Uncategorized


 

Laatst werd er in een enquête aan respondenten gevraagd
wat ze leuk en niet leuk vonden aan Kerst en de resultaten waren opvallend.
Mensen vonden de kosten en uitgaven rond Kerst het meest vervelend.
De drie meest voorkomende antwoorden
in de categorie ‘niet leuk’ hadden betrekking op geld.
De klachten waren dat het ‘te commercieel’ is, ‘het duur is’
en dat het te druk is.

Daarentegen genieten mensen ervan
om tijd door te brengen met dierbaren
tijdens de feestdagen
(hoewel ‘spanningen met de familie’
ook op de lijst met ‘niet leuk’ voorkwam.
Geen verrassing daar).

De adventstijd is de periode waarin we
ons voorbereiden op de feestdagen.
De adventsdagen verstrijken terwijl de takenlijst groeit.
Hoe dichter we bij 25 december komen,
hoe groter de druk wordt om alles gekocht te hebben,
eten te bestellen
en contact op te nemen met familie.
Of je doet het natuurlijk allemaal al in november;
hoewel respondenten ook vonden
dat Kerst ‘te vroeg begint’.

Maar het is moeilijk om er niet door meegezogen te worden.
Kijk maar naar de reclames op tv.
Het verhaal dat ze vertellen is ambitieus:
het gaat over verbondenheid met familie en vrienden
en het vieren van die verbondenheid, met lekker eten.
Ze tonen een geromantiseerde kerstdag:
een prachtig versierd huis,
klaar om onvergetelijke herinneringen te creëren.
De druk is hoog voor mensen
om hun verhaal van verbondenheid waar te maken.
Dat is immers wat we volgens onderzoek het meest waarderen.

Dit is niet per se een slecht verhaal:
het idee van familie en plezier, spelletjes en vreugde is goed.
Maar de druk om dit beeld
van feestelijke pracht te creëren is potentieel enorm.
Het kost een hoop geld
om een huis te versieren,
naar verre familie te reizen
en gasten te ontvangen.
Het kost ons ook mentaal veel
om te plannen en voor te bereiden.
Voor mensen zonder familie
of die recent een familielid hebben verloren,
voor mensen die zich eenzaam voelen,
het financieel niet breed hebben,
ziek zijn of onder werkdruk staan,
kan het een emotioneel zware tijd zijn.

Wat is er mis met zulke planning en commercialisering?
Waarom hebben de respondenten
van het onderzoek er een hekel aan?
Misschien is het de gestage afdwaling van de kern
van wat Kerst werkelijk betekent.
Want de ‘ware betekenis van Kerst’
wordt elk jaar aangedragen als oplossing hiervoor.
Het is misschien dat ‘liefde overal is’
of iets dat te maken heeft met familie en vrienden.
Alleen als je een kerk binnenstapt,
hoor je misschien dat het gaat
om de geboorte van een verlosser.

De oplossing is om het verhaal van Advent
te transformeren van een verhaal van voorbereiding
naar een verhaal over een reis.
Christenen gebruiken tijden en seizoenen in het jaar
om het verhaal van God aan zichzelf en anderen te vertellen.
Je voorbereiden om Jezus te ontmoeten
en deel te nemen aan het kerstverhaal
is een heel andere reis
dan de reis die ons naar de winkels brengt,
naar het einde van onze to-do-list.

We herinneren ons de reis
die Maria, Jozef maakten
om zich te laten registreren voor de volkstelling.
Ze zoeken een plek om te overnachten
en ontdekken dat er niets anders beschikbaar is
dan een lege stal.
Dan is er de eerdere reis van Maria,
die een tegengeluid vormt
tegen de overheersende thema’s
van begin december.
Ze krijgt het nieuws
dat ze een heel belangrijk kind verwacht.
De engel die het nieuws brengt,
probeert haar gerust te stellen (‘wees niet bang’),
maar dat lijkt geen effect te hebben.
Maria haast zich
om haar bejaarde nicht Elizabeth te bezoeken,
die op haar oude dag ook een kind verwacht;
een langverwacht kind.
Elizabeth had in een maatschappij
die dat van haar eiste,
geen kind kunnen krijgen.
Angst was haar dus niet vreemd.

Maria arriveert bij Elizabeths huis
en wordt hartelijk verwelkomd door haar nicht.
Beide vrouwen,
wier levens vol druk en onzekerheid zijn,
begroeten elkaar met de verwachting
dat er iets hoopvols gaat gebeuren.
Elizabeth zegt bij het zien van Maria
dat ze gezegend is.
Geen standaard kerstgroet,
maar waarschijnlijk wel geruststellend
voor de overweldigde Maria.
Vervolgens wordt Maria het huis van Elizabeth
binnengebracht en verzorgd.
Maria zingt een loflied voor God
over wat komen gaat met de geboorte van haar kind.
In dat lied, bekend als het Magnificat,
beschrijft ze de transformatie van de samenleving
die op het punt staat te beginnen.
De geboorte van het kind zal het begin inluiden
van een ander soort gezin,
waar mensen erbij horen,
ongeacht hun status, macht of rijkdom.

Of je nu dus van Kerst houdt
of het verafschuwt,
Maria’s reis naar de veiligheid van Elizabeth
is een verhaal waar we allemaal deel van kunnen uitmaken.
Wanneer we ons zorgen maken
over de commercialisering van Kerst,
de overmatige uitgaven,
het falen dat inherent is
aan het nastreven van onze status,
kunnen we het verhaal
dat we over onszelf vertellen opnieuw ontdekken.
Het aftellen naar Kerst
kan gaan over de verwachting van iets hoopvols.
Niet alleen over prestatiedruk.

