Het lezen van reacties op Donald Trumps verkiezingsoverwinning
in verschillende nieuwsmedia de afgelopen dagen
was een les in het hedendaagse politieke landschap:

Voor linksgeoriënteerde media ziet de toekomst er somber uit.
Men klaagt dat
‘we moeten leren leven met een Amerika
waar een overweldigend aantal van burgers
een president heeft gekozen die de meest fundamentele waarden en tradities
van de democratie, de grondwet en zelfs het leger met minachting aanhangt.’
Of het wordt ‘een buitengewoon, verwoestend moment
in de geschiedenis van de Verenigde Staten’ genoemd.
Het lijkt wel een seculiere versie van de preek ‘Wee ons, het einde is nabij’.

Maar als je de rechtse media bekijkt, zie je een mengeling van gejuich
– ‘Trumps triomf is een ramp voor de egocentrische, deugdzame elites!’-
en optimisme dat er een nieuwe dag aanbreekt.
Trump zelf prees de komst van een ‘gouden eeuw’ voor het Amerikaanse volk.
Een welkom stukje goed nieuws voor degenen aan de rechterkant.

Aan beide kanten is de apocalyptische noot moeilijk te missen:
‘2024 is het echte werk, een revolutionair moment,
een herinrichting en heroriëntatie van de Amerikaanse
en westerse politiek rond nieuwe principes.’
‘er niets dan slecht nieuws is voor Europa
in de Amerikaanse verkiezingsoverwinning van Donald Trump.
De enige vraag is hoe erg het zal worden.’

Direct na zulke verkiezingen is er altijd
een beetje van deze apocalyptische toon te horen:
wie herinnert zich nog hoe George W. Bush een rampzalige campagne voerde
voor een machtswisseling in het Midden-Oosten.
Of hoe Barack Obama begon met grote hoop,
een tweede termijn won,
maar de wapenwetten niet veranderde
en over algemeen werd beschouwd als degene die de VS verzwakte
door een mislukt buitenlands beleid.
En ook Joe Biden zou hebben gefaald omdat hij de inflatie liet toenemen
en de Amerikaanse grenzen te poreus liet worden.

Ja, ook Donald Trump zal falen.
Hij kan, zoals hij beloofde, een verbeterde economie opleveren.
Hij kan illegale immigratie tegengaan.
Dat is tenslotte de reden waarom velen op hem stemden.
Maar uiteindelijk zal hij teleurstellen.
Dat zou Kamala Harris ook hebben gedaan als zij had gewonnen.
En dat is niet om deze specifieke leiders te bekritiseren.

Het is altijd verleidelijk om in tijden als deze naar apocalyptische taal te grijpen.
Maar de echte betekenis van ‘apocalyps’ is ‘openbaring’ of ‘onthulling’.
Als we het op langere termijn bekijken,
is het echte apocalyptische moment in tijden
als deze misschien wel de onthulling van de ware plaats van politiek
als belangrijk, maar niet hét belangrijkst.
Deze momenten onthullen de ontoereikendheid
van alle menselijke koninkrijken,
en ons verlangen naar een ander koninkrijk,
een koninkrijk van ‘rechtvaardigheid,
vrede en vreugde in de Heilige Geest’ zoals de Bijbel het zegt,
dingen die geen enkele regering of verkiezingsuitslag ooit kan leveren.

Politiek is belangrijk omdat we het in de samenleven belangrijk vínden.
Maar wat politiek op zijn best kan bieden
– een goed functionerende economie, wet en orde,
het beheren van goede internationale relaties –
gaat maar tot op zekere hoogte om een bloeiend leven mogelijk te maken.
Net als terugkeren naar een bekende verlangen
waarvan we denken dat we er eens en voor altijd gelukkig van kunnen worden.
Ondanks de talloze keren dat het eerder is mislukt,
geloven we op de een of andere manier steeds weer
dat politiek al onze problemen kan oplossen.
Trump will fix it, Trump zal het oplossen’, zeiden de spandoeken
– hoewel dat in feite is wat elke politicus belooft.
Maar Jezus waarschuwde al:
‘Velen zullen in mijn naam komen en zeggen “Ik ben het”,
en veel mensen op een dwaalspoor brengen.’ (Mattheüs 24,5)

Waarschijnlijk zal Donald Trump niet zo slecht zijn als velen vrezen,
en niet zo goed als velen hopen.
Want politiek is nooit het laatste woord.
Zoals de Amerikaanse theoloog Matthew Burdette het onlangs verwoordde:
‘De oplossing voor onze politiek is geen politieke oplossing.
Stemmen op de juiste of de verkeerde kandidaat
zal de situatie niet veranderen:
de duivel is onpartijdig, zolang politiek onze afgod is.
Nee, wat nodig is, is fundamenteel en grondig spiritueel.
Alleen als we met de profeet Jesaja kunnen zeggen
dat “de volken zijn als een druppel uit een emmer,
en worden gerekend als stof op de weegschaal,” (Jesaja 40,15-17)
En
“ Vertrouw niet op mensen met macht,
op een sterveling bij wie geen redding is.
Stokt zijn adem, hij keert terug tot de aarde,
op die dag gaat hij met zijn plannen ten onder.” (Psalm 146,3-4)
dat wil zeggen, alleen als we tegen de horizon
van het ultieme kunnen zien hoe klein onze zorgen zijn,
zullen deze relatieve, voorlaatste dingen zoals politiek
worden rechtgezet en hun ware betekenis in ons leven krijgen.’

 

Ik ga verder met de checklist voor Bijbellezen:

gelovig
– Heb ik me bedacht dat de Bijbel een geloofsboek is?
Bijbellezen is ‘anders’ dan gewoon lezen.
De Bijbel zegt van zichzelf dat het een levend en krachtig Woord is,
dat jouw leven wil aanraken en beïnvloeden.
Verwacht je dat ook, als je de Bijbel openslaat?
Sta je daarvoor open?
Ben je op zoek naar concrete en relevante woorden voor jouw leven?
Dat de Bijbel een geloofsboek is, wil vooral zeggen
dat het een Boek is dat eerst en vooral gericht is
op de ontmoeting met de Levende Heer!

– Heb ik gebeden om Gods Geest?
De Heilige Geest raakte mensen aan,
waardoor zij de teksten schreven
die later onze Bijbel zijn gaan vormen.
Maar de Heilige Geest is nét zo belangrijk
bij het lezen en overdenken
en bestuderen van de Bijbel!
Hij is de Tolk
die jou wil bijstaan
bij het lezen van de Bijbel.
Vraag Hem om zijn nabijheid!

