Er is veel volk op de been in Jeruzalem.
De straten puilen uit. het Paasfeest staat immers voor de deur.
Het feest dat herinnert aan de uittocht van het volk van Israël
uit het slavenhuis van Egypte.
En dan is het opeens donker. Midden op de dag. Rond het middaguur.
Een duisternis, die als een donker kleed het hele land overvalt.
Hier zijn krachten aan het werk, die wij mensen niet kunnen verklaren.
Alle natuurwetten worden opzijgeschoven.
God grijpt in!
Wat eens de profeet Amos – in het Oude Testament – profeteerde
gaat vandaag in vervulling:
‘Op die dag – spreekt God, de HEER –
zal Ik op het middaguur de zon doen ondergaan,
en het land verduisteren op klaarlichte dag.’ (Amos 8: 9)
Veel mensen lopen weg.
Nee, om iemand te zien sterven aan een kruis … daar hebben ze geen moeite mee.
Maar voor het onheilspellende donker gaan ze op de loop.
Een angstwekkende duisternis die doet denken
aan de bevrijding uit Egypte.
Het symbool van verschrikking, van ongeluk, verderf en dood.
Het teken van het oordeel van God!
Uit die diepe, angstwekkende duisternis klinkt een langgerekte klacht omhoog:
‘Eli, Eli, lema sabachtani?’
Dat betekent:
‘Mijn God, mijn God, waarom heb U Mij verlaten?’ (Matteüs 27: 46)
Het is het ‘waarom?’ uit de duisternis. Woorden uit Psalm 22.
Woorden waarin een mens een brug zoekt,
die uit de godverlatenheid tot God voert.
Woorden van een mens die bespot wordt en veracht.

‘Waarom?’

We horen zijn diepe smart, zijn diepe eenzaamheid en onbegrip.
Jezus voelt in de duisternis, dat God Zich van Hem afkeert.
Een krachtig antwoord van God blijft uit.
Uit de hemel komt geen antwoord.
Wat heeft Jezus in deze godverlatenheid moeten lijden!
En toch: Hij blijft gehoorzaam aan zijn roeping –
tot het bittere einde toe.
Hoezeer door God verlaten, Jezus blijft roepen in de duisternis:
‘Mijn God …’
In dat ene woordje ‘Mijn’
ligt heel zijn hoop en verwachten besloten.

Drie uren duisternis.
Daarin wordt het oordeel van God over een zondige wereld openbaar.
Drie uur … dan zegt God: ‘Nu is het genoeg!’
‘Het is volbracht!’
Op dat moment treedt God uit zijn verborgenheid.
Het voorhangsel van de tempel scheurt – van boven naar beneden.
De toegang tot God is weer mogelijk!
Die godverlatenheid, die diepe, donkere duisternis,
waarin alle machten op je aankomen
… dat is voor Jezus … de hel.
Daar aan het vervloekte hout van het kruis
geeft Jezus in deze helse godverlatenheid
zijn leven om de deuren van de hemel weer van slot te krijgen.
Wanneer dáár aan het recht van God is voldaan …
Wanneer dáár de schuld voor een zondige wereld is voldaan …
Wanneer dáár de toorn van God is verzoend …
wijkt de duisternis voor het licht!
Het is drie uur in de middag.
Vanaf het tempelplein klinken duidelijk hoorbaar de stoten van de bazuin.
Tijd voor het avondoffer in de tempel. Uur van het gebed.
Dan knielt – in de voorhof van de tempel – het volk van Gods verbond.
Terwijl in het heilige een priester het reukoffer op het altaar ontsteekt.
Zo vloeien gebeden en wierook samen
tot een stroom van smeken tot God.
In dát uur van gebed en offer brengt Jezus
als de grote Priester het offer van zijn leven.
Zijn kruis is tegelijk het altaar
waar eens voorgoed hét offer ter verzoening wordt gebracht.
Tegelijkertijd worden alle menselijke offers daarmee aan de kant geschoven.
Ze hebben geen waarde meer.
Het offer dat Jezus brengt is uniek, onherhaalbaar, onvervangbaar.
Daar kan geen mens iets meer aan toevoegen of afdoen.

En wij?

Vanaf het kruis van Golgotha klinkt het ‘waarom’
van de godverlatenheid.
De gekruisigde Jezus werd verlaten
opdat wij nooit meer door God verlaten zouden worden.
In mijn angst, in mijn pijn, in de aanvechting en de verzoeking,
mag ik vasthouden aan die belofte van de Vader.

Dat is het geheim van dit vierde bewogen kruiswoord!

