Wij geloven in één God, de almachtige Vader,
Maker van hemel en aarde,
van alle zichtbare en onzichtbare dingen.
En in één Heer Jezus Christus,
de eniggeboren Zoon van God,
uit de Vader geboren voor alle eeuwen,
licht uit licht,
waarachtig God uit waarachtig God,
geboren, niet gemaakt,
één van wezen met de Vader: door wie alle dingen geworden zijn;
die om ons mensen en om ons behoud is neergedaald uit de hemelen,
en is vleesgeworden uit de Heilige Geest en de maagd Maria,
en is mens geworden;
die voor ons ook is gekruisigd onder Pontius Pilatus,
geleden heeft en begraven is
en op de derde dag is opgestaan naar de Schriften;
is opgevaren naar de hemelen
en zit aan de rechterhand van de Vader,
en die zal wederkomen in heerlijkheid, om te oordelen levenden en doden;
en zijn rijk zal geen einde hebben.
En in de Heilige Geest,
die Heer is en levend maakt,
die voortkomt uit de Vader [en de Zoon],
die samen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt,
die gesproken heeft door de profeten;
in één, heilige, katholieke en apostolische kerk;
wij belijden één doop tot vergeving van zonden;
wij verwachten de opstanding der doden
en het leven in de wereld die komt.

Als christenen hebben we dit jaar iets extra’s te vieren,
namelijk de verjaardag van de de Geloofsbelijdenis van Nicea.
In 2025 is het 1700 jaar geleden dat het Concilie van Nicea werd bijeengeroepen
door keizer Constantijn, en dat de eerste versie van de geloofsbelijdenis opstelde.
Er zijn immers niet veel 1700 jaar oude documenten
die elke week hardop worden voorgelezen
en uit het hoofd worden geleerd door miljoenen mensen over de hele wereld.
Toch zullen er veel mensen zullen verbijsterd zijn,
zelfs hier onverschillig of afwijzend tegenover staan.
Want veel mensen kennen deze geloofsbelijdenis helemaal niet,
of als ze dat wel doen, zien ze het als dogmatisch,
uitsluitend en verwoord in de obscure taal
van de klassieke filosofie uit de vierde eeuw,
die weinig relevant lijkt te zijn voor de wereld waarin we vandaag leven.

maar is het echt de moeite waard om te vieren?
Laat me een paar redenen noemen waarom ik denk dat het dat is.

Allereerst markeerde 325 een periode
van enorme verandering voor het christelijk geloof.
De voorgaande 300 jaar sinds de tijd van Jezus
had het christendom zich verrassend snel verspreid,
maar over het algemeen zonder steun van de rijken of machtigen,
en regelmatig vervolgd.
Maar aan het begin van de vierde eeuw
verklaarde keizer Constantijn zichzelf tot ‘christen’.
Er is veel discussie over wat hij daarmee bedoelde;
het weerhield hem er bijvoorbeeld niet van
om het grootste deel van zijn familie te vermoorden.
Maar Constantijn schreef zijn zegevierende keizerlijke campagne
toe aan de bescherming van de christelijke God,
en begon veiligheid en privileges te bieden aan christenen en hun leiders.
Het was Constantijn die het Concilie van Nicea bijeenriep,
omdat hij zijn eigen autoriteit wilde laten gelden,
maar ook wilde dat deze ontluikende ‘institutionele’ kerk grip kreeg
en zich achter hem zou verenigen.
Plotseling kregen christenen de kans om de wereld vorm te geven,
om de cultuur vorm te geven, van bovenaf en van onderaf.
Of dit nu goed of slecht is, en wat het deed en doet
met het karakter van het christelijk geloof
in de 1700 jaar sinds Nicea is ongetwijfeld
iets dat 2025 zal moeten onderzoeken.

Ten tweede bood het Concilie van Nicea
een model van besluitvorming
dat sindsdien van groot belang is geweest in het christelijk leven.
Nicea werd bewust gekozen als de plaats om dit concilie te houden
omdat het ongeveer op de scheidslijn lag
tussen het oostelijke deel van het Romeinse Rijk,
waar Grieks de gemeenschappelijke taal was,
en het westelijke deel, waar Latijn de taal van het publieke debat was.
Constantijn probeerde zichzelf als enige keizer over beide delen te vestigen
en hij riep christelijke leiders uit het hele rijk bijeen in Nicea.
We hebben een goed idee van wie er aanwezig waren
vanwege de ondertekenaars van de resoluties van het Concilie.

Leiders kwamen uit enkele van de meest rijke
en ontwikkelde delen van het Romeinse Rijk,
zoals Alexandrië, met zijn beroemde school en bibliotheek.
Maar ze kwamen ook uit de eenvoudigste streken,
waar het boerenleven de norm was
voor zowel de bisschop als de congregaties.
Spiridion, nu de patroonheilige van Corfu, was een van de ondertekenaars;
hij hield zijn harde leven als herder vol terwijl hij zijn menselijke kudde leidde;
Sint Nicolaas van Myra, ja, die we nu kennen als Sinterklaas, was er ook;
in totaal waren er waarschijnlijk 200 tot 300 bisschoppen aanwezig,
wat de buitengewone verspreiding
van het christelijk geloof in het Romeinse Rijk benadrukt.
Daarom wordt het Concilie van Nicea
het Eerste Oecumenische of wereldwijde Concilie genoemd.
Dit was de eerste gelegenheid voor de Kerk
om de balans op te maken
en haar diversiteit op te merken en ervan te leren.

