Nederland polderland: tot voor een aantal jaar was dit een gevleugeld begrip. Zo hadden die Nederlanders jarenlang door harmonieus samenwerken land kunnen winnen en kunnen behouden. Het poldermodel werd overal uitgevent en in de Nederlandse samenleving overal gebruikt.

De laatste tijd zie je een plotselinge kentering: Men offert land op voor De Blauwe Stad: een pretentieus project van woningbouw vlak bij of op het water in de provincie Groningen waarbij delen (landbouw)grond wordt opgeofferd voor water. Er wordt voorzichtig nagedacht om de Afsluitdijk, de Nederlandse vinding om de grootste binnenzee – de Zuiderzee – te bedwingen, niet meer zo hermetisch gesloten te laten zijn. Nederland polderlandEn als laatste loot aan de stam van de ontpoldering wordt sterk nagedacht over het doorprikken van dijken om de Hedwigepolder in Zeeland onder water te zetten.

Ook in onze van ouds her ‘polder’politiek van harmonieus overleg ziet men zo’n omslag: de besprekingen tussen werkgevers- en werknemersorganisaties lopen vast die volgens de poldertheorieën hadden moeten slagen.  Opeens vallen ook traditioneel Oranjegetrouwe partijen over het voornemen van het kroonprinselijk paar om een vakantieverblijf te betrekken in Mozambique.

Een organisatie waar tot voor kort ook de ‘polder’politiek hoogtij vierde was de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De PKN is immers een kerkgenootschap ontstaan uit een fusie van de drie Samen op Weg-kerken: de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. Vanzelfsprekend werd er tijdens het fusietraject ‘water in de wijn gedaan’ door de verschillende partijen. Om nog een spreekwoord te gebruiken: ‘waar gehakt vallen spaanders’ doet ook bij deze fusie opgeld. Een aantal mensen kon zich niet vinden in de grote Protestantse Kerk en vormde een eigen kerkgenootschap (of zoals sommigen zeggen: zetten het oude kerkgenootschap voort).

Nederland ontpoldert: er gaan nu binnen de PKN stemmen op de zinsnede in artikel 1 van de Kerkorde namelijk het belijden dat Jezus Christus onze Heer en verlosser is weg te halen. Dit moet worden gedaan om ruimte te geven aan esoterisch geloof, namelijk een geloof dat van binnenuit komt, gebaseerd is op een innerlijke zoektocht, zonder vaststaande waarheden. Het lijkt mij toch vreemd: een protestantse, christelijke kerk zou afstand doen van – volgens mij – haar kernwaarde: haar belijdenis van Jezus Christus als Heer en verlosser.

Misschien wordt het voor de Protestantse Kerk ook tijd om te ontpolderen…

Het wordt religies en in het bijzonder hier in het Westen het christendom vaak verweten dat ze niet met hun tijd meegaan. Ze gebruiken te archaïsche woorden, te ouderwetse terminologie en middelen zo wordt gezegd en dat kan de mensen niet echt meer geboeid houden. Het moet eigenlijk allemaal meer hip, cool en spiffy.

Toch lees je met de regelmatigheid van de klok van religies – en ik beperk me hier even tot het christendom – dat er allerlei initiatieven ontstaan om mensen via de moderne, nieuwe media te benaderen. Een aantal voorbeelden: online pastorale begeleiding, kerkdiensten (achteraf) online beluisteren, podcasts van priester Roderick Vonhögen et cetera, et cetera.

Een nieuwe loot aan deze stam wordt aangekondigd in het volgende bericht:

Bericht aan God via iPhone

In moeilijke tijden wordt er vaak meer gebeden dan wanneer het voor de wind gaat. Allen Wright besloot daarom maar een iPhone-applicatie te verzinnen waarmee je gemakkelijk een brief naar God kan sturen. Met de applicatie ‘Note to God’ kunnen mensen ‘zelfgeschreven gebeden naar God sturen.’

interactieve kerkdiensten?

