Still uit de film Bonhoeffer. Pastor. Spy. Assassin.
Dietrich Bonhoeffer heeft zijn 40ste verjaardag nooit gehaald.
Hij werd ter dood veroordeeld in een schijnproces in het concentratiekamp Flossenbürg. Hij werd naakt, naar de galg geleid en in april 1945 op direct bevel van Adolf Hitler geëxecuteerd; officieel wegens verraad.
Sindsdien zijn Bonhoeffers leven en gedachten onderhevig geweest aan projecten en wensvervulling. Bonhoeffer is geseculariseerd, geliberaliseerd, geradicaliseerd en gepopulariseerd door mensen uit het hele religieuze en politieke spectrum, op manieren die slechts een oppervlakkige zorg voor historische feiten en weinig (of geen) begrip van zijn literaire nalatenschap laten zien. Onlangs en opmerkelijk genoeg, in feite weerzinwekkend, is Bonhoeffers naam zelfs gebruikt door de Amerikaanse rechtse Heritage Foundation om het zogenaamde ‘open-grenzenactivisme’ en ‘milieu-extremisme’ van Amerikaanse links te veroordelen in hun Project 2025, een verlanglijst voor het presidentschap van Donald Trump.
Het was dan ook met gemengde gevoelens dat ik de nieuwe film Bonhoeffer: Pastor. Spy. Assassin ben gaan kijken.
Uitgebracht door het christelijke productiebedrijf Angel Studios heeft de film de volgende trailer:
‘Terwijl de wereld op de rand van vernietiging balanceert, wordt Dietrich Bonhoeffer meegesleurd in het epicentrum van een dodelijk complot om Hitler te vermoorden. Met zijn geloof en lot op het spel, moet Bonhoeffer kiezen tussen het hooghouden van zijn morele overtuigingen of alles op het spel zetten om miljoenen Joden te redden van genocide. Zal zijn verschuiving van het prediken van vrede naar het beramen van moord de loop van de geschiedenis veranderen of hem alles kosten?’
De bijbehorende afbeelding toont de pacifisme predikende Bonhoeffer met een pistool in zijn hand.
Zoals elke biopic voor het grote scherm, mengt de film Bonhoeffer feiten en fictie met een flinke scheut artistieke en filmische vrijheid. Deze vrijheid is natuurlijk noodzakelijk voor de kunst van het scenarioschrijven: tijd moet worden gecomprimeerd; biografie moet worden verlevendigd; karakters van mensen moeten worden gedemonstreerd; want uiteindelijk moet de film worden bekeken.
Het lijdt geen twijfel dat Bonhoeffer tijd doorbracht aan het Union Theological Seminary in New York en dat hij daar klaagde over de staat van de Amerikaanse theologie; dat hij actief deelnam aan de Abyssinian Baptist Church in Harlem en goede vrienden werd met een Afro-Amerikaanse student genaamd Frank Fisher.
Maar leren jazzpiano spelen in een nachtclub in Harlem? Met de kolf van een geweer worden geslagen door een racistische hoteleigenaar? En een vurig voorvechter worden van Afro-Amerikaanse burgerrechten? En de fictieve Harlem-preek bevat ook een verwijzing naar de executie van 33.000 Joden nabij Kiyv – het bloedbad van Babi Yar, dat pas in september 1941 plaatsvond. Bonhoeffers verblijf in Harlem stond inderdaad centraal in zijn denken, met name over kwesties die verband hielden met ras. Toch bagatelliseert de vermenging van gebeurtenissen die plaatsvonden rond het hoogtepunt van de genocide (de meeste Joden die tijdens de Holocaust werden vermoord, stierven in 1942 en 1943) met gebeurtenissen en geschriften uit de zomer voor de oorlog de ontwikkeling van Bonhoeffers theologie; zoveel van zijn denken was een nauwgezette maar directe reactie op wat hij met eigen ogen zag.
Er bestaat ook geen twijfel over dat toen Hitler aan de macht kwam, dat Bonhoeffer zich uitsprak tegen de gevaren die inherent waren aan het Führer-concept en dat hij in de jaren dertig onverzettelijk kritiek uitte op het nazisme en de nationaalsocialistische ideologie.
In de film krijgt hij de volgende woorden in de mond gelegd: ‘Ik kan niet blijven doen alsof bidden en onderwijzen genoeg is.’ ‘Vuile handen … Dat is alles wat ik te bieden heb.’ Of, als antwoord op de vraag van zijn vriend en student Eberhard Bethge, of Hitler de eerste kwaadaardige leider is sinds de Schrift werd geschreven: ‘Nee. Maar hij is de eerste die ik kan stoppen.’
Waren dit ooit zijn woorden?
Nee, niemand zal ook betwisten dat Bonhoeffer een ondergronds seminarie leidde in Finkenwalde om toekomstige predikanten van de Bekennende Kirche in Duitsland op te leiden; of dat hij zei: ‘Elke roep van Christus leidt tot de dood’. Maar de film verdraait ook enkele belangrijke aspecten van de bredere historische context. Cruciaal is dat Hitler en de nazipartijleiding, net als – foutief – in Eric Metaxas’ Bonhoeffer-biografie, worden afgeschilderd als degenen die de Deutsche Evangelische Kirche (Duitse Protestantse Kerk, DEK) overnemen en die hun greep daarop blijkbaar nooit opgeven, waarmee ze een Reichskirche creëren. Ondertussen bestrijdt de Bekennende Kirche – hier geleid door Bonhoeffer en Niemöller – moedig de nazi’s, met name hun anti-joodse beleid en acties, waaronder de Holocaust. Dit misleidende verhaal suggereert dat er twee kanten aan de Kerkstrijd waren: de (ogenschijnlijk onverschrokken) Bekennende Kirche en de Reichskirche, die in de film het restant van de DEK vertegenwoordigt, die zogenaamd door Hitlers ‘brute nationalisme’ was ingelijfd.
Deze versie van de kerkstrijd versmelt de Rijkskerk, de aanzienlijke minderheidsfractie van de DEK, de Duitse christenen, die gretig vele aspecten van het nazisme omarmden en ‘gedejudaïseerde’ Bijbels en gezangboeken creëerden en gebruikten. Toch laat ze de meerderheid van de Duitse protestanten volledig buiten beschouwing, die ervoor kozen zich niet aan te sluiten bij de Duitse christenen of de Bekennende Kirche. Ze verzwijgt ook het feit dat Hitler uiteindelijk het idee van een Rijkskerk opgaf.