Dit model van ‘conciliaire’ discussie en bijeenkomsten is de sleutel gebleven
tot de manier waarop christenen proberen conflicten
op te lossen en beslissingen te nemen,
door elkaar te ontmoeten, te discussiëren, te bidden
en te luisteren naar stemmen en ervaringen, dit heet consultatie,
die de hele diversiteit van de mensheid vertegenwoordigen.
Maar niemand kan beweren dat het Concilie van Nicea
precies zo’n proces was
– er waren bijvoorbeeld geen vrouwen bij het concilie –
maar de intentie was significant.
In onze eigen tijd van diepe onenigheid tussen christenen
zou een toewijding aan de Niceaanse methode
van consultatieve besluitvorming
een goed uitgangspunt zijn voor het onderzoeken
van 1700 jaar van proberen naar elkaar te luisteren,
zelfs als we vaak falen.

Ten derde, en het allerbelangrijkste,
heeft het Concilie van Nicea
natuurlijk de geloofsbelijdenis van Nicea voortgebracht,
een beknopte verklaring van wat christenen
geloven over God en de wereld
en hoe dit het leven veranderd door duidelijk te spreken
over de betekenis van dood, opstanding en hemelvaart van Jezus.
Maar dee korte, duidelijke uitspraken in de geloofsbelijdenis
werden hard bevochten en niet door iedereen geaccepteerd, toen of nu.
Ze werden noodzakelijk toen mensen
verschillende beschrijvingen probeerden op te stellen
van wie Jezus is in relatie tot God,
wat steeds duidelijker naar voren bracht
hoe fundamenteel deze vraag is voor ons begrip van God,
en dus ons begrip van ons eigen doel en bestemming.
Sommigen suggereerden dat Jezus
gewoon een uitzonderlijk begaafd mens was,
begunstigd door God.
Maar zo stelden anderen, de wereld is vol met grote profeten,
van wie de meesten op zijn best lippendienst ontvangen,
maar geen werkelijk verschil maken.
Dus stelden andere mensen dat Jezus God was,
gekleed in een vermomming maar niet echt, werkelijk, menselijk was
Dat suggereert dat God zich niet echt kan verbinden aan de geschapen orde.
De meest populaire suggestie in de vierde eeuw,
naar voren gebracht door een geleerde leraar genaamd Arius,
was dat Jezus iets ertussenin is,
niet de eeuwige God, maar ook niet zomaar een mens.
Maar dat is het ergste van alle werelden:
we kunnen niet vertrouwen op wat Jezus ons laat zien
over God of over mensen.

Zo probeerden al deze ‘oplossingen’
Gods transcendentie en anders-zijn te beschermen:
God staat boven en buiten het geschapen bestaan
en goddelijkheid kan of wil zichzelf niet bezoedelen
met de aardse, historische levens die mensen leiden.

De radicale suggestie van de Geloofsbelijdenis van Nicea verwoordt het anders:
zij probeert trouw te blijven aan het getuigenis van de Bijbel,
dat Jezus werkelijk God is, die onder ons leeft,
maar ook werkelijk een mens is, geboren
in een bepaalde tijd en plaats in de geschiedenis
en een echte, historische dood sterft.
Jezus Christus als Zoon van God is absoluut gelijkwaardig aan
en moet als even goddelijk geacht worden als de Vader.
Aanduidingen als ‘het geloof van Nicea
of ‘de belijdenis van de 318 vaderen
werden in de praktijk gebruikt
voor iedere formulering
die erkende dat Jezus Christus ‘één van wezen met de Vader’ was.

Maar het leven blijft echter altijd sterker dan de leer.
In het Westen heeft men de tekst nog op twee punten aangevuld.
In de eerste plaats hebben de woorden
God uit God’ vanuit de oorspronkelijke formulering van Nicea 325
ook in de nieuwe tekst
(die dus eigenlijk van Constantinopel 381 is)
weer een plaats gekregen.
Zo horen we dus in het Latijnse Credo:
deum de deo, lumen de lumine, deo uerum de deo uero
(God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God),

Deze aanvulling is eigenlijk puur stilistisch van aard,
en herstelt de oorspronkelijke drieslag.
In de de meest gebruikte Nederlandse tekst is deze aanvulling weer ongedaan gemaakt.

Een tweede aanvulling is ingrijpender:
het ‘uitgaan’ van de Geest is op zeker moment
in de vroege middeleeuwen niet alleen als
van de Vader’ maar ook als ‘van de Zoon’ opgevat.
Het gaat hier om een uitbreiding
van slechts één woord in het Latijn (filioque),
maar deze aanvulling is officieel
door de oosters-orthodoxe kerken afgekeurd
en door de Rooms-Katholieke Kerk bekrachtigd.
Niet alleen verschil van onderliggende theologische inzichten
maar meer nog het eigenmachtig wijzigen
van een bindende tekst houden
sinds die tijd op dit punt
de kerken van het Oosten en het Westen gescheiden.

