Voor veel mensen is dit dus de periode van ‘op vakantie gaan’.
Toen ik vorig jaar hoorde van een computerstoring
die ook wereldwijd het vliegverkeer platlegde
en de dreigende stakingen op Schiphol dit jaar
had ik een beetje medelijden met de vakantiegangers
die hier ook mogelijk de dupe van waren geworden.

Ja, we zeggen dan wel ‘het gaat niet om de bestemming. Het gaat om de reis.’
Maar ik denk dat het bij veel van die mensen
waarschijnlijk ook wel een beetje om de bestemming ging.

Ook de christelijke boodschap is dat de bestemming én de reis
eigenlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Ten eerste is de kerk, als ze klein genoeg is, een plek ‘waar iedereen je naam kent’.
Iedereen kent elkaars naam, ze vieren samen feest, rouwen samen
een mix van overtuiging, medeleven en gemeenschap.
In grotere kerken, ken je misschien niet iedereens naam,
maar er is de overeenkomst dat je dezelfde bestemming in gedachten hebt.
De scepticus zou kunnen zeggen dat het gewoon een ticket naar de hemel is,
maar het beeld dat de Bijbel schetst van de eeuwige realiteit
wordt duidelijk weerspiegeld in de reis van week tot week:
een plek van bestemming waar alle mensen van elke stam en natie samenkomen.
Het is een plek waar we de toekomst in kunnen worden gekatapulteerd.

En dan is er nog het kruis zelf.
De evangelieschrijver Lucas zegt dat ‘Jezus vastberaden op weg ging naar Jeruzalem’.
Hij had zijn bestemming in gedachten.
En het kruis was de ‘bestemming’ voor Jezus.
Maar er was ook een verdere reis te gaan.
Zou het kunnen dat wat de kruisiging en wederopstanding van Jezus
voor ons opent niet alleen een eeuwige bestemming in de toekomst is,
maar ook een reis vandaag de dag
waar het gezelschap van God ook de bestemming is?

Misschien is dat wat het betreden van een kerk
voor ons vandaag of in de vakantie kan betekenen:
de drempel naar de toekomst oversteken en de plek voor het eerst kennen.

 

Pontius Pilatus voelt zich bedreigd. Nee, hij wil geen opstand in Jeruzalem.
Dat zou zijn positie als prefect in Judea in gevaar brengen.
Schoorvoetend geeft hij zich gewonnen.
Aan de geestelijke leiders van het Joodse volk.
Rabbi Jezus zal de plaats van Bar-Abbas innemen
op het al gereedliggende kruis van Golgotha!
Golgotha, Schedelplaats. Executieheuvel buiten de muren van de stad Jeruzalem.
De Romeinse soldaten doen hun werk. ‘Eén, twee, drie …’

‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’
Vanaf het kruis op Golgotha horen we het eerste kruiswoord.
Een bewogen woord. Want Jezus is bewogen met mensen.
Bewogen, tot in het diepst van zijn wezen is Hij met hen begaan.
‘Vader, vergeef hun …’ Wie zijn die ‘hun’?

Wie het zijn, zijn zij die niet weten wat zij doen.
Je zou allereerst kunnen denken aan de soldaten
die Jezus aan zijn kruis hebben vastgespijkerd.
Zij doen niets anders dan wat hen van hogerhand is opgedragen.
‘Bevel is bevel!’
Jezus is met hen begaan.
Ze weten immers niet dat zij een onschuldige ter dood hebben veroordeeld.
Later op de dag – pas ná het sterven van Jezus –
dringt het door tot hun legerofficier:
‘Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige!’ (Lucas 23: 47).
Je zou ook kunnen denken aan de toegestroomde volksmassa.
Weten zíj wel wat ze doen?
Het was immers nog maar een paar dagen geleden
dat zij Jezus als hun langverwachte messiaanse koning hadden opgehaald.
Palmtakken. Hosanna.
‘Gezegend Hij die komt als koning, in de naam van de Heer!’ (Lucas 19: 38).
Vanmorgen vroeg hadden ze
– opgejut door hun geestelijke leiders –
voor het paleis van Pilatus geschreeuwd: ‘Kruisig Hem, kruisig Hem’ (Lucas 23: 21).