 

In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen
heb ik me wat meer verdiept in ‘toolbox’ 
van nationalisten en vooral populisten
Eén van de middelen waar vooral populistische politici gebruikmaken
is het middel van de zondebokideologie:
je framed een zaak die veel mensen bezighoudt,
je roept het uit tot ‘crisis’
en vervolgens probeer je een groep daarvoor
tot zondebok te maken.
In Nederland zie je bijvoorbeeld dat migranten
zo’n ‘status’ krijgen.

in Amerika zie je eenzelfde reflex:
J.D. Vance, de beoogd vice-president naast Donald Trump,
probeert dat bijvoorbeeld.
En daarbij tracht hij ook christelijke theologie
en christelijke waarden en normen
hiermee in verband te brengen.
Veel Amerikaanse politieke journalisten
moesten hun lezers een spoedcursus geven
in enkele van de meest controversiële ideeën in de moderne theologie.
In een recent artikel in Politico valt dat op
omdat het niet alleen een nietsvermoedend publiek kennis liet maken
met een filosoof, maar het hen (ons) ook vertelde
over de tegenstrijdige manieren waarop men die theoloog zou kunnen lezen.
En toch dwingen deze tegenstrijdigheden ons
om een moeilijkheid onder ogen te zien
waarmee iedereen die zich bezighoudt met democratisch debat te maken krijgt.

In het artikel wordt namelijk de impact van René Girards zondebokmechanisme
op Vance te onderzocht.
Daarmee wordt de invloed van Girards ideeën
in de intellectuele kringen rond J.D. Vance onderstreept.

Girard, een Amerikaans-Franse filosoof die in 2015 overleed,
wordt vooral herinnerd om zijn analyse
van de relatie tussen verlangen en conflict.
Girard stelt dat verlangen ‘memetisch’ is,
dat wil zeggen, het imiteert: ik wil wat ik zie dat anderen willen.
Dit leidt vanzelfsprekend tot conflict,
een conflict dat alleen kan worden opgelost door een zondebok.
Het identificeren van een zondebok, een out-group,
is een kracht die krachtig genoeg is om een gevoel
van solidariteit te creëren tussen degenen
die anders in conflict zouden zijn over gedeelde verlangens.

Politico liet zien hoe Vances lezing van Girard
zich zou kunnen verhouden tot Vances verdediging
van de valse suggestie van deze running mate
dat Haïtiaanse immigranten
de huisdieren van hun buren in Springfield, Ohio opeten.
Het ging zelfs zo ver om te suggereren dat
– in plaats van een verwerping van Girards analyse –
Vance begrepen zou kunnen worden
door het toepassen van een pragmatische lezing van Girard:

‘Hoewel Girard dat nooit ronduit heeft gezegd,
hebben sommige van zijn interpretatoren betoogd
dat Girards idee van de christelijke ethiek
– die in theorie een alternatief biedt
voor ritueel geweld als basis voor sociale cohesie –
in de praktijk niet kan dienen als basis voor een grote,
complexe en moderne samenleving.

Zondebok zijn is onvermijdelijk, gebruik het in je voordeel.
We kunnen niet precies weten
hoe deze of welke lezing van René Girard
dan ook een rol speelt in zijn politieke tactieken.
Wat we wel kunnen weten,
is dat Vances publieke fascinatie voor grote ideeën hem blootstelt
aan een beschuldiging waarop een gezonde democratie berust:
hypocrisie.

Daarentegen is er vaak een verrassende transparantie
in Trumps beroep op eigenbelang.
In juli sprak Trump een publiek toe en verklaarde:

‘Christenen, ga stemmen, alleen deze keer.
Jullie hoeven het niet meer te doen.
Nog vier jaar, weet je wat, het zal worden opgelost,
het zal goedkomen,
jullie hoeven niet meer te stemmen,
mijn mooie christenen.’

Hoezeer Vance en anderen ook proberen dit te veranderen,
er zit weinig ideologische inhoud,
geen substantie achter ‘Make America Great Again
voor zover Trump het vertelt.
Het is politiek op zijn meest transactioneel
en wat Trump zijn aanhangers biedt, mooi of niet,
is zo vaak een zondebok.
Trump is hier doorgaans vrij open over en,
hoe lelijk dit soort politiek ook is,
er zit een vreemd soort eerlijkheid in.
Maar Vance is anders.
Hij heeft ‘grote ideeën’.
En hoe vreemd u deze ideeën ook vindt,
en hoeveel spanning er ook lijkt te zijn
tussen zijn liefde voor René Girard
en zijn zondebok-zijn van Haïtiaanse immigranten,
democratie is beter voor die spanning.
Constructief democratisch debat is in zekere zin afhankelijk van hypocrisie.
Zonder hypocrisie zou democratie
niets meer zijn dan een onderhandeling over puur eigenbelang.

De eerste generaties christenen liepen tegen een soortgelijk probleem aan.
De wet waarvan ze geloofden dat ze die van God hadden gekregen,
toonde hun een visie voor het goede leven,
net zoals het alle manieren waarop ze tekortschoten onthulde.
Zoals de vroege kerkleider Paulus schreef:
door de wet komt de kennis van zonde.’
We kunnen eraan toevoegen
dat door politieke ideologie
of aspiratie de kennis van politieke hypocrisie komt.

Als Vance nooit publiekelijk de theorie van Girard had onderzocht,
als hij alleen maar een opportunist was geweest,
meer zoals Trump,
dan hadden we één middel minder gehad om hem ter verantwoording te roepen.
Elke politicus zal tekortschieten als hij wordt beoordeeld
op zijn publieke ideologische aspiraties.
En hoe meer ideologische aspiraties,
hoe groter de beschuldiging van hypocrisie.
Hypocrisie zal altijd worden aangetroffen
waar we mensen vinden die debatteren
en streven naar ideeën die perfecter zijn dan zijzelf.
Ik verdedig geen enkele individuele hypocrisie;
de inwoners van Springfield, Ohio en nieuwkomers in de VS
verdienen zoveel beter.
Hypocrisie is altijd teleurstellend,
maar minder teleurstellend dan de alternatieven:
ofwel een naakte jacht op eigenbelang
of een naïeve verwachting van ideologische zuiverheid.

De vraag voor ieder van ons in een democratie is
hoe we met hypocrisie kunnen leven,
het verwachten en tegelijkertijd meer verwachten
van degenen die ons in een openbaar ambt willen dienen.
En een moment van introspectie onthult dat het een last is
waarmee ieder van ons ook geconfronteerd wordt:
de schandelijke kloof
tussen mijn aspiraties voor mijn leven en de realiteit.
De vraag hoe we met deze hypocriete politici leven,
is eigenlijk de vraag hoe we met onszelf leven?