Maar wat wel betwistbaar is, is dat (zoals de film suggereert) Finkenwalde een veilige haven was van waaruit een complot om Hitler te vermoorden werd gelanceerd, en dat Bonhoeffers meest memorabele aforisme van christelijk discipelschap bedoeld was om te worden samengevoegd, zoals in de film gebeurd, met beelden van een samenzweerder die een zelfmoordbom voorbereidde.
En Bonhoeffer sloot zich zeker aan bij de Duitse militaire inlichtingendienst en fungeerde als een soort dubbelagent. Hij gaf zeker informatie over de samenzwering door aan internationale kerkleiders tijdens zijn reizen buiten Duitsland. Hij wist zeker van zowel ‘Unternehmen Sieben’ (een plan om een kleine groep Joden en Joodse christenen uit Duitsland te smokkelen naar veiligheid in Zwitserland), als het geplande complot om Hitler te vermoorden.
Maar om, zoals de film ook doet, te suggereren dat Bonhoeffer centraal stond in deze plannen en er persoonlijk bij betrokken was, of dat hij via bisschop George Bell aan Winston Churchill vroeg om te lobbyen voor het leveren van een bom die de samenzweerders konden gebruiken om Hitler te doden, is niets meer dan een zeer omstreden en zelfs samenzweringstheorie. Andere scènes zijn – onbedoeld – onnauwkeurig of ‘metaforisch’. Wanneer Martin Niemöller het (inmiddels beroemde) gedicht ‘Als die Nazis die Kommunisten holten..’ voordraagt, doet hij dat met een donderende preek op profetische wijze, alsof hij die beroemde woorden al uitsprak voordat de nazi’s ‘hem kwamen halen’. In de film wordt de preek blijkbaar in 1944 gehouden, hoewel Martin Niemöller in 1937 werd gearresteerd en in 1944 in Dachau zou zijn geweest (de Niemöller in de film verklaart tijdens de preek dat hij ‘dertien jaar’ hun predikant was geweest; Niemöller werd in 1931 predikant in Berlijn-Dahlem). Wat bekend zou worden als Niemöllers ‘bekentenis’ werd pas na de oorlog uitgesproken, dus na zijn zeven jaar durende opsluiting in eerst een Berlijnse gevangenis, vervolgens Sachsenhausen en uiteindelijk Dachau.
Zeker, Bonhoeffers leven en gedachtegoed zijn duidelijk boeiend, maar het is ook complex.
Bonhoeffer liet een reeks boeken, essays, preken, onafgemaakte manuscripten, werknotities en brieven na, die allemaal notoir moeilijk te interpreteren zijn. Bonhoeffer walst over deze moeilijkheid en complexiteit heen en trivialiseert daarmee de erfenis van een hedendaagse, gemartelde christelijke heilige. De film vertelt ook gedeeltelijk een onwaar verhaal: het verhaal van een man die voorbestemd is, ja vastbesloten, om een leven van gebed, onderricht en diplomatie te verloochenen om een potentiële huurmoordenaar te worden en zich koste wat kost bezig te houden met gewelddadige politieke spionage en activisme.
Dit alles is (heel) ver verwijderd van de man die in 1930 Amerikaanse christenen aanspoorde om te onthouden dat ze broeders en zusters hebben ‘in elk volk,’ niet alleen in hun eigen volk, en dat als het volk van God verenigd zou zijn, ‘geen nationalisme, geen haat van rassen of klassen zijn plannen kan uitvoeren en (…) de wereld vrede zal hebben.’
Zeker, het is gebruikelijk dat filmmakers gebeurtenissen samenvoegen om een verhaal efficiënter te kunnen vertellen. Maar het verhaal van de film is een heel eind verwijderd van de man die in november 1940 schrijft dat ‘radicalisme,’ en ‘christelijk radicalisme’ in het bijzonder, ‘voortkomt uit een bewuste of onbewuste haat (…) jegens de wereld, of het nu de haat is van de goddelozen of van de vrome.’
En het is een heel eind verwijderd van de man die met Kerst 1942 reflecteert op de ‘onvergelijkbare waarde’ van het hebben geleerd ‘de grote gebeurtenissen van de wereldgeschiedenis van onderaf te zien, vanuit het perspectief van de verstotenen, de verdachten, de mishandelden, de machtelozen, de onderdrukten en verguisden, kortom vanuit het perspectief van het lijden.’
de film Bonhoeffer loopt daarom het risico Bonhoeffers erfenis als theoloog, pastor en man van verzet bloot te stellen aan nog meer misbruik. In een tijd waarin het politieke en religieuze discours steeds meer doorspekt is met xenofobe, autoritaire en nationalistische retoriek, en in het slechtste geval christelijk nationalistische retoriek, is dit niet wat nodig is. Het is niet verrassend dat Bonhoeffer-experts over de hele wereld en Bonhoeffers eigen familie zich zorgen maken.
Maar is Bonhoeffer desondanks de prijs van een kaartje waard? Na het zien van de film blijft het bij mij toch knagen. Want naast het pathetisch overdreven Amerikaans-Duitse accent van de acteurs, naast de enorm vrije omgang met situaties en teksten uit de Bijbel, de enorm vrije filmische brei en fouten van fictie en geschiedenis, blijf ik het mij afvragen: is dit nu wel of niet een goede kennismaking met de figuur van Dietrich Bonhoeffer? ‘Tuurlijk, er is inhoudelijk heel, heel veel mis met deze film, – maar dat geldt voor mij ook met de jaarlijkse The Passion op tv – kan het dan toch niet een ingang vormen voor mensen als kennismaking met Dietrich Bonhoeffer?
Misschien verrassend genoeg denk ik dat het dat wel is: al was het maar vanwege de ontknoping.
In een opeenhoping van verfraaide feiten zijn de laatste scènes van de film ook enorm aangrijpend en diep ontroerend. Kort voor zijn executie gaat Bonhoeffer zijn medegevangenen voor in het ochtendgebed, waarbij hij brood breekt en wijn met hen drinkt als herdenking van de dood van Jezus Christus. Vervolgens loopt Bonhoeffer in vrede naar de galg, wetende dat voor hem, als discipel van Jezus Christus, zijn dood slechts het begin van het leven is.
