Wat er nu rond Trump gebeurt, is eigenlijk niet zo nieuw. Buitenlandse leiders arresteren. Luchtaanvallen uitvoeren zonder toestemming van het Congres. Bondgenoten onder druk zetten. De VS deden dit al decennia. Altijd. Het verschil zit ’m ergens anders in. Niet in wat ze doen, maar in wat ze níét meer doen: zich rechtvaardigen.
Vroeger deed Amerika alsof. Alsof het ging om mensenrechten. Om democratie. Om het internationaal recht. Dat was vaak hypocrisie, ja. Maar hypocrisie is tenminste nog een knikje richting moraal. Een knipoog naar het idee dat goed en kwaad bestaan.
De schok van Trump 2.0 is dat dit dunne laagje vernis van moraliteit verdwenen is. Niet: “We doen dit voor de democratie.” Maar: “We doen dit omdat we het kunnen.” Toen Trump werd gevraagd wat hem internationaal zou kunnen tegenhouden, zei hij: “Mijn eigen morele kompas.” Dat is… niet bepaald geruststellend.
Zijn rechterhand Stephen Miller was nog eerlijker:
‘de wereld wordt geregeerd door kracht, geweld en macht. Wij zijn een supermacht. Dus we gaan ons gedragen als een supermacht.’
En voilà: paniek. Is dit het einde van het internationaal recht? Zijn we terug bij pure machtspolitiek? Mensen halen Thucydides erbij: ‘de sterken doen wat ze kunnen, de zwakken lijden wat ze moeten.’ Alsof moraal een dun laagje verf was dat nu definitief is afgebladderd.
Maar wacht even. Wat gebeurt er als een land stopt met doen alsof het moreel is? Als het kwaad stopt met het betalen van hypocrisie aan de deugd? Dan zijn er twee opties:
De eerste – en die zit diep in ons systeem – is: dit is nazisme. Macht maakt recht. Klaar. Dietrich Bonhoeffer noemde dat in 1933 al een misdaadsyndicaat. Met zulke regimes kun je niet praten, alleen vechten. Sinds 1945 is dit onze ultieme nachtmerrie. Hitler is het ijkpunt van het absolute kwaad. Iemand demoniseren? Teken er een snorretje bij en klaar.
Maar dat is een wankele basis voor een moreel wereldbeeld. Niet al het kwaad draagt een hakenkruis. En eerlijk: deze obsessie heeft ons niet geholpen om de echte problemen van deze eeuw aan te pakken. Noch om te ontdekken wat we wél belangrijk vinden.
En dat systeem brokkelt nu af. Rechts negeert oude taboes. Links heeft het morele middelpunt verlegd naar kolonialisme, slavernij, apartheid, Israël. Het enige waar beide kanten het met ijzingwekkende vanzelfsprekendheid over eens zijn: Joden zijn verdacht.
Maar zijn Trumps mensen nazi’s? Waarschijnlijk niet. Echte morele leegte is zeldzaam. Mensen zijn morele wezens. Ethiek haat een vacuüm. Niemand gelooft echt dat alles mag.
Wat hier gebeurt, lijkt eerder op een brandgrens. Een moreel niemandsland. De oude naoorlogse consensus wordt in brand gestoken. Wat ervoor in de plaats komt? Dat weet niemand.
Maar één ding is vrijwel zeker: het wordt niet “niets”. We gaan graven in oude ideeën. Christelijke moraal. Liberale waarden. Spiritueel en seculier door elkaar. Een rommelige, ongemakkelijke mix.
En eerlijk? Dat is misschien precies wat we nodig hebben.
Dus nee, paniek is niet nodig. Maak je geen zorgen. De hypocrisie komt wel weer terug.
