Gisteren ben ik naar een bijeenkomst geweest waar Hans Schravesande, voorzitter van de Projectgroep Kerk en Milieu van de Raad van Kerken sprak. Het onderwerp waarover hij sprak was de klimaatcrisis. Volgens hem was het echt ‘vijf voor twaalf’. We moeten iets doen en wel nu! Schravesande ergerde zich aan de opstelling van de Protestantse Kerk in dezen: je hoort niets van de kerk en je ziet ( op nationaal niveau) vrij weinig initiatieven en de kerk neemt in de nationale discussie hierover geen deel. Maar Schravesande ergert zich ook aan het relativisme en doorgeschoten rationalisme van bijvoorbeeld Trouw waarin Elma Drayer laatst in haar column schreef dat er duidelijk twee kampen waren: een van de klimaatcrisis’gelovigen’ – zeg maar de mensen die de boodschap van Al Gore c.s.  (an inconvenient truth) volledig geloven – en een van de klimaatsceptici, mensen die grote vraagtekens zetten bij alle angstaanjagende scenario’s die wetenschappers de mensheid voorschotelen. Drayer stelt dan dat de waarheid ongeveer in het midden zal liggen. aarde in noodOver zo’n opstelling windt Schravesande zich enorm op. Er is geen tijd te verliezen, we moeten niet onze tijd verdoen met wetenschappelijk, rationalistisch geneuzel waardoor kostbare tijd verloren gaat. It s is time to turn, NOW.

Tijdens de inleiding van Schravesande moest ik denken aan bericht dat ik onlangs las:

De meeste blanke evangelicals in de Verenigde Staten denken niet dat er sprake is van  the global warming, de wereldwijde opwarming van het klimaat. Zeven van de tien blanke evangelicals vindt ‘global warming;’ maar onzin. Dat blijkt uit een in Amerika gepubliceerd onderzoek. Onder alle evangelicals (dus ook afro-amerikanen en mensen van Spaanse afkomst, etc) denken vijf op de tien dat het met the global warming niet zo’n vaart loopt en dat het vooral politici zijn die er het publiek probeert bang mee te maken. Van alle Amerikanen, ongeacht hun religieuze achtergrond, denkt eveneens een op de vijf dat het met de opwarming van de aarde wel losloopt.

Volgens Schravesande kwam dit omdat een groot aantal Amerikaanse christenen een nogal sterk apocalyptisch getint geloof heeft: de rampen (zoals onder andere beschreven in het Bijbelboek Openbaring) brengen de wederkomst van Jezus Christus dichterbij. Ik snap zulke mensen niet: volgens mij heb je als mens en als christen een verantwoordelijkheid voor het behoud van de jou in bruikleen gegeven aarde. Je dient haar goed te onderhouden, dat is mijns inziens een grote opdracht. Hoe de wederkomst werkelijkheid wordt daar hebben wij geen weet van en daar hoeven wij ons niet in die zin druk over te maken.
Schravesande wijt de hele discussie mede aan het feit dat de klimaatcrisis voor heel veel mensen niet te verbeelden valt. Men kan zich bij de mogelijke gevolgen geen voorstelling bij maken. Kortom: het komt weer neer op geloven. En uit dat geloven zal ook handelen voortkomen. Wat is onze (christelijke) toekomstverwachting in relatie tot onze verantwoordelijkheid?
Winnen de klimaat’gelovigen’ of de klimaatsceptici?
Voor mij is dat geen vraag: we moeten nu handelen en onze verantwoordelijkheid ter hand nemen!
Want praatjes vullen geen gaatjes!

Dirk van het podium

Oke, dan een blogje van mij gewijd aan de tovenaar van Wognum, the WognumWiz oftewel Dirk Scheringa.
Het leek wel een jongensboek: begonnen op een zolderkamertje met wat belastingformuliergefröbel en uitgegroeid tot een miljoenenbedrijf. Een voetbalclub, een schaatsploeg, drie woningen, een museum. the American dream in The Netherlands

Maar een jongensdroom die verwordt tot een shakespeariaanse tragedie.

