Van Henri Nouwen heb ik geleerd dat bidden eigenlijk niet iets is wat je erbij doet. Hij zegt: Bidden is niet een deel van je leven. Bidden ís je leven, als christen. Bidden kan zozeer deel worden van jezelf dat het wordt als ademhalen. Ja, dat is het! Bidden is het ademhalen van je ziel. Nouwen zegt het ergens heel mooi:
‘Volgens mij is bidden niet aan God denken in plaats van aan andere zaken of tijd doorbrengen met God in plaats van met anderen. Bidden is eerder: denken en leven ín Gods aanwezigheid.’
Bidden is nog iets anders dan een gesprek voeren met jezelf. Zeker, tot jezelf komen, jezelf onderzoeken. Dan hoort er zeker ook bij. Maar bidden is een voortdurende gerichtheid van jezelf af op God. Een voortdurende liefdevolle conversatie met God. Zoals dat zo mooi is verwoord in dat ene vers uit Genesis. En Henoch wandelde met God. Alles wat hij iedere dag meemaakte nam hij door en besprak hij met zijn hemelse vriend. In volstrekte openheid en eerlijkheid.
Bidden zonder ophouden, dat is niet iets wat je zomaar komt aanwaaien. We hebben als mensen van nature de neiging om juist hele stukken van ons leven af te schermen voor God. Daar zijn we dan voor onszelf begonnen en zoeken we het graag allemaal zelf wel uit. En naast onze eigen natuur is ook onze cultuur niet per se een gebedscultuur. We zijn vaak zo in beslag genomen en onder de indruk van de waarneembare wereld dat de werkelijkheid van de levende God naar de achtergrond wordt gedrongen. We hebben zo onze momentjes van gebed maar gedurende hele stukken van de dag en de week is er dan op geen enkele manier sprake van een blijvende verbinding met God. Ongemerkt leven we te vaak en te lang naar onze eigen inzichten en putten we uit onze eigen kracht.
Bidden is nooit vanzelfsprekend. Vandaag de dag niet en ook niet in de tijd van de Thessalonicenzen. En tot zulke mensen, zoals wij zijn, van huis uit geen geboren bidders, klinkt deze aansporing: bid zonder ophouden. Het gebed is Gods geschenk, juist aan mensen die vaak aan alle kanten langs Hem heen leven.
Gebed is de manier waarop God óns verandert. Vaak denken wij dat we door bidden Gods aandacht op ons kunnen richten. Maar bidden is Gods handreiking om ons te helpen om onze aandacht op Hém te richten. Het doel van bidden is niet in de eerste plaats dat God verandert. Het doel van bidden is eerst en vooral dat wij zelf veranderen. Tot mensen die zich leren richten op Hem en leven van zijn genade. En ja, dan kan God ook in ons leven en door ons heen op het gebed grote dingen doen.
Er zit in ons allen vaak iets van een zwoeger. Een doe-het-zelver, die bij zo’n tekst als bid zonder ophouden al snel kan denken: oké, geef eens wat tips, dan ga ik er mee aan de slag. Dat is niet wat deze woorden willen bewerken. Bidden zonder ophouden is niet iets dat je even op je eigen houtje kunt fixen. Je kunt je niet opwerken tot zo’n biddende levensstijl.
Je kent misschien het verhaal van die Russische pelgrim: Hij gaat op een dag een kerk binnen en wordt daar diep getroffen door juist dit vers uit 1 Thessalonicenzen 5: ‘Bid zonder ophouden’. Er groeit in zijn hart een sterk verlangen om te gaan doen wat deze woorden van hem vragen. Om te gaan bidden zonder op te houden. Maar hoe doe je dat? Hij zoekt in boeken en vraagt priesters ernaar maar niemand kan het hem uitleggen.
Tot hij op een dag een eenvoudige monnik ontmoet die het niet alleen weet maar ook zelf doet. Hij leert van die eenvoudige monnik om eenvoudigweg het Jezusgebed te bidden. Het is een gebed van één zin en dat begint hij te bidden:
Heer Jezus, Zoon van God, ontferm U over mij zondaar.
Eerst bidt de pelgrim dit Jezusgebed hardop, later in het hart. En langzaam wordt het iets van een tweede natuur. Hij draagt dat ene korte Jezusgebed als het ware op zijn adem mee. Op den duur komt dat ene gebed steeds opnieuw als vanzelf in zijn binnenste tot klinken. Zo leert hij wat het is om te bidden zonder ophouden.
Laat je je voor het eerst of weer opnieuw inschrijven op de school van gebed. En je toeleggen op bidden zonder ophouden. Je hoeft niets anders mee te brengen dan verlangen. Verlangen naar God. Augustinus zag het hartstochtelijk verlangen als het onophoudelijke gebed bij uitstek. Hij zegt:
Wij zijn niet in staat om voortdurend bewust tot God te spreken of onze handen op te heffen of neer te knielen. Maar het hartstochtelijke verlangen kan wel altijd in ons zijn. Wanneer je het bidden niet wil onderbreken, onderbreek dan het verlangen niet
Het bekendere toneelstuk waarin Shakespeare ons de strijd tussen rechtvaardigheid en genade laat zien, is The Merchant of Venice (De Koopman van Venetië). Hier vinden we het verhaal van misschien wel het vreemdste contract dat sinds het begin van de handel is gesloten: als een koopman zijn lening niet nakomt, eist de geldschieter recht op ‘een pond vlees’. Is dit wederzijds overeengekomen contract onrechtvaardig, of gewoon genadeloos?
Ook in dit stuk viert de religieuze pret hoogtij. De geldschieter is een Jood en de koopman een christen. Maar de strikte roep van de Jood om commerciële nauwkeurigheid wordt getemperd door zijn buitensporige liefde voor zijn dochter, en de vermeende reputatie van de christen voor genade is in feite een excuus om vriendjespolitiek te bedrijven. Uiteindelijk krijgen we op het toneel zo’n verwarring van religieuze stereotypen dat iemand vraagt welk personage welk personage is. De arme koopman kan niet betalen, zoals we al wisten toen hij het dwaze contract sloot. En zo komt Portia, de verbeelding van de genade in dit stuk, – eveneens vermomd – uit het sprookjesland Belmont met een slimme truc om haar geliefde koopman te redden. Hoewel haar oplossing een zeer twijfelachtige interpretatie van de wet inhoudt, slaagt ze erin de heersende macht te overtuigen. Terwijl Portia haar zaak bepleit, houdt ze een van de meest expliciet theologische toespraken in alle werken van Shakespeare. De heersers van de aarde denken misschien dat ze het meest goddelijk zijn wanneer ze de wet met gezag uitvaardigen, zegt ze. Maar ‘genade staat boven deze scepter.’ Sterker nog, genade is ‘een eigenschap van God zelf.’ Ze concludeert, net als de hertog, dat ‘aardse macht dan het meest op die van God lijkt wanneer genade gerechtigheid kruidt.’
