Pontius Pilatus wast zijn handen in onschuld, olie op hout, 107 x 122 cm,
Vlaamse School, eerste helft 16de eeuw (naar Vilmos Tátrai)

 

Hoe reageer je op figuren als Trump?

In aanloop naar Pasen en terwijl ik mijzelf ook voorbereid op preek voor Pasen,
vallen mij enkele lijnen op vanuit het passie evangelie naar de huidige tijd.
Het begon met de schandelijke vleierijen van president Macron en premier Starmer
om president Donald Trump in de Oval Office in het Witte Huis te pleasen.

Het begon te lijken op de dertig zilverlingen.
Werd Oekraïne hier verraden voor de snuisterijen en snuisterijen,
alleen maar om in de gunst te blijven bij de machtigste man ter wereld?

Nu we net met de eerste volle week van de Veertigdagentijd bezig zijn,
krijgen deze gedachten een fellere focus
nu de personages uit de Passietijd van Pasen
hun plaats lijken in te nemen in onze wereldpolitiek.

Lijkt de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance
een beetje op de hogepriester van de tempel van Jeruzalem, Kajafas,
als hij retorisch eist:
‘Het is beter voor u dat één man sterft voor het volk
dan dat de hele natie ten onder gaat’?
Is de prijs van het ten val brengen van Zelensky
en het sussen van de Russische Vladimir Poetin
het niet waard voor vrede in Oekraïne?

Het zou gebruikelijk kunnen zijn
in een column als deze
om kenmerken van de cast
van de Passie van Christus
toe te schrijven aan de leiders van de huidige grootmachten.
Maar dat is te gemakkelijk en werkt niet echt.
Macron en Starmer zijn geen Judas.
Hun hoffelijke vleierij van Trump
ging vooraf aan de poging tot vernedering
van Zelensky in Washington,
waar op 28 februari met de mores van vastgoedmaffiosi
en een dosis emotioneel incontinentie Trump en Vance
president Volodymyr Zelensky het Witte Huis uit brulden.

Nee, Macron en Starmer
zijn geen verraders van Zelensky, integendeel.
En hoe dan ook, door hun in die rol te casten,
riskeer je de heiligschennis van het vergoddelijken van Zelensky,
die absoluut niet de Messias is.
Je hoeft inderdaad geen toegewijde Trump-fan te zijn
om op te merken dat zijn optreden voor Trump en Vance niet messiaans was,
maar eerder dat van een heel ondeugende jongen.

Maar zulke vergelijkingen gaan ons niet ver brengen.
Misschien is het beter om ze andersom te draaien.
Van grotere waarde is misschien om de machtsspelletjes
die we zojuist op ons wereldtoneel hebben gezien
beter te gebruiken om het spel te begrijpen
dat we binnenkort in Jeruzalem
van een paar millennia geleden zullen herdenken.

Door dat te doen, kunnen we misschien
zelfs een kijkje nemen in een aantal inzichten
die elke zaak ontkrachten dat de historische gebeurtenissen
van de Passietijd vandaag de dag niet relevant zijn.
En dit gaat niet alleen over politiek,
het gaat over ons menselijk vermogen tot machtsmisbruik.

Neem die scène in het Oval Office toen Zelensky werd gepest
door de twee machtigste figuren
(met uitzondering van Elon Musk)
in het nieuwe Amerikaanse regime.
Het is een klassiek wapen in elke huiselijke geweldsrelatie
om het slachtoffer de schuld te geven.
Zo waren Trump/Vance er als de kippen bij
Zelensky de schuld te geven voor zijn onderdrukking door Rusland.

En zo was het ook toen de Nazarener voor Pontius Pilatus stond,
de woordvoerder van de machtigste man op aarde van zijn tijd,
de keizer van Rome, Tiberius.
De overeenkomsten tussen de twee situaties zijn opvallend.
En niet alleen omdat je er redelijkerwijs aan kunt twijfelen
dat Jezus van Nazareth die dag ook een pak droeg.

De laatste, een mishandelde ambachtsman en rabbi
uit de provincieheuvels
en een man ‘zonder zonde’,
is een klassiek onderwerp van slachtofferbeschuldiging.
Net als Trump wilde Pilatus gewoon een deal sluiten
om de vrede te bewaren.
Net als Trump vertelde hij Jezus dat Hij niet genoeg waardering had
voor wat hij voor Hem probeerde te doen.
Net als Trump vertelde Hij hem dat hij absolute macht had over zijn lot.
En net als Trump is hij er zeker van dat waarheid alles is
wat hij wenst dat het is op het moment dat hij minachtend vraagt:
‘Wat is waarheid?’

De intrigerende vraag is hoe dit ons vertelt te reageren
op de Trumps en Pilatus van deze wereld.
In de directe omstandigheden van verhoor
in zowel het Oval Office als het praetorium,
lijkt het antwoord deels stilte te zijn.
Christus kiest het;
Zelensky krijgt het opgedrongen
door de dwingende controle van zijn gesprekspartners.

Nogmaals, ik doe geen aanspraak op een Christus-achtige Zelensky.
Maar stilte als menselijk antwoord
vindt steevast zijn oorsprong in nederigheid.
In de meest wereldse zin is dat nu heel duidelijk
in de verzoenende woorden van de Oekraïense president
richting zijn pestkop,
die zijn leiderschap ‘sterk’ noemt,
spijt heeft van hoe de vergadering is verlopen
en bereidheid uitdrukt om terug te keren
naar de onderhandelingstafel.

Nederigheid is geen zwakte.
Het brengt de kracht van vrede
en maakt de triomf van liefde mogelijk.
Dat is de les van tweeduizend jaar geleden.
En de les is ook dat er niets goeds kan voortkomen
uit een totaal gebrek daaraan,
net als voor Trump en Pilatus.

 

De Brits-Amerikaanse filosoof Larry Siedentop (1936-2024)
stelde dat de oorsprong van het liberalisme
ligt in het christelijk denken.
Het liberalisme is als ware
het buitenechtelijke kind van het christendom.
Een kind overigens, dat niet bewust verwerkt is.
Dat nooit een ‘project’ van de kerk geweest is.
Maar desalniettemin onlosmakelijk en logisch
verbonden met eeuwen denkwerk in de christelijke traditie.

Veel van het denken van Siedentop over individualisme
voert terug naar de apostel Paulus,
zonder meer een sleutelfiguur in de vroege kerk.
En hij heeft nog steeds, anno vandaag,
diepgaande invloed op het christendom heeft.
Zijn denken heeft de idee van de christelijke gemeenschap gevormd:
Als een verzameling van gelijkgestemde zielen, verenigd in het geloof in Christus.

Paulus postuleerde,
door zijn ervaringen met al die verschillende groepen mensen en culturen,
dat alle mensen – gelovigen en ongelovigen – gelijk zijn.
Hij maakte bovendien serieus werk van innerlijke, individuele reflectie.

