voetwassing

Je zou het bijna vergeten, maar we zitten midden in de Lijdensweek, ook wel Stille of Goede Week genoemd. We bereiden ons voor het herdenken van dood en opstanding van onze Heiland Jezus Christus. Daarom de komende dagen een aantal meditaties in de traditie van de drie dagen voor Pasen en één op Paaszondag. Daarna kunnen we ons met de meditaties weer richten op de tijden van corona.

Op Witte Donderdag kijken we naar het ‘sacrament’ van de voetwassing.
Een belangrijk aspect dat zich vertaalt zich in een dienende en gastvrije kerk.
Waarom sacrament. Omdat dat een gewijde handeling is (dat is de definitie van het woord) die juist in de voetwassing als dienst aan elkaar een voorbeeld geeft voor ons handelen.

In de oude tijden, moesten de Joden voordat ze aan tafel gingen voor de Paasmaaltijd
de handen en voeten gewassen.
Deze onbedekte ledematen zaten na de wandeling door de straten van een land
met een heet en droog klimaat onder het stof. Vandaar.
Het wassen van de voeten was het werk van de minste slaaf.
Het was zulk laag werk,
dat een Joodse slaaf niet eens verplicht werd neer te knielen bij een volksgenoot.
Als dus Jezus zijn bovenkleed aflegt, een linnen doek om slaat,
water in de waskom giet, de voeten van zijn leerlingen wast en afdroogt met de doek, die hij omgeslagen had, gaat hij diep, diep door het stof.
En Hij zegt erbij ‘Ik heb een voorbeeld gegeven,
wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen.’
Zo verklaart Jezus aan zijn volgelingen het waarom van deze verrassende daad.
Dat is en blijft een lastige voor ons.
Bukken, buigen voor de ander, zit niet in ons bloed. Jezus, wat doe je ons aan?

De kerk als gastvrije gemeenschap is de praktisch invulling van de voetwassing.
Dat betekent allereerst dat de gemeenteleden zich openstellen voor gasten,
voor vreemdelingen, voor niet-leden. Dat kost inspanning.
Vreemdelingen kunnen als bedreigend ervaren worden
voor onze vanzelfsprekendheden,
voor onze rust en gehechtheid aan het oude vertrouwde.
Een écht gastvrije gemeente probeert die angst de overwinnen,
stelt zich open op alle terreinen van het kerkenwerk en verwijdert barrières,
die gasten, anderen, vreemdelingen belemmeren om mee te doen in de dienst,
in de gemeenschap en in de omgang met God.
De gast krijgt geen plaatsje aan de rand, maar in het centrum.
Wordt opgenomen in, verbonden met de anderen.
Op basis van wederzijds vertrouwen stellen zich open voor elkaar.
Wij mogen elkaar ontmoeten en gasten zijn in het levensverhaal van elkaar.
Met soms gedeelde vragen. Gedeelde zorgen. Gedeelde vreugden.
Bij elkaar te gast gebeurt in het tweegesprek op huisbezoek.
Bij elkaar te gast gebeurt in het gesprek in kleine groepen.
Het sacrament van de voetwassing wijst ons dus op drie aspecten van een kerk
een kerk met dienende gastvrijheid hoog in het vaandel:
1) openheid naar de ander, naar vreemdelingen, 2) bij elkaar te gast zijn
en 3) gast zijn van Jezus Christus, verbonden zijn.

kruisduif

Voor veel christenen valt de komst van het coronavirus met haar beperkingen – zoals geen school, geen culturele evenementen, geen Mattheüspassion, social distancing – samen met de Veertigdagentijd.
De Veertigdagentijd staat bij hen in het teken van vasten op enigerlei wijze, om zich beter te kunnen opmaken en te concentreren op het aankomende Paasfeest. Maar de beperkingen die men zich normaliter zou opleggen in het kader van de Veertigdagentijd vallen in het niet bij de beperkingen vanwege het coronavirus.
We kunnen elkaar in deze tijd niet fysiek ontmoeten en deze ‘vastentijd’ heeft geen vastgesteld einde.

