Decennia lang gold de toekomst in Europa als een belofte.
Na 1945, en vooral na de val van de Sovjet-Unie,
leek het continent op weg naar
een steeds vreedzamere, welvarendere en democratischer wereld.
Economische groei, sociale rechtvaardigheid, handel en mensenrechten
vormden het zelfverzekerde fundament van een optimistische toekomstverwachting.
Europa zag deze verworvenheden vaak als een gevolg
van eigen morele superioriteit en Verlichtingsidealen,
en minder als het resultaat van Amerikaanse bescherming
en geopolitieke afhankelijkheid.

Die zekerheid is verdwenen.
Vandaag wordt de toekomst eerder als bedreiging ervaren:
klimaatverandering, oorlog op het continent, energieonzekerheid,
demografische vergrijzing, digitale afhankelijkheid
en het verval van democratische instituties.
De omstandigheden veranderen sneller dan ooit,
en voor velen betekent ‘verandering’ vooral achteruitgang.
Politieke leiders spelen daarop in:
sommigen beloven een eeuwig, risicoloos heden;
anderen bieden radicale terugkeer
naar een geïdealiseerd verleden
dat nooit werkelijk heeft bestaan.
Volgens politicoloog Ivan Krastev
is ‘de toekomst van Europa geen politiek project meer’.

De oorzaak hiervan ligt in Europa’s
‘pauze van de geschiedenis’ na 1945
en later na de val van de Berlijnse Muur
ook een ‘pauze als defensieve macht’.
En terwijl de VS de geopolitieke lasten droegen,
bouwden Europese landen hun welvaartsstaten op.
Deze comfortabele positie werkte zolang er een stabiele,
op regels gebaseerde wereldorde bestond.
Maar met de terugkeer van geopolitieke machtspolitiek
— zichtbaar in het Amerika onder Trump
en in de assertiviteit van Rusland en China —
blijkt de EU slecht uitgerust.
Ze functioneert uitstekend binnen een regelsysteem,
maar nauwelijks in een neo-imperiale wereld
waarin macht, niet institutie, bepaalt wie er aan tafel zit.
Europa zit niet aan tafel,
maar ligt óp tafel.
Er wordt óver hen beslist
Europa heeft geen duidelijke plaats
onder de wereldmachten
en wordt soms zelfs overgeslagen in beslissingen
over zijn eigen veiligheid, zoals rond Oekraïne.

Daarnaast heeft Europa moeite
om zijn eigen macht te erkennen,
belast door een geschiedenis
die loopt van kruistochten en kolonialisme tot Auschwitz.
Het resultaat is een houding van zelfverkleining:
Europa zou te verdeeld,
te bureaucratisch en te traag zijn
om daadkrachtig op te treden.
Deze ‘machteloosheid van de machtigen’
biedt moreel comfort,
maar ondermijnt Europa’s vermogen
om zijn belangen te verdedigen.
In een wereld die wordt gedomineerd
door autocratische grootmachten
is precies dat echter noodzakelijk
voor een democratische toekomst.

Toch is het continent rijker, beter opgeleid
en technologisch capabeler dan ooit.
Het beschikt over de middelen
om zijn positie te herdefiniëren
maar wat ontbreekt, is de politieke wil.
Zoals Kennedy eens zei over de maanmissie:

‘sommige uitdagingen moet je aangaan
omdat ze moeilijk zijn.’

Alleen door die houding opnieuw te omarmen
kan Europa zijn toekomst terugwinnen.

kerstverlichting in Zwolle

 

In zijn jaarlijkse persconferentie met het volk van dit jaar
schetst Vladimir Poetin zich als een zelfverzekerde wereldspeler,
terwijl ondertussen het feit is dat Rusland steeds dieper vastzit
in de oorlog tegen Oekraïne en de gevolgen daarvan.

Eerder in 2025 stond Poetin op 
een belangrijk Russisch debatpodium.
Daar werd hij bijna neergezet
als de grote architect van een nieuwe wereldorde.
Poetin zelf deed alsof hij bescheiden was,
maar benadrukte wel dat de wereld
in een radicale overgangsfase zit
en dat de inzet extreem hoog is.
Voor de mensen in Oekraïne is dat geen theorie:
zij leven al bijna vier jaar met oorlog,
met doden, onzekerheid en wisselende steun uit het Westen.

Poetin voert de druk ondertussen op.
Aan het einde van het jaar kwam hij met steeds agressievere taal.
Hij beweerde dat Rusland
grote successen boekt in Oekraïne
en gaf Europa en Kyiv opnieuw de schuld van het conflict.
Europese leiders noemde hij zelfs ‘biggetjes’
en hij dreigde meer Oekraïens grondgebied
met geweld in te nemen
als er geen vredesgesprekken komen.

Wat opvallend is:
ondanks zware sancties en militaire blunders
is Rusland overeind gebleven.
Het land wist sancties te omzeilen,
de wapenindustrie weer op gang te krijgen
en tegenstanders het zwijgen op te leggen.
Daarbij kreeg Poetin onverwachte steun uit de VS.
De wispelturige houding van de Amerikaanse president Donald Trump
werkt in het voordeel van Moskou,
omdat het verdeeldheid zaait tussen bondgenoten.
Ondertussen beschuldigt Rusland Europa ervan
dat zij de Amerikaanse vredespogingen proberen te saboteren.

Oekraïners vragen zich ondertussen af
wat een mogelijk akkoord waard is.
Ze vrezen dat Poetin vanuit bezet gebied
gewoon verder zal werken
aan de vernietiging van hun land.
Andere Russische leiders
blijven bovendien waarschuwen
voor een zogenaamd agressief Europa
en NAVO-plannen voor een toekomstig conflict.

Een belangrijk strijdpunt is het Russische geld
dat in Europa is bevroren.
Europa besloot dat geld niet direct
aan Oekraïne te geven,
maar Kyiv via de EU-begroting te steunen.
Rusland ziet dat als winst en dreigt met rechtszaken,
onder andere tegen Euroclear in België.
Er zijn zelfs aanwijzingen
dat Russische en Amerikaanse inlichtingendiensten
Europese politici en medewerkers onder druk zetten met dreigementen.
Tegelijk klinken er in Moskou ook zachtere geluiden:
sommige bronnen zeggen
dat het Kremlin onder strenge voorwaarden
openstaat voor het inzetten van een deel
van dat geld voor wederopbouw.