Via de iPhone-applicatie hebben gebruikers ook de mogelijkheid om de gebeden van anderen te lezen. Zij kunnen ook aangeven of ze het een goed gebed vinden. Alles in de applicatie gebeurt anoniem.

Als voorganger denk ik erover om mijn diensten binnenkort maar via een of andere internetapplicatie aan te bieden die gemeentes dan op een of andere manier aan de kerkgangers kunnen aanbieden. Ik schrijf hier ‘kerkgangers’, maar ik realiseer me dat dat er steeds minder worden. Mensen willen liever zelf het waar en wanneer van hun eigen spirituele moment plannen. Dat scheelt mij weer enorm veel reistijd en de last om op een onmogelijk vroege tijd op zondagochtend naar een of andere plaats in Nederland af te reizen én de noodzaak voor mensen op een vastgesteld tijdstip naar de kerk te komen.

De kerk ‘achterlijk’? Vergeet het maar! Wij gaan mee met de tijd, met en naar de toekomst. Wij zijn ten slotte mensen van de weg. En die weg heeft te maken met beweging, met op reis zijn. Dynamiek!

Vanmorgen werd ik opgeschrikt door een item op Radio 1. Een bezorgde moeder heeft het actiecomité Sinterklaas moet weg opgericht. Ik was even in de veronderstelling dat het weer eens een aflevering was in de jaarlijks terugkerende soap die draait om het idee dat Sint Nicolaas (zoals mijn vader mij altijd leerde te zeggen, want Sinterklaas is een verklede vent, Sint Nicolaas dat is de kindervriend) een racistisch getint feest is; dat er een zwarte Klaas moet komen met witte Pieten et cetera, et cetera. Maar gelukkig, zo verzekerde de oprichtster van het actiecomité snel, daar draaide het niet. Nee, het gaat om het feit dat er ook een moment moet komen waarop kinderen afscheid kunnen nemen van de Sint. Want hij komt dan wel aan, maar hij gaat nooit meer weg, dat snapt een aantal kinderen niet, zo beweert de bezorgde moeder. Volgens de moeder moet er dus een heel duidelijk afscheid komen van de goedheiligman.  Kinderen snappen het bijvoorbeeld ook niet dat er heel vroeg in het jaar, maar zeker al vanaf september – en ik begreep dat daar ook al wat om te doen was in de supermarkten – pepernoten, of zo u wilt kruidnoten (en volgens de connaisseur maakt dat een heel verschil) door de verschillende grootgrutters worden aangeboden. ‘Kijk mam, hij is nooit weg geweest!!’. Ik raad de bezorgde moeder aan om eens te kijken naar andere feesten: wordt de kerstman weer opgehaald door haar uitvinder een bekend colamerk? Verdwijnt de paashaas als smeltende chocolade na bewezen diensten? Volgens mij gebeurt dat niet…

Ik denk dat het in deze rationele wereld waarin alles toch steeds maar weer verklaard moet worden allemaal draait om een centraal begrip dat voor veel mensen minder inhoud heeft: GELOVEN

Geloven is een zeker weten dat iets wat je niet kunt waarnemen toch echt zeker is gebeurd.

Dus wat mij betreft wens ik een ieder nu alvast met Fokke & Sukke:

Vrolijk Klazen!!!

Eigenlijk zou dit een heel optimistisch blog kunnen worden. In deze tijd van de enorme recessie proberen juist kerkgangers de economie draaiende te houden door te blijven of juist meer te shoppen: als christen heb je natuurlijk altijd iets over voor je medemens… En door meer te gaan shoppen kunnen we de middenstand – groot en klein-  in stand houden en een fikse financiële injectie geven… Kerkgangers, christenen zijn het tenslotte gewend om iets over te hebben voor de ander, is het niet als bijdrage in de collecte, dan toch wel door zaken te kopen bij de middenstand die het echt wel zwaar heeft in deze tijden van crisis. Zo’n oude kerk staat toch niet voor niets midden in het stadscentrum (met winkels), toch…?