Het is zo’n standvastige hoop, in het aangezicht van alle vernederende absurditeit van menselijke tegenstrijdigheden (om wat woorden van Fjodor Dostojevski te lenen), waar de kerk en onze wereld vandaag de dag misschien het meest wanhopig behoefte aan hebben.
Ik moest twee keer met mijn ogen knipperen, toen ik mij plotseling realiseerde wat er gebeurde: president Trump en president Zelensky die in een tête-à-tête met elkaar spraken op de begrafenis van paus Franciscus. Dit was zó belangrijk!
De meeste berichtgeving over de requiemmis van paus Franciscus richtte zich toch op het ‘spektakel’ of de kans voor wereldleiders om contact te leggen. Het is verleidelijk om te denken dat het hoofdpodium van de Sint-Pietersbasiliek eigenlijk een bijzaak was van de marginale gebeurtenissen van politici die de wereld verdeelden. Met alle planning die gepaard gaat met gebruikelijke geopolitieke topconferenties, heeft het Vaticaan een spectaculair, geïmproviseerd decor geboden.
Toch kijk ik hiernaar met gemengde gevoelens. Maar als het om zaken van leven en dood gaat, is er geen betere locatie dan een begrafenis.
Dit veronderstelt natuurlijk dat leiders de tegenwoordigheid van geest hebben om het dode lichaam voor zich te erkennen (niet ‘overleden’), in plaats van alleen maar de handelingen te verrichten en na te denken over de fotomoment. Maar de raderen van de dood kunnen niet worden vermeden.
‘Bittere rivalen kunnen de rituelen van de sterfelijkheid erkennen‘ werd er ergens door een analist geschreven. Verhalen over leiders die recent begrafenissen bijwoonden, zijn soms onthutsend. De begrafenis van paus Franciscus was niet anders: Een onhandige Trump bijvoorbeeld die door zijn vrouw moest worden aangespoord om mee te doen met het gebruik van de vredesgroet.
Naast degenen die Franciscus prioriteit gaf – degenen die naar de marge werden verdrongen – was er een kritische ‘massa’ op de begrafenis aanwezig van mensen die zich in het hart van de samenleving bevonden: Er waren 170 delegaties, waaronder 50 staatshoofden, 15 regeringsleiders en 12 regerende monarchen. Treffend wordt er dan bericht: ‘Omdat de dood altijd bij ons is (…) bestaat er weinig twijfel over dat deze begrafenis nu de belangrijkste ceremoniële gebeurtenis is in het wereldwijde diplomatieke systeem’.
Daarom moest deze onwaarschijnlijke kans op bilaterale diplomatie ten volle worden benut.
Juist omdat begrafenissen, terwijl de lichamen in het graf neerdalen, ons uit het alledaagse, de 24-uurs nieuwscyclus en het doomscrollen verheffen, bieden ze ons de mogelijkheid om contact te maken met wat er echt toe doet. Minder dan 24 uur voor zijn dood sprak de paus op Paaszondag de woorden:
Christus is verrezen! Deze woorden vatten de hele betekenis van ons bestaan samen, want we zijn niet gemaakt voor de dood, maar voor het leven. God schiep ons voor het leven en wil dat de menselijke familie weer opstaat!
En nu onze wereldorde wankelt, zou de menselijke familie wel eens weer kunnen opstaan wanneer de machthebbers elkaar ontmoeten op een begrafenis.
Zeker, we zullen moeten afwachten of de geopolitieke ontmoetingen die hebben plaatsgevonden, vruchten afwerpen. Maar we mogen in die hoop leven. Als wereldleiders lering zouden trekken uit de raadselachtige, overleden paus, zouden ze inzien dat hij als teflon was voor de politieke etiketten die mensen hem probeerden op te plakken. Je krijgt de indruk dat hij streefde naar iets blijvenders dan soundbites, snelle overwinningen en populariteit.
Ik zou er ook aan toe willen voegen dat begrafenissen er zijn voor de levenden. Begrafenissen helpen ons te rouwen. Ze helpen ons verlies te verwerken, en daarom blijven de ‘stoffelijke resten’ bestaan. De oude verklaringen, de preek, het breken van het brood en het uitschenken van de wijn, ja zelfs de theatrale aspecten, helpen ons ons eigen leven te plaatsen op een wereldtoneel waar we zowel bijfiguren zijn als ook de onverdeelde aandacht van vele toeschouwers waard zijn.
In een wereld waar geopolitiek miljoenen mensen dreigt te depersonaliseren en te ontmenselijken, botsen begrafenissen onvermijdelijk tussen het universele en het individuele. De context van aanbidding en dankzegging tilt ons ook uit de aantrekkingskracht van de vluchtigheid van natiestaten en ons eigen leven, om de mogelijkheid te ontdekken en te laten draaien om Iemand die veel grootser en standvastiger is. Net als bij diplomatie is er geen betere plek om de dood te overdenken dan een begrafenis.
De dubbelheid van deze wereld zit me dwars. Bijvoorbeeld de gruwelijke beelden vanuit de Oekraïne of uit het Midden-Oosten, de complete verwoesting van steden, miljoenen vrouwen en kinderen op de vlucht; is dit nu ‘beschaafd’ 2025? Aan de andere kant lacht het voorjaar ons tegemoet, de zon krijgt de overhand, de natuur kondigt de nieuwe lente aan en ondanks alle ellende in de grote wereld om ons heen werd het gewoon Pasen. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille.
Denk aan een pauw. Als je de pauw van de voorkant ziet, heeft hij prachtig mooie veren. Als de pauw zijn staart opzet, is het een lust voor het oog. Wat heeft God zo’n pauw mooi gemaakt! Maar hebt u een pauw wel eens in de kont gekeken? Diezelfde pauw wel eens van de achterkant gezien? Hoe lelijk ‘t-ie-dan is? Bruine veren, vieze achterkant. Toch is het één en dezelfde pauw. Zijn mooie voorkant en zijn lelijke achterkant. Die pauw heeft maar één Schepper. God heeft die pauw geschapen, zijn voorkant én zijn achterkant
God schiep niet alleen de pauw, God schiep deze hele wereld. Met zijn voorkant en zijn achterkant. Ook in uw en mijn leven. De mooie en de moeilijke kanten. Goed bestaat niet zonder slecht. Mooi bestaat niet zonder lelijk. Zo zit deze wereld in elkaar. We zijn hier nog niet in het paradijs. Het kwaad is hier in alle soorten en maten. Palmpasen is feestelijke intocht en tegelijkertijd het begin van het einde. Heden Hosanna, morgen kruisigt Hem. Pasen is kruis, graf en dood, maar ook opstanding en nieuw leven. Ook hier geldt, het één bestaat niet zonder ander. Dat is geloven: aan de ene kant je hart en je ogen open houden voor de pijn en de lijdensweg, die mensen in deze wereld moeten gaan. Maar er niet in blijven hangen, er niet aan ten ondergaan. Want die andere kant mag je ook zien: een nieuwe toekomst, die heeft God ons heeft beloofd met de Opstanding van Jezus zelf.