Binnen Rusland houdt Poetin het beeld van succes stevig vast.
Tijdens de jaarlijkse live toespraak sprak hij
alleen over militaire winst
en noemde hij het gebruik van Russische tegoeden ‘roof’.
Slecht nieuws, zoals Oekraïense aanvallen, werd genegeerd.
Toch maken veel Russen zich vooral zorgen over de economie.

Die zorgen zijn niet onterecht.
De oorlogseconomie draait,
maar gewone sectoren zitten in de problemen.
Inflatie is hoog, rentes stijgen, banen worden schaarser
en de olieprijs – cruciaal voor Rusland –
staat op een dieptepunt.
Analisten zeggen dat Rusland leeft op een ‘geleende toekomst’.
Toch zal Poetin de oorlog niet stoppen om economische redenen.
De kosten worden simpelweg
doorgeschoven naar de bevolking:
hogere belastingen, lagere lonen en minder subsidies.

Ook politiek wordt de greep in Rusland steeds strakker.
Oppositie is vrijwel uitgeschakeld,
kritische partijen worden aangepakt
en populaire apps en platforms verdwijnen.
Richting de parlementsverkiezingen van 2026
wordt vooral ingezet op thema’s
als stabiliteit en nationalisme,
niet op de oorlog.

Om alles te verhullen, zijn Russische steden dit jaar extra feestelijk verlicht.
Dat staat in schril contrast met arme regio’s
zonder basisvoorzieningen.
Russische woordvoerders beweren ondertussen
dat Europa in ‘duisternis’ leeft,
maar Europese steden reageerden
met foto’s van uitbundig verlichte straten.
Het symboliseert het grotere verhaal:
Rusland probeert kracht uit te stralen,
terwijl de scheuren onder de oppervlakte steeds zichtbaarder worden.

 

Drill, baby, drill‘, riep Donald Trump
in januari 2025 tijdens zijn inauguratiespeech,
onder luid gejuich van de Republikeinen.
Hij ondertekende er presidentiële decreten
om de Amerikaanse olie- en gasindustrie ‘los te laten’
om precies dat te doen: to drill: boren.
Dit ondanks het feit dat de Verenigde Staten
volgens hun eigen Energy Information Administration
al de grootste ruwe-olieproducent van alle landen zijn,
en dat al zes jaar op rij.

De verbranding van fossiele brandstoffen
is onmiskenbaar de grootste bron
van broeikasgasemissies wereldwijd, aldus het IPCC.
Olie is verantwoordelijk voor ongeveer 34 procent
van de wereldwijde CO2-uitstoot van fossiele brandstoffen.
Statistieken van het Wereld Economisch Forum
laten zien dat de landen met de laagste inkomens
slechts een tiende van de uitstoot produceren,
maar het zwaarst worden getroffen door klimaatverandering.

Hier klopt iets niet.

Velen van ons zijn op de hoogte van de statistieken,
het beleid en de retoriek rond klimaatverandering.
Het gonst allemaal rond op de achtergrond in ons leven,
in het nieuws, op sociale media of in een webpost zoals deze.
Maar eerlijk gezegd is het voor de meesten van ons
die in het Westen wonen nog steeds theorie.

Maar de gevolgen van het veranderende klimaat
zijn voor mensen in de ‘ontwikkelingslanden’
al enige tijd voelbaar.
Tijdens periodes van waterschaarste,
die steeds onvoorspelbaarder en langduriger worden,
drogen lokale rivieren op,
waardoor oogsten mislukken
en gezinnen honger lijden.

Waarom zouden rijke, machtige landen
die grotendeels verantwoordelijk zijn
voor de wereldwijde CO2-uitstoot,
niet alleen weigeren degenen
die de gevolgen van klimaatverandering
ondervinden te compenseren,
maar juist actief proberen
meer schade aan te richten?

Het doet denken aan een pestkop op een schoolplein
die een jonger kind pijn doet, en zo aan populariteit,
macht en zelfvertrouwen wint
terwijl sommigen hen opjutten,
anderen toekijken,
terwijl de ontvanger van het misbruik
al zijn resterende kracht aanwendt
om te overleven en de dag te overleven.

Trump beweert een praktiserend christen te zijn…
Ik vraag me af wat Jezus te zeggen zou hebben
over de manier waarop Amerika
en andere rijke landen met de klimaatcrisis zijn omgegaan?

Een van Jezus’ bekendste en krachtigste leringen was:
heb je naaste lief.
De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan in de Bijbel
laat zien hoe we onze naasten moeten behandelen:
handelen met liefde, mededogen en barmhartigheid,
niet alleen jegens degenen die we kennen
of die in ons netwerk, onze gemeenschap of ons land wonen,
maar jegens ieder mens,
ongeacht nationaliteit, achtergrond of sociale groep.
Ook in de context van klimaatverandering
worden christenen opgeroepen
om onze naasten wereldwijd lief te hebben.
Dit omvat ook het ondersteunen
van de armste gemeenschappen ter wereld.
Jezus leert ons zeker niet
om onszelf ‘op de eerste plaats’ te zetten.

Stel je een wereld voor waarin elke natie
zich zou aansluiten bij Jezus’ leer
over hoe we onze buren moeten behandelen.
Zou de klimaatverandering abrupt stoppen,
het menselijk lijden ophouden
en er wereldvrede heersen?
In werkelijkheid waarschijnlijk niet,
want de mensheid is onvolmaakt
en we doen dingen verkeerd,
zelfs als we het goed bedoelen.
Maar als de intentie er was,
en als wereldleiders
Jezus’ voorbeeld in deze zouden volgen,
dan zouden we ongetwijfeld veel dichterbij zijn.

 

Ja, vandaag is het dan eindelijk officieel Black Friday,
Deze koopjesgekte is ontstaan in de Verenigde Staten
en valt op de dag na Thanksgiving Day,
dat wordt gevierd op de vierde donderdag in november.
Op deze vrijdag hebben de meeste werknemers
in de Verenigde Staten vrijaf.
Black Friday wordt beschouwd
als het begin van het seizoen voor kerstaankopen.
Maar Black Friday is overal al lang verworden
tot een Black Week of Month, met allerlei (nep)kortingen
om je in aanloop naar december zo veel mogelijk
van je overvloed en (spaar)centen af te helpen.
Want ondanks ons eeuwige geklaag;
de meesten van ons leven momenteel
in een voor veel anderen
onvoorstelbare overvloed.