De toch immer gewoon gebleven jongen selfmademan Dirk Scheringa, die zich liet voorstaan op, koketteerde met het dragen van ‘geitewollen-‘sokken, vond vorig jaar dat hij de regering nog een paar interessante bussinessideetjes zou kunnen geven die het land beter door het zware weer zouden kunnen loodsen.

Dirk Scheringa, de man met de trouwe hondenogen, de zachte stem, hij die zijn schapen nog zelf verzorgde, die veel van zijn medewerkers persoonlijk kende, bleek toch de wolf in schaapskleren te zijn.

Of toch niet??

Zijn nu oud-medewerkers, de fans van AZ  pleegden hun Dirk steevast de slachtofferrol toe te bedelen. Hun Dirk en zij hadden het toch altijd maar het beste voor met hun klanten, met hun ploeg (ze waren maar mooi landskampioen geworden)…

Ik ben benieuwd wat er nu nog uit de hoge hoed van de WognumWiz wordt getoverd.
Las laatst nog een berichtje over oud-neuroloog Ernst Jansen Steur uit Twente, die in opspraak raakte door verkeerde diagnoses bij patiënten. Hij zegt van zichzelf dat hij een ‘helpersyndroom’ heeft. Hij wil mensen helpen, er voor ze zijn, dag en nacht – ‘omnipresent’ zijn. Volgens mij lijkt het wel of Scheringa aan zo’n syndroom lijdt. Hij wilde iedereen helpen, ook mensen die het helemaal niet konden bekostigen. En nu mocht hij de fouten in zijn levenswerk niet herstellen. De hele wereld was tegen hem… Hij was kapotgemaakt! Hij heeft bijna niets meer. (maar natuurlijk wel het uitgekeerde dividend van aandelen van het DSB-consortium uit voorgaande jaren.) Hij moet zelfs een van zijn drie woningen verkopen om te kunnen blijven leven! Maar rug recht bij tegenwind. En als een ware sektarische mantra herhaalden zijn oud-medewerkers hetzelfde: Dirk is een gewone man, een man van het volk! Dirk is een goede man, die dit niet verdiende!!

Uhm, volgens mij had hij er al genoeg aan verdiend.

Verongelijkt kondigde Dirk Scheringa aan dat hij een boek zou gaan schrijven, een film zou gaan produceren… Ben benieuwd: over zijn leven of over zijn handelswijze? En hij zou misschien wel de politiek ingaan…

Wanneer zou de opera of de musical uitkomen: the Wiz of Wognum?

Mijn moeder heeft volgens mij altijd een gezegde paraat voor dit soort mensen:

Als niet komt tot iet, kent iet zichzelve niet.

Op het gevaar af dat ik de komende tijd als reactionair en voor nostalgische kwezel wordt versleten dan toch in dit blog aandacht voor een opmerkelijk item dat ik vanmorgen oppikte bij Radio 1: het is onderzocht of de Nederlander de laatste jaren hufteriger is geworden. En ja, wat schetst onze verbazing: het klopt!!

In de jaren 60 van de vorige eeuw is er met succes verhit gestreden voor meer vrijheden.  Mensen kunnen vanaf die tjd meer dingen zelf beslissen, Nederland is in elke zin van het woord sindsdien kleurrijker geworden. Maar tegenwoordig wordt meermalen geconstateerd dat die verworven vrijheden ook een donkere, zwarte kant kunnen hebben. Opkomen voor jezelf wordt soms het idee van het ‘dikke ik’: de wereld draait om mezelf. Mondigheid wordt grote monderigheid.ego Laatst hoorde ik de parlementariër Mei Li Vos  van iemand zeggen ‘dat hij zijn kop had moet houden’. De laatste tijd besteedt de stichting SIRE aandacht aan hufterigheid van mensen met hun campagne Onbewust asociaal. Het lijkt er wel op dat niet iedereen op een goede manier met die bevochten vrijheid kan omgaan. Meer over het fenomeen van misbruik van vrijheid kun je ook lezen in de boeken van Britse psychiater Theodore Dalrymple.

