Vandaag is het  in Nederland de Dag van de Duurzaamheid. en daar hoort dit jaar de slogan ‘laat het zien op 10-10’ bij. Toen ik eerder over het onderwerp duurzaamheid en de zorgen over vervuiling van de aarde schreef kwam ik er achter dat er veel ambivalentie heerst over duurzaamheid. Ook onder christenen. In sommige commentaren werd deze ambivalentie onder christenen toegeschreven aan een apocalyptische instelling waarmee een aantal christenen behept is. Immers, zo wordt door deze christenen dan gezegd, de apocalyptische rampen die worden voorspeld als we niet meer verantwoord met de aarde omgaan brengen de wederkomst van Jezus Christus dichterbij. Nu weet ik dat in het verleden de klimaatproblemen door mensen die ons van die materie bewust wilden maken soms wat te pessimistisch is geschilderd en er soms flink gesjoemeld is met feiten en cijfers. Maar ontslaat dat ons dan van de plicht om de schepping waarin wij mogen leven dan niet zo optimaal mogelijk te onderhouden en door te geven aan de generaties na ons. Over het beheer van de schepping wordt ook en juist in de Bijbel ook op heel indringende wijze een beroep op de mens gedaan.‘Wanneer jullie eenmaal in het land zijn dat ik je zal geven, moet het land rust krijgen, een sabbatsrust gewijd aan de HEER. Zes jaar achtereen mogen jullie je land inzaaien, je wijngaard snoeien en de oogst binnenhalen. Maar het zevende jaar moeten jullie het land laten rusten.’ (Leviticus 25:2-4). De schepping die we in bruikleen hebben gekregen is niet van ons en juist christenen hebben de plicht die te onderhouden. Dat heeft niets te maken, of is in tegenspraak met welk apocalyptische visie dan ook. Simpel gezegd is het een uitwerking van het gebod ‘heb uw naaste lief als uzelf’. Niemand van ons wil toch in een vergiftigde wereld leven waar het een dagelijkse strijd is om aan de dagelijkse levensbehoeften te komen?  Dat gun je dan toch ook je naaste niet, je naaste van nu niet en je naaste in de toekomst niet. Toch?

Daarom: laat het zien op 10-10… en op 11-10, op 9-10, altijd maar weer!

‘We all live in a yellow submarine’ is een deel van het refrein van een liedje van The Beatles uit de eind zestiger jaren van de vorige eeuw. Ik moest aan die tekst denken toen ik een quote las van spreker Eddie Bakker. ‘Een duikbootchristen komt op zondagmorgen boven water om naar de kerk te gaan, waarna hij zondagavond weer met de duikboot afdaalt. Vervolgens ziet de rest van de week niemand dat die persoon een christen is’ zo zei hij. Mensen die leven in hun eigen gele duikboot, hun geloof voor zichzelf houden, zoals dat soms door de omgeving wordt gewenst. ‘Wat jij gelooft is mij best, maar val mij er niet mee lastig’ is dan een vaak gehoorde uitspraak. Ook dacht ik onwillekeurig terug  aan een preek die heb gehouden over Ezechiël 33, waar de profeet dit te horen krijgt: ‘ Ze komen in grote groepen naar je toe en nemen tegenover je plaats, ze luisteren naar je woorden maar handelen er niet naar. Ze hebben hun mond vol van de liefde, maar ze denken alleen aan hun eigen voordeel. En jij bent voor hen niet meer dan een zanger van liefdesliedjes, iemand met een mooie stem, iemand die goed kan spelen: ze horen wel wat je zegt, maar ze handelen er niet naar.’ Mensen die zondags naar de kerk komen voor een ‘feelgood’verhaal waarin ze alleen worden ‘gekieteld’, zonder de oproep in beweging te komen. Ja, zo kun je verworden tot een duikbootchristen die zondags alleen naar de kerk komt voor een stukje gezelligheid en een ‘zanger van liefdesliedjes’ zoals zo mooi verwoord in Ezechiël. Ik noem het scherp ‘christenzijn zonder consequenties’. Want christenzijn vraagt iets van je. Christenzijn ben je 24/7. Of zoals ik aan het eind van de dienst soms zeg: ‘Draag Christus de wereld in!’