Want gedurende de geschiedenis
bezaten en produceerden de meeste mensen
ongeveer net genoeg om in leven te blijven.
Lange tijd maakten boeren
(d.w.z. mensen met beperkte of geen landeigendomsrechten
die afhankelijk waren van een lokale heer)
een groot deel van de bevolking uit.
En hoewel boeren in sommige gevallen
welvaart bereikten,
was dit eerder de uitzondering
op de regel van zelfvoorzienende arbeid,
Voor bijna iedereen was de kans
op hongersnood allesbehalve theoretisch.

In dat opzicht verschilde de situatie
in de vroegmiddeleeuwse Lage Landen
nauwelijks van die in het eerste-eeuwse Palestina.
Ook daar verdienden negen van de tien mensen
net genoeg om te overleven
– en soms zelfs niet zoveel.
Zowel Josephus als het Nieuwe Testament
maken melding van de hongersnood
die Judea van 44-48 na Christus teisterde.
Er was in die tijd en plaats geen sociaal vangnet.
Mensen stierven van de honger.

Het was dus tegen dit soort mensen
die zich permanent bewust waren
van schaarste
dat een zekere rabbijn – tot voor kort zelf een dagloner – zei:

‘maak je geen zorgen over je leven,
over wat je zult eten of drinken,
noch over je lichaam, over wat je zult aantrekken.
Is het leven niet meer dan voedsel
en het lichaam niet meer dan kleding?
(…) Zoek liever eerst het koninkrijk van God
en zijn gerechtigheid,
dan zullen al die andere dingen
je erbij gegeven worden.
Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.’
(Matteüs 6)

Jezus’ publiek zou het er nog mee eens zijn geweest
dat alles uiteindelijk van God komt.
Maar: ‘wees niet bezorgd over morgen’?
In een wereld waar hongersnood
altijd slechts één mislukte oogst verwijderd is?
Jezus, instrueert dus in die context,
zijn publiek met een stalen gezicht,
om te leven alsof overvloed,
en niet schaarste,
de ultieme realiteit in het leven is.
Niet voor het eerst
lijkt Hij meer dan een beetje losgezongen te zijn
van hoe het werkelijk is om op deze planeet te leven.

Voor zover sommigen van ons moderne mensen
in geïndustrialiseerde samenlevingen
zich iets minder zorgen maken
over verhongeren of sterven
door blootstelling aan de elementen,
is dit te danken
aan de menselijke vindingrijkheid (hartelijk dank)
die manieren heeft bedacht
om onze productiviteit radicaal te verhogen.
Een onmiskenbaar magnifieke prestatie
maar ook een die andere vormen
van schaarste heeft verergerd.

Denk bijvoorbeeld aan de ‘aandachtseconomie’:
de strijd om steeds korter wordende aandachtsspanne te behouden.
Dezelfde computertools
die onze huidige levensstandaard
mogelijk hebben gemaakt,
hebben ons ook aangesloten
op een constante stroom
van veel meer informatie
dan we ooit zouden kunnen verwerken.
Zozeer zelfs dat aandacht schenken,
ogenschijnlijk een fundamenteel kenmerk
van het mens-zijn,
steeds meer gewaardeerd wordt.

Of neem tijd.
De econoom John Maynard Keynes, speculeerde
halverwege de twintigste eeuw,
dat automatisering
en een hogere productiviteit
vanzelfsprekend zouden leiden
tot minder stress en meer vrije tijd.
Maar wat hij niet voorzag,
is dat een toenemende productiviteit
de verwachtingen over hoe productief
we zouden moeten zijn, verhoogt.
Tijd, altijd en overal,
is het ultieme ‘verdwijnende bezit’,
maar de wildgroei aan timemanagementstrategieën
en gadgets vertelt ons,
denk ik, dat tijd nog schaarser lijkt
wanneer van ons verwacht wordt
(of van onszelf verwacht wordt)
dat we leven ‘to the max’.

Ik denk niet dat het overdreven is
om te stellen dat schaarste
de meest urgente realiteit is
in de menselijke ervaring.
In de een of andere vorm geldt dit
voor elke menselijke cultuur.
We bestrijden schaarste
met de drang om te vereenvoudigen, te stroomlijnen,
meer te doen met minder,
lifehacks te vinden
of nieuwe technologieën uit te vinden.

Jezus zegt echter dat we het moeten negeren.
Of in ieder geval dóen
alsof schaarste
niet zo interessant of belangrijk is.
God voedt de vogels en bekleedt de lelies;
jij bent belangrijker dan een vogel of lelie voor God;
dus zal God voor je zorgen.

Stop met stressen.

Dit voelt niet ambitieus of inspirerend.
Het voelt krankzinnig:
Ik heb een hypotheek.
Ik heb geld, energie, focus en tijd nodig;
niet de bizarre aansporingen
van een of andere mysticus.
Weet Jezus überhaupt wel iets van inflatie?

Maar het vreemde is dat hij dat wel weet.
Jezus staat absoluut niet los
van de realiteit van het dagelijks leven
in zijn tijd en omgeving.
Hij is op de hoogte van actuele gebeurtenissen
zoals instortende torens
en de machinaties van Herodes Antipas
(‘die vos’, noemt Jezus hem. Geen compliment).
Hij lijkt zich een beetje te vervelen om het politieke spel,
maar hij is zeker niet naïef over de machtsstructuren
en de grote spelers in Galilea en Judea.
Hij maakt van een sluwe,
oneerlijke kleine manager
de held van een van zijn verhalen.
Politiek, belastingen, sektarisch geweld,
instortende infrastructuur;
de evangeliën beschrijven Jezus
in zijn interactie met een wereld
die heel anders is dan de onze,
maar die toch direct herkenbaar is.

Het verschil is dat ik inflatiecijfers,
begrotingsgevechten, geopolitieke manoeuvres
om schaarse hulpbronnen
en toeleveringsketens beschouw
als ‘de echte wereld’,
terwijl het Koninkrijk der hemelen uit de Bijbel
iets moois is, maar ook een beetje zweverig,
en een beetje abstract.

Maar Jezus zag de dingen precies andersom.
Het koninkrijk is de Realiteit,
terwijl de heren der heidenen,
het betalen van belastingen,
zelfs de dringende dagelijkse zorgen
over voedsel en kleding,
allemaal vluchtig of hooguit secundair zijn.
En het koninkrijk is overvloedig,
want de Koning geeft geen stenen
wanneer zijn kinderen brood nodig hebben.

