Voorgaande aflevering: https://slothouber.wordpress.com/2024/02/29/als-het-leven-gebeurd-4-5/

Vastberadenheid wordt gemakkelijk verkeerd begrepen.
Bij Jezus’ leerlingen wordt zoiets al snel fanatisme.
Fanatisme moet het hebben van zich afzetten tegen anderen.
Wij mensen zijn daar vaak druk mee in de weer.
We trekken lijnen, stellen grenzen en alles
en iedereen die daar dan niet aan voldoet,
valt erbuiten, wijzen we af.
Te zwaar of te licht, te reformatorisch of te evangelisch, te blij of te somber,
te strak in de leer of juist te open-minded.
En ergens denken we daarmee dan ook God aan onze zijde te hebben.
De Samaritanen bijvoorbeeld die Jezus en zijn leerlingen tegenkomen.
Ze zijn vanuit Joods perspectief niet zuiver genoeg, niet goed genoeg.
En als ze geen ruimte bieden voor Jezus vinden de leerlingen
dat het tijd is om hen een lesje te leren,
liefst met vuur uit de hemel.
Dat afschrijven, wegzetten, veroordelen,
het zit ons kennelijk in het bloed.
Het past op geen enkele manier bij wat Jezus voor ogen staat.

Dostojevski vertelt het beroemde verhaal van de Grootinquisiteur.
Christus keert in de 16e eeuw terug op aarde.
Hij verricht enkele wonderen, wordt opgepakt door de Spaanse inquisitie
en in cel gegooid en wacht op de brandstapel.
In de nacht krijgt hij bezoek van de Grootinquisiteur
die in een eindeloze tirade zich keert
tegen de boodschap van het koninkrijk
die Jezus verkondigde toen hij mens was en rondtrok op aarde.
Die tijd is voorbij, zegt de grootinquisiteur,
ik laat je niet opnieuw de orde verstoren.
Wat mensen nodig hebben is geen boodschap van liefde en rechtvaardigheid.
Orde zal er alleen zijn met een dwingend systeem.
Geef de mens brood, beheers zijn geweten en heers over de wereld!
Jezus zit daar in de cel op de grond
en hoort de tirade rustig en vol aandacht aan.
Zodra de man is uitgeraasd
staat Jezus op, kust hem op zijn bloedeloze lippen en loopt de gevangenis uit.

Nee, Jezus vastberadenheid wordt nooit een fanatisme.
Je zou het eerder een vorm van radicaliteit kunnen noemen.
Daar zit het woord ‘radix’ is wat ‘wortel’ betekent.
Radicaliteit hoeft het niet te hebben van afzetten tegen de ander.
Het ontleent kracht en vreugde aan een diepe verworteling.
Bij Jezus is dat een verworteling in het hart van God zelf.
We zingen dat in psalm 130:
Gij al Gods bondgenoten, ziet naar Gods toekomst uit.
De Heer is vastbesloten, tot goedertierenheid.
Jezus is hier niet bezig met een grimmige, kille parade.
Hij is bezig met een vredesoffensief,
een revolutie van onvoorwaardelijke en onweerstaanbare Goddelijke liefde.
Een liefde die uitgaat boven al de manieren
waarop wij mensen proberen gestalte geven aan liefde.

 

En?

Hoe kijken we terug op 2024 wat betreft het christendom, de christelijke kerk?
Werden we verder in een hoek gedreven
of was zoals sommigen zeggen
‘de verrassende wedergeboorte van het geloof in God?’

Want in de afgelopen jaren en in 2024
hebben we een stroom publieke figuren gezien
die verschillende gradaties van interesse
in het christendom aangaven, of zelfs voluit geloofden.
Sommigen… zijn belijdende gelovigen (Francis Spufford, Nick Cave),
sommigen hebben een beetje
in de kerkportiek rondgehangen (Tom Holland, Philip Goff),
anderen zitten nog steeds op een bankje
in het voorportaal (Alain de Botton).
En dan is er Ayaan Hirsi Ali (die meezingt vanaf de kerkbanken),
Jordan Peterson (soms op de preekstoel, soms in het koor)
en zelfs Richard Dawkins
(die glimlacht bij de uitvoering van Stille Nacht door het koor
terwijl hij voorbijloopt).

In de Verenigde Staten gebeurd iets vergelijkbaars.
Maar dan ingewikkelder. De alliantie van het evangelicalen
met Donald Trump is op zijn zachtst gezegd problematisch.
(zie hiervoor het boek van Kristin Kobes Du Mez Jesus and John Wayne.
How White Evangelicals Corrupted a Faith and Fractured a Nation).

J.D. Vance, aankomend vice-president,
is een serieuze christen,
die de reis heeft gemaakt van een evangelische kerkelijke opvoeding,
via studentenatheïsme naar een conservatief rooms-katholicisme.
Eerst noemde J.D. Vance zich een ‘never-Trumper’
en vond Trump ‘idioot’ en ‘schadelijk’.
Vance ging zelfs zover dat hij zich afvroeg
of Trump niet ‘de Hitler van Amerika’ zou zijn.
Geleidelijk aan veranderden zijn opvattingen over Trump.
J.D. Vance koesterde politieke ambities en moest een kamp kiezen.
Uiteindelijk veranderde hij van een uitgesproken tegenstander
in één van Trumps felste verdedigers in de Senaat.