Voorzover u het nog niet door hebt: het is verkiezingstijd en de strijd om de gunst van de kiezers is nu de zomervakantie op het eind loopt volledig losgebroken. Wordt het Roemer of Rutte zo lijkt nu hamvraag. Misschien dat die vraag over een week weer andere namen naar voren brengt, niets is immers zo veranderlijk als de mening van de kiezer, maar nu is dat de vraag die mensen  bezighoudt. In die hete strijd duikt er ineens een andere poster op. De evangelist Van Ooijen die bekend is van zijn langlopende conflict met de overheid door de tekst ‘Jezus leeft!’ op het dak van zijn boerderij in de gemeente Giessenlanden, heeft nu een andere actie op touw gezet. Hij plakt over al en nergens, maar ook op de officiële plakborden voor de verkiezingsaffiches zijn poster met de tekst ‘Kies voor Jezus’.

Sympathiek of niet? Natuurlijk, op het eerste gezichtspunt is het op zijn minst een ludieke actie, die wellicht mensen laat nadenken over iets anders dan de altijd vluchtige roem van politici. Maar er zit misschien nog een theologisch addertje onder het gras: kiezen wij voor Jezus of kiest Jezus voor ons… Eerlijk gezegd  ben ik overtuigd van de laatste optie!

Aan het staartje van de Olympische Zomerspelen 2012 in Groot-Brittannië viel mij een berichtje op. De christelijke kerken bij onze westerburen willen onder het motto  ‘More Than Gold’ openstaan voor de bezoekers van de Spelen en zo laten zien dat ze ook betrokken zijn bij dit sportgebeurtenissen. De kerken proberen in het kielzog van de Spelen onder andere sportactiviteiten op te zetten want ‘sport bevordert de vrede’ zo is de gedachte. Ook staan voor de bezoekers en de deelnemers de grote kerken in Londen open en wordt er een bijzondere uitgave van het Marcusevangelie verspreidt die de teksten afwisselt met levensschetsen en getuigenissen van deelnemende sportlui; zo wordt ook aan evangelisatie gedaan. Ten slotte wordt ook aandacht besteed  aan sociale rechtvaardigheid: immers de Spelen trekken ook prostitutie aan, criminaliteit en alcohol- en drugsgebruik.

Tegenover de Olympische hoogte van de sportieve kwaliteiten van de Olympiërs die hopen met hun prestaties de hoogst haalbare trede van het sporttoneel te bereiken wordt de Areopagus (zoals Paulus, zie Handelingen 17,19vv) of om in het Britse beeld te blijven de zeepkist, de Speaker’s Corner van Hyde Park geplaatst.  Een christelijke geluid dat niet blijft staan bij de vergankelijke eer. Niet om alles te veroordelen, maar om onder meer de Olympische Spelen in een breder kader te trekken. Want het is ‘niet alles goud wat er blinkt’. Er zijn ook verliezers die de gang naar het Olympisch ereschavot aan hun neus voorbij zien gaan, zowel op het sportieve vlak als ook in het verdere leven. Dan vraagt bewustwording. De kerk wil zo laten horen dat zij een boodschap heeft aan de wereld; in twee opzichten: zij bekommert zich om haar en als tweede wil de kerk tonen dat de goede boodschap  van het evangelie niet voor een kleine incrowd, ingewijden,  is, maar van betekenis is ook voor mensen van de 21ste eeuw.

Een mooi levensmotto dat door de Prediker ons gegeven wordt (Prediker 9,9b). Zeker in deze vakantietijd: Even rust van alles, afstand nemen van alles, de batterij weer opladen. Maar als ik goed lees dat staat er alle. Alle dagen van het leven. Geen slaaf zijn van werk, hobby, regeltjes. In onze tijd lijkt dat. op de keper beschouwd, veel moeilijker dan op het eerste gezicht. In de ratrace van het dagelijks leven buffel je door omdat je denkt dat het van je gevraagd wordt en voordat je het weet verwordt de schaarse vrijetijd, de quality time (alsof de rest van je leven van inferieure kwaliteit is)  ook al tot een periode waar in je geniet MOET. ‘Geniet alle dagen van je leven’, dus niet alleen de vrije dagen ook de werkdagen, de dagen met verplichtingen van allerlei aard. 
Kortgeleden sprak Tony Blair, de voormalig premier van Groot-Brittannië, de wens uit dat christenen zich meer moesten laten gelden in de publieke ruimte. Geen geloof achter de voordeur, maar hop er het marktplein mee op! Laat je stem horen, ook in het publiek debat, want zo ziet je omgeving waar je voor staat. ‘Het is belangrijk’ zo zegt Blair ‘dat we voorbereid zijn om te spreken, vanuit het geloof te spreken en te zeggen: We zijn niet bang om te zeggen: dit is ons geloof en dit is waarom we geloven.’ we zouden ons dan in eerste instantie kunnen bezinnen over ons tijdsbesteding. Wat staat het kerkelijk leven niet vaak bol van vergaderen, trainingen en meer van van dat soort potentiële tijdsverspilling. Laten we zien dat wij niet door onze agenda worden geterroriseerd. Dat we kunnen het leven kunnen leven zoals dat bedoeld is: genietend met de mensen die je gegeven zijn, in de wereld die je gegeven is! Maak je niet druk over alles en nog wat, maar geniet van wat op je pad komt. Heb tijd voor elkaar!
‘Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven’, laten we ook zo zien dat echt alle dagen kunnen genieten in het volle vertrouwen dat er Iemand is die alles goed zal maken!