De eerste, Measure for Measure (Maat voor Maat), ontleent zijn titel aan een regel uit Jezus’ Bergrede. De zin ‘oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt’ uit Matteüs 7:1-2 staat centraal in de betekenis van het stuk. Dit vers, samen met Marcus 4:24, benadrukt het idee dat strengheid in het oordeel met gelijke munt zal worden betaald. Het stuk gebruikt dit Bijbelse concept om de hypocrisie van Angelo te onderzoeken, die Claudio’s daden met een hard oordeel veroordeelt maar tegelijkertijd Isabella ter verantwoording roept. Dit is een kenmerkende zet van Shakespeare: een religieus geladen zin, doctrine of zelfs persoon nemen en er theater van maken. Hoewel sommigen beweren dat dit alles was wat hij met religie of theologie deed, denk ik dat hij meer doet. Hij graaft namelijk in de diepten van de geloofstaal om te zien of hij pareltjes kan vinden die we misschien over het hoofd zien als we alleen maar letten op de identiteitspolitiek van het Engeland van de Reformatie. ‘Genade is genade ondanks alle controverse’, zegt een personage in dit stuk. Dat zou de slogan kunnen zijn voor Shakespeares theologische interventies.
We zien Shakespeare in Measure for Measure zijn typische plezier beleven aan religie. De hertog van Wenen geeft zijn macht weg om, zoals hij beweert, naar het buitenland te gaan voor een stukje internationale politiek. Sterker nog, hij sluipt meteen terug de stad in, nu vermomd als een monnik (een lid van de Franciscaner religieuze orde). Hij vertelt de monnik die hem de gewaden leent dat hij dit doet omdat hij er een onverantwoordelijke gewoonte van heeft gemaakt om de ‘strenge wetten en bijtende standbeelden’ van de stad te laten glippen. Hij is, met andere woorden, meer een barmhartige vader geweest dan een rechtvaardige heerser. Hij wil deze ‘vastgebonden gerechtigheid’ zelf niet losmaken, omdat hij vreest dat zijn volk daardoor zijn integriteit in twijfel zou trekken. (‘Maar je bent altijd zo barmhartig geweest!’) Dus bedenkt hij een plan om een van de edelen, Lord Angelo, aan te stellen als hamer der gerechtigheid in zijn plaats. Hij hint ook dat er andere redenen zijn voor zijn vermomming. Ik kom later nog terug op dat stukje vooruitwijzing.
Angelo merkt meteen dat een episode zijn vaste hand nodig heeft. Een heer genaamd Claudio heeft zijn vriendin Julietta zwanger gemaakt. Er zijn inderdaad omstandigheden die het overwegen waard lijken: de twee zijn verloofd en wachten alleen nog tot ze haar bruidsschat ontvangt; geregeld voordat ze naar de kerk gaan. Maar Angelo wil niets van clementie weten. Hij is streng, wordt opgemerkt. Zo hoort het ook, antwoordt een wijze oude heer. ‘Genade is niet de genade die er vaak zo uitziet,’ zegt hij, misschien met een knipoog naar een kritiek op de werkwijze van de hertog.
Op dit punt in het stuk hebben we onze twee vijandige kwaliteiten in nette, aparte containers. Eén container, genaamd De Hertog, is enkel barmhartig. Maar deze container moet uit de staat worden verwijderd zodat de andere, genaamd Angelo, zijn inhoud van genadeloze gerechtigheid kan tonen.
Maar, zoals Shakespeare het noemt, beginnen de zaken al snel chaotisch te worden. Angelo blijkt geheimen te verbergen. De oude heer, die heeft gesuggereerd dat de hertog overdreven barmhartig is, suggereert nu dat Angelo een beetje te streng is voor Claudio. Hij suggereert voorzichtig dat Angelo, als de tijd en plaats de gelegenheid hadden gehad, zelf wel eens de wet had kunnen verbreken. Angelo’s antwoord zegt misschien meer dan hij bedoelt:
‘Wat openligt voor de gerechtigheid,/ Dat grijpt de gerechtigheid aan.’
Met andere woorden, gerechtigheid houdt zich alleen bezig met wat ze kan zien: een juweel dat alleen opvalt als het licht vangt; als het begraven is of bezoedeld dan lopen we er langs of vertrappen we het zelfs.
