De Oosterhoutse kunstenaar Pieter Jonker haalt Jezusbeelden van hun kruis en plaatst ze in ‘verrassende’ situaties. Achter zijn raam staat nu een Jezus op de ski’s, ligt een Christus ontspannen op een handdoek onder de zon en hangt de zoon van God in de ringen.’Mooi toch?,’ zegt Jonker. ‘Jezus maakt aan het kruis altijd een trieste indruk; hij zit in een slachtofferrol. Maar zie hem hier in de ringen hangen: een oersterke vent. Ik wil mensen erover laten nadenken dat je ook op een andere manier naar Jezus kunt kijken.’ Het is niet zijn bedoeling mensen tegen de schenen te schoppen met zijn Jezusserie, al begrijpt hij dat sommigen bedenkingen zullen hebben bij zijn project. “Ik wil niet aanstootgevend zijn. Zoals ik het zie, schetst deze serie juist een wat milder beeld van Jezus.’

Op het eerste gezicht misschien wel een heel uitdagende manier om op een nieuwe wijze naar Jezus te kijken. Maar wanneer je het op de keper beschouwd heeft deze kunstenaar het evangelie van Jezus volgens mij niet helemaal begrepen. Jezus gang naar het kruis was geen resultaat van een ongelukkig leven, maar een zelfgekozen opoffering voor de mensen. Jezus als slachtoffer is mijns inziens dan ook geen goede voorstelling van zaken met betrekking tot het christendom. Juist doordat Jezus aan het kruis zijn leven gaf voor mij is Hij mijn held (en meer dan dat) en dan hoeft Hij niet in de ringen te hangen of te zonnen.

Jonker heeft wel altijd iets opstandigs gehad tegen ‘benauwende, enge geloofsopvattingen’. zo meldt het bericht verder ‘Sommige mensen zijn er zo zeker van wat het verhaal van Jezus inhoudt; ik wil erop wijzen dat je ook op een andere manier naar het christendom kunt kijken. Het is zonde om krampachtig aan één starre visie vast te houden; daarmee perk je zelf je bewegingsruimte in.’

Ik vraag me werkelijk af of mijn zienswijze iets met enge geloofsopvattingen te maken heeft. Juist Jezus’ dood aan het kruis betekent voor mij persoonlijk een bevrijding en een redding en geeft mij veel bewegingsruimte.

Vanmorgen was Victoria Koblenko (een Nederlandse actrice, presentatrice en columniste van Oekraïense komaf) op bezoek bij Dit is de dag, een programma op Radio 1. Ze was daar op bezoek om als lid van de groep Stoere vrouwen te pleiten voor het gebruik van ‘eerlijke’ chocolade. Voor dit product krijgt de cacaoboer dan een faire prijs en wordt niet uitgebuit door de opkoper. Op zich een nobel streven. Wat me echter opviel was dat Klobenko zei dat ze de leveranciers wilde overtuigen van het verkopen van alleen maar ‘eerlijke’ chocolade.  Alleen maar? ‘Ja’, zei ze, want ze was behoorlijk aan chocolade verslaafd en ze moest tegen zichzelf beschermd worden, want als ze de keuze moest maken tussen goedkope chocolade en het duurdere ‘eerlijke’ product, dan koos ze toch voor het goedkopere product. Verder had ze wel een vreemd idee over het ‘goede leven’. Zelf koopt ze geen vlees, maar ze wilde anderen niet voor hun hoofd stoten als ze haar vlees voorschotelden als ze op bezoek kwam. Tevens maakte ze veel gebruik van vliegtuig en auto omdat dat vanwege haar werk noodzakelijk was; daar kon ze toch niets aan doen. Ze had een keer een auto die op aardgas rijdt te leen, maar die auto al snel weer ingeleverd omdat ze zoveel moeite moest doen om aan brandstof te komen.