Eigenlijk is het een wijsheid van alle tijden, maar in onze tijd is eerlijkheid en gewetensvol zijn een deugd die christenen als een tweede, nee een eerste natuur, moeten hebben. Er zijn voorbeelden te over vanuit de recente geschiedenis, maar laatst kwam een zekere Frank Ouweneel in opspraak. Deze man geeft lezingen over de eindtijd en viel schromelijk door de mand omdat hij feiten een draai gaf en soms zelfs eigenhandig fabriceerde opdat die zijn boodschap beter zouden onderbouwen. Zoals ik al eerder schreef, ‘waarachtig’ zijn is essentieel voor christenen in deze tijd. Je hoeft d plooien en de scherpe kantjes die de goede boodschap heeft niet af te vijlen of om te buigen of zoals in het voorbeeld van Ouweneel geen verzonnen feiten gebruiken om die boodschap sterker te laten overkomen. Zo verwordt de goede boodschap tot een dubieuze boodschap!

Provocatie. Over De Zin Van God En Geloof, zo heet het boek van dominee Dekker uit Mastenbroek. In de boek breekt hij een lans om het evangelie met al zijn hoekigheden en  scherpe, schurende kantjes overeind te laten staan. Het christendom is altijd een tegendraadse religie geweest die veel mensen tegen zich in het harnas heeft gejaagd. Maar het heeft ook zijn miljoenen verslagen. Mensen die gegrepen werden de kracht van het christelijk geloof. Ik onderschrijf deze stelling van harte. Niet voor niets heet mijn log Brandend Zand. Schuren kan ook iets moois te weeg brengen: iets wat jaren onder de witkalk heeft gezeten kan zo maar weer aan het oppervlak komen en het daglicht weer  aanschouwen. Daar kun je op vertrouwen!

Tegendraads geloven, geloof met scherpe kantjes hoeft niet mooier gemaakt te worden, maar heeft genoeg aan zijn eigen kracht!

oftewel ‘in uw licht zien wij het licht’ (psalm 36,10b) was jarenlang het adagium van de Theologische Universiteit Kampen (nu Protestantse Theologische Universiteit, locatie Kampen), maar dat licht zal binnenkort na goed 150 jaar doven in Kampen.

Deze post zal over licht gaan, licht dat uitgaat en licht dat aangaat en misschien ook nog over licht in andere stadia. Nee, deze post is niet ingegeven door sentimentele gevoelens nu mijn ‘alma mater’ over pakweg een dikke maand haar poorten sluit en verhuist naar Groningen c.q. Amsterdam, al zal ik dit in wellicht in de marge nog aanstippen. Nee, ik werd getriggerd tot het schrijven van deze post vanwege de aanstelling van dr. Herman Paul aan de Rijksuniversiteit Groningen als bijzonder hoogleraar secularisatiestudies, of anders gezegd ‘hoe komt het dat het licht (van het christendom) uitgaat (in het Westen). Zijn leeropdracht: studie maken van secularisatie met het oog op het zelfverstaan en de missionaire roeping van de kerk. Wie heeft er aan het lichtknopje gezeten en hoe gaat het licht weer aan! In navolging van onder meer Philip Jenkins (Het vergeten christendom. De Duizendjarige Bloeitijd Van De Kerk In Het Midden-Oosten, Azië En Afrika en Gods werelddeel. Christendom, Islam En De Religieuze Crisis In Europa en kerkvader Augustinus) wil hij laten zien dat de wereldwijde al vaker periodes van krimp heeft gekend en van daaruit pessimisme ombuigen in actief christenzijn. Me dunkt, een nobele en waardevolle taak binnen kerkelijk Nederland!