In zijn Galatenbrief stelt Paulus dat de christelijke gelovigen vrij zijn.
Vrij zijn in hun geloof in God.
De opvatting van Paulus over Christus
maakte korte metten
met de veronderstelling waarop het antieke denken
tot dan toe had gesteund,
namelijk de veronderstelling van natuurlijke ongelijkheid.
In plaats daarvan zet Paulus in op menselijke gelijkheid.

Sterker nog: volgens Siedentop
zien we in de geschriften van Paulus het ontstaan
van een nieuw gevoel van rechtvaardigheid,
gebaseerd op de veronderstelling van gelijkheid.
Dit denken over ethiek en moraliteit
en – vooral – morele gelijkheid,
waarbij elk individu intrinsieke waarde heeft,
is gegrond in diezelfde christelijke ethiek.

Nu ontstaat in de huidige samenleving
er wereldwijd een snel groeiende hoeveelheid (jonge) mensen
die een diep wantrouwen in de overheid hebben,
omdat ze geloven dat die niet naar hen luisteren
en er ook niet om geven.
En dan besef je dat de democratie
in de problemen zit, en niet alleen op het wereldtoneel.
Want ook bij ons in Nederland
is een zeer verontrustende trend aan het ontstaan
dat steeds meer mensen denken
dat het land beter af zou zijn onder een dictator,
of in ieder geval een ‘sterke man’
die gewoon met een pennenstreek
knopen kan doorhakken.
(zie hiervoor de euforie bij zijn aanhangers
tijdens het ondertekenen
door Trump van zijn decreten)

Uit een recente peiling blijkt dat 52 procent van de jongeren
gelooft dat het land moet worden bestuurd door een sterke leider
die zich niet hoeft te bekommeren
om het parlement of verkiezingen.
Nog alarmerender is
dat 33 procent denkt dat het land beter af zou zijn
als het leger de leiding had.
Als dat ons niet aan het denken zet,
bedenk dan dit:
bijna de helft (47 procent) van jongeren
gelooft dat onze maatschappij radicaal
moet worden veranderd door middel van een revolutie.

Deze cijfers zijn verbijsterend.
Voor degenen onder ons die zijn opgegroeid
met een sterke toewijding aan democratie,
is het onbegrijpelijk
dat de generatie die is opgegroeid
met de meeste vrijheid,
de meeste toegang tot informatie
en de grootste digitale connectiviteit,
zo bereidwillig zou zijn om
hun recht op stemmen, protesteren
en leiders ter verantwoording te roepen,
op te geven.
Maar voordat we ons haasten om ze te veroordelen,
moeten we de moeilijke vraag stellen:
waarom voelen zoveel mensen zich zo?

Wat als het niet zozeer zo is dat jongeren
zich tegen de democratie keren,
maar dat ze het gevoel hebben dat de democratie zich tegen hen keert?
Denk er eens over na:
Hun scholen brokkelen af.
Hun leraren staan onder druk.
Als ze geestelijke gezondheidszorg
of speciale zorg nodig hebben,
moeten ze lang wachten of hard vechten
en waarschijnlijk allebei.
Als ze naar de universiteit willen,
moeten ze een schuld aangaan
die langer duurt dan de tijd dat ze leven.
En als ze een huis willen kopen
moeten ze volgens de statistieken
waarschijnlijk wachten tot ze 33 jaar oud zijn
om zelfs maar te denken aan het kopen van een huis.

Je zou denken dat deze strijd
mensen ertoe zou dwingen
politiek actiever te worden.
Maar deze generatie is nog steeds
de minst politiek betrokken groep in het Nederland.
Hoewel het waar is dat velen
momenteel te jong zijn om te stemmen,
is er ook een groot deel
dat te weinig betrokken is
om de relevantie van formele politiek in te zien.
De opkomst van jongeren bij verkiezingen
is vaak abominabel laag bij verkiezingen.

Vergeleken met de opkomst van 70 procent of meer
voor 65-plussers,
en de boodschap is duidelijk:
jongeren stemmen niet en politici spreken hen niet aan.
Dat verergert het probleem alleen maar.
Ondanks allerlei beloften van de politiek om dit punt aan te pakken,
lijken ze geen haast te hebben om de hervorming door te voeren.

Zie de mens die in zijn lijden
teken werd voor alle tijden
van wat liefde dragen kan.

Deze woorden zijn geïnspireerd op woorden van Pontius Pilatus.
Nadat hij Jezus had laten geselen
en de soldaten hem een doornenkroon op hadden gezet
en een purperen kleed om hadden gedaan,
zijn ‘Zie de mens’ de woorden waarmee hij Jezus voorstelt aan de verzamelde menigte.

Waarom zegt Pilatus dat?
Om bij de menigte zie zich tegen Jezus gekeerd heeft mededogen op te wekken?
Laat je raken door deze deerniswekkende figuur.
Want een mens is mens in kwetsbaarheid.
Als wij de ander aangetast zien, dan herkennen wij onszelf in de ander.
Daar zien wij een mens, zoals wijzelf zijn.
Daar zijn we verbonden met elkaar. Jezus is echt mens,
net zo echt als wij mens zijn, juist in zijn lijden.
Het is tevergeefs, de menigte is in de greep van bloeddorstigheid.
Waar blijft hun menselijkheid?

De woorden hebben binnen het evangelie naar Johannes een nog grotere reikwijdte.
Het evangelie begint met: Het Woord is mens geworden.
Dat klinkt mee in deze woorden van Pilatus.
Hier staat hij: Het woord van God, dat mens geworden is.
Pilatus bedoelt het niet, maar het betekent het wel.
In deze lijdende mens verbindt God zich met heel de mensheid,
Met alle mensen. Jezus is de mens bij uitstek.
Jezus is de mens zoals God het bedoelt:
Een mens met ontferming, levend vanuit zijn liefde.
Voor ons is Jezus ook degene die laat zien hoe God is.
Dat God niet bovenaf wil beschikken over de mensen, maar ons wil dienen.
Zich met ons wil verbinden op leven en dood.

Deze mens is de stichter van een koninkrijk.
Hij draagt de tekenen van zijn koningschap:
een doornenkroon en de purperen mantel.
Straks is zijn troon het kruis.
Zijn koningschap is van een totaal andere orde.
Is van een andere wereld.
Een wereld waar de mens is zoals God het bedoelt.
En in zijn weg wordt Hij voor ons de weg,
de poort naar dat nieuwe koninkrijk.

Hij wordt dat voor de mensen van toen en nu.
De woorden van Pilatus zijn in het Latijn overbekend geworden:
Ecce homo’. Zie de mens.
De ware mens voor ons die de liefde leeft
opdat wij ons aan die liefde geven.