En mocht je dat soms even kwijt raken, denk dan aan de pauw.
De laatste tijd lijkt er enorm veel belangstelling te ontstaan voor de meeslepende Netflix-drama Adolescence. Zelfs zoveel dat er nu naar aanleiding van de problematiek die serie wil agenderen een lespakket wordt ontwikkelt. Zeker, Adolescence is een deels verzonnen verhaal maar het wil wel échte problematiek aan de kaak wil stellen. Het feit is dat het (mannelijke) brein enorm wordt beïnvloed door content, inhoud, die te vinden is op sociale media. Dat betekent dat mensen die extreem geweld zien op de sociale media die ook vaker bezigen in het échte leven.
Want hoe zit het met de rol van sociale media in deze verhalen? De perstonnages in Adolescence werden geradicaliseerd door de gewelddadige content die ze online hadden bekeken. Op sociale media doet extreme content het goed, vooral op sites zonder filters voor pornografie en geweld. Ze zaten opgesloten in een konijnenhol, een bubbel waar ze geen oog ben oor meer hadden voor andere zaken. En ook in het echte leven beginnen we langzamerhand te ontdekken dat contentalgoritmes niet neutraal zijn, maar ons juist opsluiten in echokamers die ons doelbewust vormen tot betere consumenten van content, reclame en objecten. Sociale media verzamelen onze data en verkopen die door, wat betekent dat ze ons als product cultiveren.
Toch verhullen deze manipulaties het diepste probleem. Sociale media depersonaliseren ons, verhinderen ons om een echte menselijke verbinding aan te gaan en verdraaien onze kijk op iedereen behalve onszelf. De Duitse filosoof Martin Buber maakte onderscheid tussen twee verschillende manieren waarop mensen in de wereld kunnen bestaan.
De ene was Ik-Het; een persoon behandelt iedereen en alles waarmee hij of zij in contact komt als een ‘Het’, iets om te gebruiken of uit te buiten.
De andere was Ik-Gij, waarbij mensen ieder ander mens benaderen als een uniek wezen, met middelen om het Ik aan te bieden, wat ervoor zorgt dat er een wederzijdse, open, actuele verbinding ontstaat. Voor Buber was de ultieme ‘Gij’ God, met wie mensen de diepste en meest transformerende verbinding kunnen hebben.
Sociale media zorgen ervoor dat we het leven in de ‘ik/het’-modus zien door oprecht contact met anderen te vermijden en een nep-bestaan te bieden die nooit open kunnen staan voor oprechte verbinding met anderen. Liefde en genegenheid worden gecommercialiseerd: likes, volgers, reacties. Onze presentatie van onszelf wordt extremer, perfecter, mooier, om nieuwe zaken op te blijven delven. Onze ogen en ons hart worden naar binnen gedwongen en we verliezen elk gevoel van een ‘Jij’ onderweg. We blijven gewoon het ik tegenkomen: onze eigen gedachten, behoeften, verlangens, zelfgeradicaliseerd door ons eigen brein dat op een eilandje blijft zitten.
Kerkvader Augustinus ontwikkelde in de vierde eeuw het idee van de ‘erfzonde’. Alle mensen zijn vatbaar voor vernietiging: het zit in ons DNA. Het bewijs voor zo’n idee is te vinden in elke menselijke ervaring, als degene die vernietigt en degene die vernietigd wordt. Zonder controle, zonder oprechte verbindingen met anderen om ons hart uit te dagen en te verruimen, graaft een ik/het-leven steeds dieper in deze destructieve impulsen totdat onze menselijkheid verdraaid wordt tot gewelddadige obsessies.
Het ik/het-leven richt zich volledig op zelfverheerlijking via alle mogelijke middelen, iets wat versterkt wordt door sociale media. Wat als we niet genoeg likes, volgers en reacties krijgen? Wat als we zelfverheerlijking niet kunnen bereiken via de meer banale media van aantrekkingskracht, aandacht en populariteit?
De personnages uit Adolescence zeiden dat ze berucht wilden worden en probeerden de meest extreme uitingsvorm voor hun geweld te vinden om ervoor te zorgen dat ze nooit vergeten zouden worden. Helaas ze zullen niet de laatsten zijn. De persoon in Adolescence blijft zijn misdaad ontkennen, maar in aflevering drie van Adolescence stelt hij dat hij het jonge meisje dat hij vermoordde, alles kon aandoen wat hij wilde. Dezelfde impulsen komen terug; andere als objecten om te gebruiken voor zelfbevrediging.
De goede bedoelingen voor menselijk contact, waar sommige van die vroege socialemediasites voor bedoeld waren, zijn grotendeels verloren gegaan. Maar de goede bedoeling kan blijven bestaan in ons eigen voornemen om een ik/gij-leven te leiden. Door sociale media naast ons neer te leggen en verbindingen met mensen in de echte wereld aan te gaan door de ander met nieuwsgierigheid en openheid te bekijken, zorgen we ervoor dat we ons hart voortdurend naar buiten richten, oprechte relaties omarmen en ruimte in ons hart vinden om aan de ander te denken vóór onszelf. Dit zijn de relaties die ons menselijker zullen maken.
Uiteindelijk had Buber gelijk dat de ultieme ‘jij’-verbinding die we kunnen maken, die met God is. Het christelijke verhaal zit vol met Gods verlangen om een relatie met de mensheid te zoeken, om ons in staat te stellen een verbinding met God te vinden die onze eigen menselijke ervaring overstijgt en ons transformeert tot mensen die langzaam groeien, weg van onze destructieve instincten.
Wat zou het christelijk geloof kunnen bijdragen aan het gesprek over de cultuur waarin jonge mannen opgroeien? Een ik/gij-leven leiden dat nieuwsgierig, open en op zoek is naar de meest ware goddelijke en menselijke verbinding. Zo’n leven zou zelfs degenen kunnen raken die geteisterd zijn door sociale media en genegeerd worden door andere ik/het-levens. Het zou hen zelfs kunnen inspireren tot mededogen en nieuwsgierigheid, waardoor ze verder kijken dan de inhoud die hen naar binnen keert, zich naar buiten keren en een gezondere toekomst vinden.