Dit is onze eerste hint naar Shakespeares omverwerping van de gepolariseerde containers. Luisterend naar Antonio’s toespraak, beginnen we ons af te vragen of rechtvaardigheid, zonder ook maar een spoortje genade, er niet een beetje oneerlijk uitziet.
En dan zien we Angelo zijn theorie in praktijk brengen. Claudio’s zus komt naar hem toe om te smeken om het leven van haar broer. Angelo raakt al snel betoverd door haar schoonheid en biedt haar al snel een deal aan. Als ze hem wil ontmoeten voor seks in de tuin; in het geheim natuurlijk, zodat de misdaad niet ‘onrechtvaardig’ kan zijn; dan zal hij Claudio vrijlaten.
Dit aanbod toont duidelijk de verrotting van zijn rechtvaardigheidstheorie aan, aangezien hij een contract, een rechtvaardige band sluit rond chantage en verkrachting. Maar het ondermijnt ook de genade, aangezien zijn voorgestelde gratieverlening aan Claudio helemaal niet barmhartig is, maar slechts de verzoening van een ‘rechtvaardige’ overeenkomst.
En zie daar de verpakking rondom de containers is bijna verdwenen: ‘Genade is geen genade die er vaak zo uitziet’, maar gerechtigheid is geen gerechtigheid die er alleen maar zo uitziet. Rechtvaardigheid zo meedogenloos als die van Angelo blijkt onrechtvaardig te zijn, net zoals genade zonder gerechtigheid verstoken blijkt te zijn van genade. Daarom vertrok de hertog, en daarom faalt Angelo als zijn plaatsvervanger.
Maar de hertog is teruggekeerd, en nu beginnen we te zien wat zijn geheime bedoelingen zijn. Hij gaat Claudio bezoeken voor biecht en raad, en gaat ook naar Claudio’s zus voor troost en advies. Dit is een van de heerlijke plekken waar Shakespeare speelt met religieuze stereotypen. De ‘controverse’ over genade die ik eerder noemde, is voor Shakespeares publiek een al te bekende, namelijk of God ons redt door onze daden, en dus door een contractuele gerechtigheid, of door genade, dat wil zeggen door een daad van onverdiende genade. De katholieke kerk werd over het algemeen (hoewel niet vaak terecht) geassocieerd met de eerste, de protestanten met de laatste. Maar het is hier een katholieke monnik (of in ieder geval een vermomde!) die binnenkomt als de gepersonifieerde genade.
De hertog/broeder bedenkt een plan, en het loopt bijna net zo mis als het plan van de beroemde monnik in Romeo en Julia. Dat wil zeggen dat onze komedie bijna een tragedie wordt. Ik zal het einde niet verklappen, mocht u het vergeten zijn of het nooit hebben gelezen of gezien. Maar ik geef een hint: de hertog is bij zijn terugkeer niet langer de belichaming van onrechtvaardige genade zoals voorheen. Nu ziet hij duidelijk in dat ware genade rechtvaardig is, en ware gerechtigheid genade. De twee moeten elkaar kussen, zoals psalm 85 het stelt. Zijn slimme oplossingsvoorstel draait om het laten kussen van genade en gerechtigheid.
In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen heb ik me wat meer verdiept in ‘toolbox’ van nationalisten en vooral populisten Eén van de middelen waar vooral populistische politici gebruikmaken is het middel van de zondebokideologie: je framed een zaak die veel mensen bezighoudt, je roept het uit tot ‘crisis’ en vervolgens probeer je een groep daarvoor tot zondebok te maken. In Nederland zie je bijvoorbeeld dat migranten zo’n ‘status’ krijgen.
in Amerika zie je eenzelfde reflex: J.D. Vance, de beoogd vice-president naast Donald Trump, probeert dat bijvoorbeeld. En daarbij tracht hij ook christelijke theologie en christelijke waarden en normen hiermee in verband te brengen. Veel Amerikaanse politieke journalisten moesten hun lezers een spoedcursus geven in enkele van de meest controversiële ideeën in de moderne theologie. In een recent artikel in Politico valt dat op omdat het niet alleen een nietsvermoedend publiek kennis liet maken met een filosoof, maar het hen (ons) ook vertelde over de tegenstrijdige manieren waarop men die theoloog zou kunnen lezen. En toch dwingen deze tegenstrijdigheden ons om een moeilijkheid onder ogen te zien waarmee iedereen die zich bezighoudt met democratisch debat te maken krijgt.