Eigenljk vreemd zo’n reactie dat je beschermd moet worden tegen jezelf. Zo’n verzoek om een gedeelte van je eigen autonomie ingeperkt te laten worden. Volgens mij buitelt iedereen over elkaar heen om te protesteren tegen een inperking van de vrije keuze en de eigen vrije wil (denk aan de moeizame debatten rondom de verkrijgbaarheid van allerlei soorten drugs), maar als er dan toevallig een BN-er zich schaart achter zo’n initiatief dan zet men gedwee het eigen ‘dikke ik’ zomaar opzij.

Als men toch het eigen ‘dikke ik’ opzij kan zetten ken ik een paar zeer nuttige leefregels:

  1. Ik ben de Heer, uw God die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.
  2. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
  3. Gij zult de naam van de Eeuwige, uw God, niet ijdel gebruiken.
  4. Gedenk de Sjabbatdag, dat gij die heiligt.
  5. Eer uw vader en uw moeder.
  6. Gij zult niet doodslaan.
  7. Gij zult niet echtbreken.
  8. Gij zult niet stelen.
  9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
  10. Gij zult niets begeren wat van uw naaste is.

Je zult zien, het werkt! Verbeter de wereld, begin bij jezelf!

In Delft is er een debat gehouden over de toekomst van de kerk zo meldt het Nederlands Dagblad. Hoe ziet de kerk er over twintig jaar uit? Wat mij opviel aan het verslag van deze bijeenkomst waren de traditionele antwoorden die werden gegeven op deze vraag en tegenover elkaar werden gezet. Op de eerste plaats  daar de mening van socioloog Wim Dekker die ziet dat het leven bij iedere moderne autonome mens, ondanks de secularisatie, toch existentiële vragen naar bijvoorbeeld de zin van het leven. Maar de samenleving wil geen ‘dunne ‘antwoorden’. De kerk kan daar in een tijd met een hang naar spiritualiteit op inspelen. De traditionele kerken hebben in hun traditie doordachte antwoorden in huis, aldus Dekker. En de nieuwe kerken en bewegingen – evangelisch en charismatisch – zijn sterk in beleving en spontaniteit. Beide tradities moeten volgens hem bij elkaar komen. Je zou kunnen zeggen dat dit een mening is die vooral meedeint op de maatschappelijke golven: het ongebreideld eogocentrisme heeft zijn langste tijd gehad en de kerk heeft gewoon een goede boodschap die – mits goed en ‘modern’ gebracht –  zal bijna vanzelf weer de mensen trekken.

Daarnaast heb je de mening zoals verwoord door Andries Knevel die zei niets te geloven van een spirituele opleving waarover Dekker sprak. Volgens hem houdt vooral de elite zich daarmee bezig, en niet de maatschappelijk teleurgestelden, de SBS-kijkers en Wilders-stemmers. Over twintig jaar wordt de reformatorisch-evangelische stroming toonaangevend, schatte hij.

In het artikel kwam als derde mening die van Daniël de Wolf van de Thugh Church, actief in een achterstandswijk in Rotterdam, naar voren. Hij stelde dat de toekomst van de kerk niet ligt in woorden, maar vooral in daden. Hij pleitte voor een radicale navolging van Jezus Christus.

Zou het een wie van de drie zijn? Moet je voor een van deze drie standpunten kiezen?

Ik denk het eigenlijk niet. Volgens mij heeft Dekker gelijk wanneer hij zegt dat er een mentaliteitsverandering op komst is waarbij mensen weer meer belangstelling krijgen voor spiritualiteit. Maar in onze brede samenleving kun je volgens mij niet meer zo stellen dat de kerk hier de traditionele antwoordgever van is waarbij mensen met  hun vragen naar toe komen. In een samenleving waarbij mensen zich via allerlei nieuwe media laten informeren zal de kerk niet het enige antwoord zijn op de existentiële vragen waar mensen mee zitten . Dat geldt juist voor mensen die niet met enige religieuze achtergrond zijn opgegroeid; die zullen de weg naar de kerk niet zo snel meer vinden. Hierdoo kom j al snel bij de mening verwoord door Knevel: Je kunt de maatschappelijk teleurgestelden niet meer bereiken. Daar denk ik heeft Knevel de geschiedenis van de kerk niet meer helemaal voor ogen. Het christendom is immers destijds ook begonnen als een kleine club, die in een schijnbaar voor hun boodschap onverschillige samenleving hun boodschap voor het voetlicht wist te brengen. En deed ze door – en hier komt de stelling van De Wolf in beeld –  juist ook door te handelen: mensen die sociaal onaanraakbaar en afgeschreven waren werden door de eerste christenen behandeld als mens. Dat had zo’n uitstraling op de rest van de samenleving dat dit de beste reclame was voor het christendom en zo allerlei mensen en ook maatschappelijk teleurgestelden kon aantrekken. Deze diaconale taak is in de loop van de tijd hier in het Westen meer en meer overgenomen door de overheid. De laatste tijd echter trekt de overheid zich weer meer uit deze diaconale taak terug, waardoor de kerk weer meer in beeld komt. Maar we moeten niet alleen het handelen centraal stellen, maar ook goed blijven doordenken en ook gericht moet blijven op doordenking van het geloof.