Daarnaast viel mij een volgend berichtje op: de nieuwe ‘directeur Onderwijs’ (degene die ervoor zorgdraagt dat de studenten kunnen studeren) van de Protestantse Theologische Universiteit wil zich onder meer door twitterfeed en andere sociale media laten informeren. Onder het motto ‘Denk mee met theologieopleiding’ hoopt hij ‘suggesties te ontvangen voor de theologieopleiding van morgen’. Wat hij onder meer hoopt te horen is ‘wat de belangrijkste uitdaging voor de (protestantse) theologie beoefening van vandaag is’. Hij kwam tot deze actie mede door het manifest van jonge theologen (zie mijn post van vorige week).

‘Als het kalf verdronken is, dempt men de put’, was een gezegde dat in eerste instantie bij mij opkomt. Immers, al jaren loopt de kerk leeg, maar nu komt men pas met een onderzoeksvraag naar de missionaire roeping van de kerk in deze wereld. Men heeft dus jarenlang over d hoofden van de mensen heen gepreekt? En als de universiteit dan de rol van ‘voedende moeder’ verwaarloosd heeft (of is het uit luxe dat er van 5 naar 2(?) opleidingsplaatsen wordt ingekrompen) is het dan niet wat laat om nu de steven te keren?

‘Practice what you Preach’ of Bijbelser ‘heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’ (Johannes 13,34-35). Als dat het uitgangspunt is van onze handel en wandel, dan mogen toch het volgende weten  ‘Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven.’ (Jeremia 29,11)

Al rondstruinend op het wereldwijde web kreeg ik een post onder ogen met de titel Het manifest. Het blijkt een soort  ‘open brief’  te zijn aan de synode van de Protestantse Kerk in Nederland. Dit manifest is opgesteld door een aantal jonge theologen dat net afgestudeerd is aan de PThU (de universiteit die onder meer opleidt  tot predikant binnen de PKN) en graag dominee wil worden. Zij constateren dat de leeftijdscategorie 20-35 jaar zich niet aangesproken weet door de prediking. Een kerk die vaak de antwoorden geeft op vragen die niet meer worden gesteld en dus geen mensen meer de kerk in trekt . Schertsend wordt deze jonge generatie predikanten dan ook verstaan gegeven dat zij het licht maar uit moeten doen, omdat de kerk alleen nog maar een ‘uitvaartcentrum’ is waar niets meer bij komt, alleen maar af gaat.

Maar daar past deze generatie voor. Zij is opgegroeid met dezelfde vragen en zoektocht waarmee hun generatiegenoten zijn groot geworden. En  zij menen dat zij deze mensen nog wel het een en ander te vertellen heeft en dat goed voor het voetlicht kan brengen.

Zij voelt zich echter gedwarsboomd door een universitair instituut dat predikanten opleidt die 20 jaar geleden keurig op hun plaats zouden zijn. En ook het kerkelijk instituut  ontbeert  een heldere boodschap, straalt geen identiteit uit. Helaas zien zij voornamelijk schroom en valse bescheidenheid  ten aanzien van het spreken over God en wat geloof persoonlijk voor de mensen betekent, Dit als reactie op het al te dwingend spreken van de kerk. De nieuwe generatie predikanten spreekt de hoop uit dat zij mogelijkheden krijgt binnen de heersende kerkelijke cultuur nieuwe wegen in te slaan om mensen weer enthousiast te krijgen Ze verlangen hiervoor coaching van mensen die niet bang zijn voor verandering (ook van kerk en ambt).

‘Where your talent and the needs of the world cross, there lies your vocation’ stond boven het manifest. Vrij vertaald betekent het dat je roeping daar ligt waar jouw talent en de nood van de wereld elkaar kruizen. Deze theologen zijn oprecht op zoek naar een ‘doorstart’ [reveil?]) van de kerk waar die de aansluiting bij de mensen van deze  lijkt te zijn verloren. Ze willen gaan vissen, maar missen het juiste net, de goede hengel. Natuurlijk, er zit heel wat overenthousiasme bij dat misschien bijgesteld moet worden, dat onderkennen ze zelf ook, maar ze willen hun talent vruchtbaar maken in deze wereld. Dat vind ik een groot goed.