En dat moet betekenen dat de Almachtige God niet denkt
dat het Gods macht en majesteit in gevaar brengt
om te komen en ons leven te delen.
Maar het betekent ook dat de volledige leven gevende kracht van God
niet alleen ‘buiten’ maar ‘binnen’ de wereld is.

Dus waarom is deze belijdenis nog steeds belangrijk?
Vier simpele redenen:

1) Omdat het in principe om identiteit ging,
en de vraag naar Christus’ identiteit is nog steeds belangrijk.

2) Omdat we nog steeds mensen zien die Jezus Christus als bovenmenselijk beschouwen
– niet echt een van ons, of halfgoddelijk – niet God in dezelfde zin als God de Vader.
Want als we werkelijk interkerkelijk willen zijn, over verschillende denominaties heen,
maar ook door de tijd heen,
moeten we bevestigen dat Gods Zoon en Geest echt van de ene God zijn.
Al in de tweede eeuw karakteriseerde de eerste grote christelijke theoloog, Irenaeus,
het Woord en de Geest als Gods twee handen;
we kunnen ons voorstellen dat de Drie-eenheid zich eerst uitstrekt om ons te scheppen
en ons vervolgens te omarmen met Gods verlossende liefde.

3) Omdat het betekent dat we naar Jezus kunnen kijken
en daar een glimp kunnen opvangen van Gods eigen liefdevolle gezicht;
niet alleen een vaag beeld, maar de realiteit zelf.

4) En omdat alleen God ons naar Gods eigen beeld kon herscheppen
en ons tot nieuw leven kon verwekken.

 

En?

Hoe kijken we terug op 2024 wat betreft het christendom, de christelijke kerk?
Werden we verder in een hoek gedreven
of was zoals sommigen zeggen
‘de verrassende wedergeboorte van het geloof in God?’

Want in de afgelopen jaren en in 2024
hebben we een stroom publieke figuren gezien
die verschillende gradaties van interesse
in het christendom aangaven, of zelfs voluit geloofden.
Sommigen… zijn belijdende gelovigen (Francis Spufford, Nick Cave),
sommigen hebben een beetje
in de kerkportiek rondgehangen (Tom Holland, Philip Goff),
anderen zitten nog steeds op een bankje
in het voorportaal (Alain de Botton).
En dan is er Ayaan Hirsi Ali (die meezingt vanaf de kerkbanken),
Jordan Peterson (soms op de preekstoel, soms in het koor)
en zelfs Richard Dawkins
(die glimlacht bij de uitvoering van Stille Nacht door het koor
terwijl hij voorbijloopt).

In de Verenigde Staten gebeurd iets vergelijkbaars.
Maar dan ingewikkelder. De alliantie van het evangelicalen
met Donald Trump is op zijn zachtst gezegd problematisch.
(zie hiervoor het boek van Kristin Kobes Du Mez Jesus and John Wayne.
How White Evangelicals Corrupted a Faith and Fractured a Nation).

J.D. Vance, aankomend vice-president,
is een serieuze christen,
die de reis heeft gemaakt van een evangelische kerkelijke opvoeding,
via studentenatheïsme naar een conservatief rooms-katholicisme.
Eerst noemde J.D. Vance zich een ‘never-Trumper’
en vond Trump ‘idioot’ en ‘schadelijk’.
Vance ging zelfs zover dat hij zich afvroeg
of Trump niet ‘de Hitler van Amerika’ zou zijn.
Geleidelijk aan veranderden zijn opvattingen over Trump.
J.D. Vance koesterde politieke ambities en moest een kamp kiezen.
Uiteindelijk veranderde hij van een uitgesproken tegenstander
in één van Trumps felste verdedigers in de Senaat.

J.D. Vance belichaamt waar een groot deel
van de huidige generatie Republikeinen in gelooft.
Hij komt uit de ‘vergeten’ blanke onderklasse,
maar werkte zich omhoog op een manier
die past in het klassieke verhaal van de American Dream.

Op lokaal niveau zijn er eveneens veel verhalen
over mensen die kerken binnenstappen,
op zoek naar een soort betekenis in het leven
en zich opnieuw of voor het eerst bezighouden met het geloof.
Soms is het de krachtige emotie
van charismatische of pinksteraanbidding,
soms de majesteit van de gebouwen,
het mysterie van katholieke liturgie
(Stephan Sanders, Willem Jan Otten, Kristien Hemmerechts)
of de oosters orthodoxe liturgie die jongeren trekt.

Mijn mening hierover, voor zover het iets waard is,
is dat de westerse cultuur tijdelijk of definitief
geen kracht meer heeft.
In de twintigste eeuw kwamen zowel het fascisme als het communisme op
en gingen ten onder.
Francis Fukuyama verklaarde het ‘einde van de geschiedenis’
in de triomf van het seculiere, liberale, consumentenkapitalisme.
Maar ook die lijkt opgedroogd,
en wordt steeds meer als spiritueel hol
en politiek verdacht ervaren.
De ‘wokecultuur’
was een poging om een reeks morele waarden te herstellen
om de onaangename en onrechtvaardige effecten
van de ongebreidelde markt in te dammen,
maar de strijdbaarheid en agressiviteit ervan,
de poging om aspecten van de natuurlijke orde te weerstaan,
om nog maar te zwijgen van de aanname
van een destructieve fixatie op een reductionistische identiteitspolitiek,
heeft een eigen terugslag gegenereerd.