Ik denk dat we op weg zijn naar een christendom dat haar geloof  aansprekend maakt. Dat betekent misschien een kleinere christelijke gemeenschap die je volgens mij niet alleen zult vinden aan de reformatorisch-evangelicale kant van de kerk, maar bij elke christen die de boodschap van de Bijbel waarachtig neer kan zetten. En dat zal dan niet alleen in daad – iets wat ook heel belangrijk is – maar ook in woord zijn beslag krijgen.

Volgens mij een werkelijke jobstijding voor de de verkoop van ‘groene’ en biologische producten. Volgens een kleinschalig onderzoek gehouden in opdracht van het Voedingscentrum kiest meer dan de helft van de Nederlanders door de kredietcrisis voor goedkoper eten uit de supermarkt. En de ervaring leert dat dan meestal de biologische producten niet worden gekocht. Immers, het idee bestaat dat deze producten duurder zijn. Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral schreef Bertolt Brecht in de Dreigroschenoper. Eerst het eten, dan de ethiek. Ethiek blijkt een luxegoed te zijn; dat is ook niet verwonderlijk. De primaire levensbehoefte dient eerst te worden gelenigd voordat men aan ethische afwegingen toekomt. De ‘kiloknaller’ lonkt uitnodigend als je toch wat meer op je geld moet letten. Voedingsproducten die goedkoop zijn – en meestal minder ethisch verantwoord zijn geproduceerd – zullen in de winkels meer aftrek vinden. Een oplossing zou er misschien moeten komen van de overheid. Door ethisch minder verantwoorde producten extra te belasten of een andere financiële prikkel. Maar het lijkt of de politiek zich momenteel concentreert op andere zaken.  Dat zie je volgens mij op vele terreinen: de overheid vindt haar taak om het land op andere aspecten te helpen belangrijker dan de mensen er van bewust te worden dat het hyperconsumeren niet langer door kan gaan. Op internationaal gebied hoef ik maar te wijzen op de plannen van de regering Obama. Nu er toch wat grote offers moeten worden gebracht, worden de beloftes die gedaan zijn ineens minder concreet.

Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral…

Gisteren ben ik naar een bijeenkomst geweest waar Hans Schravesande, voorzitter van de Projectgroep Kerk en Milieu van de Raad van Kerken sprak. Het onderwerp waarover hij sprak was de klimaatcrisis. Volgens hem was het echt ‘vijf voor twaalf’. We moeten iets doen en wel nu! Schravesande ergerde zich aan de opstelling van de Protestantse Kerk in dezen: je hoort niets van de kerk en je ziet ( op nationaal niveau) vrij weinig initiatieven en de kerk neemt in de nationale discussie hierover geen deel. Maar Schravesande ergert zich ook aan het relativisme en doorgeschoten rationalisme van bijvoorbeeld Trouw waarin Elma Drayer laatst in haar column schreef dat er duidelijk twee kampen waren: een van de klimaatcrisis’gelovigen’ – zeg maar de mensen die de boodschap van Al Gore c.s.  (an inconvenient truth) volledig geloven – en een van de klimaatsceptici, mensen die grote vraagtekens zetten bij alle angstaanjagende scenario’s die wetenschappers de mensheid voorschotelen. Drayer stelt dan dat de waarheid ongeveer in het midden zal liggen. aarde in noodOver zo’n opstelling windt Schravesande zich enorm op. Er is geen tijd te verliezen, we moeten niet onze tijd verdoen met wetenschappelijk, rationalistisch geneuzel waardoor kostbare tijd verloren gaat. It s is time to turn, NOW.