Ook besteedde ik in dit verband eerder aandacht aan het boek van Rüdiger Safranski Het kwaad of het drama van de vrijheid. In dit boek beschrijft Safranski – nadat hij allerlei filosofen heeft behandeld – de mens die leegte en chaos ervaart wanneer geen god of levensbeschouwing hem de weg wijst. Nu dacht men dat de mens vanwege het feit dat hij redelijk is op een normale wijze kan samenleven met de ander. Immers, er is geen dominante waarheid meer en de ene waarheid is dus niet beter dan de andere waarheid. Zolang ieder zich maar houdt aan de basisspelregels. Zolang de redelijkheid bewaard wordt, blijft ook het samenlevingssysteem overeind. Maar de redelijkheid weet niet iedereen meer te boeien. Het onredelijke, het kwaad blijkt diep in de mens verborgen te zitten. Het jezelf als middelpunt van het universum te wanen.Het kwaad tracht zich ‘zich een goed geweten aan te meten’. Wat ik doe dat is in de regel toch goed? Safranski  waarschuwt aan de hand van filosofen voor dat demonische, een onredelijke, door de massa gedragen kracht. We blijven toch maar hopen op redelijkheid, soms tegen beter weten in. Vrijheid is geen gemakkelijkheidsoplossing, maar iets waarmee de uitdaging nog maar gesteld is. Maar de angst voor de vrijheid is ook geen reden om in verhalen en illusies weg te vluchten. Vrijheid zoekt ook naar ankerpunten, een ethiek en leefregels die haar mogelijk maken.

En juist dat laatste laten we ons niet aanleunen, dat laten we ons niet gezeggen. We laten ons toch zeker de wet niet voorschrijven!!

Want, geachte lezer, u weet het net zo goed als ik: wat hierboven geschreven staat geldt alleen voor de ander…

Door alle commotie omtrent het DSB-debacle valt het nieuws van de voedsel- en landbouworganisaties van de Verenigde Naties (FAO) toch een beetje buiten de radar van velen.

De FAO stelt dat de voedselproductie de komende veertig jaar met 70 procent moet stijgen om aan de vraag van de groeiende wereldbevolking te kunnen voldoen. Volgens de FAO moet er vooral meer geld worden geïnvesteerd in landbouw in ontwikkelingslanden, waar toename van de voedselproductie het hardst nodig is. Een jaarlijks bedrag van 56 miljard euro, 50 procent meer dan nu, moet de problemen oplossen. Voedselproductie krijgt te maken met de effecten van klimaatverandering, zoals hogere temperaturen, grotere veranderlijkheid in regenval, vaker extreme weersomstandigheden.

Het is en blijft een hete aardappel die de Westerse wereld blijft toespelen. Natuurlijk, aan de ene kant willen we de ontwikkelingslanden best helpen, maar als ze dan economisch er bovenop komen en hun producten willen afzetten in onze markt dan trekken we snel allerlei marktbeschermende muren op. Het lijkt wel of al dat ontwikkelingsgeld – dat voor een groot deel niet eens op de plaats aankomt waar het hardst nodig is – voor het Westen een soort wiedergutmachungsgeld is als ‘herstelbetaling’ voor het koloniale verleden. Maar als dan de ‘patiënt’ op eigen benen kan staan dan begint het Westen te beven. Misschien is het ook om die reden dat veel ontwikkelingslanden geen stabiele regering kennen. Lekker makkelijk voor het Westen: corrupte regeringen kun je beter naar je hand zetten.

Daarom ook dat bekende poplyric als titel Money makes the world go around. money makes the world go around

Solidariteit is mooi, zolang het onze economische dominantie maar geen parten speelt. Het draait in de hele wereld om geld.