Maar helaas voor de middenstand, zo’n positief blog wordt het niet. Het gaat hier niet over het feit dat kerkgangers hun geld meer en meer gunnen aan het overeind houden van de neringdoenden.  kerkgangerHet gaat hier om het feit dat dat meer en meer kerkgangers – volgens sommige personen althans – naast hun eigen kerkgemeenschap vaak ook hun oor te luister leggen bij andere gemeenschappen. Je zou kunnen zeggen dat klantenbinding niet alleen in het dagelijkse leven steeds minder opgeld doet, maar dat die binding in het kerkelijk bedrijf ook onder druk staat.  Zo van ‘even kijken of het gras bij de buurman groener is’.

Eerlijk gezegd weet ik eigenlijk nooit zo goed hoe ik met dit soort berichten om moet gaan. Er zijn mensen die over dit ‘kerkshoppen’ zeggen dat het er nu eenmaal bij hoort: mensen willen zich nu eenmaal niet meer onvoorwaardelijk binden aan een instituut. Misschien ben ik te idealistisch in dezen. Ik denk dat je als kerk jouw leden zo goed mogelijk dient te bedienen en niet er voetstoots van uit moet gaan dat het toch normaal is dat mensen zich niet meer voor langere tijd willen binden aan één club of vereniging. Het moet toch mogelijk zijn om kerkgangers dusdanig uit te dagen dat ze terug willen komen. Want ik denk dat het het voor de kerk helemaal niet zo positief is dat kerkgangers regelmatig ‘shoppen’. Zou dit uiteindelijk niet kunnen leiden dat mensen op een gegeven moment geen lid meer willen blijven van één kerkgemeenschap en dus zondag aan zondag op zoek naar wat hun op dat moment het beste past? Waar blijft dan de fundamentele betekenis van religie: verbondenheid. Waar blijft de verbondenheid aan één specifieke gemeenschap?

Kerkgangers, het zijn net mensen…

Met het gegeven ‘shoppen’ moeten we als kerk leven, maar we mogen er ons niet bij neer leggen.

Sommige mensen zullen dit nieuwsfeit opzienbarend en misschien zelfs vreugdevol vinden. De christelijk opgevoede zanger van heeft de weg terug naar de kerk gevonden? Helaas moet ik die mensen teleurstellen: het gaat om het opnemen van een nieuw nummer in een kerkgebouw.

Tsja, eerder schreef ik al een blog over de leegloop van kerken en de sloop of verkoop van kerkgebouwen. En vaak zie je dan dat onroerend goed zomaar ‘ontroerend’ goed kan worden in de zin dat wanneer een kerkgebouw wordt onttrokken aan de het beleggen van erediensten, dat allerlei emoties enorm gaan opspelen.

Toch zal dit proces de komende jaren doorzetten, zo wijzen cijfers dat ook uit. En misschien een geruststelling: het heeft niet alleen maar te maken met minder belangstelling voor het christelijk geloof. Dat bleek laatst uit een bericht van dominee Erica Hoebe uit Leidschendam. Zij stelt (in navolging van vele anderen) vast dat de jonge generatie best gelovig zijn, maar dat reguliere kerkdiensten niet het platform, de plaats zijn voor hun beleving van hun geloof. de jonge generatie gelovigen komt niet meer wekelijks naar de kerk. andere richtingenZe hebben weinig tijd over voor activiteiten, hun weekend is al zo vol, ze ervaren een drempel om naar de kerk te gaan. Maar ze hebben wel degelijk vragen. Ze hebben wel degelijk een geloof. Ze hebben wel degelijk behoefte aan contact zo houdt Hoebe ons voor. Ze werpt de vraag op of de kerkvorm moet wijzigen voor de jonge generatie. Het is nog pril zo vervolgt Hoebe maar er wordt gezocht naar andere vormen van gemeenschap. In plaats van of naast de zondagse eredienst. Deze nieuwe groep wordt in de gemeente van Hoebe met argusogen bekeken. Hoe goed de gesprekken die ik met ze voer inhoudelijk ook zijn, hoe oprecht hun geloof ook is; zoals een ouderling eens opmerkte: we zijn als kerk geen snackbar waar je wat van je gading uit de muur kunt halen om vervolgens weer te vertrekken. Voorzitter Peter Verhoeff van de PKN gaat hierin mee met Hoebe. Volgens hem is de huidige vorm van gemeenschapsbeleving te veel gekleurd door de Reformatie en het 19e eeuwse burgerlijke verenigingsdenken. De gedachte is nog te vaak: je bent lid en dan doe je mee. Of je bent geen lid, en dan hoor je er niet bij. Zo werkt dat niet meer in deze tijd.