Shakespeare, laat in toneelstukken zoals deze zien één van zijn meest blijvende gaven aan ons: het vermogen om met het bekende te spelen en het vreemd en nieuw te maken. Hij geeft ons filosofische en religieuze figuren en thema’s, en net als we denken te weten wie en wat ze zijn, verrast hij ons door te laten zien wat voor gerecht je kunt maken als je de ingrediënten maar door elkaar roert.
Onze beste pogingen tot rechtvaardigheid, of ze nu persoonlijk of politiek van aard zijn, moeten gekruid zijn met barmhartigheid. Onze daden van barmhartigheid, zo niet uiteindelijk rechtvaardig, zullen genadeloos blijken te zijn.
Zouden we dit hebben opgemerkt als niemand het ons op het podium had laten gebeuren?
De eerste, Measure for Measure (Maat voor Maat), ontleent zijn titel aan een regel uit Jezus’ Bergrede. De zin ‘oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt’ uit Matteüs 7:1-2 staat centraal in de betekenis van het stuk. Dit vers, samen met Marcus 4:24, benadrukt het idee dat strengheid in het oordeel met gelijke munt zal worden betaald. Het stuk gebruikt dit Bijbelse concept om de hypocrisie van Angelo te onderzoeken, die Claudio’s daden met een hard oordeel veroordeelt maar tegelijkertijd Isabella ter verantwoording roept. Dit is een kenmerkende zet van Shakespeare: een religieus geladen zin, doctrine of zelfs persoon nemen en er theater van maken. Hoewel sommigen beweren dat dit alles was wat hij met religie of theologie deed, denk ik dat hij meer doet. Hij graaft namelijk in de diepten van de geloofstaal om te zien of hij pareltjes kan vinden die we misschien over het hoofd zien als we alleen maar letten op de identiteitspolitiek van het Engeland van de Reformatie. ‘Genade is genade ondanks alle controverse’, zegt een personage in dit stuk. Dat zou de slogan kunnen zijn voor Shakespeares theologische interventies.
We zien Shakespeare in Measure for Measure zijn typische plezier beleven aan religie. De hertog van Wenen geeft zijn macht weg om, zoals hij beweert, naar het buitenland te gaan voor een stukje internationale politiek. Sterker nog, hij sluipt meteen terug de stad in, nu vermomd als een monnik (een lid van de Franciscaner religieuze orde). Hij vertelt de monnik die hem de gewaden leent dat hij dit doet omdat hij er een onverantwoordelijke gewoonte van heeft gemaakt om de ‘strenge wetten en bijtende standbeelden’ van de stad te laten glippen. Hij is, met andere woorden, meer een barmhartige vader geweest dan een rechtvaardige heerser. Hij wil deze ‘vastgebonden gerechtigheid’ zelf niet losmaken, omdat hij vreest dat zijn volk daardoor zijn integriteit in twijfel zou trekken. (‘Maar je bent altijd zo barmhartig geweest!’) Dus bedenkt hij een plan om een van de edelen, Lord Angelo, aan te stellen als hamer der gerechtigheid in zijn plaats. Hij hint ook dat er andere redenen zijn voor zijn vermomming. Ik kom later nog terug op dat stukje vooruitwijzing.
Angelo merkt meteen dat een episode zijn vaste hand nodig heeft. Een heer genaamd Claudio heeft zijn vriendin Julietta zwanger gemaakt. Er zijn inderdaad omstandigheden die het overwegen waard lijken: de twee zijn verloofd en wachten alleen nog tot ze haar bruidsschat ontvangt; geregeld voordat ze naar de kerk gaan. Maar Angelo wil niets van clementie weten. Hij is streng, wordt opgemerkt. Zo hoort het ook, antwoordt een wijze oude heer. ‘Genade is niet de genade die er vaak zo uitziet,’ zegt hij, misschien met een knipoog naar een kritiek op de werkwijze van de hertog.
Op dit punt in het stuk hebben we onze twee vijandige kwaliteiten in nette, aparte containers. Eén container, genaamd De Hertog, is enkel barmhartig. Maar deze container moet uit de staat worden verwijderd zodat de andere, genaamd Angelo, zijn inhoud van genadeloze gerechtigheid kan tonen.
Maar, zoals Shakespeare het noemt, beginnen de zaken al snel chaotisch te worden. Angelo blijkt geheimen te verbergen. De oude heer, die heeft gesuggereerd dat de hertog overdreven barmhartig is, suggereert nu dat Angelo een beetje te streng is voor Claudio. Hij suggereert voorzichtig dat Angelo, als de tijd en plaats de gelegenheid hadden gehad, zelf wel eens de wet had kunnen verbreken. Angelo’s antwoord zegt misschien meer dan hij bedoelt:
‘Wat openligt voor de gerechtigheid,/ Dat grijpt de gerechtigheid aan.’
Met andere woorden, gerechtigheid houdt zich alleen bezig met wat ze kan zien: een juweel dat alleen opvalt als het licht vangt; als het begraven is of bezoedeld dan lopen we er langs of vertrappen we het zelfs.
Dit is onze eerste hint naar Shakespeares omverwerping van de gepolariseerde containers. Luisterend naar Antonio’s toespraak, beginnen we ons af te vragen of rechtvaardigheid, zonder ook maar een spoortje genade, er niet een beetje oneerlijk uitziet.
En dan zien we Angelo zijn theorie in praktijk brengen. Claudio’s zus komt naar hem toe om te smeken om het leven van haar broer. Angelo raakt al snel betoverd door haar schoonheid en biedt haar al snel een deal aan. Als ze hem wil ontmoeten voor seks in de tuin; in het geheim natuurlijk, zodat de misdaad niet ‘onrechtvaardig’ kan zijn; dan zal hij Claudio vrijlaten.