Maar tegenwoordig zie je steeds meer de andere meningen in de media komen, bijvoorbeeld het boek de crisiskaravaan van Linda Polman. In het boek wordt de traditionele hulpverlening aan ontwikkelingslanden tegen het licht gehouden en wordt deze aan de kaak gesteld. Een ander geluid komt uit een deel van de ontwikkelingslanden zelf. Kortgeleden zag ik in een interview met een persoon waarin naar voren kwam dat er vanuit de ontwikkelingslanden zelf stemmen opgaan om het Westen ervan te overtuigen dat het de ontwikkelingshulp in de huidige vorm alleen maar afhankelijk maakt. Eigenlijk was de conclusie: Stop ermee!! We willen niet langer gepiepeld worden. Misschien is de hulp die China geeft, namelijk alleen vanuit economische drive  – wij halen iets bij jullie en geven jullie er dan iets voor terug – zonder verdere verplichtende moraliteit, zo populair in ontwikkelingslanden. Het Westen had altijd de mond vol van allerlei democratische initiatieven die van de grond moesten worden getild in ontwikkelingslanden. Maar in feite werd er met twee tongen gesproken. We wilden wel helpen, maar het moest ons niks ‘kosten’!!

Maar ja, wat willen we. Eigenlijk willen we het volgende. Namelijk dat de ontwikkelingslanden afhankelijk blijven van ons, want anders missen we onze mogelijkheid om ons zelf goed te voelen.

Money makes the world go around allerlei geopolitieke overwegingen en mondiale economische ideeën liggen ten grondslag aan allerlei beslissingen. Als andere landen mee willen delen in de taart die welvaart heet dan vrezen we voor ons deel dat dan kleiner wordt. China, India en andere landen, natuurlijk mogen zij zich ontwikkelen, maar niet ten koste van onze welvaart!!

En dan heb ik het nog geen eens gehad over de verstrekkende gevolgen van de klimaatcrisis. Natuurlijk, we willen daar allemaal iets aan doen, maar o wee, we moeten er niets bij inschieten, het moet geen geld kosten – of het moet binnen redelijke termijn terug te verdienen zijn. Daarom heb ik ook weinig hoop voor klimaatconferentie in Kopenhagen in december…

immers…

Money makes the world go around

Vandaag ben ik het slachtoffer geworden van skimmingtechnieken: criminelen hebben op een ingenieuze wijze mijn pinpasgegevens en pincode gekopieerd en een énorm bedrag van mijn rekening afgeschreven. Sta je toch wel even vreemd te kijken: ben je ineens nagenoeg blut!! Gelukkig was alles weer geregeld na een telefoontje met mijn bank. Een pak van mijn hart!!

Financieel leed van een heel andere orde was er vandaag natuurlijk ook: de DSB-bank werd onder curatele gesteld en er zullen veel mensen (financieel) gedupeerd raken. In vergelijking daarmee is mijn leed natuurlijk klein bier.

Als je vandaag de verschillende actualiteitenprogramma’s hebt gevolgd hoorde je verschillende zaken de revue passeren: men had het het over de reus op lemen voeten en over hoogmoed komt voor de val – de DSB-bank en de persoon van Dirk ScheringaEigen verantwoordelijkheid? – en  men had het over de beerput die nu moet worden opengetrokken en dat er een bijltjesdag  zou volgen waarop de verantwoordelijken stevig aan de tand zouden worden gevoeld en – zo werd er omineus aan toegevoegd – eventueel het veld zouden moeten ruimen!!

Verantwoordelijkheid. Het blijft een moeilijk begrip voor de mens: verantwoordelijkheid is vooral iets wat we uiteindelijk graag bij de ander leggen. O, natuurlijk we willen ons eigen leven altijd zelf onder controle houden. Maar als er dan iets verkeerd gaat, nee dan zijn wij zelf niet verantwoordelijk!! Mensen willen graag de controle houden over eigen handelen en leven, maar als er dan iets verkeerd gaat in het leven, iets faliekant fout gaat, dan gaan we op zoek naar anderen om hen de schuld te geven.

