Tussen het Heilige en het Heilige der Heiligen
in de tempel van Jeruzalem hangt een gordijn.
Het is een heel bijzonder gordijn.
Een handbreedte dik, negen meter lang en negen meter breed.
Twee afbeeldingen van engelen zijn op het gordijn geborduurd.
Dat gordijn sluit het Heilige der Heiligen voor mensen af.
Want achter dat gordijn woont God.
In het aardedonker.
De Heilige van Israël.
In de tempel van Jeruzalem,
de plaats die God heeft uitgekozen om onder zijn volk te wonen.
Eén keer in het jaar gaat de hogepriester door dit gordijn naar binnen.
Met een gouden schaal met het bloed van een offerdier.
Om zo verzoening te doen voor de schuld van heel het volk van Israël.

Het is dan Grote Verzoendag!
Om drie uur ’s middags wanneer vanaf het kruis de woorden klinken:
‘Het is volbracht!’
scheurt dat bijzondere gordijn in de tempel.
Van boven naar beneden!
De hemel zelf grijpt in.
De toegang tot God, die door dit gordijn werd afgesloten,
is voortaan voor iedereen open.
Jezus’ verzoenend sterven aan het kruis op Golgotha
baant de toegang tot Gods liefdevol hart.

‘Het is volbracht!’
Eigenlijk betekenen die woorden:
tot een einde brengen, tot een doel brengen.
Er zit iets definitiefs in.
Maar wát heeft Jezus dan volbracht?
Wat heeft Hij tot een definitief einde gebracht?
Het is de opdracht van de Vader
waarover Jezus spreekt in zijn gebed als Hogepriester (Johannes 17):
‘Ik heb op aarde uw grootheid getoond
door het werk te volbrengen dat U Mij opgedragen hebt’ (vers 4).
‘Ik heb de woorden die Ik van U ontvangen heb
aan hen doorgegeven,
zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat Ik van U gekomen ben,
en ze geloven dat U Mij hebt gezonden” (vers 8).
Jezus is naar deze aarde gekomen
om de grootheid van God de Vader te tonen aan de mensen.
Dat is de opdracht die Hem vanuit de hemel is meegegeven.
Dat de mensen op aarde God zullen erkennen als Koning over alle dingen.

Daarom vertelt Jezus de mensen
over het Koninkrijk van God, het nieuwe paradijs.
Daarom laat Hij – door de wonderen die Hij doet –
zien hoe het leven er op de nieuwe aarde zal zijn.
Alle lijnen van het kruis lopen immers terug naar het begin.
Naar het begin van Gods goede schepping.
De mens, die God in de hof van Eden,
een plaats om te leven heeft gegeven,
is er om er voor God te zijn.
Om God als Schepper te erkennen van alle dingen.
Om Hem te dienen. Om Hem lief te hebben.

Maar toen ging het mis, in dat prachtige paradijs.
Want de mens wilde zélf als God zijn.
De mens wil zélf als koning heersen over alle dingen.
De mens wil zélf beslissen over wat goed en wat kwaad is.
Ongehoorzaamheid, opstand, zonde tegen God.
Jezus is naar de aarde gekomen
om de mensen te vertellen wat Gods bedoeling is met hun leven.
Hij heeft hun dat leven voorgeleefd. Zijn leven was een voorbeeldig leven.
Luisterend naar de stem van de Vader.
De woorden van de Vader doorgevend
opdat mensen weer in die woorden zullen gaan geloven.
Beloften van vergeving en van verzoening.
Van een herstelde verhouding en een vernieuwd leven met Hem.
Zo heeft Jezus de Schrift in vervulling laten gaan.
Zijn werk op aarde is volbracht! Het doel is bereikt.
De kloof tussen God en mensen is door Hem overbrugd.
God en mensen kunnen weer direct contact met elkaar hebben.
Er is geen offerbloed, geen hogepriester,
geen gordijn en geen tempel meer nodig.

‘Het is volbracht!’

En wij?