Wat betekent het om te leven
alsof overvloed
en niet schaarste
het laatste woord heeft?
Ik weet het niet.
Wat ik wel weet,
is dat het vaak echt te krankzinnig voelt,
om te denken dat ik genoeg tijd,
geld, energie, focus
of wat dan ook kan besparen
om een leven op te bouwen
waarin ik vervulling of vrede vind.
Er zitten barsten in mijn nuchtere,
economisch rationele wereld
die me doen afvragen:
wat als ik geen geld, tijd, energie heb
– niets anders dan mijn dagelijks brood –
en ik er vervolgens achter kom
dat ik alles al heb wat ik nodig heb?

 

Momenteel is de formatie in Nederland in volle gang.
Maar laten we eens doorscrollen naar een ‘mogelijke (zwarte) toekomst’; ‘wat als’:
Het is het jaar 2029
en Geert Wilders heeft als premier
zojuist zijn eerste kabinet gepresenteerd.

Als een van de vele ingrijpende hervormingen in zijn eerste maanden in functie
heeft de nieuwe premier duizenden asielzoekers gedeporteerd
naar landen zoals Eritrea, Afghanistan en Iran.

Bij terugkeer in deze landen zouden verschillende van deze asielzoekers
te maken hebben gehad met arrestatie, marteling en zelfs executie.

Natuurlijk is dit slechts een fictieve weergave van een mogelijke toekomst,
maar het is een toekomst die op zijn minst denkbaar lijkt,
gezien de recente peilingen en de belofte van de leider van de PVV
om iedereen die illegaal naar ons land reist te deporteren,
ongeacht of ze bij thuiskomst levensgevaar lopen.

Zulke uitspraken zouden nog niet zo lang geleden
bijna unaniem zijn bekritiseerd,
maar de huidige stand van zaken in ons immigratiesysteem en de politiek
heeft ze blijkbaar acceptabel gemaakt voor een groeiend aantal Nederlanders.

‘Ik denk niet dat het om haat gaat’, zei een inbeller op NPO Radio 1
toen de plannen van de PVV werden aangekondigd.
‘Ik denk dat het om de manier gaat waarop [immigratie]
tot nu toe door deze en de vorige regering is aangepakt,
[wat] veel onrust heeft veroorzaakt.’

Een andere beller gaf toe dat de meningen
over de kwestie verdeeld waren,
maar gaf een contrasterend perspectief:

‘Dit is Geert Wilders ten voeten uit’, zei ze.
‘Hij heeft verdeeldheid nodig.
En wat is het meest controversiële onderwerp dat we kunnen bedenken?
Immigratie.
En wat een voorrecht hebben we om in een veilig land te leven waar,
God verhoede,
niemand van ons ooit zijn kinderen hoeft op te halen
en te vluchten voor vervolging!’

Dit alles brengt ons mooi terug
bij de specifieke – en zeker complexe – kwestie die aan de orde is:
namelijk, hoe moeten we omgaan met asielzoekers
die daadwerkelijk zijn gevlucht voor vervolging
en die mogelijk nog meer te maken krijgen
als ze naar huis terugkeren?

De bescherming van dergelijke personen
staat centraal in het Vluchtelingenverdrag van 1951,
dat door alle westerse democratieën (inclusief de onze) is geratificeerd
en al lang wordt verdedigd.
Het verdrag omvat het principe van ‘non-refoulement’:
het verbiedt ‘de gedwongen terugkeer van vluchtelingen of asielzoekers
naar een land waar ze het risico lopen vervolgd te worden’.

‘Onze waarden zijn altijd geweest
dat wanneer mensen een reëel en substantieel risico lopen
op fysieke marteling of vervolging…
wij als land altijd bereid zijn geweest om hen op te vangen’,
werd onlangs zo uitgelegd
‘deze waarden die in het verdrag zijn verankerd moeten niet worden afgeschaft.
(…) omdat dat onlosmakelijk verbonden is
met onze geschiedenis, onze traditie en onze positie als liberale democratie.’ werd erbij gezegd.

En toch is dit precies wat de PVV belooft te doen, mochten ze aan de macht komen.

Steeds meer politici hier en elders beweren
dat het Vluchtelingenverdrag en andere soortgelijke verdragen,
zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens,
hervormd – of zelfs genegeerd – moeten worden
in het licht van een sterk veranderde wereld.

Wij zijn natuurlijk niet het enige land dat met een immigratiecrisis kampt;
noch zijn wij de eersten die drastische maatregelen overwegen
om de stroom asielzoekers die ons land bereikt, in te dammen.

In zijn eerste maanden na zijn aantreden
maakte de Amerikaanse president Donald Trump
zijn eigen belofte waar om de grenzen van Amerika strenger te bewaken,
onder andere door illegale immigranten te deporteren.

Onder hen bevonden zich verschillende Iraniërs
die beweerden een gegronde vrees
voor vervolging te hebben bij terugkeer naar huis,
gezien hun openlijke bekering tot het christendom.

In mei stelde een Amerikaans congreslid voor
om de wetgeving te wijzigen
om dergelijke religieuze vluchtelingen
te beschermen tegen deportatie.
Ze noemde haar wetsvoorstel, de Artemis Act,
naar een van de Iraniërs die naar Panama was gedeporteerd.

In juni kwam de kwestie weer in het nieuws
toen een andere Iraanse asielzoeker werd gefilmd
terwijl hij een paniekaanval kreeg
toen haar man, een medechristen,
werd meegenomen door de Amerikaanse immigratiedienst ICE.

In juli reisde de dominee van het echtpaar
– eveneens een Iraanse christen
die enkele jaren geleden als vluchteling
in de Verenigde Staten was aangekomen –
naar het Witte Huis om een driedaagse hongerstaking te houden
uit protest tegen de detentie van zijn kerkleden.
En in augustus riep de dominee in een interview
op tot ‘diepgaande hervormingen’ van het immigratiesysteem.
Hij zei dat ‘de meeste [Iraanse christelijke asielzoekers in de VS]
vele malen hebben geprobeerd om via een legale weg binnen te komen,
zoals een vluchtelingentraject,
maar dat er voor Iraniërs
geen legale manier is om vluchteling te worden in de Verenigde Staten.’

