vonden Hem boeiend en innemend. Nu vermijden losbandige mensen de kerk juist. Blijkbaar brengen wij niet dezelfde boodschap als Jezus, zegt Tim Keller, de dominee van de Redeemer Presbytarian Church in New York die uitgroeide van een gemeenschap van circa 50 mensen toen Keller daar aantrad tot 5000 mensen nu.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik meestal niet goed overweg kan met dit soort nieuws. Door alle eeuwen heen heeft de traditionele, gevestigde kerk deze kritiek over zich heen gekregen. En alle eeuwenlang zijn  er naast de gevestigde kerk bewegingen en gemeenschappen gesticht die naar eigen zeggen wél de zuivere boodschap van Christus verkondigden. In feite is daar het protestantisme ook een exponent van. De laatste jaren hebben we in de Nederlandse protestantse wereld vele van dit soort initiatieven gezien: van jeugdkerken tot de huidige beweging van emerging churches. moderne middelenEn al deze bewegingen laten op hun manier de traditionele kerk weten dat ‘de boodschap’ anders moet worden gebracht.

En nu komt Tim Keller met een soortgelijke boodschap. Dat kerken geen mensen meer weten te trekken heeft volgens hem maar een reden:  Als de prediking van onze dominees en het handelen van onze kerkleden niet het effect op mensen heeft dat Jezus had, dan brengen wij vast en zeker niet dezelfde boodschap als Jezus.

Als lid en aankomend predikant van een van die traditionele, gevestigde kerken word ik van dit soort uitspraken altijd een beetje treurig. Ik krijg het idee dat wat wij zondags doen in de kerk een hoog ‘sterfhuisconstructie’gehalte heeft. De oude gebruiken en de prediking appelleert alleen maar aan de belevingswereld van een klein aantal, vooral oude mensen. Persoonlijk weiger ik deze verhalen te geloven. Ik ben van mening dat van menig kansel een boodschap klinkt die veel mensen interesseert. Oké, misschien moeten we meer aansluiten bij moderne mediatechnieken en bij de ‘moderne’ hoorder, maar ik denk dat in de kern de zelfde dwarse, onaangepaste evangelieverkondiging van veel kansels klinkt.  En ik denk dat er veel bewonderenswaardige initiatieven door christenen vanuit traditionele kerken worden ontplooid die een levenshouding praktiseren die van hen wordt gevraagd die mensen buiten de kerk kunnen aanzetten tot nadenken.

Ik denk dat kerken, zeker mondiaal gezien, nog steeds dezelfde boodschap brengen als Jezus. Het zou misschien kunnen zijn dat we misschien de ‘verpakking’ eens moeten doorlichten – dat zijn misschien zaken die onder het kopje ‘marketing’ kunnen worden geschaard – maar de boodschap wordt volgens mij over het algemeen nog steeds verkondigt.

Al jarenlang beraadt de christelijke kerk zich op de, laat ik het populair zeggen, de pr van de kerk. Oftewel, de vraag wordt gesteld hoe we het christendom, de kerk, aantrekkelijker maken voor mensen die niet (meer) ‘in de kerk komen’. In die context viel mij het volgende bericht op:  Sinds enkele dagen bouwt de Antwerpse chocolatier Lieven Burie, naar aanleiding van 450 jaar bisdom Antwerpen en de succesvolle tentoonstelling “REUNIE” in de Antwerpse kathedraal, als eerste aan een Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in pure chocolade. Na het etalagemoment, eind september, wordt de chocolade kathedraal via e-bay verkocht. Voor deze internetveiling mocht de bisschop van Antwerpen een goed doel uitkiezen. Mgr. Johan Bonny koos voor ’t Vlot. ’t Vlot is een pastoraal project voor plein- en straatbewoners, veelal druggebruikers en (ex-)druggebruikers.

