Een mooi levensmotto dat door de Prediker ons gegeven wordt (Prediker 9,9b). Zeker in deze vakantietijd: Even rust van alles, afstand nemen van alles, de batterij weer opladen. Maar als ik goed lees dat staat er alle. Alle dagen van het leven. Geen slaaf zijn van werk, hobby, regeltjes. In onze tijd lijkt dat. op de keper beschouwd, veel moeilijker dan op het eerste gezicht. In de ratrace van het dagelijks leven buffel je door omdat je denkt dat het van je gevraagd wordt en voordat je het weet verwordt de schaarse vrijetijd, de quality time (alsof de rest van je leven van inferieure kwaliteit is)  ook al tot een periode waar in je geniet MOET. ‘Geniet alle dagen van je leven’, dus niet alleen de vrije dagen ook de werkdagen, de dagen met verplichtingen van allerlei aard. 
Kortgeleden sprak Tony Blair, de voormalig premier van Groot-Brittannië, de wens uit dat christenen zich meer moesten laten gelden in de publieke ruimte. Geen geloof achter de voordeur, maar hop er het marktplein mee op! Laat je stem horen, ook in het publiek debat, want zo ziet je omgeving waar je voor staat. ‘Het is belangrijk’ zo zegt Blair ‘dat we voorbereid zijn om te spreken, vanuit het geloof te spreken en te zeggen: We zijn niet bang om te zeggen: dit is ons geloof en dit is waarom we geloven.’ we zouden ons dan in eerste instantie kunnen bezinnen over ons tijdsbesteding. Wat staat het kerkelijk leven niet vaak bol van vergaderen, trainingen en meer van van dat soort potentiële tijdsverspilling. Laten we zien dat wij niet door onze agenda worden geterroriseerd. Dat we kunnen het leven kunnen leven zoals dat bedoeld is: genietend met de mensen die je gegeven zijn, in de wereld die je gegeven is! Maak je niet druk over alles en nog wat, maar geniet van wat op je pad komt. Heb tijd voor elkaar!
‘Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven’, laten we ook zo zien dat echt alle dagen kunnen genieten in het volle vertrouwen dat er Iemand is die alles goed zal maken!

Eigenlijk is het een wijsheid van alle tijden, maar in onze tijd is eerlijkheid en gewetensvol zijn een deugd die christenen als een tweede, nee een eerste natuur, moeten hebben. Er zijn voorbeelden te over vanuit de recente geschiedenis, maar laatst kwam een zekere Frank Ouweneel in opspraak. Deze man geeft lezingen over de eindtijd en viel schromelijk door de mand omdat hij feiten een draai gaf en soms zelfs eigenhandig fabriceerde opdat die zijn boodschap beter zouden onderbouwen. Zoals ik al eerder schreef, ‘waarachtig’ zijn is essentieel voor christenen in deze tijd. Je hoeft d plooien en de scherpe kantjes die de goede boodschap heeft niet af te vijlen of om te buigen of zoals in het voorbeeld van Ouweneel geen verzonnen feiten gebruiken om die boodschap sterker te laten overkomen. Zo verwordt de goede boodschap tot een dubieuze boodschap!

Provocatie. Over De Zin Van God En Geloof, zo heet het boek van dominee Dekker uit Mastenbroek. In de boek breekt hij een lans om het evangelie met al zijn hoekigheden en  scherpe, schurende kantjes overeind te laten staan. Het christendom is altijd een tegendraadse religie geweest die veel mensen tegen zich in het harnas heeft gejaagd. Maar het heeft ook zijn miljoenen verslagen. Mensen die gegrepen werden de kracht van het christelijk geloof. Ik onderschrijf deze stelling van harte. Niet voor niets heet mijn log Brandend Zand. Schuren kan ook iets moois te weeg brengen: iets wat jaren onder de witkalk heeft gezeten kan zo maar weer aan het oppervlak komen en het daglicht weer  aanschouwen. Daar kun je op vertrouwen!