J.D. Vance belichaamt waar een groot deel
van de huidige generatie Republikeinen in gelooft.
Hij komt uit de ‘vergeten’ blanke onderklasse,
maar werkte zich omhoog op een manier
die past in het klassieke verhaal van de American Dream.

Op lokaal niveau zijn er eveneens veel verhalen
over mensen die kerken binnenstappen,
op zoek naar een soort betekenis in het leven
en zich opnieuw of voor het eerst bezighouden met het geloof.
Soms is het de krachtige emotie
van charismatische of pinksteraanbidding,
soms de majesteit van de gebouwen,
het mysterie van katholieke liturgie
(Stephan Sanders, Willem Jan Otten, Kristien Hemmerechts)
of de oosters orthodoxe liturgie die jongeren trekt.

Mijn mening hierover, voor zover het iets waard is,
is dat de westerse cultuur tijdelijk of definitief
geen kracht meer heeft.
In de twintigste eeuw kwamen zowel het fascisme als het communisme op
en gingen ten onder.
Francis Fukuyama verklaarde het ‘einde van de geschiedenis’
in de triomf van het seculiere, liberale, consumentenkapitalisme.
Maar ook die lijkt opgedroogd,
en wordt steeds meer als spiritueel hol
en politiek verdacht ervaren.
De ‘wokecultuur’
was een poging om een reeks morele waarden te herstellen
om de onaangename en onrechtvaardige effecten
van de ongebreidelde markt in te dammen,
maar de strijdbaarheid en agressiviteit ervan,
de poging om aspecten van de natuurlijke orde te weerstaan,
om nog maar te zwijgen van de aanname
van een destructieve fixatie op een reductionistische identiteitspolitiek,
heeft een eigen terugslag gegenereerd.

Nick Cave verwoordde het goed
in een recent interview:
mensen hebben behoefte aan betekenis,
en de seculiere wereld heeft die niet bedacht.
De eeuwige menselijke zoektocht
naar doel en betekenis is niet verdwenen,
en er is niet veel te bieden in de seculiere cultuur.
Dus staan mensen plotseling open voor
het verkennen van meer oude voorraden wijsheid.

Misschien is de grootste ironie van alles
dat juist op het moment
dat we misschien de opkomst
van een openheid voor het spirituele,
het ‘numineuze’ (het goddelijke) en het religieuze zien,
de kerk niet in staat lijkt te zijn
om daarvan te profiteren.

Dus, wat zijn de vooruitzichten voor 2025?
Aan het einde van zijn monumentale
en steeds invloedrijker wordende werk
The Master and his Emissary,
maakt neurowetenschapper Iain McGilchrist (zelf geen christen)
een veelzeggend punt:
De westerse kerk is naar mijn mening
actief bezig geweest zichzelf te ondermijnen.
Ze heeft niet langer het vertrouwen om vast te houden
aan haar waarden,
maar sluit zich in plaats daarvan aan bij het koor van stemmen
dat materiële antwoorden toeschrijft
aan spirituele problemen.
God is het interessante aan religie,
en mensen hongeren naar God.
We kijken naar de kerk om ons een ervaring van God,
mysterie, heiligheid en gebed te geven
die, hoewel het misschien niet de tegenstellingen
van de natuurlijke wereld oplost,
ons in contact zal brengen
met de bovennatuurlijke wereld
die een eeuwig leven zal brengen.
Alleen de terugkeer van sterke religie,
een religie die eisen stelt, dwingende verklaringen biedt
voor de problemen van dood en lijden,
en gelovigen een gevoel van verbondenheid
met de levende God geeft,
heeft enige hoop om te concurreren
op de postchristelijke markt.

Nee, in 2024 is religie in het algemeen
en het christendom in het bijzonder
nooit ver van de voorpagina’s geweest,
ten goede noch ten kwade.

God is niet weggegaan.
En de Kerk zal, als ze het beste wil halen
uit een periode waarin mensen in de problemen
weer naar haar kijken,
daar misschien aandacht aan moeten besteden.

 

Terwijl we 2025 naderen breekt er een reeks schermutselingen uit
die ons waarschuwen voor dreigend gevaar.
In Syrië hebben de rebellen de macht overgenomen en (zo lijkt het nu),
een eind gemaakt aan het dictatoriale regime van de familie Assad.
Wat zal dat betekenen voor de minderheden in Syrië
en voor de wankele machtsbalans in het Midden Oosten
Pro-Europese demonstranten in Georgië
demonstreren bij het parlement van het land in Tbilisi.
Verder ontwikkelt zich de oorlog in Oekraïne
in een onzekere richting.
En de president vanZuid-Korea kondigde korte tijd
de staat van beleg af

Terwijl de wereld wacht op de inauguratie
van de verkozen president Trump op 20 januari 2025,
en hij grappen maakt over Canada
dat de 51e staat met worden,
bevinden we ons in een tussentijd.

Er is een voorgevoel dat het komend jaar
het er niet beter op wordt
zij is sterker dan de vage hoop
op toekomstige vrede.
‘Tuurlijk; er is een staakt-het-vuren overeengekomen
tussen Israël en Hezbollah,
maar er wordt nog steeds raketvuur uitgewisseld
en Israël moet nog reageren op de raketaanval
van Iran in oktober,
terwijl Iran nucleaire capaciteit nastreeft.
In de Verenigde Staten waarschuwt
ambassadeur in Japan Rahm Emmanuel
voor Chinese ambities om Taiwan
niet pas in 2027 in te nemen,
zoals algemeen wordt aangenomen,
maar in 2025.