De titel van deze blog is ontleend aan ‘In paradisum’ een gezang dat deel uitmaakt van de requiemmis.
Gister op Paasmaandag overleed paus Franciscus op de leeftijd van 88 jaar. Hij leek half hersteld van een maand ziekenhuisopname vanwege een longontsteking en zegende op Paaszondag zelfs de menigte die zich op het Sint-Pietersplein had verzameld vanaf het balkon. Moge hij rusten in vrede.
Hij werd in 1936 in Buenos Aires geboren als Jorge Mario Bergoglio, als zoon van twee Italiaanse immigranten die een leven zochten zonder Mussolini’s fascistische heerschappij. Helaas kon dit hun zoon niet behoeden voor dictaturen – in de jaren 70 werd de Argentijnse regering omver geworpen door een militaire junta, die zich fel verzette tegen het socialisme.
Dit stukje biografie is essentieel om een genuanceerd beeld van paus Franciscus te schetsen.
In 1958 trad hij toe tot de Sociëteit van Jezus, een religieuze orde die half opgericht was om een reactie te vormen op de protestantse Reformatie. Hun oorsprong in de apologetiek heeft de ‘jezuïeten’ een reputatie van softie ten aanzien van de leer gegeven. Toen hij op 13 maart 2013 werd verkozen tot paus Franciscus, zagen sommigen een aanwijzing dat deze paus een hervormer was.
Velen zagen dat paus Franciscus tijdens zijn pontificaat dit probeerde waar te maken: In 2021 beperkte de paus het gebruik van de traditionele Latijnse mis, een stap die gemeenschappen die de overstap naar volkstaaldiensten in de jaren 60 betreurden en ernstig beledigde. In 2023 bevestigde hij dat priesters mensen in ‘niet reguliere verbintenissen’ mogen zegenen, zoals paren van hetzelfde geslacht en hertrouwde stellen, maar níet als een zegen voor de verbintenis. Tóch wordt hij ook gezien als een wind van verandering – openhartig, populair en oprecht nederig in zijn dienende leiderschap.
Maar tijdens zijn tijd als hoofd van de Argentijnse jezuïeten was de jonge pater Bergoglio naar buiten toe conservatief en verzette hij zich tegen de linksgeoriënteerde bevrijdingstheologie die de Latijns-Amerikaanse conferenties en seminaries van die tijd overspoelde. Als paus kon hij zo nors en traditioneel zijn als maar kan. Zijn antwoord op de vraag van een interviewer of vrouwen in 2024 tot de priesterwijding toegelaten konden worden, begon met een bot ‘nee’. Hij kwam in de problemen toen hij in een openhartig gesprek over de sfeer in sommige katholieke seminaries een negatieve belediging uitsprak voor homo’s. De naam die hij koos, Franciscus, naar de heilige van Assisi, was meteen een heel programma. Franciscus van Assisi stond immers ook voor de heropbouw van een vervallen kerk. Ook bij het aantreden van de nieuwe paus verkeerde de Rooms-Katholieke Kerk immers in stormachtig weer: misbruikschandalen, gesjoemel in de bank van het Vaticaan en misstanden in de Romeinse curie, het ambtenarenapparaat van de kerk. Paus Franciscus maakte meteen na zijn benoeming meteen werk van de noodzakelijke hervormingen, waarbij hij voortbouwde op de fundamenten die Benedictus had gelegd. Door gerichte benoemingen probeerde Franciscus het Vaticaanse bestuursapparaat doeltreffender en transparanter te maken.
Ook stond Franciscus voor een arme kerk voor de armen, voor barmhartigheid voor armoede, nederigheid, voor eenvoud, voor zorg voor de schepping, en voor vrede en interreligieuze dialoog. Zo ging Franciscus van Assisi in tijden van de kruistochten bijvoorbeeld langs bij de sultan van Egypte. Met dat voorbeeld in gedachten zou paus Franciscus geregeld naar moslimlanden reizen, en de broederlijkheid met moslims verdedigen. En liefde voor de schepping vertaalde zich dan weer in een bijzondere aandacht voor ecologie. Franciscus werd de eerste paus die zo sterk de nadruk zou leggen op klimaatverandering. Hij schreef met Laudato Si’ de eerste encycliek over de kwestie. In 2020 schreef hij de sociale encycliek Fratelli tutti, een geschreven ‘I have a dream’. Daarin tekende hij een wereld – en wegen daar naartoe – waarin vluchtelingen worden verwelkomd, de doodstraf niet meer bestaat, er geen oorlog meer wordt gevoerd, het milieu voor de winst gaat, de kloof tussen arm en rijk bijna verdwijnt en mensen elkaar als broeders en zusters zien. Hij dacht meer vanuit de mens dan vanuit de leer. Meer dan zijn voorganger Benedictus XVI, legde Franciscus de nadruk op de praktische kant van het geloof. Hij wilde de kerk van binnenuit hervormen en de geestelijken en parochianen meenemen op de weg van een belerende naar een luisterende, gastvrije kerk.
Maar toch… Te liberaal voor de conservatieve gelovigen, en te traditioneel voor de liberale katholieken. Franciscus was een paus met een duidelijk profiel: sociaal progressief inzake onderwerpen als armoede, ongelijkheid en de zorg voor de schepping, conservatief op het gebied van abortus en euthanasie. Anders dan zijn voorgangers gaf hij ruimte aan vragen rond celibaat en vrouwelijke ambtsdragers, al veranderde de leer niet. De taal en de stijl waren veranderd, maar de kerk bleef vooral zoals ze was.