Nick Cave verwoordde het goed
in een recent interview:
mensen hebben behoefte aan betekenis,
en de seculiere wereld heeft die niet bedacht.
De eeuwige menselijke zoektocht
naar doel en betekenis is niet verdwenen,
en er is niet veel te bieden in de seculiere cultuur.
Dus staan mensen plotseling open voor
het verkennen van meer oude voorraden wijsheid.

Misschien is de grootste ironie van alles
dat juist op het moment
dat we misschien de opkomst
van een openheid voor het spirituele,
het ‘numineuze’ (het goddelijke) en het religieuze zien,
de kerk niet in staat lijkt te zijn
om daarvan te profiteren.

Dus, wat zijn de vooruitzichten voor 2025?
Aan het einde van zijn monumentale
en steeds invloedrijker wordende werk
The Master and his Emissary,
maakt neurowetenschapper Iain McGilchrist (zelf geen christen)
een veelzeggend punt:
De westerse kerk is naar mijn mening
actief bezig geweest zichzelf te ondermijnen.
Ze heeft niet langer het vertrouwen om vast te houden
aan haar waarden,
maar sluit zich in plaats daarvan aan bij het koor van stemmen
dat materiële antwoorden toeschrijft
aan spirituele problemen.
God is het interessante aan religie,
en mensen hongeren naar God.
We kijken naar de kerk om ons een ervaring van God,
mysterie, heiligheid en gebed te geven
die, hoewel het misschien niet de tegenstellingen
van de natuurlijke wereld oplost,
ons in contact zal brengen
met de bovennatuurlijke wereld
die een eeuwig leven zal brengen.
Alleen de terugkeer van sterke religie,
een religie die eisen stelt, dwingende verklaringen biedt
voor de problemen van dood en lijden,
en gelovigen een gevoel van verbondenheid
met de levende God geeft,
heeft enige hoop om te concurreren
op de postchristelijke markt.

Nee, in 2024 is religie in het algemeen
en het christendom in het bijzonder
nooit ver van de voorpagina’s geweest,
ten goede noch ten kwade.

God is niet weggegaan.
En de Kerk zal, als ze het beste wil halen
uit een periode waarin mensen in de problemen
weer naar haar kijken,
daar misschien aandacht aan moeten besteden.

 

De komst van Jezus maakt alle verschil!
Want de drie-enige God is bezig
onze verlangens naar verlossing te vervullen.
Niet alleen straks, maar ook nu al.
De God die zijn Zoon zalft met zijn Geest (Jesaja 61:1a)
doet verrassende, grote en mooie dingen in het leven van gewone mensen.
Dat is goed nieuws! Dat is evangelie!
Het evangelie is niet maar een informatieve mededeling,
maar een levensveranderende boodschap.
Sommige berichten zetten ons leven totaal op de kop.
Vaak zijn dat slechte berichten: over een ziekte, een sterfgeval, een tegenslag.
Als God ons leven binnenkomt voert Hij geen slechtnieuwsgesprek met ons,
maar een goednieuwsgesprek.
Hij komt met prachtig nieuws dat transformerende kracht heeft in ons leven.
Het is wel nieuws waar je op moet zitten te wachten.
Als je denkt dat je je leven helemaal op orde hebt,
alles in de hand hebt en de problemen die er nog zijn ook zelf wel aan kunt,
dan zal dit goede nieuws niet landen.
Het is goed nieuws voor ootmoedigen, verbrokenen van hart,
gevangenen, gebondenen en treurenden (Matteüs. 5:3-6).
Het is dus voor mensen die weten en ervaren
dat we door de zonde Gods doel met ons leven missen
en dat we daarom vergeving, genezing en bevrijding nodig hebben.
Want: ‘Want iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God’ (Romeinen 3:24).
Alleen als je werkelijk weet dat je het met jezelf ‘niet goed getroffen hebt’,
zul je het
goede nieuws kunnen ontvangen.

We ontvangen in Gods Christus zelfs een nieuwe identiteit:
‘Terebinten van gerechtigheid’ (Jes. 61:3b)!
We zijn niet langer ‘Treurwilgen van ongerechtigheid’
maar mogen tot eer van God en zijn heerlijke naam er helemaal zijn.
Jezus kwam en Jezus is er om ons mooi te maken voor zijn Vader (Psalm 1:3 en 92 :13-14).
We mogen bomen zijn, geplant door God,
tot eer van God!