Jezus’ sterven aan het kruis betekent voor ons een nieuw begin.
Wat wij mensen niet konden bereiken heeft Hij bereikt.
Wat wij mensen niet konden volbrengen heeft Hij volbracht.
Vaak denken wij dat ook wij eerst offers moeten brengen
om met God weer in het reine te kunnen komen.
Plaatsvervangend heeft Jezus zijn leven voor ons opgeofferd.
Uniek. Eenmalig.
Wij mogen weer leven zoals God het heeft bedoeld
toen Hij de mens op aarde een plaats heeft gegeven.
Een leven in liefde, in afhankelijkheid en in dankbaarheid.
Een leven in liefde voor God, onze Schepper.
Een leven in liefde voor elkaar en de schepping.

Dat is het geheim van dit bewogen zesde kruiswoord!

Goede Vrijdag

Ik neem je mee naar Golgotha. Het is vrijdagmiddag tegen drie uur.
Het is dus nog volop dag en toch is het hier.
Al sinds het middaguur vreemd donker.
Alsof er een sluier van duisternis ligt over alles.
Alle geluid en kabaal is inmiddels door deze deken gesmoord.
De ophitsende hogepriesters en oudsten.
De menigte die als uit één mond kruisigt hem riep.
De lallende Romeinse soldaten met hun wrede grappen.
De venijnige spot van omstanders en voorbijgangers.
Er valt over dit alles een diepe vreemde stilte.
Ook de natuur hult zich in stilzwijgen.
Je hoort geen vogel meer fluiten.

Kom, dan lopen wat dicht naar het kruis toe.
Die ene Man daar aan dat middelste kruis.
Hij wordt gemeden als de pest.
Op pakweg anderhalve meter links en anderhalve meter rechts van hem
hangen nog twee mannen aan een kruis.
De een spuwt zijn laatste venijn, de ander wendt zich naar Jezus toe.
Zelf hangt hij op laten we zeggen anderhalve meter boven de aarde, van de mensheid.
Weggehoond, verguisd, bespot, uitgekotst.
Met pek en veren de stad uitgedragen.
Geen intensive care maar intense haat.
Geen beademing maar bespotting.
Niet omringd door helden uit de zorg maar verlaten, zelfs door zijn beste vrienden.

Volgens Mattheüs is Jezus zelf ook stil.
Daar hangend aan het kruis, heeft Jezus al die tijd
geen kik gegeven, geen woord gezegd.
Maar nu, aan het einde van drie uren duisternis
verbreekt hij de stilte met een schreeuw:
‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’

Wat hier gebeurt is een groot mysterie.
Laten we er stilletjes naar kijken.
Er om heen lopen, er wat over na denken.
Kijk alles wat er gebeurde met Jezus, de vernederingen, de martelingen,
Het venijn, de spot, de spijkers en het kruis.
Het was wreed en verschrikkelijk.
Maar in deze schreeuw proeven we dat zich hier
nog een ander, dieper lijden afspeelt

Jezus hangt daar niet voor zichzelf.
Hij hangt daar voor ons allen.
Hij is het hoofd van alle dingen.
Van alle mensen en de hele schepping.
En Jezus zegt niet: ik ben alleen.
Hij zegt: u hebt mij verlaten.
En God verlaat hier dus niet alleen Jezus.
Maar in hem verlaat God hier alles en iedereen.
En het hele gewicht daarvan, dat voelt alleen deze ene man.
En als God gaat, dan gaat het licht uit.
En wat overblijft is een godverlaten, godvergeten wereld.
Je kunt zeggen: dit is de hel.

Jezus ervaart hier iets wat niemand zo ervaren heeft.
Het is wat hij al aanvoelde in de hof van Getsemane.
Waar het hem zo aanvloog dat hij als een worm over de grond kroop en bloed zweette.
Als God verdwijnt is er in plaats van zegen vloek.
Dan verdwijnt alle zin en samenhang.
In plaats van heelheid, eenheid, shalom is er vloek, verval, verrotting, verwelking.
Zoiets als een doolhof zonder uitgang, waanzin zonder overkant.
Zonder zin en uitzicht wordt alles krankzinnig, absurd, idioot.
Dat klinkt door in deze schreeuw: tot wat? God van mij, tot wat?
Het is teveel, ondragelijk, je zou je ervoor willen afsluiten.

