De reclamejongens (en meiden) van het telecombedrijf BEN® flikken het elke keer weer, ze krijgen mijn attentie. Jaren geleden opgericht om de grote telecomaanbieders te beconcurreren met scherpe prijzen, zetten ze hun merk met prikkelende reclame-uitingen in de markt. En ook de huidige tv-spot is op zijn zachtst gezegd uitdagend. Eerst maar even het script:

Hallo, ik wil nergens aan vast zitten
En ik kan gaan waar ik wil
Ik zit niet vast aan Nederland, en de hokjes
Niet aan werk of een vriendje, gelukkig niet
Ik bepaal zelf waar ik in geloof
Ik ben vrij om mijn eigen weg te kiezen
Ik ben BEN
En ik ben verlost

Het leest als statement van de moderne, vrije mens: verlost zijn van welke band dan ook. Zit trouwens misschien heel subtiel in die een na laatste zin een verwijzing naar het tetragrammaton (de vierletterige Hebreeuwse aanduiding YHWH, de godsnaam, te vertalen met ‘ik ben die ik ben’)? De mens als God in zijn eigen gedachten zoals Willem Kloos dat ooit dichtte wordt mooi met woorden omschreven. Ik ben vrij, Ik bepaal zelf wel wat ik geloof, Ik ben verlost, Ik ben BEN!

Een vraagje met een verwijzing naar die reclameposter van hierboven: kom je daarmee echt terecht?

Ik vraag het me af…

‘De kerk wordt marginaal omdat ze internet niet weet te gebruiken’;  dit schrijft internetadviseur Eric van den Berg aan de predikanten van Nederland.
Hij constateert dat het gros van de predikanten en de kerken in Nederland te weinig of geen aandacht besteedt aan de nieuwe media zoals Facebook, Twitter of Hyves en andere nieuwe media.Bijbel als social book
Zij manifesteren zich te weinig op deze media waar zinzoekers van buiten en ook eigen kerkleden zich wel ophouden.
Een gemiste kans… en het is, ondanks de gangbare mening over de kerk, niet normaal dat de kerk zich niet innoverend opstelt. Immers, ik las laatst in Van Petrus tot Constantijn. De eerste christenen van Pierre Trouillez dat de christelijke kerk in haar eerste jaren heel vernieuwend bezig was. ‘Als specifieke “godsdienst van het Woord”  was christendom veel gelegen aan de verspreiding van zijn boodschap. In de christelijke gemeenschappen had er een belangrijke breuk plaatsgevonden met de leesgewoontes van die tijd: ze gebruikten een codex, of het boek, voor hun bijbelse teksten terwijl niet-christenen zich vooral bedienden van de rol. De codex was compacter en dus geschikter voor mensen die vaak onderweg waren. Bovendien maakt de boekvorm het eenvoudiger om van de ene tekst naar de andere te bladeren. Hierin zien we de alertheid van de eerste christenen op de (nieuwe) media.’
Ik hoop dat de kerken en de predikanten weer iets van dit elan mogen ontdekken en zo ook de nieuwe media mogen ontdekken en gebruiken!!
Want op dit moment lijkt de kerk beter in intranet (dat is een privaat computernetwerk binnen een organisatie) dan in internet en nieuwe media.

Het zit de Protestantse Kerk ook niet mee… Las ik laatst dat de naam Protestantse Kerk in Nederland, kortweg PKN, nou niet echt bij veel mensen bekendheid op riep, nu wil ze zich richten op groepen mensen waar de kerk geen aansluiting bij heeft. De groep waar de kerk aansluiting bij wil krijgen is de ‘materialistische burger’, want de kerk vindt haar aanhang onder de traditionele burgerij en de postmaterialisten. Vanuit de PKN zal er een campagne op touw worden gezet om kerkelijk werkers, predikanten en andere werkers in de kerk er van bewust te maken dat ze ook deze mensen moeten kunnen aanspreken.

De kerk blijkt, volgens onderzoek, afwezig in het leven van de ‘moderne burgers’, 35 procent van de Nederlanders. Zij zijn statusgevoelig, consumeren en genieten lustig mee in onze materialistische samenleving, terwijl ze tegelijk sommige tradities als het huwelijk handhaven. Ze zijn weliswaar niet betrokken bij een kerk, maar missen soms de rol van het geloof bij levensvragen. Ze gaan voor de kleine kring en hebben behoefte aan medeleven op de moeilijke momenten in het leven. Onder de postmoderne burgers, ook een onbereikte groep, vallen niet alleen de mensen die kritisch staan tegenover de consumptiementaliteit, maar ook degenen die er een hedonistische levensstijl op na houden. Daarnaast zijn er de kosmopolieten, wereldburgers met een brede interesse die rationeel zijn en spiritueel en een afkeer hebben van oppervlakkigheid.