Dit aanbod toont duidelijk de verrotting van zijn rechtvaardigheidstheorie aan, aangezien hij een contract, een rechtvaardige band sluit rond chantage en verkrachting. Maar het ondermijnt ook de genade, aangezien zijn voorgestelde gratieverlening aan Claudio helemaal niet barmhartig is, maar slechts de verzoening van een ‘rechtvaardige’ overeenkomst.
En zie daar de verpakking rondom de containers is bijna verdwenen: ‘Genade is geen genade die er vaak zo uitziet’, maar gerechtigheid is geen gerechtigheid die er alleen maar zo uitziet. Rechtvaardigheid zo meedogenloos als die van Angelo blijkt onrechtvaardig te zijn, net zoals genade zonder gerechtigheid verstoken blijkt te zijn van genade. Daarom vertrok de hertog, en daarom faalt Angelo als zijn plaatsvervanger.
Maar de hertog is teruggekeerd, en nu beginnen we te zien wat zijn geheime bedoelingen zijn. Hij gaat Claudio bezoeken voor biecht en raad, en gaat ook naar Claudio’s zus voor troost en advies. Dit is een van de heerlijke plekken waar Shakespeare speelt met religieuze stereotypen. De ‘controverse’ over genade die ik eerder noemde, is voor Shakespeares publiek een al te bekende, namelijk of God ons redt door onze daden, en dus door een contractuele gerechtigheid, of door genade, dat wil zeggen door een daad van onverdiende genade. De katholieke kerk werd over het algemeen (hoewel niet vaak terecht) geassocieerd met de eerste, de protestanten met de laatste. Maar het is hier een katholieke monnik (of in ieder geval een vermomde!) die binnenkomt als de gepersonifieerde genade.
De hertog/broeder bedenkt een plan, en het loopt bijna net zo mis als het plan van de beroemde monnik in Romeo en Julia. Dat wil zeggen dat onze komedie bijna een tragedie wordt. Ik zal het einde niet verklappen, mocht u het vergeten zijn of het nooit hebben gelezen of gezien. Maar ik geef een hint: de hertog is bij zijn terugkeer niet langer de belichaming van onrechtvaardige genade zoals voorheen. Nu ziet hij duidelijk in dat ware genade rechtvaardig is, en ware gerechtigheid genade. De twee moeten elkaar kussen, zoals psalm 85 het stelt. Zijn slimme oplossingsvoorstel draait om het laten kussen van genade en gerechtigheid.
Het is al jaren een vaststaand zomers uitje voor ons: een opvoering bijwonen van een stuk van William Shakespeare in het Shakespearetheater in Diever. Gezeten in de buitenlucht wordt je vergast op een prachtig mooie interpretatie van één van de stukken van Shakespeare. Maar niet alleen de ambiance in Diever maakt dat wij jaarlijks terugkomen, ook de vaak ethische en religieuze (onder)toon van de stukken spreekt mij aan. Laat ik Ik geef een aantal voorbeelden:
Moet ik, om barmhartig jegens iemand te zijn, afstand doen van mijn rechtvaardigheidsgevoel? En als ik besluit rechtvaardig te handelen, besluit ik dan om barmhartigheid achter me te laten? Dit zijn vragen van filosofen en theologen. Ze leveren ook enkele van de meest diepgaande filosofische en theologische overpeinzingen van William Shakespeare op.
Zeker, een doordachte beschouwing van barmhartigheid en rechtvaardigheid vindt natuurlijk niet zijn oorsprong bij deze Elizabethaanse toneelschrijver. Zolang mensen zich al hebben afgevraagd hoe ze hun openbare ruimte moeten inrichten, hebben ze zich het hoofd gebroken hoe ze dat moeten doen en ieders belang kunnen respecteren. Rond 500 voor Christus zou rabbijn Jehoeda hebben gezegd dat God drie uur per dag op een troon van gerechtigheid doorbrengt voordat hij opstaat en overgaat naar een troon van barmhartigheid, waar hij elke dag even lang doorbrengt. 200 jaar later, toen Plato zijn beroemdste dialoog wijdde aan de kwestie van rechtvaardigheid, knikte hij slechts lichtjes naar barmhartigheid, erkennend dat de rechtvaardige heerser een reputatie van vrijgevigheid nodig zou hebben.
Hoewel veel Shakespeares toneelstukken de interactie, of juist het gebrek daaraan, tussen deze twee kwaliteiten benadrukken (bijvoorbeeld The Tempest en bijna alle historische toneelstukken), schreef hij er twee met, naar mijn mening, het expliciete doel om deze twee oude vijanden op het toneel te laten vechten.
Ik zal me in een volgende webpost op één van deze concentreren en daarna in andere webpost kort op de andere terugkomen.
The Old Chapel at Rame Head in Cornwall (één van de filmlocaties van Het Zoutpad)
De waarheid achter het boek en de feelgoodfilm van de zomer 2025 The Salt Path (Het Zoutpad) werd kortgeleden in twijfel getrokken. Waarschijnlijk ook gedreven door de komkommertijd, was het verhaal niet uit de media te slaan. Er rezen serieuze vragen over de eerlijkheid van The Salt Path. Kritiek op het verhaal van Raynor Winn over haar wandeling langs de kust van het zuidwesten samen met haar zieke echtgenoot Moth, was de afgelopen tijd zeer fel. Onderzoeken die de echte namen van het duo, hun financiële geschiedenis en de medische onwaarschijnlijkheid van de omkeer in Moths degeneratieve aandoening – zoals beschreven in het boek – onthulden, brachten duizenden lezers tot woede en teleurstelling over het feit dat ze bedrogen waren. Maar erin trappen en ervan leren hoort bij het mens-zijn: een les in hoe je verstandiger kunt vertrouwen, in plaats van helemaal niet te vertrouwen.