Een legale weg voor religieuze vluchtelingen
is ook iets waar andere landen voor gepleit is,
want alleen al in de afgelopen twee jaar
is er menigmaal gepubliceerd over de benarde situatie
van Iraanse christelijke vluchtelingen
in Turkije, Georgië en, dichter bij huis, Zweden.
Tegelijkertijd zijn er ook zorgen geuit over Iraanse christelijke vluchtelingen
in verschillende andere landen, waaronder Armenië, Irak en Indonesië.

In elk van deze landen lijkt de gemene deler
simpelweg te zijn dat deze vluchtelingen
– hoe terecht hun claims ook zijn –
ongewenst zijn en niet vertrouwd worden door hun gastheren.

Stel je het volgende eens voor:
Als je in Nederland was en je had niets
om je kinderen of kleinkinderen te voeden, wat zou je dan doen?
Je zou naar het volgende land gaan
en hen vragen om hen te voeden.
En dat is wat het betekent
om een economische migrant te zijn.
Het gaat er niet om:
‘O, ik heb een mooie auto, maar ik wil een mooiere auto.’
Dit zijn mensen die letterlijk verhongeren
en zich zo wanhopig voelen.
En natuurlijk probeer je dan te verhuizen.

Ik weet niet zeker of Geert Wilders het ermee eens zou zijn,
maar wat je standpunt
over de noodzaak van grenscontrole ook is,
we zouden het er toch allemaal over eens moeten zijn
dat degenen die oprecht beweren
aan vervolging te zijn ontkomen,
onze hulp moeten krijgen,
of op zijn minst beschermd moeten worden door het non-refoulementbeginsel.

 

De Goeroes leken
op het eerste gezicht
op de Profeten en de Agitators.
Maar in de generaties na die eerdere tijdperken
was het moeilijker geworden om
respect te tonen voor traditie
– wat prima was, aangezien de erosie van instellingen
de tradities toch al had verzwakt
en een pad had geopend voor Goeroes
om meer invloed te verwerven
dan hun destructieve voorgangers.
Religieuze en filosofische traditie
was in de handen van de Goeroes
niet langer een vaste gids,
maar een palet om illusies
van onafhankelijkheid te schetsen.
Soms gebruikten ze het om een nieuwe realiteit te schetsen
die ondoordringbaar was voor factcheckers.

“Goeroe”, wat in het Sanskriet “verwijderaar van duisternis” betekent,
was oorspronkelijk een religieuze term.
Maar in het derde decennium van de 21e eeuw
was de meest prominente Goeroe van het land
een zakenman genaamd Donald Trump.
Trump was persoonlijk geen toonbeeld
van conventionele religieuze toewijding.
Toch hing zijn politieke carrière af van een honger
onder zijn meest toegewijde aanhangers
die alleen spiritueel genoemd kan worden.
Zoals zoveel relaties tussen charismatische leiders
en hun volgelingen,
stuitte het op verzet en woede bij buitenstaanders.
Tegen de achtergrond
van de Amerikaanse charismatische traditie
is zijn succes echter volkomen logisch.

Hoe konden vroegmoderne mystici en puriteinse ketters,
die de stem van de Heilige Geest hoorden,
dan veranderen in toegewijden
op een moderne presidentsverkiezingsbijeenkomst,
die zich verdrongen om de kandidaat
met zijn iPhone als eerste te zien,
biddend voor een selfie?
Tegen het begin van de 21e eeuw
waren de meeste religieuze instellingen
in het Westen afgegleden
tot een overblijfsel van hun vroegere gezag;
althans volgens de gebruikelijke maatstaven.
Tegenwoordig wenden commentatoren
zich meer dan ooit tot
materialistische verklaringen voor politiek disfunctioneren,
polarisatie en de algehele vertrouwenscrisis van de cultuur.
Ze wijzen op groeiende sociale ongelijkheid,
onoverbrugbare meningsverschillen over beleid,
aanhoudend racisme en xenofobie,
en kwaadaardige, geautomatiseerde krachten
die op het internet loeren.
Allemaal waar; maar allemaal ontoereikend.
Als we de religieuze impuls definiëren
als een honger naar transcendente betekenis
en een reflex om te aanbidden, te adoreren,
dan is het een menselijk instinct
dat slechts iets minder fundamenteel is
dan de behoefte aan voedsel en onderdak,
en Amerikanen zijn
niet minder religieus dan ooit tevoren.
Ze zullen altijd een manier vinden
om deze verlangens te bevredigen,
zelfs als charismatici
hen langs vreemde en kostbare paden voeren.

De beginvraag die Worthen opwierp was:
‘Wat gebeurt er als Amerikanen het vertrouwen
in hun religieuze instellingen verliezen
en politici de leegte vullen?’
Mijn vraag na lezing van dit boek is:
‘In hoeverre zien we soortgelijke ontwikkelingen in Europa?’
Want laten we eerlijk zijn:
ook in Europa is het vertrouwen
in religieuze instellingen gedecimeerd
en ook bij ons zien we dat (charismatische) politici
proberen de leegte op te vullen.
Zou de uitspraak van Nietzsche bewaarheid worden
waar hij zegt:
‘Wij hebben God vermoord, jullie en ik!
Wij zijn allemaal zijn moordenaars!‘ […]
Dwalen we niet als door een oneindig niets?
Gaapt de holle ruimte ons niet aan?
Is het niet kouder geworden?
Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller?’

Proberen ook wij Europeanen niet die leegte op te vullen
door achter (charismatische) politici aan te lopen?

 

De Experts waren, op het eerste gezicht,
de charismatische tegenpool van de Agitators.
Zij waren bouwers.
Na de Tweede Wereldoorlog profiteerden ze
van de tegenreactie op de nachtmerrieachtige jaren
van fascistische demagogen,
ze omarmden het hoogtepunt van de autoriteit
van traditionele instellingen
in de westerse cultuur en politiek,
en ze voedden het Amerikaanse geloof
in de kracht van technologie en bureaucratie
om grootschalige problemen op te lossen.
Ze claimden de mantel van rede en procedure
en deden hun best om de politieke
of religieuze invloed van charisma te beperken
tot het verre verleden of primitieve culturen.

