Jezus sprak tot hen over vele dingen in gelijkenissen.
‘Eens – zo begon Hij – ging een zaaier uit om te zaaien.’
Mattheüs 13,3

Wie is de zaaier en waarom deze opmerkelijke voorstelling van zaken?
In Psalm 126 is de zaaier ieder mens en verbeeldt het zaaien en oogsten
de gang van een mensenleven.
‘Zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich.
Wie in tranen op weg gaat, dragend de buidel met zaad, zal thuiskomen met gejuich,
dragen de volle schoven.’
Voor deze gelijkenis lijkt iets soortgelijks te gelden, hij brengt ons menselijk leven in beeld.
Zij houdt ons een spiegel voor en laat ons zien hoe wijzelf vaak in ons leven reageren.                        Kleine tegenvallers maken vaak grote indruk op ons.
Zij nemen onze aandacht in beslag en bederven onze levensvreugde.
Maar ze horen er eigenlijk gewoon bij, zonder lichte tegenslagen kom je niet door het leven.
In zeker zin zijn het niet meer dan bijverschijnselen, maar zo ervaar je het niet.
En terwijl je je druk maakt over de kleine tegenvallers,
heb je nauwelijks oog voor de zaken die goed lopen
en voor de overvloed die het leven ondanks die geringe tegenspoed biedt.

Wanneer we alles hebben bereikt, de hoogste berg hebben beklommen,
de hoogste titel hebben ontvangen en de meeste punten hebben behaald,                                                                  kun je nog steeds een innerlijke leegte, een innerlijke onrust ervaren.
Je verlangen wordt kennelijk gevoed door iets anders
dan wat je kan zien, waarnemen en bereiken.
Niets kan die onrust wegnemen of de leegte vullen.
Je zult pas tot rust komen als je de bron vindt.
En die bron is God.
De bron die nooit opdroogt, die geborgenheid en veiligheid geeft
en die put uit liefde die nooit eindigt.
Kerkvader Augustinus verwoordde het zo in zijn Belijdenissen:
‘Want zo hebt u ons geschapen, gericht op u,
en ons hart kent geen rust tot het rust vindt in u.’
Die bron brengt ons bij onze diepste zielenroerselen
en bij lagen in onszelf die raken aan dimensies die mijzelf overstijgen.
Tijdens de zoektocht naar dat diepste verlangen
kom je niet alleen bij vragen als:
‘Wie ben ik?’ ‘Wat doen ik hier?’,
maar steekt ook een andere vraagde kop op:
‘Welk spoor wil ik in deze wereld achterlaten?’
Als je allerlei ontwikkelingen om je heen ziet
kan je dat soms onrustig maken:
het coronavirus,
bevolkingsgroepen die zich steeds meer tegen elkaar afzetten, klimaatverandering, gigantische bosbranden.
En dan zijn er nog de problemen op langere termijn:
verarming van een groot deel van de wereld, verwoestijning,
het stijgende water dat ook ons hier in Nederland zal treffen.
In gedachten gaat het dan wel eens door je heen.
Kan het ook heel anders gaan?
Deze wereld omgekeerd, in positieve zin – zou dat ook kunnen?
Een kanteling van alle bedreigende ontwikkelingen,
zodat we weer opgelucht adem kunnen halen.
Vaak denken we:
het is allemaal te groot om aan te pakken
en wat heeft het voor zin als alleen wij ons hier in zouden zetten
dan moet iedereen meedoen.
Of zou je toch het vertrouwen moeten hebben, dat het zo ver komt,
dat iedereen bij zichzelf wil beginnen?

De grote kanteling.
Je kunt in alle fasen van de geschiedenis over zoiets nadenken.
Komt dat dan voort uit de inzet van mensen? Mentaliteitsverandering?
Is het iets dat ons aangereikt wordt… God weet waarvandaan?
Jezus geloofde in ieder geval dat het kòn
en dat het absoluut zou gaan gebeuren.
Want – zo geloofde hij –
de werkelijkheid is geen onbeweeglijk massief blok
onze wereld vindt zijn grondslag in God, die in en door ons werkt.
De kracht van zijn Geest doortrekt ons.
En dat maakt Jezus vol vertrouwen.
Als je dit allemaal beseft en gelooft, zegt hij, ben je intens gelukkig
ook als je het nu nog niet ziet.
We naderen het kantelpunt: deze wereld omgekeerd.