Dit soort reacties nodigen ons ook uit om te verklaren hoe sommige van de twee miljoen lezers van The Salt Path het verraad dat sommige voelden. Zij investeerden emotie en empathie in het opbeurende verhaal van een door nood getroffen stel dat troost vindt in de natuur. Want de identificatie met het doorsnee duo op middelbare leeftijd in de verhalen en de overtuiging dat een lange tocht door het zuidwesten een wondermiddel is tegen dakloosheid, financiële problemen en een degeneratieve medische aandoening, maakt de voormalige fans van The Salt Path niet zielig, maar juist prachtig menselijk.
De reputatie van auteur Raynor Winn ligt aan flarden, verscheurd door de onthullingen die aan het licht zijn gekomen door meedogenloze onderzoeksjournalistiek.
Het hartverwarmende verhaal over hoe een stel te maken krijgt met financiële ondergang, dakloosheid en een terminale ziekte tijdens een wandeling over het South West Coast Path, is een inspiratiebron geweest voor velen die het boek hebben gelezen of de film hebben gezien, of allebei. Het verhaal werkt omdat het ons een leven laat zien dat we kennen, de levens die we leiden.
Maar nu moet het in een heel ander licht worden gezien.
Zeker, het artikel onder de kop in The Observer was grondig onderzocht, zorgvuldig opgebouwd en compromisloos in de beweringen die de ontdekkingen, observaties en commentaren op het verhaal impliceerden.
‘… niet haar echte naam
‘… ze was een dief… verduisterde het geld’
‘… gearresteerd en verhoord door de politie’
‘… vijf vonnissen van de rechtbank’
‘… ze bezaten land in Frankrijk’
‘… negen neurologen… waren sceptisch’
Punt voor punt wordt het verhaal achter Het Zoutpad uit elkaar gehaald.
Ten eerste zijn Raynor en Moth Winn niet de ‘echte’ namen van Sally en Tim Walker.
Ten tweede onthulde The Observer dat het echtpaar financiële problemen had om andere redenen dan de mislukte zakelijke investering die ze beweerden te hebben. Als parttime boekhouder voor een makelaar en taxateur werd Sally ervan beschuldigd £64.000 van de rekeningen van het bedrijf te hebben weggesluisd. Hierover werd gemeld dat ze door de politie was gearresteerd en verhoord.
Ten derde waren het de oplopende schulden die ze hadden door de schikking met haar voormalige werkgever, naast andere schulden, die er feitelijk toe leidden dat hun huis in beslag werd genomen en ze dakloos werden. Dus niet de mislukte zakelijke investering.
Ten vierde waren ze niet echt dakloos, aangezien ze een woning bezaten in Frankrijk, in de buurt van Bordeaux. Hoewel deze in vervallen staat en onbewoonbaar was, hadden ze eerder ter plaatse in een caravan gewoond.
En dan ten slotte, in een onthulling die de kern van het verhaal van hun gezamenlijke reis ondermijnde, merkten medische experts op dat het uiterst twijfelachtig was dat Moth al 18 jaar aan corticobasale degeneratie (CBD) leed. De journalist had met negen neurologen contact gehad, en dit was de de consensus. Niet alleen waren Moths symptomen niet wat verwacht werd, de normale levensverwachting met de aandoening was ook tragisch kort: zes tot acht jaar.
The Observer, dat verschillende onderdelen van het onderzoek samenvoegende, legt de lat hoog wat betreft het belang van ‘waarheid’: Het is onacceptabel dat er een idee van waarheid wordt aangepraat wanneer belangrijke passages in het boek verzonnen zijn. Er zijn zowel ‘…zonden van nalatigheid als van nalaten’:
‘Het verhaal bevat ongetwijfeld elementen van waarheid, maar het geeft ook een verkeerd beeld van wie ze waren, hoe ze aan hun reis begonnen en de financiële omstandigheden die de achtergrond vormden.’
Maar denk ik dan: het leven is echter ingewikkeld en er zijn altijd twee kanten aan een verhaal.
In een reactie op haar website beantwoordt Raynor Winn elk van de beschuldigingen één voor één. Te midden van de storm van venijn en bedreigingen die online door het artikel werd ontketend, protesteert ze dat ‘… [het] grotesk oneerlijk en zeer misleidend is en erop gericht is mijn leven systematisch te ontleden.’
Het meest verontrustend is hoe Moth getraumatiseerd is door de suggestie dat zijn diagnose verzonnen is. Naast haar verklaring online heeft Winn brieven van de neurologen die Moth behandelen geplaatst, die zijn diagnose en het verhaal in het boek bevestigen.
Wat betreft de beschuldigingen van verduistering, geeft ze toe dat er problemen waren met een voormalige werkgever. Er werden beschuldigingen ingediend bij de politie en ze werd erover ondervraagd. Er werd echter geen aanklacht ingediend en er werd een schikking getroffen, waaronder het terugbetalen van geld.
‘Alle fouten die ik in de loop der jaren op dat kantoor heb gemaakt, betreur ik ten zeerste, en het spijt me oprecht.’ zegt Raynor Winn
Dit was echter niet de mislukte zakelijke deal die aan de basis lag van hun financiële problemen en die hun dakloosheid en zo het Salt Path-verhaal in gang zette.
Winn meldt dat het pand in Frankrijk een eigen, losstaand verhaal. Toen ze op het dieptepunt van hun problemen overwogen het te verkopen, schatte een lokale Franse makelaar het als vrijwel waardeloos en vond het zinloos om het op de markt te zetten.
Uiteindelijk kozen ze ervoor om zichzelf niet failliet te laten verklaren en hun schulden kwijt te schelden. In plaats daarvan sloten ze een overeenkomst met hun schuldeisers voor minimale aflossingen. Het succes van het boek heeft ervoor gezorgd dat al hun schulden zijn kwijtgescholden.
Wat resteert is de impliciete beschuldiging dat ze niet zijn wie ze beweerden te zijn, dat ze zich verschuilen achter pseudoniemen en niet hun ‘echte’ namen gebruikten. Ze legt uit dat de reden waarom Sally Ann en Tim Walker Raynor en Moth Winn heten, eigenlijk heel eenvoudig is.
In de beginjaren van hun relatie vertelde ze Moth hoezeer ze het niet prettig vond om Sally Ann genoemd te worden en dat ze liever de achternaam Raynor had gehad. Moth noemde haar vanaf dat moment Ray. Winn is haar meisjesnaam. En wat Moth betreft, zijn naam is Timothy dus Moth is op TiMOTHy te herleiden.