Zelfs al is het maar tijdelijk,
begin 2025 zal er een pauze zijn van de conflicten
waaraan we de afgelopen jaren gewend zijn geraakt.
De inauguratie van de verkozen president Trump
zal naar alle waarschijnlijkheid
een einde maken aan de Russische oorlog in Oekraïne.
De Russische overeenkomst voor vrede
zal echter alleen worden veiliggesteld
in ruil voor territoriale concessies van Oekraïne.
Israël zal een staakt-het-vuren met Hezbollah handhaven,
terwijl Amerikaanse steun helpt
om de restanten van Hamas in Gaza te verwijderen,
zoals ze nu doen met het bombarderen van ISIS-stellingen in Syrië
opdat zij niet ook een vinger in de Syrische pap krijgen
Met Amerikaanse steun zullen Israël en Saoedi-Arabië
het historische Abraham-akkoordproces
hervatten als we de lente ingaan.

Maar deze pauze en deze korte-termijn-successen
zullen kortstondig en misleidend zijn,
een intermezzo voorafgaand
aan de veel grotere dreigingen die in het verschiet liggen.
Antonio Gramsci schreef eens:
‘De oude wereld sterft
en de nieuwe wereld worstelt om geboren te worden:
nu is het nu de tijd van monsters’.
En die monsters van onze tijd zijn goed ingeburgerd
en verzamelen energie voor hun volgende daden.
Ze verschijnen van alle kanten,
of dat nu in het politieke Westen of het globale Oosten is.

In deze wereld van monsters
zijn verdeeldheid en verschil
de standaardbenadering van menselijke relaties.
We zijn ongevoelig geworden voor deze woorden,
maar wat verdeeldheid en verschil betekenen,
is een diepe zwakte in moderne mensen die verstoken zijn van liefde.
Te veel mensen koesteren zich liever
in hun eigen en andermans gebreken,
dan dat ze ernaar streven deze te overwinnen
ten gunste van wat we individueel en collectief kunnen bereiken,
als we het maar zouden proberen.
We leven in een periode van duisternis
die het licht probeert te temperen
en de geest van degenen die het goede nastreven,
wil verminderen.

Verdeeldheid is gemakkelijk.
Het is natuurlijk.
Het is emotioneel.
De focus ligt op het laagste element van onszelf en van anderen.
In vergelijking daarmee is samenzijn geloof.
Het ziet het verborgen potentieel van een ander.
Maar samenzijn is onnatuurlijk.
Samenzijn vloeit voort uit geloof
en is de ongeziene-geworden-realiteit.
Het herkent de zaden van het goede in een ander,
begrijpend dat elke persoon is samengesteld
uit vele contrasterende kanten,
sommige slecht, sommige goed,
maar het goede is de krachtigste van de twee.
Samenzijn is een keuze.
Het is een keuze om de zaden van geloof met geduld te water te geven,
om te zien wat deze zaden met tijd,
consistentie en inspanning kunnen worden.

In een tijdperk van groeiende verdeeldheid en conflict
is saamhorigheid nauwelijks zichtbaar.
Toch blijft verzoening mogelijk.
Juist in deze tijden,
waarin de kansen tegen de vrede van saamhorigheid zijn,
worden verzoeners in de politiek,
het bedrijfsleven, de academische wereld,
non-profitorganisaties en de gemeenschap
opgeroepen om met een doel naar voren te stappen.
Juist wanneer er weinig geloof of hoop in de toekomst is,
wordt verzoening – een daad van liefde – geëist.

Verzoening is het herstel van een gunstige relatie tussen jezelf en anderen.
Het wordt bereikt door opoffering.
De verzoener ervaart pijn om relaties te herstellen.
Verzoening is gebouwd op liefde voor andere personen,
ondanks hun gebreken en hun voortdurende weerstand,
evenals hun gebrek aan geloof, liefde en hoop op vele momenten.
Het vereist een gezonde eigenliefde,
waarin we de vervulling van ons eigen goed zoeken
als basis om dit voor anderen te doen.

Naast liefde is het hoofdingrediënt van verzoening pijn,
omdat degenen die vervreemd zijn geraakt
van vechten, zich verzetten,
teruggaan op wat ze zeiden dat ze zouden doen,
en ze aarzelen tussen goed en kwaad
Ze betwisten de verzoener.
De verzoener zal sterven, of bijna sterven,
op bepaalde punten in het verzoeningsproces.
En toch wordt de verzoener na de dood opgewekt,
nederlaag slechts een opstap naar de triomf van saamhorigheid.

De verzoener verandert de pijn
die gepaard gaat met het samenbrengen
van anderszins conflicterende groepen,
volkeren of landen
in iets veel positievers.
Ze nemen pijn op in hun wezen.
Dit wordt bereikt door liefde,
wat geduld mogelijk maakt,
altijd het grotere geheel en het potentieel van mensen zien.

Liefde is de basis voor actie om anderen
samen te brengen en bij elkaar te houden,
een beroep doend op hun betere kanten,
ondanks de menselijke neiging
om het goede te corrumperen.

Mensen praten tegenwoordig
over de noodzaak om ‘verschillen te overbruggen’
en dat we ‘samen beter zijn’.
Maar woorden zijn makkelijker dan daden.
Moeilijker is het om te beseffen
dat het proces van verzoening pijnlijk is
en dat leiders die verzoening nastreven
– op lokaal, regionaal of nationaal niveau –
eerst ervaring moeten opdoen met lijden.