Ach, ze weten niet wat ze doen.
Ze hebben hun messiaanse koning afgewezen, uitgespuwd, naar het kruis verbannen.
Wie wél weten wat zij doen zijn de geestelijke leiders van het volk van Israël:
de Joodse raad, het Sanhedrin.
Zij staan er op de Schedelplaats met hun neus bovenop.
Ook zij drijven de spot met de gekruisigde Jezus:
‘Anderen heeft Hij gered;
laat Hij nu zichzelf redden als Hij de Messias van God is, zijn uitverkorene!’ (Lucas 23: 35).
Ook hogepriester Kajafas is er ambtshalve bij.
Het was namelijk gebruikelijk
dat hij bij de terechtstelling van een valse profeet aanwezig was
om op een schuldbelijdenis of een herroeping te wachten.
Wanneer zo iemand – tijdens zijn terechtstelling
– zijn schuld bekende of zijn valse leer herriep,
dan kon de hogepriester hem vergeving schenken.
Dan zou hij niet als een goddeloze sterven.
Maar de gekruisigde Jezus draait echter de rollen om!
Hij vraagt niet om vergeving voor Zichzélf.
Hij vraagt God om vergeving te schenken
aan allen die Hem bespotten en verachten:
de soldaten, de geestelijke leiders,
de toegestroomde mensenmassa, wij dus!
‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’
De gekruisigde Jezus bidt, roept tot zijn Vader.
Immers alleen de Vader kan vergeven.
De Vader wíl vergeven.
Om het offer van zijn Zoon.
Vergeving.
In de Bijbel betekent het woord vergeving: wegzenden.
Op Grote Verzoendag werd er in Israël een bok de woestijn in gezonden.
Nadat de Hogepriester eerst zijn handen op zijn kop heeft gelegd
om daarmee – symbolisch – al de zonden van het volk
over te dragen op dit dier.
De gekruisigde Jezus is die zondebok.

En wij?

Het eerste bewogen kruiswoord van Jezus roept ons
in de eerste plaats op om berouw te tonen.
Want wie geen berouw toont om zijn zonden
kan ook geen vergeving ontvangen.
En wie geen vergeving heeft ontvangen kan ook de ander niet vergeven.
Dat is namelijk het tweede waartoe
dit bewogen kruiswoord van Jezus ons roept:
om elkaar te vergeven.
Zélfs als helemaal duidelijk is, dat de ander fout was.
Zélfs als er niet eens om vergeving wordt gevráágd.

Zou je dat kunnen? Elkaar vergeven?
Want die ander liefhebben kun je alleen
als je weet dat jouw zonden je vergeven zijn.

Dat is het geheim van dit eerste bewogen kruiswoord van Jezus.

 

Heel worden is geen groots en eenmalig gebeuren.
Het is nooit af.
Ook dat zien we bij Jakob.
Net voor Pniël had hij nog een sluwe strategie uitgezet
om zijn broer gunstig te stemmen.
Hij had een hele stoet aan geschenken vooruit willen sturen
en ook zijn vrouwen en kinderen voorop willen laten gaan.
Zijn minst favoriete vrouw en kinderen voorop,
zijn lievelingen daarachter.
Om tenslotte zelf als allerlaatste zijn broer onder ogen te komen.

Maar na Pniël laat Jakob zijn handige, manipulatieve plannetjes varen.
Hij verstopt zich niet langer voor wie dan ook.
Er staat:
‘Zelf liep hij voor iedereen uit en terwijl hij zijn broer naderde
boog hij zevenmaal diep voorover.
Ezau rende hem tegemoet, sloot hem in zijn armen en kuste hem.
Beiden huilden.’ (Genesis 33,3-4)
Ik moet hierbij sterk denken
aan de terugkeer van de verloren zoon.
In Lukas 15,20 staan soortgelijke woorden:
‘Zijn vader zag hem in de verte al aankomen.
Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af,
viel hem om de hals en kuste hem.’
Jakob is hier als de verloren zoon
die na een jarenlange ballingschap eindelijk thuis komt.
Ezau vervult hier de rol van de barmhartige.
Hij ziet hem aankomen, rent hem tegemoet, omarmt hem,
kust hem en huilt om hem en met hem.