De vraag is dus hoe de gemeenschap dan vorm moet krijgen. Als je geen gemeente meer bent rondom de eredienst, hoe dan wel? Volgens Hoebe is het antwoord te vinden in de Bijbel. Dat verbindt iedereen die contact zoekt met God. Dat Woord verbindt alle gemeenteleden en zoekers, of je nu regelmatig, weinig of niet naar de eredienst komt.

Ik onderschrijf een groot deel van de analyse van Hoebe, maar toch stel ik er ook een aantal vragen bij. Aan de ene kant stelt Hoebe dat de kerk niet een te hoog ‘snackbar’gehalte moet krijgen waar je af en toe komt en Nieuwe vormenwat voor jouw gading is uit het scala van aanbod neemt en voor de rest de kerkelijke samenkomsten links laat liggen. Aan de andere kant onderschrijft ze stelling van Verhoeff dat het 19e eeuwse verenigingsdenken zijn tijd heeft gehad. En die stelling haalt ze naar eigen zeggen uit de Bijbel. Want de Bijbel verbindt iedereen met elkaar en met God of je regelmatig, weinig of niet naar de eredienst komt.

Volgens mij wordt in de Bijbel ook duidelijk gesproken over juist de collectieve beleving van je geloof in samenkomsten. Zo kun j elkaar tot opbouw zijn, kun je werkelijk met elkaar meeleven. Valt die regelmatige ontmoeting weg, dan valt mijns inziens ook de beleving van het ‘kerkzijn’ weg. Wat dat  betreft zie je in christelijk Nederland twee kampen ontstaan: het kamp dat zegt dat de huidige kerkvorm zijn langste tijd gehad heeft en een tweede kamp dat zegt dat er zeker over verschillende vormen nagedacht moet worden, maar dat dit niet meteen betekent het einde van het huidige kerkmodel. En de eerlijkheid gebiedt mij ook te zeggen dat er ook een groep is die zegt dat er helemaal niet moet veranderen.

Zoals het misschien al duidelijk is: ik schaar mij in dat tweede kamp. Ik vind dat er zeker moet worden nagedacht over andere vormen van het beleggen van samenkomsten of contact- momenten en mogelijkheden voor mensen die de huidige kerkvorm niet zien zitten. Maar ik denk dat geloofsbeleving ook vraagt om een sociale component, een sociaal netwerk. De kerk maak je met zijn allen!

Zou het niet zo kunnen zijn dat het huidige individualisme en de individualistische (geloofs)beleving ook een hype is?

Toehoorders van Jezus die vervreemd waren van morele voorschriften vonden Hem boeiend en innemend. Nu vermijden losbandige mensen de kerk juist. Blijkbaar brengen wij niet dezelfde boodschap als Jezus, zegt Tim Keller, de dominee van de Redeemer Presbytarian Church in New York die uitgroeide van een gemeenschap van circa 50 mensen toen Keller daar aantrad tot 5000 mensen nu.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik meestal niet goed overweg kan met dit soort nieuws. Door alle eeuwen heen heeft de traditionele, gevestigde kerk deze kritiek over zich heen gekregen. En alle eeuwenlang zijn  er naast de gevestigde kerk bewegingen en gemeenschappen gesticht die naar eigen zeggen wél de zuivere boodschap van Christus verkondigden. In feite is daar het protestantisme ook een exponent van. De laatste jaren hebben we in de Nederlandse protestantse wereld vele van dit soort initiatieven gezien: van jeugdkerken tot de huidige beweging van emerging churches. moderne middelenEn al deze bewegingen laten op hun manier de traditionele kerk weten dat ‘de boodschap’ anders moet worden gebracht.