De zeventiende-eeuwse Franse wis- en natuurkundige,
christelijk filosoof en theoloog Blaise Pascal schreef eens:

alle problemen van de mensheid komen voort
uit het onvermogen van de mens om rustig
alleen in een kamer te zitten.

En nu, vierhonderd jaar later, hebben we bewijs van hoe moeilijk we dit vinden.

Onderzoekers voerden een experiment uit
waarbij ze meerdere mensen alleen in een kamer plaatsten
met niets anders te doen dan daar vijftien minuten te zitten.
De meerderheid gaf toe zich ongemakkelijk te gaan voelen
als men zich met niets anders dan zijn gedachten bezighoudt.
Het experiment werd herhaald,
alleen werd er dit keer een instrument in de kamer geplaatst
dat een onaangename elektrische schok kon toedienen.
In de periode van vijftien minuten
diende één op de vier vrouwen zíchzelf de schok toe
om de verveling te verlichten.
Twee op de drie mannen deden dat ook.

Er is een kans dat we de verkeerde conclusies trekken
uit sociale experimenten
omdat het moeilijk is om in de gedachten van anderen te kruipen,
maar we kunnen hier een goede gok wagen.
Onze levens zijn overprikkeld.
Alleen in een kamer zijn met onze gedachten
voor een langere tijd is vreemd.
We hóren niet zo te leven menen we.
Onze smartphones zijn de ‘stok en staf die ons vertroosten’.
Elk vrij moment moet worden besteed aan TikTok, Instagram of Spotify.

Naarmate mensen ouder worden,
denken ze vaak dat de wereld zijn aandachtsspanne verliest,
zonder te beseffen dat de focus afneemt
naarmate we ouder worden.
Maar er lijkt iets te zijn veranderd in de afgelopen twee decennia.
Er is een geheel nieuwe digitale architectuur ontworpen
die er niet was.
Het creëert de buzz van de stad,
en is om ons heen verrezen als wolkenkrabbers,
waardoor koude schaduwen en bittere windtunnels
van woede en afleiding ontstaan die de warmte blokkeren.

Deze nieuwe online stad is opzettelijk ontworpen
om onze aandacht vast te houden;
om te voorkomen dat we offline iets gaan doen.
En het werkt.
Tussen 2010 en 2020 hebben we wereldwijd
twintig keer meer informatie verbruikt.
Dit is een kolossale toename voor onze hersenen
om in een oogwenk te verwerken.
Onze geest is minder geworden als het coole,
witte minimalistische interieurontwerp
waar mensen naar streven in het leven
en meer als het rommelhok
waar kapotte en nutteloze spullen
worden gedumpt.

Sommige wetenschappers stellen
dat we onszelf de schuld van deze situatie geven.
Als we anderen vertellen dat onze smartphone ons afleidt,
is het antwoord dat we krijgen dat we hem moeten uitzetten.
Hoewel we dit soort stappen kunnen ondernemen,
worden we er echter meer en meer afhankelijk
van gemaakt door techbedrijven .
Natuurlijk is er net als bij shopaholics
sprake van individuele verantwoordelijkheid,
maar er is ook het bouwwerk van consumentenkapitalisme
dat is ontworpen om ons meer spullen te laten kopen
of – in het geval van het internet –
meer informatie te laten absorberen.

Als we bedenken wat het betekent
om Jezus vandaag de dag te volgen,
beseffen we vaak niet wat technologie met ons doet.
De voordelen zijn duidelijk
– de wereld binnen handbereik hebben,
in een oogwenk met familie en vrienden kunnen praten –
maar de nadelen blijven onduidelijk.
Hoe beïnvloedt digitale afleiding
het lezen van de Bijbel
en een toewijding aan gebed?
Er is weinig onderzoek naar gedaan,
maar we geven God misschien
minder toegewijde aandacht dan voorheen.
Als we van de ene bron naar de andere fladderen,
als een vlieg op een warme zomerdag,
blijven we niet lang genoeg
op één plek om te ontdekken
of God daar op ons wacht.

Aanwijzingen van God komen vaak
van buiten het kerkelijk denken.
Nu heeft een groep tech-tovenaars uit Silicon Valley
het idee van een digitale sabbatical bedacht,
waarbij mensen één dag per week offline doorbrengen.
Hoewel ze zichzelf beschrijven
als niet bepaald religieus,
verdrinkt hun manifest
zo’n beetje in religieuze traditie.
Ze adviseren mensen om:

  • Technologie te vermijden
  • Contact te houden met geliefden
    Uw gezondheid te koesteren
  • Naar buiten te gaan
  • Commercie te vermijden
  • Kaarsen aan te steken
  • Wijn te drinken
  • Brood te eten
  • Stilte te vinden
  • Iets terug te geven

Het is een sabbatical die opnieuw is uitgevonden
voor het digitale tijdperk.

Er wordt een aantal praktische acties opgesomd
die kunnen worden ondernomen,
zoals gefocust blijven op de taak
en blootstelling aan sociale media te beperken,
omdat is aangetoond dat dit in grote hoeveelheden
slecht is voor de geestelijke gezondheid.
We moeten onze gedachten ook kunnen laten afdwalen.
Dit spreekt het argument
over het niet verliezen van de focus niet tegen.
Het afdwalen van de gedachten is, paradoxaal genoeg,
een vorm van aandacht.
Het is de ruimte waarin we de puzzels
van ons leven oplossen,
punten met elkaar verbinden
die we hadden gemist,
een plaatje inkleuren
om het tot leven te brengen.

Wanneer de profeet Elia God ontmoet op de berg Horeb,
is er eerst een sterke wind,
daarna een krachtige aardbeving
en ten slotte een laaiend vuur.
Maar God openbaart zichzelf
niet in deze aangrijpende verschijnselen.
Hij is te vinden in de pure stilte die volgt;
in het gefluister van een stem.

De pure stilte van vandaag wordt verbroken
door het vertrouwde gezoem van een nieuwsfeed
of een update op sociale media
– of de schok van een elektrische stroom.
Het is nu het moment dat we
binnen gehoorsafstand
van de zwakke audio
van het Goddelijke komen.

Kerkvader Augustinus wist het al:

onrustig blijft ons hart totdat het rust vindt in U’

 

Aswoensdag is het begin van de Lijdenstijd, ofwel de Veertigdagentijd.
Veertig dagen bereidt de kerk zich voor op Pasen.
In de Bijbel wordt het getal 40 gebruikt om een periode van voorbereiding,
uitzuivering en groei aan te geven.
Zoals het volk Israël 40 jaar door de woestijn trok op weg naar het Beloofde Land
en zoals Jezus 40 dagen beproefd werd voordat hij aan zijn werk begon.
Zo bereidt de kerk zich voor om in het spoor van Jezus
door de dood heen tot nieuw leven te komen.
Alles wat ballast is geworden, alles wat mensen van hun bestemming afhoudt,
alles wat het leven belemmert, mag mee sterven in de dood van Jezus,
opdat wij op een nieuwe manier ons leven kunnen ontvangen uit Gods hand.
Daarom klinkt psalm 51: God, herschep mijn hart, maak het zuiver.
Ook vasten op welke wijze ook schept ruimte voor verlangen naar het grote feest.
In de ruimte van dat verlangen kan gebed opkomen en tijd en aandacht voor de naaste.