Nadat ik het boek had gelezen en de film eerder deze zomer had gezien, was ik vooral onder de indruk van The Salt Path. De menselijkheid van hun verhaal, de reis die ze hadden gemaakt en de inzichten in een goed geleefd leven die het bood.
Toen de bom van The Observer barstte, zakte mijn hart in mijn schoenen. Moraalridders klommen hoog te paard en Raynor Winn werd publiekelijk aan de schandpaal genageld.
Ze trok zich vervolgens terug uit haar aanstaande Saltlines-tournee, waarbij ze tijdens een reeks evenementen voor zou lezen uit haar boeken. Uitgeverij Penguin werd ook opgeroepen om de publicatie van haar volgende boek, dat in oktober zou verschijnen, te annuleren.
Echter, terugkijkend op de onthullingen over het Salt Path-verhaal, vind ik het verhaal nog beter. En om precies dezelfde redenen als voorheen. Omdat het ons het leven weerspiegelt zoals we dat kennen, zoals de levens die we leiden.
Om te beginnen is het leven rommelig. Soms is het zelfs troebel, vol misverstanden, verkeerde interpretaties en geconstrueerde verhalen. Ja, wie van ons heeft nog nooit een fout gemaakt, een verkeerde beslissing genomen of een verkeerde keuze gemaakt, ‘uit zwakte, uit onwetendheid of door onze eigen opzettelijke schuld’? Lijken in vele kasten hebben we allemaal, toch?
En vervolgens, op basis daarvan, creëren we allemaal ons eigen levensverhaal. Of het nu gaat om het samenstellen van onze online aanwezigheid met de afbeeldingen die we op sociale media plaatsen, of de anekdotes die we delen en het gezicht dat we laten zien aan degenen die deel uitmaken van ons dagelijks leven. De aantrekkingskracht is altijd gericht op een versie die ons in het beste daglicht stelt.
Sterker nog, het kan zelfs gaan om de verhalen die we over onszelf vertellen, over onszelf. De interpretatie van wat ons is overkomen en waarom. Interpreteren hoeveel van onze ervaring te danken is aan wat ons is aangedaan of het resultaat is van onze eigen verantwoordelijkheid.
Wanneer we dus de verleiding voelen om iemand af te schrijven vanwege wat hij of zij heeft gedaan, doen we er goed aan om te reflecteren op onze eigen ervaring. Dan zijn we misschien wel dankbaar dat we niet zijn afgeschreven vanwege onze eerdere misstappen. Dit verhaal houdt onszelf dus ook een spiegel voor. Want ondanks het feit dat ze decennialang in kleine, landelijke gemeenschappen hebben gewoond, heeft niemand tijdens de hele controverse rond The Salt Path bijvoorbeeld gezegd dat de Winns of de Walkers misschien wel goede buren waren. Hierover spreken zou zomaar hun volgende avontuur of weer een bestseller kunnen worden.
Verder denk ik aan hoe Jezus zich in zulke omstandigheden gedroeg. Toen een zelfingenomen groep mensen in de Bijbel in Johannes 8 snel een oordeel wilde vellen over de gebrekkige seksuele keuzes van een vrouw, moedigde Jezus degenen die geen schuld hadden aan om als eersten in actie te komen. Langzaamaan beseften ze allemaal wat hij zei en dropen af.
Ik heb het onderstaan gebed van boetedoening altijd enorm nuttig gevonden. Het houdt ons gegrond in de realiteit van onze eigen ervaring en zou ons moeten waarschuwen om anderen niet af te schrijven:
‘Almachtige God, onze hemelse Vader, wij hebben tegen U gezondigd en tegen onze naaste in gedachten, woorden en daden, door nalatigheid, door zwakheid, door onze eigen opzettelijke fout. Het spijt ons oprecht en we berouwen al onze zonden. Omwille van uw Zoon Jezus Christus, die voor ons gestorven is, vergeef ons al het verleden en geef dat wij U mogen dienen in een nieuw leven tot eer van uw naam. Amen.’
Voor al onze lijken in al die kasten is er vergeving.
Voor wat voor ons ligt, hebben we de mogelijkheid om opnieuw te beginnen.
In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen heb ik me wat meer verdiept in ‘toolbox’ van nationalisten en vooral populisten Eén van de middelen waar vooral populistische politici gebruikmaken is het middel van de zondebokideologie: je framed een zaak die veel mensen bezighoudt, je roept het uit tot ‘crisis’ en vervolgens probeer je een groep daarvoor tot zondebok te maken. In Nederland zie je bijvoorbeeld dat migranten zo’n ‘status’ krijgen.
in Amerika zie je eenzelfde reflex: J.D. Vance, de beoogd vice-president naast Donald Trump, probeert dat bijvoorbeeld. En daarbij tracht hij ook christelijke theologie en christelijke waarden en normen hiermee in verband te brengen. Veel Amerikaanse politieke journalisten moesten hun lezers een spoedcursus geven in enkele van de meest controversiële ideeën in de moderne theologie. In een recent artikel in Politico valt dat op omdat het niet alleen een nietsvermoedend publiek kennis liet maken met een filosoof, maar het hen (ons) ook vertelde over de tegenstrijdige manieren waarop men die theoloog zou kunnen lezen. En toch dwingen deze tegenstrijdigheden ons om een moeilijkheid onder ogen te zien waarmee iedereen die zich bezighoudt met democratisch debat te maken krijgt.
In het artikel wordt namelijk de impact van René Girards zondebokmechanisme op Vance te onderzocht. Daarmee wordt de invloed van Girards ideeën in de intellectuele kringen rond J.D. Vance onderstreept.
Girard, een Amerikaans-Franse filosoof die in 2015 overleed, wordt vooral herinnerd om zijn analyse van de relatie tussen verlangen en conflict. Girard stelt dat verlangen ‘memetisch’ is, dat wil zeggen, het imiteert: ik wil wat ik zie dat anderen willen. Dit leidt vanzelfsprekend tot conflict, een conflict dat alleen kan worden opgelost door een zondebok. Het identificeren van een zondebok, een out-group, is een kracht die krachtig genoeg is om een gevoel van solidariteit te creëren tussen degenen die anders in conflict zouden zijn over gedeelde verlangens.
