Wij geloven in één God, de almachtige Vader,
Maker van hemel en aarde,
van alle zichtbare en onzichtbare dingen.
En in één Heer Jezus Christus,
de eniggeboren Zoon van God,
uit de Vader geboren voor alle eeuwen,
licht uit licht,
waarachtig God uit waarachtig God,
geboren, niet gemaakt,
één van wezen met de Vader: door wie alle dingen geworden zijn;
die om ons mensen en om ons behoud is neergedaald uit de hemelen,
en is vleesgeworden uit de Heilige Geest en de maagd Maria,
en is mens geworden;
die voor ons ook is gekruisigd onder Pontius Pilatus,
geleden heeft en begraven is
en op de derde dag is opgestaan naar de Schriften;
is opgevaren naar de hemelen
en zit aan de rechterhand van de Vader,
en die zal wederkomen in heerlijkheid, om te oordelen levenden en doden;
en zijn rijk zal geen einde hebben.
En in de Heilige Geest,
die Heer is en levend maakt,
die voortkomt uit de Vader [en de Zoon],
die samen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt,
die gesproken heeft door de profeten;
in één, heilige, katholieke en apostolische kerk;
wij belijden één doop tot vergeving van zonden;
wij verwachten de opstanding der doden
en het leven in de wereld die komt.

Als christenen hebben we dit jaar iets extra’s te vieren,
namelijk de verjaardag van de de Geloofsbelijdenis van Nicea.
In 2025 is het 1700 jaar geleden dat het Concilie van Nicea werd bijeengeroepen
door keizer Constantijn, en dat de eerste versie van de geloofsbelijdenis opstelde.
Er zijn immers niet veel 1700 jaar oude documenten
die elke week hardop worden voorgelezen
en uit het hoofd worden geleerd door miljoenen mensen over de hele wereld.
Toch zullen er veel mensen zullen verbijsterd zijn,
zelfs hier onverschillig of afwijzend tegenover staan.
Want veel mensen kennen deze geloofsbelijdenis helemaal niet,
of als ze dat wel doen, zien ze het als dogmatisch,
uitsluitend en verwoord in de obscure taal
van de klassieke filosofie uit de vierde eeuw,
die weinig relevant lijkt te zijn voor de wereld waarin we vandaag leven.

maar is het echt de moeite waard om te vieren?
Laat me een paar redenen noemen waarom ik denk dat het dat is.

Allereerst markeerde 325 een periode
van enorme verandering voor het christelijk geloof.
De voorgaande 300 jaar sinds de tijd van Jezus
had het christendom zich verrassend snel verspreid,
maar over het algemeen zonder steun van de rijken of machtigen,
en regelmatig vervolgd.
Maar aan het begin van de vierde eeuw
verklaarde keizer Constantijn zichzelf tot ‘christen’.
Er is veel discussie over wat hij daarmee bedoelde;
het weerhield hem er bijvoorbeeld niet van
om het grootste deel van zijn familie te vermoorden.
Maar Constantijn schreef zijn zegevierende keizerlijke campagne
toe aan de bescherming van de christelijke God,
en begon veiligheid en privileges te bieden aan christenen en hun leiders.
Het was Constantijn die het Concilie van Nicea bijeenriep,
omdat hij zijn eigen autoriteit wilde laten gelden,
maar ook wilde dat deze ontluikende ‘institutionele’ kerk grip kreeg
en zich achter hem zou verenigen.
Plotseling kregen christenen de kans om de wereld vorm te geven,
om de cultuur vorm te geven, van bovenaf en van onderaf.
Of dit nu goed of slecht is, en wat het deed en doet
met het karakter van het christelijk geloof
in de 1700 jaar sinds Nicea is ongetwijfeld
iets dat 2025 zal moeten onderzoeken.

Ten tweede bood het Concilie van Nicea
een model van besluitvorming
dat sindsdien van groot belang is geweest in het christelijk leven.
Nicea werd bewust gekozen als de plaats om dit concilie te houden
omdat het ongeveer op de scheidslijn lag
tussen het oostelijke deel van het Romeinse Rijk,
waar Grieks de gemeenschappelijke taal was,
en het westelijke deel, waar Latijn de taal van het publieke debat was.
Constantijn probeerde zichzelf als enige keizer over beide delen te vestigen
en hij riep christelijke leiders uit het hele rijk bijeen in Nicea.
We hebben een goed idee van wie er aanwezig waren
vanwege de ondertekenaars van de resoluties van het Concilie.

