Op dit moment leven we in Nederland met een grote angst: hoe overleven we de Mexicaanse griep? Hoe raken we niet besmet met het virus? Hoe kunnen we er ons tegen wapenen? Is het goed dat iedereen wordt ingeënt of moeten we ons beperken tot de zogenaamde risicogroepen? De samenleving pakt er maar mee om. Sites pro en contra inenten schieten als paddenstoelen uit de grond.

Zoals ik al schreef: de griep houdt de hele samenleving bezig, dus ook de kerk. En ook de kerk lijkt verdeeld te zijn over de manier hoe we moeten omgaan met preventie rondom de griep. Dit komt momenteel tot uiting rondom de viering van het avondmaal. In veel kerken in Nederland (!) is het momenteel gebruikelijk dat alle avondmaalsgangers drinken uit één beker. Echter met het oog op het voorkomen van onderlinge besmetting wordt nu onder andere door de Protestantse Kerk het drinken van de avondmaalswijn uit individuele kleine bekertjes als een van de alternatieven voor de viering aangedragen.

En juist dit alternatief leidt tot verhitte discussies: zo vindt hoogleraar Erik de Boer het gebruik van kleine bekertjes te vergelijken met het ‘asociale avondmaal’  in de gemeente van Korinte. Die had te maken met veel zwakke en zieke mensen, schrijft hij. ‘Het is de omgekeerde wereld: Paulus werpt de vraag op of die golf van ziekte- en sterfgevallen misschien met asociaal avondmaal vieren te maken heeft. En wij vragen ons af hoe we ons de griep van het lijf kunnen houden door het avondmaal zo te vieren dat we in elk geval niet van elkaar het virus overnemen.’

Het is geen nieuwe discussie. Al zo’n honderd jaar geleden kwam er wereldwijd in de protestantse kerken een beweging op, om de ene beker te vervangen door vele kleine bekertjes. De mogelijkheid van het overbrengen van ziektekiemen door het gebruik van de gemeenschappelijke avondmaalsbeker was meestal de reden. In de Nederlandse kerken vond het voorstel van de viering uit aparte kleine bekertjes nauwelijks bijval, terwijl het in andere landen al jarenlang gewoonte is.

Misschien moeten we eerst is kijken hoe we in Nederland tot de huidige viering met het drinken uit één beker zijn gekomen. Als Jezus overgaat tot de instelling van het Avondmaal, lezen we over de beker: Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. (Lukas 22: 17). ‘En allen dronken eruit’ staat er in Markus 14:23 bij. Maar betekent dat nu ook, dat het gebruik van de ene beker een schriftuurlijk gegeven is, waar niet aan getornd mag worden? Hoort het gebruik van de ene beker tot de wezenlijke kenmerken van de viering van het Avondmaal?

Ik vind dat het gebruik van gezamenlijke bekers het beste passen bij de bedoeling van Christus met de instelling van het Avondmaal. Tegelijk wil ik er met nadruk op wijzen, dat het niet om de beker zelf gaat. Jezus zegt dat de beker het nieuwe verbond is in mijn bloed. Maar dan zegt Hij erbij: ‘Drink allen hieruit,dit is mijn bloed, het bloed van het verbond (Matteüs 26:28).

Het gaat dus ten diepste om het gelovig drinken van de wijn als beeld van het bloed van Christus. Het gemeenschappelijke zit hem daarbij, principieel gezien, niet in de ene beker. Het zit hem in het samen eten en drinken van het brood en de wijn tijdens de maaltijd van het nieuwe verbond. Dat je dat samen doet door de schaal met brood en de beker met wijn door te geven, versterkt natuurlijk die gemeenschappelijkheid, maar hoort volgens mij niet bij de principiële invulling thuis. Hoort het gebruik van de ene beker nu bij de wezenlijke zaken bij de viering van het Avondmaal, of valt het onder de uiterlijke vormgeving? Volgens mij draait het hierbij om het laatste. Waar het mijns inziens om gaat is de intentie waarmee je het avondmaal viert. Internationaal zijn er zoveel verschillende manieren van avondmaalsviering en ik vind het ook geen pas geven aan Nederlanders om onze manier van viering als de enige mogelijkheid neer te zetten of om elkaar van een asociale viering te betichten. Het samen drinken uit één of meerdere grote bekers of het afzonderlijk drinken uit allemaal kleine bekertjes, of welke vorm men ook maar gebruikt  is volgens mij geen principekwestie is.