Zondag aanstaande zal ik de tekst bepreken uit Marcus 6,6b-13. Daar zend Jezus zijn discipelen uit en zegt hun bijna niets mee te nemen. Dit doet hij mijns inziens om juist de noodzaak van het verbinden, in contact en gesprek treden met mensen duidelijk te maken. Er wordt niets gezegd over bepaalde vaststaande vormen van prediking en kerk zijn. Verbind je met mensen in hun wereld en met hun gebruiken, dat is het adagium.

´Go fish´ zo heet het blog waar het manifest op verschenen is. ´Ga, wees vissers van mensen´ zegt Jezus. Kom in beweging en wees een manifest, een zichtbaar,  christen in deze wereld

Ik las dat de omroeporganisatie RKK op zoek gaat naar de mooiste kerktoren van Nederland. Een van ’s Neerlands meest markante landschapskenmerken wordt zo geëerd met een heuse verkiezing. Het past wel in de tijd met al haar verkiezingen van wie is de mooiste, de beste, de knapste enzovoort.

Jarenlang was vooral de kerktoren de verbeelding van de aanwezigheid van de christelijke godsdienst in Nederland. Een kerk was pas een kerk als er een kloeke toren bijstond die de mensen verwees naar richting waarin mensen moesten denken. De kers op de  ‘kerktorentaart’ was natuurlijk een klok in de toren die de mensen op gezette tijden opriep voor de zondagse erediensten of andere kerkelijke samenkomsten. Maar getuige de berichten van de afgelopen tijd waar het handelt over het slechte onderhoud van verscheidene kerktorens is de toren als eken van christelijke  presentie in de samenleving op z’n minst omineus te noemen als je de soms slechte  staat van onderhoud van de torens koppelt aan de stand van het christendom in Nederland.

In een tijd waarin veel kerkdeuren sluiten en christenen hun soms beeldbepalende gebouwen met dito torens moeten verlaten om op zoek te gaan naar minder in het oog springende (multifunctionele) gebouwen is het misschien ook goed om (de soms megalomane ideeën over kerktorens – ik refereer hier aan bijvoorbeeld aan mijn eigen stad Zwolle dat eens een kerktoren had die hoger was dan die van de Dom in Utrecht)  wat nederiger en meest bijbels-christelijk georiënteerde beelden te gebruiken.

Neem bijvoorbeeld de vergelijking van het geloof met zaad: Je gooit het weg, zand erover, weg ermee! Soms ben je gewoonweg vergeten dat het er is. En ineens na verloop van tijd komt er toch een plantje uit voort, vol vitaliteit en levenskracht!

Ik zou zeggen: zaad is als beeld een stuk vruchtbaarder dan de gebakken klei waar torens meestal van gemaakt zijn en waar elke dynamiek uit is!

Het was een kort berichtje op de site van de Protestantse Kerk in Nederland waarin melding werd gemaakt van het feit dat  een delegatie uit Noordoost-Azië de Wereldbond van Gereformeerde Kerken (WCRC) heeft opgeroepen haar zorg uit te spreken over de gevaren van nucleaire technologie. Secretaris-generaal van de WCRC, Setri Nyomi, voegde eraan toe dat menselijke activiteit de schepping dreigt te vernietigen. “De Accra-verklaring heeft consequenties voor de levensstijl van christenen wereldwijd,” aldus Nyomi. In de Accra-verklaring, opgesteld door de oprichters van de WCRC, staan afspraken tussen lidkerken die streven naar economische en ecologische gerechtigheid. Met een parafrasering op de boodschap aan de gemeente van Laodicea uit Openbaring 3, riep vice-voorzitter van de WCRC, Yueh Wen-Lu christenen op: ‘Wees niet lauw en passief, maar maak het verschil’.

Mijn gedachten bleven haken bij ‘nucleaire technologie’ en ‘wees niet lauw en passief’. Natuurlijk over alle slechte eigenschappen van nucleaire technologie en de rampen die daar uit voort kunnen komen (denk bijvoorbeeld aan de kernramp in Fukushima, in 2011) moeten we zeker niet te licht denken, maar ik moest ook denken aan een van de betekenissen van nucleair, namelijk ‘tot de kern behorend’ en ‘betrekking hebbend op de kern’.

Doordat christenen zich weer richten op wat betrekking heeft op de kern van hun geloof, dus zeg maar nucleair geladen worden, blijven ze niet meer lauw en passief. Ze zullen licht kunnen uitstralen en licht kunnen zijn voor de hele wereld. Zo maken ze het verschil!