Het gebruik van as begon in de vroege Kerk
toen mensen die iets misdreven hadden,
openlijk boete deden in de aanloop naar een nieuw begin met Pasen.
Als teken van hun berouw werden ze met as bestrooid.
Later werd het een gebruik dat door alle gelovigen werd gevolgd
in hun eigen verlangen naar vergeving en een nieuw begin.
Het maakt duidelijk dat we de mensheid
niet kunnen verdelen in goede en slechte mensen:
het kwaad gaat dwars door ons eigen leven.

De as komt van de palmtakjes die de kerk vorig jaar op Palmzondag uitreikte,
een symbool voor Christus die ook bij ons wil zijn.
Vaak legden mensen deze takjes op de graven van hun geliefden,
als teken van de hoop op opstanding.

Een askruisje halen, aan het begin van de Veertigdagentijd, op weg naar Pasen.
Dat kun je doen omdat je je bewust bent dat je tekort schiet
in wie je bent en wat je doet.
Je kunt het doen omdat je ervan bewust wilt blijven
dat je een sterfelijk mens bent.
Zodat je niet doet alsof alles altijd hetzelfde blijven
en je je vastklampt aan wat je hebt,
en niet kunt omgaan met wat je los moet laten.

Stof ben je en tot stof keer je terug.

Wat een opluchting is dat!
Al dat zware getob, al dat gewichtige gedoe,
al dat gepraat van arrogante managers,
al die dictators die de wereld onderdrukken,
al mijn eigen gedoe iedere keer weer.

Stof ben ik en tot stof zal ik terugkeren.

Gelukkig!
Laat me dan dus maar niet te zwaar tillen aan mijn eigen leven,
ik ben een stofje op de zoom van het universum
dat zal bestaan ook nadat ik tot stof ben weergekeerd.

Stof ben je en tot stof keer je weer.

Dus als je vast, doe dan niet alsof je een heldendaad verricht,
maar laat het een daad van overgave zijn aan de Heer van alle leven.
Laat je vasten en al je religieuze gedrag
een daad van liefde zijn voor de God
die neerknielde in het stof en zei:
kom tevoorschijn, jij, mens, ik geef je mijn levensadem.

Stof ben je en tot stof keer je terug.

Verzamel dan geen schatten op aarde alsof je daarmee gewicht krijgt.
Het gewicht van stof is genoeg voor je, want is het genoeg voor God.
Wees voluit, vrolijk en dankbaar stof op de zoom van het universum
want dat is je glorie en je geluk,
het grote voorrecht van het leven dat leeft op de adem van God.

Stof ben je en tot stof keer je terug.

Mens. Keer je dan om als je ergens nog denkt dat je god bent
in het diepst van je gedachten of het diepst van je handelen,
als je ergens nog denkt dat je mag oordelen
over anderen of zelfs over jezelf,
als je ergens nog meent dat je kunt leven
met je rug naar God toe alsof jij jezelf het leven geeft.

Keer je om, heb berouw en weet dat je stof bent
dat leeft op de adem van de Allerhoogste,
dichter nabij dan ons eigen hart.

 

Waar ligt jouw loyaliteit?

Bij de huidige clash tussen Amerika en Europa,
bij de herdenking van 3 jaar (en eigenlijk langer)
oorlog in Oekraïne,
kwam die vraag bij mij op.

Immers, de oorlog in Oekraïne woedt voort
en Amerika keert terug naar de onvoorspelbare heerschappij
van de eerste president in de Amerikaanse geschiedenis
die een veroordeelde crimineel is.
En de algoritmen van sociale media
blijven verschillende groepen scheiden
en versterken in steeds meer gesloten feedbackloops en echokamers.
Dit kan de loyaliteit aan een standpunt versterken,
maar ons verder vervreemden van onze vrienden en buren
wiens loyaliteit elders ligt.
Al deze en vele andere gevallen benadrukken
het conflict van loyaliteiten in onze samenleving
en de bredere wereld.
Wat nog duidelijker is,
is dat als we vrede willen sluiten,
liefde voor vijanden willen cultiveren
en het algemeen belang willen nastreven,
loyaliteit misschien wel de meest gewilde deugd is,
bovenaan elk verlanglijstje.

Maar wat is loyaliteit nu echt?
Is loyaliteit een deugd of een ondeugd?’
Loyaliteit kun je duiden als het delen van verbintenissen van een ander persoon
en de bereidheid om verschillende soorten tegenspoed te doorstaan
om die verbintenissen na te streven en verder te brengen.
Loyaliteit is een absolute deugd
in de zin dat we het absoluut nodig hebben,
dat het fundamenteel is voor de menselijke conditie
en niet optioneel.

Als loyaliteit dan één ding is,
is het de bereidheid om te erkennen
dat we gebonden zijn aan andere mensen,
of we dat nu leuk vinden of niet.
Kaïns vraag aan God, toen God op zoek was naar Abel,
is nog steeds relevant: ‘Ben ik mijn broeders hoeder?’
Misschien is de grootste ontrouw
het impliciete ‘nee’ in Kaïns retorische vraag.
Door te ontkennen dat hij gebonden is aan zijn broer
is hij niet alleen ontrouw aan Abel,
maar ook aan zichzelf,
omdat hij zijn eigen menselijkheid ontkent
en zichzelf isoleert van de menselijkheid van andere mensen.
Als we onszelf isoleren en alleen loyaal zijn aan onszelf,
verliezen we de vreugde om volledig mens te zijn.
Als we simpelweg degenen doden die we niet mogen,
of dat nu letterlijk is (in oorlog of moord)
of figuurlijk (‘ontvrienden’, annuleren, doen alsof ze niet bestaan),
dan volgen we Kaïn.
Loyaliteit, als de band die ons bindt aan de rommeligheid
van de echte wereld waar mensen
het de hele tijd heftig oneens zijn,
vereist dan niet alleen wijsheid,
maar ook moed.
Het vergt moed om je in het huwelijk te verbinden
aan één persoon.
Het vergt moed om een kind op te voeden.
Het vergt moed om te blijven praten mét
en lief te hebben
mét degenen met wie je het diep oneens bent.