Wat deze ‘vastentijd’ in ieder geval kan doen is overdenken of we dit virus moeten of kunnen verklaren.
Want ik merk bij mezelf en om me heen dat de – rationalistische – drang om deze ‘coronacrisis’ te duiden, te verklaren, erg groot is.
Maar stel stel je het eens voor dat het niet verklaard kan worden?
Stel dat je moet toegeven dat je niet alles wat er gebeurd in het leven niet kunt verklaren, dat niet alles een verklaarbare reden heeft?
Kunnen we ons als christenen dan niet beter beperken tot alleen klagen ald de waaromvraag niet beantwoord kan worden? Dat klagen is dan breder dan de corona pandemie zoals die zich voltrekt, soms dicht bij onze voordeur. Dit klagen heeft ook oog voor andere wereldwijde rampen zoals bijvoorbeeld de vluchtelingen- of klimaatcrisis.
Ligt dus de roeping van een christen in deze tijd is juist om niet te verklaren, maar om te klagen?
Klagen zou bijvoorbeeld kunnen verbinden met de psalmen. Juist in het boek van de psalmen komen we talloze klaagliederen tegen. Ik verwijs hier naar bijvoorbeeld psalm 6, 10, 13 of psalm 22.
‘Heb erbarmen, HEER, want ik kwijn weg.
Genees mij, HEER, ik ben doodsbang, ik vrees voor mijn leven.
Hoe lang, HEER, moet ik nog wachten?’(psalm 6)
‘Waarom, HEER, bent u zo ver en verbergt u zich in tijden van nood?’(psalm 10)

Maar er zijn meer psalmen dan alleen de zogenaamde ‘klaagpsalmen’.
Wanneer ik een psalm als psalm 13 lees, dan komt het geklaag en de pijn recht op mij af.
David ervaart Gods nabijheid niet en hij weet het niet. Maar hij spreekt van klagen ook nog een totaal andere taal.
Kijk naar het laatste vers: ‘Ik vertrouw op uw liefde. Mijn hart zal juichen omdat u redding brengt, ik zal zingen voor de HEER, hij heeft mij geholpen.’
Het geklaag wordt naar de achtergrond verdrongen. Niet omdat David ineens God ervaart en het allemaal weet en kan verklaren. Er is niets veranderd in zijn situatie. Maar wat er plaats vindt, is dat zijn gevoel en zijn verstand het veld moeten ruimen voor geloof en vertrouwen. Zoals God er geweest is, zo zal Hij er zijn. ook al zie, voel en begrijp ik er niets van.
Zo’n zelfde vertrouwen komen we ook tegen bij de kruisiging van Jezus.
Hij citeert psalm 22. Jezus klaagt. Maar zijn laatste kruiswoord is:
‘Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest’.
Hier is het klagen verdwenen en verdreven door geloof en vertrouwen.
Jezus weet, dat Zijn Vader er voor Hem is.

Alle reden dus niet alles te willen verklaren,
maar ook om je niet alleen te verliezen in het klagen.
Nee, ik weet het niet, maar ik weet wel dat God nabij is.
Ik kan mijn leven in Zijn handen leggen.
Daar mag ik op vertrouwen. Helemaal in het licht van de opstanding van Jezus.
Op Paasmorgen liet God zien, dat Hij er is.
Dat is voor mij het allerbelangrijkste in deze tijd.
Ik kan niet duiden maar ik wil niet alleen klagen.
Dankbaar stel ik het vertrouwen op de Heer, mijn God.
Zo lees ik ook de psalmen en laat ik ook het Nieuwe Testament meeklinken.
Er mag geloofsvertrouwen zijn. Jezus leeft en ik met Hem.
Een bemoedigende en troostvolle gedachte.