De mens wil zo graag vrij zijn, maar dan wel in een wereld, een samenleving die vrij is van voetangels en valkuilen.

On this day, we gather because we have chosen hope over fear, unity of purpose over conflict and discord.

Zo verwoordde president Barack Obama zijn missie in de inaugurele toespraak in januari 2009. Barack Hussein ObamaHoop blijkt het centrale begrip in zijn toespraak. Hoop die Obama linkt aan de Bijbel:

We remain a young nation, but in the words of Scripture, the time has come to set aside childish things. The time has come to reaffirm our enduring spirit; to choose our better history; to carry forward that precious gift, that noble idea, passed on from generation to generation: the God-given promise that all are equal, all are free, and all deserve a chance to pursue their full measure of happiness.

Je ziet hier duidelijke verwijzingen naar de monumentale speech van Martin Luther King jr. met zijn I have a dream speech: I have a dream that one day this nation will rise up and live out the true meaning of its creed: We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal. Ook refereert president Obama aan 1 Korintiërs 13:

Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was. Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

Twee mannen die aan het begin stonden van een weg vol beloftes van hoop en verandering. En in een sombere tijd als deze lijkt het wel of de mensheid behoefte heeft aan zulke opbeurende, hoopgevende woorden. Vandaar de Nobelprijs voor de Vrede voor Barack Hussein Obama. En ja, misschien heeft hij voor velen nog niet veel voor elkaar gebokst en zijn het alleen maar woorden. Maar woorden kunnen hoop geven, kunnen mensen in beweging brengen. Daarom vind ik deze prijs een aanmoediging voor president Obama op een ingeslagen hoopvolle weg.

Ik vind het altijd weer interessant dat de wereld altijd op zoek is naar mensen die hoop geven, iets om in te geloven; ondanks alle zure kritiek van anderen die de prestaties van president Obama (soms ook terecht) nuanceren. Mensen willen blijven geloven in het ongrijpbare, in het onzichtbare. Soms zijn dat kleine groepjes mensen die zich willen verbinden met elkaar en met een hoopvolle boodschap. Eeuwenlang werd dit geloof, deze hoop beleeft in kerkelijke gemeenschappen. Nu lijkt het een grote groep die benieuwd is naar de vervulling van gedane beloftes van president Obama: eenheid, gelijkheid en geluk voor velen, voor allen.

Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. Het zijn grote woorden, honderden jaren geleden opgetekend, vaak bezoedeld en verraden. Het zijn Bijbelse woorden die voor veel mensen in de Westerse wereld blijkbaar geen zeggingskracht meer hebben.

Of toch wel?

Als onversneden nieuwsjunk ben ik altijd op zoek naar nieuwe informatie en feiten die ons overal wordt aangeboden. Ik merk dat niet alle feiten even relevant zijn. interpretatie van cijfersDe afgelopen tijd ontstaat er steeds meer discussie over de presentatie van nieuws door de media. Een interessant boek dat deze kwestie behandeld is Het zijn net mensen van Joris Luijendijk.

Een nieuw nieuwsfeit in deze traditie is het volgende bericht: De wereld telt op dit moment circa 1,57 miljard moslims. Dat staat gelijk aan ongeveer 23 procent van het totale aantal mensen op aarde, zo meldde een Amerikaans onderzoeksinstituut in een rapport. Iets meer dan één op de twintig inwoners van Europa staat te boek als moslim. Bijna de helft van alle 38 miljoen Europese moslims woont in Rusland. Nederland telt volgens de Amerikaanse onderzoekers 946.000 islamieten. Dat is ongeveer 5,7 procent van de bevolking.

Ik ben altijd heel benieuwd wat de relevantie is van dit nieuws. Wat hebben we er aan om zonder verdere uitleg deze cijfers gepresenteerd te krijgen? Is het belang en het gevolg hiervan niets anders dan om angst en onzekerheid te zaaien over het voortbestaan van onze Westerse democratische samenleving onder mensen die dit lezen in het kader van hun ongenuanceerde angst voor de islam. Cijfers lezen en interpreteren is voor velen vaak erg lastig en multi-interpretabel.