 

Wat is de verwachting van Advent?
Ja, dat het straks Kerst wordt, zul je zeggen.
Maar dat weten we al, al 2000 jaar.
Je kunt er de klok op gelijk zetten.
Als we doen alsof we door dat kerstcadeautje
nog verrast zijn,
dan spelen we een spel.
Niks mis mee,
maar echte verwachting in spirituele zin
gaat over wat anders.
Echte verwachting is open,
is dat je iets verwacht wat je niet verwacht.
Klinkt paradoxaal, of ook weer Cruijffiaans,
maar probeer maar eens even
met me mee te denken.

Echte verwachting is open,
is een manier van leven met het onverwachte,
met het oningevulde,
met dat wat op je afkomt of op je pad komt.
Het is een vorm van ontvankelijkheid,
ruimte laten voor het onbekende,
het nieuwe, het andere
dat jouw leven zomaar
een andere wending kan geven,
of een andere kleur aan je dag.

Voor sommige mensen is dat heel moeilijk.
Leven met het onverwachte.
Want de meeste mensen vinden het prettig
als je een zekere controle over je leven hebt.
Als er vaste patronen zijn en stabiele zekerheden.
Op een bepaalde manier heeft ieder mens dat nodig.
Overzicht. Structuur. Afspraken.
Vaak leven we zo,
alsof we zoveel mogelijk
de verrassing buiten sluiten,
want dat brengt je maar van je stuk,
dan ben je de controle kwijt.
Maar … als je geen cadeautjes verwacht, zie je ze ook niet.

De Vlaamse hoogleraar Rik Torfs houdt een pleidooi houdt voor onzekerheid.
Het is inspirerend om daar even bij stil te staan.
‘Hoe meer we over ons leven
volledige controle trachten te verwerven,
hoe verbetener we op zoek gaan
naar duidelijke, keurige zekerheid,
des te verder drijven we weg
van wat waarachtig menselijk is.
Zekerheid is een vergissing.
Zij verduistert wat wij verlangen.
In wat wij zeker achten,
schuilt de beperktheid van onze denkkracht.’

Het is geen koketteren
met je onzekerheid.
Want dan is het onecht, gespeeld, gemaakt.
Maar als het verbonden
wordt met dat echte van verwachting,
van een levenshouding die open en ontvankelijk is
voor wat zich aandient,
dan kan het vruchtbaar zijn om met die dubbelzinnigheid te leven.
Er is een dubbelzinnigheid die doodslaat,
die je vast doet lopen, als de twijfel de overhand houdt,
en alles van een vraagteken wordt voorzien
en je als het ware jezelf opsluit
in een voortdurende onzekerheid.
Maar er is ook een dubbelzinnigheid die ruimte geeft,
die niet doodslaat maar het juist levend houdt,
open, vanuit het onderliggende verlangen
naar heelheid en naar uitzicht.
Dat laatste is aan de orde als we het hebben
over de spiritualiteit van de verwachting van de Adventstijd.
Dat is de verwachting waar Jezus
in het evangelie ons op wil attenderen.
Dat de zomer in aantocht is,
om dat beeld van de vijgenboom (Mattheus 24)
maar eens aan te halen.
Dat het einde op handen is,
en het einde
is in het geloof het nieuwe begin.
Of, met een ander beeld uit het evangelie (Marcus 13),
Wees dus waakzaam, is het ’s avonds, 
of midden in de nacht, of bij het eerste hanengekraai,
of ’s morgens vroeg, maar hij komt!

 

Van Pasen tot Kerst

Maar waarom 25 december?
Gebaseerd op hun begrip van Daniëls profetie
redeneerden sommige vroegchristelijke schrijvers
dat Jezus werd verwekt op dezelfde dag
waarop Hij later werd gekruisigd.
Tertullianus (ca. 155–220)
berekende dat Jezus werd gekruisigd op 14 Nisan,
overeenkomend met 25 maart
op de Romeinse (zonne)kalender;
precies negen maanden vóór 25 december.
Christenen berekenden de datum van Kerst
daarom op basis van hun viering van Pasen.
Augustinus van Hippo (354–430) gaf deze interpretatie
weer in Over de Drie-eenheid:

Men gelooft dat Hij werd verwekt op 25 maart,
op welke dag Hij ook leed(…)
maar Hij werd, volgens de traditie, geboren op 25 december.

Dat Jezus werd verwekt op dezelfde dag
waarop Hij uiteindelijk zijn leven zou geven,
lijkt op het eerste gezicht onwaarschijnlijk.
Maar bedenk, net als de vroege kerk,
de even onwaarschijnlijke mogelijkheid
dat de verzoenende dood van de Messias
exact zou samenvallen met de viering van Pesach.
Zoals Petrus erkende, worden alle gebeurtenissen,
of ze nu ogenschijnlijk onbeduidend
of onschatbaar belangrijk zijn,
geleid door Gods ‘vaste plan en voorkennis’ (Handelingen 2:23).
Zijn werken in de schepping en zijn wegen
in de geschiedenis zijn prachtig (Jesaja 46:10).