Jezus zegt in de lijn van Mozes: het begint met Thora:
het volgen van Gods leefregels en recht doen aan elkaar.
Maar je zou ook het vertrouwen moeten hebben, dat waar wij ons inzetten, de liefde en de vrede van God door ons heen werken.
En dat er dus een omslag kan komen:
een nieuwe wereld, een Rijk van liefde en vrede.
Het kantelpunt is al gekomen.
Diep gelukkig ben je als je vanuit dat vertrouwen leeft
en als je je vandaar uit inzet.

Hebben wij hier nu ook iets aan in het gewone leven?
Lukt het ons om intens gelukkig te zijn bij wat we nog niet zien?
Dat zal niet altijd gaan.
Toch denk ik, dat Jezus’ woorden nog steeds een bezielende kracht hebben. Ze stellen ons de vraag: hoe kijk jij naar onze wereld?
Zie je alleen maar met zorgelijkheid allerlei ontwikkelingen aan: klimaatveranderingen, aantasting van het leven, polarisatie,
uitbarsting van geweld, ongelijkheid tussen mensen.
Als was het niet meer dan het lot van onze wereld.
Of geloof je toch in die kanteling: deze wereld omgekeerd.
Geloof je dat God, in alles diep verscholen, ons niet loslaat,
maar aanspreekt.
Pak het dan allemaal weer op:
de troost die je elkaar geeft, de inzet voor verbetering,
de weg van de eerlijkheid.
Geloof dan dat het kan kantelen, de goede kant op.
Diep gelukkig ben je als je je daaraan toevertrouwt.

Wat moet ons dagelijks leven bepalen volgens Jezus?
Waar vindt Hij dat we iedere dag mee bezig moeten zijn?
Jezus zegt:
maak je in je dagelijkse leven druk om het komende koninkrijk!
Het koninkrijk van de hemel. Want dat koninkrijk komt er echt aan.
En alleen in dat koninkrijk komt je leven tot zijn bestemming.
Daar leef je zoals leven bedoeld is.
Een leven vol vreugde omdat het een leven dichtbij God is.

Maar bepaalt dit ons leven ook?
Of maken wij ons iedere dag druk om heel andere dingen
dan het koninkrijk van God?
Veel mensen zijn vooral bezig met het leven hier op aarde.
Veel mensen hebben ook geen weet van het komende koninkrijk
of willen er niet van weten.
Maar wij dan?
Wij weten wel dat het koninkrijk van God komt
en dat ons leven daar aan zijn bestemming zal beantwoorden,
maar houdt dit koninkrijk ons bezig?
Ik heb het idee dat wij ons ook iedere dag druk maken
over heel veel andere dingen.

Eén ding moet wel duidelijk zijn:
het Koninkrijk van God is geen alternatieve economie,
ook geen politiek manifest,
en maakt politiek en economie ook niet overbodig.
Het is naïef te denken dat we zonder kunnen
in een wereld die op weg is naar acht miljard mensen.
Het schept echter een andere basis en een nieuw perspectief
waardoor economische en politieke vragen,
en daarmee ook onze verhouding tot de aarde en de natuur,
in een ander licht komen te staan.

Het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben.
Want voor hen is Gods nieuwe wereld. BGT Matteüs 5,3
Zalig zijn de armen van geest,
want van hen is het Koninkrijk der hemelen. HSV Matteüs 5,3

Arm zijn betekent accepteren dat we geen meester zijn over ons leven.
Een van de ziektes van het moderne Westen
is dat we alles onder controle willen houden, alles plannen,
kiezen en onderwerpen aan de menselijke wil.
Het is duidelijk dat dit onmogelijk is,
hoe groot de technische vooruitgang ook is.
Die pretentie van almacht kan slechts leiden tot teleurstelling en angst.
We moeten daarentegen geloven dat de omstandigheden
die ons het meest doen groeien,
juist die situaties zijn waar we geen zeggenschap over hebben.
Wanneer we de uiterlijke omstandigheden niet kunnen veranderen,
worden we uitgedaagd onszelf te veranderen.
Dat is waar het uiteindelijk om gaat.
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn.’
Dat is de eerste gelukwens, de eerste zaligspreking.
Er volgen er nog zeven. Ze vormen samen een reeks.
Ze schetsen een geestelijk groeiproces voor een kind van God.
Ze vormen het profiel van een christen.
In Jezus’ mond klinkt het als een roeping. Die een duidelijke richting wijst. In zijn mond klinkt het ook als een belofte.
Dat je Hem als kind van God bent aangenomen.
En in zijn mond klinkt het als een zegen.
Dat Gods Geest je op deze weg leidt en verder brengt.
Als kind van God, aan de hand van Vader, midden in deze wereld.