Leiders kwamen uit enkele van de meest rijke
en ontwikkelde delen van het Romeinse Rijk,
zoals Alexandrië, met zijn beroemde school en bibliotheek.
Maar ze kwamen ook uit de eenvoudigste streken,
waar het boerenleven de norm was
voor zowel de bisschop als de congregaties.
Spiridion, nu de patroonheilige van Corfu, was een van de ondertekenaars;
hij hield zijn harde leven als herder vol terwijl hij zijn menselijke kudde leidde;
Sint Nicolaas van Myra, ja, die we nu kennen als Sinterklaas, was er ook;
in totaal waren er waarschijnlijk 200 tot 300 bisschoppen aanwezig,
wat de buitengewone verspreiding
van het christelijk geloof in het Romeinse Rijk benadrukt.
Daarom wordt het Concilie van Nicea
het Eerste Oecumenische of wereldwijde Concilie genoemd.
Dit was de eerste gelegenheid voor de Kerk
om de balans op te maken
en haar diversiteit op te merken en ervan te leren.

Dit model van ‘conciliaire’ discussie en bijeenkomsten is de sleutel gebleven
tot de manier waarop christenen proberen conflicten
op te lossen en beslissingen te nemen,
door elkaar te ontmoeten, te discussiëren, te bidden
en te luisteren naar stemmen en ervaringen, dit heet consultatie,
die de hele diversiteit van de mensheid vertegenwoordigen.
Maar niemand kan beweren dat het Concilie van Nicea
precies zo’n proces was
– er waren bijvoorbeeld geen vrouwen bij het concilie –
maar de intentie was significant.
In onze eigen tijd van diepe onenigheid tussen christenen
zou een toewijding aan de Niceaanse methode
van consultatieve besluitvorming
een goed uitgangspunt zijn voor het onderzoeken
van 1700 jaar van proberen naar elkaar te luisteren,
zelfs als we vaak falen.

Ten derde, en het allerbelangrijkste,
heeft het Concilie van Nicea
natuurlijk de geloofsbelijdenis van Nicea voortgebracht,
een beknopte verklaring van wat christenen
geloven over God en de wereld
en hoe dit het leven veranderd door duidelijk te spreken
over de betekenis van dood, opstanding en hemelvaart van Jezus.
Maar dee korte, duidelijke uitspraken in de geloofsbelijdenis
werden hard bevochten en niet door iedereen geaccepteerd, toen of nu.
Ze werden noodzakelijk toen mensen
verschillende beschrijvingen probeerden op te stellen
van wie Jezus is in relatie tot God,
wat steeds duidelijker naar voren bracht
hoe fundamenteel deze vraag is voor ons begrip van God,
en dus ons begrip van ons eigen doel en bestemming.
Sommigen suggereerden dat Jezus
gewoon een uitzonderlijk begaafd mens was,
begunstigd door God.
Maar zo stelden anderen, de wereld is vol met grote profeten,
van wie de meesten op zijn best lippendienst ontvangen,
maar geen werkelijk verschil maken.
Dus stelden andere mensen dat Jezus God was,
gekleed in een vermomming maar niet echt, werkelijk, menselijk was
Dat suggereert dat God zich niet echt kan verbinden aan de geschapen orde.
De meest populaire suggestie in de vierde eeuw,
naar voren gebracht door een geleerde leraar genaamd Arius,
was dat Jezus iets ertussenin is,
niet de eeuwige God, maar ook niet zomaar een mens.
Maar dat is het ergste van alle werelden:
we kunnen niet vertrouwen op wat Jezus ons laat zien
over God of over mensen.

Zo probeerden al deze ‘oplossingen’
Gods transcendentie en anders-zijn te beschermen:
God staat boven en buiten het geschapen bestaan
en goddelijkheid kan of wil zichzelf niet bezoedelen
met de aardse, historische levens die mensen leiden.

De radicale suggestie van de Geloofsbelijdenis van Nicea verwoordt het anders:
zij probeert trouw te blijven aan het getuigenis van de Bijbel,
dat Jezus werkelijk God is, die onder ons leeft,
maar ook werkelijk een mens is, geboren
in een bepaalde tijd en plaats in de geschiedenis
en een echte, historische dood sterft.
Jezus Christus als Zoon van God is absoluut gelijkwaardig aan
en moet als even goddelijk geacht worden als de Vader.
Aanduidingen als ‘het geloof van Nicea
of ‘de belijdenis van de 318 vaderen
werden in de praktijk gebruikt
voor iedere formulering
die erkende dat Jezus Christus ‘één van wezen met de Vader’ was.