Jezus zegt:

‘Ik sta voor de deur en klop aan.

Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten,

Ik met hem en hij met Mij.’

Openbaring 3,20

Laten wij Jezus binnen? Is Hij welkom?

Of hebt u als Hij aanklopt of belt voor een afspraak niet het lef om ‘nee’ te zeggen?

Maar eigenlijk zit je niet op Hem te wachten.

Want je bent druk, je hebt geen zin in kritische vragen.

Het kan ook zijn dat je Jezus in je huis binnen laat omdat je wilt weten wie Hij is.

Wat heeft Hij jou te bieden?

Of jullie vrienden worden hangt er maar net van af

of Jezus een beetje in jouw straatje past.

Want we willen wel zelf blijven bepalen wat er in ons huis gebeurt.

Dat gebeurde ook in het leven van Zacheüs. Dat Bijbelverhaal staat in Lucas 19.

Jezus liep door de stad Jericho. Daar was een man die Zacheüs heette.

Zacheüs was een rijke belasting ambtenaar voor de Romeinen.

Zacheüs wilde Jezus zien en omdat er veel mensen waren en hij klein van stuk was,

klom hij in een vijgenboom om Jezus te kunnen zien.

Toen Jezus daar langskwam, keek Hij naar boven en zei:

Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in jouw huis verblijven.’

Zacheüs kwam naar beneden en ontving Jezus vol vreugde bij zich thuis.

Ook Zacheüs is dus zo’n iemand die te weten wil komen wat voor iemand Jezus was.

En hij klimt daar zelfs voor in een boom.

Als Jezus dan passeert en onder die boom staat kijkt Hij omhoog en zegt:

vandaag moet ik in jouw huis zijn.’

Wilde Zacheüs dat?

Nee, het zal vooraf wel niet de bedoeling van Zacheüs zijn geweest.

Maar Jezus nodigt zichzelf uit

en door dat binnen laten van Jezus wordt z’n hele leven op zijn kop gezet,

verandert het leven van Zacheüs totaal.

Wij leven in een wereld waarin we volop met ons zelf

en onze eigen belangen bezig kunnen zijn.

Waarin we veroordelen wie anders is of anders denkt dan wij.

Maar Jezus is naar de aarde gekomen om ons een andere wereld te brengen,

een nieuwe wereld.

De wereld waarin God centraal staat, waarin we oog hebben voor elkaar,

waarin recht gedaan wordt en alles eerlijk verloopt.

Een wereld waarin niemand wordt buitengesloten,

vernederd wordt of tekort gedaan of benadeeld.

Die wereld komt Jezus bij Zacheüs brengen

en Hij wil die wereld ook achter jouw voordeur brengen.

Laat Jezus binnen in alle aspecten van je leven: in je relaties (slaapkamer),

je prioriteiten (de weekplanner in de keuken), je omgang met je bezit (zolder).

Laat Jezus je vuile was doen (badkamer).

Ga met Jezus de kelder in om donkere herinneringen op te ruimen,

zodat jij de deur niet meer krampachtig dicht hoeft te houden.

Laat Jezus toe in je bijkeuken, waar je iedere keer struikelt

over de niet-opgeruimde rommel in je leven.

Laat Hem helpen om zonden en verleidingen op te ruimen.

Vaak laten we Jezus buiten de deur staan, op de stoep. De regie opgeven is voor ons moeilijk.

Je wilt je leven graag houden zoals het is.

En als we Jezus al in ons huis binnen laten,

dan is het vaak alleen in de gang of in de opgeruimde woonkamer, waar Hij nauwelijks kwaad kan.

Kapsel jij Jezus in of kapselt Hij jou in?

Probeer jij Jezus in jouw straatje te passen of ga jij de weg die Hij wijst?

Jezus wil bij ons binnenkomen, Hij wil ons leven binnenkomen.

Hij staat voor de deur en Hij klopt.

Jezus wil in ons leven komen als brenger van een nieuwe wereld,

Gods nieuwe wereld.

‘Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren,
kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee,
maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze Hem niet herkenden.’