Een zin uit een oud spelletje waarbij degene die zijn ogen dicht had moest raden wat de ander zag. Er mochten dan vragen worden gesteld waar dan ja of nee op werd geantwoord.
Ik moest daar aan denken toen ik het bericht las dat christenen de zoektocht van veel mensen die op zoek zijn naar waarde, inspiratie en naar het goddelijke op een afstandje blijven staan toekijken naar hoe die mensen zoeken zonder zich in het gesprek te mengen.
Eigenlijk best gek: de kerk die eeuwenlang grossiert in het mysterie blijft ineens opvallend stil.
Veel mensen weten van gekkigheid niet meer waar ze het moet zoeken en christenen die de mensen werkelijk iets te vertellen hebben, blijven stil.  Dat zie je duidelijk in deze Maand van de spiritualiteit. Juist nu zie je dat veel mensen allerlei boeken en tijdschriften lezen om te ‘herbronnen’ of wat voor woorden ze er ook aan geven.   Maar wij christenen, mensen die God mogen ervaren en kunnen kennen spelen met de rest van de wereld Ik zie, ik zie wat jij niet zietopstaan!
In de Bijbel zegt Jezus de velden zijn rijp om te oogsten en wij christenen blijven hier in Noordwest-Europa een beetje binnen zitten; te kniezen over verloren invloed en dalend ledenaantal. Wij zijn bang dat onze boodschap toch dringend en dwingend overkomt. Terwijl het voor onszelf een levenswijze is waarin we rust, ruimte en vrijheid vinden… We beleggen vergaderingen om het tij te keren, maar we duiken weg als ons wordt gevraagd naar wat ons beweegt.
Hoe kunnen we nou scheiden van ons dagelijks functioneren wat ons in essentie beweegt?
Of beweegt het ons niet meer…?

Je kon er op zitten wachten: het boekje God is gek. De dictatuur van het atheïsme van Kluun zou reacties opwekken. Gisteren werd in de NRC de aanval ingezet door de zelfverklaarde verdedigster van de atheïstische waarden Elsbeth Etty. Bijna gesmoord door het oorverdovende geluid van allerlei religieuze geluiden probeert zij haar mening te verkondigen.  Want de seculiere samenleving ligt onder schot zo zegt zij.

Het idee van Kluun was om een boekje te schrijven over de manier waarop zijns inziens de ‘opiniërende, gezaghebbende media’ het christelijk geluid wegzet als achterhaald. Hij vindt dat een, gezien de cijfers, klein deel atheïsten een luid lawaai laat horen tegenover de meerderheid van de Nederlanders die ergens in gelooft.Atheïsme vooruitgang?

Op haar geheel eigen wijze zet Etty Kluun als een zielige rouwende weduwnaar weg. Kluuns argumentatie reikt niet verder dan de gedachte dat zijn overleden vrouw ergens voortleeft. Het is hem gegund daar troost uit te putten, al vraag ik me af waarom deze persoonlijke rouwverwerking een rol zou moeten spelen in een openbaar debat zo schrijft zij.
Maar dan analyseert zij de portee van Kluuns essay. De vraag is welke rol de godsdienst in het publieke domein zou moeten spelen is volgens haar de kern van Kluuns boodschap. Ja, en dan komt Etty pas goed op stoom. De godsdienst een rol spelen in het publieke domein? Atheïsten hebben helemaal geen probleem met God en zijn volgelingen, als zij hun religieuze opvattingen maar niet inbrengen in het publieke debat. Want laten we eerlijk zijn, godsdienst kan omslaan in mentale gestoordheid die de vorm aanneemt van religieus fanatisme.  De mens die gelooft dat God de wereld bestiert, beperkt zijn eigen verantwoordelijkheid. Dat is de basis voor totalitaire interpretaties van het christendom, de islam en andere godsdiensten, interpretaties die vijandig zijn aan het individu. Dus scheiden die twee!!