Tijdens de inleiding van Schravesande moest ik denken aan bericht dat ik onlangs las:

De meeste blanke evangelicals in de Verenigde Staten denken niet dat er sprake is van  the global warming, de wereldwijde opwarming van het klimaat. Zeven van de tien blanke evangelicals vindt ‘global warming;’ maar onzin. Dat blijkt uit een in Amerika gepubliceerd onderzoek. Onder alle evangelicals (dus ook afro-amerikanen en mensen van Spaanse afkomst, etc) denken vijf op de tien dat het met the global warming niet zo’n vaart loopt en dat het vooral politici zijn die er het publiek probeert bang mee te maken. Van alle Amerikanen, ongeacht hun religieuze achtergrond, denkt eveneens een op de vijf dat het met de opwarming van de aarde wel losloopt.

Volgens Schravesande kwam dit omdat een groot aantal Amerikaanse christenen een nogal sterk apocalyptisch getint geloof heeft: de rampen (zoals onder andere beschreven in het Bijbelboek Openbaring) brengen de wederkomst van Jezus Christus dichterbij. Ik snap zulke mensen niet: volgens mij heb je als mens en als christen een verantwoordelijkheid voor het behoud van de jou in bruikleen gegeven aarde. Je dient haar goed te onderhouden, dat is mijns inziens een grote opdracht. Hoe de wederkomst werkelijkheid wordt daar hebben wij geen weet van en daar hoeven wij ons niet in die zin druk over te maken.
Schravesande wijt de hele discussie mede aan het feit dat de klimaatcrisis voor heel veel mensen niet te verbeelden valt. Men kan zich bij de mogelijke gevolgen geen voorstelling bij maken. Kortom: het komt weer neer op geloven. En uit dat geloven zal ook handelen voortkomen. Wat is onze (christelijke) toekomstverwachting in relatie tot onze verantwoordelijkheid?
Winnen de klimaat’gelovigen’ of de klimaatsceptici?
Voor mij is dat geen vraag: we moeten nu handelen en onze verantwoordelijkheid ter hand nemen!
Want praatjes vullen geen gaatjes!

On this day, we gather because we have chosen hope over fear, unity of purpose over conflict and discord.

Zo verwoordde president Barack Obama zijn missie in de inaugurele toespraak in januari 2009. Barack Hussein ObamaHoop blijkt het centrale begrip in zijn toespraak. Hoop die Obama linkt aan de Bijbel:

We remain a young nation, but in the words of Scripture, the time has come to set aside childish things. The time has come to reaffirm our enduring spirit; to choose our better history; to carry forward that precious gift, that noble idea, passed on from generation to generation: the God-given promise that all are equal, all are free, and all deserve a chance to pursue their full measure of happiness.

Je ziet hier duidelijke verwijzingen naar de monumentale speech van Martin Luther King jr. met zijn I have a dream speech: I have a dream that one day this nation will rise up and live out the true meaning of its creed: We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal. Ook refereert president Obama aan 1 Korintiërs 13:

Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was. Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

Twee mannen die aan het begin stonden van een weg vol beloftes van hoop en verandering. En in een sombere tijd als deze lijkt het wel of de mensheid behoefte heeft aan zulke opbeurende, hoopgevende woorden. Vandaar de Nobelprijs voor de Vrede voor Barack Hussein Obama. En ja, misschien heeft hij voor velen nog niet veel voor elkaar gebokst en zijn het alleen maar woorden. Maar woorden kunnen hoop geven, kunnen mensen in beweging brengen. Daarom vind ik deze prijs een aanmoediging voor president Obama op een ingeslagen hoopvolle weg.