Hallgrimskirkja, Reykjavik

 

‘wie gelooft heeft hoop, punt’?
Ten diepste is het waar, zeker.
Maar laten we wel de duisternis onder ogen zien.
Geloven is niet je ogen dicht doen.
En daarnet gebruikte ik het woord hoop,
dat klinkt nogal mooi en vrolijk.
Hoop.
Maar misschien is het woord verlangen
toch wel beter op zijn plek vandaag.
Verlangen, daar zit ‘lang’ in.
En hoe lang duurt de winter wel niet inmiddels?
Hoe lang zijn de dagen al donker?
Er lijkt weinig veranderd te zijn sinds de dagen van Jesaja.
Nog steeds (oorlogs)dreiging op allerlei plaatsen,
nog steeds onrecht en armen die onderdrukt worden op aarde…
Er lijkt ook weinig veranderd te zijn sinds de tijd van Jezus,
het kind dat werd geboren, de zoon die werd gegeven.
Ja, hij deed wonderen, hij stond op uit de dood.
Maar nog steeds heerst de dood over alle andere mensen,
en nog steeds zijn er zoveel zieken die op genezing wachten.
Hoe lastig is het dan om te geloven dat met Jezus
echt Gods licht in de wereld is gaan schijnen.
En al geloof je in hem, al zie je in hem Gods gezicht,
hoe lastig is het om echt uit verwachting te leven!
Uitziend te leven, hoopvol in het leven te staan in plaats van moe en mat.
Als je ziet hoe de wereld donker is,
de kerk ook een stelletje kneuzen,
als mensen om je heen God niet nodig hebben,
en je eigen hart ook onverbeterlijk blijkt te zijn?
Geloven is niet simpel,
Het is soms ook leeg zijn en verlangen
en voelen dat het lang duurt.
Heel lang.

Geloven is een leven van verlangen.
Uitzien naar voren, al duurde het soms lang.
En gelukkig,
soms mag je ook nu al
iets merken van zijn licht en liefde.

En tegelijkertijd: Het is nog winter in de wereld.
Soms zelfs een barre donkere winter.
Je kunt zelf zo in het donker leven.
Dan is geloven verlangen – lang, volhoudend wachten.
Dan is het hopen, hoopvol leven door Gods Geest.
En soms is het ook gewoon zuchten.
De nacht duurt lang, de aarde is oud.
Maar laat het donker de hoop niet doven.
Laat het ons des te meer doen uitzien naar die beloofde dag.
Gods grote lente, als het kind Koning zal zijn: Jezus, onze Heer!

titel webpost Efeziërs 5,21

 

Vandaag – 7 december – de dag van de vrijwilliger
moest ik terugdenken aan een lezing
van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM).
De historie van de KNRM gaat terug tot 1824.
Het redden van schipbreukelingen was in 1824
geen vanzelfsprekendheid.
Pas na een scheepsramp en een zeldzame reddingspoging,
waarbij zes redders verdronken,
ontstond een georganiseerd reddingswezen
met reddingstations langs de kust.

Volgens het CBS zette in 2024 ongeveer de helft van de Nederlanders
van 15 jaar en ouder zich minstens één keer in als vrijwilliger.
Dat is ongeveer 50% van de Nederlandse bevolking. In 2023 was dit 49%
De voordelen van vrijwilligerswerk zijn tegenwoordig goed gedocumenteerd.
De mentale en fysieke gezondheidsboost.
Een gevoel van zingeving.
De kans om nieuwe vaardigheden te leren.
Een manier om contacten te leggen met anderen.

De voorlichter van de KNRM vertelde dat het
om een vrijwilliger te worden
veel tijd en energie zal vergen
en dat je bepaalde vaardigheden moet opdoen.
En dit allemaal middels veel trainingsmodules
en tenslotte de bereidheid periodiek 24/7 beschikbaar te zijn.
En toch blijven vrijwilligers zich aanmelden.
Hij vergastte ons op verhalen van mensen,
die op oproepen reageren
terwijl hun bedden warm waren en de nacht onbekend was.
We hoorden veel opmerkelijke verhalen.
Bijvoorbeeld dat van een vrouw
die vertelde dat ze haar hoogtevrees had overwonnen
om langs de rand van een boot te klimmen;
een ander had een opmerkelijk verhaal
over een aanval van een dolfijn.
Maar elke keer kwam dezelfde vraag naar voren:
waarom doen ze het?

En het viel me op dat niemand een volledig zinnig antwoord gaf.
Ze konden er onderdelen van noemen:
zorg voor mensen, teamwork, liefde voor de zee.
Soms waren de redenen waarom ze begonnen
(‘Papa deed het’)
niet de reden waarom ze bleven
(‘Ik kon een tastbaar verschil maken’).
En er was niemand die niet van het water genoot.
Maar in elk geval leken de antwoorden
altijd een beetje tekort te schieten.
Spel en gevaar kunnen samengaan en – zo werd gezegd –
we moeten onderweg momenten
van vreugde ervaren als we het lang willen volhouden.
Om vervolgens ineens te reageren op een oproep van de kustwacht:
‘er is iemand in de problemen!’
De stemming slaat dan onmiddellijk om;
de actie wisselt van strijden naar samenwerken.
Ergens heeft iemand een heel slechte dag!
‘Daar bestaan we voor’ wordt dan gezegd.
Geen van de bemanningsleden van de reddingsboot,
leek zichzelf als iets anders dan gewoon te beschouwen.
Ze waren vol bewondering
voor de verhalen van hun medebemanningsleden,
maar zagen zichzelf als volkomen menselijk
en noemden alledaagse behoeften en vertrouwde gemakken.