Lucas 24,15-16

‘Als christenen leven vanuit de blijde boodschap,
dan zouden ze er wel eens wat verloster uit mogen zien.’
Dat zei Friedrich Nietzsche. Filosoof in de 19e eeuw en domineeszoon.
Want het evangelie is goed nieuws, tintelt van hoop.
Maar in hoeverre is dat ook te merken aan wie ik ben, de taal van mijn lichaam.
De sfeer die ik om me heen heb hangen.
Zien anderen die met mij leven en optrekken
in mijn leven van iedere dag iets van een blij en verlost mens?
Zou Nietzsche niet een punt hebben met deze uitspraak?
‘Als christenen leven vanuit de blijde boodschap,
dan zouden ze er wel eens wat verloster uit mogen zien.’

De twee wandelaars op de Emmausweg zien er in elk geval niet erg blij en verlost uit.
Je krijgt de indruk dat zij geestelijk gezien nu juist wel te pletter zijn geslagen
nu zij van God niets anders ervaren dan zijn doordringende afwezigheid.
Overspannen verwachtingen stukgelopen op de weerbarstige realiteit.

En dan is daar die derde in het gesprek.
Het is de opgestane Heer zelf die zich incognito bij deze wandelaars voegt.
Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee.
Er zit iets genadigs, iets pastoraals in dit meegaan.
Jezus had hun gesprek ook abrupt kunnen afbreken.
Hij had hun wandeling tot stilstand kunnen brengen.
Maar dat is niet wat hij doet.
Terwijl zij zo met elkaar in gesprek waren
kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee.
Hij loopt met hen mee de hele Emmausweg uit. Zo lang als dat nodig is.

Hij voegt zich naar het proces dat in hen gaande is.
Hij luistert, stelt af en toe een vraag en luistert opnieuw.
Nee, het klinkt bij hen allemaal niet zo blij, niet zo verlost.
Maar het weerhoudt de Heer er niet van bij hen te zijn.
Al luisterend en vragend brengt Jezus deze twee bij hun verdriet, hun verwondheid.
En ook ons als wij van God niets anders ervaren dan zijn doordringende afwezigheid.
Toen kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee.

Ja, Nietzsche heeft volkomen gelijk.
‘Als christenen zo echt léven vanuit de blijde boodschap,
zouden we er samen een stuk verloster uit zien.’
Niet als mensen met een Messiascomplex
die zichzelf en elkaar voortdurend overroepen en overvragen.
Maar als imperfecte mensen die weten dat we aanvaard zijn.
Aanvaard inclusief onze schaduwkanten, ons tekortschieten, onze schuld en onze schaamte.
Dat hij vertrouwd is met al mijn wegen, zelfs met verkeerde afslagen,
dwaalwegen, zijsporen en doodlopende stukken.
Dat lang voordat ik hem zien, herken en lief heb, Hij mij ziet, kent en liefheeft.

Terwijl Hij hen zegende ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel.

Lucas 24 vers 51

Die hemel is niet hoger dan de blauwe luchten, maar dichterbij dan we ooit hadden vermoed.
De hemel is niet een wereld op zichzelf die niets met de aardse werkelijkheid te maken zou hebben.

Op tal van momenten blijkt de hemel juist sterk betrokken te zijn op wat er op aarde gebeurt.

Iemand noemde de hemel eens de achterkant van onze werkelijkheid.
Er zitten zogezegd niet meer dan enkele schuifdeuren tussen.
In de achterkant van onze werkelijkheid is de Heer dus zeer nabij, voelt hij ons hart kloppen.
Hoort hij ons zuchten van verdriet of van opluchting.
Bij ons leven betrokken, bij dat van ons allen heel persoonlijk.
En bij dat van zijn gemeente als zijn lichaam.
En dat van de hele aardse werkelijkheid..
Vandaar uit doet hij niets liever dan zegenen….

Dat betekent:
Tot bloei brengen, laten uitgroeien, tot zijn recht laten komen, tot haar bestemming brengen.
Daar is Hij is onafgebroken mee bezig.
Ons te vormen en te kneden, te schuren en te polijsten, ieder van ons afzonderlijk.
Als mensen waar Hij voor is gestorven.
En ons samen als zijn gemeente, Zijn lichaam op aarde.
Lukas had met deze woorden zijn evangelie wel kunnen besluiten.

