Het verhaal van Jezus’ lijden en uiteindelijke dood aan het kruis, is geen punt. Het is een komma. Want het verhaal gaat door. Zo zou je het verhaal van Pasen kunnen samenvatten. Het woord zelf, betekent zoveel als doortocht, voorbijgaan. Geen punt, maar een komma. Het leven gaat door. Het leven van Jezus gaat door. Het contact is niet verbroken, ook al is het lijntje dat wij daarmee onderhouden misschien wel dun geworden, of ben je het soms even kwijtgeraakt, dat kan. Maar Pasen vieren, is toch steeds ook weer van ons uit bezien, de draad oppakken. Weer gaan staan in het licht van dat verhaal, het verhaal van Jezus, waarin jij zelf ook betrokken bent, hoe dan ook.
Het verhaal van bevrijding gaat door. Zo vieren wij Pasen, het oude verhaal, dat telkens actueel is. Omdat het gaat over lijden en dood, en dat is van alle tijden. Omdat het gaat over het offer van de liefde, die alles overwint. De liefde die van elke punt, een komma kan maken. Het verhaal gaat door. Het leven van Jezus is niet voorbij. Hij leeft verder, in ons verhaal, in daden van bevrijding. Hij zelf trekt ons in het licht en neemt ons mee op die weg.
Pasen daagt ons uit, ten slotte, om na te gaan, waar in ons eigen leven, punten in komma’s kunnen worden veranderd. De kracht van Pasen is toch, om onwrikbare situaties open te breken, om ons uit onze stellingen te halen, waarin we onszelf hebben teruggetrokken, in eigen gelijk of in verongelijktheid. Het kan altijd anders. Midden in het leven van alledag, terwijl je je misschien wel eens afvraagt of het nou wel zoveel verschil maakt dat Jezus uit de dood is opgestaan. Natuurlijk maakt dat verschil! Want omdat Hij leeft, sta je er niet alleen voor. Hij leeft, Hij is erbij. En Hij spreekt. Woorden van leven. Maar dan moet je wel zelf ook op staan, in beweging komen, meegaan in de beweging van bevrijding en van leven, die Jezus zelf heeft ingezet. Wat wij moeten doen is onze oren spitsen. Luisteren naar Zijn stem. En het dan ook wágen met Hem. Dan zál Hij je ook zegenen, vast en zeker.
O vlam van Pasen, steek ons aan, de Heer is waarlijk opgestaan!
Pontius Pilatus wast zijn handen in onschuld, olie op hout, 107 x 122 cm, Vlaamse School, eerste helft 16de eeuw (naar Vilmos Tátrai)
Hoe reageer je op figuren als Trump?
In aanloop naar Pasen en terwijl ik mijzelf ook voorbereid op preek voor Pasen, vallen mij enkele lijnen op vanuit het passie evangelie naar de huidige tijd. Het begon met de schandelijke vleierijen van president Macron en premier Starmer om president Donald Trump in de Oval Office in het Witte Huis te pleasen.
Het begon te lijken op de dertig zilverlingen. Werd Oekraïne hier verraden voor de snuisterijen en snuisterijen, alleen maar om in de gunst te blijven bij de machtigste man ter wereld?
Nu we net met de eerste volle week van de Veertigdagentijd bezig zijn, krijgen deze gedachten een fellere focus nu de personages uit de Passietijd van Pasen hun plaats lijken in te nemen in onze wereldpolitiek.
Lijkt de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance een beetje op de hogepriester van de tempel van Jeruzalem, Kajafas, als hij retorisch eist: ‘Het is beter voor u dat één man sterft voor het volk dan dat de hele natie ten onder gaat’? Is de prijs van het ten val brengen van Zelensky en het sussen van de Russische Vladimir Poetin het niet waard voor vrede in Oekraïne?
Het zou gebruikelijk kunnen zijn in een column als deze om kenmerken van de cast van de Passie van Christus toe te schrijven aan de leiders van de huidige grootmachten. Maar dat is te gemakkelijk en werkt niet echt. Macron en Starmer zijn geen Judas. Hun hoffelijke vleierij van Trump ging vooraf aan de poging tot vernedering van Zelensky in Washington, waar op 28 februari met de mores van vastgoedmaffiosi en een dosis emotioneel incontinentie Trump en Vance president Volodymyr Zelensky het Witte Huis uit brulden.