Mijns inziens een mooi initiatief dat ook bijval verdient. Ik heb er echter ook een vraag bij: staat de chocolade kathedraal ook niet symbool voor de te zoete prediking die in veel kerken opgeld deed, waarbij de kern van het evangelie, de dwarsheid, de  ‘onmenselijkheid’ van de boodschap op de achtergrond is geraakt.  Ik merk dat langzamerhand het tij in dat opzicht begint te keren en dat ons meer dan alleen maar melk wordt voorgeschoteld.

Op voedselgebied worden trouwens vanuit christelijke zijde, in deze tijd van de islamitische ramadan,  meer initiatieven ontplooit. Ideeënbureau Kerkopkop, dat onder meer spellen maakt op het gebied van religie, begint per 1 september met een groep vrijwilligers aan het zogenoemde christelijk dieet. Het christelijk dieet heeft niets te maken met calorieën, recepten of bewegingsplannen, geven de initiatiefnemers aan. In tegenstelling tot een gewoon dieet, waarbij het gaat om gewicht, gezondheid en een goed figuur, vallen de deelnemers aan het christelijk dieet af om een ander aan te laten komen. „Dat is wel even andere koek dan enkel en alleen een schoonheidsideaal na te streven.”

Eigenlijk heel interessant hoe christenen vanuit verschillende invalshoeken met het thema voedsel omgaan. Toch blijft bij mij de vraag overeind staan:  staat de kern van het evangelie, de dwarsheid, de  ‘onmenselijkheid’ van de boodschap nog op de voorgrond? Naar analogie van al deze initiatieven moeten ik onwillekeurig denken aan Holle Bolle Gijs:Holle Bolle Gijs

Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen
Waar die Holle Bolle Gijs op zat?
Hij kon schrokken, grote brokken
Een koe en een kalf en een heel paard half
Een os en een stier en zeven tonnen bier
Een schip vol schapen en een kerk vol rapen
En nog kon Gijs van de honger niet slapen!

Blijven we hongerig hoeveel we ook eten of wordt onze honger gestild door werkelijk voedsel?

Nadenken over sterfelijkheid en de kwaliteit van het leven. Dat is de boodschap Nijmeegse studentenpastoor John Hacking nastreeft met een zelfgegraven graf in de tuin van de studentenkerk in de Waalstad. Dat is wat de studenten kunnen vanaf half september vanuit het open graf het leven en de dood overpeinzen. Vandaar de Latijnse spreuk als titel van mijn blog van vandaag: vandaag ik, morgen gij.

Laten we eerlijk zijn, het is zeker geen populair onderwerp om over te spreken. Liever willen we de dood, de eindigheid van de mens even uitstellen, niet onder ogen zien. GrafmonumentVanuit die optiek wordt de jeugdigheid geïdealiseerd, het verval van krachten en lichaam dient zo veel mogelijk worden ontkend en uitgesteld, misschien zelfs vertraagd. Daarom worden ons vanuit de cosmetische industrie allerlei smeerseltjes en middeltjes aangeboden om de vergankelijkheid van het lichaam zoveel mogelijk te verdoezelen, te ontkennen. En als het dan niet lukt met smeerseltjes, dan zetten we toch het mes in ons lichaam? Maar als de vergankelijkheid ons dan toch inhaalt dan kunnen we onze nabestaanden toch nog een leuk afscheid geven? Mensen kunnen dan sinds kort speciale komieken inhuren om de begrafenis een beetje op te leuken. Onder de titel ‘De laatste lach’ gaan twee acteurs de boer op met hun ‘humor’. Nabestaanden kunnen het duo inhuren voor bijvoorbeeld een persoonlijke sketch over de overledenen. ‘Een begraafplaats is de enige plaats waar nog geen humor wordt gebruikt, dus misschien is het wel het gat in de markt’, zeggen de Belgische acteurs tegen het Nieuwsblad.