Juist in de Veertigdagentijd worden christenen opgeroepen zich nadrukkelijker dan anders te bezinnen op hun eigen doen en laten. Deze bezinning staat in het teken van het lijden van Jezus Christus voor ons en onze wereld.

In het verleden werden christenen vaak bekritiseerd op het feit dat zij faalden in het volgen van Jezus in meest donkere en duistere momenten in de wereldgeschiedenis. Hoe zal het handelen van christenen in onze tijd worden beoordeeld door de geschiedenis?  Je kunt aan de hand van de Bijbel vier vragen stellen:

‘Toen ik naakt was, gaven jullie mij kleren. Toen ik ziek was, zochten jullie mij op. Toen ik gevangen was, kwamen jullie naar mij toe.Elke keer dat jullie iets goeds deden voor één van de gelovigen die hier naast mij staan, deed je iets goeds voor mij.’ Matteüs 25:36, 40

‘Dit is wat de Heer zegt: “Houd je aan mijn regels. Spreek eerlijk recht. Behandel iedereen goed en rechtvaardig. Maak geen misbruik van mensen zonder macht, maar bescherm hen tegen hun onderdrukkers. Gebruik geen geweld tegen vreemdelingen, tegen weduwen, of tegen kinderen zonder vader. En vermoord geen onschuldige mensen.”‘ Jeremia 22:3

Kunnen wij als volgers van Jezus Christus deze opdracht klakkeloos naast ons neer leggen omdat onze eigen financiële zekerheid, ons eigen comfort, onze nationale en politieke stabiliteit  misschien op het spel staan? Volgens mij is Gods Woord hierover uitermate duidelijk. Toch zijn er christenen die buitengewoon passief blijven en soms zelfs enorm agressief als het gaat om mensen die aan hun ‘gespreide bedjes’ komen.

‘Maar als je sommige mensen beter behandelt dan andere mensen, doe je het verkeerd. Dan is het duidelijk dat je je niet aan Gods wet houdt.’ Jakobus 2:9

‘Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis.’ 1 Johannes 2:9

Hoe kunnen christenen schijnbaar kritiekloos voorbijgaan aan mensen die worden gediscrimineerd of door overheden stelselmatig worden misbruikt? Er worden talloze mensen achtergesteld op basis van hun afkomst, hun religie of hun geslacht. En wat hebben wij gedaan? Hebben wij deze praktijken publiekelijk veroordeeld? Hoe kunnen mensen die een God dienen die gestorven is voor de hele mensheid, wegkijken als er in naam van ons wordt gemoord en onderscheid wordt gemaakt tussen mensen?

‘Geliefde broeders en zusters, u bent als vreemdelingen die ver van huis zijn; ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens, die uw ziel in gevaar brengen.Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken. ‘ 1 Petrus 2:11-12

Geloven we in Gods voorzienigheid of blijven we bezig om vrienden te maken met de onrechtvaardige Mammon? Proberen we koste wat het kost onze eigen rijkdom veilig te stellen en te vermeerderen?

Laten we juist in deze tijd ons er zelf op bezinnen hoe de geschiedenis en vooral hoe God ons handelen zal beoordelen. Dat Gods Naam mag worden grootgemaakt vanwege onze acties! Eén ding is zeker: er is hoop voor onze wereld omdat Jezus leeft! Dat de heilige Geest ons kracht mag geven om een verschil te maken!

Romeinen 12,10

 

U bent onze brief, geschreven in onze harten, gekend en gelezen door alle mensen.
Het is immers openbaar geworden dat u een brief van Christus bent.
2 Korinthiërs 3: 2-3

‘met het geloof kun je een kerk aansteken, maar ook iets anders aansteken’  zei oud-diplomate en arabiste Petra Stienen op Radio 1. Waarschijnlijk bedoelde Stienen, gelet op de tijd waarin we leven, dat geloof op z’n minst ook de wereld kan aansteken. En dan duid ik op de verschillende gruweldaden die worden gepleegd door ISIS. Toch meen ik dat Stienen met zo’n uitspraak ‘geloof’ te gemakkelijk wegzet als potentieel gevaarlijk. Laat ik mijzelf maar vergelijken met de brief uit boven aangehaalde Bijbeltekst. En dan wel als brandbrief: een vurig schrijven uit nood, een dringende oproep aan alle mensen tot inkeer, ommekeer.