Daarmee keren we terug naar Girard.
Hij beweerde dat Jezus Christus
vrijwillig een doorzichtig onschuldige zondebok werd
en daarmee het mechanisme ondermijnde.
In het Politico-artikel wordt Vance als volgt geciteerd:

‘In Christus zien we onze pogingen om de schuld
en onze eigen tekortkomingen op een slachtoffer te schuiven
voor wat ze zijn:
een moreel falen, gewelddadig geprojecteerd op iemand anders.
Christus is de zondebok
die onze onvolkomenheden onthult
en ons dwingt om naar onze eigen tekortkomingen te kijken
in plaats van de schuld te geven
aan de door onze maatschappij gekozen slachtoffers.

De veeleisende logica van de kruisiging voorkomt
dat we zelfs de zondebokken van politici tot zondebok maken.

Maar Jezus’ dood is meer dan een belichaamde sociale kritiek.
Door naar ons toe te komen en te sterven
in de persoon van Jezus,
toonde God zijn liefde voor onvolmaakte mensen
die worstelen onder het gewicht van perfecte ideeën.
Hij kwam om het een thuis en de veiligheid te geven
die we allemaal wensen, vrij aangeboden aan hypocrieten.
Het punt van Christus’ dood is niet, althans in eerste instantie,
om mij te inspireren om anderen beter te behandelen.
Het is Gods onvoorwaardelijke aanbod
aan de gebroken en hypocriete,
als de gebroken en hypocriete,
niet zoals hij zou willen dat we zijn.

Paulus zegt het zo:
God bewijst zijn eigen liefde voor ons hierin:
toen wij nog zondaars waren, stierf Christus voor ons.
Ja, Gods genade is te dramatisch,
te sterk om ons niet te provoceren en ons op te roepen
om te veranderen,
maar zijn liefde komt tot ons vóór welke verandering dan ook.
Het komt tot ons zoals we zijn,
wij die onze hooivorken koesteren
en dat zelfingenomen gevoel
dat het allemaal de schuld van iemand anders is.

Als we de politiek instappen met het gevoel
dat dingen beter zouden kunnen,
kunnen we snel hypocriet worden.
Maar we mogen deze hypocrisie niet goedpraten;
we moeten onszelf en onze leiders ter verantwoording roepen.
En toch kunnen we dat dankbaar doen,
en dankbaar vastgehouden worden
door een God die voor hypocrieten op aarde kwam.

 

Nu de zomer echt is overgegaan in de herfst, kun je tegenwoordig niet meer ontkomen aan Halloween.

Net als Kerst lijkt de aanloop naar het uit de Angelsaksische landen
en vooral Amerika overgewaaide viering van Halloween
elk jaar eerder te beginnen dan de werkelijke datum van de viering – 31 oktober.

Al ver voor de datum kun je in de etalages van supermarkten en warenhuizen
de spinnenwebben zien verschijnen met een snelheid en intensiteit
waar elke spin jaloers op zou zijn.
De afbeelding van Google wordt behoorlijk spooky.
Waar je ook kijkt, overal zie je duivelshoorns
en zie je de dreigende blik van demonen.

Onze obsessie met deze feestdag kent blijkbaar geen einde. Maar waarom?

Commercieel gezien is het ongetwijfeld een geweldige geldmachine.
Maar kunnen we meer lezen in deze groeiende obsessie met Halloween?
Wat zegt het over de heersende stromingen in onze cultuur?

In veel Angelsaksische landen vindt Halloween haar oorsprong
in de traditie van een viering ter gelegenheid
van het einde van het oogstseizoen:
het oude Keltische festival Samhain (uitgesproken als ‘Sow-in’).
De Kelten, die bevolkten wat nu Ierland, Groot-Brittannië
en delen van Noord-Frankrijk is,
vierden hun nieuwjaar van zonsondergang
op 31 oktober tot zonsondergang op 1 november.

Samhain markeerde het einde van de oogst en het begin van de winter,
een tijd waarin de dagen korter en kouder werden.
Het werd gezien als de overgang van de lichte, vruchtbare helft van het jaar
naar de donkere, onvruchtbare helft.
Maar meer dan dit, Samhain werd gezien als een tijd
waarin de grens tussen de fysieke wereld
en de geestenwereld het dunst was, waardoor geesten
(zowel goed als slecht) erdoorheen konden.
Het was dus een tijd om voorouders en de doden te eren,
die naar verluidt terugkeerden
naar hun huizen om gastvrijheid te zoeken.
Dit ‘dunner worden van de sluier’
betekende ook de toegenomen aanwezigheid
van buitenaardse wezens zoals feeën (of erger),
die schade konden aanrichten als ze niet gunstig gestemd werden.
Er werden ook voedsel- en drankoffers achtergelaten
om zo de vrede met hen te verzekeren.

Op het festival van Samhain werden er
grote gemeenschappelijke vreugdevuren aangestoken;
er werden feesten gehouden ter ere van voorouders;
waarzeggerij en voorspelling werden
dan als bijzonder effectief beschouwd;
sommige tradities hielden in
dat men vermommingen en kostuums aantrok
om schadelijke geesten af te weren en te verwarren;
kleine voedseloffers werden achtergelaten
om ronddolende geesten te sussen.
Vee werd vaak geslacht vóór de komende winter.

Na de bekering van Europa tot het christendom
werd Samhain, onder invloed van het christelijk geloof, niet uitgewist,
maar in ieder geval in de ogen van de kerk, gekerstend, ingekapseld.
Met andere woorden, het heidendom werd niet zozeer weggevaagd
als wel opgeslokt, en vervolgens opnieuw gevormd
tot iets dat meer openlijk christelijk was,
maar met reeds bestaande culturele ondertonen die er nog steeds waren.

Zo werd Samhain, Allerzielen of Allerheiligen,
gevierd op 1 november, ter ere van alle gestorvenen (heiligen),
zowel bekend als onbekend, die de hemel hebben bereikt.
Qua leer benadrukt Allerheiligen het christelijke geloof
in de gemeenschap van heiligen
– de spirituele eenheid van de levenden en de doden in Christus.
Je kunt misschien dezelfde ‘dunheid’ van de sluier
tussen hun anderszins gescheiden werelden zien die daar wordt gemarkeerd.