Het evangelie van Jezus Christus,
het goede nieuws van het hemelrijk begint hier:
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.’

Bijna niemand heeft hem gemist:
de wilde theorie dat Bill Gates met hulp van het 5G-netwerk
het coronavirus verspreidt, zodat iedereen zijn vaccin nodig heeft.
Inmiddels vijf jaar geleden voorspelde miljardair Bill Gates
dat er weleens een virus kon ontstaan dat de hele wereld zou ontwrichten. Nu is er het coronavirus.
Dat kan geen toeval zijn, denken sommige mensen.
Gates heeft het zelf in de wereld geholpen,
zodat hij geld kan verdienen aan een vaccin,
waarbij hij en passant een chip laat implanteren
bij iedereen die dit vaccin ontvangt.
Het teken van het beest uit het Bijbelboek Openbaring,
vinden sommige christenen.
(een soortgelijke gedachte deed trouwens ook de ronde
bij de invoering van de streepjescode)
Of deze:
de anderhalvemetersamenleving is ingesteld
zodat camera’s gezichten beter kunnen herkennen.
Je hebt zulke complottheorieën waarschijnlijk wel gehoord.
Misschien haal jij je schouders erover op en vind je zoiets lachwekkend.
Hoe ga je om met zulke verontrustende berichten
en met aanhangers van complottheorieën?
Je merkt misschien dat zulke theorieën een kloof scheppen
als je erover in gesprek bent met je buren of familieleden.
Discussiëren of factchecken verkleint de kloof zelden.
Integendeel, het lijkt of je alleen maar meer
tegenover elkaar komt te staan. Hoe ga je daar nu mee om?

Allereerst: geruchten en complottheorieën zijn er altijd al geweest
en waren voor de komst van journalistiek en internet
nog veel sterker.
Jesaja en Jeremia bijvoorbeeld leefden in zo’n tijd.
Zij maanden tot kalmte: ‘Noem niet alles een samenzwering
wat zij een samenzwering noemen.
Wees niet bang voor wat hun angst aanjaagt’ (Jesaja 8:12).
‘Wees niet bang voor geruchten her en der.
Dit jaar gaat er een bang gerucht, het volgend jaar gaat er een ander’ (Jeremia 51:46).
En Jezus zei tegen zijn leerlingen:
‘Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging.
Laat dat je dan niet verontrusten’ (Matteüs 24:6).

Een beetje nuchterheid kan dus geen kwaad.
Er zijn voortdurend nieuwe geruchten of theorieën
en die zijn echt niet allemaal waar.
Maar het kan onbevredigend zijn om alleen nuchter naar ‘de feiten’ kijken. Is het coronavirus er alleen,
omdat sommige mensen in China vleermuizen eten
en een virus van dier op mens is overgegaan?
Is het slechts stomme pech dat de globalisering
er vervolgens voor zorgde dat het zo’n wereldwijde ramp is geworden? Hoewel dat misschien heel verstandig klinkt,
is het ook nogal nihilistisch om te zeggen:
dingen gebeuren nu eenmaal omdat ze gebeuren.
Zo’n gedachtegang zit niet achter Jesaja’s, Jeremia’s en Jezus’ oproepen
tot nuchterheid.
Voor hen is de grootste reden om niet bang te zijn
de overtuiging dat God zelf aan het werk is.
‘Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig,
voor Hem zijn angst en ontzag op hun plaats’ (Jesaja 8:13).
Jeremia ziet in de rampen die plaatsvinden
God zelf zijn oordeel uitvoeren (Jeremia 51:47).
Jezus spoort de leerlingen aan vooral waakzaam te zijn
voor de komst van de Mensenzoon.
Alle rampen die plaatsvinden, zijn het begin van de weeën,
de aankondiging van Jezus’ komst. (Matteüs 24:6-44).
Ook elders in het Nieuwe Testament kun je lezen
dat in alles wat er gebeurt God aan het werk is.
Het meest uitgebreid wordt dat geschilderd in het Bijbelboek
dat ‘Onthulling’ of ‘Openbaring’ heet.
Daar wordt gesproken over dat de dingen zijn niet wat ze lijken:
het altaar van Zeus in Pergamum is niet alleen een religieus bouwwerk,
het is de troon van Satan zelf (Openbaring 2:12).
Het Romeinse rijk is niet het rijk van vrede,
maar het is een allesverslindend godslasterlijk beest
en het geld met de afbeelding van de keizer is het teken van dat beest (Openbaring 13).