Chapeau, mevrouw Etty, zou ik zeggen, voor het zo platslaan van christelijke ethische drijfveren! Volgens mij hebt u het christendom niet goed begrepen. Vrije wil is binnen het christendom een groot goed. Christenen zijn geen robots die zonder eigen wil doen wat een goddelijke entiteit hen voorschrijft. Christenzijn betekent voor veel gelovigen een niet van het dagelijks leven te scheiden fundament dat hun leven bepaald.

Volgens Elsbeth Etty is de samenleving voortgeschreden en heeft zij de gedachten dat er een God is een boodschap heeft voor mensen achter zich gelaten. Bescherming van de beginselen van de seculiere democratische staat, zo stelt Etty, is urgent nu wij te maken hebben met de gevaren van een terugval in een politieke interpretatie van religies, die hun waarheden aan de samenleving pogen op te leggen en daarmee de politieke vrijheid, voorop de vrijheid van het individu en de vrijheid van denken over ethische vraagstukken, in de waagschaal stellen. Ik vind het verbazingwekkend dat Etty er van uitgaat dat de stem van religies in het ethische debat meteen betekent dat zij ook de haar ideeën aan een hele samenleving kan en wil opleggen, laat staan de politieke vrijheid wil inperken. Persoonlijk vind ik dit een reflex van iemand die nog steeds denkt vanuit een soort ‘zestigerjaren-‘wereldconstellatie.

En dan aan het eind van haar colum haalt Etty de (atheïstische) Duitse filosoof  Jürgen Habermas van stal die betoogt dat niet-gelovigen bereid moeten zijn positieve religieuze intuïties te erkennen. Religie is immers ook een bron van altruïsme, naastenliefde, vredelievendheid, beschaving, kortom van waarden die volgens Habermas niet slechts passief behoren te worden geduld in een seculiere staat, nee, zij moeten actief worden gerespecteerd en gewaardeerd.

Elsbeth Etty vraagt zich dan af of Kluun dit bedoeld heeft. Beste lezer, dan vraag ik me af waarom mevrouw Etty haar immer vileine pen in de bittere gal moest dopen om deze column te schrijven. Had zij het essay van Kluun beter gelezen dan had zij haar bittere woorden achterwege kunnen laten!

 

Vanmorgen viel met een plof het Filosofie Magazine op de deurmat. In het kader van de Maand van de Spiritualiteit die in november van start gaat, wordt het woord gegeven aan Kluun, de schrijver van het essay met als titel God is gek, in het kader van deze maand.  Naar aanleiding van het aforisme van Friedrich Nietzsche – dat tevens fungeert als titel van deze column – reflecteert hij over de positie van christenen in de huidige samenleving. NietzscheFriedrich Nietzsche  (Röcken, 15 oktober 1844 – Weimar, 25 augustus 1900) wordt vaak gezien als ‘vader’ van de God-is-doodtheologie. Ik vind dit echter te kort door de bocht; alsof God zijn tijd heeft gehad en zomaar weggegleden is in de vergetelheid. Nietzsche probeert te verduidelijken dat het de mens is die God heeft gedood. Dit komt tot uitdrukking in het volgende citaat uit Nietzsches De vrolijke wetenschap.

Hebben jullie nog niet van die dolle mens gehoord, die op klaarlichte dag een lantaarn aanstak, de markt op liep en onophoudelijk riep: ‘Ik zoek God! Ik zoek God!’ Doordat er vele mensen samen stonden die niet in God geloofden, wekte dit groot gelach. ‘Is hij soms verloren gelopen gegaan?’ zei de ene. ‘Is hij verdwaald als een kind?’ vroeg de andere. ‘Of heeft hij zich verstopt? Is hij bang voor ons? Misschien is hij wel geëmigreerd?’ Zo schreeuwden ze door elkaar en vermaakten zich. De dolle man sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. ‘Waar God heen is?’ riep hij, ‘Ik zal het jullie eens zeggen! Wij hebben God vermoord, jullie en ik! Wij zijn allemaal zijn moordenaars! […] Dwalen we niet als door een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller? Moeten er ’s morgens geen lantaarns aangestoken worden? Horen we nog niets van het lawaai van de doodgravers, die God begraven? Ruiken we het goddelijk ontbindingsproces nog niet? Goden ontbinden ook! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood!