Deze ervaring kan alleen het resultaat zijn
van een idee over de waarde van pijn,
wetende dat de vreugde van samenzijn
het grootst is als deze wordt voorafgegaan
door geduldig en nederig lijden.
Er is geen overbrugging van verschillen,
geen vermindering van verdeeldheid,
geen samenzijn, zonder pijn.
Dat is een les voor de huidige en toekomstige verzoeners
van de wereld
in alle lagen van de bevolking,
nu we een wereld betreden die nog meer vol conflicten zit.
En bij verzoening is het altijd onduidelijk wat de uitkomst zal zijn.
Iemands inspanningen kunnen voor ook niets zijn,
trouwe inspanningen zijn dan een kwestie van falen en bitterheid,
in plaats van een zoete prestatie.

Iedereen die verzoening zoekt
in een gevaarlijkere wereld moet eerst sterven
aan zijn vorige leven van verdeeldheid.
Hij moet dit zelf in het verleden achterlaten en het afwerpen.
Hij moet een nieuw persoon worden,
doordrenkt met liefde,
gelovend in menselijk potentieel,
die wil dat anderen slagen
en die bereid is te vechten om dit succes te bereiken.
Maar verzoeners moeten altijd vechten
met liefde als basis van hun inspanningen,
en met het geloof dat ze zullen winnen in hun strijd,
dat hun inspanningen succesvol zullen zijn.
Dit geloof gaat in tegen wat er te zien is,
de kansen zijn zelden of nooit
in het voordeel van verzoeners.

Ja, we hebben verzoeners nodig in onze tijd.
Deze individuen zijn schaars,
maar ze zijn de sleutel tot de toekomst
en tot de gezondheid van onze geopolitiek.
Zij zijn de politici
– gekozen én degenen achter de schermen –
de zakenmensen en de lokale gemeenschapsleiders
die het grotere plaatje kunnen zien en verwoorden,
gericht blijven op het potentieel van de mensen
om hen heen en het lijden dragen
dat gepaard gaat met het vervullen van potentieel.

De huidige oorlogen en schermutselingen zullen als we 2025 ingaan,
waarschijnlijk tijdelijk afnemen.
Misschien zullen ze zelfs even stoppen.
Maar we moeten niet verbaasd zijn
als deze het komende jaar
met meer intensiteit weer de kop opsteken.
Dit is precies het moment waarop velen
zullen worden opgeroepen
om te streven naar saamhorigheid
in het aangezicht van verdeeldheid,
wetende dat verzoening kracht is in het aangezicht van de realiteit
van menselijke zwakte.

Verzoening is altijd een mogelijkheid.

 

Het lezen van reacties op Donald Trumps verkiezingsoverwinning
in verschillende nieuwsmedia de afgelopen dagen
was een les in het hedendaagse politieke landschap:

Voor linksgeoriënteerde media ziet de toekomst er somber uit.
Men klaagt dat
‘we moeten leren leven met een Amerika
waar een overweldigend aantal van burgers
een president heeft gekozen die de meest fundamentele waarden en tradities
van de democratie, de grondwet en zelfs het leger met minachting aanhangt.’
Of het wordt ‘een buitengewoon, verwoestend moment
in de geschiedenis van de Verenigde Staten’ genoemd.
Het lijkt wel een seculiere versie van de preek ‘Wee ons, het einde is nabij’.

Maar als je de rechtse media bekijkt, zie je een mengeling van gejuich
– ‘Trumps triomf is een ramp voor de egocentrische, deugdzame elites!’-
en optimisme dat er een nieuwe dag aanbreekt.
Trump zelf prees de komst van een ‘gouden eeuw’ voor het Amerikaanse volk.
Een welkom stukje goed nieuws voor degenen aan de rechterkant.

Aan beide kanten is de apocalyptische noot moeilijk te missen:
‘2024 is het echte werk, een revolutionair moment,
een herinrichting en heroriëntatie van de Amerikaanse
en westerse politiek rond nieuwe principes.’
‘er niets dan slecht nieuws is voor Europa
in de Amerikaanse verkiezingsoverwinning van Donald Trump.
De enige vraag is hoe erg het zal worden.’

Direct na zulke verkiezingen is er altijd
een beetje van deze apocalyptische toon te horen:
wie herinnert zich nog hoe George W. Bush een rampzalige campagne voerde
voor een machtswisseling in het Midden-Oosten.
Of hoe Barack Obama begon met grote hoop,
een tweede termijn won,
maar de wapenwetten niet veranderde
en over algemeen werd beschouwd als degene die de VS verzwakte
door een mislukt buitenlands beleid.
En ook Joe Biden zou hebben gefaald omdat hij de inflatie liet toenemen
en de Amerikaanse grenzen te poreus liet worden.

Ja, ook Donald Trump zal falen.
Hij kan, zoals hij beloofde, een verbeterde economie opleveren.
Hij kan illegale immigratie tegengaan.
Dat is tenslotte de reden waarom velen op hem stemden.
Maar uiteindelijk zal hij teleurstellen.
Dat zou Kamala Harris ook hebben gedaan als zij had gewonnen.
En dat is niet om deze specifieke leiders te bekritiseren.

