Door alle commotie omtrent het DSB-debacle valt het nieuws van de voedsel- en landbouworganisaties van de Verenigde Naties (FAO) toch een beetje buiten de radar van velen.
De FAO stelt dat de voedselproductie de komende veertig jaar met 70 procent moet stijgen om aan de vraag van de groeiende wereldbevolking te kunnen voldoen. Volgens de FAO moet er vooral meer geld worden geïnvesteerd in landbouw in ontwikkelingslanden, waar toename van de voedselproductie het hardst nodig is. Een jaarlijks bedrag van 56 miljard euro, 50 procent meer dan nu, moet de problemen oplossen. Voedselproductie krijgt te maken met de effecten van klimaatverandering, zoals hogere temperaturen, grotere veranderlijkheid in regenval, vaker extreme weersomstandigheden.
Het is en blijft een hete aardappel die de Westerse wereld blijft toespelen. Natuurlijk, aan de ene kant willen we de ontwikkelingslanden best helpen, maar als ze dan economisch er bovenop komen en hun producten willen afzetten in onze markt dan trekken we snel allerlei marktbeschermende muren op. Het lijkt wel of al dat ontwikkelingsgeld – dat voor een groot deel niet eens op de plaats aankomt waar het hardst nodig is – voor het Westen een soort wiedergutmachungsgeld is als ‘herstelbetaling’ voor het koloniale verleden. Maar als dan de ‘patiënt’ op eigen benen kan staan dan begint het Westen te beven. Misschien is het ook om die reden dat veel ontwikkelingslanden geen stabiele regering kennen. Lekker makkelijk voor het Westen: corrupte regeringen kun je beter naar je hand zetten.
Daarom ook dat bekende poplyric als titel Money makes the world go around. 
Solidariteit is mooi, zolang het onze economische dominantie maar geen parten speelt. Het draait in de hele wereld om geld.
Maar tegenwoordig zie je steeds meer de andere meningen in de media komen, bijvoorbeeld het boek de crisiskaravaan van Linda Polman. In het boek wordt de traditionele hulpverlening aan ontwikkelingslanden tegen het licht gehouden en wordt deze aan de kaak gesteld. Een ander geluid komt uit een deel van de ontwikkelingslanden zelf. Kortgeleden zag ik in een interview met een persoon waarin naar voren kwam dat er vanuit de ontwikkelingslanden zelf stemmen opgaan om het Westen ervan te overtuigen dat het de ontwikkelingshulp in de huidige vorm alleen maar afhankelijk maakt. Eigenlijk was de conclusie: Stop ermee!! We willen niet langer gepiepeld worden. Misschien is de hulp die China geeft, namelijk alleen vanuit economische drive – wij halen iets bij jullie en geven jullie er dan iets voor terug – zonder verdere verplichtende moraliteit, zo populair in ontwikkelingslanden. Het Westen had altijd de mond vol van allerlei democratische initiatieven die van de grond moesten worden getild in ontwikkelingslanden. Maar in feite werd er met twee tongen gesproken. We wilden wel helpen, maar het moest ons niks ‘kosten’!!
Maar ja, wat willen we. Eigenlijk willen we het volgende. Namelijk dat de ontwikkelingslanden afhankelijk blijven van ons, want anders missen we onze mogelijkheid om ons zelf goed te voelen.
Money makes the world go around allerlei geopolitieke overwegingen en mondiale economische ideeën liggen ten grondslag aan allerlei beslissingen. Als andere landen mee willen delen in de taart die welvaart heet dan vrezen we voor ons deel dat dan kleiner wordt. China, India en andere landen, natuurlijk mogen zij zich ontwikkelen, maar niet ten koste van onze welvaart!!
En dan heb ik het nog geen eens gehad over de verstrekkende gevolgen van de klimaatcrisis. Natuurlijk, we willen daar allemaal iets aan doen, maar o wee, we moeten er niets bij inschieten, het moet geen geld kosten – of het moet binnen redelijke termijn terug te verdienen zijn. Daarom heb ik ook weinig hoop voor klimaatconferentie in Kopenhagen in december…
immers…
Money makes the world go around
Gister hoorde ik nog een item op Radio 1 dat een of andere werkloze sportcoach zich had geworpen op de recessie, de crisis. Natuurlijk was hij ook druk doende rond te schnabbelen in het seminarcircuit waar hij lezingen gaf over de uitdagingen van de financiële crisis. Maar nu heeft hij al zijn kennis in een kaftje gegooid waarin hij vanuit zijn enorme sport- en coachingservaring het lezerspubliek wil voorhouden de crisis niet als bedreiging te zien, maar als uitdaging om je eigen creativiteit aan te spreken. Wat zou er nou gebeuren, als ineens de economie weer overeind krabbelt en de crisis weer op de achtergrond wordt gedrongen? De beste schrijver zou blijven zitten met grote voorraden onverkoopbare boeken en wat nog erger is: hij kan zijn prachtige boodschap niet meer slijten in het seminarcircuit. En wie weet komt hij werkloos thuis te zitten en vraagt hij uiteindelijk een uitkering aan. Wat een rampspoed!
Maar ook de wereldleiders van de zogenaamde ‘grote’ economieën hebben het zwaar om de boodschap aan hun onderdanen te verkopen. Zeker in een crisistijd als tegenwoordig willen wereldleiders hun landgenoten niet met zo’n depressief makend nieuws vermoeien. En een goede vuist maken tegen de ‘opkomende’ economieën kunnen ze niet maken. Immers, de economie van Amerika draait voor een goed deel op geleend kapitaal uit China. Ja, het China dat wordt gevraagd om het ‘iets rustiger aan te doen’!! Mijn vraag is nu: wat moet er in vredesnaam gebeuren opdat mensen eindelijk inzien dat er iets moet veranderen en dan niet in 2050, maar wel nu!! Moeten er eerst echte rampen gebeuren – in plaats van al die rampenfilms die even aandacht generen die daarna weer snel wegebt – voordat men echt over wil gaan tot het nemen van ingrijpende en pijnlijke maatregelen. Nee, in plaats daarvan moet het wereldwijde systeem bijna koste wat het kost overeind gehouden worden met miljarden aan kapitaalinjecties.
Verschillende mensen hebben zich door de jaren op een exorbitante wijze verrijkt, waardoor er een manier van zakendoen is ontstaan en gecultiveerd dat uiteindelijk heeft geleid tot het aan de rand van de afgrond brengen van het financieel systeem zoals wij dat wereldwijd kennen.Vervolgens kan de wereld zoals wij haar kennen het doen met vrome wensen en onverkoopbare voornemens van wereldleiders en wordtt men met een ‘gaat u maar rustig slapen’ bijna letterlijk in slaap gesust.