Terwijl Hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel.
Maar hier stopt het verhaal niet. Hiermee is het verhaal niet af.
Het verhaal gaat verder.
Over leerlingen die Jezus hulde brengen.
Hem gehoorzamen en terugkeren naar de stad en daarin grote vreugde vinden.
En dan zijn de allerlaatste woorden die Lukas noteert:
Zij loofden en zegenden God.
En zo zet het verhaal van Jezus zich eigenlijk voort.
In en door de mensen die hem zijn toegewijd.
Hem loven en prijzen, eren en dienen en zijn zegen verspreiden.
En overal waar zij zo leven raakt de hemel even de aarde.

de sabbat brak aan
Lucas 23,54b

Stille Zaterdag.
Ik weet ik nooit zo goed wat ik van deze dag moet vinden.
Wat horen we op Stille Zaterdag wel te doen?
Wat is niet gepast op Stille Zaterdag?
Hoort het leven op de normale manier verder te gaan?
Moeten we treuren, in rouw verkeren,
omdat we eraan denken hoe onze Heer in het graf lag en dood was?
Het leven is van Jezus geweken. Hij heeft de geest gegeven.
Wat er overblijft, is een levenloos lichaam.
De zaak is voorbij. Over en uit.
Wat er overblijft is de herinnering aan Jezus:
wat Hij tijdens Zijn leven deed, Zijn tragische en wrede dood.
Het enige dat zijn volgelingen kunnen doen,
is ervoor zorgen dat Hij een waardige begrafenis krijgt.
Zodat het lichaam van Jezus niet verdwijnt in een anoniem massagraf.
Als dit de betekenis is van de graflegging van Jezus
zouden we inderdaad op deze dag
moeten treuren en terugdenken aan de dagen, dat Zijn lichaam in het graf lag.
Dan zou Stille Zaterdag een dag van verontwaardiging moeten zijn
vanwege het onrecht dat Hem is aangedaan door Hem te kruisigen.
Lukas geeft echter één signaal, waardoor we niet deze kant op moeten denken.
Eén signaal in zijn tekst,
waardoor Stille Zaterdag een heel andere betekenis krijgt:
Stille Zaterdag is namelijk een sabbat.
Lukas vertelt dat ook: de dag van de sabbat brak aan.
De sabbat werd ingesteld om Zijn volk te dat te laten weten.
Een dag in de week moest het werk rusten, om te beseffen dat het de Heere is die werkt.
Dat Zijn trouw van dag tot dag doorgaat.
Dat er geen moment komt, waarop Hij deze wereld loslaat.
Op de sabbat wordt er niet gewerkt om te weten dat God werkt.
Als Jezus in het graf gelegd wordt, breekt de sabbat aan.
Het werk van God is voltooid.
Nu is het geen, maar verlossing.
Nu wordt niet alleen de duisternis van het kwaad en van het lijden beteugeld,
maar ook de nacht en de duisternis van de zonde.
Stille Zaterdag, de dag waarop het lichaam van Jezus in het graf lag, wil zeggen:
elke dag en elke week die nu volgt,
volgt na wat Jezus heeft volbracht aan het kruis op Golgotha.
Heel de wereldgeschiedenis die volgde,
ons leven dat daarop volgde kan moet gezien worden
in het licht dat straalt van het kruis op Golgotha,
het licht van Gods genade.

Hoe ik deze tijd beleef? Ik ervaar wat denk ik iedereen van ons ervaart. Een verlangen naar verlossing.
Verlost te worden van de angst op besmettingen en van protocollen
die alle spontaniteit noodgedwongen wegdrukken.
Verlost te worden van de constante stroom aan berichten
over besmettingen, ziekenhuisopnames, overlijdens,
maatregelen en overtredingen.
Verlost te worden van de eenzaamheid.
Verlost te worden van het afstand houden.
Verlost te worden van een kerk
waarin je maar een beperkt aantal mensen ziet en niet mag zingen.
Het valt me op hoe vatbaar wij mensen zijn, ook wij kerkmensen.
Vatbaar voor berichten over nepverlossing.
Vatbaar voor complotdenken, ook in de kerk.
Ook mensen die hoogopgeleid zijn, een prima baan hebben
en een fijn sociaal netwerk. Ze hebben grootste kritiek op de regering,
op de maatregelen, op nieuwe vaccins en ontwikkelaars daarvan.
Ze prediken een ‘verlossing’, nog met een christelijk sausje ook.