Maar het leven blijft echter altijd sterker dan de leer.
In het Westen heeft men de tekst nog op twee punten aangevuld.
In de eerste plaats hebben de woorden
God uit God’ vanuit de oorspronkelijke formulering van Nicea 325
ook in de nieuwe tekst
(die dus eigenlijk van Constantinopel 381 is)
weer een plaats gekregen.
Zo horen we dus in het Latijnse Credo:
deum de deo, lumen de lumine, deo uerum de deo uero
(God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God),

Deze aanvulling is eigenlijk puur stilistisch van aard,
en herstelt de oorspronkelijke drieslag.
In de de meest gebruikte Nederlandse tekst is deze aanvulling weer ongedaan gemaakt.

Een tweede aanvulling is ingrijpender:
het ‘uitgaan’ van de Geest is op zeker moment
in de vroege middeleeuwen niet alleen als
van de Vader’ maar ook als ‘van de Zoon’ opgevat.
Het gaat hier om een uitbreiding
van slechts één woord in het Latijn (filioque),
maar deze aanvulling is officieel
door de oosters-orthodoxe kerken afgekeurd
en door de Rooms-Katholieke Kerk bekrachtigd.
Niet alleen verschil van onderliggende theologische inzichten
maar meer nog het eigenmachtig wijzigen
van een bindende tekst houden
sinds die tijd op dit punt
de kerken van het Oosten en het Westen gescheiden.

En dat moet betekenen dat de Almachtige God niet denkt
dat het Gods macht en majesteit in gevaar brengt
om te komen en ons leven te delen.
Maar het betekent ook dat de volledige leven gevende kracht van God
niet alleen ‘buiten’ maar ‘binnen’ de wereld is.

Dus waarom is deze belijdenis nog steeds belangrijk?
Vier simpele redenen:

1) Omdat het in principe om identiteit ging,
en de vraag naar Christus’ identiteit is nog steeds belangrijk.

2) Omdat we nog steeds mensen zien die Jezus Christus als bovenmenselijk beschouwen
– niet echt een van ons, of halfgoddelijk – niet God in dezelfde zin als God de Vader.
Want als we werkelijk interkerkelijk willen zijn, over verschillende denominaties heen,
maar ook door de tijd heen,
moeten we bevestigen dat Gods Zoon en Geest echt van de ene God zijn.
Al in de tweede eeuw karakteriseerde de eerste grote christelijke theoloog, Irenaeus,
het Woord en de Geest als Gods twee handen;
we kunnen ons voorstellen dat de Drie-eenheid zich eerst uitstrekt om ons te scheppen
en ons vervolgens te omarmen met Gods verlossende liefde.

3) Omdat het betekent dat we naar Jezus kunnen kijken
en daar een glimp kunnen opvangen van Gods eigen liefdevolle gezicht;
niet alleen een vaag beeld, maar de realiteit zelf.

4) En omdat alleen God ons naar Gods eigen beeld kon herscheppen
en ons tot nieuw leven kon verwekken.

 

De engel Gabriël verwoordt de missie van Johannes de Doper.
Daarin ontdekken we opnieuw een aantal trekken van ‘mensen rondom Jezus’.
Het leven van Johannes heeft maar één doel: Jezus aanwijzen als de Christus.
Zijn grootheid bestaat in zijn kleinheid.
Want hij wil niet méér zijn dan een wegbereider.
‘Zie het Lam Gods!’ (Johannes. 2:29-31)