De Engelse christelijk schrijver uit de 19de en begin 20ste eeuw G.K. Chesterton
beweerde altijd dat, paradoxaal genoeg,
het meest heidense nog steeds in de wereld de christelijke kerk is.
Hij begreep dat in het Westen in ieder geval al het heidendom
– de ontzag en het mysterie dat heidenen ooit koesterden
voor de natuurlijke wereld –
is bewaard in de tradities en rituelen van de kerk.
Het Halloweenfeest leek,
in ieder geval lange tijd,
een bijzonder duidelijk voorbeeld.

Er bestaat echter geen twijfel over dat in de meer recente decennia,
met de algemene afname van het christelijk geloof
en de opkomst van het secularisme
– althans in onze uiterlijke uitingen van cultuur,
zo niet noodzakelijkerwijs de innerlijke overtuigingen van ons hart
– de oppervlakkige vernis van het christelijk geloof
dit Halloween-feest heeft afgeworpen.
En wat we overhouden is iets dat openlijker heidens is, en zeker sinisterder.

Chesterton had al voorzien wat we nu zien in onze cultuur,
honderd jaar nadat hij het schreef.
Hij maakte zich niet al te veel zorgen.
‘Als we het heidense ideaal van een simpele en rationele zelfvoltooiing
nieuw leven inblazen en nastreven,
zullen we eindigen waar het heidendom eindigde.
Ik bedoel niet dat we in vernietiging zullen eindigen.
Ik bedoel dat we in het christendom zullen eindigen.’

Met andere woorden, als de maatschappij terugkeert naar heidense idealen,
was hij er zeker van dat het uiteindelijk terug zou leiden
naar het christendom vanwege de diepe morele ontdekkingen
en spirituele waarheden die het christendom biedt.

Aan de andere kant ben ik daar niet zo zeker van.
Historisch gezien keert wat ooit een heidense cultuur
was die is opgerold tot een christelijke cultuur,
niet terug naar diezelfde naïeve, zelfs ‘onschuldige’ vorm
van heidendom wanneer het christendom later wordt verworpen.
In plaats daarvan wordt de spirituele stemming postchristelijk. zelfs antichristelijk.
Ze creëert een vorm van heidendom zoals toegeëigend en aangepast
door de geest van de antichrist.
Dat lijkt dichter bij de waarheid te komen.

Kan het zijn dat de schijnbaar onophoudelijke verspreiding
van dit oude festival iets veel huiveringwekkenders
te zeggen heeft over onze cultuur?
In de eigen woorden van Jezus:
‘Dit is het oordeel:
het licht kwam in de wereld
en de mensen hielden meer van de duisternis
dan van het licht, want hun daden waren slecht.’ (Johannes 3,19)

Ook al is dit misschien dichter bij de waarheid,
de bewering van Christus is er altijd één van hoop geweest:
waar dood en duisternis is, moeten ook opstanding en licht volgen.
En in deze tijd van het jaar is het misschien nuttig
om een van de mooiste passages over licht en duisternis
ooit geschreven te herinneren:
‘In het Woord (Jezus) was leven
en het leven was het licht voor de mensen.
Het licht schijnt in de duisternis
en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.’ (Johannes 1,4-5)

Het is ook de moeite waard om te onthouden dat hoe eng
we onze pompoen ook maken,
we toch geneigd zijn om hem met licht te vullen.

Laten we dus niet te somber zijn:

Kerst komt er immers aan!

waarschijnlijk nooit door Luther uitgesproken, wel aan hem toegeschreven

 

Vandaag, 31 oktober, is het Hervormingsdag.
Eeuwen geleden zou de monnik Maarten Luther
95 stellingen hebben geslagen
op de deur van de Slotkapel te Wittenberg.
Al geruime tijd is onzeker of deze gebeurtenis echt heeft plaatsgevonden.
Degenen die over deze gebeurtenis vertellen,
waren in 1517 namelijk nog niet in Wittenberg.
Ook is het raadselachtig waarom deze stellingen
de naam ’95 stellingen’ hebben,
omdat er versies bekend zijn met andere nummeringen.
Ook voor de theologie van Luther en de reformatorische doorbraak
zijn deze stellingen veel minder kenmerkend
dan bijvoorbeeld Luthers commentaar op de Romeinenbrief.
Toch zijn deze stellingen een publicitair succes.
Ook al heeft Luther ze wellicht niet geslagen op de deur,
hij verstuurde ze wel op 31 oktober
naar enkele bisschoppen en gaf exemplaren aan zijn vrienden.
Binnen enkele weken werden ze over heel Europa gedrukt en verspreid.
Deze stellingen zijn het eerste mediasucces sinds de uitvinding van de boekdrukkunst.

Een eeuw later, in 1617,
een jaar voor het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog in Duitsland
beginnen de gereformeerden in de Palts de Hervormingsdag te gedenken.
Andere regio’s en ook de Lutheranen sluiten hierbij aan.
Zodoende kan de componist Johann Sebastian Bach in 1725
zijn cantate maken ter herdenking van de Hervorming.

In 1817 wordt de Hervormingsdag in Nederland ingevoerd.
De Franse tijd is net achter de rug.
Nederland heeft een koning uit het Oranjehuis.
De kerk krijgt in 1816 een nieuwe kerkorde:
het algemeen reglement.
Willem I wil naar Pruisisch voorbeeld
de Lutheranen en de Gereformeerden
in één kerk laten samenkomen.
De invoering van de (gezamenlijke) Hervormingsdag in 1817
is daarvan een voorbode.
Hervormingsdag is niet alleen een kerkelijk gebeuren.
hoewel het wel op zondag gehouden wordt.
Na de Franse tijd krijgt Nederland de Zuidelijke Nederlanden erbij
en heeft Nederland een grote katholieke bevolking
binnen de landsgrenzen.
Is Nederland nu een protestantse of een katholieke natie?
Hervormingsdag is aan de ene kant een poging tot oecumene
– Lutheranen en Gereformeerden -,
maar ook een poging tot afgrenzing: anti-katholiek.

Overigens: de synode draagt in 1817 op
Hervormingsdag te houden op de zondag na 31 oktober.
Pas rond 1850 Hervormingsdag op de dag zelf.

 

Een ander fenomeen
dat met deze huidige technologische ontwikkeling kan optreden
is de ‘angst voor het algoritme’.
Je kunt het omschrijven als ‘het besef dat we constant te maken hebben
met geautomatiseerde technologische processen
die buiten ons begrip en onze controle liggen,
of het nu gaat om onze Facebook-feeds,
Google Maps-routebeschrijvingen
of Amazon-productpromoties.’