Maar wat is de boodschap die verlost?
Deze weken en deze dagen staan bol van gesprekken over Kerst:
hoe gaan we Kerst vieren?
Hoeveel mensen mogen aanschuiven bij het Kerstdiner?
De gesprekken domineren persconferenties en talkshows.
En ik begrijp het, maar ervaar het ook als bevreemdend,
nog meer dan vorige jaren.
Wat me opvalt is dat ik weinig hoor over Advent.
Oftewel: we willen snel doorspoelen,
fast forward, naar ‘verlossing’ zonder eerst de tijd te beleven van wachten, stil worden, inkeer, en voorbereiding.
Misschien omdat we denken
dat we die al ruimschoots hebben gehad als samenleving.
Toch wordt het geen Kerst zonder Advent.
Geen feest zonder wachten, stil worden voor God en inkeer,
en vergeving vragen voor wat scheef zit.

In het begin van de coronacrisis las ik een reactie
op de situatie waar we in verkeren.
Bisschop Steven Charleston schreef:
‘Nu is de tijd waarvoor ons geloof ons heeft voorbereid.
Nu is het moment dat we alles wat we geloven,
kunnen inzetten. (..)
we zijn niet bang voor deze crisis want we zijn erop voorbereid.
We hebben ons leven gewijd aan het geloof
dat er iets is dat groter is dan angst en ziekte.
We hebben geleerd en gebeden en zijn gegroeid in de Geest.
Nu kunnen we in de praktijk brengen wat we geloven.
Onze mensen hebben hoop nodig, vertrouwen, moed en compassie.
Precies de dingen waar wij voor zijn getraind.
Wij zijn de kalmte middenin de storm.
Dus laat je licht schijnen
zodat andere mensen het zien en ook vertrouwen krijgen.’
Toen ik het voor het eerst las vond ik het mooi.
Het sprak me aan, want het is positief; het is hoopgevend.
En dat hebben we nodig, juist nu.

Als je het Bijbelse verhaal van Zacharias uit Lukas 1 er naast legt wordt je is echter ontnuchterd.
Daar aan moest ik denken bij de reactie van Charleston op de crisis.
Zacharias behoorde tot de priesterorde.
Hij was zijn leven lang betrokken op de dienst aan God.
Je zou kunnen zeggen dat hij zijn leven lang had uitgekeken
naar dit moment om dient te doen in de tempel,
en het reukoffer te brengen.
Dat hij zijn leven lang juist hierop voorbereid was.
Maar op wat er dan gebeurt is hij juist niet voorbereid. Hij hapt naar adem. Hij kan de boodschap niet geloven.
Hij wordt met stomheid geslagen.
En na zijn tempeldienst zou hij buiten het volk de zegen geven.
Na het moment van het reukoffer brengen,
het andere moment suprême van zijn tempeldienst.
Als er één moment is waarop hij zou moeten spreken, dan hier wel.
En hij kan het niet. Hij, die zo was voorbereid.

Dat wij als gelovigen dus voorbereid zijn op de huidige crisis,
dat wij erop getraind zijn, dat wij het nu in praktijk kunnen brengen.
Dat wij de kalmte zijn in de storm. Dat is nogal een uitspraak.
Ik vraag het me af of het waar is.
Zacharias beleeft het grote moment waarop hij gewacht heeft,
hij al die jaren voor klaargestoomd was.
En dan… je valt door de mand… Is het erg dat we door de mand vallen? Nee, want juist dán komt het evangelie.
Juist dan blijkt waar onze kracht vandaan komt.
Juist dan blijkt wie werkelijk het verlossende woord spreekt:
de gezant van God en daarmee God Zelf, niet ik.