Politico liet zien hoe Vances lezing van Girard zich zou kunnen verhouden tot Vances verdediging van de valse suggestie van deze running mate dat Haïtiaanse immigranten de huisdieren van hun buren in Springfield, Ohio opeten. Het ging zelfs zo ver om te suggereren dat – in plaats van een verwerping van Girards analyse – Vance begrepen zou kunnen worden door het toepassen van een pragmatische lezing van Girard:
‘Hoewel Girard dat nooit ronduit heeft gezegd, hebben sommige van zijn interpretatoren betoogd dat Girards idee van de christelijke ethiek – die in theorie een alternatief biedt voor ritueel geweld als basis voor sociale cohesie – in de praktijk niet kan dienen als basis voor een grote, complexe en moderne samenleving.’
Zondebok zijn is onvermijdelijk, gebruik het in je voordeel. We kunnen niet precies weten hoe deze of welke lezing van René Girard dan ook een rol speelt in zijn politieke tactieken. Wat we wel kunnen weten, is dat Vances publieke fascinatie voor grote ideeën hem blootstelt aan een beschuldiging waarop een gezonde democratie berust: hypocrisie.
Daarentegen is er vaak een verrassende transparantie in Trumps beroep op eigenbelang. In juli sprak Trump een publiek toe en verklaarde:
‘Christenen, ga stemmen, alleen deze keer. Jullie hoeven het niet meer te doen. Nog vier jaar, weet je wat, het zal worden opgelost, het zal goedkomen, jullie hoeven niet meer te stemmen, mijn mooie christenen.’
Hoezeer Vance en anderen ook proberen dit te veranderen, er zit weinig ideologische inhoud, geen substantie achter ‘Make America Great Again’ voor zover Trump het vertelt. Het is politiek op zijn meest transactioneel en wat Trump zijn aanhangers biedt, mooi of niet, is zo vaak een zondebok. Trump is hier doorgaans vrij open over en, hoe lelijk dit soort politiek ook is, er zit een vreemd soort eerlijkheid in. Maar Vance is anders. Hij heeft ‘grote ideeën’. En hoe vreemd u deze ideeën ook vindt, en hoeveel spanning er ook lijkt te zijn tussen zijn liefde voor René Girard en zijn zondebok-zijn van Haïtiaanse immigranten, democratie is beter voor die spanning. Constructief democratisch debat is in zekere zin afhankelijk van hypocrisie. Zonder hypocrisie zou democratie niets meer zijn dan een onderhandeling over puur eigenbelang.
De eerste generaties christenen liepen tegen een soortgelijk probleem aan. De wet waarvan ze geloofden dat ze die van God hadden gekregen, toonde hun een visie voor het goede leven, net zoals het alle manieren waarop ze tekortschoten onthulde. Zoals de vroege kerkleider Paulus schreef: ‘door de wet komt de kennis van zonde.’ We kunnen eraan toevoegen dat door politieke ideologie of aspiratie de kennis van politieke hypocrisie komt.
Als Vance nooit publiekelijk de theorie van Girard had onderzocht, als hij alleen maar een opportunist was geweest, meer zoals Trump, dan hadden we één middel minder gehad om hem ter verantwoording te roepen. Elke politicus zal tekortschieten als hij wordt beoordeeld op zijn publieke ideologische aspiraties. En hoe meer ideologische aspiraties, hoe groter de beschuldiging van hypocrisie. Hypocrisie zal altijd worden aangetroffen waar we mensen vinden die debatteren en streven naar ideeën die perfecter zijn dan zijzelf. Ik verdedig geen enkele individuele hypocrisie; de inwoners van Springfield, Ohio en nieuwkomers in de VS verdienen zoveel beter. Hypocrisie is altijd teleurstellend, maar minder teleurstellend dan de alternatieven: ofwel een naakte jacht op eigenbelang of een naïeve verwachting van ideologische zuiverheid.
De vraag voor ieder van ons in een democratie is hoe we met hypocrisie kunnen leven, het verwachten en tegelijkertijd meer verwachten van degenen die ons in een openbaar ambt willen dienen. En een moment van introspectie onthult dat het een last is waarmee ieder van ons ook geconfronteerd wordt: de schandelijke kloof tussen mijn aspiraties voor mijn leven en de realiteit. De vraag hoe we met deze hypocriete politici leven, is eigenlijk de vraag hoe we met onszelf leven?
Daarmee keren we terug naar Girard. Hij beweerde dat Jezus Christus vrijwillig een doorzichtig onschuldige zondebok werd en daarmee het mechanisme ondermijnde. In het Politico-artikel wordt Vance als volgt geciteerd:
‘In Christus zien we onze pogingen om de schuld en onze eigen tekortkomingen op een slachtoffer te schuiven voor wat ze zijn: een moreel falen, gewelddadig geprojecteerd op iemand anders. Christus is de zondebok die onze onvolkomenheden onthult en ons dwingt om naar onze eigen tekortkomingen te kijken in plaats van de schuld te geven aan de door onze maatschappij gekozen slachtoffers.’
De veeleisende logica van de kruisiging voorkomt dat we zelfs de zondebokken van politici tot zondebok maken.
Maar Jezus’ dood is meer dan een belichaamde sociale kritiek. Door naar ons toe te komen en te sterven in de persoon van Jezus, toonde God zijn liefde voor onvolmaakte mensen die worstelen onder het gewicht van perfecte ideeën. Hij kwam om het een thuis en de veiligheid te geven die we allemaal wensen, vrij aangeboden aan hypocrieten. Het punt van Christus’ dood is niet, althans in eerste instantie, om mij te inspireren om anderen beter te behandelen. Het is Gods onvoorwaardelijke aanbod aan de gebroken en hypocriete, als de gebroken en hypocriete, niet zoals hij zou willen dat we zijn.
Paulus zegt het zo: ‘God bewijst zijn eigen liefde voor ons hierin: toen wij nog zondaars waren, stierf Christus voor ons.’ Ja, Gods genade is te dramatisch, te sterk om ons niet te provoceren en ons op te roepen om te veranderen, maar zijn liefde komt tot ons vóór welke verandering dan ook. Het komt tot ons zoals we zijn, wij die onze hooivorken koesteren en dat zelfingenomen gevoel dat het allemaal de schuld van iemand anders is.