En nu komt Tim Keller met een soortgelijke boodschap. Dat kerken geen mensen meer weten te trekken heeft volgens hem maar een reden:  Als de prediking van onze dominees en het handelen van onze kerkleden niet het effect op mensen heeft dat Jezus had, dan brengen wij vast en zeker niet dezelfde boodschap als Jezus.

Als lid en aankomend predikant van een van die traditionele, gevestigde kerken word ik van dit soort uitspraken altijd een beetje treurig. Ik krijg het idee dat wat wij zondags doen in de kerk een hoog ‘sterfhuisconstructie’gehalte heeft. De oude gebruiken en de prediking appelleert alleen maar aan de belevingswereld van een klein aantal, vooral oude mensen. Persoonlijk weiger ik deze verhalen te geloven. Ik ben van mening dat van menig kansel een boodschap klinkt die veel mensen interesseert. Oké, misschien moeten we meer aansluiten bij moderne mediatechnieken en bij de ‘moderne’ hoorder, maar ik denk dat in de kern de zelfde dwarse, onaangepaste evangelieverkondiging van veel kansels klinkt.  En ik denk dat er veel bewonderenswaardige initiatieven door christenen vanuit traditionele kerken worden ontplooid die een levenshouding praktiseren die van hen wordt gevraagd die mensen buiten de kerk kunnen aanzetten tot nadenken.

Ik denk dat kerken, zeker mondiaal gezien, nog steeds dezelfde boodschap brengen als Jezus. Het zou misschien kunnen zijn dat we misschien de ‘verpakking’ eens moeten doorlichten – dat zijn misschien zaken die onder het kopje ‘marketing’ kunnen worden geschaard – maar de boodschap wordt volgens mij over het algemeen nog steeds verkondigt.

Al jarenlang beraadt de christelijke kerk zich op de, laat ik het populair zeggen, de pr van de kerk. Oftewel, de vraag wordt gesteld hoe we het christendom, de kerk, aantrekkelijker maken voor mensen die niet (meer) ‘in de kerk komen’. In die context viel mij het volgende bericht op:  Sinds enkele dagen bouwt de Antwerpse chocolatier Lieven Burie, naar aanleiding van 450 jaar bisdom Antwerpen en de succesvolle tentoonstelling “REUNIE” in de Antwerpse kathedraal, als eerste aan een Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in pure chocolade. Na het etalagemoment, eind september, wordt de chocolade kathedraal via e-bay verkocht. Voor deze internetveiling mocht de bisschop van Antwerpen een goed doel uitkiezen. Mgr. Johan Bonny koos voor ’t Vlot. ’t Vlot is een pastoraal project voor plein- en straatbewoners, veelal druggebruikers en (ex-)druggebruikers.

Mijns inziens een mooi initiatief dat ook bijval verdient. Ik heb er echter ook een vraag bij: staat de chocolade kathedraal ook niet symbool voor de te zoete prediking die in veel kerken opgeld deed, waarbij de kern van het evangelie, de dwarsheid, de  ‘onmenselijkheid’ van de boodschap op de achtergrond is geraakt.  Ik merk dat langzamerhand het tij in dat opzicht begint te keren en dat ons meer dan alleen maar melk wordt voorgeschoteld.

Op voedselgebied worden trouwens vanuit christelijke zijde, in deze tijd van de islamitische ramadan,  meer initiatieven ontplooit. Ideeënbureau Kerkopkop, dat onder meer spellen maakt op het gebied van religie, begint per 1 september met een groep vrijwilligers aan het zogenoemde christelijk dieet. Het christelijk dieet heeft niets te maken met calorieën, recepten of bewegingsplannen, geven de initiatiefnemers aan. In tegenstelling tot een gewoon dieet, waarbij het gaat om gewicht, gezondheid en een goed figuur, vallen de deelnemers aan het christelijk dieet af om een ander aan te laten komen. „Dat is wel even andere koek dan enkel en alleen een schoonheidsideaal na te streven.”