Ik vind het altijd weer interessant dat de wereld altijd op zoek is naar mensen die hoop geven, iets om in te geloven; ondanks alle zure kritiek van anderen die de prestaties van president Obama (soms ook terecht) nuanceren. Mensen willen blijven geloven in het ongrijpbare, in het onzichtbare. Soms zijn dat kleine groepjes mensen die zich willen verbinden met elkaar en met een hoopvolle boodschap. Eeuwenlang werd dit geloof, deze hoop beleeft in kerkelijke gemeenschappen. Nu lijkt het een grote groep die benieuwd is naar de vervulling van gedane beloftes van president Obama: eenheid, gelijkheid en geluk voor velen, voor allen.

Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. Het zijn grote woorden, honderden jaren geleden opgetekend, vaak bezoedeld en verraden. Het zijn Bijbelse woorden die voor veel mensen in de Westerse wereld blijkbaar geen zeggingskracht meer hebben.

Of toch wel?

Al jarenlang beraadt de christelijke kerk zich op de, laat ik het populair zeggen, de pr van de kerk. Oftewel, de vraag wordt gesteld hoe we het christendom, de kerk, aantrekkelijker maken voor mensen die niet (meer) ‘in de kerk komen’. In die context viel mij het volgende bericht op:  Sinds enkele dagen bouwt de Antwerpse chocolatier Lieven Burie, naar aanleiding van 450 jaar bisdom Antwerpen en de succesvolle tentoonstelling “REUNIE” in de Antwerpse kathedraal, als eerste aan een Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in pure chocolade. Na het etalagemoment, eind september, wordt de chocolade kathedraal via e-bay verkocht. Voor deze internetveiling mocht de bisschop van Antwerpen een goed doel uitkiezen. Mgr. Johan Bonny koos voor ’t Vlot. ’t Vlot is een pastoraal project voor plein- en straatbewoners, veelal druggebruikers en (ex-)druggebruikers.

Mijns inziens een mooi initiatief dat ook bijval verdient. Ik heb er echter ook een vraag bij: staat de chocolade kathedraal ook niet symbool voor de te zoete prediking die in veel kerken opgeld deed, waarbij de kern van het evangelie, de dwarsheid, de  ‘onmenselijkheid’ van de boodschap op de achtergrond is geraakt.  Ik merk dat langzamerhand het tij in dat opzicht begint te keren en dat ons meer dan alleen maar melk wordt voorgeschoteld.

Op voedselgebied worden trouwens vanuit christelijke zijde, in deze tijd van de islamitische ramadan,  meer initiatieven ontplooit. Ideeënbureau Kerkopkop, dat onder meer spellen maakt op het gebied van religie, begint per 1 september met een groep vrijwilligers aan het zogenoemde christelijk dieet. Het christelijk dieet heeft niets te maken met calorieën, recepten of bewegingsplannen, geven de initiatiefnemers aan. In tegenstelling tot een gewoon dieet, waarbij het gaat om gewicht, gezondheid en een goed figuur, vallen de deelnemers aan het christelijk dieet af om een ander aan te laten komen. „Dat is wel even andere koek dan enkel en alleen een schoonheidsideaal na te streven.”

Eigenlijk heel interessant hoe christenen vanuit verschillende invalshoeken met het thema voedsel omgaan. Toch blijft bij mij de vraag overeind staan:  staat de kern van het evangelie, de dwarsheid, de  ‘onmenselijkheid’ van de boodschap nog op de voorgrond? Naar analogie van al deze initiatieven moeten ik onwillekeurig denken aan Holle Bolle Gijs:Holle Bolle Gijs

Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen
Waar die Holle Bolle Gijs op zat?
Hij kon schrokken, grote brokken
Een koe en een kalf en een heel paard half
Een os en een stier en zeven tonnen bier
Een schip vol schapen en een kerk vol rapen
En nog kon Gijs van de honger niet slapen!

Blijven we hongerig hoeveel we ook eten of wordt onze honger gestild door werkelijk voedsel?