De engel Gabriël verwoordt de missie van Johannes de Doper.
Daarin ontdekken we opnieuw een aantal trekken van ‘mensen rondom Jezus’.
Het leven van Johannes heeft maar één doel: Jezus aanwijzen als de Christus.
Zijn grootheid bestaat in zijn kleinheid.
Want hij wil niet méér zijn dan een wegbereider.
‘Zie het Lam Gods!’ (Johannes. 2:29-31)
‘Hij moet groter worden en ik kleiner.’ (Johannes 3:30)
‘Hij zal vervuld worden van de Heilige Geest
terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is,’ (Lucas 1: 15b)
Van bijna alle ‘mensen rondom Jezus’ in Lucas 1 en 2 wordt gezegd
dat ze vervuld worden met de Geest, en ze aanbidden God met enthousiasme.
‘Bedrink u niet, maar laat de Geest u vervullen’ (Efeziërs. 5:18).
Johannes is een met de Geest gezalfde profeet.
Al in de baarmoeder belijdt hij de naam van zijn Heer! Over Hem is hij Geestdriftig.
en hij zal velen uit het volk van Israël zal hij bekeren tot de Here, hun God. (Lucas 1 :16)
Bekering heeft te maken met:
genadig aan je zonden ontdekt worden om je vervolgens om te keren naar Christus.
De taal die Johannes gebruikt is daarbij scherp: ‘Adderengebroed’ (Lucas 3:7)
Gedoopt zijn is niet genoeg.
Johannes verkondigt een heel praktische bekering:
deel je kleren en je eten, vorder niet te veel, plunder niet en pers niets af (Lucas 3:10-14).
Hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia. Johannes is Elia de Tweede.

Net als die profeet is hij aangewezen,
niet op zichzelf, maar op de Geest en de Kracht van God.
Johannes’ prediking was vol van Geest en Kracht, want vol van Christus.
‘Zo zal hij voor de Heer een volk gereedmaken.’ (Lucas 1: 17b)
Wanneer ben je er ‘klaar’ voor om Jezus te ontvangen?
Want dat is het doel van Johannes’ prediking.
Je bent er ‘klaar’ voor als je alles loslaat en als je met lege handen staat.
Toewijding is: niets meer vast willen houden dan Jezus alleen.

wat zou hij denken?

 

Woedt er vandaag de dag een nieuwe Koude Oorlog?
Deze aanname, aangewakkerd door de oorlog in Oekraïne,
wordt betwist door Anne Applebaum in haar boek Autocratie bv.
In plaats daarvan, zo betoogt ze in dat boek,
is er een groeiende groep autocratische staten
waar heersende elites duizelingwekkende niveaus van corruptie uitoefenen,
rijkdom vergaren, het algemeen belang uithollen
en elke zinvolle afwijkende mening onderdrukken.
Er is eerder sprake van een ‘onrechtsstaat’ dan van een ‘rechtsstaat’,
waarbij in de eerste groep de rechtbanken het middel worden
waarmee wrede, cynische staatsmacht wordt ingezet
om tegenstanders te vernietigen en gevangen te zetten.

De Koude Oorlog werd ondersteund door ideologie,
maar autocratische staten steunen elkaar vandaag de dag
door middel van logistiek, middelen en propaganda,
ondanks grote verschillen in visie.
Iran, Noord-Korea, Venezuela, China, Rusland en Zimbabwe,
om een handvol autocratische naties te noemen,
delen weinig in termen van gemeenschappelijke ideologie,
behalve de wens van hun dictators om aan de macht te blijven,
zowel om hun rijkdom veilig te stellen
als om zichzelf te beschermen tegen juridische stappen.
De vijgenbladeren van religieuze overtuigingen en nationalisme
worden vaak in verschillende combinaties gebruikt,
maar misleiden weinigen.

Als er een gemeenschappelijke deler is voor deze autocratieën,
dan is het de wens om de naoorlogse nederzettingen af te schaffen,
de instellingen en wetten die sindsdien de wereld hebben gekenmerkt.
Het bestaande internationale recht is een specifiek doelwit,
omdat de ontmanteling ervan dictators immuun maakt voor oordeel.

Het huidige mondiale beeld in duidelijke, criminele termen als deze formuleren,
is nuttig. Maffiastaten bestaan en hun invloed groeit.
Maar het is te gemakkelijk voor anderen om zichzelf
aan de kant van de engelen te plaatsen.
Deze kleptocratieën zijn mogelijk gemaakt door bedrijfslichamen elders.
Vanuit Nederland worden producten verscheept die op de sanctielijst staan van de EU
waardoor bijvoorbeeld Rusland haar agressief gedrag kan blijven voeren.