‘Het is de godsdienst die God verstikt’ ‘Wij hebben God vermoord’; het zijn twee uitspraken die mijns inziens wel dezelfde kant uitwijzen. Om het kort te zeggen: vanaf de Verlichting hebben we als mensen geprobeerd de hele wereld te verklaren en dat waar geen verklaring voor was, wordt vaak als ‘niet bestaand’ van de hand gewezen. Ook God valt voor een aantal mensen in die tweede groep: niet bewijsbaar, dus niet waar. Hoewel een groot aantal Nederlanders gelooft – in een persoonlijke christelijke God of in iets anders – wordt ons door een aantal opiniemakers, de ‘Pauw & Wittemannen’ van deze wereld, voorgehouden dat ‘geloven’ je reinste kolder is en dat dat de algemene opvatting is. Dat geldt zeker voor wat men noemt orthodoxe christenen, deze worden vaak voor ouderwets en dom versleten. Dat zei radiopresentator Govert van Brakel laatst ook in een interview in het Nederlands Dagblad over de uitingen van de NOS over christenen. ‘Het toontje om orthodoxe christenen weg te zetten als belachelijk, is te makkelijk’ zei Van Brakel.

Hier raken we ook meteen aan het tweede citaat ‘de godsdienst heeft God verstikt’.  Dat heeft niet alleen te maken met de rol van de kerk in de geschiedenis, maar ik merk ik mijn omgeving ook dat een aantal mensen zeer allergisch geworden zijn voor dogma’s die op mensen verstikkend overkomen. Dit is volgens mij een uitdaging aan de kerk. Niet zozeer om dogma’s overboord te zetten, maar om die dogma’s ‘bij de tijd’ te brengen. Tevens zal de kerk ook het maatschappelijk debat weer moeten opzoeken, om te laten zien dat het christelijk geloof niet iets wat volkomen buiten de samenleving staat, maar een terzake doende opvatting heeft over zaken die mensen dagelijks bezighouden.

‘Het is koud en donker geworden zonder God’. Ik hoop dat ‘de kerk’  in de komende tijd de warmte en het licht mag laten zien van God als de grond van ons bestaan.

Want in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.

Gisteren ben ik naar een bijeenkomst geweest waar Hans Schravesande, voorzitter van de Projectgroep Kerk en Milieu van de Raad van Kerken sprak. Het onderwerp waarover hij sprak was de klimaatcrisis. Volgens hem was het echt ‘vijf voor twaalf’. We moeten iets doen en wel nu! Schravesande ergerde zich aan de opstelling van de Protestantse Kerk in dezen: je hoort niets van de kerk en je ziet ( op nationaal niveau) vrij weinig initiatieven en de kerk neemt in de nationale discussie hierover geen deel. Maar Schravesande ergert zich ook aan het relativisme en doorgeschoten rationalisme van bijvoorbeeld Trouw waarin Elma Drayer laatst in haar column schreef dat er duidelijk twee kampen waren: een van de klimaatcrisis’gelovigen’ – zeg maar de mensen die de boodschap van Al Gore c.s.  (an inconvenient truth) volledig geloven – en een van de klimaatsceptici, mensen die grote vraagtekens zetten bij alle angstaanjagende scenario’s die wetenschappers de mensheid voorschotelen. Drayer stelt dan dat de waarheid ongeveer in het midden zal liggen. aarde in noodOver zo’n opstelling windt Schravesande zich enorm op. Er is geen tijd te verliezen, we moeten niet onze tijd verdoen met wetenschappelijk, rationalistisch geneuzel waardoor kostbare tijd verloren gaat. It s is time to turn, NOW.

Tijdens de inleiding van Schravesande moest ik denken aan bericht dat ik onlangs las:

De meeste blanke evangelicals in de Verenigde Staten denken niet dat er sprake is van  the global warming, de wereldwijde opwarming van het klimaat. Zeven van de tien blanke evangelicals vindt ‘global warming;’ maar onzin. Dat blijkt uit een in Amerika gepubliceerd onderzoek. Onder alle evangelicals (dus ook afro-amerikanen en mensen van Spaanse afkomst, etc) denken vijf op de tien dat het met the global warming niet zo’n vaart loopt en dat het vooral politici zijn die er het publiek probeert bang mee te maken. Van alle Amerikanen, ongeacht hun religieuze achtergrond, denkt eveneens een op de vijf dat het met de opwarming van de aarde wel losloopt.