Het gevoel dat er ‘meer aan de hand is’, klopt dus volgens de Bijbel.
God is aan het werk. Dat is zeker ook verontrustend.
Angst en ontzag voor Hem zijn op hun plaats.
God kijkt niet vanuit de hemel machteloos toe,
terwijl mensen oorlog voeren, elkaar onderdrukken, bedriegen,
aan de kant zetten of zwartmaken.
God haat al dat kwaad en wil het vernietigen.
Daarom gaan volgens Openbaring zijn oordelen nu al over de wereld.
Je kunt in rampen die de wereld treffen
iets proeven van Gods woede over het kwaad
en van zijn verlangen het kwaad te vernietigen.
Uiteraard mag je er niet simplistisch over spreken,
alsof je het allemaal snapt.
Bijvoorbeeld door te veronderstellen
dat zij die het hardst getroffen worden, ook het meest gezondigd hebben. Juist het besef dat God aan het werk is, moet jou ook nederig maken.
Wie zou kunnen overzien wat God allemaal doet en waarom?
Aansluitend bij Jezus’ woorden en de beelden van Openbaring
kun je in de rampen van deze wereld ook Gods oordeel zien
en de aankondiging van Jezus’ komst om alles en iedereen te oordelen.
Jezus is én de komende rechter
én degene die Gods oordeel heeft ondergaan.
Onbegrijpelijk genoeg kan Jezus tegelijkertijd
aan de kant van het slachtoffer en van de schuldige dader staan.
Als slachtoffer liet Hij zich doodmartelen aan het kruis
om daar een misdadiger welkom te heten in het paradijs.
Gods oordelen hoeven niet alleen maar beangstigend
en verpletterend te zijn
als je ziet dat God ons zelfs in het oordeel niet alleen laat.
Juist ook dan is Hij Immanuel (Jesaja 8:8,10).
God is ook aan het werk door hen die protesteren tegen onrecht,
die zieken en slachtoffers genezen en hen niet aan hun lot overlaten.

Je hoeft het coronavirus en de verspreiding ervan
dus niet alleen maar te zien als domme pech. Er zit meer achter.
God is daarin het werk.
Je kunt er zijn oordeel in zien: deze wereld kan zo niet blijven bestaan. Tegelijkertijd:
Hij is aanwezig in ieder die er alles aan doet om er voor de ander te zijn. Hij toont Zijn liefde voor de mens.

Hoe ga je dus om met verontrustende berichten
en met aanhangers van complottheorieën?
Als je gelooft dat God aan het werk is,
is het goed om een beetje bescheiden te blijven
en niet te denken dat jij precies weet hoe het allemaal in elkaar zit. Neerkijken op mensen die bizarre theorieën aanhangen,
past al helemaal niet.
Hun intuïtie dat er (soms) meer aan de hand is,
wordt in de Bijbel bevestigd.
Maar daar krijgt dat ‘meer’ wel een heel andere invulling:
God is aan het werk!
Daarom hoef je ook niet bang te zijn voor wat er gebeurt
of wat er verteld wordt.
Wel is het terecht om ontzag te hebben voor God
die met zijn oordelen en zijn goedheid toewerkt
naar een nieuwe wereld vol gerechtigheid.

‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten’ Matteüs 27,46

Ja, we moeten het horen. We moeten het tot ons door laten dringen.
We moeten het laten weerklinken in ons leven.
Jezus wil dat. Hij roept het uit.
Voor God was dat niet nodig. God hoort ook de stille schreeuw van ons hart.
Hij leest de pijn in onze ogen.
Niemand hoeft voor God te roepen: mijn God, waarom?
Ook Jezus hoefde dat voor God niet. Hij deed het voor ons.
Wij moeten horen. Wij moeten iets leren beseffen.
Jezus schreeuwt een vraag uit: Waarom mij? En het is zo’n ‘waarom’ vol verbijstering.
Zo’n ‘waarom’ dat het heeft opgegeven nog te willen begrijpen,
maar dat eindeloos diepe pijn stem geeft.
Jezus hangt daar niet voor zichzelf. Hij hangt daar voor ons allen. Hij is het hoofd van alle dingen. Van alle mensen en de hele schepping.
En Jezus zegt niet: ik ben alleen.
Hij zegt: u hebt mij verlaten. En God verlaat hier dus niet alleen Jezus.
Maar in hem verlaat God hier alles en iedereen.
En het hele gewicht daarvan, dat voelt alleen deze ene man.
En als God gaat, dan gaat het licht uit.
En wat overblijft is een godverlaten, godvergeten wereld.
Je kunt zeggen: dit is de hel.
Jezus ervaart hier iets wat niemand zo ervaren heeft.
Deze schreeuw van Jezus aan het kruis. Het is ook de schreeuw van de schepping.
Jezus schreeuwt hier niet alleen voor en namens de mensen.
Hij schreeuwt namens de hele schepping. Waar nu alle licht is gedoofd, en geen vogel meer zingt. Deze Godverlaten wereld waar de machten van de duisternis.
De woestheid en ledigheid van voor het begin weer vrij spel heeft.
Die schepping die zo deelt in de gevolgen van de zonde. Die is hier begrepen in deze schreeuw. Alles schreeuwt hier mee.
Jezus schreeuw neemt alle schreeuwen in zich op.
Voor alle machteloosheid, alle onrecht, al het verdriet dat ons mensen kan overkomen.
Door andere mensen aangedaan, of je overkomen door deze kapotte wereld.
Ziekte, depressie, gebrokenheid in je relatie, of in de relatie met je kinderen,
met je ouders, met vrienden. Een ongeluk, of verdriet omdat niet lukt wat je wilt bereiken, werkeloosheid en lichamelijk ongemak.
Soms praten wij mensen dan niet meer met God.
Begrijpen we er soms helemaal niks meer van.
Maar Jezus daalt in die diepste, donkerste momenten af.
Begrijpt ons hierin beter dan wij onszelf begrijpen en neemt ons zwijgen en ons schreeuwen
en alles er tussen in op in deze ene hartverscheurende schreeuw.
En is zo echt Immanuel, God mét ons!!
Jezus sterft te midden van zijn vragen. Binnen zijn aardse leven is hij niet verhoord. Er is een nare, wrede, niets ontziende dood. Er is geen uitkomst, geen verhoring.
Daarmee deelt Jezus in al die pijn van onverhoorde gebeden, van lijden zonder zin.

Dan is er die tweede schreeuw en sterft Jezus daar aan het kruis. Je zou misschien verwachten dat het dan nog donkerder wordt. Maar nee, Als Jezus sterft, wordt het juist weer licht. Jezus neemt in zijn dood alles mee en alles weg. Dood, duisternis, vloek, oordeel, kloof, breuk.
Matteüs schrijft: Nog eens schreeuwde Jezus het uit.
Toen gaf hij de Geest. Dat doet hij echt actief, als een eigen keuze. De geest geven.
Jezus schreeuwt het nog eens krachtig uit.
In deze schreeuw klinkt er naast al het andere ook iets mee van overwinning.
Want juist als Jezus met deze laatste schreeuw sterft begint het weer licht te worden.
Voor mensen zoals wij is Jezus hier deze duisternis door gegaan.
Voor ongevoelige en dubbelzinnige types als wij
is deze eindeloos gevoelige en eenvoudige mens verscheurd door pijn en verdriet.
De God die met ons een leven lang geduld heeft,
die ons de tijd geeft om tot bezinning te komen en naar Hem terug te keren,
is bij zijn eigen Zoon huiveringwekkend consequent, voor ons, in onze plaats:
Jezus wordt genegeerd en in de steek gelaten.
En in Jezus’ naam komt nu ons leven lang Gods roep tot ons:
keer om, kom terug, hier ben ik, hier ben ik!
Waar wij ook in verzeild raken, in Jezus naam blijft voor ons nu die stem van God,
die van het Evangelie: hier ben ik, ik hoor je, ik ben bij je, we gaan er uitkomen.
‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ En er komt geen antwoord.
God lost het raadsel van het kwaad niet op, maar draagt het voor ons weg. Onbegrijpelijk.
Het wonder van liefde die zin schept en nieuwe betekenis in het leven roept.
Nooit heeft iemand ons zó liefgehad als de God
die zijn eniggeboren Zoon gegéven heeft om te ondergaan wat wij moesten ondergaan
en om zo iedereen die in Hem gelooft eeuwig leven te geven. Nooit zullen we deze liefde begrijpen. Er gaat er bij God een deur open. Voor jou, voor mij en voor alle mensen.