Nee, Macron en Starmer zijn geen verraders van Zelensky, integendeel. En hoe dan ook, door hun in die rol te casten, riskeer je de heiligschennis van het vergoddelijken van Zelensky, die absoluut niet de Messias is. Je hoeft inderdaad geen toegewijde Trump-fan te zijn om op te merken dat zijn optreden voor Trump en Vance niet messiaans was, maar eerder dat van een heel ondeugende jongen.
Maar zulke vergelijkingen gaan ons niet ver brengen. Misschien is het beter om ze andersom te draaien. Van grotere waarde is misschien om de machtsspelletjes die we zojuist op ons wereldtoneel hebben gezien beter te gebruiken om het spel te begrijpen dat we binnenkort in Jeruzalem van een paar millennia geleden zullen herdenken.
Door dat te doen, kunnen we misschien zelfs een kijkje nemen in een aantal inzichten die elke zaak ontkrachten dat de historische gebeurtenissen van de Passietijd vandaag de dag niet relevant zijn. En dit gaat niet alleen over politiek, het gaat over ons menselijk vermogen tot machtsmisbruik.
Neem die scène in het Oval Office toen Zelensky werd gepest door de twee machtigste figuren (met uitzondering van Elon Musk) in het nieuwe Amerikaanse regime. Het is een klassiek wapen in elke huiselijke geweldsrelatie om het slachtoffer de schuld te geven. Zo waren Trump/Vance er als de kippen bij Zelensky de schuld te geven voor zijn onderdrukking door Rusland.
En zo was het ook toen de Nazarener voor Pontius Pilatus stond, de woordvoerder van de machtigste man op aarde van zijn tijd, de keizer van Rome, Tiberius. De overeenkomsten tussen de twee situaties zijn opvallend. En niet alleen omdat je er redelijkerwijs aan kunt twijfelen dat Jezus van Nazareth die dag ook een pak droeg.
De laatste, een mishandelde ambachtsman en rabbi uit de provincieheuvels en een man ‘zonder zonde’, is een klassiek onderwerp van slachtofferbeschuldiging. Net als Trump wilde Pilatus gewoon een deal sluiten om de vrede te bewaren. Net als Trump vertelde hij Jezus dat Hij niet genoeg waardering had voor wat hij voor Hem probeerde te doen. Net als Trump vertelde Hij hem dat hij absolute macht had over zijn lot. En net als Trump is hij er zeker van dat waarheid alles is wat hij wenst dat het is op het moment dat hij minachtend vraagt: ‘Wat is waarheid?’
De intrigerende vraag is hoe dit ons vertelt te reageren op de Trumps en Pilatus van deze wereld. In de directe omstandigheden van verhoor in zowel het Oval Office als het praetorium, lijkt het antwoord deels stilte te zijn. Christus kiest het; Zelensky krijgt het opgedrongen door de dwingende controle van zijn gesprekspartners.
Nogmaals, ik doe geen aanspraak op een Christus-achtige Zelensky. Maar stilte als menselijk antwoord vindt steevast zijn oorsprong in nederigheid. In de meest wereldse zin is dat nu heel duidelijk in de verzoenende woorden van de Oekraïense president richting zijn pestkop, die zijn leiderschap ‘sterk’ noemt, spijt heeft van hoe de vergadering is verlopen en bereidheid uitdrukt om terug te keren naar de onderhandelingstafel.
Nederigheid is geen zwakte. Het brengt de kracht van vrede en maakt de triomf van liefde mogelijk. Dat is de les van tweeduizend jaar geleden. En de les is ook dat er niets goeds kan voortkomen uit een totaal gebrek daaraan, net als voor Trump en Pilatus.