Het is altijd verleidelijk om in tijden als deze naar apocalyptische taal te grijpen.
Maar de echte betekenis van ‘apocalyps’ is ‘openbaring’ of ‘onthulling’.
Als we het op langere termijn bekijken,
is het echte apocalyptische moment in tijden
als deze misschien wel de onthulling van de ware plaats van politiek
als belangrijk, maar niet hét belangrijkst.
Deze momenten onthullen de ontoereikendheid
van alle menselijke koninkrijken,
en ons verlangen naar een ander koninkrijk,
een koninkrijk van ‘rechtvaardigheid,
vrede en vreugde in de Heilige Geest’ zoals de Bijbel het zegt,
dingen die geen enkele regering of verkiezingsuitslag ooit kan leveren.

Politiek is belangrijk omdat we het in de samenleven belangrijk vínden.
Maar wat politiek op zijn best kan bieden
– een goed functionerende economie, wet en orde,
het beheren van goede internationale relaties –
gaat maar tot op zekere hoogte om een bloeiend leven mogelijk te maken.
Net als terugkeren naar een bekende verlangen
waarvan we denken dat we er eens en voor altijd gelukkig van kunnen worden.
Ondanks de talloze keren dat het eerder is mislukt,
geloven we op de een of andere manier steeds weer
dat politiek al onze problemen kan oplossen.
Trump will fix it, Trump zal het oplossen’, zeiden de spandoeken
– hoewel dat in feite is wat elke politicus belooft.
Maar Jezus waarschuwde al:
‘Velen zullen in mijn naam komen en zeggen “Ik ben het”,
en veel mensen op een dwaalspoor brengen.’ (Mattheüs 24,5)

Waarschijnlijk zal Donald Trump niet zo slecht zijn als velen vrezen,
en niet zo goed als velen hopen.
Want politiek is nooit het laatste woord.
Zoals de Amerikaanse theoloog Matthew Burdette het onlangs verwoordde:
‘De oplossing voor onze politiek is geen politieke oplossing.
Stemmen op de juiste of de verkeerde kandidaat
zal de situatie niet veranderen:
de duivel is onpartijdig, zolang politiek onze afgod is.
Nee, wat nodig is, is fundamenteel en grondig spiritueel.
Alleen als we met de profeet Jesaja kunnen zeggen
dat “de volken zijn als een druppel uit een emmer,
en worden gerekend als stof op de weegschaal,” (Jesaja 40,15-17)
En
“ Vertrouw niet op mensen met macht,
op een sterveling bij wie geen redding is.
Stokt zijn adem, hij keert terug tot de aarde,
op die dag gaat hij met zijn plannen ten onder.” (Psalm 146,3-4)
dat wil zeggen, alleen als we tegen de horizon
van het ultieme kunnen zien hoe klein onze zorgen zijn,
zullen deze relatieve, voorlaatste dingen zoals politiek
worden rechtgezet en hun ware betekenis in ons leven krijgen.’

 

Hoop heeft met toekomst te maken.

Eeuwenlang werd hoop in de christelijke traditie uitgelegd

als hoop op God, hoop op een hiernamaals.

Als wij nadenken over de toekomst

dan gaat het niet zozeer of niet alleen

om een leven na dit leven,

maar om de toekomst van onze aarde,

de toekomst van onze samenleving.

En daar vinden de christelijke en de niet religieuze mens elkaar.

Hoop op een betere wereld.

Er gaat van hoop op iets in de toekomst een kracht uit,

een oproep, in het heden.

Wat iemand hoopt,

daarvan zou je nu al iets moeten kunnen zien.

Als je hoopt dat de klimaatverandering stopt,

dan ga je zelf ook anders denken en doen.

Als je hoopt op vrede,

als je hoopt dat de liefde wint,

dan bepaalt dat jouw gedrag nu al.

Hoop is de rode draad door alle Bijbelse verhalen.

Hoop dat nochtans, ondanks alles wat je om je heen ziet

het goede zal overwinnen.

Een toekomst van vrede en gerechtigheid:

Een toekomst vol van hoop.

het beloofde land, het koninkrijk van God.

Hoop op een andere toekomst

maakt dat mensen opstaan en op weg gaan.

Zoals Abraham en Sara, zoals Mozes.

Op het moment dat mensen de eerste stap zetten

op weg naar Gods toekomst

komt die toekomst met elke stap dichterbij.

Is die toekomst al onder ons.

In zekere zin kun je dus zeggen

dat die toekomst al bestaat.

Hoop is een sterke kracht in mensen.

Emily Dickinson verwoordt dat mooi in dit gedicht.

Met een subtiele verwijzing naar een vogel.

Misschien naar de vogel Gods, de Geest?

 

Hoop is dat ding dat veren heeft

en neerstrijkt op de ziel,

en zijn liedjes zonder woorden zingt

en nooit stopt,

helemaal nooit.

Jullie zullen horen dat er oorlog is, of dat er oorlog komt. Maar je moet daar niet van schrikken.             Want dat moet allemaal gebeuren, maar het is nog niet het einde.

Mattheüs 24 : 6

 

De oorlog in Oekraïne is al enige tijd bezig.
En de gebeurtenissen volgen elkaar snel op.
Hoe zal Oekraïne eraan toe zijn, als u dit leest?
Ook de Europese verkiezingen draaien onder andere om dit thema.
Hoe kan Europa zich weren tegen een oorlog en desinformatie.