Maar in feite zagen de drie decennia na de Tweede Wereldoorlog
een explosie van religieuze opleving in Amerika;
aangevoerd door christenen
die in tongen spraken,
christenen die uitkeken naar de eindtijd
en zij die beweerden te genezen
door de kracht van de Geest.
Zelfs op het gebied van erkende en zogenaamd seculiere genezing
werd de grens tussen geneeskunde en spiritualiteit vager.
Deze jaren vormden het hoogtepunt
van cultureel prestige voor deze mensen,
maar de langdurige ambivalentie
van de Amerikanen
ten opzichte van intellectuele elites bleef bestaan.
De meest succesvolle leiders
profiteerden van die gemengde gevoelens.
Ze koesterden de spanning
tussen wetenschap en vrijheid in de Koude Oorlog
en, aan de andere kant,
het sluimerende gevoel dat technologische sprongen
eeuwige waarheden verdoezelden
en de organiserende kracht van een goed verhaal nodig hadden.

Echter, tegen het einde van de twintigste eeuw,
toen Amerikanen hun vertrouwen verloren
in de gevestigde media, kerken,
de overheid en bijna elk ander bolwerk
van de moderne samenleving,
dook de destructieve invloed van charismatisch leiderschap
weer op in de vorm van de Goeroes:
predikers van zelfontplooiing
met plannen om snel verlicht te worden.
De ouderwetse pinksterbeweging bleef ook bestaan,
maar de leiders worstelden
om te voorkomen
dat de cultuuroorlogen
de Heilige Geest in hun greep kregen.

 

De Veroveraars kwamen
aan het begin van de negentiende eeuw op;
een tijdperk van mythologie, massamedia
en grensverleggend enthousiasme
in de Europese Amerikaanse verbeelding.
Ze weken af van het tijdperk van de Profeten,
die zoveel te zeggen hadden
over hoe machteloos de mens is.

Sommige Veroveraars
beschikten over militaire macht,
maar allemaal streefden ze
naar wat we
metafysische verovering zouden kunnen noemen.
Ze vochten om spirituele krachten te beheersen.
Naarmate het Puritanisme van eerdere generaties
zijn aantrekkingskracht verloor,
stelden meer mensen
een bijna fundamentalistisch geloof
in de kracht van de vrije wil.
Het was verleidelijk om spirituele krachten
– misschien zelfs de Heilige Geest –
te zien als een soort technologie,
klaar voor manipulatie.
De inzet van deze campagnes
was groot in een tijd
waarin nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen
hun stempel drukten op het dagelijks leven.
Immigratiegolven zorgden ervoor
dat Amerika religieus en etnisch diverser werd.
Amerikanen voelden zich vrijer
en tegelijkertijd meer beperkt dan ooit tevoren.

 

Het is nu twee jaar geleden dat Hamas
een meedogenloze aanval uitvoerde
op Israëlische burgers tijdens het Nova-muziekfestival.
Twee jaar later ligt een groot deel van Gaza in puin,
zijn er bijna 70.000 mensen omgekomen
en zet Israël zijn campagne voort om zich voor eens en altijd
te ontdoen van Hamas, een vijandige buur.
Het spook van het antisemitisme steekt opnieuw de kop
op in de straten van Nederlandse steden.
Ondertussen wacht de wereld af
of het vredesplan van Trump een kans van slagen heeft.

De wereld is ook diep verdeeld
over de vraag wie hier de schuld draagt.
Is het, zoals de Israëli’s zeggen, de schuld van Hamas,
het resultaat van een fanatieke islamistische groep,
gesponsord door Iran, die vastbesloten is
om de militante moslimcontrole over het Midden-Oosten in het algemeen
en Israël in het bijzonder uit te breiden?
Of, zoals de pro-Palestijnse menigte scandeert,
zijn we getuige van een genocide
die het onvermijdelijke gevolg is
van de voortdurende Israëlische bezetting
van de Westelijke Jordaanoever en Gaza?
Iedereen wordt onder druk gezet om een beslissing te nemen.
Aan welke kant staan we?

Maar wat als we dit conflict eens in een ander licht zouden bekijken;
niet zozeer in termen van schuld, maar van pijn?

Natuurlijk is dit niet de eerste keer dat er oorlog is
tussen het volk Israël en hun vijanden aan de kust van Gaza.

Het boek Richtere in de Bijbel
beschrijft een reeks confrontaties
van ongeveer 3400 jaar geleden tussen de Israëlieten en de Filistijnen,
die de Hebreeuwse stammen lastigvielen
en uitdaagden in hun strijd om zich in het land Kanaän te vestigen.
(NB: de Filistijnen zijn niet de etnische voorouders
van de moderne Palestijnen, ondanks de naamsgelijkenis.
De Romeinen, deels om de Joden te sarren,
besloten simpelweg
de naam van de regio te veranderen van Judea naar Palestina.)

Een van die oude verhalen vertelt over Simson,
een immens sterke Israëlitische strijder,
die talloze Filistijnen doodt
in een jarenlange golf van geweld. (Richteren 13-16)
Simson trouwt uiteindelijk met een Filistijnse vrouw, Delila,
die hem verraadt en aan zijn vijanden overlevert.
Hij wordt gevangengenomen en zijn ogen worden uitgestoken.
In een laatste gewelddaad
laat hij het dak van de Filistijnse tempel instorten
tijdens het hoogtepunt van een religieus feest,
waarbij hij zowel zichzelf als meer vijanden doodt
dan hij in zijn leven heeft gedood.

Maar naast een tragedie is dit ook een trauma.
De wortels van het trauma liggen diep verborgen
in de geschiedenis tussen Israël
en de verschillende stammen die hen omringen.
Simson is een van de velen die worden meegesleurd
in een geschiedenis van oog-om-oog geweld
die eindigt in deze scène van dood en verwoesting.
In het Bijbelverhaal raakt hij verstrikt
in een lange geschiedenis van menselijk onrecht
– als slachtoffer én dader –
die teruggaat tot Adam en Eva in het paradijs.
Het resultaat is dat Simson en zijn vijanden
allemaal dood liggen in het puin
van een ingestort gebouw in het hart van Gaza.

Dit conflict is zowel een tragedie als een trauma.
Dat klinkt somber. Toch kan dit perspectief,
ondanks de schijnbare somberheid,
een sprankje hoop bieden.