 

Maria speelt een heel bijzondere rol in de heilsgeschiedenis.
In de Apostolische Geloofsbelijdenis
wordt haar naam dan ook met ere genoemd:
‘geboren uit de maagd Maria’.
Op cruciale momenten in het leven van Jezus
zijn het steeds vrouwen die Hem erkennen:
Maria de zus van Lazarus; de vrouwen op de opstandingsmorgen.
Deze Maria is de ‘moeder Gods’.
In de Bijbel vinden we meer roepingsverhalen:
Abram, Mozes, Jeremia.
God roept nu door Gabriël een jong meisje in een achteraf-stadje.
Er klinkt een bijzondere groet: de hemel feliciteert Maria
met haar aanstaande zwangerschap.
God gaat grote dingen doen in een klein plaatsje,
bijzondere dingen in een gewoon meisjesleven.
De engel eert Maria als Gods begenadigde en wenst haar vreugde toe.
Zij mag zich omringd weten door Gods Tegenwoordigheid.
Maria schrikt ervan en ze vraagt zich verward af wat deze begroeting betekent.
Ze overweegt de woorden, want Maria heeft wat met woorden (Lucas 1:29; 2:19; 2:51).
Zo wordt Maria geroepen:
God vraagt iets van haar waardoor haar leven totaal op z’n kop komt te staan.
Hoe zou jij reageren?
‘Maria vraagt hoe dat wel kan, want Jozef is nog niet haar man.’
Ze heeft dus wel haar vragen, maar als ze het antwoord heeft gehoord
(‘Het Koningskind dat jij verwacht, het is een wonder van Gods kracht’)
geeft ze zich helemaal over.
Heel anders dan eeuwen geleden Sara.
Zij lacht als ze hoort dat ze moeder zal worden,
want ze vindt het een bespottelijke gedachte.
‘Zou voor de Here iets te wonderlijk zijn?’ ‘Ja’, zegt Sara.
Maria lacht niet. Zij lijkt op haar Heer die nog geboren moet worden:
zo Zoon, zo moeder.
‘De Heer wil ik dienen!’
Zo leefde ook Jezus:
‘De Mensenzoon is gekomen om te dienen’ (Marcus 10:45).
Dienen is je overgeven aan de wil van God.
‘Wie Mij dient zal door de Vader geëerd worden.’ (Johannes 12:26).
Nee, dienen zit ons vaak niet in het bloed.
Graag houden we ons leven zelf in de hand.
Maar wie zich overgeeft aan God, laat zich leiden door de vraag:
‘Here, wat wilt U met mijn leven doen?’

 

Deze tijd van het jaar wordt niet alleen gekenmerkt door
de verwachting en de herdenking
van de geboorte van Christus in deze wereld met Kerst.
Advent is immers een tijd van verwachten en afwachten
wat God doet in deze wereld.
Kome wat komt.
Maar deze tijd staat ook in het teken van allerlei lijstjes,
van omzien op het bijna afgelopen jaar.
In onze hyperindividualistische samenleving
wordt een poging ondernomen
tot samenzijn en samen beleven:
donderdag 12 december werd er er door de Evangelische Omroep
tot zo’n samenzijn met het ontsteken
van de Nationale Kerstboom in Apeldoorn.
Andere pogingen tot samenzijn
zijn bijvoorbeeld ook de Top 2000 (sinds 1999)
waar je jouw keuze kunt delen
met een ieder door die te posten op de sociale media.
Ook internationaal doet muziekstreamingsdienst Spotify
sinds 2016 iets soortgelijks:
Spotify biedt zijn gebruikers een jaarlijkse functie die de details
van het eigen gebruik verzamelt en presenteert,
zodat we terug kunnen kijken op het jaar
door de specifieke lens van onze luistergewoonten: Spotify Wrapped.
Hoewel dit in eerste instantie misschien een beetje saai klinkt,
is het eigenlijk een behoorlijk staaltje marketinggenie.
Het is het verhaal van ons 2024, zoals verteld door Spotify.
De staat van onze ziel, zoals onthuld door onze toewijding aan Taylor Swift.
En je kunt jouw Wrapped delen met jouw omgeving!
Elk jaar wordt ‘Spotify Wrapped‘ evenals de Top 2000
meer en meer een sociaal ritueel.

Dit jaar wachtten mensen er zelfs actief op,
controleerden ze dagelijks hun app
en verlangden ze ernaar dat Spotify zijn komst in 2024 zou aankondigen.
Nieuwsmedia schreven stukken over hoe ze er het beste mee om konden gaan,
er werden daadwerkelijk weddenschappen afgesloten
over wanneer de functie zou verschijnen.
Hoe gek is dat?
Spotify Wrapped is net zo synoniem geworden met deze tijd van het jaar
als adventskalenders en het van de zolder halen van kerstversieringen.

Ik ben me er terdege van bewust dat dit misschien een storm in een glas water is,
maar het is hoe dan ook een storm.
En ik denk dat onze steeds groter wordende obsessie
ermee ons veel kan leren over… nou ja… ons.