Matteus 11

naar aanleiding van Matteüs 11,30

Juist in deze tijd van de coronacrisis zijn heel wat mensen vermoeid en gaan ze onder lasten gebukt.
Dat is niet alleen opgekomen door de crisis maar ook daarvoor leefden wij volgens psychiaters vandaag de dag in het Westen met ongezond hoge stresslevels. Niet alleen bij tegenslag of gevaar maar voor veel mensen altijd. We zijn managers van ons eigen geluk en zelfontplooiing en de lat leggen we zo hoog dat we er nooit echt klaar mee zijn. Mensen tussen de 35 en 44 worden door de Economist omschreven als ‘de generatie uitgeput’. Anderen zeggen dat het juist de twintigers zijn van nu die een hoog risico lopen op een burn-out. We hebben een manier van leven ontwikkeld waarin we onszelf en elkaar niet aanzetten tot zelfbeperking. Iemand merkt op: deze wereld lijkt nooit ‘nee’, ‘kan niet’ of ‘mag niet’ te zeggen, maar zij wakkert onze verlangens juist aan.’

En in zo’n stressvolle samenleving zegt Jezus: als je een juk draagt, draag dan het mijne. Het beeld dat Jezus hier gebruikt is goed gekozen. In zijn tijd werd een oudere ervaren os altijd gekoppeld aan een jongere os en samen liepen ze onder één juk. Zodat het ervaren dier het jongere beest kon leren hoe je je energie zo verdeelt, hoe je ritmes ontwikkelt waarmee je het ploegen langere tijd kunt volhouden en ook de hitte van de dag kunt doorstaan. Kijk zegt Jezus, als je onder lasten gebukt gaat en het moe bent om altijd maar te piekeren en te tobben. Als je ergens diep van binnen op zoek bent naar rust, naar een vorm van geloven die meer een lust is dan een last dan bied ik je aan om samen op te trekken. Samen onder één juk op weg te gaan. En rust te vinden.

Wat voor soort rust is dat eigenlijk, waar Jezus over spreekt? Het is niet een permanente feeling good-gevoel. Het is ook niet een stoïcijnse rust waarmee je jezelf afschermt, je afstand bewaart, van alles uitfiltert en je onbewogen leeft. Welnee, we komen juist bij Jezus diepe emoties tegen. Hij kan buikpijn krijgen van ellende, in huilen uitbarsten. Hij kent het bloed, zweet en tranen van geestelijke strijd, hij kent heilige woede, maar ook intense vreugde.
Wat bedoelt Jezus dan als hij zegt dat hij ons juist wil leren wat rust is? De rust die hij zelf leeft en aanbiedt is van een heel eigen soort. Het is de innerlijke rust en stabiliteit van een nieuwe verhouding tot God. Waar het onzekere zwoegen, de angst of het wel genoeg is plaats maakt voor een leven vanuit de goedheid en genade van God.
Jezus verbindt zelf deze rust hier met zachtmoedig zijn en nederig. Dus niet egocentrisch, dominant, veeleisend, streberig, ambitieus. En dit is wat we in Jezus’ levenshouding proeven. Want hij ademt in zijn hele manier van zijn eigenlijk nooit stress uit, of overprikkeldheid of overbelasting. Hij heeft een innerlijke rust van waaruit hij ieder mens en iedere situatie alle aandacht kan geven die nodig is. Vanuit een innerlijke rust leert hij ook om te onderscheiden waar het in zijn leven op aankomt. Juist in de rust, in de stilte ontdekt hij zijn roeping.