Tragedie en trauma vermijden de schuldvraag niet,
maar ze beginnen daar niet.
Ze beginnen met een houding van empathie.
Tragedie zorgt ervoor dat we even stilstaan
voordat we morele oordelen vellen
en in plaats daarvan simpelweg het verdriet,
de rouw ervan,
opmerken en ons erin verdiepen.
Wanneer we het verhaal van Simson, bekijken,
worden we simpelweg in stilte gelaten.
We overhaasten ons oordeel niet,
maar erkennen simpelweg het hartverscheurende verdriet
dat de gewone mensen ervaren die hierin verstrikt raken.
Tragedie staat naast het verdriet en de duisternis
en grijpt niet meteen naar de schuld,
omdat we beseffen dat het echte leven
meestal complexer is
en de oorzaken van conflicten ondoorzichtiger.

Tegelijkertijd dwingt het begrijpen hiervan
als trauma ons om de pijn
die aan het conflict ten grondslag ligt, te doorgronden.
Simson wordt geboren in traumatische tijden,
waarin zijn volk wordt aangevallen,
en uiteindelijk leeft hij het trauma
dat hij heeft ervaren door brute wraak op zijn vijanden.
Op dezelfde manier vinden we vandaag de dag
in dit ene kleine stukje land twee volkeren
die het trauma
van wat hen in het verleden is overkomen, beleven.
En zonder een nieuwe aanpak
zal het resultaat hetzelfde zijn:
vernietiging en verwoesting.

Het Joodse volk van vandaag, met name in Israël,
blijft diep getraumatiseerd
door de geschiedenis van antisemitisme,
die culmineerde in de Holocaust van de jaren 30 en 40.
Een vastberaden poging van een verfijnde,
moderne Europese natie
om systematisch ieder lid van het Joodse ras uit te roeien,
is niet alleen een historische gebeurtenis,
maar een waarvan de rimpelingen,
of misschien beter gezegd, stormachtige golven,
ons vandaag de dag bereiken.
Daarnaast is er de verdrijving van Joden in de 20e eeuw
uit moslimlanden zoals Syrië, Irak, Jemen,
Algerije, Tunesië en Libië.
Voor degenen onder ons die niet Joods zijn,
is de impact van zo’n realiteit moeilijk voor te stellen,
niet alleen als een historisch feit,
maar ook als een reëel gevaar in de toekomst.
Immers, als het één keer gebeurt,
kan het opnieuw gebeuren.
Het verklaart waarom Israël altijd weinig aandacht heeft besteed
aan de internationale opinie
en de resoluties van de VN
voor een staakt-het-vuren,
zoals die waartoe onlangs werd opgeroepen.

Of, zoals de Joodse schrijver Daniel Finkelstein het verwoordde:

De oorsprong van de staat Israël is niet religie of nationalisme,
maar de ervaring van onderdrukking en moord,
de angst voor totale vernietiging
en de bittere conclusie dat er niet op de wereldopinie
kon worden vertrouwd om de Joden te beschermen.
Dus wanneer Israël wordt aangespoord
om de wereldopinie te respecteren
en zijn vertrouwen te stellen
in de internationale gemeenschap,
wordt het punt gemist.
Het idee van Israël zelf is een verwerping van deze optie.
Israël bestaat alleen omdat Joden zich niet veilig voelen
als beschermelingen van de wereldopinie.
Zionisme, dat woord dat zo misbruikt en verguisd wordt,
is gebaseerd op de vastberadenheid
dat de Joden uiteindelijk op de een of andere manier
zichzelf en hun mede-Joden
zullen verdedigen tegen vernietiging.
Als de wereldopinie voldoende was, zou er geen Israël zijn.

Met zo’n trauma achter de rug
is het dan ook niet verwonderlijk
dat wanneer een moslim Joden doodt,
wanneer raketten neerregenen op Israëlische steden,
of wanneer Hamas-terroristen
door kibboetsen razen
en mensen neerschieten
alleen maar omdat ze Joods zijn,
dit precies de herinnering oproept
aan het trauma dat zij als volk hebben doorgemaakt.
Wat Palestijnen beschouwen als verzet
tegen de bezetting van hun land,
wordt door Israëliërs ervaren
als een echo van de wens
om het hele Joodse volk uit te roeien,
op een manier die rillingen over de rug doet lopen
bij iedereen die dit verhaal heeft meegemaakt.

Toch heeft het Palestijnse volk ook een eigen trauma.
In 1948, ten tijde van de oprichting van de staat Israël,
werden honderdduizenden Palestijnen
dakloos en staatloos gemaakt,
van hun huizen en land beroofd,
vaak onder bedreiging met een geweer,
en velen werden gedood door zionistische strijders.
De Arabische landen deden weinig om te helpen,
ze waren alleen geïnteresseerd
in hun eigen belangen.
De Europese landen keken toe.
Amerika bleef Israël financieren,
waardoor hun leger
elk ander leger in de regio ruimschoots overtreft,
en zeker genoeg om de stenen, messen en bommen
van verschillende intifada’s te vermorzelen.
Hun diepe gevoel van onrecht
laat ook een litteken achter,
een litteken dat door groepen zoals Hamas
nog steeds voor hun eigen doeleinden
kan worden gebruikt.

En dus, wanneer de inwoners van Gaza
vandaag de dag hun steden tot stof zien vergaan,
wanneer Palestijnen in de rij moeten staan
bij controleposten
om van de ene naar de andere plaats te reizen,
wanneer land wordt afgenomen
door de bouw van een veiligheidsmuur,
en Israëlische nederzettingen vergunningen blijven krijgen
om te bouwen op Arabisch grondgebied,
terwijl het voor Palestijnen veel moeilijker is
om een bouwvergunning te krijgen
voor de bouw van een nieuw huis,
roept dit alles de herinnering op
aan wat Palestijnen de Nakhba of de ramp noemen.
Wat Israëliërs zien als legitieme zelfverdediging,
veiligheidsmaatregelen om terroristen
op afstand te houden
en hun bevolking te beschermen,
ervaren Palestijnen als een echo
van hun eigen trauma van onteigening uit het verleden.

Het resultaat is dat beide partijen
opnieuw gevangen zitten in een cyclus van geweld,
net als Simson en zijn vijanden.
Oog om oog leidt ertoe
dat beide partijen oogloos eindigen in Gaza.

Natuurlijk kunnen we discussiëren
over welk trauma het zwaarst weegt.
We kunnen debatteren over de zwaarte van elk moreel geval,
of over waar de werkelijke schuld ligt.
Maar trauma werkt niet zo.
Trauma huist in de geest en het lichaam
en verspreidt zich, waardoor elk vermogen
om normaal te handelen
en met gevoel voor verhoudingen
en evenwicht te reageren,
wordt overschaduwd.
De effecten van trauma zijn niet opzettelijk
of logisch, maar onvrijwillig.
Reacties op trauma zijn notoir complex
en verschillen per individu.
Trauma blijft jarenlang bij individuen
en generaties lang bij gemeenschappen.