Pasen is een feest om bij te zingen. We vieren de opstanding van Christus. Dat is een feest, een groot feest en bij feesten hoort muziek. De verkondiging van de opstanding van Christus is ook iets wat ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Dat maakt het tegelijkertijd moeilijker om het vieren, maar juist dan komt het op zingen aan. ‘We zingen het geloof naar binnen’, zei de dichter Ad den Besten ooit. We zingen niet alleen omdat we geloven, maar ook opdat we geloven. En juist het hoge feit van de overwinning van Christus op de dood is iets dat bij uitstek bezongen moet worden.
Maar zijn de psalmen daarvoor geschikt? De uittocht van Israël uit Egypte, dat wordt gevierd met het Pascha, wordt wel uitgebreid bezongen in de psalmen. Het is het feest van bevrijding uit de slavernij en van die bevrijding verhalen veel psalmen. En tijdens dit feest van Pesach, vindt de gevangenneming van Jezus, Zijn lijden en sterven plaats. De bevrijding die dit brengt is nauw verbonden met de bevrijding die met Pesach gevierd wordt. In dood en opstanding van Jezus gaat het om de bevrijding uit de macht van het kwaad en de dood voor heel de mensheid. In Handelingen 4 getuigt Petrus voor het Sanhedrin, die eerder Jezus veroordeeld heeft, van Jezus, lijden, dood en opstanding en dat doet hij met een psalm, met psalm 118:
Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de hoeksteen geworden is.
Deze psalm hoort bij het Hallel die op Pesach gezongen wordt, wordt hier door Petrus op Jezus betrokken. Voor Petrus verkondigt deze psalm de opstanding van Jezus. In de Evangeliën betrekt Jezus dit psalmvers ook op zichzelf. Aan het kruis citeert Jezus psalm 22 en 31. Als we psalm 22 lezen is het verwonderlijk hoe sterk wij daar het lijden van Jezus in herkennen. Jezus leefde de psalmen en geeft ze nieuwe betekenis. Het lijden van Jezus weerspiegelt het vele lijden van de psalmen en de opstanding van Jezus vormt de vervulling van het reddend handelen van God waarvan de psalmen getuigen.
Door Jezus, die niet alleen aan Pesach, maar ook aan de psalmen een nieuwe dimensie geeft. Psalm 118 zingt van het handelen van God. In de bevrijding van Egypte, maar ook van de bevrijding van het kwaad en de dood, door de hoeksteen door bouwers afgekeurd, door God zelf ten hoeksteen gelegd.
Zie de mens die in zijn lijden teken werd voor alle tijden van wat liefde dragen kan.
Deze woorden zijn geïnspireerd op woorden van Pontius Pilatus. Nadat hij Jezus had laten geselen en de soldaten hem een doornenkroon op hadden gezet en een purperen kleed om hadden gedaan, zijn ‘Zie de mens’ de woorden waarmee hij Jezus voorstelt aan de verzamelde menigte.
Waarom zegt Pilatus dat? Om bij de menigte zie zich tegen Jezus gekeerd heeft mededogen op te wekken? Laat je raken door deze deerniswekkende figuur. Want een mens is mens in kwetsbaarheid. Als wij de ander aangetast zien, dan herkennen wij onszelf in de ander. Daar zien wij een mens, zoals wijzelf zijn. Daar zijn we verbonden met elkaar. Jezus is echt mens, net zo echt als wij mens zijn, juist in zijn lijden. Het is tevergeefs, de menigte is in de greep van bloeddorstigheid. Waar blijft hun menselijkheid?
De woorden hebben binnen het evangelie naar Johannes een nog grotere reikwijdte. Het evangelie begint met: Het Woord is mens geworden. Dat klinkt mee in deze woorden van Pilatus. Hier staat hij: Het woord van God, dat mens geworden is. Pilatus bedoelt het niet, maar het betekent het wel. In deze lijdende mens verbindt God zich met heel de mensheid, Met alle mensen. Jezus is de mens bij uitstek. Jezus is de mens zoals God het bedoelt: Een mens met ontferming, levend vanuit zijn liefde. Voor ons is Jezus ook degene die laat zien hoe God is. Dat God niet bovenaf wil beschikken over de mensen, maar ons wil dienen. Zich met ons wil verbinden op leven en dood.