Deze schreeuw van Jezus aan het kruis.
Het is ook de schreeuw van de schepping.
Jezus schreeuwt hier niet alleen voor en namens de mensen.
Hij schreeuwt namens de hele schepping.
Waar nu alle licht is gedoofd, en geen vogel meer zingt.
Deze Godverlaten wereld waar de machten van de duisternis.
De woestheid en ledigheid van voor het begin weer vrij spel heeft.
Die schepping die zo deelt in de gevolgen van de zonde.
Die is hier begrepen in deze schreeuw.
Alles schreeuwt hier mee.

Jezus schreeuw neemt alle schreeuwen in zich op.
Voor alle machteloosheid, alle onrecht,
al het verdriet dat ons mensen kan overkomen.
Door andere mensen aangedaan,
of je overkomen door deze kapotte wereld.
Ziekte, depressie, gebrokenheid in je relatie,
of in de relatie met je kinderen, met je ouders, met vrienden.
Een ongeluk, of verdriet omdat niet lukt wat je wilt bereiken,
werkeloosheid en lichamelijk ongemak.

Soms praten wij mensen niet meer met God.
En als we niets meer weten te zeggen, zeggen we soms nog:
mijn God! O my God!
Begrijpen er soms helemaal niks meer van.
Maar Jezus daalt in die diepste, donkerste momenten af.
Begrijpt ons hierin beter dan wij onszelf begrijpen
en neemt ons zwijgen en ons schreeuwen
en alles er tussen in op in deze ene hartverscheurende schreeuw.
En is zo echt Immanuel, God mét ons!!

Deze schreeuw is een klacht.
Waarom? Tot wat?
En Jezus sterft te midden van zijn vragen.
Binnen zijn aardse leven is hij niet verhoord.
Er is een nare, wrede, niets ontziende dood.
Er is geen uitkomst, geen verhoring.
Daarmee deelt Jezus in al die pijn van onverhoorde gebeden,
van lijden zonder zin.

Het diepere geheim van deze schreeuw is dit.
God verlaat niet alleen zijn zoon.
Hij verlaat niet alleen de mensen en de schepping.
Hij verlaat hier ook zichzelf.
God neemt deze scheur op in zichzelf.
Hij ondergaat dit, gaat er in onder.
God gaat tot het uiterste in zijn liefde.
De drie-ene God kraakt in zijn eenheid in zijn toewending naar ons.
God gaat hier zelf stuk, kapot.

Nou, stuk, kapot. Toch niet helemaal.
Want Jezus schreeuwt wel intens.
Maar hij blijft daar wel hangen.
En zijn schreeuw tot wat, zijn waarom gaat door merg en been.
Maar hij blijft ook schreeuwen:
God van mij, God van mij.
Wie U zegt of jij, is ondanks alles toch nooit echt alleen.
En in Jezus die daar aan het kruis blijft hangen tot het einde
zien we God zelf die wel kraakt in al zijn voegen.
Maar in Jezus ons en deze wereld toch niet loslaat,
trouw blijft en standhoudt.
En daarvoor de hoogste, zwaarste prijs voor wil betalen.
Wil afdalen tot in de hel. Wil sterven voor de wereld.

Als het langzaam weer licht wordt daar op Golgotha
zien we daar een paar mensen staan, onderaan het kruis.
Een Romeinse officier plus wat Joodse vrouwen.
Dit is zeg maar het begin van de kerk.
Mensen die deze laatste schreeuw niet meer, nooit meer kunnen vergeten.
Een schreeuw die we elke dag opnieuw horen.
Om ons heen en in onszelf.
En waar we deze schreeuw horen weten we:
die wordt gedragen en meegenomen
in de laatste schreeuw van deze man aan het kruis.

Dan is er die tweede schreeuw en sterft Jezus daar aan het kruis.
Je zou misschien verwachten dat het dan nog donkerder wordt.
Maar nee, als Jezus sterft, wordt het juist weer licht.
Jezus neemt in zijn dood alles mee en alles weg.
Dood, duisternis, vloek, oordeel, kloof, breuk.
Matteus schrijft: Nog eens schreeuwde Jezus het uit.
Toen gaf hij de Geest. Dat doet hij echt actief, als een eigen keuze.
De Geest geven.