Laten we onthouden om loyaliteit te oefenen.
Loyaliteit niet alleen aan degenen van wie we houden,
maar ook aan degenen van wie we misschien gaan houden.
Laten we wijs en dapper genoeg zijn om geketend te zijn
aan degenen met wie we het oneens zijn,
loyaal aan de mensheid die ons bindt.

Na jaren van gepolariseerde politiek,
nepotisme van eerdere heersers
en betwiste machtsclaims,
gelooft een onvoorspelbare en egoïstische leider
dat God hem heeft gered om de natie weer groot te maken.
Hij wordt geprezen als de machtigste leider ter wereld
en verrast iedereen onmiddellijk door een reeks
ontwrichtende nieuwe maatregelen uit te vaardigen
om de manier waarop de maatschappij functioneert
radicaal te veranderen
en kondigt aan dat hij antichristelijke vooroordelen
in de maatschappij gaat aanpakken.

Komt dit je bekend voor?

Nee, het is niet Donald Trump.
Het is de vierde-eeuwse heerser van het Romeinse Rijk
genaamd Constantijn de Grote.
En de parallellen zijn opvallend.

Constantijn, de zoon van een Romeinse generaal
en een Balkan-barvrouw,
was de eerste christelijke Romeinse keizer.
Voor die tijd waren alle keizers heidenen
die de Griekse en Romeinse goden aanbaden.
Begin 300 na Christus luidde keizer Diocletianus
een periode van intense vervolging van christenen in,
gericht op het onderdrukken van hun subversieve invloed.
Nadat het was gaan liggen en na jaren
van politieke strijd binnen het rijk,
marcheerde Constantijn naar de hoofdstad
en versloeg zijn vijand Maxentius
in de slag bij de Milvische brug buiten Rome.
Vlak voor de slag had Constantijn
een droom waarin hij een teken zag
van iets dat leek op een kruis in de lucht,
met de spreuk ‘in dit teken zult gij overwinnen’.
Vanaf dat moment geloofde hij
dat God hem had uitgekozen voor dit directe doel:
vrede brengen in het rijk door zijn vijanden,
intern en extern,
en het te veroveren onder de vlag van het christendom.

Na zijn troonsbestijging
introduceerde Constantijn, net als Trump,
nieuwe economische beleidsmaatregelen
om de woekerende inflatie terug te draaien,
hij herstructureerde de overheid
en versterkte hij de militaire capaciteit
om de vijanden van het rijk af te schrikken.
Hij begon ook privileges te geven
aan de tot nu toe vervolgde christenen.
Het heidendom, de ‘officiële’ religie van het rijk,
werd steeds meer naar de tweede plaats verwezen.
Kerken kregen land om nieuwe gebouwen op te bouwen
en bijeenkomsten van christelijke leiders werden alledaags,
waarvan hij er een aantal voorzat,
zoals het Concilie van Nicea 
dat plaatsvond in 325 na Christus,
1700 jaar geleden dit jaar.
(Zie hiervoor ook:
https://slothouber.wordpress.com/2025/01/04/ik-geloof/)
Christelijke geestelijken werden vrijgesteld
van openbare taken om zich zo
aan hun gebeden te kunnen wijden.
Kruisiging werd afgeschaft als vorm van executie.
Zondag werd een wekelijkse vrije dag,
heidense praktijken in het openbaar werden verboden.

Historici hebben jarenlang gedebatteerd
over Constantijns motivatie.
Was hij een oprechte christen,
die het geloof wilde bevorderen
door de kerk een goede kans te geven
om het rijk te bekeren?
Was hij een zegen voor de kerk
door haar te bevrijden van de last van vervolging?
Zeker, in die tijd waren veel christenen opgetogen
en genoten ze van hun nieuwe privileges
en toegang tot het keizerlijk hof
net als de predikanten
die werden uitgenodigd in het Witte Huis.
Eusebius, de grote historicus van de vroege kerk,
schreef:
‘in elke stad publiceerde de zegevierende keizer
decreten vol menselijkheid
en wetten die het bewijs leverden
van vrijgevigheid en ware vroomheid.
Alle tirannie was weggezuiverd.’
Het zou de stem van een van de predikanten
kunnen zijn die Trump adoreren.

Aan de andere kant was Constantijn opvliegend,
onvoorspelbaar en wraakzuchtig.
Hij liet zijn tweede vrouw, drie zwagers,
zijn oudste zoon en zijn schoonvader executeren.

Zijn ijdelheid strekte zich uit tot het hernoemen
naar zichzelf
van de oude stad Byzantium,
– die net de hoofdstad van het rijk was geworden –
als Constantinopel.
Gebruikte hij cynisch de groeiende culturele kracht
van het christendom om eenheid te brengen
in een verdeeld en fragmenterend rijk?
Sommige historici suggereren dat hij hiermee
de aard van het christendom fataal veranderde.
Constantijn was precies het soort militaire messias
dat de Joden uit de eerste eeuw hadden verwacht,
maar toch een totaal andere dan de gekruisigde rabbi uit Nazareth.

Welke van de twee is het? Het is moeilijk te zeggen.
Zeker, hij bevorderde het christelijk geloof
en gaf het nieuwe vrijheden.
Maar hoewel hij het Concilie van Nicea voorzat,
met het beroemde decreet
dat Christus dezelfde natuur had als God de Vader,
wordt Jezus in Constantijns religie nauwelijks genoemd.
Soms lijkt hij zichzelf te hebben gezien
als de Verlosser van de Kerk
in plaats van Christus,
met het keerpunt van de geschiedenis
niet in de eerste eeuw
met de overwinning op zonde en dood
door de opstanding van Jezus,
maar in de vierde eeuw
met zijn eigen overwinning op Maxentius.

Voor sommige historici was de christelijke kerk
oorspronkelijk een tegenculturele beweging,
die een radicaal nieuwe visie op het leven bood,
waarbij de armen boven de rijken,
de zwakken boven de machtigen werden bevoordeeld,
gecentreerd rond de gekruisigde Jezus.
Na Constantijn werd het christendom gecentreerd
rond een majestueuze heerser
van de hemelen en de aarde.
Christus de Pantocrator, de ‘albeheerser’
het beeld van Christus in glorie
dat in orthodoxe kerken
over de hele wereld te vinden is,
verving afbeeldingen van Christus aan het kruis.
Zij beweren dat dit niet het geval was
doordat Constantijn
naar het beeld van Christus werd gevormd,
maar dat Christus aangepast werd
aan het beeld van Constantijn.

De overeenkomsten van Constantijn met Donald Trump
zullen duidelijk zijn,
ook al zullen verschillende lezers
verschillen in hoe ze de mate van gelijkenis zien.
Ze waren beiden voorstander van het christendom,
ook al is hun eigen persoonlijke geloof
moeilijk vast te stellen.
Ze kunnen allebei meedogenloos en wraakzuchtig zijn
tegenover degenen die hen dwarszitten.
Ze zijn niet bang om het bestaande wetten en regels te verscheuren,
geldende waarden en normen te verlaten
en nieuwe beleidslijnen aan te nemen
die de gevestigde orde opschudden.