Tegendraads geloven, geloof met scherpe kantjes hoeft niet mooier gemaakt te worden, maar heeft genoeg aan zijn eigen kracht!

oftewel ‘in uw licht zien wij het licht’ (psalm 36,10b) was jarenlang het adagium van de Theologische Universiteit Kampen (nu Protestantse Theologische Universiteit, locatie Kampen), maar dat licht zal binnenkort na goed 150 jaar doven in Kampen.

Deze post zal over licht gaan, licht dat uitgaat en licht dat aangaat en misschien ook nog over licht in andere stadia. Nee, deze post is niet ingegeven door sentimentele gevoelens nu mijn ‘alma mater’ over pakweg een dikke maand haar poorten sluit en verhuist naar Groningen c.q. Amsterdam, al zal ik dit in wellicht in de marge nog aanstippen. Nee, ik werd getriggerd tot het schrijven van deze post vanwege de aanstelling van dr. Herman Paul aan de Rijksuniversiteit Groningen als bijzonder hoogleraar secularisatiestudies, of anders gezegd ‘hoe komt het dat het licht (van het christendom) uitgaat (in het Westen). Zijn leeropdracht: studie maken van secularisatie met het oog op het zelfverstaan en de missionaire roeping van de kerk. Wie heeft er aan het lichtknopje gezeten en hoe gaat het licht weer aan! In navolging van onder meer Philip Jenkins (Het vergeten christendom. De Duizendjarige Bloeitijd Van De Kerk In Het Midden-Oosten, Azië En Afrika en Gods werelddeel. Christendom, Islam En De Religieuze Crisis In Europa en kerkvader Augustinus) wil hij laten zien dat de wereldwijde al vaker periodes van krimp heeft gekend en van daaruit pessimisme ombuigen in actief christenzijn. Me dunkt, een nobele en waardevolle taak binnen kerkelijk Nederland!

Daarnaast viel mij een volgend berichtje op: de nieuwe ‘directeur Onderwijs’ (degene die ervoor zorgdraagt dat de studenten kunnen studeren) van de Protestantse Theologische Universiteit wil zich onder meer door twitterfeed en andere sociale media laten informeren. Onder het motto ‘Denk mee met theologieopleiding’ hoopt hij ‘suggesties te ontvangen voor de theologieopleiding van morgen’. Wat hij onder meer hoopt te horen is ‘wat de belangrijkste uitdaging voor de (protestantse) theologie beoefening van vandaag is’. Hij kwam tot deze actie mede door het manifest van jonge theologen (zie mijn post van vorige week).

‘Als het kalf verdronken is, dempt men de put’, was een gezegde dat in eerste instantie bij mij opkomt. Immers, al jaren loopt de kerk leeg, maar nu komt men pas met een onderzoeksvraag naar de missionaire roeping van de kerk in deze wereld. Men heeft dus jarenlang over d hoofden van de mensen heen gepreekt? En als de universiteit dan de rol van ‘voedende moeder’ verwaarloosd heeft (of is het uit luxe dat er van 5 naar 2(?) opleidingsplaatsen wordt ingekrompen) is het dan niet wat laat om nu de steven te keren?

‘Practice what you Preach’ of Bijbelser ‘heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’ (Johannes 13,34-35). Als dat het uitgangspunt is van onze handel en wandel, dan mogen toch het volgende weten  ‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven.’ (Jeremia 29,11)

Al rondstruinend op het wereldwijde web kreeg ik een post onder ogen met de titel Het manifest. Het blijkt een soort  ‘open brief’  te zijn aan de synode van de Protestantse Kerk in Nederland. Dit manifest is opgesteld door een aantal jonge theologen dat net afgestudeerd is aan de PThU (de universiteit die onder meer opleidt  tot predikant binnen de PKN) en graag dominee wil worden. Zij constateren dat de leeftijdscategorie 20-35 jaar zich niet aangesproken weet door de prediking. Een kerk die vaak de antwoorden geeft op vragen die niet meer worden gesteld en dus geen mensen meer de kerk in trekt . Schertsend wordt deze jonge generatie predikanten dan ook verstaan gegeven dat zij het licht maar uit moeten doen, omdat de kerk alleen nog maar een ‘uitvaartcentrum’ is waar niets meer bij komt, alleen maar af gaat.