Als we de politiek instappen met het gevoel dat dingen beter zouden kunnen, kunnen we snel hypocriet worden. Maar we mogen deze hypocrisie niet goedpraten; we moeten onszelf en onze leiders ter verantwoording roepen. En toch kunnen we dat dankbaar doen, en dankbaar vastgehouden worden door een God die voor hypocrieten op aarde kwam.
De schittering en vreugde van medaillewinnaars op de Olympische Spelen in Parijs is ongelooflijk om te zien. Hun discipline en gebrachte offers tijdens de training werpen hun vruchten af in betoverende uitingen van uitmuntendheid en momenten van pure vreugde. Maar om winnaars te zijn, moeten er ook verliezers zijn, en er zijn onthullende momenten van verpletterende teleurstelling geweest die nooit leuk zijn om te zien. Bijvoorbeeld over de soms mindere prestaties van Femke Bol of Lieke Klaver. Sommigen zullen vinden dat zij faalden, anderen zullen zeggen dat dit bij sport hoort.
Maar weinigen van ons zullen ooit Olympische grootheid bereiken, of de media-erkenning die het profiel van een atleet definieert door zijn naam voor altijd te verbinden aan zijn prestatie. Maar we hebben allemaal een innerlijke neiging om te geloven dat onze waarde gebaseerd is op wat we kunnen bereiken. We leven in een cultuur die ons voortdurend de boodschap stuurt dat goedkeuring en waarde afhangen van je resultaten. Velen van ons geloven dat, en vallen dan voor een leven van voortdurende intensiteit – een ‘cyclus van verdriet’ – terwijl we fel streven naar resultaten, maar rouwen om het verlies van onze innerlijke vrede. En deze culturele boodschap van acceptatie door prestatie wordt echt giftig wanneer we de leugen gaan geloven dat onze identiteit gebaseerd is op onze prestaties.
Het zijn niet alleen atleten die hierdoor risico lopen. Denk eens na over hoe ons onderwijssysteem dezelfde boodschap over cijfers uitzendt. Duizenden tieners lijden aan angst en psychische aandoeningen als ze examens afleggen, omdat ze geloven dat hun eigenwaarde afhangt van hun cijfers. De winnaars zullen worden gefeliciteerd, maar anderen zullen depressief worden van het falen.
Ik ken veel werkplekken waar ‘prestatiemanagement’ zo onderdrukkend is geworden dat het leidt tot gedrevenheid, perfectionisme en burn-out. Zelfs gepensioneerden kunnen zich gedreven voelen om hun ‘bucketlist’ af te werken voordat ze sterven of ziek worden. Dus mensen uit alle lagen van de bevolking raken gemakkelijk verslaafd aan de tredmolen van ‘prestatiegericht leven’ en voelen zich moe, gevangen en onrustig. Ze lijden onder de valse overtuiging dat zelfrespect afhankelijk is van prestaties. Als je dat gelooft, mag je van jezelf niet falen of wordt je zelfs ziek omdat je je voelt tekortschieten.
Er is een betere manier. We kunnen ervoor kiezen om afstand te doen van die verderfelijke leugen van een prestatie-identiteit en de diepe waarheid te bevestigen dat onze echte identiteit en betekenis te vinden zijn in wie we zijn als Gods geliefde kinderen. We kunnen onze emoties verankeren in de zekerheid van die ware identiteit. Het is mogelijk om te besluiten om de manie voor resultaten en onze cultuur van voortdurende intensiteit onder ogen te zien. Een daad van verzet tegen een wereld die wordt gedomineerd door de behoefte aan succes. God weet dat we een pauze nodig hebben, niet alleen om te rusten, maar om ons hart en onze geest te heroriënteren op de waarheid. We worden onvoorwaardelijk geliefd en hoeven niet te streven naar prestaties om geaccepteerd en belangrijk te worden voor God. Daar zit een diepe vrede in. Een vrijheid en veerkracht die het mogelijk maken om te concurreren zonder angst voor falen.
In de Bijbel wordt het woord uitmuntendheid nooit toegepast op prestatie, alleen op karakter, en de meest uitmuntende manier is liefde. De christelijke wereldvisie viert geweldige prestaties, maar vermijdt om er een afgod van te maken, omdat dat leidt tot een destructieve obsessie en onzekerheid.
Zeker zijn van God gaat niet over het vermijden van competitie of druk. Het is leren om uitstekende prestaties na te streven zonder het gevoel dat onze identiteit wordt gestolen door onze cijfers, of banen, of andere mensen ons goedkeuren of ons medailles toekennen. Prestaties van topkwaliteit zijn superieur en we moeten met heel ons hart ons best doen, wat we ook doen. Maar God is een God van genade, die iedereen onvoorwaardelijk liefheeft, accepteert en eert, inclusief degenen die zich niet eens kwalificeerden voor de Olympische Spelen, net zo goed als degenen die op het podium stonden.
Laatst kwam ik een artikel tegen in een christelijk blad. Daar werd de toekomst in donkere kleuren geschetst. Terecht. Aardbevingen en tsunami’s, kernrampen, sprinkhanenplagen, ontbossing, klimaatverandering, milieuvervuiling, overbevissing, plastic soep en opwarming van de aarde … het komt allemaal langs. Het staat volgens de schrijver allemaal al in de Bijbel. Die plastic soep ben ik er trouwens niet in tegengekomen, sprinkhanen en aardbevingen wel. Daar val ik niet over. Maar dan wordt het artikel zo afgesloten: ‘Het enige wat wij kunnen doen is beseffen dat de Bijbel waar is en dat God tot Zijn doel komt met deze wereld. Als we in Hem geloven, mogen we uitzien naar een nieuwe aarde. In het Nieuwe Testament van de Bijbel kun je hier meer over lezen.’
Dat vind ik nou een te gemakkelijk evangelie. Dit is wat Bonhoeffer ‘goedkope genade’ noemde, waarvan niet duidelijk is dat ze ons wat kost. Ja, aan aardbevingen kunnen we niets doen, aan overbevissing en plastic soep wel. Alle dreigende rampen worden opgesomd en vervolgens wordt gezegd dat wie gelooft, weet dat alles in Gods hand is en dat we zo ‘ware rust en vrede’ kunnen vinden. Er wordt niet opgeroepen tot bekering, in elk geval wordt niet concreet gezegd wat bekering is.
