Het blijft toch een fascinerend onderwerp: ‘geloofwaardigheid’; nu weer in het weeralarm.
Wat is het toch met de mens? Aan de ene kant wil men geen onduidelijkheden. Gerrit Hiemstra zei gister in het praatprogramma Knevel en Van den Brink dat mensen die contact opnemen met het KNMI altijd precies willen weten wat voor weer het op welke plaats wordt, wanneer er een bui gaat vallen of men geconfronteerd wordt met andere weersveranderingen. Men wil gewoon niet meer voor verrassingen worden geplaatst. Weers’voorspellingen’ moeten worden omgebogen naar weers’waarheden’. En als dan er toch iets verkeerd gaat, ach dan lopen we toch naar de rechter… Ik vraag me af hoe mensen zouden hebben gehandeld als het KNMI geen weeralarm had uitgegeven en het weer zich toch had ontwikkeld zoals het voorspeld was: hevige rukwinden, overal verwoestende hagel en verschrikkelijke blikseminslagen. Zouden bijvoorbeeld de organisatoren van evenementen als Lowlands en het Xnoizz Flevo Festival de betreffende autoriteiten niet aansprakelijk stellen voor de opgelopen schade? Voorspellingen hebben ook een preventief karakter, maar het zijn en blijven voorspellingen.
Het blijft toch een fascinerend onderwerp: ‘geloofwaardigheid’; aan de ene kant wil men zekerheid. Wij Nederlanders behoren tot de top-10 van de best verzekerde en oververzekerde mensen van de hele wereld. Maar aan de andere kant heeft de Nederlander, de westerse mens moeite met het geloven van voorspellingen. Want waar men zich ook voor laat verzekeren doet men dat ook allemaal op risico-aannames. Het wil nog niet zeggen dat die ongelukken je echt overkomen.Voorspellingen moeten een zeker waarheidsgehalte hebben. Een soortgelijke reflex zie je volgens mij het geloof in de zin van godsdienst. Voorspellingen, profetieën worden niet geloofd, garanties en zekerheden worden immers niet afgegeven met de noodzakelijke vertrouwenwekkende ondersteuning van allerlei cijfers en wetenschappelijke claims. Het blijft trouwens grappig, tussen twee haakjes, dat mensen zich al snel een loer laten draaien door allerlei ‘wetenschappelijke claims’ kijk naar de enorme ineenstorting van verschillende teakbeleggingsfondsen die bijna letterlijk voorspelden, met een ronkende verwijzing naar ‘wetenschappelijk verantwoorde gegevens’ dat de bomen tot in de hemel zouden groeien. Maar als je mensen de zekerheid wilt geven van een bestaan dat niet zinloos is en dat niet aan deze zijde van de dood ophoudt, dan wordt het heel veel mensen toch allemaal te gortig…
Het blijft toch een fascinerend onderwerp: ‘geloofwaardigheid’…


Alleen al in Nederland krijgen jaarlijks 6,3 miljoen huishoudens de gids. Naar schatting worden er jaarlijks tussen de 50 miljoen en 150 miljoen Bijbels verkocht. Critici vragen zich wel af of Ikea trots moet zijn op het enorme papierverbruik. Het bedrijf maakt immers goede sier met een reductie van verpakkingsmateriaal. Anderzijds is er nog wel die gigantische papierberg, goed voor een enorme houtkap. En dat terwijl de gids na een jaar weer wegkan, in tegenstelling tot de Bijbel.
Nee, ik denk niet dat wij christenen het kwaad kunnen verklaren, maar ik denk dat wij wel troost kunnen geven. In ieder geval meer troost dan een atheïst, die alleen maar kan zeggen dat het leed geen enkele reden heeft. Het leven gebeurt gewoon zoals het gebeurt, niet meer en niet minder. En vervolgens wordt er geconcludeerd dat in een wereld waar leed is er dus geen plaats voor (een) God is. Terwijl het christendom in feite ook het kwaad en het lijden niet kan verklaren. Het christendom biedt in geval van het lijden op het vooruitzicht van een hiernamaals.
En het geld wat ze dan overhouden zetten ze weg op een spaarrekening of beleggen ze.
Sommige daarvan willen voortrazen over de grote mediasnelweg, meegaan met the flow zonder het eigen geluid te laten verstommen. Anderen willen juist alleen dat eigen authentieke, misschien nostalgische geluid blijven horen en zo snel mogelijk van die snelweg afkomen om in eigen tempo (onder luid gejubel) rustig een B-weg te berijden: bekende omgeving, geen plotselinge zaken die je kunnen opschrikken. En daar zit hij dan, de man langs de snelweg; E(HB)O-tasje bij de hand voor het letsel dat wordt geleden, om wonden te verbinden, pijn te verzachten. WC-rol in de buurt om strepen en kaders die door anderen worden getrokken eventueel uit te vegen, openingen er in te maken. En terwijl hij daar zit is hij ingedut… het maakt hem zo moe dat dilemma: hoe moeten we weer invoegen op deze mediasnelweg, moeten we weer invoegen en hoe houden we in die kruiwagen vol kikkers al die beesten binnenboord.