Oké, ik weet het, het zijn alleen maar namen en etiketten, maar zijn de mensen die behoren tot de traditionele burgerij ook niet materialistisch ingesteld en misschien geldt dit in mindere mate ook voor de postmaterialisten? Zijn wij niet allemaal moderne en postmoderne mensen?

Is de kerk soms de aansluiting met heel Nederland kwijt?

Moet de kerk zichzelf weer opnieuw uitvinden?

In de State of the Union (zeg maar: de jaarlijkse troonrede van de president van de Verenigde Staten van Amerika) had Barack Obama het dit jaar over het Spoetnikmoment. Amerika heeft weer zo’n moment nodig. Obama refereerde aan de tijd na de Tweede Wereldoorlog toen de toenmalige Sovjet-Unie als eerste supermacht de Spoetnik in een baan rond de aarde kon lanceren. Obama merkte op dat de VS destijds nog geen eens de kennis bezat om überhaupt de strijd aan te gaan met dit feit. Toch bleef de VS niet op haar achterste zitten. Vanuit pioneersgeest, doorzettingsvermogen en wilskracht hebben ze uiteindelijk een antwoord kunnen leveren op de lancering van de Spoetnik. En in het kielzog van dit antwoord werd er een scala aan nieuwe bedrijven en banen gecreëerd die de economie ook nog een boost gaven.

Onwillekeurig moest ik denken aan de situatie van het christendom in het Westen. Zouden wij ook een ‘Spoetnikmoment’ moeten benutten? Kijkend naar het rijke verleden van het christendom zouden ook wij op innovatieve wijze om moeten gaan met de uitdagingen die op ons pad komen. Daar zouden wij open voor moeten staan en het niet als bedreiging van zo vertrouwde structuren moeten zien.

Enige tijd geleden las ik het boek De sprekende slang. Een kleine geschiedenis van laaglands fundamentalisme van Nico Dros. Het boek handelt over de opgang, bloei en ondergang, kortom de Werdegang van de protestantse kerken op het eiland Texel. Deze geschiedenis wordt verhaald vanuit een conflict rondom ‘de sprekende slang’ uit het begin van de twintigste eeuw. Wie meer over dit kerkhistorisch conflict wil lezen moet maar ergens anders informatie halen, want daar gaat deze column niet over.

In deze column wil ik graag aandacht besteden aan het eind van het boek. Dros beschrijft hoe na de dorpsjongeren ook steeds meer ouderen de kerkgang en de zondagsheiliging veronachtzamen. Dros heeft het dan over ‘een frisse remonstrantse geest’ waarbij de kerk zijn deuren openzette voor noden elders in de wereld, armoede en onderontwikkeling,  ‘het lot van kneuzen tussen de keerkringen’. Maar in weerwil tot deze ontwikkeling constateert Dros ook iets anders: ‘alsof de samenstelling van de lokale bodem ertoe aanzet dat iedere keer opnieuw het plantgoed van de vroomheid eruit opschiet. In de schaduw van de verwaterde synodale gereformeerde kerk is een nieuw rechtzinnig genootschap stilletjes ontloken. Het gaat om de zogeheten “Gereformeerde Gemeente” alias de zwartekousenkerk.’

Afgezien van negatieve connotatie waarmee Dros deze ontwikkeling kwalificeert spreekt hij wel over ‘vroomheid in de schaduw van een verwaterde kerk’.