Maar daar past deze generatie voor. Zij is opgegroeid met dezelfde vragen en zoektocht waarmee hun generatiegenoten zijn groot geworden. En  zij menen dat zij deze mensen nog wel het een en ander te vertellen heeft en dat goed voor het voetlicht kan brengen.

Zij voelt zich echter gedwarsboomd door een universitair instituut dat predikanten opleidt die 20 jaar geleden keurig op hun plaats zouden zijn. En ook het kerkelijk instituut  ontbeert  een heldere boodschap, straalt geen identiteit uit. Helaas zien zij voornamelijk schroom en valse bescheidenheid  ten aanzien van het spreken over God en wat geloof persoonlijk voor de mensen betekent, Dit als reactie op het al te dwingend spreken van de kerk. De nieuwe generatie predikanten spreekt de hoop uit dat zij mogelijkheden krijgt binnen de heersende kerkelijke cultuur nieuwe wegen in te slaan om mensen weer enthousiast te krijgen Ze verlangen hiervoor coaching van mensen die niet bang zijn voor verandering (ook van kerk en ambt).

‘Where your talent and the needs of the world cross, there lies your vocation’ stond boven het manifest. Vrij vertaald betekent het dat je roeping daar ligt waar jouw talent en de nood van de wereld elkaar kruizen. Deze theologen zijn oprecht op zoek naar een ‘doorstart’ [reveil?]) van de kerk waar die de aansluiting bij de mensen van deze  lijkt te zijn verloren. Ze willen gaan vissen, maar missen het juiste net, de goede hengel. Natuurlijk, er zit heel wat overenthousiasme bij dat misschien bijgesteld moet worden, dat onderkennen ze zelf ook, maar ze willen hun talent vruchtbaar maken in deze wereld. Dat vind ik een groot goed.

Zondag aanstaande zal ik de tekst bepreken uit Marcus 6,6b-13. Daar zend Jezus zijn discipelen uit en zegt hun bijna niets mee te nemen. Dit doet hij mijns inziens om juist de noodzaak van het verbinden, in contact en gesprek treden met mensen duidelijk te maken. Er wordt niets gezegd over bepaalde vaststaande vormen van prediking en kerk zijn. Verbind je met mensen in hun wereld en met hun gebruiken, dat is het adagium.

´Go fish´ zo heet het blog waar het manifest op verschenen is. ´Ga, wees vissers van mensen´ zegt Jezus. Kom in beweging en wees een manifest, een zichtbaar,  christen in deze wereld

… of zie en zeg ik dat nou niet goed.

Immers, vandaag hoorde ik het in het nieuws dat het dan eindelijk zover is: wetenschappers denken het Higgs deeltje, ook wel god-deeltje genoemd, gevonden te nemen. Het Higgs-deeltje wordt als de heilige graal van de natuurkunde beschouwd, zo verteld ons de NOS. Wetenschappers zijn er al tientallen jaren naar op zoek. Het is het laatste ontbrekende puzzelstukje van het Standaardmodel. Dat natuurkundige model beschrijft de bouwstenen van het universum, zeg maar het menselijk leven: de twaalf elementaire deeltjes.

Tsja, wetenschappers hebben dan eindelijk de sleutel tot het leven gevonden… althans, dat denken ze…

Wat fijn dat k al mijn hele leven lang weet en ervaar dat Gods bestaat. Daar heb ik geen wetenschap(per) voor nodig!

‘Geloof staat nooit stil’ was een van de teasers van de afgelopen EO-Jongerendag. Zou het een stelling zijn of een wens? Eerlijk gezegd denk ik het laatste. Want de werkelijkheid wil dat mensen lijken van nature vast te houden aan vaste structuren, gebruiken en tradities. Ook al brokkelen muren en fundamenten van vastigheden zienderogen af, er wordt vaak vastgeklampt aan  laatste strohalmen van voorbije gebruiken. En let wel: ik bedoel niet dat dat al die gebruiken achterhaald en verouderd zijn. Het enige wat ik vaststel is dat dat bepaalde zaken niet meer voldoen in deze tijd.