Over één ding is de Bijbel duidelijk:
oorlogen zijn tekenen van het naderende einde van de wereld.
De profeten zeiden het al en Jezus, de ware Profeet,
zegt het ook in zijn rede over de laatste dingen.
Oorlog betekent heel veel.
Leugenachtigheid, verraad, haat, onderdrukking, vernietiging, moord.
En dat in massale vorm.
Het is de terugkeer van de chaos
en de verdwijning van de mogelijkheid
om te leven en samen te leven.
Het is de vernietiging van Gods goede schepping
door de totale uitbraak van het kwaad.
Maar hoe erg ook, het kan niet anders.
Het zijn de laatste consequenties van de in de zonde gevallen
en van God afgevallen mensheid,
die voor die val en afval de verantwoordelijkheid
en het oordeel moet dragen.
Blijkbaar moet dat.
‘Want dat moet allemaal gebeuren.’
Hoe onbegrijpelijk ook.
Het is de weg van Gods gerechtigheid.
Tot het einde toe.

Een oorlog maakt je vreselijk angstig.
Ieder moment kan de dood en verderf zaaiende bom op jou vallen.
En een bericht over een oorlog geeft al onrust.
Je denkt aan de doden, gewonden, hongerenden, daklozen, vluchtelingen.
Mensen zoals jij.
Hoe dichter bij het is, hoe meer onrust het geeft
en helemaal als het je eigen volk betreft.
Wie te midden van luchtalarm, geluiden van bominslagen,
in puin geschoten flats leeft, kan niet anders denken dan:
dit is het einde.
Het definitieve einde van alles.

Maar ’weest niet verontrust, dit is het einde nog niet.’
Bij God is het einde het nieuwe begin.
De herschepping van alle dingen.
Zijn Rijk van vrede en gerechtigheid.
Oorlogen zijn de geboorteweeën van de nieuwe tijd.
Het einde van Jezus, zijn dood aan het kruis
als veroordeelde misdadiger,
was het nieuwe begin: zijn opstanding.
Dat is de garantie dat het einde niet een oorlog is,
maar de vrede, niet de dood is, maar het eeuwige leven.
God belooft Zijn toekomst voor Zijn kinderen,
die in Jezus de Verzoener van hun zonden zien.
Dat is het einde.
Het einde is goed bij Hem.
Kijk niet vreemd op van oorlogen.
Wees dus niet verontrust en angstig.
Maar houd moed, houd hoop.
Hoop op Hem, die de Alfa en de Omega is:
het begin en het einde.

 

Ze hebben het wel eens over

‘als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’.

Ofwel: nooit, dat kan niet.

Maar toen ik met de Paasdagen hier in de buurt rondreed,

kreeg ik een moment de indruk dat Pasen en Kerst op één dag vielen.

Ik zag namelijk iets, met Pasen dus,

dat mijn gedachten direct naar de Kerst voerde.

Het zal wel een beroepsafwijking zijn…

Wat zag ik dan? Wel, onderweg zag ik verschillende bomen

die bij de grond waren afgezaagd.

Meer boomstronken dan bomen dus eigenlijk.

Maar nu zo mooi: uit die boomstronken groeiden allemaal nieuwe uitlopers,

er kwamen takken omhoog.

Het leven is er niet zomaar onder te krijgen!

Direct moest ik denken aan woorden van de profeet Jesaja

‘er zal een twijg voortkomen uit de afgehakte stronk van Jesse’

woorden die gewoonlijk klinken in de tijd net voor Kerst.

Een belofte in de vorm van een beeld:

als alle hoop vervlogen lijkt, zal er tóch een nieuw begin zijn.

Dat nieuwe begin is dan het kindje Jezus dat geboren wordt met Kerst.

Echter, past dit beeld ook niet prachtig bij Pasen?

De weg van de mensheid lijkt dood te lopen:

mensen gaan voor zichzelf, gebruiken geweld, onderdrukken onschuldigen…

In de kruisiging van Jezus werd het allemaal onthullend zichtbaar,

en anders wel in het wereldnieuws.

Is er dan nog een toekomst?

Of is de mensheid een afgehakte boomstronk waar het niets meer mee wordt?

Maar dan is daar het antwoord van Pasen.

Na Jezus’ kruisiging kwam zijn opstanding.

De boomstronk loopt uit!

Pasen zegt ons: er is een leven dat sterker is dan de dood!

Liefde overwint uiteindelijk de haat.

Er is hoop, want Jezus leeft! Hij als eerste ‘uitloper’,

toont dat er toekomst is bij God vandaan.

Wat zijn die boomstronken dan mooi!

Tekens zijn ze, om nooit op te geven,

maar verwachting te blijven hebben.

Jezus leeft, en deelt leven uit.

Geloof dat maar!

 

Wij kunnen de tijd van de lege, stille kerken opvatten

als slechts een korte, voorbijgaande periode

die we alweer snel vergeten zijn.

Maar we kunnen die tijd ook als als een gelegenheid

‘de diepte in te gaan’,

en te zoeken naar een nieuwe identiteit voor het christendom

in een wereld die voor onze ogen radicaal verandert.

Onze god is een god van verrassingen.

Ja, misschien zullen sommige oppervlakkige christenen weg gaan.

Maar anderen zullen komen!

Mensen worden altijd geconfronteerd met zeer belangrijke vragen;

met lijden, met pijn, met de dood. En zitten met vragen.