‘De bereidheid van een moedig persoon
om afstand te doen van gemak, veiligheid,
het comfort van thuis, en zelfs om zijn leven en lijf te riskeren,
komt niet voort uit haat jegens een van die dingen’.

Dit is misschien wel het verschil
tussen vrijwilligerswerk en een hobby hebben
(ook prijzenswaardig vanwege de gezondheidsvoordelen,
het gevoel van zingeving en de mogelijkheden tot verbinding).
Op een gegeven moment kost vrijwilligerswerk je iets.
Dat offer dat nodig is, toont de mate van zorg aan;
anders is het gewoon weer een daad van zelfontplooiing
ten dienste van de vrijwilliger zelf.

In de oorsprong van de term ‘vrijwilliger’
klinkt iets door van een geest van ‘offerande’.
Het Latijnse grondwoord ‘voluntares’
draagt namelijk een betekenis in zich van ‘geven uit vrije wil’.
Dit is misschien waar we de weg kwijt zijn geraakt met het hele idee.
Als er een gevoel van dwang is bij vrijwilligerswerk,
ontneemt het de vrijgevigheid zijn kracht.
Waar aan de ene kant verplichting
en aan de andere kant eigenbelang is,
kunnen we de middenweg vinden
die gekenmerkt wordt door toewijding,
doordat we ervoor gekozen hebben
om te dienen en daardoor de inzet hebben
om het vol te houden.
Dat is de belofte die vrijwilligerswerk ons kan bieden.

In een brief aan de zeevarende stad Efeze
in het oude Griekenland
moedigde de kerkleider Paulus mensen aan
om ‘zich aan elkaar te onderwerpen’ (Efeziërs 5,21),
wat een andere manier is om te zeggen elkaar opofferend te helpen.
Mensen worden aangemoedigd
om zich aan elkaar te onderwerpen,
maar dit is niet in een onderdrukkende zin.
Het betekent dat we, als leden van de gemeente,
elkaar respecteren
en het welzijn beogen van de ander.
Het is een teken van nederigheid en liefde.
Hoe dan ook, de beslissing is hetzelfde: er zijn.
De redenen waarom we het doen,
kloppen niet altijd.
Er zijn smaken van mededogen,
van de wens om nuttig te zijn,
om deel uit te maken van iets groters.
Maar er lijkt ook iets anders te zijn.
Een toewijding om in een behoefte te voorzien.
Met andere woorden,
we zouden het liefde kunnen noemen.

 

Deze week is de eerste van vier weken
die de kerk traditioneel viert als de adventstijd.;
de tijd voor Kerst.
Want met alle levende kerststallen en adventskalenders
zou je het bijna gaan denken dat advent
alleen over de geboorte van Jezus gaat.
Voor christenen over de hele wereld zijn dit dagen
van verwachting en voorbereiding.
Het woord ‘advent’ stamt af van het Latijnse ‘adventus’,
wat ‘komst’ betekent.
Tijdens deze tijd bereiden christenen zich dus voor
om de geboorte van Jezus Christus te vieren.
December is sowieso al vaak een donkere maand,
en in deze tijd zien velen de toestand in de wereld donker in.
We hunkeren naar het licht
en voor christenen breekt dat door
als ze samen vieren dat Jezus
als het Licht van de wereld ons bestaan binnenkomt.
Door stil te staan bij Advent,
verbinden we ons met een eeuwenoude traditie
die ons voorbereidt op het kerstfeest.
Advent nodigt je dus uit om
in een hectische tijd ruimte te maken
voor bezinning en verwachting.

Want – nogmaals – advent is veel meer dan alleen de stal van Bethlehem.
Historisch gezien heeft de kerk zich evenzeer gericht
op het vooruitzicht op de terugkeer van
Jezus als op het vieren van zijn geboorte.
Door de geschiedenis van advent te onderzoeken,
ontdekken we de verwaarloosde betekenis van deze tijd.

Eerst Pasen

De vroegste kerk centreerde haar liturgische kalender rond Pasen.
Sterker nog, er is weinig bewijs voor de viering van Jezus’ geboorte
in de eerste twee eeuwen van de kerkgeschiedenis.
Het Nieuwe Testament onthult immers
weinig details over het tijdstip van Jezus’ geboorte.
Van alle evangelieverhalen verwijst alleen Lucas
naar een bepaalde tijd van het jaar:
de lammertijd in de vroege winter,
wanneer herders over hun kuddes moesten waken (Lucas 2:8).

Waarover de Bijbel zwijgt, deden de vroegchristelijke auteurs dat ook.
Geboortevieringen worden niet genoemd
in christelijke geschriften uit de eerste en tweede eeuw.
De vroegste kerk concentreerde zich daarentegen
op wat het Nieuwe Testament zeer gedetailleerd beschreef:
de laatste dagen van Jezus de Messias.
Om deze reden was de viering van Pasen
ten tijde van het Joodse Pesach
vanaf de vroegste dagen van de kerk
het primaire aandachtspunt van de christelijke praktijk;
een viering die Paulus suggereert in 1 Korintiërs 5:7-8.