Want wat nog interessanter is, is dat deze diep persoonlijke inzichten
die Spotify ons biedt, in eerste instantie alleen voor onze ogen gemaakt,
op sociale media worden geplakt.
Spotify Wrapped is een soort zachte lancering van ons eigen merk geworden,
een manier om onszelf, hyperindividualistisch als we zijn, te ‘outen’.
Want ook deze gegevens kun je op sociale media delen!
De afgelopen dagen hebben duizenden en nog eens duizenden mensen
de gegevens van Spotify gebruikt en gedeeld met de wereld,
als een manier waarop ze zichzelf met de wereld delen.
Hun topartiesten, de nummers die ze op repeat hebben gehad,
het aantal minuten dat ze hebben doorgebracht in het gezelschap
van hun favoriete albums, hun luistergewoonten
worden hoogstpersoonlijk op een bordje geserveerd.

Maar de simpele vraag blijft hangen: waarom?

Ja, waarom doen we dit?
Mijn instinct zegt me dat het antwoord ongelooflijk simpel is:
we willen gewoon gekend worden.

We hebben een overrompelende behoefte
om mensen te laten zien wie we zijn,
in de hoop dat we daarvoor worden beloond met acceptatie.
Misschien goedkeuring, zelfs.
Bewondering, als we echt geluk hebben.

Het is een symptoom van wat sommigen,
misschien wel het meest opvallend, Charles Taylor,
‘expressief individualisme’ hebben genoemd.
We leven in een cultureel moment dat ons vertelt
dat we de taak hebben om te ontdekken
en te definiëren wie we zijn, het is aan ons.
Het is de verantwoordelijkheid van elk individu
om zichzelf op te bouwen, van binnenuit.
En dan mogen we de wereld laten zien wat we hebben gecreëerd:
onszelf, gemaakt naar ons eigen evenbeeld.

We mogen het meesterwerk en de meester zijn,
de schepper en het gecreëerde, de dichter en het gedicht.

Dat klinkt heerlijk bevrijdend, nietwaar?
Er is maar één probleem:
niemand kan het gewicht van zo’n verantwoordelijkheid
daadwerkelijk dragen.
Het is verlammend.

En dus, als we deze enorme taak eens per jaar
kunnen uitbesteden aan een Zweeds streamingplatform;
ja, waarom zouden we dat dan niet doen?
Voor een kort moment kunnen we onze existentiële crisis
in de wacht zetten, met de beentjes op tafel,
opgelucht zuchten en simpelweg verklaren:
ik luister, dus ik besta.
Slechts één dag kunnen we onze muzieksmaak
ons laten definiëren,
kunnen we het aan onze streaminggewoontes
overlaten om ons leven betekenis te geven.

We kunnen rusten.

Ik wil dit absoluut niet bagatelliseren.
Integendeel, ik waardeer het.
Ik denk dat Spotify Wrapped ons veel meer over elkaar (en onszelf) laat zien
dan hoeveel we deze zomer naar muziek van bijvoorbeeld Froukje hebben geluisterd.
Ik ben echt dankbaar dat het ons toestaat om onze maskers even af zetten,
en ons eraan herinnert hoe graag we willen weten
en gekend willen worden, zien en gezien willen worden,
liefhebben en geliefd willen worden.
Ik denk dat het een supergoed idee is,
verpakt in een vermomming van trivialiteit.
Het duwt ons op een slinkse manier
om te erkennen dat we erbij willen horen.
En dus ben ik er niet van overtuigd
dat het überhaupt alleen maar ‘individualistisch’ gedrag is,
wat dacht je ervan om het een symptoom van
‘expressief erbij willen horen’ te noemen?

Het succes van Spotify Wrapped is ongekend en geniaal:
het is een cultureel moment
en de onderliggende hartenkreet is bijzonder luid.
Zelfs luider dan de drieduizend minuten aan Rammstein
die ik dit jaar door de speakers heb laten schallen:

Zie mij er zijn!

 

De engel Gabriël verwoordt de missie van Johannes de Doper.
Daarin ontdekken we opnieuw een aantal trekken van ‘mensen rondom Jezus’.
Het leven van Johannes heeft maar één doel: Jezus aanwijzen als de Christus.
Zijn grootheid bestaat in zijn kleinheid.
Want hij wil niet méér zijn dan een wegbereider.
‘Zie het Lam Gods!’ (Johannes. 2:29-31)

De engel Gabriël verwoordt de missie van Johannes de Doper.
Daarin ontdekken we opnieuw een aantal trekken van ‘mensen rondom Jezus’.
Het leven van Johannes heeft maar één doel: Jezus aanwijzen als de Christus.
Zijn grootheid bestaat in zijn kleinheid.
Want hij wil niet méér zijn dan een wegbereider.
‘Zie het Lam Gods!’ (Johannes. 2:29-31)
‘Hij moet groter worden en ik kleiner.’ (Johannes 3:30)
‘Hij zal vervuld worden van de Heilige Geest
terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is,’ (Lucas 1: 15b)
Van bijna alle ‘mensen rondom Jezus’ in Lucas 1 en 2 wordt gezegd
dat ze vervuld worden met de Geest, en ze aanbidden God met enthousiasme.
‘Bedrink u niet, maar laat de Geest u vervullen’ (Efeziërs. 5:18).
Johannes is een met de Geest gezalfde profeet.
Al in de baarmoeder belijdt hij de naam van zijn Heer! Over Hem is hij Geestdriftig.
en hij zal velen uit het volk van Israël zal hij bekeren tot de Here, hun God. (Lucas 1 :16)
Bekering heeft te maken met:
genadig aan je zonden ontdekt worden om je vervolgens om te keren naar Christus.
De taal die Johannes gebruikt is daarbij scherp: ‘Adderengebroed’ (Lucas 3:7)
Gedoopt zijn is niet genoeg.
Johannes verkondigt een heel praktische bekering:
deel je kleren en je eten, vorder niet te veel, plunder niet en pers niets af (Lucas 3:10-14).
Hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia. Johannes is Elia de Tweede.