Het is al vaker betoogd, maar ik denk dat het heel goed voor de media zou zijn in dit soort kwesties haar verantwoordelijkheid te kennen en te nemen.

Hoewel het de laatste tijd weer wat rustig is rondom dit thema, wil ik in dit blog toch weer eens aandacht besteden aan dit onderwerp. Laat ik eerst verduidelijken waarover ik het wil hebben: solidariteit, die je wat technisch kunt omschrijven met  leden van een groep een onderschrijven een gemeenschappelijk belang, ten gunste van de groepsleden, maar soms ten koste van zichzelf. Solidariteit was tot voor kort gemeengoed: via belastinggeld werden verschillende mogelijkheden bekostigd waardoor zwakke groepen binnen de samenleving de juiste zorg kon worden aangeboden. Iedereen droeg bij aan de zorg voor de ander.

De laatste jaren klonk echter steeds meer de roep dat ons zorgstelsel op de schop moest: in de huidige constellatie was het een en ander te duur geworden. Er was een te grote toestroom naar de verschillende voorzieningen. Kortom er moest rigoureus bezuinigd worden. De criteria moesten worden aangescherpt.

Burgers weigerden nog langer zoveel belasting te betalen voor het – in hun ogen – misbruik van de zorg. Politici die hun oren lieten hangen naar deze onrust uit de achterban vonden ook dat het allemaal anders moest.

Om de zorg betaalbaarder te houden zagen nieuwe ideeën het daglicht: Mensen die zorg nodig hadden moeten niet meer in gespecialiseerde instellingen buiten de samenleving wonen, maar moeten worden geïntegreerd in de samenleving, in normale woonwijken worden gehuisvest.  Iedereen zou min of meer zelfstandig moeten wonen in een gewone wijk, moeten werken bij een gewone baas en vrienden moeten worden met gewone buren. SolidariteitDat is beter voor bijna alle leden van bijna alle kwetsbare groepen en bovendien goedkoper. Dit idee gaat hand in hand met wat men noemt ‘actieve solidariteit’, dit in tegenstelling tot ‘passieve solidariteit’ waarbij via het belastingstelsel een ieder betaalt voor de zorg van de ander. Actieve solidariteit betekent: mensen van kwetsbare groepen moeten zo lang mogelijk voor zichzelf zorgen of worden geholpen door de naaste familieleden of andere mensen die om hun geven. Pas in het uiterste geval is er dan nog de geïnstitutionaliseerde – inmiddels stevig uitgeklede – zorg met alle gevolgen voor zowel de mensen die gebruikmaken van dit soort áls voor de mensen die werken in de zorg.

Op zich lijkt dit een nobel streven: immers, het is toch mooi als álle mensen zoveel mogelijk kunnen participeren in de maatschappij. Toch kun je hier serieuze vraagtekens bij stellen: in het oude systeem droeg een ieder bij aan de zorg van de ander. Er waren allerlei voorzieningen waar kwetsbare groepen konden worden verzorgd.  In het huidige systeem van ‘actieve solidariteit’ moet een veel kleinere groep mensen de lasten dragen.

Bij actieve solidariteit draait het systeem namelijk om het idee van vrijwillige deelname van mensen die de kwetsbare ander ter zijde wil staan. Een gedeelte van de samenleving blijft door hun eigen onverschilligheid jegens de ander simpelweg buiten schot. Solidariteit; voorbije tijd?

Mijn vraag: is dit solidariteit? Volgens mij niet! Ik denk dat het huidige systeem van zorgverlening in de volle breedte moet worden geëvalueerd en heroverwogen!