brandbrief Juist en vooral in deze veertigdagentijd. Vanuit het feit dat God de mensen oneindig lief heeft en alleen maar het goede wil voor hen. Kerkvader Augustinus van Hippo draagt op afbeeldingen vaak een brandend hart in de hand, omdat hij veel schreef over de liefde van God tot de mens. Ergens schreef hij ‘Mijn hart was vol verlang naar U’. Brandend van verlangen God. ‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft’ zingt lied 598 uit het ‘nieuwe’ liedboek.

Dat we zo in lichterlaaie mogen zijn als baken voor iedereen. Baken op weg naar het koninkrijk van God.

Dat ook onze harten mogen worden aangestoken in onuitblusbaar vuur voor Hem uit Wie en door Wie en tot Wie wij zijn!

Dat we een leesbare ‘brand’brief  van Christus mogen zijn!

Veel mensen zullen het nog wel weten: 754, Bonifatius vermoord bij Dokkum. Met enige overdrijving zou je kunnen stellen dat Bonifatius aan het begin stond van de kerstening van de Nederlanden. Zijn leven en dood spraken zozeer tot de verbeelding dat het christelijk geloof door veel mensen omarmd werd en het heidendom langzamerhand meer terrein verloor.

2014: het ‘kindeke Jezus’ wordt gestolen uit een kerststal in Dokkum. Alweer een opmerkelijk feit dat gebeurd in of bij Dokkum. Waar Bonifatius als het ware de brenger was van het goede nieuws en Jezus Christus aan de mensen gaf, wordt Jezus nu – symbolisch – verwijderd uit het openbare leven.lege kribbe dokkum Dreigde de essentie van het Kerstevangelie al jaren onder in de kerstballenbak te geraken door alle overbodige franje, nu het is daadwerkelijk gebeurd in Dokkum.

Hét Kerstkind wordt ingewisseld voor de leegte die achterblijft. En hoe je het probeert op te vullen, het zal altijd koud en leeg blijven.

En het geschiedde in die dagen bij Dokkum…

Zo in de donkere tijd aan het einde van jaar is een mens snel geneigd melancholisch te worden. Achteromkijken naar het afgelopen jaar: alles wat je overkomen is aan goede en minder goede zaken. Eén van de conclusies kan dan zijn: vroeger was alles beter: meer solidariteit, betere werkomstandigheden, gelukkiger en minder problemen. Ach ja, in de tijd van onze grootmoeders was het leven niet zo jachtig, alles ging meer in harmonie, men had meer tijd… voor alles.

Maar als paus Franciscus het Europees Parlement Europa vergelijkt met het beeld van een oude afgetobde oma uit wie alle levenslust verdwenen is kantelt het beeld zoals hierboven geschetst radicaal. paus Europees ParlementAanstaande zondag begint voor christenen de Adventstijd. Tijd van bezinning, beschouwing en het je voorbereiden op het aanstaande Kerstfeest. Kerstfeest: het feest van de geboorte van Jezus Christus; herinnering voor mensen dat God zijn verbond en zijn beloften van heil aan mensen niet vergeten is. Een nieuwe wereld is begonnen. Een wereld waarin gerechtigheid en vrede zullen regeren. En wij worden opgeroepen daar aan te werken. Maar voor Europa lijken (nog) steeds andere dingen belangrijker: technocratie en bureaucratie. Een wereld waarin mensenlevens worden uitgedrukt in geld en ‘economisch instrument’. De paus wijst de parlementariërs, en dus ook ons, om mensen hun ‘transcendente waardigheid’ weer terug te geven. Want ‘wie God vergeet en Hem niet de eer geeft, schept een voedingsbodem voor onrecht en geweld. Europa dreigt haar ziel te verliezen wanneer zij hiervoor geen oog heeft.