Bij een afgematte, uitgeputte, stervende man
verwacht je als laatste hooguit nog een zucht, een kreun.
Maar Jezus schreeuwt het nog eens krachtig uit.
In deze schreeuw klinkt er naast al het andere ook iets mee van overwinning.
Want juist als Jezus met deze laatste schreeuw sterft
begint het weer licht te worden.
En zijn er de eerste tekenen van een nieuw begin.
De schepping begint aan een eerste vreugdedans.
De aarde beeft, graven barsten open, doden komen tot leven.
En in de tempel scheurt het voorhangsel van boven naar beneden.
Er gaat er bij God en in God een deur open.
Voor jou, voor mij en voor alle mensen.

Tussen de mannentaal
die zich verhardt,
tussen de stemmen
die langzaam verstenen

– de ene hand
wast de andere,
Pilatus in marmer;
het verraad
gaat van mond tot mond,
Judas in kalksteen –

het geluid
van een brekende kruik,
brekend hart,
balsem stroomt als een klaaglied,
doortrekt zijn kleed,
zijn huid, zijn haar,
heel het verstoorde huis

– Herodes wordt de geur gewaar,
de hogepriester,
zelfs de soldaten
die zijn kleed verdobbelen
snuiven de mirre –

dat ene gebaar,
meer dan tienduizend woorden

Jaap Zijlstra

We zijn er misschien wel zo’n een beetje aan gewend geraakt,
aan dat kruis. We schrikken er niet meer zo van.
We praten er soms over alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. ‘Jezus is aan het kruis gestorven voor mijn zonden.’
Maar het is zo ongewoon. Zo afzichtelijk ook.
Het kruis is niet mooi.
En tegelijk heeft dat kruis, dat lelijke kruis alles met het leven te maken. We kunnen er niet omheen. En we moeten dat ook niet willen.

Er hangt een bloedende Man aan het kruis. Man van smarten.
En dat opschrift aan het kruis, vat het heel kort samen:
‘Dit is de Koning der Joden.’
En je proeft nog de spot die erin doorklinkt,
je hoort nog de lach van de man die de letters in het bordje graveerde,
en je ziet nog de lol die de omstanders hadden.
Wat een Koning is die Man van smarten! Wat een Koning. Belachelijk. Eén brok zwakheid. Hij kan niet eens van het kruis afkomen.
Om je dood te lachen.

Wilt u dat wel? Zo’n koning?
Het antwoord op die vraag hangt ook een beetje af
van twee andere koningen.
Twee koningen die in deze wereld
ongelooflijk veel heerschappij uitoefenen.
Twee koningen die op aarde heersen.
Het gaat dan over de koningen
die Paulus noemt in de brief aan de Romeinen:
De zonde en de dood.
Hij noemt de zonde en de dood ook koningen.
Koningen met macht en veel invloed.

Ja, daar kun je ook anders tegenaan kijken.
De zonde, daarvan kun je zeggen:
‘ach mensen, dat valt toch allemaal wel wat mee;
zeur toch niet zo over zonde;
natuurlijk, we maken allemaal onze fouten, en dat is niet goed;
maar het kan toch niet zo zijn dat God
daarom zijn eigen Zoon de dood injaagt.’
Zo kun je omgaan met de zonde. Nauwelijks een vijand. Bijna geen macht. Hoezo: koning?
En van de dood geldt hetzelfde:
‘dood is dood, zeggen veel mensen;
we sterven nu eenmaal allemaal een keer; dat hoort bij het leven.’
Zo kun je omgaan met de dood: nauwelijks een vijand, geen echte macht. Hoezo: koning?

Maar de Bijbel leert ons om de zonde en de dood te zien
als koningen die niet thuishoren op aarde.
Dood en zonde horen niet bij het leven.
Het is een vreemd element in Gods goede schepping.
Dat is niet wat God wil.
Daarom laat Hij ons aan de enorme macht zien
die de zonde en de dood als koningen in ons leven hebben.
En daarom hebben we die andere Koning nodig.
Die Koning aan het kruis die de zonde uit de wereld wegdraagt
en die de dood de doodsteek toebrengt. Jezus Christus.
Een koning in nederigheid en zwakheid.
Alleen zo kan Hij de koningen zonde en dood overwinnen.