Ondanks de afwezigheid van kerstviering
was er tegen het einde van de tweede eeuw
aanzienlijke belangstelling voor het vaststellen
van een datum voor Jezus’ geboorte.
Deze belangstelling weerspiegelt waarschijnlijk
de apologetische nadruk die de kerk legde
op Jezus’ fysieke geboorte,
ondanks degenen die sceptisch stonden tegenover
Zijn volledige menselijkheid.
Hoewel er heftig werd gediscussieerd over mogelijke data,
ontstond er begin vierde eeuw
consensus over twee waarschijnlijke kandidaten:
25 december en 6 januari.
Na verloop van tijd werd de eerste de traditionele kerstviering
en de laatste de viering van Driekoningen.

 

Drill, baby, drill‘, riep Donald Trump
in januari 2025 tijdens zijn inauguratiespeech,
onder luid gejuich van de Republikeinen.
Hij ondertekende er presidentiële decreten
om de Amerikaanse olie- en gasindustrie ‘los te laten’
om precies dat te doen: to drill: boren.
Dit ondanks het feit dat de Verenigde Staten
volgens hun eigen Energy Information Administration
al de grootste ruwe-olieproducent van alle landen zijn,
en dat al zes jaar op rij.

De verbranding van fossiele brandstoffen
is onmiskenbaar de grootste bron
van broeikasgasemissies wereldwijd, aldus het IPCC.
Olie is verantwoordelijk voor ongeveer 34 procent
van de wereldwijde CO2-uitstoot van fossiele brandstoffen.
Statistieken van het Wereld Economisch Forum
laten zien dat de landen met de laagste inkomens
slechts een tiende van de uitstoot produceren,
maar het zwaarst worden getroffen door klimaatverandering.

Hier klopt iets niet.

Velen van ons zijn op de hoogte van de statistieken,
het beleid en de retoriek rond klimaatverandering.
Het gonst allemaal rond op de achtergrond in ons leven,
in het nieuws, op sociale media of in een webpost zoals deze.
Maar eerlijk gezegd is het voor de meesten van ons
die in het Westen wonen nog steeds theorie.

Maar de gevolgen van het veranderende klimaat
zijn voor mensen in de ‘ontwikkelingslanden’
al enige tijd voelbaar.
Tijdens periodes van waterschaarste,
die steeds onvoorspelbaarder en langduriger worden,
drogen lokale rivieren op,
waardoor oogsten mislukken
en gezinnen honger lijden.

Waarom zouden rijke, machtige landen
die grotendeels verantwoordelijk zijn
voor de wereldwijde CO2-uitstoot,
niet alleen weigeren degenen
die de gevolgen van klimaatverandering
ondervinden te compenseren,
maar juist actief proberen
meer schade aan te richten?

Het doet denken aan een pestkop op een schoolplein
die een jonger kind pijn doet, en zo aan populariteit,
macht en zelfvertrouwen wint
terwijl sommigen hen opjutten,
anderen toekijken,
terwijl de ontvanger van het misbruik
al zijn resterende kracht aanwendt
om te overleven en de dag te overleven.

Trump beweert een praktiserend christen te zijn…
Ik vraag me af wat Jezus te zeggen zou hebben
over de manier waarop Amerika
en andere rijke landen met de klimaatcrisis zijn omgegaan?

Een van Jezus’ bekendste en krachtigste leringen was:
heb je naaste lief.
De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan in de Bijbel
laat zien hoe we onze naasten moeten behandelen:
handelen met liefde, mededogen en barmhartigheid,
niet alleen jegens degenen die we kennen
of die in ons netwerk, onze gemeenschap of ons land wonen,
maar jegens ieder mens,
ongeacht nationaliteit, achtergrond of sociale groep.
Ook in de context van klimaatverandering
worden christenen opgeroepen
om onze naasten wereldwijd lief te hebben.
Dit omvat ook het ondersteunen
van de armste gemeenschappen ter wereld.
Jezus leert ons zeker niet
om onszelf ‘op de eerste plaats’ te zetten.

Stel je een wereld voor waarin elke natie
zich zou aansluiten bij Jezus’ leer
over hoe we onze buren moeten behandelen.
Zou de klimaatverandering abrupt stoppen,
het menselijk lijden ophouden
en er wereldvrede heersen?
In werkelijkheid waarschijnlijk niet,
want de mensheid is onvolmaakt
en we doen dingen verkeerd,
zelfs als we het goed bedoelen.
Maar als de intentie er was,
en als wereldleiders
Jezus’ voorbeeld in deze zouden volgen,
dan zouden we ongetwijfeld veel dichterbij zijn.

 

Philipp Blom schreef een essay:
Het grote wereldtoneel,
over de kracht van verbeelding in tijden van crisis’.
Hij schetst de grote problemen van onze tijd:
Het klimaat, democratie die uitgehold wordt…
Hoe moet je daar samen uit komen?
Blom gebruikt het beeld van een toneel,
Op het podium van het wereldtoneel
hebben we behoefte aan een nieuw verhaal,
aan een nieuwe manier van samenleven.

Verbeelding dus, in tijden van crisis.
Nu dat is precies wat de profeten in de Bijbel ook doen:
De toekomst staat op het spel,
maar zij dromen van een andere toekomst.
Grote woorden gebruiken ze:
Trouw en waarheid,
gerechtigheid en vrede,
solidariteit.