Dus, wat zou het verhaal van Constantijn
ons kunnen vertellen
als we de wederkomst van Donald Trump overwegen?

Veel christenen verheugden zich over Trumps herverkiezing.
Bij zijn inauguratie verklaarde Franklin Graham,
Amerikaans evangelist, een van de voormannen van religieus rechts
en fervent medestander van Trump,
net als Eusebius vele eeuwen eerder,
dat God de nieuwe president had ‘opgewekt’.
Trump zelf beweerde dat God hem had gered
door de moordaanslag van vorig jaar
om Amerika weer groot te maken.
Anderen zien het als een ramp,
en zien een heerser
met een dubieus karakter
die totaal niet op Jezus lijkt.

Constantijn was, per saldo, een gemengde zegen voor de kerk.
Zijn heerschappij stelde de kerk in staat om te floreren.
Het gaf het een positie binnen de maatschappij
die een netwerk van kerken, parochies en bisdommen
mogelijk maakte die hielpen
om zijn boodschap wijd en zijd te verspreiden.
Het was ongetwijfeld makkelijker
om christen te zijn en te worden onder Constantijn
dan onder zijn antichristelijke voorgangers.
Maar tegelijkertijd veranderde hij subtiel
de vorm van het christendom
en maakte de kerk het geloof van de machtigen,
ook al heeft het christendom altijd meer gefloreerd
onder de armen en die weten dat ze hulp nodig hebben.

De kerk onder Trump
is misschien blij met wetten en culturele bewegingen
die het makkelijker maken om hun geloof
te beoefenen en te promoten.
Maar het gevaar om de visie van de kerk
op leiderschap en heerschappij
te laten bepalen door Donald Trump
in plaats van Jezus Christus,
blijft bestaan.

In de jaren van de regering van Constantijn,
terwijl het optimaal gebruik maakte
van de kansen die een nieuw gekerstend rijk bood,
had de kerk ook figuren nodig als Ambrosius,
de vierde-eeuwse bisschop van Milaan
die bereid was keizer Theodosius
uit de kerk te weren
toen hij misdaden beging in naam van het rijk.
Er was ook het radicale christendom nodig
van de woestijnvaders en -moeders
die zich terugtrokken op afgelegen plekken
om te bidden
en een radicaal alternatieve levensstijl te leiden
dan het steeds gemakkelijke christendom
van het stadsleven.

Sommige christenen zijn misschien blij
met de kansen die een Trumpiaanse wereld
zou kunnen bieden.
Maar ze moeten voorzichtig zijn met wat ze wensen.
Volgelingen van de gekruisigde rabbi uit Nazareth
moeten oppassen dat ze hun wagen
niet aan één politieke leider aanhaken.
Er is tenslotte maar één Messias.

4 juni 1976 – 16 februari 2024

In verband met het eenjarig herdenken van de moord op Navalny, een repost van een eerder bericht 

In de rechtszitting kort na zijn arrestatie,
waarin zijn voorwaardelijke straf werd omgezet in echte gevangenisstraf,
vertelde Navalny het gerechtshof in Moskou dat hij christen was geworden.

Tijdens dat proces in 2021 zei hij:
‘Feit is dat ik christen ben…
Ik was zelf ooit een behoorlijk militante atheïst…
Maar nu ben ik een gelovige, en dat helpt mij enorm bij mijn activiteiten…
Er zijn minder dilemma’s in mijn leven,
omdat er een Boek is waarin over het algemeen
min of meer duidelijk staat welke actie in elke situatie moet worden ondernomen.

‘Het is natuurlijk niet altijd gemakkelijk om dit Boek te volgen,
maar ik probeer het echt. En dus is het, zoals ik al zei,
waarschijnlijk gemakkelijker voor mij
dan voor vele anderen om zich met politiek bezig te houden.’

Navalny citeerde vaak verzen uit de Bergrede van Jezus, in het bijzonder:
“Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden”           (Matteüs 5:6).
‘Ik heb altijd gedacht dat dit specifieke gebod min of meer een instructie tot activiteit is’,
merkte Navalny op.

Aleksej Navalny vocht onbevreesd tegen de corruptie in Rusland
en werd vergiftigd, gevangengezet en op 16 februari 2024 vermoord door de staat.

Sinds het nieuws over zijn dood bekend werd,
heb ik nagedacht over de woorden van Navalny.
Hij zag de instructie van Jezus niet alleen als een belofte
die in de toekomst vervuld zou worden,
maar als een zeer actuele oproep tot actie.
Het motiveerde hem niet alleen om op te komen voor gerechtigheid,
maar ook om zich uit te spreken tegen onrecht.
Het gaf hem de moed om zijn eigen leven op het spel te zetten in het belang van anderen.

Zijn honger en dorst naar gerechtigheid
waren niet alleen spiritueel, maar letterlijk:
soms koos hij voor een hongerstaking
om de aandacht van de wereld te trekken,
soms werd hij uitgehongerd als straf in de gevangenis.
Hoe dan ook, hij bleef zich inzetten
voor het teweegbrengen van verandering
in het politieke systeem van zijn land.

Als Navalny zijn geloof kan vasthouden,
gerechtigheid kan blijven nastreven
en anderen kan uitdagen om de leer van Jezus te volgen,
zelfs terwijl hij gevangen wordt gezet,
gemarteld en zelfs vermoord,
moeten we misschien allemaal heroverwegen
hoe we de vrijheden en kansen die we hebben gebruiken.

Misschien moeten ook wij ons meer uitspreken
als er sprake is van misbruik van publieke middelen,
ongepaste invloed van de media,
het oppotten van rijkdom door enkelingen,
of om de verslaving aan geld, seks en macht aan te pakken.

Kunnen we nog meer doen om te pleiten voor de gemarginaliseerden
en om ervoor te zorgen dat degenen die aan de macht zijn,
werken ten behoeve van degenen die dit het meest nodig hebben?
Hoe kunnen we pleiten voor een goed landsbestuur
en onze leiders ter verantwoording roepen,
en eisen dat degenen die leiding geven
dit met integriteit en mededogen doen?

Navalny’s leven, dood en geloof dwingen de vraag af:
wat kunnen we vandaag de dag in de naam van Jezus
en met behulp van de Bijbel doen
om rechtvaardigheid en gerechtigheid na te streven?

In zijn eigen woorden: ‘You’re not allowed to give up!’

 

Vandaag is het Valentijnsdag:
hét grote westerse feest van de ‘romantiek’, de ‘liefde’ de ‘geliefden’.

Maar wiens dag is dit nu?