En dat vinden we allemaal samengebald terug in dat korte opschrift.
‘Dit is de Koning der Joden.’
In drie talen stond het er.
Want iedereen moet het kunnen lezen,
deze beschuldiging op grond waarvan Jezus is veroordeeld.
Iedereen moet kunnen begrijpen hoe belachelijk dit is.
Want wat is dat nou voor een koning!?
Hij kan niet eens zelf van het kruis af komen?
Hoofdschuddend kijken de mensen ernaar. ‘Mij niet gezien, zo’n koning!’

En toch wilde Jezus op en top zó Koning zijn.
Nederig, zwak, geen politieke power,
maar liefdevolle dienstbaarheid en nederige zelfverloochening.
Dat moeten we erin zien.
Een zwakke Koning, maar wat gaat juist daar veel kracht vanuit!
Wat is er een kracht voor nodig om zwak te durven zijn.
Wat is er een moed voor nodig om trouw te zijn tot in de dood.
Wat is er een liefde nodig om de zonden van de wereld
op je te willen nemen en aan het kruis te nagelen.
Zo is Christus onze Koning.

Screenshot_20200409-204310

Naar aanleiding van Matteüs 20:17-28

Ik ga lijden en sterven, zegt Jezus Christus. Lijden, dat doen we allemaal. Dat is een ervaringsgegeven: voor niemand van ons loopt het leven altijd op rolletjes. Soms hele perioden wel, maar dan plotseling kan er sprake zijn van ziekte, van crisis. Zoals nu, de coronacrisis. En sterven, tja, sterven doen we ook allemaal. Een leven zonder lijden en dood bestaat dus niet.

De vraag is dan: hoe ga je met dat feit om? De leerlingen van Jezus, zeker hier in dit verhaal Jakobus en Johannes, zien het lijden als een nare bijkomstigheid, waar ze zo snel mogelijk doorheen willen om te gaan regeren samen met Jezus over een nieuwe wereld. Ze schakelen hun moeder in om alvast hun plekken te reserveren. Regeren is vooruitzien. Herkenbaar: we zijn liever gelukkig, welvarend en gezond, en als dat even niet zo is, proberen we hard er zo snel mogelijk uit te komen. Intelligente lockdown om zo snel mogelijk weer terug naar normaal te gaan. We proberen lijden te minimaliseren.

Je zou dat ons instinct kunnen noemen, onze natuurlijke neiging om te overleven. Zo gaat het om je heen in de wereld. Zo wijst Jezus naar de koningen en mensen met macht. De struggle for life en survival of the fittest bepalen niet alleen het dierenrijk, maar ook de menselijke samenleving. Maar is dat het beste waar wij toe in staat zijn? Of is er een betere manier, een menselijkere manier?

Jezus wijst zijn leerlingen de weg van het ‘dienen’, het bewust kiezen voor de minst aantrekkelijke route, de route van lijden. Zo kiest Jezus ook zijn eigen weg naar Jeruzalem, waarvan hij blijkbaar al voorvoelt dat het zijn leven gaat kosten, dat hij gaat eindigen aan een kruis.
Het is opvallend dat Jezus zélf deze weg wil gaan, maar die niet oplegt aan zijn volgelingen. Hij probeert Jakobus en Johannes er eerst bijna vanaf te houden. ‘Jullie weten niet wat je vraagt! Ik – zegt Jezus – zal zwaar moeten lijden. Kunnen jullie dat soms ook?’ Zelf gaat Jezus deze weg naar zijn kruisiging en dood willens en wetens, omdat Hij gelooft dat hierdoor de wereld gered zal worden. Maar Hij verwacht niet automatisch van ons dat ook wij die diepe weg willen en kunnen gaan. Je kunt nooit van een ander verwachten, laat staan iemand verplichten, dat hij voor jou gaat lijden. Als dienen immers verplicht wordt, dan wordt het slavenwerk. Waarom zou je die route dan gaan? Het gaat om vrijwillige dienstbaarheid, van binnen uit. Dat heeft het een waarde die bevrijdend is. Zo doet Jezus het zelf en zo wordt de wereld gered. Jezus ís gekomen, om ons te dienen! Niet om ons op onze wenken te bedienen, dat niet. Maar om ons te dienen met wat we werkelijk nodig hebben. Met vergeving en bevrijding. Vergeving van al ons zoeken de eerste te zijn, en vernieuwing tot een andere leefrichting, die van Hem! Want als dit mogelijk is, dan is alles mogelijk!