Deze mens is de stichter van een koninkrijk. Hij draagt de tekenen van zijn koningschap: een doornenkroon en de purperen mantel. Straks is zijn troon het kruis. Zijn koningschap is van een totaal andere orde. Is van een andere wereld. Een wereld waar de mens is zoals God het bedoelt. En in zijn weg wordt Hij voor ons de weg, de poort naar dat nieuwe koninkrijk.
Hij wordt dat voor de mensen van toen en nu. De woorden van Pilatus zijn in het Latijn overbekend geworden: ‘Ecce homo’. Zie de mens. De ware mens voor ons die de liefde leeft opdat wij ons aan die liefde geven.
De zeventiende-eeuwse Franse wis- en natuurkundige, christelijk filosoof en theoloog Blaise Pascal schreef eens:
alle problemen van de mensheid komen voort uit het onvermogen van de mens om rustig alleen in een kamer te zitten.
En nu, vierhonderd jaar later, hebben we bewijs van hoe moeilijk we dit vinden.
Onderzoekers voerden een experiment uit waarbij ze meerdere mensen alleen in een kamer plaatsten met niets anders te doen dan daar vijftien minuten te zitten. De meerderheid gaf toe zich ongemakkelijk te gaan voelen als men zich met niets anders dan zijn gedachten bezighoudt. Het experiment werd herhaald, alleen werd er dit keer een instrument in de kamer geplaatst dat een onaangename elektrische schok kon toedienen. In de periode van vijftien minuten diende één op de vier vrouwen zíchzelf de schok toe om de verveling te verlichten. Twee op de drie mannen deden dat ook.
Er is een kans dat we de verkeerde conclusies trekken uit sociale experimenten omdat het moeilijk is om in de gedachten van anderen te kruipen, maar we kunnen hier een goede gok wagen. Onze levens zijn overprikkeld. Alleen in een kamer zijn met onze gedachten voor een langere tijd is vreemd. We hóren niet zo te leven menen we. Onze smartphones zijn de ‘stok en staf die ons vertroosten’. Elk vrij moment moet worden besteed aan TikTok, Instagram of Spotify.
Naarmate mensen ouder worden, denken ze vaak dat de wereld zijn aandachtsspanne verliest, zonder te beseffen dat de focus afneemt naarmate we ouder worden. Maar er lijkt iets te zijn veranderd in de afgelopen twee decennia. Er is een geheel nieuwe digitale architectuur ontworpen die er niet was. Het creëert de buzz van de stad, en is om ons heen verrezen als wolkenkrabbers, waardoor koude schaduwen en bittere windtunnels van woede en afleiding ontstaan die de warmte blokkeren.
Deze nieuwe online stad is opzettelijk ontworpen om onze aandacht vast te houden; om te voorkomen dat we offline iets gaan doen. En het werkt. Tussen 2010 en 2020 hebben we wereldwijd twintig keer meer informatie verbruikt. Dit is een kolossale toename voor onze hersenen om in een oogwenk te verwerken. Onze geest is minder geworden als het coole, witte minimalistische interieurontwerp waar mensen naar streven in het leven en meer als het rommelhok waar kapotte en nutteloze spullen worden gedumpt.
Sommige wetenschappers stellen dat we onszelf de schuld van deze situatie geven. Als we anderen vertellen dat onze smartphone ons afleidt, is het antwoord dat we krijgen dat we hem moeten uitzetten. Hoewel we dit soort stappen kunnen ondernemen, worden we er echter meer en meer afhankelijk van gemaakt door techbedrijven . Natuurlijk is er net als bij shopaholics sprake van individuele verantwoordelijkheid, maar er is ook het bouwwerk van consumentenkapitalisme dat is ontworpen om ons meer spullen te laten kopen of – in het geval van het internet – meer informatie te laten absorberen.