Advent is dromen.
Dromen van de toekomst.
De evangelist Lucas laat zijn kerstverhaal
beginnen bij twee mensen
Zacharias en Elisabeth
die het dromen misschien wel verleerd zijn.
Lucas vertelt dat de engel Gabriël de boodschap van God
aan Zacharias doorgeeft:
Het wonderlijke nieuws dat God op bezoek komt
en dat Hij een kind schenkt aan Zacharias en Elisabeth
dat de wegbereider voor dit bezoek zal zijn.
Verwachten zij nog wat?
Zacharias blijft hangen in zijn ongeloof.
In zijn hart is geen ruimte voor de woorden van God.
Hij had om een teken gevraagd.
Dat tekent ontvangt hij nu:
hij moet zwijgen.
Het ongeloof verhindert
dat hij de zegen van God mag doorgeven.
Ongeloof verhindert een mens
altijd om tot zegen te zijn.

 

Ja, vandaag is het dan eindelijk officieel Black Friday,
Deze koopjesgekte is ontstaan in de Verenigde Staten
en valt op de dag na Thanksgiving Day,
dat wordt gevierd op de vierde donderdag in november.
Op deze vrijdag hebben de meeste werknemers
in de Verenigde Staten vrijaf.
Black Friday wordt beschouwd
als het begin van het seizoen voor kerstaankopen.
Maar Black Friday is overal al lang verworden
tot een Black Week of Month, met allerlei (nep)kortingen
om je in aanloop naar december zo veel mogelijk
van je overvloed en (spaar)centen af te helpen.
Want ondanks ons eeuwige geklaag;
de meesten van ons leven momenteel
in een voor veel anderen
onvoorstelbare overvloed.

Want gedurende de geschiedenis
bezaten en produceerden de meeste mensen
ongeveer net genoeg om in leven te blijven.
Lange tijd maakten boeren
(d.w.z. mensen met beperkte of geen landeigendomsrechten
die afhankelijk waren van een lokale heer)
een groot deel van de bevolking uit.
En hoewel boeren in sommige gevallen
welvaart bereikten,
was dit eerder de uitzondering
op de regel van zelfvoorzienende arbeid,
Voor bijna iedereen was de kans
op hongersnood allesbehalve theoretisch.

In dat opzicht verschilde de situatie
in de vroegmiddeleeuwse Lage Landen
nauwelijks van die in het eerste-eeuwse Palestina.
Ook daar verdienden negen van de tien mensen
net genoeg om te overleven
– en soms zelfs niet zoveel.
Zowel Josephus als het Nieuwe Testament
maken melding van de hongersnood
die Judea van 44-48 na Christus teisterde.
Er was in die tijd en plaats geen sociaal vangnet.
Mensen stierven van de honger.

Het was dus tegen dit soort mensen
die zich permanent bewust waren
van schaarste
dat een zekere rabbijn – tot voor kort zelf een dagloner – zei:

‘maak je geen zorgen over je leven,
over wat je zult eten of drinken,
noch over je lichaam, over wat je zult aantrekken.
Is het leven niet meer dan voedsel
en het lichaam niet meer dan kleding?
(…) Zoek liever eerst het koninkrijk van God
en zijn gerechtigheid,
dan zullen al die andere dingen
je erbij gegeven worden.
Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf.’
(Matteüs 6)

Jezus’ publiek zou het er nog mee eens zijn geweest
dat alles uiteindelijk van God komt.
Maar: ‘wees niet bezorgd over morgen’?
In een wereld waar hongersnood
altijd slechts één mislukte oogst verwijderd is?
Jezus, instrueert dus in die context,
zijn publiek met een stalen gezicht,
om te leven alsof overvloed,
en niet schaarste,
de ultieme realiteit in het leven is.
Niet voor het eerst
lijkt Hij meer dan een beetje losgezongen te zijn
van hoe het werkelijk is om op deze planeet te leven.

Voor zover sommigen van ons moderne mensen
in geïndustrialiseerde samenlevingen
zich iets minder zorgen maken
over verhongeren of sterven
door blootstelling aan de elementen,
is dit te danken
aan de menselijke vindingrijkheid (hartelijk dank)
die manieren heeft bedacht
om onze productiviteit radicaal te verhogen.
Een onmiskenbaar magnifieke prestatie
maar ook een die andere vormen
van schaarste heeft verergerd.

Denk bijvoorbeeld aan de ‘aandachtseconomie’:
de strijd om steeds korter wordende aandachtsspanne te behouden.
Dezelfde computertools
die onze huidige levensstandaard
mogelijk hebben gemaakt,
hebben ons ook aangesloten
op een constante stroom
van veel meer informatie
dan we ooit zouden kunnen verwerken.
Zozeer zelfs dat aandacht schenken,
ogenschijnlijk een fundamenteel kenmerk
van het mens-zijn,
steeds meer gewaardeerd wordt.

Of neem tijd.
De econoom John Maynard Keynes, speculeerde
halverwege de twintigste eeuw,
dat automatisering
en een hogere productiviteit
vanzelfsprekend zouden leiden
tot minder stress en meer vrije tijd.
Maar wat hij niet voorzag,
is dat een toenemende productiviteit
de verwachtingen over hoe productief
we zouden moeten zijn, verhoogt.
Tijd, altijd en overal,
is het ultieme ‘verdwijnende bezit’,
maar de wildgroei aan timemanagementstrategieën
en gadgets vertelt ons,
denk ik, dat tijd nog schaarser lijkt
wanneer van ons verwacht wordt
(of van onszelf verwacht wordt)
dat we leven ‘to the max’.

Ik denk niet dat het overdreven is
om te stellen dat schaarste
de meest urgente realiteit is
in de menselijke ervaring.
In de een of andere vorm geldt dit
voor elke menselijke cultuur.
We bestrijden schaarste
met de drang om te vereenvoudigen, te stroomlijnen,
meer te doen met minder,
lifehacks te vinden
of nieuwe technologieën uit te vinden.