Ja hoor, zelfs op de ‘laatste gang’ hoeven we onze nabestaanden niet op te zadelen met hun authentieke gevoelens. Laten we onze gevoelens maar weglachen. Persoonlijk was ik kortgeleden erg geraakt met de benaming van de uitvaartdienst van de slachtoffers van het Kampense drama. Men noemde het een ‘opstandingsdienst’. Ik vind dat een prachtig mooie getuigenis: het christelijk geloof in de opstanding. Weten dat het leven niet ophoudt bij het graf, maar dat er een leven is na dit leven.

Hodi mihi, cras tibi, vandaag ik, morgen gij…  nadenken over je sterfelijkheid, maar met het vertrouwen in, het uitzicht op een eeuwig leven.

Het moet me als protestant dan toch van het hart: ik vind dat we na de Reformatie iets te rigoureus te werk zijn gegaan met het uitbannen van allerlei rooms-katholieke uitwassen. Een van die zaken die je zou kunnen typeren met ‘het kind met het badwater weggooien’ is het afschaffen van de biecht.Biechtstoel Natuurlijk hebben protestante pastores ook de verplichting tot zwijgen over alles wat hun ter ore komt, maar toch… het instituut biecht, dat zo heb ik me laten vertellen ook niet overal meer in de rooms-katholieke wereld wordt gebezigd, heeft wel iets duidelijks. En dan bedoel ik het feit  dat je bij een geestelijke in een bepaalde setting je hart kun uitstorten…

Het blijkt ook wel dat door alle tijden heen veel mensen, kerkelijk en niet-kerkelijk,  op zoek zijn naar een onbevooroordeeld klankbord, een klaagmuur, een praatpaal. Dat bracht organisatieadviseur Richard Koopman op een idee. Hij bedacht een site waarop werknemers kunnen biechten. „Een werkzonde is een van de grootste taboes van een organisatie.” Op de site (biechtenophetwerk.com) kunnen werkzonden anoniem opgebiecht worden. Op de site kunnen mensen met een slecht geweten kiezen tussen de zeven hoofdzonden. Zo schrijft iemand onder de hoofdzonde jaloezie: „Ik ben jaloers op een collega. Ik heb uit afgunst enkele knopen van haar nieuwe jas afgeknipt terwijl ik wist dat het een hele dure jas was.”

Wat is dat toch dat mensen redelijk openhartig zijn over hun zonden als ze die anoniem ergens kunnen uiten? Voelt men zich opgelucht als men de zonden toegeeft?

Ik denk dat de biecht, in een bepaalde vorm, best ingevoerd zou kunnen worden, ook in een protestante cultuur. Ik denk zelfs dat het zo’n verlichting voor bepaalde personen kan betekenen die de overbelaste geestelijke gezondheidszorg zou kunnen ontlasten.

Oké, ik weet het: het klinkt als een persoonlijke biecht… maar het lucht enorm op!

Volgende maand ploft de nieuwe Ikea-gids op de mat. Met jaarlijks 180 miljoen exemplaren is de 300 pagina’s dikke catalogus het meest verspreide drukwerk ter wereld. De gids verschijnt in 28 talen. Harry Potter en Gods Woord kunnen daar zelfs niet tegen op. De Bijbel, eeuwenlang onbetwist op nummer één, is namelijk op forse achterstand gezet. Alleen al in Nederland krijgen jaarlijks 6,3 miljoen huishoudens de gids.  Naar schatting worden er jaarlijks tussen de 50 miljoen en 150 miljoen Bijbels verkocht. Critici vragen zich wel af of Ikea trots moet zijn op het enorme papierverbruik. Het bedrijf maakt immers goede sier met een reductie van verpakkingsmateriaal. Anderzijds is er nog wel die gigantische papierberg, goed voor een enorme houtkap. En dat terwijl de gids na een jaar weer wegkan, in tegenstelling tot de Bijbel.