Valentijn, of Valentinus, was een martelaar uit de derde eeuw.
Sommige legendes beweren dat zijn geloof
op de proef werd gesteld door een plaatselijke rechter,
die zijn blinde dochter voor Valentijn bracht
en eiste dat hij haar zou genezen.
Dat deed hij.
De rechter en zijn hele huishouden
namen afstand van hun heidense afgoden en werden gedoopt.
Dit – in sommige ogen – schandalige incident, en verdere hinderlijke evangelisatie,
leidde ertoe dat keizer Claudius beval dat Valentijn werd geëxecuteerd.
Een andere legende beweert dat hij een Romeinse priester was
die keizerlijke bevelen trotseerde
en in het geheim met Romeinse soldaten trouwde
volgens een christelijke ritueel,
waardoor de soldaten aan verdere dienstplicht konden ontkomen.

Ik neem aan dat deze laatste legende ertoe heeft geleid
dat Valentijn werd aangenomen als beschermheilige
van hartvormige chocolaatjes – dat en het middeleeuwse idee
dat de vogels midden februari zouden paren.

Hoe dan ook, ik ben niet geïnteresseerd in de legendes over Valentijn,
hoe vermakelijk ze ook zijn.
Het maakt me niet uit of hij in het geheim koppels trouwde,
of blinden genas, of een vroege dating-app voor vogels pitchte.

Hij was een martelaar.

Martelaarschap is een concept
waar we tegenwoordig niet meer zo bekend mee zijn.
Oké , het is nog steeds een woord in de volksmond:
We noemen mensen een ‘echte martelaar’
als ze zichzelf straffen door werk te doen
dat niemand van hen verwacht of wil.
We noemen iemand een ‘martelaar voor de zaak’
als ze zichzelf vastlijmen op een snelweg,
of worden gearresteerd voor het vernielen
van een schilderij met soep.
Dit is géén martelaarschap.

Het ware martelaarschap is een daad van romantisch verlangen.
Het ware martelaarschap is een daad van liefde!

Een van de vroegste verslagen van christelijk martelaarschap
komt van Ignatius, de bisschop van Antiochië.
Ergens halverwege de tweede eeuw werd hij ter dood veroordeeld
en onder bewaking naar Rome vervoerd.
Tijdens zijn reis schreef hij brieven
aan verschillende christelijke gemeenschappen,
waaronder een aan de kerk in Rome.
Het verslag van het martelaarschap in deze brief
is zowel verbazingwekkend mooi
als de sleutel tot het begrijpen van het martelaarschap.
Hij schrijft deels om de christenen van Rome te smeken
hem niet te redden van zijn lot,
noch door geweld noch door omkoping.

Hij wenst zijn martelaarschap en legt uit
waarom. Hij schrijft dat hij in dit lijden
‘…een discipel begint te worden.’
Hij vergelijkt zijn ongelukkige situatie
met de ‘weeën’ die hem nu overkomen
en doet dan een opmerkelijke bewering:
hij staat niet op het punt te sterven,
maar staat op het punt echt te leven!

‘Geef mij dit, broeders:
weerhoud mij niet van het leven; wens niet dat ik sterf…
Laat mij het zuivere licht ontvangen;
als ik daar ben aangekomen, zal ik een mens zijn.’

Sommigen die alleen de vreselijke, pijnlijke, grijpende aard
van het martelaarschap kunnen zien –
en het is een zegen dat we leven in een tijdperk
en een land waar we elkaar niet doden vanwege ons geloof –
hebben gesuggereerd dat Ignatius
óf een showman óf een gek was.
Ik ben het daar niet mee eens.
Ignatius wil niet gemarteld worden
omdat hij een naam voor zichzelf wil maken,
maar omdat hij begrijpt dat hij in het martelaarschap
één wordt met de enige ware martelaar:
Jezus Christus.

Misschien was hij gek… hij was smoorverliefd op Christus!
Hij verlangde ernaar verenigd te worden met Christus,
hij verlangde ernaar zo dicht mogelijk bij Jezus Christus te zijn:
‘Ik verlang naar het brood van God,
dat is het vlees van Jezus Christus…
en als drank verlang ik naar zijn bloed,
dat is onvergankelijke liefde.’
Hij verlangde naar Jezus boven alles,
zelfs boven zijn eigen leven.

Martelaarschap, op deze manier gezien,
is een waarlijk ‘romantische’ daad –
een daad van iemand die zo verlangend is naar,
zo waarlijk, krankzinnig, diep verliefd op Jezus,
dat ze alles zullen geven voor Jezus’ wil.
Martelaren laten ons het echte patroon van liefde zien:
het offer van onszelf voor het welzijn van een ander.
Dit is de les die Jezus zijn discipelen leerde:
‘Niemand heeft grotere liefde dan deze,
dat iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden.’
In het leven en de dood van de martelaar zien we
deze echte liefde gemanifesteerd,
en het is niet onbeantwoord maar volledig beantwoord.
Jezus verlangt naar ons en sterft voor ons,
en de martelaar verlangt naar Jezus en sterft voor hem.
Zoals Ignatius aan de Romeinen schrijft:
‘Verlang ernaar, opdat ook u begeerd mag worden.’

Dit is de les die elk stel, naarmate ze groeien
in hun leven en hun liefde samen, langzaam leert.
Als we romantiek en liefde zoeken,
proberen we niet te veranderen,
of te controleren, of plezier te halen uit de ander als object;
we proberen onszelf vrij en volledig aan hen te geven,
in de vreugde van dienstbaarheid en opoffering.
Op onze kleine manier,
wanneer we ons wagen aan het grote mysterie van de ‘romantiek’,
proberen we zelf martelaren te zijn –
martelaren voor degene van wie we houden.

Valentijn was een man van oprechte liefde,
want hij was een martelaar.
Er is geen grotere reden
om een beschermheer te zijn van de passie,
van zaken van het hart,
van romantische liefde.

 

In de afgelopen periode ben ik veel opgetrokken
met het evangelie naar Mattheüs.
Ik verdiepte me ook in de persoon van Mattheüs .
Een evangelist met een rafelrand.
Hij was ooit tollenaar van beroep.
Daar heeft hij bepaald geen vrienden mee gemaakt.
Het is hem waarschijnlijk nog lang blijven achtervolgen.
Hij heeft het zichzelf vast ook nog lang kwalijk genomen.
In de serie The Chosen (Prime Video), die gaat over het leven van Jezus,
neemt Mattheüs in de kring van Jezus’ leerlingen
een eenzame plek in in de marge.
Hij wordt door de andere leerlingen niet zomaar vertrouwd
en als het kan op afstand gehouden vanwege zijn bedenkelijke verleden.
Niet zo gek dat juist Mattheüs in zijn evangelie
Jezus een bijzondere naam geeft: ‘vriend van tollenaren en zondaren’.
Daar heeft Mattheüs zichzelf aan opgetrokken en vastgehouden.