De uitdaging van Jezus is om het lijden in je leven niet als nare bijkomstigheid te zien, maar als kans om werkelijk mens te zijn voor anderen. Zoek niet naar een antwoord op het lijden, maar wees zelf een antwoord op het lijden.
Veel belangrijker dan bezig te zijn de vraag waarom er zoveel ellende is, is dat je er zelf wat aan probeert te doen. Nadat Jezus zijn discipelen geroepen had, om achter Hem aan te gaan, stuurde Hij ze op pad de wereld in. Hij riep ze niet alleen om Zijn liefde te ontvangen, maar ook om die door te geven, in woord en daad, daar waar nood is. Je kunt dat nooit een ander opleggen, maar wel zelf beleven. Ik hoorde van iemand die een familielid had dat opgenomen was op de intensive care met het coronavirus. Als overige familieleden had je alleen elkaar. Achteraf gezien – zo hoorde ik het – waren dat toch niet de slechtste momenten geweest: het samen zijn, het elkaar steunen, voor elkaar bidden, het maakt dat je intens beleeft hoeveel je van elkaar houdt, hoezeer je elkaar nodig hebt, en hoeveel kracht en moed je op dat soort momenten ook ontvangt om vol te houden. Natuurlijk was het vreselijk, maar het was ook ongelooflijk waardevol. Dat mag je beleven als iets heiligs, als iets van God.

Imprimatur

Het evangelie dat er niet mocht zijn
toen Jezus aan de macht kwam. Judas bracht het uit.

Wat wordt er niet geopenbaard,
de laatste tijd: dat het Godsrijk
ophanden is. Dat alles recht zal zijn gezet.

Een wiegenliedje voor een kleiner kind,
tot klinken gebracht bij een kruisiging.

Weer een messias minder. Wij zijn het gewend.

Totdat de stad ontwaakt met het Gerucht,
verliefde dromen van een vrouw of wat.

Daar kan geen steen of wachtpost tegenaan.

In zo’n verhaal kan ik niet meer bestaan.
Want niets is aanstootgevender dan dit:
ik heb een levende op mijn geweten.

Mart van der Hiele

Elk jaar rond Kerst organiseert 3FM het “Glazen Huis’: een aantal dj’s sluit zich in een bepaalde stad voor een aantal dagen op in een glazen huis en ze ‘vasten’ dan. Terwijl ze dat doen kunnen mensen voor een goed doel geld geven onder meer door plaatjes aan te vragen. Zo langzamerhand begint het voor mij iets te krijgen van het massaal afkopen van een schuldgevoel dat mensen bevangt, zeker rond de Kerstdagen. We doen te weinig voor een ander en door geld te geven kunnen we door dit moderne ‘aflaatsysteem’ onszelf weer in het reine brengen met de wereld.

Inmiddels wordt rond Pasen alweer enkele jaren ‘The Passion’ opgevoerd. Jaarlijks in een andere stad, ditmaal in Groningen. The Passion kun je zien als een evenknie van de opvoering van ‘de Mattheus’ in Naarden. Daar komt toute Bekend Nederland bijeen om zich te laven aan de prachtige verklanking van de Mattheüspassie gecomponeerd door J.S. Bach. Gelovig, ongelovig, het maakt niet uit, wat kunnen we toch genieten van de muziek. Is ‘Naarden’  zo zou je kunnen zeggen, voor de upper-class, The PassionThe Passion is voor het overige deel van het volk georganiseerd. Ooit is het met de oprechte intentie van onder andere de Evangelische Omroep bedoeld om het verhaal van het lijden en sterven van Jezus Christus in een modern jasje weer onder de aandacht te krijgen van een breed publiek.  Met behulp van populaire liedteksten, gezongen en geacteerd door bekende zangers en televisiepersoonlijkheden wordt het lijdensevangelie uitgebeeld.