Als we bedenken wat het betekent om Jezus vandaag de dag te volgen, beseffen we vaak niet wat technologie met ons doet. De voordelen zijn duidelijk – de wereld binnen handbereik hebben, in een oogwenk met familie en vrienden kunnen praten – maar de nadelen blijven onduidelijk. Hoe beïnvloedt digitale afleiding het lezen van de Bijbel en een toewijding aan gebed? Er is weinig onderzoek naar gedaan, maar we geven God misschien minder toegewijde aandacht dan voorheen. Als we van de ene bron naar de andere fladderen, als een vlieg op een warme zomerdag, blijven we niet lang genoeg op één plek om te ontdekken of God daar op ons wacht.
Aanwijzingen van God komen vaak van buiten het kerkelijk denken. Nu heeft een groep tech-tovenaars uit Silicon Valley het idee van een digitale sabbatical bedacht, waarbij mensen één dag per week offline doorbrengen. Hoewel ze zichzelf beschrijven als niet bepaald religieus, verdrinkt hun manifest zo’n beetje in religieuze traditie. Ze adviseren mensen om:
Technologie te vermijden
Contact te houden met geliefden Uw gezondheid te koesteren
Naar buiten te gaan
Commercie te vermijden
Kaarsen aan te steken
Wijn te drinken
Brood te eten
Stilte te vinden
Iets terug te geven
Het is een sabbatical die opnieuw is uitgevonden voor het digitale tijdperk.
Er wordt een aantal praktische acties opgesomd die kunnen worden ondernomen, zoals gefocust blijven op de taak en blootstelling aan sociale media te beperken, omdat is aangetoond dat dit in grote hoeveelheden slecht is voor de geestelijke gezondheid. We moeten onze gedachten ook kunnen laten afdwalen. Dit spreekt het argument over het niet verliezen van de focus niet tegen. Het afdwalen van de gedachten is, paradoxaal genoeg, een vorm van aandacht. Het is de ruimte waarin we de puzzels van ons leven oplossen, punten met elkaar verbinden die we hadden gemist, een plaatje inkleuren om het tot leven te brengen.
Wanneer de profeet Elia God ontmoet op de berg Horeb, is er eerst een sterke wind, daarna een krachtige aardbeving en ten slotte een laaiend vuur. Maar God openbaart zichzelf niet in deze aangrijpende verschijnselen. Hij is te vinden in de pure stilte die volgt; in het gefluister van een stem.
De pure stilte van vandaag wordt verbroken door het vertrouwde gezoem van een nieuwsfeed of een update op sociale media – of de schok van een elektrische stroom. Het is nu het moment dat we binnen gehoorsafstand van de zwakke audio van het Goddelijke komen.
Aswoensdag is het begin van de Lijdenstijd, ofwel de Veertigdagentijd. Veertig dagen bereidt de kerk zich voor op Pasen. In de Bijbel wordt het getal 40 gebruikt om een periode van voorbereiding, uitzuivering en groei aan te geven. Zoals het volk Israël 40 jaar door de woestijn trok op weg naar het Beloofde Land en zoals Jezus 40 dagen beproefd werd voordat hij aan zijn werk begon. Zo bereidt de kerk zich voor om in het spoor van Jezus door de dood heen tot nieuw leven te komen. Alles wat ballast is geworden, alles wat mensen van hun bestemming afhoudt, alles wat het leven belemmert, mag mee sterven in de dood van Jezus, opdat wij op een nieuwe manier ons leven kunnen ontvangen uit Gods hand. Daarom klinkt psalm 51: God, herschep mijn hart, maak het zuiver. Ook vasten op welke wijze ook schept ruimte voor verlangen naar het grote feest. In de ruimte van dat verlangen kan gebed opkomen en tijd en aandacht voor de naaste.
Het gebruik van as begon in de vroege Kerk toen mensen die iets misdreven hadden, openlijk boete deden in de aanloop naar een nieuw begin met Pasen. Als teken van hun berouw werden ze met as bestrooid. Later werd het een gebruik dat door alle gelovigen werd gevolgd in hun eigen verlangen naar vergeving en een nieuw begin. Het maakt duidelijk dat we de mensheid niet kunnen verdelen in goede en slechte mensen: het kwaad gaat dwars door ons eigen leven.
De as komt van de palmtakjes die de kerk vorig jaar op Palmzondag uitreikte, een symbool voor Christus die ook bij ons wil zijn. Vaak legden mensen deze takjes op de graven van hun geliefden, als teken van de hoop op opstanding.