Een juk is zacht als het je als gegoten zit, als het je past. Een last is licht als het berekend is op jouw draagkracht. Je je niet vertilt, jezelf niet overvraagt, niet boven je kunnen reikt. Jezus zegt: kom bij mij. Laat mij heer en meester zijn ook over je sabbat. Waar ben jij zo moe van, zo belast? Welke heren en meesters dien jij eigenlijk? Welke druk leg jij jezelf eigenlijk op? Van wie moet jij je eigenlijk zo op je tenen lopen? Hoe en waar is die permanente rusteloosheid deel van je levensstijl geworden? Voor wie doe je wat je doet? Welk juk draag je. Voor God hoeft het er in elk geval niet zo uit te zien. Hij is niet over-kritisch, overvragend, afwijzend, afkeurend, maar mild, vriendelijk, tegemoetkomend, welwillend. Geen reden dus voor gepieker en getob.

Als je vermoeid bent en onder lasten gebukt gaat. Kom dan naar Mij, ik zal je rust geven. Letterlijk staat er in het Grieks: ‘Ik zal je een anapauzoo geven. Dat spreekt mij aan. ‘Ik zal je pauze geven.’ Jezus zegt niet in de eerste plaats: doe dit, doe dat. Maar: kom naar mij. Het juk van Jezus is niet de zoveelste zware last. Het is niet: doe meer. Maar: doe minder. Het juk van Jezus begon niet bij: doe dit voor mij dan hoor je erbij. Maar het begon bij wat Hij deed voor jou. Kom naar mij, ga eens zitten aan de voet van het kruis en wees stil. In het licht van alles wat Hij heeft gedragen, de last van mijn zonde en schuld, van menselijk lijden en nood is dat wat ik mag dragen met recht een lichte last, een zacht juk.

Screenshot_20200409-204310

Naar aanleiding van Matteüs 20:17-28

Ik ga lijden en sterven, zegt Jezus Christus. Lijden, dat doen we allemaal. Dat is een ervaringsgegeven: voor niemand van ons loopt het leven altijd op rolletjes. Soms hele perioden wel, maar dan plotseling kan er sprake zijn van ziekte, van crisis. Zoals nu, de coronacrisis. En sterven, tja, sterven doen we ook allemaal. Een leven zonder lijden en dood bestaat dus niet.

De vraag is dan: hoe ga je met dat feit om? De leerlingen van Jezus, zeker hier in dit verhaal Jakobus en Johannes, zien het lijden als een nare bijkomstigheid, waar ze zo snel mogelijk doorheen willen om te gaan regeren samen met Jezus over een nieuwe wereld. Ze schakelen hun moeder in om alvast hun plekken te reserveren. Regeren is vooruitzien. Herkenbaar: we zijn liever gelukkig, welvarend en gezond, en als dat even niet zo is, proberen we hard er zo snel mogelijk uit te komen. Intelligente lockdown om zo snel mogelijk weer terug naar normaal te gaan. We proberen lijden te minimaliseren.

Je zou dat ons instinct kunnen noemen, onze natuurlijke neiging om te overleven. Zo gaat het om je heen in de wereld. Zo wijst Jezus naar de koningen en mensen met macht. De struggle for life en survival of the fittest bepalen niet alleen het dierenrijk, maar ook de menselijke samenleving. Maar is dat het beste waar wij toe in staat zijn? Of is er een betere manier, een menselijkere manier?