Het blijft toch een fascinerend onderwerp: ‘geloofwaardigheid’; nu weer in het weeralarm. BliksemWat is het toch met de mens? Aan de ene kant wil men geen onduidelijkheden. Gerrit Hiemstra zei gister in het praatprogramma Knevel en Van den Brink dat mensen die contact opnemen met het KNMI altijd precies willen weten wat voor weer het op welke plaats wordt, wanneer er een bui gaat vallen of men geconfronteerd wordt met andere weersveranderingen. Men wil gewoon niet meer voor verrassingen worden geplaatst. Weers’voorspellingen’ moeten worden omgebogen naar weers’waarheden’. En als dan er toch iets verkeerd gaat, ach dan lopen we toch naar de rechter…  Ik vraag me af hoe mensen zouden hebben gehandeld als het KNMI geen weeralarm had uitgegeven en het weer zich toch had ontwikkeld zoals het voorspeld was: hevige rukwinden, overal verwoestende hagel en verschrikkelijke blikseminslagen.  Zouden bijvoorbeeld de organisatoren van evenementen als Lowlands en het Xnoizz Flevo Festival de betreffende autoriteiten niet aansprakelijk stellen voor de opgelopen schade? Voorspellingen hebben ook een preventief karakter, maar het zijn en blijven voorspellingen.

Het blijft toch een fascinerend onderwerp: ‘geloofwaardigheid’; aan de ene kant wil men zekerheid. Wij Nederlanders behoren tot de top-10 van de best verzekerde en oververzekerde mensen van de hele wereld. Maar aan de andere kant heeft de Nederlander, de westerse mens moeite met het geloven van  voorspellingen. Want waar men zich ook voor laat verzekeren doet men dat ook allemaal op risico-aannames. Het wil nog niet zeggen dat die ongelukken je echt overkomen.Voorspellingen moeten een zeker waarheidsgehalte hebben. Een soortgelijke reflex zie je volgens mij het geloof in de zin van godsdienst. Voorspellingen, profetieën worden niet geloofd, garanties en zekerheden worden immers niet afgegeven met de noodzakelijke vertrouwenwekkende ondersteuning van allerlei cijfers en wetenschappelijke claims. Het blijft trouwens grappig, tussen twee haakjes, dat mensen zich al snel een loer laten draaien door allerlei ‘wetenschappelijke claims’ kijk naar de enorme ineenstorting van verschillende teakbeleggingsfondsen die bijna letterlijk voorspelden, met een ronkende verwijzing naar ‘wetenschappelijk verantwoorde gegevens’  dat de bomen tot in de hemel zouden groeien. Maar als je mensen de  zekerheid wilt geven van een bestaan dat niet zinloos is en dat niet aan deze zijde van de dood ophoudt, dan wordt het heel veel mensen toch allemaal te gortig…

Het blijft toch een fascinerend onderwerp: ‘geloofwaardigheid’…

Volgende maand ploft de nieuwe Ikea-gids op de mat. Met jaarlijks 180 miljoen exemplaren is de 300 pagina’s dikke catalogus het meest verspreide drukwerk ter wereld. De gids verschijnt in 28 talen. Harry Potter en Gods Woord kunnen daar zelfs niet tegen op. De Bijbel, eeuwenlang onbetwist op nummer één, is namelijk op forse achterstand gezet. Alleen al in Nederland krijgen jaarlijks 6,3 miljoen huishoudens de gids.  Naar schatting worden er jaarlijks tussen de 50 miljoen en 150 miljoen Bijbels verkocht. Critici vragen zich wel af of Ikea trots moet zijn op het enorme papierverbruik. Het bedrijf maakt immers goede sier met een reductie van verpakkingsmateriaal. Anderzijds is er nog wel die gigantische papierberg, goed voor een enorme houtkap. En dat terwijl de gids na een jaar weer wegkan, in tegenstelling tot de Bijbel.