Volgens Schravesande kwam dit omdat een groot aantal Amerikaanse christenen een nogal sterk apocalyptisch getint geloof heeft: de rampen (zoals onder andere beschreven in het Bijbelboek Openbaring) brengen de wederkomst van Jezus Christus dichterbij. Ik snap zulke mensen niet: volgens mij heb je als mens en als christen een verantwoordelijkheid voor het behoud van de jou in bruikleen gegeven aarde. Je dient haar goed te onderhouden, dat is mijns inziens een grote opdracht. Hoe de wederkomst werkelijkheid wordt daar hebben wij geen weet van en daar hoeven wij ons niet in die zin druk over te maken.
Schravesande wijt de hele discussie mede aan het feit dat de klimaatcrisis voor heel veel mensen niet te verbeelden valt. Men kan zich bij de mogelijke gevolgen geen voorstelling bij maken. Kortom: het komt weer neer op geloven. En uit dat geloven zal ook handelen voortkomen. Wat is onze (christelijke) toekomstverwachting in relatie tot onze verantwoordelijkheid?
Winnen de klimaat’gelovigen’ of de klimaatsceptici?
Voor mij is dat geen vraag: we moeten nu handelen en onze verantwoordelijkheid ter hand nemen!
Want praatjes vullen geen gaatjes!

Met recht een opmerkelijk bericht:

Zweedse automobilisten kunnen in het plaatsje Tärnsjö vanaf vrijdag 9 oktober benzine tanken. De Zweedse Kerk opent dan zijn eerste tankstation. De pomp zal feestelijk worden geopend met toespraken en liederen van een kinderkoor. Het tankstation is het eerste in Zweden dat door een kerk in bedrijf is genomen. benzinepompDe parochianen zijn verantwoordelijk voor het runnen van de pompen. Later dit jaar opent een winkeltje, dat wordt verhuurd aan een andere partij. Het tankstation was een noodzaak voor het dorp met 1200 inwoners. Sinds winter 2008/2009, toen het laatste tankstation zijn deuren sloot, moesten bewoners omrijden om te tanken. ‘Ons eigen tankstation is belangrijk voor het overleven van het hele dorp’, zei Per Eriksson van het parochiebestuur.

Wat kunnen we van dit bericht leren: ten eerste denk ik dan dat de kerk probeert haar ramen en deuren naar de buitenwereld te openen en weer terug te gaan naar de oorspronkelijke betekenis van religie. Religie is namelijk afgeleid van het Latijnse woord religare, dat wil zeggen verbinden. De kerk wil in verbondenheid met alle mensen bestaan en die onderlinge verbondenheid propageren. Een aangelegen punt is dan naastenliefde. Sinds afgelopen winter was er geen tankstation meer in het betreffende plaatsje. De kerk wilde hier voorzien en opent een tankstation. Dit initiatief is belangrijk voor het overleven van het hele dorp zo werd dat gezegd. Door het tankstation kunnen mensen in hun dorp hun auto’s weer volgooien en ook de onderlinge band met elkaar bewaren. De laatste buurtpraatjes kunnen weer worden uitgewisseld en zo kan de onderlinge band in stand worden gehouden. Wat mij betreft een uitstekend voorbeeld van hoe de kerk ook in deze down to earth-zaken er kan zijn voor de omgeving.

Tevens zie ik hier ook een mogelijkheid voor mijn eigen steeds groener wordende Protestantse Kerk. Ook de PKN heeft nog vestigingen in steeds leger lopende dorpjes waar verscheidene basisvoorzieningen niet meer aanwezig zijn. Open een tankstation voor (bio)brandstoffen – biobrandstoffen zou natuurlijk enorm goed aansluiten bij het ‘groene’ beeld dat de PKN wil uitstralen –  en open er een winkeltje bij waar onder andere FairTrade-producten worden verkocht.