Het blijft echter altijd weer moeilijk om nieuwe, onbetreden paden in te slaan. Ook al weet je dat geloof nooit stil staat, kijk maar eens naar de geschiedenis van de afgelopen tweeduizend jaar waarin de kerk – als een van de uitingen van geloof – velerlei gezichten heeft getoond, de aanhangers van het geloof – gelovigen – kunnen nogal eens krampachtig aan vaste waarden, normen en gewoontes vasthouden.

‘De wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is’ staat in Johannes 3,8, maar de realiteit is soms erg weerbarstig.

Geloof staat nooit stil, maar gelovigen…?

Je ziet het vaak onder aan de meeste kassabonnen staan: u kunt uw product terugbrengen binnen een x aantal dagen en ruilen voor geld of tegoedbonnen. Makkelijk als het gekochte om een of andere reden niet aan de verwachting voldoet. Nu kwam ik laatst in een plaatselijk krantje een verbazingwekkende aankondiging tegen voor een zogenaamde TryOut dienst met  als thema de Heilige Geest. De dienst werd belegd door een plaatselijke christelijke kerk. Ja, ja, een uitprobeerdienst voor de Heilige Geest. Alsof jij als mens het christelijk geloof, en bovenal de Heilige Geest die vaak wordt vergeleken met de ongrijpbare wind, even kunt uitproberen en dat je die dan na een tijdje weer kunt inleveren en een tegoedbon krijgt voor een nieuwe lege geest.

Natuurlijk wens ik de organisatie veel succes en zegen bij deze dienst, maar de naamgeving riep vragen bij mij op!

Ik las dat de omroeporganisatie RKK op zoek gaat naar de mooiste kerktoren van Nederland. Een van ’s Neerlands meest markante landschapskenmerken wordt zo geëerd met een heuse verkiezing. Het past wel in de tijd met al haar verkiezingen van wie is de mooiste, de beste, de knapste enzovoort.

Jarenlang was vooral de kerktoren de verbeelding van de aanwezigheid van de christelijke godsdienst in Nederland. Een kerk was pas een kerk als er een kloeke toren bijstond die de mensen verwees naar richting waarin mensen moesten denken. De kers op de  ‘kerktorentaart’ was natuurlijk een klok in de toren die de mensen op gezette tijden opriep voor de zondagse erediensten of andere kerkelijke samenkomsten. Maar getuige de berichten van de afgelopen tijd waar het handelt over het slechte onderhoud van verscheidene kerktorens is de toren als eken van christelijke  presentie in de samenleving op z’n minst omineus te noemen als je de soms slechte  staat van onderhoud van de torens koppelt aan de stand van het christendom in Nederland.

In een tijd waarin veel kerkdeuren sluiten en christenen hun soms beeldbepalende gebouwen met dito torens moeten verlaten om op zoek te gaan naar minder in het oog springende (multifunctionele) gebouwen is het misschien ook goed om (de soms megalomane ideeën over kerktorens – ik refereer hier aan bijvoorbeeld aan mijn eigen stad Zwolle dat eens een kerktoren had die hoger was dan die van de Dom in Utrecht)  wat nederiger en meest bijbels-christelijk georiënteerde beelden te gebruiken.

Neem bijvoorbeeld de vergelijking van het geloof met zaad: Je gooit het weg, zand erover, weg ermee! Soms ben je gewoonweg vergeten dat het er is. En ineens na verloop van tijd komt er toch een plantje uit voort, vol vitaliteit en levenskracht!

Ik zou zeggen: zaad is als beeld een stuk vruchtbaarder dan de gebakken klei waar torens meestal van gemaakt zijn en waar elke dynamiek uit is!

Het was een kort berichtje op de site van de Protestantse Kerk in Nederland waarin melding werd gemaakt van het feit dat  een delegatie uit Noordoost-Azië de Wereldbond van Gereformeerde Kerken (WCRC) heeft opgeroepen haar zorg uit te spreken over de gevaren van nucleaire technologie. Secretaris-generaal van de WCRC, Setri Nyomi, voegde eraan toe dat menselijke activiteit de schepping dreigt te vernietigen. “De Accra-verklaring heeft consequenties voor de levensstijl van christenen wereldwijd,” aldus Nyomi. In de Accra-verklaring, opgesteld door de oprichters van de WCRC, staan afspraken tussen lidkerken die streven naar economische en ecologische gerechtigheid. Met een parafrasering op de boodschap aan de gemeente van Laodicea uit Openbaring 3, riep vice-voorzitter van de WCRC, Yueh Wen-Lu christenen op: ‘Wees niet lauw en passief, maar maak het verschil’.