Op zich is dit bericht niet echt opzienbarend: al eerder schreef zich op dit blog dat het christendom in de westerse wereld op zijn retour lijkt te zijn. Kerken lopen leeg en het lijkt erop dat mensen hun spirituele behoefte op een ander manier trachten te bevredigen. En ja, dan zie dat de Ikea-gids de Bijbel inhaalt. Zeker als de gids van 2009 de veelzeggende leader draagt: design your own life,  ‘ontwerp je eigen leven’. Het lijkt er steeds meer op dat de mens probeert haar eigen leven te ontwerpen en op te bouwen zonder rekening te houden met God en de naaste. En dat de Bijbel dan minder verkocht wordt dat spreekt voor zich. In de Bijbel wordt immers de boodschap verkondigt dat de mens niet als een individualistisch schepsel op deze aarde is geplant, maar in afhankelijkheid leeft, in relatie leeft met zijn Schepper en de naaste.  Het is alleen maar de vraag of het design your own life de mens werkelijk voldoening geeft, of wordt het, de analogie met de Ikea volgend, om de zoveel jaar weer ingeruild voor een nieuw interieurtje, de volgende trend?  

Design your own life;  geeft dit werkelijke troost?…

Design your own life; hoe graag houden we ons leven niet graag niet zelf in de hand, richt ik graag zelf in?…

Design your own life; een tijdelijke hype, want de gids kan alweer na een jaar weg, inruilen voor de eeuwigheid?…

Dat was de leader van de nieuwe Intermediair van week 32/33. Kerken lopen legen, maar steeds meer Nederlanders geloven dat er meer is tussen hemel en aarde.

Het artikel maakt dus gewag van de door atheïsten zo gewenste ontwikkeling dat de mens eindelijk zou inzien dat al dat religieuze en spirituele  gedoe ‘onzin’ is. Helaas lijken de cijfers deze ontwikkeling volledig tegen te spreken: bijvoorbeeld het geloof in een leven na de dood is in vergelijking met  1991 en 2007 gestegen van ruim 50 procent naar circa 65 procent. Hoewel het wereldwijde netwerk van Dinesh D’Souza ‘bashers’  de boodschap blijft bagatelliseren, moet toch helaas worden gezegd dat het aantal van gelovigen wereldwijd blijft groeien. In feite lijkt het alleen een westerse tendens dat het aantal gelovigen afneemt.

Ze hebben de mens leuk uitgevonden, maar ze hadden de emoties weg moeten laten zo reageerde een jongere op het feit van de absurde stijging van het aantal zelfmoorden onder jongeren in Noord-Holland. Voor mij is dit een antwoord dat ook zou kunnen worden opgetekend uit de mond van een atheïst. Volgens mij heeft dit antwoord eigenlijk te maken met de vreselijk moeilijke vraag naar het kwaad. Dat is een vraag die een christen al snel voor de voeten krijgt geworpen. Met de woorden van Christopher Hitchens als Jezus een blinde kon genezen die hij toevallig tegenkwam, waarom zijn er dan nog blinden? billboardNee, ik denk niet dat wij christenen het kwaad kunnen verklaren, maar ik denk dat wij wel troost kunnen geven. In ieder geval meer troost dan een atheïst, die alleen maar kan zeggen dat het leed geen enkele reden heeft. Het leven gebeurt gewoon zoals het gebeurt, niet meer en niet minder. En vervolgens wordt er geconcludeerd dat in een wereld waar leed is er dus geen plaats voor (een) God is. Terwijl het christendom in feite ook het kwaad en het lijden niet kan verklaren. Het christendom biedt in geval van het lijden op het vooruitzicht van een hiernamaals.

Blaise Pascal zei eens dat we als we een weddenschap aan zouden gaan of God wel of niet zou bestaan, het slimst zou zijn in Hem te geloven. Immers, als Hij niet blijkt te bestaan dan begaan we een metafysische vergissing. Als we er echter van uit gaan dat Hij niet bestaat, en Hij bestaat toch, dan lijden we een veel groter verlies: we zullen eeuwig van Hem gescheiden zijn.

Ze hebben de mens leuk uitgevonden, maar ze hadden de emoties weg moeten laten Ja, in een wereld zonder troost is de mens beter af te functioneren als een robot, zonder emotie. Maar de mens is iet zo geschapen, maar als een levend wezen met emotie, met een eigen vrij wil. Ondanks al het tromgeroffel van atheïsten die vinden dat het geluid van de religie veel te luid klinkt, blijkt het toch dat religie helemaal niet zo gek is.