Het geeft te denken…

Onlangs kopte het Nederlands Dagblad met Christenen zijn ‘gewone mensen‘. Uit  een onderzoekje in opdracht van de Alpha-cursus was nemelijk gebleken dat de helft van de Nederlanders christenen ziet als gewone mensen. Oké, de daarna meest gebruikte typeringen voor christenen zijn ‘schijnheilig’ (22 procent), ‘behulpzaam’ (20 procent), ‘liefdevol’ (17 procent), ‘sociaal actief’ (16 procent) en ‘betweterig’ (14 procent). Maar toch, de helft van de Nederlanders vindt christenen ‘gewone’ mensen.Hoe moeten we dit ‘gewoon’ waarderen? Als compliment of als uitdaging?

ik moest even terugdenken aan het referaat van prof.dr. Samuel Wells, onderzoekshoogleraar christelijke ethiek aan de Duke University in de Verenigde Staten. Hij sprak enige tijd geleden op het jubileumcongres van het blad Wapenveld dat zich bezint op geloof en cultuur vanuit christelijk perspectief. Om de kerk en en de christenen in de 21ste eeuw te beschrijven nam hij zijn uitgangspunt in het beeld van David en Goliath. Zijn stelling: de kerk in Europa was ooit David, maar is steeds meer Goliath geworden. Zij werd de uitvergrote, onbuigzame machthebber die haar leven begon door ontwijken. Groot en een factor waar rekening mee moet worden gehouden. Een door God gegeven status. Vanuit eenzelfde proces beschrijft Wells ook de christenen (zie hiervoor ook zijn boek Improvisation, The Drama Christian Ethics); het lijkt alsof christenen staan voor democratie, rechtsstaat en vrijheid van meningsuiting. Maar zijn er niet waarden die fundamenteler voor christenen zijn dan die, waarden die in veelzeggende spanning staan tot die van de seculiere staat? Generaties christenen zijn gevormd om goede discipelen van een seculiere staat te zijn; maar de staat was nooit de kerk. Christenen zouden niet als Goliaths moeten zijn, die de staat domineren, maar als Davids moeten zijn die vernieuwd zijn in de praktijk en de uitvoering van het leven als discipelen van Jezus.

Goliath zijn staat voor mij gelijk aan trachten zo ‘gewoon’ mogelijk te worden gevonden en het nastreven van een status. Ik meen met Wells dat een christen geroepen is David te zijn. Niet bang zijn ‘vreemd’ te worden gevonden, maar buiten de gebaande wegen op zoek te gaan naar het leven als discipel van Jezus.

Met deze woordspeling vraagt Hans Eschbach, directeur van het Evangelisch Werkverband binnen de PKN, in het Nederlands Dagblad aandacht voor zijn stelling dat jongeren hun geloof niet beleven in de reguliere eredienst. Volgens hem moet we erkennen dat jongeren zich niet thuis voelen binnen de kerkelijke structuren. Volgens Eschbach dient de Protestantse Kerk dit te erkennen. ‘Zij moet erkennen dat de eredienst bij jongeren voor hun geloofsbeleving niet in beeld is. De jeugd moet ruimte krijgen om in hun taal en met hun muziek vorm te geven aan ‘aanbidding van en toewijding aan de Heer van de kerk’. ‘Dan is er hoop.’ Alle ‘experimenten’ om jongeren bij de eredienst te betrekken ten spijt moet worden erkent dat de gemeente van Christus niet maakbaar is. ‘We hebben meer behoefte aan knieologie, aan mensen die biddend op de knieën gaan, dan aan theologie. We moeten het niet hebben van onze denkramen of slimme methodes, maar van onze afhankelijkheid van God.’

De observatie van Eschbach lijkt mij meer dan terecht. Ik moest meteen denken aan de eerste regels van psalm 127 ‘Als de HEER het huis niet bouwt,
vergeefs zwoegen de bouwers’.

Is mijn stelling te bot als ik zeg ‘als we niet snel genoeg op de knieën gaan, houden we een rollatorkerk over?

Welke ‘kerk zonder drempels’ verkiezen wij?

De oecumenische christengemeenschap uit het Franse Taizé ging ook dit jaar weer on (winter)tour. Voor de  33ste keer vond de Europese jongerenontmoeting dit jaar voor de eerste keer plaats in Rotterdam. 30.000 jongeren waren van 28 december 2010 tot en met 1 januari 2011 samengekomen in Ahoy. Tezamen gaven ze vorm aan hun (zoektocht naar) geloof. In een tijd dat individualisme hoogtij viert vind ik dit een verademing! Verschillende mensen gaven aan dat het hun sterkte om samen die zoektocht aan te gaan.

‘Tuurlijk, de huidige kerkvormen moeten misschien behoorlijk herzien worden, maar het hyperindividualisme blijkt toch ook geen antwoord te zijn.

Geloven doe je samen! De grondbetekenis van religie is ‘verbinden’, dus ook verbinden van mensen! Met elkaar en met God!