Als christen zijn we bedoeld om ambassadeur te zijn van Gods koninkrijk.

Mensen die met de ogen van Jezus naar mensen leren kijken.

Zien wat Hij ziet en geraakt worden door wat Hem raakt:

de vermoeidheid, het opgejaagd zijn, de onvrede, de leegte,

de pijn, de angst van een leven zonder Herder.

En die het hart hebben, de moed, de vrijmoedigheid,

de kracht om in zulke situaties voor de ander iets van een herder te zijn.

Om in Jezus naam de macht van de boze te breken

en de vrede van God over de ander uit te spreken.

En zo in woorden en daden voor de ander een persoon,

een huis van vrede te zijn.

Als christenen zijn we niet op aarde om toerist te zijn

om maar wat rond te hangen, onze dingetjes te doen

waarin het vooral draait om wat goed voelt en fijn is.

Christenen zijn ook niet op aarde om kerkganger te zijn

onze dagelijkse godsdienstige dingetje te doen,

daar een goed gevoel aan over te houden

en te denken dat dat het is.

Christen bereiken hun bestemming ook niet

door noeste ijverige harde werkers te zijn thuis,

op het werk en in de kerk

en te denken dat we daarvoor gemaakt zijn,

voor verantwoordelijkheidsgevoel en plichtsbesef.

Jezus ziet de nood, de pijn, de moeite, het zoeken

van zoveel mensen die zonder herder leven.

Daar zijn uw buren bij, uw vrienden, uw klanten,

uw familie en de vraag galmt door de hemelse gewesten:

Wie zal ik zenden? Is de tijd gekomen dat u, dat jij opstaat en zegt:

zie hier ben ik Heer, zend mij! Heer, ik ben klaar met een leven als toerist.

En kerkganger zijn of noeste werker is niet genoeg.

Heer zend ook mij als uw ambassadeur.

Uitdeler te zijn van de oogst van genade en vrede,

heling en hoop voor wie u op mijn pad gaat brengen.

Zegen mij met nieuwe vrijmoedigheid met compassie,

met lef, met moed en met Geestkracht.

Om voor de ander een persoon van vrede, een herder te zijn.

Een ambassadeur te zijn van uw koninkrijk.

Wat zou jij willen?
Verlang jij naar een aarde die niet steeds meer kapot gaat, maar die heel is.                                                            Verlang jij ernaar dat mensen op aarde in vrede met elkaar leven?
Dat er geen oorlog en terreur meer is?
Zou jij graag weer mens willen zijn op de manier
waarvoor God mensen oorspronkelijk gemaakt heeft?
Wil je vol worden van de Geest van God?
Zodat God ook jou daarvoor kan gebruiken?

Maar hoe kun je die Geest van God krijgen?
De inwoners van Jeruzalem zien Jezus’ leerlingen
die vol zijn van Gods Geest.
En zij dan?
De profeet Joël beloofde ooit toch ook                                                                                                                            dat God zijn Geest zou uitgieten over heel het volk?

Petrus legt uit hoe mensen de Geest van God kunnen krijgen.
Wil jij door de Geest van God meewerken met God
in zijn goede zorg voor de aarde en de mensen die daarop wonen?
Ga dan naar Jezus toe. Jezus is de Zoon van God.
Jezus is vol van Gods Geest. Jezus is geen verleden tijd.
Hij is wel gekruisigd en gestorven en begraven.
De inwoners van Jeruzalem hebben daar zelf aan bijgedragen.
Maar God heeft Jezus opgewekt uit de dood.
God heeft daarna Jezus laten plaatsnemen naast zichzelf op Gods troon. God heeft aan Jezus de heilige Geest gegeven.
Niemand anders dan Jezus heeft de Geest van God op ons uitgegoten.

Petrus wijst de weg.
De weg die hij hen wijst is dezelfde weg die Joël aan de mensen wees.
Dit is de weg om Gods Geest te ontvangen: Keer om! Ga terug naar God. Als je met berouw bij God komt
en graag weer met God op aarde wilt leven,
dan zal God je dat leven volop geven.

Joël riep zijn volksgenoten tot omkeer: Keer terug tot de Heer jullie God. Alleen bij Hem vind je leven. Hij heeft de aarde gemaakt.
Hij maakte de aarde voor de mens om daar op te wonen.
Om het goed te hebben. Om te genieten van God.
Om te genieten van al Gods gaven.
Om daar als Gods mensen sámen van te genieten. Dat is het echte leven. Als je dat wilt, keer dan terug naar God.
Alleen Hij kan dat leven aan jullie geven.

Weet je nog van de nieuwe schepping, de nieuwe aarde, nieuwe mensen? Is dat geen toekomstmuziek?
Het is waar: de hemel op aarde is er nu nog niet. Dat komt nog.
Als Jezus terugkomt.
Maar in alles wat gebroken is wil God nu al iets daarvan laten zien.
De oude klanken van het paradijs waar alles goed was.
De nieuwe klanken van de nieuwe aarde.
Dat nieuwe leven wil God laten zien door jou en mij.
Als je naar Jezus gaat en je vraagt Hem om de Geest van God,
dan gaat Hij je dat leren.