Het zijn woorden van de paus. Laten wij allen, als christenen  in deze Adventstijd ons ook bezinnen op deze waarschuwing. Want wij zijn allen inwoners van Europa. Wij vormen Europa.

Kortgeleden kreeg de preses van de Protestantse Kerk, ds. Van den Broeke, emmers vol kritiek over zich heen, omdat ze het waagde om koning Willem Alexander (belijdend christen) erop te wijzen dat hij in zijn publieke uitingen geen gewag maakt van zijn geloof in God. ‘Hoe ze het toch durfde’ was de mening van velen ‘geloof is immers iets privé, dat op z’n best achter de voordeur mag worden beleden en dus geen plaats heeft in het publieke domein’. Ik hoorde ik deze kritiek tot mijn verbazing ook van medechristenen ‘zoiets zeg je toch niet en helemaal niet in deze tijd waarin een IS (Islamitische Staat) met een beroep op een religie vreselijke terreurdaden begaat. Alsof wij en masse, christenen incluis, zijn gaan geloven in de verbeeldde werkelijkheid dat de mensheid zich verder heeft ontwikkeld tot een samenleving waar God geen plaats meer heeft, hooguit als folkloristische hobby die een kleiner wordend groepje mensen mag blijven beoefenen als andere mensen er maar geen last van hebben. Onze seculiere maatschappij, met praktisch atheïsme is gebaseerd op een seculiere moraal. Deze moraal bepleit het individuele geweten, de mens als hoogste maat der dingen en gaat voorbij aan God en Jezus Christus. Deze maatschappij waarin we alleen maar kunnen vertrouwen op eigen kracht, op eigen daden en waarin wij ons leven helemaal zelf kunnen en moeten vormgeven. God is weggeschreven uit de geschiedenis en zijn volgelingen ‘ach, de stumpers’.

Onze maatschappij gebaseerd op een christelijk-(modern)humanistische grondslag. ‘Wij hebben God vermoord, jullie en ik!’ liet Friedrich Nietzsche zijn dolle man zeggen in de vrolijke wetenschap ‘Wij zijn allemaal zijn moordenaars!‘. Maar meteen kwam hij ook met een analyse van die maatschappij zonder God ‘Dwalen we niet als door een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller? Moeten er ‘s morgens geen lantaarns aangestoken worden?’ Onze samenleving is er een zonder ziel, zonder hoop. We zijn vrij, we zijn onze eigen meester… maar wat heeft ons dat opgeleverd? Ongelovigen geloven het ongelooflijksteWe zijn bang als mensen onze leefwijze afwijzen,als zij ons ongebreidelde ‘vrijheden’ veroordelen.

Vrijheid; de Duitse filosoof Rüdiger Safranski schreef hierover een belangwekkend boek:  Het kwaad of het drama van de vrijheid. In dit boek beschrijft Safranski – nadat hij allerlei filosofen heeft behandeld – de mens die leegte en chaos ervaart wanneer geen god of levensbeschouwing hem de weg wijst. Men dacht dat de mens vanwege het feit dat hij redelijk is op een normale wijze kan samenleven met de ander. Zolang ieder zich maar houdt aan de basisspelregels. Zolang de redelijkheid bewaard wordt, blijft ook het samenlevingssysteem overeind. Maar de redelijkheid weet niet iedereen meer te boeien. Het onredelijke, het kwaad blijkt diep in de mens verborgen te zitten. Het jezelf als middelpunt van het universum te wanen. Dat is uiteindelijk het kwaad, dat zich tracht zich ‘zich een goed geweten aan te meten’. Wat ik doe dat is in de regel toch goed? Vrijheid is het toverwoord. Maar vrijheid is geen gemakkelijkheidsoplossing, maar iets waarmee de uitdaging nog maar gesteld is.