Net als die profeet is hij aangewezen,
niet op zichzelf, maar op de Geest en de Kracht van God.
Johannes’ prediking was vol van Geest en Kracht, want vol van Christus.
‘Zo zal hij voor de Heer een volk gereedmaken.’ (Lucas 1: 17b)
Wanneer ben je er ‘klaar’ voor om Jezus te ontvangen?
Want dat is het doel van Johannes’ prediking.
Je bent er ‘klaar’ voor als je alles loslaat en als je met lege handen staat.
Toewijding is: niets meer vast willen houden dan Jezus alleen.

wat zou hij denken?

 

Woedt er vandaag de dag een nieuwe Koude Oorlog?
Deze aanname, aangewakkerd door de oorlog in Oekraïne,
wordt betwist door Anne Applebaum in haar boek Autocratie bv.
In plaats daarvan, zo betoogt ze in dat boek,
is er een groeiende groep autocratische staten
waar heersende elites duizelingwekkende niveaus van corruptie uitoefenen,
rijkdom vergaren, het algemeen belang uithollen
en elke zinvolle afwijkende mening onderdrukken.
Er is eerder sprake van een ‘onrechtsstaat’ dan van een ‘rechtsstaat’,
waarbij in de eerste groep de rechtbanken het middel worden
waarmee wrede, cynische staatsmacht wordt ingezet
om tegenstanders te vernietigen en gevangen te zetten.

De Koude Oorlog werd ondersteund door ideologie,
maar autocratische staten steunen elkaar vandaag de dag
door middel van logistiek, middelen en propaganda,
ondanks grote verschillen in visie.
Iran, Noord-Korea, Venezuela, China, Rusland en Zimbabwe,
om een handvol autocratische naties te noemen,
delen weinig in termen van gemeenschappelijke ideologie,
behalve de wens van hun dictators om aan de macht te blijven,
zowel om hun rijkdom veilig te stellen
als om zichzelf te beschermen tegen juridische stappen.
De vijgenbladeren van religieuze overtuigingen en nationalisme
worden vaak in verschillende combinaties gebruikt,
maar misleiden weinigen.

Als er een gemeenschappelijke deler is voor deze autocratieën,
dan is het de wens om de naoorlogse nederzettingen af te schaffen,
de instellingen en wetten die sindsdien de wereld hebben gekenmerkt.
Het bestaande internationale recht is een specifiek doelwit,
omdat de ontmanteling ervan dictators immuun maakt voor oordeel.

Het huidige mondiale beeld in duidelijke, criminele termen als deze formuleren,
is nuttig. Maffiastaten bestaan en hun invloed groeit.
Maar het is te gemakkelijk voor anderen om zichzelf
aan de kant van de engelen te plaatsen.
Deze kleptocratieën zijn mogelijk gemaakt door bedrijfslichamen elders.
Vanuit Nederland worden producten verscheept die op de sanctielijst staan van de EU
waardoor bijvoorbeeld Rusland haar agressief gedrag kan blijven voeren.

Aan het einde van de Koude Oorlog was er een wijdverbreid gevoel
dat liberale, democratische waarden de overhand hadden
en dat het alleen nog maar hoefde te gebeuren
dat deze ideeën zouden doorsijpelen in de structuur van de resterende landen.
Dat is vandaag de dag niet alleen niet meer het geval,
maar het momentum is eerder
dat autocratische waarden democratieën infecteren met hun gewoonten.
De wereldwijde technologische revolutie heeft hieraan bijgedragen,
aangezien ooit verafschuwde meningen en standpunten aanhang krijgen
in de hoofden van mensen met grieven, reëel of ingebeeld.

De overleden opperrabbijn Jonathan Sacks
zei dat de sleutelvraag voor de nieuwe eeuw was:
wie spreekt namens God?
Als de suggestie was dat dit een vraag is
die verschillende religieuze tradities moeten beantwoorden
op manieren die onze gemeenschappelijke menselijkheid ondersteunen,
hebben we nu geen gebrek aan dictators die zeggen dat ze namens God spreken.
Hun beweringen dat andere delen van de wereld
goddeloos en gedegenereerd zijn, worden keer op keer herhaald.
Net als Goebbels weten ze dat de eindeloze herhaling
mensen uiteindelijk uitput totdat zinnen geloofwaardig worden.
Niemand die om Gods karakter geeft, zou beweren
dat hun samenleving zijn karakter goed weerspiegelt;
er ís overal onrecht, haat en geweld.
Maar er is een speciale hypocrisie wanneer criminelen
die miljarden hebben gestolen en duizenden hebben vermoord,
beweren namens God te spreken.