Een askruisje halen, aan het begin van de Veertigdagentijd, op weg naar Pasen. Dat kun je doen omdat je je bewust bent dat je tekort schiet in wie je bent en wat je doet. Je kunt het doen omdat je ervan bewust wilt blijven dat je een sterfelijk mens bent. Zodat je niet doet alsof alles altijd hetzelfde blijven en je je vastklampt aan wat je hebt, en niet kunt omgaan met wat je los moet laten.
Stof ben je en tot stof keer je terug.
Wat een opluchting is dat! Al dat zware getob, al dat gewichtige gedoe, al dat gepraat van arrogante managers, al die dictators die de wereld onderdrukken, al mijn eigen gedoe iedere keer weer.
Stof ben ik en tot stof zal ik terugkeren.
Gelukkig! Laat me dan dus maar niet te zwaar tillen aan mijn eigen leven, ik ben een stofje op de zoom van het universum dat zal bestaan ook nadat ik tot stof ben weergekeerd.
Stof ben je en tot stof keer je weer.
Dus als je vast, doe dan niet alsof je een heldendaad verricht, maar laat het een daad van overgave zijn aan de Heer van alle leven. Laat je vasten en al je religieuze gedrag een daad van liefde zijn voor de God die neerknielde in het stof en zei: kom tevoorschijn, jij, mens, ik geef je mijn levensadem.
Stof ben je en tot stof keer je terug.
Verzamel dan geen schatten op aarde alsof je daarmee gewicht krijgt. Het gewicht van stof is genoeg voor je, want is het genoeg voor God. Wees voluit, vrolijk en dankbaar stof op de zoom van het universum want dat is je glorie en je geluk, het grote voorrecht van het leven dat leeft op de adem van God.
Stof ben je en tot stof keer je terug.
Mens. Keer je dan om als je ergens nog denkt dat je god bent in het diepst van je gedachten of het diepst van je handelen, als je ergens nog denkt dat je mag oordelen over anderen of zelfs over jezelf, als je ergens nog meent dat je kunt leven met je rug naar God toe alsof jij jezelf het leven geeft.
Keer je om, heb berouw en weet dat je stof bent dat leeft op de adem van de Allerhoogste, dichter nabij dan ons eigen hart.
In verband met het eenjarig herdenken van de moord op Navalny, een repost van een eerder bericht
In de rechtszitting kort na zijn arrestatie, waarin zijn voorwaardelijke straf werd omgezet in echte gevangenisstraf, vertelde Navalny het gerechtshof in Moskou dat hij christen was geworden.
Tijdens dat proces in 2021 zei hij: ‘Feit is dat ik christen ben… Ik was zelf ooit een behoorlijk militante atheïst… Maar nu ben ik een gelovige, en dat helpt mij enorm bij mijn activiteiten… Er zijn minder dilemma’s in mijn leven, omdat er een Boek is waarin over het algemeen min of meer duidelijk staat welke actie in elke situatie moet worden ondernomen.
‘Het is natuurlijk niet altijd gemakkelijk om dit Boek te volgen, maar ik probeer het echt. En dus is het, zoals ik al zei, waarschijnlijk gemakkelijker voor mij dan voor vele anderen om zich met politiek bezig te houden.’
Navalny citeerde vaak verzen uit de Bergrede van Jezus, in het bijzonder: “Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden” (Matteüs 5:6). ‘Ik heb altijd gedacht dat dit specifieke gebod min of meer een instructie tot activiteit is’, merkte Navalny op.
Aleksej Navalny vocht onbevreesd tegen de corruptie in Rusland en werd vergiftigd, gevangengezet en op 16 februari 2024 vermoord door de staat.
Sinds het nieuws over zijn dood bekend werd, heb ik nagedacht over de woorden van Navalny. Hij zag de instructie van Jezus niet alleen als een belofte die in de toekomst vervuld zou worden, maar als een zeer actuele oproep tot actie. Het motiveerde hem niet alleen om op te komen voor gerechtigheid, maar ook om zich uit te spreken tegen onrecht. Het gaf hem de moed om zijn eigen leven op het spel te zetten in het belang van anderen.