Eigenlijk heel interessant hoe christenen vanuit verschillende invalshoeken met het thema voedsel omgaan. Toch blijft bij mij de vraag overeind staan:  staat de kern van het evangelie, de dwarsheid, de  ‘onmenselijkheid’ van de boodschap nog op de voorgrond? Naar analogie van al deze initiatieven moeten ik onwillekeurig denken aan Holle Bolle Gijs:Holle Bolle Gijs

Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen
Waar die Holle Bolle Gijs op zat?
Hij kon schrokken, grote brokken
Een koe en een kalf en een heel paard half
Een os en een stier en zeven tonnen bier
Een schip vol schapen en een kerk vol rapen
En nog kon Gijs van de honger niet slapen!

Blijven we hongerig hoeveel we ook eten of wordt onze honger gestild door werkelijk voedsel?

Nadenken over sterfelijkheid en de kwaliteit van het leven. Dat is de boodschap Nijmeegse studentenpastoor John Hacking nastreeft met een zelfgegraven graf in de tuin van de studentenkerk in de Waalstad. Dat is wat de studenten kunnen vanaf half september vanuit het open graf het leven en de dood overpeinzen. Vandaar de Latijnse spreuk als titel van mijn blog van vandaag: vandaag ik, morgen gij.

Laten we eerlijk zijn, het is zeker geen populair onderwerp om over te spreken. Liever willen we de dood, de eindigheid van de mens even uitstellen, niet onder ogen zien. GrafmonumentVanuit die optiek wordt de jeugdigheid geïdealiseerd, het verval van krachten en lichaam dient zo veel mogelijk worden ontkend en uitgesteld, misschien zelfs vertraagd. Daarom worden ons vanuit de cosmetische industrie allerlei smeerseltjes en middeltjes aangeboden om de vergankelijkheid van het lichaam zoveel mogelijk te verdoezelen, te ontkennen. En als het dan niet lukt met smeerseltjes, dan zetten we toch het mes in ons lichaam? Maar als de vergankelijkheid ons dan toch inhaalt dan kunnen we onze nabestaanden toch nog een leuk afscheid geven? Mensen kunnen dan sinds kort speciale komieken inhuren om de begrafenis een beetje op te leuken. Onder de titel ‘De laatste lach’ gaan twee acteurs de boer op met hun ‘humor’. Nabestaanden kunnen het duo inhuren voor bijvoorbeeld een persoonlijke sketch over de overledenen. ‘Een begraafplaats is de enige plaats waar nog geen humor wordt gebruikt, dus misschien is het wel het gat in de markt’, zeggen de Belgische acteurs tegen het Nieuwsblad.

Ja hoor, zelfs op de ‘laatste gang’ hoeven we onze nabestaanden niet op te zadelen met hun authentieke gevoelens. Laten we onze gevoelens maar weglachen. Persoonlijk was ik kortgeleden erg geraakt met de benaming van de uitvaartdienst van de slachtoffers van het Kampense drama. Men noemde het een ‘opstandingsdienst’. Ik vind dat een prachtig mooie getuigenis: het christelijk geloof in de opstanding. Weten dat het leven niet ophoudt bij het graf, maar dat er een leven is na dit leven.

Hodi mihi, cras tibi, vandaag ik, morgen gij…  nadenken over je sterfelijkheid, maar met het vertrouwen in, het uitzicht op een eeuwig leven.

Het moet me als protestant dan toch van het hart: ik vind dat we na de Reformatie iets te rigoureus te werk zijn gegaan met het uitbannen van allerlei rooms-katholieke uitwassen. Een van die zaken die je zou kunnen typeren met ‘het kind met het badwater weggooien’ is het afschaffen van de biecht.Biechtstoel Natuurlijk hebben protestante pastores ook de verplichting tot zwijgen over alles wat hun ter ore komt, maar toch… het instituut biecht, dat zo heb ik me laten vertellen ook niet overal meer in de rooms-katholieke wereld wordt gebezigd, heeft wel iets duidelijks. En dan bedoel ik het feit  dat je bij een geestelijke in een bepaalde setting je hart kun uitstorten…