God zond niet naar onze gekwelde wereld

Technische bijstand

Gabriël met een groep experts

Hij zond geen voedsel

Ook geen  afgedankte kleren

Evenmin verstrekte Hij leningen

op lange termijn

Liever kwam Hij Zelf

Geboren in een stal

Hongerend in de woestijn

Naakt aan een kruis

En delend met ons

Werd Hij ons brood

En lijdend met ons

Werd Hij onze vreugde

Het is al weer een tijdje geleden dat ik op het bovenstaand gedicht van een onbekende dichter uit Hongkong stuitte. Voor mij verwoordt dit gedicht op een uitstekende manier  het gevoel dat ik heb met Kerst: aan de ene kant houd ik ontzettend veel van dat  overweldigende  gevoel van ‘peis en vreê’ dat dit feest omgeeft. Of zoals het lied ‘Eeuwige Kerst’ het eens zong:

Op eerste kerstdag zijn alle mensen vrienden
Op tweede kerstdag zijn grote mensen klein
Op derde kerstdag gaan alle deuren open
Kon het maar altijd kerstmis zijn
Op vierde kerstdag, dan gaan de wapens roesten
Op vijfde kerstdag bloeit graan in de woestijn
Op zesde kerstdag breekt overal de zon door
Kon het maar eeuwig kerstmis zijn

Waarom is er nog geen vrede
In een wereld waar door niemand
Honger, pijn of armoe wordt geleden

Tja, en dan is de kersttijd voorbij, de ballen zijn weer  opgeruimd op zolder en de boom  weer versnipperd tot compost en breekt weer de koude, harde werkelijkheid aan. Weg dat warme kerstgevoel. Over tot de orde van de dag. En daar zit voor mij die andere kant van Kerst. Want wat willen we: dat God alles goed zal maken, dat Hij met een stelletje knappe koppen zou komen om alles wat verkeerd gaat in de wereld goed te maken, dat wapens zomaar vanzelf gaan roesten? Dat we lekker kunnen uitbuiken van ons overvloedig kerstmaal en het verder allemaal wel goed zal komen?

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd   een kerk getroffen door een bom en van het daar aanwezige Christusbeeld werden de handen afgerukt.  Na de oorlog besloot het kerkbestuur het beeld niet te laten restaureren omdat het beeld zonder handen symbool stond voor het feit dat wij een taak hebben in de wereld ‘als de handen van Jezus’.

Jezus Christus kwam niet voor niets als klein kwetsbaar kind in deze wereld. Ook wij worden nu nog steeds opgeroepen om , aangestoken door Gods liefde, het Licht uit de dragen in de wereld.  Er voor te zorgen dat het kerstevangelie uitgedragen wordt in de wereld. Laat door ons handelen iets van dat Koninkrijk van God zoals bezongen in ‘Eeuwige Kerst’  werkelijkheid worden!

Ik wens een ieder gezegende feestdagen toe en dat we ook in het komend jaar ‘handen’ kunnen geven  aan de komst Gods Koninkrijk.

Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen.
Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen.
Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken.
Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding?
Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt.
Zijn jullie niet meer waard dan zij? Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?
En wat maken jullie je zorgen over kleding?
Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet.
Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen.
Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt,
met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden?
Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?”
Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben.
Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.
Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last.

Matteüs 6,19-34

De afgelopen jaren heb ik meerdere werkgevers gehad en dus verschillende pensioenbreuken opgelopen. Momenteel ben ik werkzoekend en bouw dus helemaal geen pensioen op. Ik begrijp dus goed de commotie die er momenteel (in ieder geval in de media) is rondom het nieuws dat een aantal pensioenfondsen moet ‘afstempelen’, waarmee dat uiteindelijk resulteert in het feit dat mensen nu en in de toekomst minder pensioengeld krijgen uitgekeerd. Waarom dan nu zo’n tekst als uit het evangelie naar Matteüs aangehaald waarin de nadruk ligt op niet bezorgd zijn? Veel mensen maken zich toch echt zorgen over de hoogte van de uitkering van hun verplichtte bijdrage aan het  pensioenfonds.

Oké, mijn hart is dan wel ergens anders, maar de rest van mijn lichaam moet toch ook in deze wereld onderhouden worden? Ik kan mijzelf toch niet vergelijken met vogels en lelies?

Natuurlijk mag je zorgen (en je zorgen maken) voor de toekomst, maar laat het niet je leven beheersen. Uiteindelijk ben je  geborgen in de zorg van je Vader voor jou!