Jezus zegt echter dat we het moeten negeren.
Of in ieder geval dóen
alsof schaarste
niet zo interessant of belangrijk is.
God voedt de vogels en bekleedt de lelies;
jij bent belangrijker dan een vogel of lelie voor God;
dus zal God voor je zorgen.

Stop met stressen.

Dit voelt niet ambitieus of inspirerend.
Het voelt krankzinnig:
Ik heb een hypotheek.
Ik heb geld, energie, focus en tijd nodig;
niet de bizarre aansporingen
van een of andere mysticus.
Weet Jezus überhaupt wel iets van inflatie?

Maar het vreemde is dat hij dat wel weet.
Jezus staat absoluut niet los
van de realiteit van het dagelijks leven
in zijn tijd en omgeving.
Hij is op de hoogte van actuele gebeurtenissen
zoals instortende torens
en de machinaties van Herodes Antipas
(‘die vos’, noemt Jezus hem. Geen compliment).
Hij lijkt zich een beetje te vervelen om het politieke spel,
maar hij is zeker niet naïef over de machtsstructuren
en de grote spelers in Galilea en Judea.
Hij maakt van een sluwe,
oneerlijke kleine manager
de held van een van zijn verhalen.
Politiek, belastingen, sektarisch geweld,
instortende infrastructuur;
de evangeliën beschrijven Jezus
in zijn interactie met een wereld
die heel anders is dan de onze,
maar die toch direct herkenbaar is.

Het verschil is dat ik inflatiecijfers,
begrotingsgevechten, geopolitieke manoeuvres
om schaarse hulpbronnen
en toeleveringsketens beschouw
als ‘de echte wereld’,
terwijl het Koninkrijk der hemelen uit de Bijbel
iets moois is, maar ook een beetje zweverig,
en een beetje abstract.

Maar Jezus zag de dingen precies andersom.
Het koninkrijk is de Realiteit,
terwijl de heren der heidenen,
het betalen van belastingen,
zelfs de dringende dagelijkse zorgen
over voedsel en kleding,
allemaal vluchtig of hooguit secundair zijn.
En het koninkrijk is overvloedig,
want de Koning geeft geen stenen
wanneer zijn kinderen brood nodig hebben.

Wat betekent het om te leven
alsof overvloed
en niet schaarste
het laatste woord heeft?
Ik weet het niet.
Wat ik wel weet,
is dat het vaak echt te krankzinnig voelt,
om te denken dat ik genoeg tijd,
geld, energie, focus
of wat dan ook kan besparen
om een leven op te bouwen
waarin ik vervulling of vrede vind.
Er zitten barsten in mijn nuchtere,
economisch rationele wereld
die me doen afvragen:
wat als ik geen geld, tijd, energie heb
– niets anders dan mijn dagelijks brood –
en ik er vervolgens achter kom
dat ik alles al heb wat ik nodig heb?

 

‘Controleer de feiten.’

‘Onderzoek het bewijs.’

‘Correlatie is niet hetzelfde als oorzakelijkheid.’

We hebben deze uitspraken waarschijnlijk al zo vaak gehoord
dat ze in ons geheugen gebeiteld zitten.
Als dat zo was, zou misinformatie
nooit een poot aan de grond krijgen..
Maar er zijn voorbeelden te over
van misinformatie die zich razendsnel verspreidt.

Dit komt doordat onze interne, vaak onbewuste, vooroordelen
ervoor zorgen dat we onjuiste beweringen voor waar aannemen.
Een van de boosdoeners is een bevestigingsvooroordeel
of confirmation bias:
de verleiding om bewijs kritiekloos te accepteren
als het bevestigt wat we graag waar zouden willen zien,
en een bewering meteen te verwerpen
als het botst met ons wereldbeeld.
Deze vooroordelen kunnen heel subtiel ons denken binnensluipen;
nee, ze beperken zich niet tot onderwerpen
zoals immigratie of wapenbeheersing,
waarbij de emoties hoog op kunnen lopen.
Voorbeeld:
Er wordt vaak beweerd dat borstvoeding het IQ van kinderen verhoogt,
hoewel correlatie geen causaliteit is.
Maar omdat velen van ons natuurlijke moedermelk
zouden vertrouwen boven flesvoeding,
slikken we deze bewering.

Confirmation bias is moeilijk te doorbreken.
In een onderzoek namen drie neurowetenschappers
studenten met liberale politieke opvattingen
en sloten ze hen aan op een functionele MRI-scanner.
De onderzoekers lazen uitspraken voor
waarmee de deelnemers eerder hadden gezegd
het eens te zijn,
ze gaven vervolgens tegenstrijdig bewijs
en maten de hersenactiviteit van de studenten.
Er was geen effect wanneer niet-politieke beweringen
werden aangevochten,
maar het tegenspreken van politieke standpunten
activeerde hun amygdala:
Dat is hetzelfde deel van de hersenen dat wordt geactiveerd
wanneer een tijger je aanvalt,
wat dus een ‘vecht-of-vlucht’-reactie opwekt.

Confirmation bias speelt dus een grote rol
bij kwesties waar we al een mening over hebben.
Maar over veel onderwerpen
hebben we geen vooroordeel.
Als er niets te bevestigen valt,
is er geen confirmation bias,
dus we hopen dat we deze kwesties
met een heldere blik kunnen benaderen.