Het blijkt ook wel dat door alle tijden heen veel mensen, kerkelijk en niet-kerkelijk,  op zoek zijn naar een onbevooroordeeld klankbord, een klaagmuur, een praatpaal. Dat bracht organisatieadviseur Richard Koopman op een idee. Hij bedacht een site waarop werknemers kunnen biechten. „Een werkzonde is een van de grootste taboes van een organisatie.” Op de site (biechtenophetwerk.com) kunnen werkzonden anoniem opgebiecht worden. Op de site kunnen mensen met een slecht geweten kiezen tussen de zeven hoofdzonden. Zo schrijft iemand onder de hoofdzonde jaloezie: „Ik ben jaloers op een collega. Ik heb uit afgunst enkele knopen van haar nieuwe jas afgeknipt terwijl ik wist dat het een hele dure jas was.”

Wat is dat toch dat mensen redelijk openhartig zijn over hun zonden als ze die anoniem ergens kunnen uiten? Voelt men zich opgelucht als men de zonden toegeeft?

Ik denk dat de biecht, in een bepaalde vorm, best ingevoerd zou kunnen worden, ook in een protestante cultuur. Ik denk zelfs dat het zo’n verlichting voor bepaalde personen kan betekenen die de overbelaste geestelijke gezondheidszorg zou kunnen ontlasten.

Oké, ik weet het: het klinkt als een persoonlijke biecht… maar het lucht enorm op!

We waren er al aan gewend in Nederland: veel christelijke feestdagen zijn volledig gecommercialiseerd. Het kerstfeest is volledig ingepakt door de commercie en het paasfeest is vruchtbare inspiratiebron voor de reclamewereld. Maar nieuw in Nederland is het feit dat ook een islamitisch feest als de ramadan een zoete ‘inval’sbasis is voor de marketeer:

Winkelketen C&A zorgt tegen het eind van de ramadan voor een uitgebreidere collectie feestkleding voor het Suikerfeest, de afsluiting van de ramadan zo kopte de NRC. Voorzichtig spelen bedrijven nu in op de vastenmaand. C&A heeft zelfs een ramadancollectie. Voor miljoenen moslims is het weer zover: dit weekeinde staat geheel in het teken van het begin van de ramadan, de jaarlijkse islamitische vastenperiode. RamadanTraditioneel is de ramadan, de jaarlijkse islamitische vastenmaand een periode van spiritualiteit, gebeden en daarna het gezamenlijk verbreken van het vasten. Maar, zo wordt steeds vaker gesignaleerd in islamitische landen, ook van overdadig consumeren.

Tsjonge, dat overdadig consumeren, waar kennen we dat van? Was het niet zo dat veel sportscholen zich juist in januari mogen verheugen op veel nieuwe leden?

Zelfs postbedrijf TNT Post wil ook wel iets met de ramadan. Het bedrijf is zich aan het beraden op een speciale ramadanservice. Bijvoorbeeld voor kaarten. Nu zijn er alleen thema’s als ‘beterschap’, ‘huwelijk’ en ‘geboorte’. Een woordvoerder vertelt dat TNT het assortiment mogelijk gaat uitbreiden met ramadanproducten. „Zo zouden we onze cadeauwinkel kunnen inzetten rondom dit islamitische feest. Mensen kunnen dan bijvoorbeeld tijdens het Suikerfeest elkaar feliciteren door een doos met chocolade te versturen.” Tsja, waar doet zo’n kaart ook al weer aan denken? Het is interessant dat het Nederlandse bedrijfsleven nu tot het besef komt dat er serieus iets valt te verdienen aan de de islamitische feestdagen. Ik ben benieuwd wanneer het holifeest van de hindoes  en het kathinafeest van de boeddhisten  worden aangevat voor een serieuze commerciële activiteit?

Ten slotte even een vraagje: betekent dit meteen ook dat de integratie van de islam in de Nederlandse samenleving is geslaagd?