Want we begrijpen algoritmes totaal niet.
Zelfs als we dat wel zouden weten,
zouden we niet weten hoe ze daadwerkelijk op ons werken,
omdat elk technologiebedrijf het geheim houdt,
zodat concurrenten er niet van kunnen leren.
Dit heeft ertoe geleid dat het algoritme
de nieuwste boeman van deze tijd is geworden,
een spook waar we in gesprekken naar kunnen verwijzen
om ons technisch onderlegd en cultureel onderlegd te laten klinken,
zelfs terwijl we in het duister blijven tasten.
Dat we een ‘konijnenhol’ in worden getrokken
waar we niet meer uit kunnen komen.
Zo kan een algoritme gaan werken.

Een van de vreemdste uitkomsten van de opkomst van het algoritme
zijn de schijnbaar enorme effecten op politiek en cultuur.
In de politiek heeft het mensen gepolariseerd,
ons in tegenovergestelde kampen verdeeld
en er vervolgens voor gezorgd
dat we alleen maar goede dingen horen over onze ‘kant’
en alleen maar krankzinnige dingen over de ‘tegengestelde’ kant.
In plaats van rustig naar een andere mening te luisteren,
slingeren we anderen beledigingen naar het hoofd.

Iets anders gebeurt met de cultuur.
Hier maakt het algoritme cultuur homogener;
Anders gezegd: het wordt meer ‘afgeplat’:
het populaire ‘bijzondere’ wordt populairder en het ‘gewone’ nog minder zichtbaar.
Het is een vreemde remix van Jezus voor het digitale tijdperk:
‘aan allen die hebben, zal meer worden gegeven…
maar van hen die niets hebben, zal zelfs wat ze hebben worden afgenomen.’

Er wordt bijvoorbeeld gezegd
dat het leven van een Instagram-bericht
wordt bepaald in de eerste vijf minuten:
Als mensen het ‘liken’, kan het zeker zijn van meer populariteit;
als mensen geen interesse tonen, zal het zinken.
Zichtbaarheid op sociale media is van vitaal belang
voor veel mensen, omdat dit is waar alle publiciteit begint.
Men probeert het systeem te omzeilen en proberen erachter te komen
wat voor soort content het algoritme zal promoten.
In het proces wordt hun creatieve expressie subtiel gecompromitteerd.
Mensen beginnen te schrijven in een stijl die aandacht trekt,
en wat aandacht krijgt, wordt bepaald door het algoritme.
Degenen die tweeten, weten hoe het korte, uitgeklede medium
hun leven begint te beïnvloeden als ze niet op X zijn.
Veel cultuur heeft nu het holle, lege gevoel dat het door algoritmen is gemaakt.
Het algoritmisch een synoniem is geworden voor alles wat te glad,
te reducerend of te geoptimaliseerd aanvoelt om aandacht te trekken.

Er is een tegenargument tegen deze ontwikkeling.
Vroeger werd wat we lazen, hoorden en zagen als culturele consumenten
bepaald door een kleine groep experts die content voor ons filterden.
Deze experts kwamen vaak uit een klein deel van de samenleving
die onvermijdelijk hun eigen vooroordelen inbrachten.
Hoewel dit waar kan zijn, is het nauwelijks een triomf voor het publiek
om een gevoelloze gadget – zoals het algoritme –
te laten beslissen wat het beste voor hen is,
op basis van wat we eerder leuk vonden
en wat de meeste mensen lijkt aan te spreken.

Maar de waarheid is dat we
door ons noodzakelijkerwijs over te geven aan het algoritme
(want welk alternatief is er online?)
enorme hoeveelheden cultuur missen die ons misschien wel zouden aanspreken.
Het is ongeveer net zo effectief als beslissen welk zeeleven we leuk vinden
op basis van wat er aan de oppervlakte van het water opduikt.

De beste kunst is niet altijd de meest populaire
en er is een risico dat de Goddelijke vonk van uitvinding
die de God de Schepper in ieder van ons heeft gelegd
– het onbeperkte potentieel om naar het evenbeeld van God te worden geschapen –
niet zo vaak zal worden aangewakkerd als zou kunnen.
Het najagen van likes is geen vervanging voor geduldige inspiratie.
Het is vaak aan de randen dat doorbraken ontstaan;
kunst die ons deze wereld in een nieuw en Goddelijk licht laat zien.

‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw’, zegt Hij die op de troon zit in Openbaring.
Maar dat algoritmes alle dingen gelijkvormig maken,
is de realiteit waarmee we leren leven.
We worden verleid om niet onszelf te zijn.

De VERleiding is sterk. Wie is jouw leider?
Of om in de terminologie te blijven:
door welk A/algoritme laat jij je leiden?

 

Zoeken met Google (of een andere zoekmachine) is prachtig.
Op elke vraag vind je wel een antwoord, goed of fout.
Het geeft uiteindelijk een schijnzekerheid, die wij mensen zo graag willen.
Liefst zo eenvoudig mogelijk trouwens, dat dan wel weer.

Zo heb ik heb eens nagedacht over de verleiding om de wijsheid van vragen
in te ruilen voor de schijnbare zekerheid van directe antwoorden,
zelfs foute antwoorden.
Want – zoals ik al schreef- het is een verleiding die,
in ons tijdperk van alles met één klik en het belang van beeld, alleen maar toeneemt.
Het is een verleiding waar ik over heb nagedacht
en me afvroeg of het begon
met die oude verleiding in de Hof van Eden.
Ik vroeg me af of die oorspronkelijke verleiding ons op een pad
van directe informatie maar ook van onuitputtelijke wijsheid had gezet.

Er schoot een gedachte door me heen:
wat als God Adam en Eva vertelde dat ze van elke boom mochten eten,
behalve van de boom van de kennis van goed en kwaad,
niet omdat hij wilde dat we onwetend of onschuldig zouden blijven,
maar omdat hij wist dat het te gemakkelijk voor ons was om van die boom te eten.
Hij wilde dat we zouden leven en zelf op zoek zouden gaan naar kennis en wijsheid.
Het eten van die boom zou de ervaring omzeilen,
er zou geen behoefte zijn om spieren van denken
en onderscheidingsvermogen te ontwikkelen.
En hij wilde dat we wijs zouden zijn,
om de wereld met hem te blijven creëren en verzorgen.
Toen die eerste uit de aarde getrokken mensen van de boom aten,
was het alsof wij, nog steeds afhankelijk van de aarde,
Kunstmatige Intelligentie vroegen om een essay voor ons te schrijven:
ja, we krijgen misschien wat we willen,
maar we hebben de ervaring van denken,
creëren en onderscheiden wat we te zeggen hebben, omzeild.