De profeet Amos sprak ook over rampen en oordelen die over het volk zouden komen. Hij zegt ook waarom. Het oordeel van God wordt opgeroepen door steekpenningen, rechtsverkrachting, sjoemelen in de handel, dienen van andere goden, enzovoort. Maar zijn toepassing is niet: als je op de Heer vertrouwt dan komt alles goed. Dit zegt hij: als je je niet bekeert dan zal de dag van de Heer duisternis voor je zijn en geen licht! (Amos 5: 23-24)
Alleen als je je bekeert tot God kun je behouden worden. En wat is dan bekeren? Dat je je omkeert. Je leeft niet langer met je rug naar God toe, maar met je gezicht naar God toe. Je wil Hem zien, je wil graag dat Hij jou aankijkt met ogen vol liefde en een hart vol warmte. En je wil uit zijn mond de Woorden horen die een weg wijzen die niet doodloopt maar die uitloopt op het leven. Bekering is dat je je omkeert, dat je het roer in je leven omgooit, of liever: dat je God het roer in je leven laat omgooien omdat Hij je aanraakt door zijn Geest. De ommekeer die de bekering van je vraagt, dat is een ommekeer die de Geest in je leven bewerkt. Maar dat betekent niet dat je dus maar moet gaan zitten afwachten. Want heel de Bijbel door, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament komt de oproep naar ons toe: Bekeer u! Dat is ook de kern van de boodschap die Jezus brengt in Israël. Bekeer u! In het Marcus-evangelie zijn dat de eerste woorden die we uit Jezus’ mond horen als Hij gaat prediken. ‘Bekeert u en gelooft het evangelie!’ Dat is een oproep waarop wij moeten antwoorden, en als je dat doet dan zeg je achteraf: ik deed het niet zelf, de Geest van God heeft dat in mij gedaan. Dat is bekering: dat je door de Geest je omkeert, het roer in je leven omgooit, dat je ermee stopt om almaar met je rug naar God toe te leven: je draait je om en gaat met je gezicht naar God toe leven. Een radicale verandering, een verandering die je raakt tot in de wortel van je bestaan: je leeft niet langer voor jezelf maar voor God. Van aangezicht tot aangezicht.
Johannes zegt het ook in zijn apostolische brief: de volmaakte liefde drijft de vrees uit. (1 Johannes 4,18) Zoiets hoor ik ook in dat slot van psalm 84. God de Heer is een zon. Zoals iedere morgen de opkomende zon de nacht majestueus verdrijft, zo laat God in Christus de Zon van de gerechtigheid opgaan die de spoken en schimmen van de duisternis verdrijft en met haar licht en warmte nieuw leven wakker roept. Want God de Heer is een zon en een schild. Genade en glorie schenkt de Heer. Zijn weldaden weigert hij niet aan wie onbevangen op weg gaan.
We komen in de Bijbel nog al eens mensen tegen die juist wel bevangen worden. Vaak door zorgen, angsten. We komen het heel specifiek tegen bij Jezus leerlingen. Op allerlei sleutelmomenten lezen we: ‘ze werden bevangen door grote schrik.’ Keer op keer komen we in de Bijbel de aansporing tegen om niet bang te zijn, niet bevangen te zijn door angst of schrik. En dat is precies de aansporing die we vinden in het slot van psalm 84. Om onbevangen op weg te gaan: want God de Heer is een zon en schild. Genade en glorie schenkt de HEER, zijn weldaden weigert Hij niet, aan wie onbevangen op weg gaan. HEER van de hemelse machten, gelukkig de mens die op u vertrouwt. (psalm 84,12-13)
Echt onbevangen kijken en leven is zo simpel nog niet. Dat je niet wordt bevangen door iets, niet geremd leeft. Hoe vaak hoor je jezelf of een ander niet van die typische zinnetjes zeggen als: Daar gaan we weer! Al ik het niet dacht! Zie je wel! Het is altijd weer hetzelfde liedje. Waarom verbaast me dit nu niet? Je bent je van die associaties meestal niet zo bewust maar die worden gevoed door wat je hebt geleerd en meegemaakt, hoe je bent gevormd. Er zitten heel wat vooroordelen in waar je jezelf niet zomaar van kunt losmaken. Echt onbevangen leven is onmogelijk zegt de psychiater. Je kijkt nu eenmaal altijd gekleurd naar de werkelijkheid. Het is al heel mooi als je je steeds meer bewust wordt van de bril, de lens, de vooroordelen die je bij je draagt.
Onbevangen op weg gaan.
Psalmisten zijn realistisch en robuust. Maken het niet mooier dan het leven is. Dat is zeker ook het geval in deze psalm 84. God is een schild maar dar betekent nog niet dat je geen strijd zou hoeven leveren. Er zijn en blijven dorre streken en soms moet je er dwars door heen, Maar juist in zulke streken is God als een bron, een milde regen. Ik dwaal soms duizend dagen ‘elders’, verloren, verdwaald in ‘tenten van de goddelozen.’ Ze staan voor een hol, plat, vlak en leeg bestaan waar God praktisch uit is verdwenen en waar ik zelfs kan wonen. Me er te lang en te gemakkelijk in thuis voel. Maar er zijn God zij dank ook tijden en plaatsen waar ik weer iets proef van Gods nabijheid. God is weliswaar een zon maar die zon moet iedere keer opnieuw opgaan en in en om en voor mij de duisternis verdrijven.
Onbevangen op weg gaan, het betekent dat je ondanks of juist dankzij alles wat je hebt meegemaakt er toch ruimte blijft voor verwondering. Je het aandurft je te laten verrassen. Zodat je je beeld van hoe je dacht dat iemand was durft te laten bijstellen, te corrigeren, te vernieuwen. Dat je enerzijds lessen trekt uit het leven dat je achter je hebt en je ergens toch ook ruimte laat voor het wonder van een nieuw begin, een andere kijk. Wie zo op weg gaat, zegt de psalm, zal verrast worden door weldaden van God. Die zal momenten meemaken van genade en glorie. Want God, de HEER van de hemelse machten, weigert zijn weldaden niet, aan wie onbevangen op weg gaan.