In het artikel wordt namelijk de impact van René Girards zondebokmechanisme op Vance te onderzocht. Daarmee wordt de invloed van Girards ideeën in de intellectuele kringen rond J.D. Vance onderstreept.
Girard, een Amerikaans-Franse filosoof die in 2015 overleed, wordt vooral herinnerd om zijn analyse van de relatie tussen verlangen en conflict. Girard stelt dat verlangen ‘memetisch’ is, dat wil zeggen, het imiteert: ik wil wat ik zie dat anderen willen. Dit leidt vanzelfsprekend tot conflict, een conflict dat alleen kan worden opgelost door een zondebok. Het identificeren van een zondebok, een out-group, is een kracht die krachtig genoeg is om een gevoel van solidariteit te creëren tussen degenen die anders in conflict zouden zijn over gedeelde verlangens.
Politico liet zien hoe Vances lezing van Girard zich zou kunnen verhouden tot Vances verdediging van de valse suggestie van deze running mate dat Haïtiaanse immigranten de huisdieren van hun buren in Springfield, Ohio opeten. Het ging zelfs zo ver om te suggereren dat – in plaats van een verwerping van Girards analyse – Vance begrepen zou kunnen worden door het toepassen van een pragmatische lezing van Girard:
‘Hoewel Girard dat nooit ronduit heeft gezegd, hebben sommige van zijn interpretatoren betoogd dat Girards idee van de christelijke ethiek – die in theorie een alternatief biedt voor ritueel geweld als basis voor sociale cohesie – in de praktijk niet kan dienen als basis voor een grote, complexe en moderne samenleving.’
Zondebok zijn is onvermijdelijk, gebruik het in je voordeel. We kunnen niet precies weten hoe deze of welke lezing van René Girard dan ook een rol speelt in zijn politieke tactieken. Wat we wel kunnen weten, is dat Vances publieke fascinatie voor grote ideeën hem blootstelt aan een beschuldiging waarop een gezonde democratie berust: hypocrisie.
Daarentegen is er vaak een verrassende transparantie in Trumps beroep op eigenbelang. In juli sprak Trump een publiek toe en verklaarde:
‘Christenen, ga stemmen, alleen deze keer. Jullie hoeven het niet meer te doen. Nog vier jaar, weet je wat, het zal worden opgelost, het zal goedkomen, jullie hoeven niet meer te stemmen, mijn mooie christenen.’
Hoezeer Vance en anderen ook proberen dit te veranderen, er zit weinig ideologische inhoud, geen substantie achter ‘Make America Great Again’ voor zover Trump het vertelt. Het is politiek op zijn meest transactioneel en wat Trump zijn aanhangers biedt, mooi of niet, is zo vaak een zondebok. Trump is hier doorgaans vrij open over en, hoe lelijk dit soort politiek ook is, er zit een vreemd soort eerlijkheid in. Maar Vance is anders. Hij heeft ‘grote ideeën’. En hoe vreemd u deze ideeën ook vindt, en hoeveel spanning er ook lijkt te zijn tussen zijn liefde voor René Girard en zijn zondebok-zijn van Haïtiaanse immigranten, democratie is beter voor die spanning. Constructief democratisch debat is in zekere zin afhankelijk van hypocrisie. Zonder hypocrisie zou democratie niets meer zijn dan een onderhandeling over puur eigenbelang.