Op zich is dit bericht niet echt opzienbarend: al eerder schreef zich op dit blog dat het christendom in de westerse wereld op zijn retour lijkt te zijn. Kerken lopen leeg en het lijkt erop dat mensen hun spirituele behoefte op een ander manier trachten te bevredigen. En ja, dan zie dat de Ikea-gids de Bijbel inhaalt. Zeker als de gids van 2009 de veelzeggende leader draagt: design your own life,  ‘ontwerp je eigen leven’. Het lijkt er steeds meer op dat de mens probeert haar eigen leven te ontwerpen en op te bouwen zonder rekening te houden met God en de naaste. En dat de Bijbel dan minder verkocht wordt dat spreekt voor zich. In de Bijbel wordt immers de boodschap verkondigt dat de mens niet als een individualistisch schepsel op deze aarde is geplant, maar in afhankelijkheid leeft, in relatie leeft met zijn Schepper en de naaste.  Het is alleen maar de vraag of het design your own life de mens werkelijk voldoening geeft, of wordt het, de analogie met de Ikea volgend, om de zoveel jaar weer ingeruild voor een nieuw interieurtje, de volgende trend?  

Design your own life;  geeft dit werkelijke troost?…

Design your own life; hoe graag houden we ons leven niet graag niet zelf in de hand, richt ik graag zelf in?…

Design your own life; een tijdelijke hype, want de gids kan alweer na een jaar weg, inruilen voor de eeuwigheid?…

Oké, misschien is het komkommertijd maar het blijven toch altijd weer leuke onderzoeken die gedaan worden in de zomer. Neem nou dit onderzoek: Nederlandse christenen sparen meer en beleggen minder risicovol dan niet-christenen. Dat blijkt uit een onderzoek van twee economen van de Universiteit van Tilburg.Ook vinden zij het belangrijker om geld na te laten aan hun kinderen. In het onderzoek ‘Where angels fear to trade: The role of religion in household finance’ stellen Luc Renneboog en Christophe Spaenjers dat religieuze huishoudens meer geld opzij zetten dan niet-religieuze huishoudens.

Het enige wat je kunt met dit soort onderzoeken is er een beetje over doormijmeren. Want laten we eerlijk zijn: wat is er verder de relevantie van…

Wat me eigenlijk altijd weer verbaasd is dat christenen het altijd lukt om zoveel geld over te houden: meestal hebben grotere huishoudens en geven ze meer geld uit aan goede doelen (en dat is nog exclusief het geld dat ze kwijt zijn aan hun eigen geloofsgemeenschap).  spaarvarkenEn het geld wat ze dan overhouden zetten ze weg op een spaarrekening of beleggen ze.

Protestanten en mensen van evangelische kerken hebben meer gevoel van financiële verantwoordelijkheid. zo besluit het artikel. Ik vraag me af of dit te maken heeft met het ouderwetse weberiaanse idee dat de protestant een arbeidsethos heeft van hard werken en sober leven, het voorportaal van het kapitalisme? Immers, zo stelde Max Weber voor een protestant kon het kapitalisme niet alleen een uitwendig gebeuren zijn, maar moest het ook bezield zijn door een bepaalde ‘geest’. Deze ‘kapitalistische geest’ uitte zich in de levensstijl van individuen, zoals hard werken, een door blijven werken ook als men voor het levensonderhoud al genoeg had, een niet verspillen van tijd, een continu streven naar gewin, sparen van geld in plaats van uitgeven (sober leven en een uitgestelde behoeftenbevrediging) (hierdoor waren nieuwe investeringen mogelijk) en een positieve waardering van welvaart. In landen waar wel de materiële voorwaarden voor het kapitalisme aanwezig waren, maar deze geest ontbrak, zette het kapitalisme zich niet door. Nodig was een religieus gevoed ethos dat mensen krachtig motiveerde tot dat nieuwe, het traditionalisme doorbrekende, handelen. Weber wilde aantonen dat het calvinisme en in bijzonder het engelse puritanisme de weg baanden voor deze kapitalistische geest. Het calvinisme zag de mens namelijk als rentmeester van God die de wereld zo goed mogelijk moest beheren voor Zijn eer (en niet ter eigen nutte). Deze roeping gold een ieder en niet alleen zoals in de Middeleeuwen voor de monniken. De calvinisten droegen de gedisciplineerde levensstijl de wereld in: ‘innerweltliche Askese’. En hoort daar dan ook sparen bij als het hebben van een appeltje voor de dorst?