Mattheüs vertelt ons in zijn evangelie
dat Jezus ook dat beeld van de werkelijkheid schetste.
Als een complex geheel waarin de dingen vermengd zijn en door elkaar liggen.
In Mattheüs 13 gebruikt Jezus het beeld van een boer
die tot de dag van de oogst tarwe en onkruid samen laat opgroeien.
Het is niet keurig uit elkaar te houden.
Voor je het weet trek je met het onkruid ook de tarwe uit de grond.
Je kunt je kennelijk zomaar vergissen in wat tarwe is en wat onkruid.
De boer moet dealen met beiden.
Het beeld blijft dus gemengd en rommelig.

In Mattheüs 5 lees ik over de ‘armen van geest’. (vers 3 in de HSV).
Dat zijn diegenen die het niet precies op een rijtje hebben.
Zij die het niet gemaakt hebben in het leven.
Iemand herschreef deze verzen eens als volgt:

Zalig zijn zij die mislukken, maar toch proberen.
we zijn een stille wanorde, ontregelde boel
we hebben het niet op een rijtje
we falen bij de vleet dat is een voldongen feit
vanuit hemels perspectief zijn we allemaal gelijk
geen verschil in behandeling tussen jou en mij
je anders denken en zondigen zet ik voor de goegemeente niet te kijk.

we zijn de kerk van brokkenpiloten
gezegend zijn zij die het verkloten
zalig zijn zij die proberen maar mislukken
Christus laat zich vinden te midden van brokstukken
niet om te oordelen maar om te redden
wat er te redden valt tussen schip en wal
we zijn onvolmaakt en verre van af

Ook in 1 Korintiërs 1 lees ik eenzelfde boodschap.
Ook hier vinden we geen keurig gepolijst beeld van geloof.
Paulus identificeert zichzelf en zijn medegelovigen met het beeld van een dwaas.
Het beeld van de dwaas kende men in Paulus’ dagen.
Hij speelde een belangrijke rol in het theater.
Hij werd daar stereotype uitgebeeld met fysieke lelijkheid en onnozelheid.
Bij voorkeur met een grote neus, grote flaporen en een kaal hoofd.

Wat verderop in dezelfde brief aan de Korintiërs
zet Paulus dat beeld van dwazen nog wat scherper aan.
‘Wij zijn het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid.’ (1 4,10)
Uitschot of schuim is volgens het woordenboek
‘dat wat afvalt na een sortering op kwaliteit.’
Een beetje als te kleine, magere visjes
die na de vangst weer worden teruggeworpen.
Onder de maat. Niks mee te beginnen.
Overboord ermee.
Uitvaagsel is wat je aan afval overhoudt na een grondige schoonmaak.
The Message van Eugene Peterson spreekt hier zelfs over de ‘Messiah’s misfits
en vertaalt uitschot en uitvaagsel met:
‘garbage, the leftovers that nobody wants.’

Dat dwaze heeft bij voor Paulus en de Korintiërs
natuurlijk alles te maken met het bizarre geloof
in een gekruisigde Jood als redder van de wereld.
Het dwaze zit ‘m ook in het gegeven
dat dat handjevol gelovigen in Korinthe
nou niet bepaald bestond uit de elite van de samenleving.
Laagopgeleid, niet veel invloed, geen grote namen.
Mensen uit de onderste laag van de samenleving,
het klootjesvolk zeg maar.
Maar dat dwaze zit ‘m voor een ander deel ook in het gedrag
dat Paulus ziet bij deze gelovigen.
Het is nogal een zooitje ongeregeld
waarin zaken spelen als seksuele losbandigheid, incestueuze affaires,
echtscheidingen, geruzie en jaloezie
ontaardend in escalerende beschamende rechtszaken,
haantjesgedrag, wettische scherpslijperij, afgoderij, jaloezie,
slordigheid in de samenkomsten zoals dronkenschap rond avondmaal.
Rommeligheid is hier echt een understatement.

En in deze brief komt dit allemaal ter sprake.
Niets wordt gladgestreken, geen rommel verdwijnt onder het tapijt.
En toch begint juist deze brief
aan deze specifieke rommelige gelovigen
met woorden van genade.
‘ Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus’ (1 1,3).
En ook het laatste woord van de brief is een genadewoord:
‘De genade van de Heer Jezus zij met u.
Mijn liefde gaat uit naar u allen, met wie ik verbonden ben in Christus Jezus.’ (1 16,23)

Als ik deze tekstgedeelten goed op me laat inwerken
kom ik deze rommeligheid ook in mij zelf tegen.
Het is de kloof tussen het ideale opgepoetste beeld van mijzelf als gelovige.
En de persoon die ik zie als ik eerlijk in de spiegel durf te kijken.
Een deel van mij wil omhoog, vooruit, groeien, beheersen, grip hebben.
En een ander deel struggelt met innerlijke leegte, angst en onvermogen.

Ik zie dat Mattheüs er nog maar net is begonnen aan zijn evangelie.
Hij schrijft het geslachtsregister van Jezus.
En ineens realiseer me dat die passage ook echt helemaal past
bij het beeld van zijn eerste werk.
Het laat zien hoe de geslachtslijn van de Messias door en door
is verweven met allerlei rommelige levens.
Dat geslachtsregister is opgebouwd rond Abraham,
David en de ballingschap. Abraham en David
mannen van God vol geloof en moed.
Maar tegelijk worden ook hun schaduwzijden zichtbaar.
En de ballingschap is het trieste dieptepunt
van het collectieve morele falen van een heel volk.
Er worden in dit geslachtsregister ook diverse vrouwen genoemd
die om verschillende redenen geen beste reputatie hadden.
Al speelden in al die gevallen ook mannen een bedenkelijke rol.
Tamar verleidde haar schoonvader, Rachab werkte als prostituee,
Batseba kreeg een buitenechtelijk kind, Ruth was geen Joodse.
Dit is een line-up van stuk voor stuk rommelige, rafelige levens.
Die desondanks of misschien wel juist daarom een plaatsje krijgen
in het geslachtsregister van Jezus.

Door de generaties heen is er een wonderlijke God
aan het werk die allerlei losse eindjes aan elkaar knoopt.
Een rode draad van genade die uitloopt op de man
die niet komt om ons te verlossen ván dit bestaan
maar verlossing wil brengen ín (!) dít leven.
Afdaalt in de rommel die wij er vaak van maken.
In de kerk als een verzameling misfits, brokkenpiloten.
Zoekende zielen met alle rommeligheid die daar bij hoort.
Hij verstrengelt Zich met mij. met Zijn Geest
ondanks alles toch ook in mij doet wonen.
En in mijn rommelige kleine leven weeft Hij zijn draden
van wijsheid, rechtvaardigheid, heiligheid en verlossing (1 1, 30)