‘Tuurlijk, deze analogie kraakt als hij te ver wordt doorgetrokken,
maar hij blijft desondanks hangen.
Laat ik de Amerikaanse bioloog E.O. Wilson citeren:

We verdrinken in informatie, terwijl we hongeren naar wijsheid.
De wereld zal voortaan worden gerund door kunstmatige mensen
die in staat zijn om de juiste informatie op het juiste moment samen te stellen,
er kritisch over na te denken en verstandige keuzes te maken.’

Het eten van de boom van kennis van goed en kwaad,
of afhankelijk worden van kunstmatige intelligentie,
geeft ons informatie,
maar misschien niet het vermogen om te denken,
en niet de wijsheid om goede keuzes te maken.
God wil dat we wijs zijn.
Het Bijbelboek Jakobus zegt dat we om wijsheid kunnen vragen.
Het wordt ons niet onthouden; het is niet verborgen.
Het is overal, wachtend om aangeroepen te worden.

Het is nu zo makkelijk om antwoorden te vinden,
Google lost problemen op en geeft iedereen toegang tot informatie,
tenzij je je natuurlijk in een deel van de wereld bevindt
waar geen digitale toegang is.
Daar kun je niet zomaar een onlinevergadering bijwonen
of het antwoord vinden op een vraag die je hebt.
Dat offline zijn kun je soms zien als een levensgevende uitdaging:
het vergroot de behoefte aan relaties, vertrouwen en goede gesprekken.
Andere keren belemmert het de vooruitgang:
het betekent dat mensen geen toegang hebben tot banen,
of basiskennis over gezondheid,
of overheidsbeslissingen die hen aangaan.
Google heeft veranderd wie toegang heeft tot de wereld,
hoe we ermee omgaan, hoe we denken en leren.
Vroeger leerden mensen poëzie, nieuws en geschriften uit hun hoofd.
De drukpers veranderde dat:
woorden werden uit gedachten getrokken en op papier gedrukt.
Ons online bestaan heeft dat versneld:
ik hoef mijn geheugen niet op te rekken als ik dat niet wil:
ik kan digitaal vinden en opslaan wat ik nodig heb.
We hebben ons geheugen uitbesteed
en ik vraag me af of we ook ons
denk- en onderscheidingsvermogen uitbesteden.

Daarmee lopen we het risico om onszelf van onze relaties,
onze gemeenschappen en onze plekken te ontkoppelen.
We hoeven niet langer op elkaar te vertrouwen voor kennis en wijsheid;
we kunnen vertrouwen op anonieme digitale krachten
die profiteren van ons handelen.
We riskeren ook ons unieke vermogen om creatief te denken,
goede bronnen te onderscheiden,
diep en genuanceerd na te denken over een onderwerp kwijt te raken.
Als kunstmatige intelligentie leert van alles wat is geweest,
kan het alles met elkaar in verband brengen en misschien zelfs zaken inschatten,
maar het kan zich niet creatief voorstellen.
Het kan geen wijsheid weerspiegelen en spreken.

Ja, Google en kunstmatige intelligentie zijn zaken voor ons gemak.
En er was een gemak om te eten van de boom en zo kennis te vergaren.
Maar we worden niet geroepen tot gemak.
Ik denk dat we geroepen zijn om lief te hebben,
om voor onze buren te zorgen,
en deze dingen zijn noodzakelijkerwijs onhandig.
Zeker, digitale toegang tot informatie is een hulpmiddel, een hulpbron,
een geschenk dat velen van ons op veel manieren ten goede komt.
Maar het zou onze menselijkheid
gemakkelijk kunnen afstompen,
en een verleiding kunnen worden die het werk van echt leven omzeilt.
Er zijn geen digitale shortcuts
die het moeilijke werk voor de gemeenschap omzeilen,
geen AI-shortcut naar goed liefhebben,
net zoals er nooit een shortcut was
naar volledige kennis van goed en kwaad.
Als de informatie beschikbaar is met een ruk aan de boom,
een klik, een download, een verzoek aan kunstmatige intelligentie
dan ben ik benieuwd hoe ons vermogen om met vragen te zitten zal veranderen,
of we schoonheid of angst zullen voelen
omdat we niet alle antwoorden hebben,
of we ons vermogen om te onderscheiden zullen verliezen,
en om ‘geloof te hebben in wat we niet zien.’

Jezus roept ons op tot vragen, tot relaties, tot liefde,
niet tot antwoorden die gemakkelijk gevonden kunnen worden
maar nauwelijks ondervraagd.
Hij wist dat vragen, niet antwoorden,
vaak het beste antwoord op vragen waren.
Vragen om bij stil te staan, om als een spiegel voor te houden,
om te bewandelen als een pad naar wijsheid.
Hij stelde er veel.
Wie zeg je dat Ik ben?
Hoeveel broden heb je?
Heb je mij lief?
Wat wil je?
Waarom ben je bang?
De Bijbel vermeldt dat Jezus vragen stelde
en soms ook antwoorden gaf.
Maar het punt lijkt vaak de vraag zelf te zijn,
waardoor mensen eindeloze kansen krijgen
om hun veronderstellingen en hun oordelen in twijfel te trekken
en hun geloof te verdiepen en het persoonlijk te maken.
Door dit te doen, bood Jezus een pad
naar diepere en betekenisvollere kennis van God,
de wereld, anderen en onszelf.
En door vragen te stellen gaf hij mensen waardigheid,
luisterde hij aandachtig naar hen,
hield hij van hen en riep hij hen in zichzelf.

Zitten met vragen, met nieuwsgierigheid,
is denk ik een toegangspoort tot geloof en mysterie.
En we hebben metgezellen als we dit doen:
Jezus, vroege christelijke mystici, gebed, de psalmen, elkaar;
dit zijn allemaal plekken waar ik me tot wend om dieper te graven
in de kennis die voortkomt uit onwetendheid.
Leven met vragen en binnen het mysterie,
goed naar elkaar luisteren,
de taal van de ziel spreken in plaats van zekerheid,
kan moeilijk en ‘tegencultureel’ zijn.
Maar in een tijdperk waarin de toekomst steeds minder zeker wordt,
ondanks dat de hele wereld schijnbaar binnen handbereik is,
denk ik dat dit is waar onze hoop ligt.
Want ‘wat heeft het voor zin voor een mens om de hele wereld te winnen,
maar zijn ziel te verspelen?’