Het begrijpen van dit conflict
niet zozeer door de lens van schuld,
maar door die van pijn,
kan ons helpen dit conflict anders te begrijpen.
Natuurlijk ontwijkt het de schuldvraag niet,
want hier zijn vreselijke dingen gebeurd.
Het ontkent ook niet het recht van Israël
om zich met legitiem geweld te verdedigen
tegen de aanval van Hamas.
De meesten van ons neigen
naar de ene of de andere kant van het conflict.
Toch legt deze benadering
misschien de verantwoordelijkheid op ons,
die toekijken, om te proberen
de pijn van de andere kant te ervaren.
En wanneer het stof van de strijd neerdaalt,
belooft dat misschien een betere manier
om de cyclus van geweld in de toekomst te doorbreken.

Door dit conflict te begrijpen als zowel tragedie als trauma,
kunnen we het in een nieuw licht zien.
En misschien geeft het ons een sprankje hoop op een uitweg.
De herinnering verdwijnt nooit,
maar traumaslachtoffers kunnen manieren vinden
om de herinnering aan wat hen is overkomen
op verschillende manieren te benaderen.

Het verhaal van Simson eindigt
met vernietiging en zijn begrafenis in het familiegraf.
Het eindigt met de dood.
Binnen het lange verhaal van de Bijbel
wordt de chaotische periode van de Richteren
echter vervangen door de monarchie
– de koningen van Israël, van wie koning David de beste is –
een heerser met gebreken,
maar beschreven als ‘een man naar Gods hart’.
Daarnaast wijst het verhaal van David
op een latere heerser,
eveneens geboren in Bethlehem,
wiens heerschappij niet inhield
dat hij zijn vijanden haatte en doodde,
maar dat hij hen liefhad tot het punt
dat hij voor hen stierf,
en zo uiteindelijk vrede bracht.

Het is dat soort Jezus-achtige,
zelfopofferende, radicale leiderschap
voor beide kanten
dat een uitweg kan bieden
uit de cyclus van geweld en haat
die er was in de tijd van Simson,
en die er vandaag de dag nog steeds is.

Alleen leiders die er niet op uit zijn
om alles te doen wat nodig is
om aan de macht te blijven,
noch bereid zijn anderen op te offeren
voor hun eigen doeleinden,
die zich niets aantrekken
van hun persoonlijke reputatie,
maar bereid zijn om de riskante weg
van verzoening te bewandelen,
alleen dit soort leiderschap
kan ons voorbij de tragedie
en het trauma van het verleden
naar een hoopvollere toekomst leiden.

Het laatste woord komt misschien van Audeh Rantisi,
een Palestijn die in 1948 uit zijn huis in Lydda werd gezet.
Hij werd later Anglicaans priester
en activist voor verzoening
tussen Joden en Arabieren
voor de noodzaak voor beiden
om de littekens en de menselijkheid
van de ander te erkennen.
Hij zei:

Ik draag nog steeds
de emotionele littekens van de zionistische invasie.
Toch zie ik als volwassene
wat ik toen niet helemaal begreep:
dat de Joden ook mensen zijn,
zelf gedreven door angst,
slachtoffer van de ergste gruweldaden
uit de geschiedenis,
fanatiek, soms bijna gedachteloos op zoek naar veiligheid.
Vier jaar na onze vlucht uit Lydda
wijdde ik mijn leven
aan de dienst van Jezus Christus.
Net als ik en mijn medevluchtelingen
had Jezus in barre omstandigheden geleefd,
vaak met slechts een steen als kussen.
Net als zijn mede-Joden tweeduizend jaar geleden
en de Palestijnen vandaag de dag,
beheerste een externe macht
zijn thuisland – mijn thuisland.
Ze martelden en vermoordden
hem in Jeruzalem,
op slechts vijftien kilometer van Ramallah,
mijn nieuwe thuis.
Hij was het slachtoffer van vreselijke vernederingen.
Niettemin bad Jezus
voor degenen die zijn dood bewerkstelligden:
“Vader, vergeef hun…”

Kan ik minder doen?

 

In de afgelopen vier eeuwen
zijn er dus vijf typen charismatische leiders
dominant geworden,
elk met een variatie op de grote paradox:
de wijze waarop volgelingen de controle overdragen
terwijl ze zich bevrijd voelen.
Worthen gebruikt deze categorieën
om zowel om leiders en hun bewegingen te classificeren
als om historische verandering in kaart te brengen:
elk type reageert op het type
dat eraan voorafging
en reageert op de druk en angsten van het eigen tijdperk.
Zoals alle typologieën sluit deze niet perfect aan bij echte mensen.
Bijna niemand is een ‘zuiver’ voorbeeld
één van deze categorieën,
en sommige leiders zijn juist interessant
omdat ze zich verzetten
tegen het dominante type van hun tijd.
Máár deze categorieën hebben zelfs leiders
die zich onttrokken aan gemakkelijke etiketten
– en dat zijn de meesten –
ertoe aangezet om te reageren
op de opkomende charismatische stijl van hun tijd.

De Profeten nemen ons mee
van het einde van de Middeleeuwen
naar iets dat begint te lijken
op onze eigen wereld.
Ze maakten gebruik van oude patronen
van contact met het goddelijke
om autoriteiten uit te dagen
en volgelingen te boeien
met de angst en extase van Gods aanwezigheid.
Ze hielden zich nauw aan de traditie
en opereerden in een tijd
waarin de beperkingen van de Oude Wereld
het leven in de Nieuwe Wereld
nog steeds sterk beperkten.
Maar sommigen gebruikten
die tradities om heersende instellingen te ondermijnen,
hetzij door gewelddadige rebellie,
hetzij door illegale bijeenkomsten
en riepen zo een tegenreactie op.
Als de Profeten vrijheid opvatten
in termen van goddelijke verlossing,
gebruikten ze vaak mystieke kracht
voor aardse doeleinden.
Meestal betekende dit het ontmantelen
van elke structuur die God in de weg stond.
De Profeten waren in wezen dus vernietigers.
In hun kielzog maakten ze de weg vrij
voor een tijdperk van de opbouwers, de Veroveraars.