Vrijheid zoekt ook naar ankerpunten, een ethiek en leefregels die haar mogelijk maken.Vrijheid zonder maat brengt enkel zelfvernietiging voort en oorlog. Ankerpunten zijn te vinden in de Tien Geboden, het evangelie van Jezus Christus. Dat zijn de richtlijnen die God ons gaf om mensen een leven te laten leiden in vrede, broederschap en eensgezindheid. Deze uitgangspunten, deze ankerpunten voor een maatschappij zullen echte rechtvaardigheid voortbrengen, echte ontwikkeling en vrede. Geloven, leven in afhankelijkheid van de door God gestelde normen, dat is pas vrijheid! Maarten Luther, de Duitse kerkreformator omschreef ‘vrijheid’ zo: Een christenmens is een vrij heer over alle dingen en niemands onderdaan; een christenmens is een dienstbare knecht van alle dingen en ieders onderdaan. Of zoals het in Romeinen 14 vers 17 staat: ‘Het Koninkrijk Gods is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest.’  Ik stel mijn vertrouwen niet op ‘eten en drinken’, op ‘voedsel en kleding’, op ‘zekerheden, die ik in de hand heb’. Ik vertrouw op gerechtigheid, op het recht van en voor de ander die door God aanvaard is. Ik geloof in de keuze voor het recht van de armen, van de verdrukten en van hen die geen helper hebben. Ik vertrouw op vrede, ik kies voor het welzijn van de ander, en van Gods schepping. Mijn blijdschap is dat ik mij samen met de ander verheug in God, in het leven.

Houdt de radicale islam ons in wezen ook niet een beetje een spiegel voor. Zij willen gaan voor een radicale gehoorzaamheid aan hun God, helaas met hun  verwerpelijke uitwassen van terreurdaden. Maar waar gaan wij voor? Een beetje dit, een beetje dat. Steeds maar schipperen en vooral je kop niet boven het maaiveld uitsteken. Of gaan wij ook navolging, maar dan van Christus? Voor échte vrijheid.

Elk jaar rond Kerst organiseert 3FM het “Glazen Huis’: een aantal dj’s sluit zich in een bepaalde stad voor een aantal dagen op in een glazen huis en ze ‘vasten’ dan. Terwijl ze dat doen kunnen mensen voor een goed doel geld geven onder meer door plaatjes aan te vragen. Zo langzamerhand begint het voor mij iets te krijgen van het massaal afkopen van een schuldgevoel dat mensen bevangt, zeker rond de Kerstdagen. We doen te weinig voor een ander en door geld te geven kunnen we door dit moderne ‘aflaatsysteem’ onszelf weer in het reine brengen met de wereld.

Inmiddels wordt rond Pasen alweer enkele jaren ‘The Passion’ opgevoerd. Jaarlijks in een andere stad, ditmaal in Groningen. The Passion kun je zien als een evenknie van de opvoering van ‘de Mattheus’ in Naarden. Daar komt toute Bekend Nederland bijeen om zich te laven aan de prachtige verklanking van de Mattheüspassie gecomponeerd door J.S. Bach. Gelovig, ongelovig, het maakt niet uit, wat kunnen we toch genieten van de muziek. Is ‘Naarden’  zo zou je kunnen zeggen, voor de upper-class, The PassionThe Passion is voor het overige deel van het volk georganiseerd. Ooit is het met de oprechte intentie van onder andere de Evangelische Omroep bedoeld om het verhaal van het lijden en sterven van Jezus Christus in een modern jasje weer onder de aandacht te krijgen van een breed publiek.  Met behulp van populaire liedteksten, gezongen en geacteerd door bekende zangers en televisiepersoonlijkheden wordt het lijdensevangelie uitgebeeld.