 

Maarten Luther vergeleek de Bijbel met een stad met vele straten.
Het lijkt op het eerste gezicht
een onoverzichtelijke wirwar van allerlei weggetjes.
Maar als je beter kijkt, zie je al die weggetjes en straten
uitkomen op het stadsplein in het centrum van die stad:
Jezus Christus.
Bij Bijbellezen gaat het om ‘gericht lezen’.
Christus is het Hart van heel de Bijbel.

Hoe is het met jou als Bijbellezer gesteld?
Drie aandachtsgebieden zijn belangrijk voor het Bijbellezen.
Ik vat ze samen met de woorden ‘geduldig, gelovig, geheel’.
Bij ieder deelgebied geef ik je een paar praktische checkpunten mee.

geduldig
– Heb ik rustig de tijd genomen om de Bijbel te lezen?
Een vast moment op de dag kan helpen.
Ben je avondmens: lees ‘s avonds,
ben je ochtendmens: lees ‘s morgens.
Lees op zondagmiddag aan tafel
de tekst die ‘s morgens in de kerkdienst aan de orde kwam
en praat met je huis- en gezinsgenoten nog eens over de dienst.

– Heb ik voldoende energie gereserveerd om met de Bijbel bezig te zijn?
Bijbellezen op het beste moment van je dag
kan soms veel meer verhelderend zijn
dan een lezing voor de nachtrust of in de vroege morgen.
Geef het béste deel van je tijd voor het Bijbellezen
en niet de ‘randen van de dag’,
als je energievoorraad en je concentratievermogen erg laag is.
Geef vooral ook niet te snel op.
Als je geen zin hebt om te eten,
doe je het ook omdat je weet dat het nu eenmaal goed voor je is.
En vaak knap je er erg van op!
Zo is het ook met Bijbellezen.
Er is zoiets als een ‘heilig moeten’;
tóch lezen, ook al heb jij (of je kind of je partner)
geen zin of energie.
Je zult zien dat dat z’n vruchten afwerpt!

– Heb ik voldoende de moeite genomen om de Bijbel te lezen en te begrijpen?
Net zoals je moeite moet doen
om een ander mens te leren kennen en te ontmoeten,
zo moet je ook moeite doen
om de Bijbel als ontmoetingsboek te leren kennen.
Leg je Bijbel daarom niet meteen
bij het eerste de beste dat je niet begrijpt neer.
Haal de dingen er uit die je wel begrijpt.
En zoek dieper als je sommige dingen niet begrijpt,
bijvoorbeeld bij een gesprekskring of in boekjes.
Bedenk hoeveel moeite God heeft gedaan
om met jou in contact te treden
via het Evangelie over zijn Zoon.
Zou jij dan ook niet wat energie moeten offeren
om te investeren in je relatie met God?
Die investering kan geld behelzen (om een boekje aan te schaffen),
tijd en doorzettingsvermogen.

Varieer ook eens van Bijbelvertaling.
Dat hoeft niets te kosten,
vertalingen staan vaak gratis online.
Probeer ook eens een Engelse vertaling.
Dat dwingt je nog eens opnieuw naar teksten te kijken
die je al heel vertrouwd zijn.
Doordat je moeite moet doen om het vertalen,
ga je extra precies naar de tekst kijken en ontdek je nieuwe dingen.

 

Sinds enige tijd is er in de christelijke media wat ophef
over het vermeende christelijke toon bij de band Coldplay.
Chris Martin, de frontman heeft zich namelijk openlijk uitgelaten
over de impact die zijn christelijke opvoeding op zijn leven heeft gehad.
In een gesprek zei Martin dat hij het moeilijk
vindt om met zijn streng religieuze opvoeding om te gaan.
Ik heb het op dit moment ook zo moeilijk in mijn leven.
En een deel daarvan is dat ik terug moet gaan om naar al die dingen te kijken,’ zei hij.

Een van de laatste nummers ‘We Pray’ lijkt een diepe spirituele honger te verwoorden,
met teksten als: ‘Ik bid dat ik niet opgeef, bid dat ik mijn best doe’
en ‘dus bidden we dat er iemand komt die mij de weg wijst’.
En Martin leent in het nummer ook rechtstreeks uit de Bijbel,
door het hedendaagse leven te beschrijven
als leven ‘vol schaduw van de dood,‘ uit psalm 23.
In het nummer ‘We Pray’ benoemt hij diverse redenen om te bidden.
De song bevat ook een link naar de protestbeweging in Iran.

Inmiddels heeft Martin afstand genomen van het christendom
en zegt dat hij een ‘alltheïst’ is,
wat betekent dat hij gelooft dat God in iedereen en overal is.
Ik denk dat God liefde is’, zei hij in een interview,
‘en God is de magie in elk molecuul, zelfs in mensen die je niet aardig vindt.’
Hij legde dit verder uit tijdens een interview:
Mijn God, voor mij zijn alle dingen en alles.
God is overal en iedereen
en het is ook het onkenbare, de enorme majesteit achter alles.
En het is gewoon het punt waarop je op het punt komt
dat je niet verder kunt denken, dat is waar ik denk dat God is.’
Hij komt God of het goddelijke tegen in allerlei religies,
stromingen en momenten.

Ook op eerdere albums kwamen soms – onverwachte – links
naar geloof en spiritualiteit.

Ik ga er een paar af:

1. Parachutes (2000)

Nummers als ‘Yellow’ en ‘Trouble’ haalden de krantenkoppen.
Wat geloof betreft, is het echter het minder bekende
‘We Never Change’ dat in de schijnwerpers staat.

De coupletten spreken over een verlangen om nooit wreed te zijn,
om goed te zijn, om waarachtig te zijn en om vrienden om je heen te hebben.
Maar met het refrein komt de realiteit:
But we never change, do we? No, no, we never learn do we?’

De brug brengt een duister besef:
O, ik heb geen ziel om te redden, ja, en ik zondig elke dag.’
De tekst is bijna Paulinisch in de wanhoop
die ze voelt omdat ze het goede wil doen, maar het eigenlijk niet doet.
Maar Paulus en het lied komen tot verschillende conclusies.
Paulus ontdekte dat verandering door Jezus kan komen,
terwijl het lied blijft klagen over hetzelfde bekende refrein.

2. A Rush of Blood to the Head (2002)

Het album dat ‘Clocks’ naar reclames en tv-montages bracht,
suggereerde ook dat God glimlachen op gezichten tovert.