Psalm 22

naar aanleiding van psalm 22

Stel je voor dat je alleen op een intensive care ligt te sterven, niemand mag bij je komen, en de zorgverleners zijn overbelast omdat de intensive care overvol is. Of stel je voor dat je in een vluchtelingenkamp zit waar corona uitbreekt, terwijl de Europese leiders weigeren iets voor je te doen, en je wordt doodziek. Dan komt psalm 22 wel heel dichtbij.
Eerlijk gezegd kon ik me nooit zo goed een situatie voorstellen waarin iemand deze Psalm zou schrijven. Wanneer zou iemand zich zo gevoeld hebben: ziek en ellendig, aangevallen en bespot door vijanden, en dan ook nog door God in de steek gelaten?
Maar nu wordt zo’n situatie voor mij een stuk realistischer.
In de versie van de Psalmen voor Nu klinkt psalm 22 zo: ‘ik sta alleen, want u bent weggegaan./
Mijn God, mijn God, waarom?’/ God is weggegaan, help!
De wanhoop spat er vanaf: ‘Mijn God, waar bent u?’ Maar God laat niets van zich horen.
Hij is met de noorderzon vertrokken. ‘Mijn God, mijn God, waarom?!’
Het is een forse aanklacht, voor het gevoel misschien zelfs over het randje:
‘U laat me in de steek God!’

Zeker, in de lijdenstijd die net achter ons ligt, werd deze psalm gelezen om het lijden van Jezus Christus te herkennen, het vleesgeworden Woord van God, Jezus Christus. Het lijdensverhaal legt zelf expliciet de verbinding, want het was Jezus zelf die in een van zijn kruiswoorden deze Psalm tot de zijne maakte: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’
Deze Psalm markeert hoe vergaand Jezus’ identificatie met ons en met ons lijden gaat. Met ons hele bestaan heeft Jezus zich één gemaakt: lichamelijk lijden, uitputting en ziekte, maar ook aanvallen en spot, tot in de diepste Godverlatenheid. Ook het lijden van een corona-patiënt. Het is goed om die wanhoop die in deze psalm naar voren komt op je in te laten werken, er niet snel overheen te springen.
Om de radeloosheid te voelen, om te schreeuwen ‘waarom?!’
God – zo lijkt het – blijft stil. Hij antwoord niet. Je staat er alleen voor, want God is weggegaan.
Vertwijfeling en vertrouwen. Diepzwarte ervaringen en toch ergens ook blijven geloven.
Ze wisselen elkaar af in dit klaaggebed. Het is denk ik ook heel herkenbaar.
En dan hoeven we niet meteen, als we het moeilijk hebben, of als anderen het moeilijk hebben,
daar gelijk overheen te walsen met mooie geloofswoorden.
Die kunnen dan ook heel goedkoop klinken. Net alsof de pijn er eigenlijk niet mag zijn.
Alsof het gelijk bedekt moet worden met een laagje evangelie.
Als je dat zo doet, dan neem je je pijn niet serieus.
En uiteindelijk neem je ook het evangelie niet serieus.
Alsof je dat kunt gebruiken als een snel doekje voor het bloeden.
Als je dat gevoel echt toelaat, dan ga je pas ontdekken wat het betekent ‘waarom!?’ te schreeuwen.
Het is beter om de diepte van de pijn die er is, te ervaren, om er tijd en ruimte aan te geven.
In die diepte zul je ontdekken dat het evangelie niet goedkoop is.
Want Jezus schreeuwt jouw ‘waarom’: hij schreeuwt het in jouw plaats.
Ik las ergens: ‘Jezus pakt de psalm van ons over om het tot in zijn diepte uit te zingen.’
In ons gevoel dat God is weggegaan, stonden we alleen. Maar nu niet meer: Jezus is er geweest.
In de donkerste Godverlatenheid is Hij geweest. Er is geen enkele plaats waar God niet geweest is.
Nu ben zelfs in de Godverlatenheid niet alleen.
Want we kunnen niet meer dieper zinken dan hij, we komen hem steeds weer tegen!
Misschien krijg je een antwoord, misschien ook niet. Uiteindelijk gaat het niet om antwoorden.
Welk antwoord voldoet nou op zo’n vraag?
‘Ja, sorry, ik heb je verlaten, dat moest nu eenmaal, ik zal je uitleggen waarom.’
Is dat een antwoord?
Ik las eens een interview met rabbijn Lody van de Kamp.
Hij zegt: ‘het is beter met vragen te leven dan met dubieuze antwoorden.’
maar toch, in Psalm 22 komt er uiteindelijk wel een ‘antwoord’,
in die zin dat de vragen tot rust worden gebracht.
Dat wij niet nu de antwoorden hebben, wel dat we onze vragen niet zonder hoop stellen.
Jezus schreeuwt ze met ons mee, hij is onze hoop!
De schreeuw naar God wordt gehoord: ‘U geeft mij antwoord’. En dus klinkt de lof op God:
Gods naam wordt overal bekend gemaakt. Tot aan de einden van de aarde richten mensen zich op de HEER, want zijn koninkrijk komt. Wonderlijk hoe deze Psalm bij Jezus waarheid wordt.
Uit lijden en kruis ontstaat iets nieuws dat wereldwijde en onvoorstelbare impact heeft.