Echter, wat bij mij begint te schuren is dat The Passion zo langzamerhand tot een zelfde event verwordt als ‘Naarden’. ik heb het idee dat het doorgeven van de inhoud van het lijdensevangelie is ondergesneeuwd onder een dikke laag van ‘volksvermaak’. Net als het geven aan het Glazen Huis waar je je geweten weer even mee in slaap kunt sussen begint The Passion helaas ook soortgelijke tekenen te vertonen. Staan de etalages rond het Glazen Huis vol met allerlei Kerstdecoraties, tot mijn stomme verbazing zag ik dat sommige etalages in Groningen zich nu tooien met een miniversie van het markante kruis van The Passion!!

Als het kruis van Christus al tot (city)marketing tool wordt gemaakt waar blijft de inhoud dan nog? Zal het op  de prettig in gehoor liggende deuntjes meehossende publiek straks de diepere inhoud van het evangelie echt meekrijgen?

Misschien moet het Glazen Huis van The Passion eerst aan gruzelementen worden gegooid om het ware ongemakkelijke kruis te voorschijn te laten komen!

Graflegging

Bij Johannes 19:38-42

Lief lichaam, hang doodstil.
Ladder, steun mijn gewicht.

Ik heb uw spijkerhanden losgewrikt
en neem uw lichaam van de martelpaal.

Het is naar warme handen afgedaald,
het innige van linnen.

Een vriendendienst die liters aandacht vraagt.
Alles kantelt, behalve ons verdriet.

Wij leggen in het graf u neer.
Een ingewikkeld mens ontwaakt niet meer.

Maar in uw mirrelakens hangt
de geur van het mirakel.

Ria Borkent

De Oosterhoutse kunstenaar Pieter Jonker haalt Jezusbeelden van hun kruis en plaatst ze in ‘verrassende’ situaties. Achter zijn raam staat nu een Jezus op de ski’s, ligt een Christus ontspannen op een handdoek onder de zon en hangt de zoon van God in de ringen.’Mooi toch?,’ zegt Jonker. ‘Jezus maakt aan het kruis altijd een trieste indruk; hij zit in een slachtofferrol. Maar zie hem hier in de ringen hangen: een oersterke vent. Ik wil mensen erover laten nadenken dat je ook op een andere manier naar Jezus kunt kijken.’ Het is niet zijn bedoeling mensen tegen de schenen te schoppen met zijn Jezusserie, al begrijpt hij dat sommigen bedenkingen zullen hebben bij zijn project. “Ik wil niet aanstootgevend zijn. Zoals ik het zie, schetst deze serie juist een wat milder beeld van Jezus.’

Op het eerste gezicht misschien wel een heel uitdagende manier om op een nieuwe wijze naar Jezus te kijken. Maar wanneer je het op de keper beschouwd heeft deze kunstenaar het evangelie van Jezus volgens mij niet helemaal begrepen. Jezus gang naar het kruis was geen resultaat van een ongelukkig leven, maar een zelfgekozen opoffering voor de mensen. Jezus als slachtoffer is mijns inziens dan ook geen goede voorstelling van zaken met betrekking tot het christendom. Juist doordat Jezus aan het kruis zijn leven gaf voor mij is Hij mijn held (en meer dan dat) en dan hoeft Hij niet in de ringen te hangen of te zonnen.

Jonker heeft wel altijd iets opstandigs gehad tegen ‘benauwende, enge geloofsopvattingen’. zo meldt het bericht verder ‘Sommige mensen zijn er zo zeker van wat het verhaal van Jezus inhoudt; ik wil erop wijzen dat je ook op een andere manier naar het christendom kunt kijken. Het is zonde om krampachtig aan één starre visie vast te houden; daarmee perk je zelf je bewegingsruimte in.’

Ik vraag me werkelijk af of mijn zienswijze iets met enge geloofsopvattingen te maken heeft. Juist Jezus’ dood aan het kruis betekent voor mij persoonlijk een bevrijding en een redding en geeft mij veel bewegingsruimte.