En wie weet wordt tanken bij de kerk dan op termijn ook weer eens tanken in de kerk…

Vanavond kun je op tv kijken naar een nieuwe editie van de Nationale Bijbeltest, een initiatief dat is opgestart bij de introductie van de Nieuwe Bijbelvertaling in 2004. Vanavond zal deze Bijbeltest in een nieuw jasje op de tv worden gebracht onder een nieuwe naam: de Grote Bijbelquiz. Volgens de presentatoren: meer inhoud, minder show. Want het showelement is niet nodig, men hoeft geen mensen te teasen om de Bijbel te lezen, want de meeste kijkers hebben sowieso interesse in de Bijbel. Vanavond wordt de aandacht meer gelegd om de verbinding van de Bijbelse cultuur met onze wereld en cultuur.

Een van de presentatoren is Jacobine Geel, theologe en presentator die namens de NCRV aan het project deelneemt. Als theologe onderzoekt ze voortdurend ‘de band tussen de Bijbel en de door dat boek geïnspireerde traditie en mijn eigen tijd.’ Ook preekt ze af en toe. Ze ‘verbaast’ zich erover dat ‘dat eeuwenoude boek blijft spreken; Het zet aan tot nadenken, en soms knaagt het aan m’n geweten.’ Voor Geel is de Bijbel vooral een boek ‘om mee in gesprek te zijn, geen boek met recepten voor hoe nu te leven’. B.I.J.B.E.LTegelijkertijd wil ze zich ‘zelfs af en toe laten gezeggen door de Bijbel.’ ‘Een vraag als: ‘wie is uw broeder?’ daagt uit om uit je kleine wereldje te stappen en te kijken naar het grote geheel. ‘We willen overbrengen dat de Bijbel voor ons een boek van waarde is. Het is het mooiste als het boek gaat leven voor mensen.’

Eerlijk gezegd vind ik dit mooie vrome woorden, maar voor mij persoonlijk blijft het bij mij kriebelen: als je Bijbel ziet als mooi boek met verhalen die soms aan je geweten knagen, waarin ontstijgt de Bijbel dan de andere ‘wijsheids-‘literatuur?

Vandaag is de Bijbel10daagse 2009 van start gegaan. bijbeltiendaagseTien dagen meer aandacht voor de Bijbel; want de boodschap die van de Bijbel uitgaat is een boodschap voor iedereen, zo meldt de site van de organisator het Nederlands Bijbelgenootschap. Interessant detail is het feit dat er als plaats voor de start van dit evenement gekozen is voor boekhandel Dominicanen in Maastricht. Deze plaats is interessant omdat deze boekhandel is gevestigd in een voormalige kerk van de orde der dominicanen. Een kerk dus van de dominicanen of  predikheren. Deze orde is in 1216 gesticht door Dominicus Guzman om het geloof te verspreiden door middel van preken en onderwijs. Dat een Bijbel10daagse hier van start gaat zegt heel wat. De Bijbel moet weer opnieuw onder de aandacht van de mensen worden gebracht en de boodschap van het Woord moet weer bij de mensen worden gebracht, zeg maar weer bepreekt worden. Want helaas valt er te constateren dat het gaat om een voormalige kerk, het christendom in Nederland krimpt, ontkerkelijkt en de bekendheid met die godsdienst en haar cultuur neemt af.

Heel grappig is het dan ook gelijktijdig de leescampagne Nederland Leest 2009 van start is gegaan. Deze campagne is decpnb ned-leest  typo_JS3.inddstijds opgezet om ‘ontlezen’ Nederlanders weer aan het lezen te krijgen. Dit jaar is er aandacht voor het boek Oeroeg van Hella Haasse. Het boek handelt over vriendschap en cultuurverschillen.

Misschien was het dit jaar verstandig geweest om de twee campagnes dit jaar te combineren. Immers, er treedt ook meer vervreemding op tussen de christelijke cultuur en de niet-christelijke cultuur. Er moet weer nieuw onderwezen worden aan mensen wat de Bijbel en  de christelijke cultuur voor Nederland heeft betekend én wat zij voor Nederland ook in de toekomst kunnen betekenen. Dat geldt mijns inziens ook voor de mensen onderling”vanuit verschillende culturen moeten we elkaar proberen te verstaan en dat kan ook door het lezen van elkaars boeken.

Nederland Leest tien dagen de Bijbel om christenen beter te begrijpen. En op Bijbelzondag (een traditie om op de zondag die valt in de periode van de BijbelTiendaagse aandacht te besteden aan het thema van de Bijbel10daagse) wordt er in de kerken gepreekt over het thema: zorg dat ik weer kan zien. Zien om tot meer begrip te komen tussen de verschillende culturen in Nederland, meer begrip. En voor christenen, dat zij de boodschap van evangelie mogen zien, begrijpen en in praktijk  mogen brengen.