Wat tekende paus Franciscus dan precies? Wat hij volgens mij leerde van de militaire machtsovername in de jaren zeventig, was de prijs van idealisme, aan beide uiteinden van het politieke spectrum. Hij was, naar mijn mening, een pragmaticus. Geen academicus zoals zijn voorganger, paus Benedictus XVI, en, in tegenstelling tot paus Johannes Paulus II, was er geen duidelijk politiek doel in de vorm van de uiteenvallende Sovjet-Unie. Franciscus was paus in een veel complexere wereld, die steeds meer een duidelijke morele basis miste en het steeds moeilijker vond om te reageren op enorme technologische en sociale veranderingen. Toch deed hij wel een dappere poging om het huidige obsessieve consumentisme te agenderen, bijvoorbeeld in zijn encycliek Dilexit Nos uit 2024:
‘Om de liefde van Jezus tot uitdrukking te brengen wordt vaak het symbool van het hart gebruikt. Sommigen vragen zich af of dit symbool nog steeds betekenisvol is. Maar omdat wij geneigd zijn oppervlakkig en snel te leven zonder uiteindelijk te weten waarom, en omdat wij geneigd zijn onverzadigbare consumenten en slaven van de raderwerken van een markt te worden, die geen belangstelling heeft voor de zin van ons bestaan, hebben wij er allen behoefte er het belang van het hart opnieuw te ontdekken.’
Franciscus zal bekend blijven staan om zijn pogingen om in alles een evenwicht te vinden om te pleiten voor verandering, maar zich elders terug te trekken. Hij was geliefd om dezelfde redenen waarom hij fel bekritiseerd werd. Zo gepolariseerd is onze tijd.
Pasen is het feest van de hoop. Hoop is wat ik vaak mis in gesprekken. Hoop heeft te maken met geloof dat het goed komt. Tegen alle verwachtingen in.
Denk niet dat wat dood, uitzichtloos lijkt, ook het einde is. Denk niet dat de toekomst een voortzetting zal zijn van het verleden. Wij kunnen een andere toekomst denken, verbeelden. Dat is de droom, de hoop van de Bijbel. Pasen is geloven in, is hopen op verandering. Geloven dat het nochtans, ondanks alles mogelijk is. Dat het onverwachte waar kan worden. Die hoop tegen alle cynisme in, dat vuur, dat licht mogen we als christenen inbrengen in het debat in onze samenleving.
Pasen is het feest van de opstanding. Niet alleen van Jezus. Maar van mensen die in zijn spoor opstaan en tegen de klippen op blijven vasthouden aan het ideaal van Jezus. Aan goedheid en waarheid, rechtvaardigheid en gerechtigheid, aan liefde en vrede.
Jezus gaf de Geest, zijn Geest leeft voort in wie hem volgen willen.
Het is drie uur in de middag. Vanaf het tempelplein klinken duidelijk hoorbaar de stoten van de bazuin. Het is de tijd voor het avondgebed. Dat avondgebed begint deze dag – in verband met de viering van het Pascha – om drie uur in plaats van om vier uur. Op dit moment bidden alle vrome Joden, waar ze zich ook bevinden, hardop de woorden van het avondgebed: ‘In uw hand zijn de zielen van de levenden en de doden. In uw hand beveel ik mijn geest. Gij hebt mij verlost, HERE, getrouwe God.’ (Psalm 31:6)
Hangend aan het kruis vangt Jezus de klanken van de bazuin op. En samen met alle Joden roept Hij – zoals men gewoon is met luide stem: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’ (Lucas 23: 46) Maar bij de gekruisigde Jezus is het meer dan een gebed. Bij Hem is het ook de verwoording van de zekerheid dat zijn taak is volbracht. De helse verschrikking van de godverlatenheid is voorbij. Gods toorn is gestild. De gemeenschap met God is hersteld. De verlossing is aangebroken! Nu kan Jezus zijn aardse leven afleggen. Zijn leven en alles wat Hij op aarde heeft gedaan. Het werk is volbracht!
Als een kind dat zich veilig weet bij zijn vader geeft Jezus hier zijn leven in bewaring bij God. “Vader!” “Pater!” In dat ene woord ligt al de liefde opgesloten die Jezus voor zijn hemelse Vader voelt. En met zijn liefde spreekt Hij ook zijn vertrouwen uit. Jezus sterft niet in wanhoop, maar in het vertrouwen dat zijn leven veilig in de handen van de Vader is. Laten die handen nu doen wat goed is. Als straks machteloze mensenhanden zijn lichaam van het kruis zullen halen, dan is de geest van de gekruisigde Jezus allang veilig in Gods handen. ‘Toen Hij dat gezegd had, blies Hij de laatste adem uit.’ (Lucas 23: 46) Heel bewust legt Jezus hier zelf zijn leven af. Dat had Hij al gezegd tegen zijn leerlingen: ‘Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik heb de macht om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.’(Johannes 10: 18)
Een Romeinse legerofficier buigt voor de gekruisigde Jezus. Hij heeft gezien Wie Jezus was: ‘Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige! (Lucas 23: 47) Hij looft God. En dan wordt het stil op Golgotha. De mensen die voor het schouwspel van de kruisiging zijn komen kijken en alles van dichtbij hebben meegemaakt, keren terug naar hun huizen in de stad. Als teken van rouw slaan ze zichzelf op de borst. Zullen ze begrepen hebben wat ze hier vandaag hebben gezien en gehoord? Er is haast geboden. Om zes uur breekt de sabbat aan. In elk gezin wordt vanavond opnieuw het feest van de bevrijding gevierd: Pascha. Een heel bijzondere Paasfeest dit jaar in Jeruzalem.
En wij?
Eigenlijk wordt in Jezus’ dood het begin van zijn overwinning al zichtbaar. Kijk maar: de aarde begint te scheuren, graven breken open en vele heiligen staan op (Matteüs 27: 51-53). Zij zijn er de levende bewijzen van dat de dood is overwonnen. De dood als laatste vijand is verslagen. ‘Door zijn dood, zegt Hebreeën 2 vers 14, heeft Hij definitief afgerekend met de heerser over de dood, de duivel. Zo heeft Hij allen die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood, bevrijd!’ Dankzij Jezus’ dood heeft onze dood dan ook niet meer een definitief en onherroepelijk karakter. Er zit al iets van de overwinning in.
Leg je geest, je ziel, je diepste zelf maar in de handen van Gods vaderliefde. Je zult zien wat een rust je dat geeft. Je bént uit de netten van het kwaad bevrijd omdat het eens Goede Vrijdag en Pasen is geweest. De gekruisigde Jezus spreekt ook jou aan: ‘Ik heb je verlost!’
Dat is het geheim van dit laatste bewogen kruiswoord!