Zijn honger en dorst naar gerechtigheid waren niet alleen spiritueel, maar letterlijk: soms koos hij voor een hongerstaking om de aandacht van de wereld te trekken, soms werd hij uitgehongerd als straf in de gevangenis. Hoe dan ook, hij bleef zich inzetten voor het teweegbrengen van verandering in het politieke systeem van zijn land.
Als Navalny zijn geloof kan vasthouden, gerechtigheid kan blijven nastreven en anderen kan uitdagen om de leer van Jezus te volgen, zelfs terwijl hij gevangen wordt gezet, gemarteld en zelfs vermoord, moeten we misschien allemaal heroverwegen hoe we de vrijheden en kansen die we hebben gebruiken.
Misschien moeten ook wij ons meer uitspreken als er sprake is van misbruik van publieke middelen, ongepaste invloed van de media, het oppotten van rijkdom door enkelingen, of om de verslaving aan geld, seks en macht aan te pakken.
Kunnen we nog meer doen om te pleiten voor de gemarginaliseerden en om ervoor te zorgen dat degenen die aan de macht zijn, werken ten behoeve van degenen die dit het meest nodig hebben? Hoe kunnen we pleiten voor een goed landsbestuur en onze leiders ter verantwoording roepen, en eisen dat degenen die leiding geven dit met integriteit en mededogen doen?
Navalny’s leven, dood en geloof dwingen de vraag af: wat kunnen we vandaag de dag in de naam van Jezus en met behulp van de Bijbel doen om rechtvaardigheid en gerechtigheid na te streven?
In zijn eigen woorden: ‘You’re not allowed to give up!’
In de rechtszitting kort na zijn arrestatie, waarin zijn voorwaardelijke straf werd omgezet in echte gevangenisstraf, vertelde Navalny het gerechtshof in Moskou dat hij christen was geworden.
Tijdens dat proces in 2021 zei hij: ‘Feit is dat ik christen ben… Ik was zelf ooit een behoorlijk militante atheïst… Maar nu ben ik een gelovige, en dat helpt mij enorm bij mijn activiteiten… Er zijn minder dilemma’s in mijn leven, omdat er een Boek is waarin over het algemeen min of meer duidelijk staat welke actie in elke situatie moet worden ondernomen.
‘Het is natuurlijk niet altijd gemakkelijk om dit Boek te volgen, maar ik probeer het echt. En dus is het, zoals ik al zei, waarschijnlijk gemakkelijker voor mij dan voor vele anderen om zich met politiek bezig te houden.’
Navalny citeerde vaak verzen uit de Bergrede van Jezus, in het bijzonder: “Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden” (Matteüs 5:6). ‘Ik heb altijd gedacht dat dit specifieke gebod min of meer een instructie tot activiteit is’, merkte Navalny op.
Aleksej Navalny vocht onbevreesd tegen de corruptie in Rusland en werd vergiftigd, gevangengezet en op 16 februari 2024 vermoord door de staat.
Sinds het nieuws over zijn dood bekend werd, heb ik nagedacht over de woorden van Navalny. Hij zag de instructie van Jezus niet alleen als een belofte die in de toekomst vervuld zou worden, maar als een zeer actuele oproep tot actie. Het motiveerde hem niet alleen om op te komen voor gerechtigheid, maar ook om zich uit te spreken tegen onrecht. Het gaf hem de moed om zijn eigen leven op het spel te zetten in het belang van anderen.
Zijn honger en dorst naar gerechtigheid waren niet alleen spiritueel, maar letterlijk: soms koos hij voor een hongerstaking om de aandacht van de wereld te trekken, soms werd hij uitgehongerd als straf in de gevangenis. Hoe dan ook, hij bleef zich inzetten voor het teweegbrengen van verandering in het politieke systeem van zijn land.
Als Navalny zijn geloof kan vasthouden, gerechtigheid kan blijven nastreven en anderen kan uitdagen om de leer van Jezus te volgen, zelfs terwijl hij gevangen wordt gezet, gemarteld en zelfs vermoord, moeten we misschien allemaal heroverwegen hoe we de vrijheden en kansen die we hebben gebruiken.