‘God put a smile on your face’ is lastig te interpreteren,
maar er is een noot van hoop te bespeuren
in de manier waarop het lied wordt omlijst.
Het lied begint met ‘Where do we go, nobody knows;
I’ve got to say I’m on my way down; God give me style and give me grace;
God put a smile upon my face.’
Het voelt als een persoonlijke geloofsverklaring
die aan het einde van het lied de kracht heeft gevonden
om voor anderen te spreken:
‘Where do we go, nobody knows;
zeg nooit dat je op weg bent naar beneden als God je stijl en gratie gaf;
en een glimlach op je gezicht tovert.’

3. X&Y (2005)

Twee nummers op het derde album van de band
kunnen direct worden toegeschreven aan Martins opvoeding in de kerk.
In een interview met het popblad Rolling Stone legt Martin uit
dat ‘A Message’ is afgeleid van de hymne ‘My Song Is Love Unknown’,
terwijl ‘Til Kingdom Come’
(geschreven met de bedoeling om het uit te voeren met Johnny Cash,
die stierf voordat het kon gebeuren)
werd geïnspireerd door het Onze Vader.

Martin legt uit:
Een van de geweldige dingen aan gedwongen worden om naar kerkdiensten te gaan,
is dat we al die bekende liederen zongen.
Dat is deels de reden waarom ik geobsedeerd ben door het feit dat iedereen meezingt
tijdens onze shows. Het geeft me het gevoel dat ik deel uitmaak van iets.’

De band slaagt er telkens in om ‘universele gevoelens te verklanken’.
Ook hun hit ‘Fix You’ is daarvan een sprekend voorbeeld.
‘Het is een goede verwoording van het idee
dat we ons allemaal weleens klote voelen, maar dat het goed komt.
In de christelijke wereld is dit lied geliefd.
Het kan bijna als een gezang gezongen worden.’

4. Viva La Vida of Death and All of His Friends (2008)

Naast het zwevende ‘Viva La Vida’, dat verwijst naar Johannes
en de legendarische paarlen poorten,
is er een ‘verborgen’ nummer aan het einde van ‘Lovers of Japan’
genaamd ‘Reign of Love’:
Reign of love by the church we’re waiting; Reign of love on my knees go praying;
How I wish I’d spoken up; Away get carried on a reign of love.’

5. Mylo Xyloto (2011)

Mylo Xyloto bracht ons ‘para-para-paradise’,
een albumtitel waar Chris Martin spijt van kreeg
(omdat niemand hem kon uitspreken).
Hieronder staat een lief liedje genaamd ‘U.F.O.’
dat gelezen kan worden als een gebed:
‘Heer, ik weet niet welke kant ik op ga; Welke kant de rivier op gaat;
Het lijkt er gewoon op dat ik stroomopwaarts blijf rollen;
Nog zo’n lange weg te gaan.’
Het tweede couplet brengt een hoopvollere toon met
We’ll find somewhere the streets are paved with gold.’
Is het een verwijzing naar
‘de twaalf stadspoorten waren twaalf parels,
elke poort een parel op zich.
De straten van de stad waren van zuiver goud
en schitterden als glas.’ uit Openbaring 21: 21?

6. Ghost Stories (2014)

De belangrijkste ‘geest’ op dit album lijkt Gwyneth Paltrow te zijn.
Twee maanden voor de release van het album
‘hielden Martin en Paltrow zich bewust los van elkaar’, zo wordt geschreven.
Het is een rauw, kwetsbaar album
en in ‘O’ is er een vluchtige verwijzing naar gebed,
de afsluitende track van het album:
‘Still I always; Look up to the sky; Pray before the dawn.’

7. A Head Full of Dreams (2015)

Aan het einde van ‘Kaleidoscope’ staat een opname
van president Obama’s krachtige uitvoering van ‘Amazing Grace’
bij de begrafenis van dominee Clementa Pinckney,
een van de negen mensen die dat jaar omkwam
bij de massaschietpartij in een kerk in Charleston.

8. Everyday Life (2019)

op dit album van Coldplay staat ‘When I need a friend’;
het is een prachtig koorlied dat schreeuwt om vrede, vriendschap en liefde:
‘Heilig, heilig, God verdedig; bescherm mij, laat mij zien;
wanneer ik een vriend nodig heb.’

en dan is er nog ‘BrokEn’,
in feite een gospellied dat God aanroept in moeilijke tijden:
‘Oh shine a light; shine a light.
And I know that in darkness I’m alright;
See there’s no sun rising. But inside I’m free;
Cause the Lord will shine a light for me.
Oh the Lord will shine a light on me.’

Toch kun je bij alle nummers een vraag stellen.
Als voorbeeld neem ik dat nieuwe nummer ‘We Pray’.
Want de vraag kan worden gesteld tot wie het gebed in ‘We Pray’ gericht is, blijft open.
Dat is typerend voor Coldplay;
het is open voor interpretatie.
Iedereen kan er zijn eigen invulling aan geven.
Ik hoor in het lied niet dat het specifiek over de God van het christendom gaat.
Wat overigens niet betekent dat je dit nummer
niet als oproep kunt beschouwen om het toch te doen.
Dat zelfde geldt trouwens voor ook alle andere nummers.

Of….?

 

Jezus leerde ons God lief te hebben ook met onze geest.
Dus intellectueel onderzoek
is een noodzakelijk onderdeel van ons christelijk leven.

Soms heeft het gezin of de kerk waarin we zijn opgegroeid
onderwezen in allerlei zaken – zoals schepping en evolutie –
die nuttig zijn om later in het leven opnieuw te bekijken.
De truc is om te ontdekken welke dingen niet onderhandelbaar zijn en welke wel.

Als we bijvoorbeeld evolutie nemen,
moeten we onderscheid maken tussen ‘biologische evolutie’,
wat mij een wetenschappelijk gevalideerde, beproefde realiteit lijkt,
en ‘evolutionisme’,
wat een manier is om naar de wereld te kijken alsof God niet bestaat.
Biologische evolutie hoeft het geloof in God
als de goede en wijze Schepper niet te verstoren.
Vragen als deze moeten dus zonder angst worden doordacht.

Het is mijn ervaring dat hoe beter we de Schrift begrijpen
binnen zijn eigen historische en culturele context,
hoe meer deze rechtstreeks tot ons leven spreekt.
En soms is het begrijpen van deze vragen een kwestie van geduld.
Het feit dat ik dit probleem vandaag, of misschien zelfs dit jaar, niet kan oplossen,
mag geen reden zijn om er niet meer over te bidden.
Het feit dat ik bijvoorbeeld niet begrijp
hoe een gedeelte van de Bijbel is geschreven,
of wat het oorspronkelijk betekende,
betekent niet dat ik het niet letterlijk of figuurlijk
op mijn knieën kan lezen
en God kan vragen om met mij door hen te spreken.