Kijk maar naar de inwoners van Jeruzalem.
Rond de 3000 mensen vertrouwen zich toe aan Jezus.
Ze laten zich overschrijven op zijn Naam.
Ze ontvangen de heilige Geest. Ze horen bij de groep leerlingen van Jezus. Dit is wat hen kenmerkt:
1 Ze blijven trouw aan het onderricht van de apostelen.
Over Jezus die voor ons is gestorven en voor ons is opgestaan uit de dood.                                                                      2 Ze vormen met elkaar een hechte groep.
Ze zorgen voor elkaar en nemen het op voor elkaar.
3 Ze breken het brood. Ze vieren trouw het heilig avondmaal.
Om hun Heer Jezus Christus in zijn zelfovergave voor hen te gedenken.
4 Ze wijden zich aan het aanbidden van God de Vader en Jezus zijn Zoon.

De kring van Jezus groeide snel.
Er werd overal over hen gepraat.
Er waren veel waarderende opmerkingen:
‘Die mensen van Jezus, die gaan tenminste ergens voor.
Ze hebben toekomst in huis.’

Jesaja 54,10

naar aanleiding van Jesaja 54

Bergen en heuvels zijn ook in de Bijbel toonbeeld van vastheid.
Bomen kunnen door de wind ontworteld worden, huizen kunnen door vuur verbranden, steden door een oorlog worden verwoest, maar bergen, die staan vast en wankelen niet. Bergen zijn indrukwekkend. Ze zijn er altijd.
Dat bergen wijken, kun je je gewoon niet voorstellen. Misschien alleen wanneer er een aardbeving komt.

Hier in de profetie zijn bergen ook zekerheden die zullen wankelen.
En dat niet alleen. Bergen werden in de oudheid, vanwege hun hoogte en majesteit, ook met de goden verbonden. De berg is de plek waar de goden hun verblijf houden.
Dat was in Griekenland zo. Maar ook in Egypte en Mesopotamië. Op de bergen hielden de goden hun vergadering. Daar werd het lot van mens en wereld beslist. Daarom heeft men altijd op de toppen en hoogten offers gebracht aan de goden. Dat was in Israël ook zo. Op de heuvels knielde men neer voor Baäl en de andere afgoden.
Dus wanneer deze bergen wankelen, dan gaat dat over de vastheid en zekerheid waarmee men leefde, die op de helling komt te staan. Dat heeft ook met het godsdienstige leven te maken.

Bergen zullen wijken en heuvels wankelen. Waar zouden wij aan moeten denken vandaag?
Er zijn veel dingen om ons heen die wankelen. Als het gaat om de zorg, de economie, het milieu, de politiek, je gezondheid.
Misschien zijn er ook andere zaken in ons eigen leven die aan het wankelen zijn.
Het kan ook zijn dat er aan onze levensboom geschut wordt, omdat God bezig is ons te snoeien. Dat Hij takken weghaalt, die verhinderen dat we voor Hem vrucht dragen. Dingen die misschien voor ons heel belangrijk zijn, maar niet voor Hem. Dat is niet leuk. Snoeien is een pijnlijk proces. Wat zeker was in ons leven, kan komen te wankelen.

Dan is er maar één ding wat maakt dat je toch niet de moed verliest:
dat is maar en dat is de belofte van God!
‘Bergen zullen wijken, heuvels wankelen, maar…’ en dat is de bemoediging.
Tegenover alles dat wankelen kan, staat iets dat onwankelbaar is; iets dat vast en zeker is, en dat is de trouw, de goedertierenheid van God ‘Mijn goedertierenheid zal van U niet wijken.’

En wat die belofte zo bijzonder maakt is dat het woordje ‘wijken’.
‘Bergen zullen wijken’, ‘Mijn goedertierenheid zal niet wijken.’
Hetzelfde werkwoord, maar met één verschil.
Het Hebreeuwse werkwoord betekent ‘bewogen worden’ als het om voorwerpen gaat, maar als het om mensen gaat dat betekent het ‘vertrekken’.
Zo zegt God tegen Israël en vandaag ook tegen ons: er kunnen heel veel dingen in je leven wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken. Niet vertrekken.
God zegt: Ik ga er niet vandoor! Ik zal er zijn!
Dat is een woord, een belofte, die we met beide handen moeten aanpakken. Dat is denk ik, de enige reden, waarom we met vertrouwen naar de toekomst kunnen kijken. Ook al is er veel onzeker, maar wat blijft, is dat de Heere blijft. Hij gaat er niet vandoor! Hij zal er zijn.
Met zijn goedertierenheid. Het Hebreeuwse woord ‘chesed’ is lastig te vertalen.
We hebben er twee woorden voor nodig in het Nederlands:
‘standvastige trouw’ of ‘onwankelbare liefde’. En die standvastige trouw is geworteld in het verbond. Het verbond van Mijn vrede, zegt God. Het is geen bevlieging. Dat kan ook niet bij God. Maar het rust in een verbond. De afspraak van God met zijn volk.
Dat verbond zal niet wankelen omdat er een handtekening onder staat namelijk
‘zegt de Here, uw Ontfermer.’
Dat is de handtekening, die de inhoud bekrachtigt. Uw Ontfermer.
Ontfermen, ‘rachamim’ heeft met de ingewanden te maken. Zo diep gaat Gods barmhartigheid.
Hij buigt zich voorover. Hij komt naar ons toe: ‘kom eens dichterbij’, en fluistert het in ons oor.
Ik ga er niet vandoor. Ik ben jouw Ontfermer.

Kijk niet angstig naar wat komt, kijk naar Mij. Ik zal er zijn!