Jezus wijst zijn leerlingen de weg van het ‘dienen’, het bewust kiezen voor de minst aantrekkelijke route, de route van lijden. Zo kiest Jezus ook zijn eigen weg naar Jeruzalem, waarvan hij blijkbaar al voorvoelt dat het zijn leven gaat kosten, dat hij gaat eindigen aan een kruis.
Het is opvallend dat Jezus zélf deze weg wil gaan, maar die niet oplegt aan zijn volgelingen. Hij probeert Jakobus en Johannes er eerst bijna vanaf te houden. ‘Jullie weten niet wat je vraagt! Ik – zegt Jezus – zal zwaar moeten lijden. Kunnen jullie dat soms ook?’ Zelf gaat Jezus deze weg naar zijn kruisiging en dood willens en wetens, omdat Hij gelooft dat hierdoor de wereld gered zal worden. Maar Hij verwacht niet automatisch van ons dat ook wij die diepe weg willen en kunnen gaan. Je kunt nooit van een ander verwachten, laat staan iemand verplichten, dat hij voor jou gaat lijden. Als dienen immers verplicht wordt, dan wordt het slavenwerk. Waarom zou je die route dan gaan? Het gaat om vrijwillige dienstbaarheid, van binnen uit. Dat heeft het een waarde die bevrijdend is. Zo doet Jezus het zelf en zo wordt de wereld gered. Jezus ís gekomen, om ons te dienen! Niet om ons op onze wenken te bedienen, dat niet. Maar om ons te dienen met wat we werkelijk nodig hebben. Met vergeving en bevrijding. Vergeving van al ons zoeken de eerste te zijn, en vernieuwing tot een andere leefrichting, die van Hem! Want als dit mogelijk is, dan is alles mogelijk!

De uitdaging van Jezus is om het lijden in je leven niet als nare bijkomstigheid te zien, maar als kans om werkelijk mens te zijn voor anderen. Zoek niet naar een antwoord op het lijden, maar wees zelf een antwoord op het lijden.
Veel belangrijker dan bezig te zijn de vraag waarom er zoveel ellende is, is dat je er zelf wat aan probeert te doen. Nadat Jezus zijn discipelen geroepen had, om achter Hem aan te gaan, stuurde Hij ze op pad de wereld in. Hij riep ze niet alleen om Zijn liefde te ontvangen, maar ook om die door te geven, in woord en daad, daar waar nood is. Je kunt dat nooit een ander opleggen, maar wel zelf beleven. Ik hoorde van iemand die een familielid had dat opgenomen was op de intensive care met het coronavirus. Als overige familieleden had je alleen elkaar. Achteraf gezien – zo hoorde ik het – waren dat toch niet de slechtste momenten geweest: het samen zijn, het elkaar steunen, voor elkaar bidden, het maakt dat je intens beleeft hoeveel je van elkaar houdt, hoezeer je elkaar nodig hebt, en hoeveel kracht en moed je op dat soort momenten ook ontvangt om vol te houden. Natuurlijk was het vreselijk, maar het was ook ongelooflijk waardevol. Dat mag je beleven als iets heiligs, als iets van God.

‘Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt.’ zo staat dat in Matteüs 6. Gisteravond zaten we na het eten buiten, lekker ons avondlijke bakkie troost te doen en ik zat wat te piekeren over de toekomst. Op een gegeven moment hoorde ik het getrippel van een vogel vlak boven mij. Op de dakrand vlak boven mij zat een vogel op zijn gemak zijn avondtoilet te maken: rustig werd het hele verenpak met de snavel gepoetst en gekuisd. En terwijl wij merkbaar onder hem koffie zaten te drinken en boven hem zwermen zwaluwen met een kabaal overschreerden, ging hij onverstoorbaar wel een kwartier door met waar hij mee bezig was. Wat kan ik me dan over de schepping verbazen. Of als ik in het voorjaar de merels met zorg hmerelnestun nest zie maken.Met alles wat ze vinden maken ze een kunstwerk. Of als ik de pad bekijk, die zijn toevlucht heeft genomen in ons ‘postzegel’tuintje. En dus terwijl ik zo die vogels zag die bezig waren met waar ze bezig waren, schoten die woorden uit Matteüs door mijn hoofd. Een tijdje geleden had ik die tekst in een preek gebruikt. En de tekst gaat verder ‘Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen? Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden?’ Ja, ik weet dat daarmee alle muizenissen niet meteen uit mijn hoofd verdwijnen. Maar ik merk ook dat het mij wel rust geeft, misschien een zekere ruimte: als alles zo goed verzorgt wordt, waar maak ik mij dan zorgen over. In the end komt het goed.

Zie maar, kijk naar de vogels…