Maar helaas kan er ook een andere bias de kop opsteken:
zwart-witdenken.
Deze bias houdt in dat we de wereld in zwart-wit bekijken:
iets is altijd goed of altijd slecht, zonder grijstinten.

Het bestverkochte afslankboek ooit,
Dr. Atkins’ Nieuwe Dieet Revolutie,
profiteerde van deze vooringenomenheid.
Vóór Atkins hadden mensen misschien
geen sterke mening over de vraag
of koolhydraten goed of slecht waren.
Maar zolang ze denken
dat het het een of het ander moet zijn,
zonder een middenweg,
zullen ze vasthouden aan een eenzijdige aanbeveling.
Dat is wat het Atkinsdieet deed:
Het had één regel: vermijd alle koolhydraten.
Niet alleen geraffineerde suiker,
niet alleen simpele koolhydraten, maar alle koolhydraten.
Je kunt beslissen of je iets eet
door te kijken naar de ‘koolhydraten’-regel op het voedingsetiket,
zonder je zorgen te maken
of de koolhydraten complex of simpel,
natuurlijk of bewerkt zijn.
Deze simpele regel speelde in op het zwart-witdenken
en maakte hem gemakkelijk te volgen.

Om een bestseller te schrijven,
hoefde Atkins dus niet gelijk te hebben.
Hij hoefde alleen maar extreem te zijn.

Dus, wat doen we eraan?

De eerste stap is het erkennen
van onze eigen vooroordelen.
Als een bewering onze emoties aanwakkert
en we staan te popelen
om die te delen of te verwerpen,
of als het extreem is
en een universeel recept geeft,
moeten we voorzichtig te werk gaan.

De tweede stap is het stellen van vragen,
vooral als het een bewering is
die we graag accepteren.
Eerst is het zaak om
‘het tegenovergestelde te overwegen’.
Als een onderzoek
tot de tegenovergestelde conclusie was gekomen,
welke gaten zou je er dan in prikken?
Vraag jezelf vervolgens af
of deze bedenkingen
nog steeds van toepassing zijn,
ook al levert het de resultaten op die je wilt.

Neem de overvloed aan onderzoeken
die beweren dat duurzaamheid
de bedrijfsprestaties verbetert.
Wat als een artikel had aangetoond
dat duurzaamheid de prestaties verslechtert?
Voorstanders van duurzaamheid
zouden een heleboel bezwaren opwerpen.
Ten eerste,
hoe hebben de onderzoekers duurzaamheid gemeten?
Waren het de duurzaamheidsclaims
van een bedrijf
in plaats van de daadwerkelijke uitvoering ervan?
Ten tweede,
hoe groot was de steekproef die ze analyseerden?
Als het een handvol bedrijven betrof
door slechts één jaar heen,
zou de tegenvallende prestatie
te wijten kunnen zijn aan willekeur;
er zijn onvoldoende gegevens
om sterke conclusies te trekken.
Ten derde,
is er sprake van oorzakelijkheid of slechts correlatie?
Misschien is hoge duurzaamheid
niet de oorzaak van lage prestaties,
maar is er iets anders,
zoals strenge regelgeving,
dat beide veroorzaakt.
Nu je je ogen hebt geopend
voor potentiële problemen,
vraag jezelf dan af
of ze een bedreiging vormen
voor het onderzoek dat je graag wilt aanprijzen.

Een tweede vraag is om je af te vragen wie de auteurs zijn.
Denk na over wie het onderzoek heeft geschreven
en wat hun motieven zijn om de bewering te doen
die ze hebben gedaan.
Veel rapporten worden geproduceerd
door organisaties die zich richten
op belangenbehartiging
in plaats van wetenschappelijk onderzoek.
Vraag je dan af:
‘Zouden de auteurs het artikel hebben gepubliceerd
als het tegenovergestelde resultaat was gevonden?’
Zo niet,
dan hebben ze mogelijk selectief gekozen
voor hun gegevens of methodologie.

Naast vooringenomenheid
is een andere belangrijke eigenschap
de expertise van de auteurs
in het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek.
Vooraanstaande CEO’s en investeerders
hebben aanzienlijke ervaring,
en er is niemand beter gekwalificeerd
om een verslag te schrijven
over de bedrijven
die ze hebben geleid
of de investeringen die ze hebben gedaan.
Sommigen gaan echter verder
dan het vertellen van oorlogsverhalen
en verkondigen een universele set regels voor succes;
maar zonder wetenschappelijk onderzoek
weten we niet of deze principes
in het algemeen werken.
Een simpele vraag is:
‘Als dezelfde studie door dezelfde auteurs was geschreven,
met dezelfde referenties,
maar de tegenovergestelde resultaten zou vinden,
zou je het dan nog steeds geloven?’

Tegenwoordig kan iedereen een bewering doen,
een complottheorie lanceren
of een statistiek publiceren.
Als mensen willen dat het waar is,
gaat het viraal.
Maar we hebben de middelen om dit te bestrijden.
We weten hoe we onderscheidingsvermogen moeten tonen,
vragen moeten stellen en
eventuele negatieve gevolgen
van bedrijfsactiviteiten
moeten uitvoeren
als een bevinding ons niet bevalt.
De truc is om onze vooroordelen te beteugelen
en dezelfde kritische blik te gebruiken
wanneer we iets zien dat we graag willen accepteren.

« Vorige paginaVolgende pagina »