Maar je kunt het bericht ook negatief uitleggen: christenen potten juist meer hun geld, zijn toch gericht op het hier en nu, terwijl ze juist goed zouden kunnen weten dat het niet alleen draait om het heden.

Zou een christen niet moeten streven naar een economie die in sociaal en ecologisch opzicht duurzaam is, dat wil zeggen niet het milieu vernietigt en niet leidt tot sociale uitsluiting, armoede en vergroting van sociale ongelijkheid. Specifieke aandacht behoeft de verhouding tussen armoedebestrijding en milieu. Om armoede te bestrijden is economische groei noodzakelijk, die onvermijdelijk beslag legt op milieu en schaarse hulpbronnen. Met tegengaan van verspilling en technologie zijn schadelijke gevolgen van deze groei en van de consumptie van middenklassen en rijken in te perken, maar dat zal niet voldoende zijn. Onvermijdelijk is dan ook als men verdere milieuvernietiging wil tegengaan dat middenklassen en rijken een consumptiepatroon ontwikkelen dat minder een beslag legt op het milieu. Dat betekent anders en minder consumeren.  Kortom, die ouderwetse terminologie van rentmeesterschap. En dat kost een paar centen…
Christenen sparen meer…

Is dat een deugd, een goed teken voor een christen dat hij zoveel geld overhoudt voor de spaarrekening?

Laatst weer een opmerkelijk bericht: Politieagenten wreven maandagochtend vroeg op de A20 bij Rotterdam eens goed hun ogen uit. Op de vluchtstrook van de snelweg zat een man te dutten op een regisseursstoel.
Hij droeg een EHBO-tasje en een oranje veiligheidsvest en had bovendien een wc-rol om zijn nek hangen.

Allerlei vragen borrelden bij mij op: Wat zou zo’n man bezield hebben? Was het een opname voor een nog onbekende film? En vreemd genoeg zag ik ook meteen een overeenkomst van een soap die gaande is in medialand: de gekte en de verwarring rondom de Evangelische Omroep. De ma in de regisseursstoel moet de directeur zijn van de EO, die misschien even heeft zitten dutten toen hij was vergeten in te schatten wat het nieuws van omstreden Arie niet te weeg zou brengen bij de gemêleerde achterban van de EO. wegwerkzaamhedenSommige daarvan willen voortrazen over de grote mediasnelweg, meegaan met the flow zonder het eigen geluid te laten verstommen. Anderen willen juist alleen dat eigen authentieke, misschien nostalgische geluid blijven horen en zo snel mogelijk van die snelweg afkomen om in eigen tempo (onder luid gejubel) rustig een B-weg te berijden: bekende omgeving, geen plotselinge zaken die je kunnen opschrikken. En daar zit hij dan, de man langs de snelweg; E(HB)O-tasje bij de hand voor het letsel dat wordt geleden, om wonden te verbinden, pijn te verzachten. WC-rol in de buurt om strepen en kaders die door anderen worden getrokken eventueel uit te vegen, openingen er in te maken. En terwijl hij daar zit is hij ingedut… het maakt hem zo moe dat dilemma: hoe moeten we weer invoegen op deze mediasnelweg, moeten we weer invoegen en hoe houden we in die kruiwagen vol kikkers al die beesten binnenboord.

Sterkte Evangelische Omroep. Het blijft een enorme klus om die hoekige, die controversiële boodschap van Gods Woord uit te dragen. Niet alleen krijg je kritiek van buitenaf, ook van binnenuit en van allerlei goedbedoelende aan wal staande stuurlui krijg je kritiek.

Loopt een man over de snelweg…

Haalt hij de overkant?