Tussen het Heilige en het Heilige der Heiligen in de tempel van Jeruzalem hangt een gordijn. Het is een heel bijzonder gordijn. Een handbreedte dik, negen meter lang en negen meter breed. Twee afbeeldingen van engelen zijn op het gordijn geborduurd. Dat gordijn sluit het Heilige der Heiligen voor mensen af. Want achter dat gordijn woont God. In het aardedonker. De Heilige van Israël. In de tempel van Jeruzalem, de plaats die God heeft uitgekozen om onder zijn volk te wonen. Eén keer in het jaar gaat de hogepriester door dit gordijn naar binnen. Met een gouden schaal met het bloed van een offerdier. Om zo verzoening te doen voor de schuld van heel het volk van Israël.
Het is dan Grote Verzoendag! Om drie uur ’s middags wanneer vanaf het kruis de woorden klinken: ‘Het is volbracht!’ scheurt dat bijzondere gordijn in de tempel. Van boven naar beneden! De hemel zelf grijpt in. De toegang tot God, die door dit gordijn werd afgesloten, is voortaan voor iedereen open. Jezus’ verzoenend sterven aan het kruis op Golgotha baant de toegang tot Gods liefdevol hart.
‘Het is volbracht!’ Eigenlijk betekenen die woorden: tot een einde brengen, tot een doel brengen. Er zit iets definitiefs in. Maar wát heeft Jezus dan volbracht? Wat heeft Hij tot een definitief einde gebracht? Het is de opdracht van de Vader waarover Jezus spreekt in zijn gebed als Hogepriester (Johannes 17): ‘Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat U Mij opgedragen hebt’ (vers 4). ‘Ik heb de woorden die Ik van U ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat Ik van U gekomen ben, en ze geloven dat U Mij hebt gezonden” (vers 8). Jezus is naar deze aarde gekomen om de grootheid van God de Vader te tonen aan de mensen. Dat is de opdracht die Hem vanuit de hemel is meegegeven. Dat de mensen op aarde God zullen erkennen als Koning over alle dingen.
Daarom vertelt Jezus de mensen over het Koninkrijk van God, het nieuwe paradijs. Daarom laat Hij – door de wonderen die Hij doet – zien hoe het leven er op de nieuwe aarde zal zijn. Alle lijnen van het kruis lopen immers terug naar het begin. Naar het begin van Gods goede schepping. De mens, die God in de hof van Eden, een plaats om te leven heeft gegeven, is er om er voor God te zijn. Om God als Schepper te erkennen van alle dingen. Om Hem te dienen. Om Hem lief te hebben.
Maar toen ging het mis, in dat prachtige paradijs. Want de mens wilde zélf als God zijn. De mens wil zélf als koning heersen over alle dingen. De mens wil zélf beslissen over wat goed en wat kwaad is. Ongehoorzaamheid, opstand, zonde tegen God. Jezus is naar de aarde gekomen om de mensen te vertellen wat Gods bedoeling is met hun leven. Hij heeft hun dat leven voorgeleefd. Zijn leven was een voorbeeldig leven. Luisterend naar de stem van de Vader. De woorden van de Vader doorgevend opdat mensen weer in die woorden zullen gaan geloven. Beloften van vergeving en van verzoening. Van een herstelde verhouding en een vernieuwd leven met Hem. Zo heeft Jezus de Schrift in vervulling laten gaan. Zijn werk op aarde is volbracht! Het doel is bereikt. De kloof tussen God en mensen is door Hem overbrugd. God en mensen kunnen weer direct contact met elkaar hebben. Er is geen offerbloed, geen hogepriester, geen gordijn en geen tempel meer nodig.
‘Het is volbracht!’
En wij?
Jezus’ sterven aan het kruis betekent voor ons een nieuw begin. Wat wij mensen niet konden bereiken heeft Hij bereikt. Wat wij mensen niet konden volbrengen heeft Hij volbracht. Vaak denken wij dat ook wij eerst offers moeten brengen om met God weer in het reine te kunnen komen. Plaatsvervangend heeft Jezus zijn leven voor ons opgeofferd. Uniek. Eenmalig. Wij mogen weer leven zoals God het heeft bedoeld toen Hij de mens op aarde een plaats heeft gegeven. Een leven in liefde, in afhankelijkheid en in dankbaarheid. Een leven in liefde voor God, onze Schepper. Een leven in liefde voor elkaar en de schepping.
Dat is het geheim van dit bewogen zesde kruiswoord!
Wanneer zou Jezus voor het laatst iets gedronken hebben? Bij de viering van het laatste avondmaal, zestien uur geleden? … Vlak voor zijn kruisiging hadden ze Hem nog een verdovingsdrank aangeboden: soldatenwijn met mirre. Dat was nog een beetje menselijkheid te midden van alle onmenselijkheid op die kruisheuvel Golgotha. Maar dat had Hij geweigerd. Jezus wílde ‘de beker van het lijden’ zonder enige verdoving drinken. Hij wílde het lijden in al zijn diepte dragen. Heel bewust. Met al zijn zintuigen. Zonder verdoving.
Maar nu vráágt de gekruisigde Jezus om drinken: ‘Ik heb dorst!’ Dorst is één van de grootste kwellingen van de kruisdood. Het afgematte lichaam van een gekruisigde droogde helemaal uit. Vrijwel ontkleed, urenlang in een brandende zon. Lang niet gedronken en dan die grote inspanning. De gekruisigde Jezus heeft geleden over zijn gehele lichaam.
‘Ik heb dorst!’ Het vijfde bewogen kruiswoord is ook het kortste kruiswoord: Dipso – in het Grieks. Slechts vier letters. Eén van de soldaten neemt een spons. Wellicht was dat de ‘kurk’, die het vat met soldatenwijn afsloot. Die goedkope zure wijn dronken de dienstdoende soldaten terwijl ze wachtten op de dood van de gekruisigden. Een andere soldaat gaat op zoek naar een lange stok, waar de spons op bevestigd kan worden. Hij zet er vaart achter en komt terug met een majoraantak. De spons – volgezogen met zure wijn – wordt op de lange stok gestoken en Jezus drinkt. Zijn uitgedroogde lippen proeven de frisse smaak van de wijn. Zijn afgematte lichaam laat zich laven aan deze soldatendrank.
Zouden de soldaten er later voor bedankt zijn? ‘Ik had dorst en jullie gaven Mij te drinken …’ (Matteüs 25: 35) Waarom vraagt de gekruisigde Jezus om drinken? … Duidelijk hoorbaar wilde Hij zijn laatste woorden uitspreken! Die laatste woorden zullen geen onverstaanbaar zacht gemompel zijn. Iedereen op en rond Golgotha zal straks duidelijk hoorbaar de laatste twee bewogen kruiswoorden kunnen opvangen: ‘Het is volbracht!’ en ‘Vader, in uw handen leg Ik mijn geest.’