De eerste generaties christenen liepen tegen een soortgelijk probleem aan. De wet waarvan ze geloofden dat ze die van God hadden gekregen, toonde hun een visie voor het goede leven, net zoals het alle manieren waarop ze tekortschoten onthulde. Zoals de vroege kerkleider Paulus schreef: ‘door de wet komt de kennis van zonde.’ We kunnen eraan toevoegen dat door politieke ideologie of aspiratie de kennis van politieke hypocrisie komt.
Als Vance nooit publiekelijk de theorie van Girard had onderzocht, als hij alleen maar een opportunist was geweest, meer zoals Trump, dan hadden we één middel minder gehad om hem ter verantwoording te roepen. Elke politicus zal tekortschieten als hij wordt beoordeeld op zijn publieke ideologische aspiraties. En hoe meer ideologische aspiraties, hoe groter de beschuldiging van hypocrisie. Hypocrisie zal altijd worden aangetroffen waar we mensen vinden die debatteren en streven naar ideeën die perfecter zijn dan zijzelf. Ik verdedig geen enkele individuele hypocrisie; de inwoners van Springfield, Ohio en nieuwkomers in de VS verdienen zoveel beter. Hypocrisie is altijd teleurstellend, maar minder teleurstellend dan de alternatieven: ofwel een naakte jacht op eigenbelang of een naïeve verwachting van ideologische zuiverheid.
De vraag voor ieder van ons in een democratie is hoe we met hypocrisie kunnen leven, het verwachten en tegelijkertijd meer verwachten van degenen die ons in een openbaar ambt willen dienen. En een moment van introspectie onthult dat het een last is waarmee ieder van ons ook geconfronteerd wordt: de schandelijke kloof tussen mijn aspiraties voor mijn leven en de realiteit. De vraag hoe we met deze hypocriete politici leven, is eigenlijk de vraag hoe we met onszelf leven?
Daarmee keren we terug naar Girard. Hij beweerde dat Jezus Christus vrijwillig een doorzichtig onschuldige zondebok werd en daarmee het mechanisme ondermijnde. In het Politico-artikel wordt Vance als volgt geciteerd:
‘In Christus zien we onze pogingen om de schuld en onze eigen tekortkomingen op een slachtoffer te schuiven voor wat ze zijn: een moreel falen, gewelddadig geprojecteerd op iemand anders. Christus is de zondebok die onze onvolkomenheden onthult en ons dwingt om naar onze eigen tekortkomingen te kijken in plaats van de schuld te geven aan de door onze maatschappij gekozen slachtoffers.’
De veeleisende logica van de kruisiging voorkomt dat we zelfs de zondebokken van politici tot zondebok maken.
Maar Jezus’ dood is meer dan een belichaamde sociale kritiek. Door naar ons toe te komen en te sterven in de persoon van Jezus, toonde God zijn liefde voor onvolmaakte mensen die worstelen onder het gewicht van perfecte ideeën. Hij kwam om het een thuis en de veiligheid te geven die we allemaal wensen, vrij aangeboden aan hypocrieten. Het punt van Christus’ dood is niet, althans in eerste instantie, om mij te inspireren om anderen beter te behandelen. Het is Gods onvoorwaardelijke aanbod aan de gebroken en hypocriete, als de gebroken en hypocriete, niet zoals hij zou willen dat we zijn.
Paulus zegt het zo: ‘God bewijst zijn eigen liefde voor ons hierin: toen wij nog zondaars waren, stierf Christus voor ons.’ Ja, Gods genade is te dramatisch, te sterk om ons niet te provoceren en ons op te roepen om te veranderen, maar zijn liefde komt tot ons vóór welke verandering dan ook. Het komt tot ons zoals we zijn, wij die onze hooivorken koesteren en dat zelfingenomen gevoel dat het allemaal de schuld van iemand anders is.
Als we de politiek instappen met het gevoel dat dingen beter zouden kunnen, kunnen we snel hypocriet worden. Maar we mogen deze hypocrisie niet goedpraten; we moeten onszelf en onze leiders ter verantwoording roepen. En toch kunnen we dat dankbaar doen, en dankbaar vastgehouden worden door een God die voor hypocrieten op aarde kwam.