Echter, wat bij mij begint te schuren is dat The Passion zo langzamerhand tot een zelfde event verwordt als ‘Naarden’. ik heb het idee dat het doorgeven van de inhoud van het lijdensevangelie is ondergesneeuwd onder een dikke laag van ‘volksvermaak’. Net als het geven aan het Glazen Huis waar je je geweten weer even mee in slaap kunt sussen begint The Passion helaas ook soortgelijke tekenen te vertonen. Staan de etalages rond het Glazen Huis vol met allerlei Kerstdecoraties, tot mijn stomme verbazing zag ik dat sommige etalages in Groningen zich nu tooien met een miniversie van het markante kruis van The Passion!!

Als het kruis van Christus al tot (city)marketing tool wordt gemaakt waar blijft de inhoud dan nog? Zal het op  de prettig in gehoor liggende deuntjes meehossende publiek straks de diepere inhoud van het evangelie echt meekrijgen?

Misschien moet het Glazen Huis van The Passion eerst aan gruzelementen worden gegooid om het ware ongemakkelijke kruis te voorschijn te laten komen!

Want ik ben verzekerd dat noch dood, noch leven, noch engelen
noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte
noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden
van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

Romeinen 8 vers 38 en 39

Eigenlijk weet ik het wel: al dat oorlogsgeweld in zoveel verschillende landen. Mali, Centraal-Afrikaanse Republiek, De Krim, Syrië. Door de tijd heen flitsen weer nieuwe of al bestaande brandhaarden op in de media omdat er in een bestaande geweldspiraal een belangrijk nieuws is te melden. Zo ook vandaag: het nieuws dat de Nederlandse jezuïet Frans van der Lugt in Syrië is vermoord. Hij woonde al lange tijd in het Syrische Homs waar hij de herder was niet alleen voor de kleiner wordende christelijke gemeenschap, de gehandicapten in Homs, maar voor de hele bevolking van de stad die lijdt onder het geweld. Het wrange is dat al die onnoemelijk velen geen nieuwsfeit meer vormden voor de media (en dus voor ons) en we eigenlijk een beetje ‘Syrië-moe’ waren en dat door de dood van deze geestelijke de camera’s ineens weer gericht staan op het conflict. Wie hem hebben vermoord is momenteel nog niet duidelijk. Feit is dat deze man die koste wat het koste bij ‘zijn’ mensen wilde blijven en hun erbarmelijk lot wereldkundig wilde blijven maken. Hij kon op een gegeven moment de stad ontvluchten maar hij wilde het niet.

‘Voor een christen is het kruis nooit veraf; soms is het akelig dichtbij’ zei één van de Nederlandse ordebroeders van pater Van der Lugt als reactie op het nieuws van de moord op zijn medebroeder. Deze reactie deed mij wel wat. Want juist in deze Veertigdagentijd doet me deze moord denken aan die andere moord, dik tweeduizend jaar geleden gepleegd. In het christendom denken we daar juist nu speciaal aan: de moord op Jezus Christus, die voor ons aan het kruis ging. Vermoord, door ons. Ook Hij wilde niet weg bij de mensen die Hem wel weg konden kijken. Hij bleef contact zoeken met zijn Vader om onze ellende steeds voor zijn troon te leggen. Hij bleef ons trouw, maar wij Hem niet.

In paradisum deducant te angeli

Pater Frans van der Lugt:
In paradisum deducant te angeli;
in tuo adventu suscipiant te martyres
et perducant te in civitatem sanctam Jerusalem.
Chorus angelorum te suscipiat
et cum Lazaro, quondam paupere,
aeternam habeas requiem.

Onze toekomst

hebt Gij een gezicht gegeven

en onszelf een nieuwe naam.

Naar Christus mogen wij heten,

Hij is onze deur naar morgen.

Dat wij die met liefde openen

voor elkaar, voor onze kinderen.

++

Geef ons het vertrouwen

op uw liefde te koersen,

wie na ons komen voor te gaan,

verankerd in het geloof

van uw lieve Zoon,

bezield door de hoop

die ook Hem gaande hield.

Star In The East

Dan zult Gij ons niet ontbreken,

ook als de weg is opgebroken,

ook als de adem stokt.

Sytze de Vries