Mijn gedachten bleven haken bij ‘nucleaire technologie’ en ‘wees niet lauw en passief’. Natuurlijk over alle slechte eigenschappen van nucleaire technologie en de rampen die daar uit voort kunnen komen (denk bijvoorbeeld aan de kernramp in Fukushima, in 2011) moeten we zeker niet te licht denken, maar ik moest ook denken aan een van de betekenissen van nucleair, namelijk ‘tot de kern behorend’ en ‘betrekking hebbend op de kern’.

Doordat christenen zich weer richten op wat betrekking heeft op de kern van hun geloof, dus zeg maar nucleair geladen worden, blijven ze niet meer lauw en passief. Ze zullen licht kunnen uitstralen en licht kunnen zijn voor de hele wereld. Zo maken ze het verschil!

Het is deze week de week van de euthanasie. Je wordt hier niet alleen door de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillige levensEinde (NVVE) aan herinnert, ook in de media wordt hier ruim aandacht aan besteed. In het actualiteitenprogramma Brandpunt bijvoorbeeld kwam de heliummethode voorbij. In een instructiefilm werd uitgelegd hoe je uit het leven kunt stappen met behulp van vrij verkrijgbare zaken zoals onder andere helium (bekend van het opblazen van ballonnen), flexibele slangen en dus ook een groot formaat braadzak die je ook kunt gebruiken voor het bereiden van voedsel. Strekking  is dat je met een beetje handigheid zo een euthanasieapparaat kunt maken, zodat je het tijdstip van je eigen overlijden kunt bepalen als jij vindt dat je leven voltooid is.

Eerlijk gezegd staat deze ontwikkeling in een lange traditie van de voortschrijdende menselijke autonomie. Nu de mens God de deur heeft gewezen eigent hij zichzelf de stoel van God toe. Zowel het begin als het einde van het leven ligt volgens veel mensen in eigen handen. Menselijke autonomie en individualisme in optima forma! Ooit schreef de VVD in 1981 het volgende:

in de eerste plaats heeft de mens feitelijk niet de vrije keuze over leven en dood. Ziekte of ongeval zullen voor een belangrijk deel het tijdstip bepalen waarop hij zijn leven zal beëindigen. Bovendien leeft de mens in een gemeenschap en draagt hij verantwoordelijkheid jegens de andere leden van de gemeenschap. Hij zal zijn rechten alleen kunnen uitoefenen in het licht van die verantwoordelijkheid.(…) Aangezien hij voor de beëindiging van zijn leven de hulp van een ander of anderen inroept, betrekt hij deze medemensen bij zijn levenseinde en maakt hen mede verantwoordelijk. Ook hun belangen en gevoelens moeten dus geaccepteerd worden

Hoewel deze argumentatie zich vooral richt op het intermenselijk aspect zet het het sterven wel degelijk in een breder aspect. In heel zijn leven leeft de mens in sociale verbanden die aan het eind van het leven niet zomaar ophouden. Als christen zou ik daar nog het volgende aan toe willen voegen: als geboren en sterven beiden tot de goede schepping horen, en als wij door het geloof beide weer als weldaad weten te ervaren, dan moeten we ook aanvaarden dat God ons op zijn tijd het – natuurlijke – einde aandoet. Hiermee wordt  het sterven verheven tot een ars vivificandi, stervenskunst, een onderdeel dat bij de kunst van het leven hoort.

Ik denk dat we als kerk, als christenen juist hierin een goed voorbeeld moeten geven en  kunnen laten zien dat het leven in een gemeenschap met je medemens en met God leeft in een wederzijdse verantwoordelijkheid en om elkaar bekommert. Zo kunnen we anderen laten zien wat zijzelf wat ze nou eigenlijk aan het doen zijn.