Vorige week was  het moment van de release van Grand Theft Auto V (GTA V), de nieuwe loot aan de Grand Theftserie, die al sinds 1997 veel harten van gamers sneller laat kloppen. In het hele land waren gamewinkels om middernacht open om mensen de gelegenheid te bieden het nieuwe computerspel als eerste te kunnen kopen. Samenvattend kun je stellen dat dit spel draait, dat zegt de titel althans al, om auto’s te stelen en je een plaats te veroveren in de criminele wereld. De game gaat gepaard met veel bloederigheid vanwege het neerschieten van mensen en het doodrijden van voetgangers. In een reportage op RTV Oost over de nachtelijke verkoop van GTA V antwoordde een jongen op de vraag wat hem nou zo aansprak in het spel: ‘lekker mensen doodrijden en met de auto’s scheuren!’ Dit soort reacties staat in een schril contrast met wat een recensent in de NRCnext stelde toen hij schreef dat GTA afdoen als een moordsimulator het spel tekort doet. Want ‘je kiest zelf in hoeverre je je te buiten gaat aan geweld en daarbovenop heeft het spel wel degelijk een morele code: ga je te ver, dan krijg je de politie achter je aan. (…) Zo roept de game juist discussie op over geweten en vrije wil.’ Volgens de recensent waren de eerdere afleveringen van GTA wel gebaseerd op dat idee, maar GTA V laat je drie personages volgen in verschillende stadia van hun criminele carrière. Maar stelt hij later zelf ‘In GTA dient alles immers om te beschieten, bespotten of te bestelen.’ Ja, lekker zeg; als je dit de morele code noemt van GTA waar alles dient om te beschieten, bespotten of te bestelen, maar waar je wel de keuze hebt om het te doen, dan lijkt me dat volledig voorbijgaan aan de werkelijke intentie van de developers: lekker je agressie afreageren in een game. In de game-werkelijkheid zijn er geen echte keuzes – of zijn het keuzes die je meeneemt in het dagelijks leven (?) – , het enige doel is hogerop komen op de ladder van de criminaliteit! GTA V

Maar ‘life is not a game’, het leven is geen spelletje, zoals Francis Schaeffer, bekend van l’Abri, al eens zei. Waaraan wijd jij je? Wat vervult je hart? In deze wereld moeten er keuzes worden gemaakt en die doen er zeker (ook) toe. Zo kom ik op het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus uit Lucas 16: 19-31. In het verhaal gaat het over de rijke man die een keuze heeft gemaakt in zijn leven en de arme Lazarus die geen keuze heeft, anders dan om arm te zijn. Echter na dit leven blijkt de rijke man ineens op een minder aangename plek aan te zijn gekomen en hij vraagt Abraham dat Lazarus aan zijn vijf levende broers moet verschijnen om hen te waarschuwen niet de zelfde fout te maken als hij, de rijke man, heeft gemaakt.  Maar Abraham zegt: ‘Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!’ Dan zegt de rijke man: ‘Nee, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.’ Maar Abraham zegt dan: ‘Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.’ Ze kunnen het wel degelijk weten, de rijke man zelf had het wel degelijk kunnen weten. Ze hebben immers Mozes en de profeten! Wij zouden zeggen: ze hebben de Bijbel toch? Ze kennen toch de roep om gerechtigheid van de profeten? Ze kennen toch de Tien Geboden, met hun roep om als een bevrijd mens te leven, maar dan zeker niet alleen voor jezelf? De rijke man geeft het niet op: ach, die bijbel, die ligt natuurlijk te verstoffen op een plank, nee, als er iemand uit de doden naar hen toekomt en hen waarschuwt, dan zullen ze zich bekeren, dat zal pas indruk maken! Maar Abraham weet wel beter: ‘Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.’ De Britse schrijver C.S. Lewis zei het eens als volgt: ‘Tegen de mensen die geen “uw wil geschiede” willen zeggen tegen God, zal God op enig moment zeggen: “úw wil geschiede”.’ Wat is de keuze die je uiteindelijk maakt? God respecteert je keuze,maar aanvaard jij dan wel de consequenties, de gevolgen!

En zo komen GTA en de Bijbel bij elkaar. Bij beiden draait het om keuzes, bij de één is dat in een virtuele gamewereld (met volgens mij wel je houding ten opzichte van het echte leven), en bij het ander draait het om het echte leven. Beiden met hun consequenties, aan jou de keuze!