Schreef ik kortgeleden een blogje over het initiatief voor een (protestantse) Nationale Synode in Nederland, naast deze voorgenomen synode hebben verschillende media een zelfde beweging op meer plaatsen in wereld waargenomen.

Er wordt gewag gemaakt van het gesprek tussen de Russische-orthodoxe archimandriet Ilarion met de rooms-katholieke paus Benedictus XVI om te spreken over een gemeenschappelijk platform tegen de ‘zonde’ van verdeeldheid en vrijzinnigheid. Deze stap wordt gezien als een ‘dooi’ tussen de kerken in Oost en West, die in 1054 scheurden en in de eeuwen daarna nog verder splitsten.

Ook wordt er geschreven over de toenadering van paus Benedictus XVI tot de  Anglicaanse Kerk. Die kerk brak in 1534 met ‘Rome’.

ik schreef dat de media daar aandacht aanbesteedt, maar dat doet ze niet zo schrik en beven. Ik citeer de NRC:

Deze recente pogingen om de schisma’s te boven komen, illustreren dat opzichtig triomfalisme over de teloorgang van religie op zijn minst voorbarig is. Er moet namelijk niet uit het oog worden verloren dat de kerken ook bezig zijn met machtsvorming, en dus politiek bedrijven. Over een brede linie is er sprake van consolidatie van zowel rechtzinnigheid als organisatiekracht. In kwantitatieve termen: wie de christenen aller landen verenigt, verzamelt ongeveer 2 miljard wereldburgers tegen ruim 1 miljard moslims van verschillende denominaties.

Onderhuids voel je al de angst van de atheïst: worden we weer teruggeworpen naar een tijd ver voor de Verlichting waar de religie de macht in handen had? Omineus sluit het artikel af met de volgende waarschuwing:

de scheiding van Kerk en Staat moet het fundament blijven van een liberale democratie!!

De media zien voor hun geestesoog  waarschijnlijk al allerlei kerkelijke gremia geen plaats voor andere meningendie het dagelijks leven weer terugwerpen in die duistere tijd doortrokken van spruitjeslucht en van stille zondagen. Een tijd waarin het geluid van godsdiensten de stem van de redelijkheid overstemt.

Even een vraag van mijn kant: zouden al die breuken tussen de eens ongedeelde christelijke kerk het idee zijn van een atheïst onder het motto:

Verdeel en heers…

Jaarlijks duiken er wel weer van dit soort verhalen op: is het niet over een spontaan huilende Madonna, dan wel over een beeld van de Satan in de wolken van de getroffen WTC-torens op 9/11. Volgens het Algemeen Dagblad hebben bezoekers van meubelgigant IKEA in het Schotse Braehead Jezus kunnen aanschouwen. Jesus at IkeaZijn gezicht is daar volgens een aantal mensen duidelijk te zien in één van de toiletdeuren van de winkel. ( hoewel anderen er de ABBA-zanger Benny Andersson in zien of Gandalf, een personage uit het boek Lord of the Rings van Tolkien) Hoe het allemaal kon was voor iedereen een mysterie!!

Ik ben afgelopen weekend een paar dagen in een klooster op bezoek geweest. Meer specifiek: in de Achelse Kluis te Valkenswaard. Een boeiende ervaring. Niet dat ik hier voor de eerste keer in aanraking kwam met de rooms-katholieke diensten, maar een weekend meedraaien met de gebedsdiensten van de broeders is toch heel iets anders. Een aparte ervaring vond ik de hoogmis op zondag. Grote gedeeltes werden in het Latijn gereciteerd en er werd veel met wierook gezwaaid. Laat ik het kort samenvatten: in tegenstelling tot de protestantse diensten was er veel meer te zien en was het meer in het geheel van het Christusmysterie geplaatst.

Na afloop van de viering bleef ik toch met een vraag zitten: hebben de protestanten niet te veel ‘weggerationaliseerd’ van dat mysterie? Mysterie waar een ieder zelf zijn gedachten bij kan hebben, of moet een kerkelijke instantie hem dat allemaal voorkauwen?