Toen Jezus zijn levensbepalende verleiding in de woestijn onder ogen zag,
liet de duivel hem de koninkrijken van de wereld zien
en beloofde dat ze van hem zouden zijn als hij zich zou ‘keren’.
Hij verleidde Jezus ook om stenen in brood te veranderen.
Macht en rijkdom, de zaken waar de dictators van de wereld naar verlangden.
En zijn laatste verleiding:
Zichzelf van het dak van de tempel te gooien,
alleen om gered te worden door de engelen.
Zich te omringen met een loyale groep officieren
die Zijn belangen te allen tijde zouden beschermen.

In plaats van de snelweg naar autocratie,
nam Jezus het oneffen en kronkelige pad van dienstbaarheid aan anderen.
Een pad van zelfverloochening,
beroofd van de materiële rijkdom
die beschikbaar werd gesteld door Zijn verheven positie.

Dit is de menselijke norm die ons is gesteld
en het dwingt tot zelfreflectie,
niet tot opscheppen en bedreigingen.

 

De God die werkt op wereldniveau heeft ook aandacht
voor het leven op de vierkante meter van zijn kinderen.
Zo komt, naast Zacharias, Elisabeth in beeld.
Haar naam betekent: ‘de Here is een eed’.
Oftewel: ‘God is trouw aan zijn Woord’.
In haar ontmoeten we een gewone vrouw:
ze valt niet op.
God houdt van gewone mensen.
Dat zie je door heel de Bijbel heen.
Maar laat niemand denken: ‘Ik ben te gewoon.
In mijn leven kan God niets bijzonders doen!’
Elisabeth is ook een gewonde vrouw.
Ze heeft geen kinderen van de Here gekregen.
Dat gold in Israël als een schande: ‘
Als je geen kinderen hebt, veracht God je.’
Niets is minder waar!
Maar de mensen verachtten Elisabeth wel.
Werd ze met de nek aangekeken;
Groeten mensen haar niet;
Maakten ze misplaatste grapjes.


Elisabeth lijkt op haar Heiland:
‘iemand voor wie men het gelaat verbergt,
veracht, een geplaagde’ (Jesaja 53: 3-4).
Ze is een navolger van Jezus.
De verachting slaat om in verwachting:
deze gewonde vrouw ervaart genade in haar leven
nu ze van de Here een kind ontvangt.
Vijf maanden lang verbergt ze zich.
Het huis van Zacharias en Elisabeth wordt een retraite-oord.
Waarom verbergt ze zich? Omdat ze zich schaamde?
Twijfelt ze? Is ze bang voor bemoeizucht en nieuwsgierig gepraat?
Ze verbergt om zich samen met Zacharias te verootmoedigen.
Ze verbergt zich om haar intieme geheim te delen met haar Here,
zodat God zelf op zijn tijd dit geheim bekend zal maken
(als Maria komt).

Al voor zijn geboorte verandert Jezus mensenlevens.
In de stilte van de afzondering,
in de verborgen omgang met haar Heer,
is Gods Geest aan het werk in Elisabeth.
En als Maria dan komt, zingt ze, vervuld met de Geest, een lofzang.
Van deze gewone, gewonde vrouw
mogen we een paar geestelijke oefeningen leren,
die ons helpen dichtbij Jezus te zijn.

 

De eerste man die ik in deze Adventstijd voorstel is een priester:
een man van gebed dus,
geroepen om het volk voor te gaan in de offerdienst.
Zijn naam betekent: bij de HERE is gedachtenis.
Want God is zijn volk niet vergeten
en werkt ‘achter de schermen’ aan de verlossing.
Samen met Elisabeth heeft hij maar één verlangen:
God de Here met een volkomen toegewijd hart dienen.
Ze zijn te oud om nog kinderen te krijgen.
In Zacharias en Elisabeth ontmoeten we mensen
die ‘model staan’ voor de gelovige Rest van Gods volk
in een tijd van onderdrukking.

Twee weken per jaar doet Zacharias dienst in de tempel.
Slechts één keer in je leven mag je als priester in het heilige komen
om het reukoffer te brengen.
Dit is dus de gelukkigste dag uit zijn leven.
En dan verschijnt er ook nog een engel!
Zacharias staat hier overigens niet als privépersoon:
hij is ambtsdrager, buiten staat het volk te bidden,
de engel verschijnt niet bij hem thuis,
de te geven naam is geen familienaam.
Tegelijk worden we wel deelgenoot gemaakt
van Zacharias’ emotionele reactie (ontroering en angst),
kondigt de engel blijdschap en vreugde voor hem persoonlijk aan
en horen we Zacharias’ persoonlijke reactie:
‘Dit kan toch niet waar zijn?’
En we kunnen het nog wel begrijpen ook…
Mocht je van deze oude man niet veel meer geloof verwachten?
De Bijbel doorbreekt hier ons vaak wat stereotype denken over oud en jong:
‘Ouderen zijn wijzer en geloviger; jongeren moeten vooral nog veel leren.’
Maar hier blijkt dat oud-zijn niet per definitie betekent:
verder zijn op de weg met God.
Straks komt Maria in beeld, een kind nog eigenlijk.
En zij gelooft met hart en ziel.