De weg naar overgave : is thuiskomen in jezelf meent dat allerlei dogma’s onze innerlijke bron vervuild hebben en dat daardoor voor een aantal mensen de communicatie tussen God en mens gestoord is geworden. Wat Tichelaar hier volgens mij probeert aan te prijzen is de ‘zelfverlossing’. Immers, als we diep genoeg in onszelf afdalen en weer contact maken met ons ‘diepste ik’ zullen we weer goede mensen kunnen worden, niet vervuild door allerlei zaken die ons van het juiste pad afbrengen. Dat is natuurlijk een ideaal plaatje: de mens heeft niets of niemand nodig om zichzelf te verlossen. Verwonderlijk is het dan ook niet dat bij dit soort berichtgeving altijd weer op dat de dogmatiek de grote zondebok blijkt te zijn. De dogmatiek is bij uitstek bedoeld als systematische doordenking over de relatie tussen alle gegevenheden van God aan de mens en zij vormt een waardevol fundament voor het gevoel van de afhankelijkheid van de mens jegens zijn God. Tevens is de dogmatiek een zinvol hulpmiddel geweest voor de kerk om zich als instituut vorm te geven (iets wat misschien voor een aantal christenen op zich al een verkeerd proces is geweest). Tichelaar pleit ervoor om de oude communicatie tussen God en mens weer in ere te herstellen waardoor de mens weer dichter bij haar eigen bron komt. In werkelijkheid komt juist daardoor die afhankelijkheid van de mens onder druk te staan, immers de mens zelf is de bron… Verlosser van zichzelf en is niet afhankelijk van wie of wat dan ook… Een puur populaire, individualistische en menselijke reflex.
Een seculiere ethiek met een vaag christelijk sausje die er helaas bij velen in gaat als koek. Bij het zoeken van je heil en van jezelf je afhankelijk weten van Iemand anders is geen populaire boodschap. Nee, dan liever deze boodschap dat je je heil in je zelf kunt vinden. Zelfontplooiing, zelfliefde zonder verantwoordelijkheid, want je bent immers je eigen norm en die is zo authentiek dat je daar gehoor aan moet geven. De tomtom op deze weg is de spiritueel hulpverlener Roelof Tichelaar met zijn eigen praktijk voor psychische, pastorale en spirituele hulpverlening vindt echter dat juist die eigen vervuilde, onontdekte bron weer moet worden opgedolven. Persoonlijk lijkt me dit een geval van op zijn minst als de vos de passie preekt…
tot ieders verrassing lijkt de weg die naar de kerk leidt verdacht veel op de brede die wij Nederlanders zo goed kennen van een heel andere plaat over de brede en de smalle weg en waar de brede weg de weg nou net niet de christelijke levensstijl uitbeeld. Ik vind dit een interessant gegeven. De laatste tijd komen er steeds meer zaken in het nieuws, al of niet geholpen door de spreekwoordelijke komkommertijd, dat christenen en/of christelijke organisaties het zelf niet zo nauw nemen met hun eigen christelijke ethische normen of dat ze het moeilijk vinden het christelijk geluid echt te laten klinken. ‘De brede weg’ lijkt ook voor christenen erg aanlokkelijk. Het begint er werkelijk op dat de brede weg naar de kerk leidt. Laatst las ik dat niet-christenen zich vooral ergeren aan het feit dat christenen zich niet houden aan hun eigen normen en waarden. Ik denk dat we ons dat moeten aantrekken. Het lijkt er op dat christenen zich schamen voor de boodschap die ze uit moeten dragen, dat ze graag willen opgaan in hun omgeving en daardoor ook hun normen en waarden aanpassen aan anderen. Eigenlijk willen we dat de brede weg naar de ‘kerk’ leidt. Niet te veel opvallen, niet te veel anders dan anders zijn. Terwijl de boodschap die het christendom kan en moet uitdragen er een is van een totaal ander beeld met betrekking tot de hele wereld en de samenleving.
De vraag is alleen ‘kan dat altijd en is altijd even “zinvol”‘. Is het verantwoord om een patiënt te ‘redden’ als daarmee zijn leven voor de rest een ondraaglijke hel wordt? Een opmerking uit de praktijk: De techniek verfijnt, maar het vervolgtraject wordt vaak vergeten. ‘Nu zeg je tegen een tachtigjarige: gooi er maar een paar nieuwe hartkleppen in. Het automatisme is nog vaak: opereren. Of de patiënt daarna ooit nog thuis zal komen is de vraag.’ Moet je dan opereren? Kortom, mag een mens nog overlijden?
Het heeft er mede toe bijgedragen dat calvinistische leefstijlen verder zijn verwaterd.’ meldde het Nederlands Dagblad vanochtend. (Aanvullende berichtgeving van het CBS meldde dat het kerkbezoek onder protestanten eigenlijk nauwelijks afneemt, dat in tegenstelling tot rooms-katholieken en bezoekers van de moskee.)
Ik ben ervan overtuigd dat het christendom in het Westen nog steeds een zeggingskracht heeft voor de hele maatschappij, dat uitdagend kan zijn, prikkelend, dat aantrekkingskracht heeft, maar bovenal maatschappijkritisch dient te zijn. Dat is ook wat ik heb proberen duidelijk te maken in mijn post over Calvijn en het calvinisme. Ik denk dat we ons niet hoeven neer te leggen bij de geest van de tijd. Misschien worden we marginaal, maar dat betekent niet dat we ons niet hoeven te onderscheiden. Laten we eerlijk zijn, het christendom is zo ook begonnen, als een kleine splintergroepering die door wat zij deed verbazing, soms zelfs afkeuring oogstte. En ja, wanneer dan de traditionele kerken moeten worden hervormd, misschien opnieuw uitgevonden, het zij zo. Wat 0p de eerste plaats moet staan is dat de kerk, de christenen, een zoutend zout moeten zijn dat reinigt, misschien zelfs soms bijt, maar een boodschap heeft die uniek is! En dat is meer dan een soort algemeen spiritueel gevoel.