Misschien moeten ook wij ons meer uitspreken als er sprake is van misbruik van publieke middelen, ongepaste invloed van de media, het oppotten van rijkdom door enkelingen, of om de verslaving aan geld, seks en macht aan te pakken.
Kunnen we nog meer doen om te pleiten voor de gemarginaliseerden en om ervoor te zorgen dat degenen die aan de macht zijn, werken ten behoeve van degenen die dit het meest nodig hebben? Hoe kunnen we pleiten voor een goed landsbestuur en onze leiders ter verantwoording roepen, en eisen dat degenen die leiding geven dit met integriteit en mededogen doen?
Navalny’s leven, dood en geloof dwingen de vraag af: wat kunnen we vandaag de dag in de naam van Jezus en met behulp van de Bijbel doen om rechtvaardigheid en gerechtigheid na te streven?
In zijn eigen woorden: ‘You’re not allowed to give up!’
Stille Zaterdag. Ik weet ik nooit zo goed wat ik van deze dag moet vinden. Wat horen we op Stille Zaterdag wel te doen? Wat is niet gepast op Stille Zaterdag? Hoort het leven op de normale manier verder te gaan? Moeten we treuren, in rouw verkeren, omdat we eraan denken hoe onze Heer in het graf lag en dood was? Het leven is van Jezus geweken. Hij heeft de geest gegeven. Wat er overblijft, is een levenloos lichaam. De zaak is voorbij. Over en uit. Wat er overblijft is de herinnering aan Jezus: wat Hij tijdens Zijn leven deed, Zijn tragische en wrede dood. Het enige dat zijn volgelingen kunnen doen, is ervoor zorgen dat Hij een waardige begrafenis krijgt. Zodat het lichaam van Jezus niet verdwijnt in een anoniem massagraf. Als dit de betekenis is van de graflegging van Jezus zouden we inderdaad op deze dag moeten treuren en terugdenken aan de dagen, dat Zijn lichaam in het graf lag. Dan zou Stille Zaterdag een dag van verontwaardiging moeten zijn vanwege het onrecht dat Hem is aangedaan door Hem te kruisigen. Lukas geeft echter één signaal, waardoor we niet deze kant op moeten denken. Eén signaal in zijn tekst, waardoor Stille Zaterdag een heel andere betekenis krijgt: Stille Zaterdag is namelijk een sabbat. Lukas vertelt dat ook: de dag van de sabbat brak aan. De sabbat werd ingesteld om Zijn volk te dat te laten weten. Een dag in de week moest het werk rusten, om te beseffen dat het de Heere is die werkt. Dat Zijn trouw van dag tot dag doorgaat. Dat er geen moment komt, waarop Hij deze wereld loslaat. Op de sabbat wordt er niet gewerkt om te weten dat God werkt. Als Jezus in het graf gelegd wordt, breekt de sabbat aan. Het werk van God is voltooid. Nu is het geen, maar verlossing. Nu wordt niet alleen de duisternis van het kwaad en van het lijden beteugeld, maar ook de nacht en de duisternis van de zonde. Stille Zaterdag, de dag waarop het lichaam van Jezus in het graf lag, wil zeggen: elke dag en elke week die nu volgt, volgt na wat Jezus heeft volbracht aan het kruis op Golgotha. Heel de wereldgeschiedenis die volgde, ons leven dat daarop volgde kan moet gezien worden in het licht dat straalt van het kruis op Golgotha, het licht van Gods genade.
Tussen de mannentaal die zich verhardt, tussen de stemmen die langzaam verstenen
– de ene hand wast de andere, Pilatus in marmer; het verraad gaat van mond tot mond, Judas in kalksteen –
het geluid van een brekende kruik, brekend hart, balsem stroomt als een klaaglied, doortrekt zijn kleed, zijn huid, zijn haar, heel het verstoorde huis
– Herodes wordt de geur gewaar, de hogepriester, zelfs de soldaten die zijn kleed verdobbelen snuiven de mirre –