‘Ik heb dorst!’ De woorden van de gekruisigde Jezus verwijzen opnieuw naar Psalm 22: ‘Mijn kracht is droog als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte, U legt mij neer in het stof van de dood.’ (Psalm 22: 16) Die woorden uit de Schrift gaan hier nu in vervulling, merkt Johannes, de schrijver van het Evangelie, op. Net als die andere woorden: ‘Niet één van zijn beenderen wordt verbrijzeld.’ (Psalm 34: 21) en: ‘Zij zullen hun blik richten op Hem die ze hebben doorstoken.’ (Zacharia 12: 10) Aan het kruis worden de woorden van de Schrift vervuld. Woorden die ons laten zien dat God Zich altijd aan zijn Woord houdt. Dat Hij trouw is en betrouwbaar. Zelfs op die kruisheuvel Golgotha.
En wij?
De verleiding is groot om bij dit kruiswoord te denken aan ònze dorst? Ónze dorst naar water, naar liefde, naar levensvreugde, naar geluk. Laten we vooral denken aan de lichamelijke dorst die de gekruisigde Jezus – als mens – hier voor ons heeft doorleden. Híj heeft dorst geleden. Híj heeft om drinken gevraagd. Bij dit vijfde kruiswoord herinneren we ons dan opeens de woorden die Jezus sprak … vlak voor het moment dat Hij aan zijn vijanden werd overgeleverd. Woorden over het laatste oordeel: het scheiden van de schapen en de bokken (Matteüs 25: 31-46). ‘Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een de geringsten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.” (Matteüs 25: 40) Dit bewogen kruiswoord is daarom het laatste dringende appèl dat Jezus op ons doet. Hij wijst ons op onze roeping in deze gebroken wereld mensen van dienst te zijn, mensen te helpen, die dorst hebben, die aandacht nodig hebben. Zijn liefde voor ons kan immers niet onbeantwoord blijven.
Dat is het geheim van dit bewogen vijfde kruiswoord!
Er is veel volk op de been in Jeruzalem. De straten puilen uit. het Paasfeest staat immers voor de deur. Het feest dat herinnert aan de uittocht van het volk van Israël uit het slavenhuis van Egypte. En dan is het opeens donker. Midden op de dag. Rond het middaguur. Een duisternis, die als een donker kleed het hele land overvalt. Hier zijn krachten aan het werk, die wij mensen niet kunnen verklaren. Alle natuurwetten worden opzijgeschoven. God grijpt in! Wat eens de profeet Amos – in het Oude Testament – profeteerde gaat vandaag in vervulling: ‘Op die dag – spreekt God, de HEER – zal Ik op het middaguur de zon doen ondergaan, en het land verduisteren op klaarlichte dag.’ (Amos 8: 9) Veel mensen lopen weg. Nee, om iemand te zien sterven aan een kruis … daar hebben ze geen moeite mee. Maar voor het onheilspellende donker gaan ze op de loop. Een angstwekkende duisternis die doet denken aan de bevrijding uit Egypte. Het symbool van verschrikking, van ongeluk, verderf en dood. Het teken van het oordeel van God! Uit die diepe, angstwekkende duisternis klinkt een langgerekte klacht omhoog: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom heb U Mij verlaten?’ (Matteüs 27: 46) Het is het ‘waarom?’ uit de duisternis. Woorden uit Psalm 22. Woorden waarin een mens een brug zoekt, die uit de godverlatenheid tot God voert. Woorden van een mens die bespot wordt en veracht.
‘Waarom?’
We horen zijn diepe smart, zijn diepe eenzaamheid en onbegrip. Jezus voelt in de duisternis, dat God Zich van Hem afkeert. Een krachtig antwoord van God blijft uit. Uit de hemel komt geen antwoord. Wat heeft Jezus in deze godverlatenheid moeten lijden! En toch: Hij blijft gehoorzaam aan zijn roeping – tot het bittere einde toe. Hoezeer door God verlaten, Jezus blijft roepen in de duisternis: ‘Mijn God …’ In dat ene woordje ‘Mijn’ ligt heel zijn hoop en verwachten besloten.
Drie uren duisternis. Daarin wordt het oordeel van God over een zondige wereld openbaar. Drie uur … dan zegt God: ‘Nu is het genoeg!’ ‘Het is volbracht!’ Op dat moment treedt God uit zijn verborgenheid. Het voorhangsel van de tempel scheurt – van boven naar beneden. De toegang tot God is weer mogelijk! Die godverlatenheid, die diepe, donkere duisternis, waarin alle machten op je aankomen … dat is voor Jezus … de hel. Daar aan het vervloekte hout van het kruis geeft Jezus in deze helse godverlatenheid zijn leven om de deuren van de hemel weer van slot te krijgen. Wanneer dáár aan het recht van God is voldaan … Wanneer dáár de schuld voor een zondige wereld is voldaan … Wanneer dáár de toorn van God is verzoend … wijkt de duisternis voor het licht! Het is drie uur in de middag. Vanaf het tempelplein klinken duidelijk hoorbaar de stoten van de bazuin. Tijd voor het avondoffer in de tempel. Uur van het gebed. Dan knielt – in de voorhof van de tempel – het volk van Gods verbond. Terwijl in het heilige een priester het reukoffer op het altaar ontsteekt. Zo vloeien gebeden en wierook samen tot een stroom van smeken tot God. In dát uur van gebed en offer brengt Jezus als de grote Priester het offer van zijn leven. Zijn kruis is tegelijk het altaar waar eens voorgoed hét offer ter verzoening wordt gebracht. Tegelijkertijd worden alle menselijke offers daarmee aan de kant geschoven. Ze hebben geen waarde meer. Het offer dat Jezus brengt is uniek, onherhaalbaar, onvervangbaar. Daar kan geen mens iets meer aan toevoegen of afdoen.
En wij?
Vanaf het kruis van Golgotha klinkt het ‘waarom’ van de godverlatenheid. De gekruisigde Jezus werd verlaten opdat wij nooit meer door God verlaten zouden worden. In mijn angst, in mijn pijn, in de aanvechting en de verzoeking, mag ik vasthouden aan die belofte van de Vader.
Dat is het geheim van dit vierde bewogen kruiswoord!