Kijk, dat zijn nou de klein lichtpuntjes in deze sombere tijden van recessie: er komt een goed Nederlands wijnjaar aan!!
Het Nederlands Dagblad bericht erover: Door het droge en zonnige weer van vooral de laatste weken belooft het een goed Nederlands wijnjaar te worden. Wijnmakers in Nederland spreken van een mooie druivenoogst met een hoog suikergehalte. Het is nu een uitzonderlijk goede oogst, omdat er zo vroeg kon worden geplukt. Het suiker- en zuurgehalte is zeer goed, zodat men gemiddeld twee weken eerder kon gaan plukken.

Ik heb mij laten vertellen dat deze relatief jonge tak van ondernemingen veel baat heeft bij de klimaatcrisis waardoor het gemiddeld iets warmer wordt in Nederland. avondmaalEn waarom ik als theoloog hierover een blog schrijf? Dat lijkt me nogal duidelijk… Wat drinken we bij het avondmaal? precies: wijn!! En nu lijkt met het een prima idee mijn kerkenraad eens voor te stellen juist Nederlandse wijn hiervoor in te kopen. Onze gemeente heeft niet voor niets  gekozen voor het jaarthema Geloven in duurzaamheid.  Zo sla je twee vliegen in een klap: je helpt de eigen economie én je verkleint de groene voetafdruk van de plaatselijke kerk. De afmeting van deze voetafdruk laat zien hoe ‘groen’ je bent: hoe kleiner de afdruk, hoe beter. En doordat je wijn koopt uit Nederland wordt het component vervoer van de wijn laag gehouden, immers de wijn komt niet meer uit Spanje of Italië.

En uhm, oké, ik  moet toegeven dat er ook nog een derde vlieg mee wordt geslagen: Hoe hoger het suikergehalte, hoe hoger het alcoholpercentage.

In het blad Intermediair stond een kort artikel over een antropoloog die promoveert op het omgaan van nabestaanden met de as van hun overledenen. Het blijkt dat de omgang met de as een hele evolutie heeft doorgemaakt. Was het vroeger zo dat men voor eeuwig afscheid nam van de overledene in het crematorium, tegenwoordig bestaat er de mogelijk voor de nabestaanden om de as van de overledene mee naar huis te nemen. Men kan het zelfs laten verwerken in een sieraad.

Ik weet het dat dit in onze cultuur als noviteit voorkomt, maar dat is geheel ten onrechte. In de achttiende en de negentiende eeuw was het niet zo abnormaal om van het haar van de overledene een boeket of een schilderij te maken. Ik heb zelfs begrepen dat van het haar van overledenen sieraden konden worden gemaakt die gedragen werden.

Hoewel men de gedachte aan de dood in onze wereld vaak zo veel mogelijk voor zich uit lijkt te schuiven, als dan het moment daar is dan wil men daar op een zo’n persoonlijk mogelijke manier daar invulling aan geven. De laatste tijd wordt door een uitvaartonderneming ons dit in alle toonaarden meegedeeld.Joodse begraafplaats Praag Richt je ‘laatste gang’ in op de wijze zoals die het meest bij je past, want het immers uw uitvaart. Het lijkt erop dat het op een vrije manier omgaan met de dood vaak uit andere culturen stamt.  Niets is minder waar: er is ook in onze samenleving een tijd geweest dat men de eindigheid van het leven meer aanvaardde als iets dat bij het leven hoort, je wordt geboren en op een gegeven moment sterf je ook weer. Juist door het voortschrijdende medische inzicht is men het sterven steeds meer als anomalie van het leven gaan beschouwen.

Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren… En toch vind ik het apart, die nieuwe rituelen rond ‘de laatste gang’. Natuurlijk vind ik het heel goed dan een ieder zijn eigen uitvaart op eigen wijze mag invullen, maar ik kan niet wennen aan het feit dat men de as van de geliefde overledene kan verwerken in een sieraad. Het komt op mij over als wil men geen afscheid nemen van degene die overleden is.

Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren… We mogen onze overledenen begraven in de dodenakker. Een akker die eens weer vrucht zal dragen. Dan mogen we onze geliefden weerzien.