Aan het einde van de Koude Oorlog was er een wijdverbreid gevoel
dat liberale, democratische waarden de overhand hadden
en dat het alleen nog maar hoefde te gebeuren
dat deze ideeën zouden doorsijpelen in de structuur van de resterende landen.
Dat is vandaag de dag niet alleen niet meer het geval,
maar het momentum is eerder
dat autocratische waarden democratieën infecteren met hun gewoonten.
De wereldwijde technologische revolutie heeft hieraan bijgedragen,
aangezien ooit verafschuwde meningen en standpunten aanhang krijgen
in de hoofden van mensen met grieven, reëel of ingebeeld.

De overleden opperrabbijn Jonathan Sacks
zei dat de sleutelvraag voor de nieuwe eeuw was:
wie spreekt namens God?
Als de suggestie was dat dit een vraag is
die verschillende religieuze tradities moeten beantwoorden
op manieren die onze gemeenschappelijke menselijkheid ondersteunen,
hebben we nu geen gebrek aan dictators die zeggen dat ze namens God spreken.
Hun beweringen dat andere delen van de wereld
goddeloos en gedegenereerd zijn, worden keer op keer herhaald.
Net als Goebbels weten ze dat de eindeloze herhaling
mensen uiteindelijk uitput totdat zinnen geloofwaardig worden.
Niemand die om Gods karakter geeft, zou beweren
dat hun samenleving zijn karakter goed weerspiegelt;
er ís overal onrecht, haat en geweld.
Maar er is een speciale hypocrisie wanneer criminelen
die miljarden hebben gestolen en duizenden hebben vermoord,
beweren namens God te spreken.

Toen Jezus zijn levensbepalende verleiding in de woestijn onder ogen zag,
liet de duivel hem de koninkrijken van de wereld zien
en beloofde dat ze van hem zouden zijn als hij zich zou ‘keren’.
Hij verleidde Jezus ook om stenen in brood te veranderen.
Macht en rijkdom, de zaken waar de dictators van de wereld naar verlangden.
En zijn laatste verleiding:
Zichzelf van het dak van de tempel te gooien,
alleen om gered te worden door de engelen.
Zich te omringen met een loyale groep officieren
die Zijn belangen te allen tijde zouden beschermen.

In plaats van de snelweg naar autocratie,
nam Jezus het oneffen en kronkelige pad van dienstbaarheid aan anderen.
Een pad van zelfverloochening,
beroofd van de materiële rijkdom
die beschikbaar werd gesteld door Zijn verheven positie.

Dit is de menselijke norm die ons is gesteld
en het dwingt tot zelfreflectie,
niet tot opscheppen en bedreigingen.

 

Terwijl we 2025 naderen breekt er een reeks schermutselingen uit
die ons waarschuwen voor dreigend gevaar.
In Syrië hebben de rebellen de macht overgenomen en (zo lijkt het nu),
een eind gemaakt aan het dictatoriale regime van de familie Assad.
Wat zal dat betekenen voor de minderheden in Syrië
en voor de wankele machtsbalans in het Midden Oosten
Pro-Europese demonstranten in Georgië
demonstreren bij het parlement van het land in Tbilisi.
Verder ontwikkelt zich de oorlog in Oekraïne
in een onzekere richting.
En de president vanZuid-Korea kondigde korte tijd
de staat van beleg af

Terwijl de wereld wacht op de inauguratie
van de verkozen president Trump op 20 januari 2025,
en hij grappen maakt over Canada
dat de 51e staat met worden,
bevinden we ons in een tussentijd.

Er is een voorgevoel dat het komend jaar
het er niet beter op wordt
zij is sterker dan de vage hoop
op toekomstige vrede.
‘Tuurlijk; er is een staakt-het-vuren overeengekomen
tussen Israël en Hezbollah,
maar er wordt nog steeds raketvuur uitgewisseld
en Israël moet nog reageren op de raketaanval
van Iran in oktober,
terwijl Iran nucleaire capaciteit nastreeft.
In de Verenigde Staten waarschuwt
ambassadeur in Japan Rahm Emmanuel
voor Chinese ambities om Taiwan
niet pas in 2027 in te nemen,
zoals algemeen wordt aangenomen,
maar in 2025.

Zelfs al is het maar tijdelijk,
begin 2025 zal er een pauze zijn van de conflicten
waaraan we de afgelopen jaren gewend zijn geraakt.
De inauguratie van de verkozen president Trump
zal naar alle waarschijnlijkheid
een einde maken aan de Russische oorlog in Oekraïne.
De Russische overeenkomst voor vrede
zal echter alleen worden veiliggesteld
in ruil voor territoriale concessies van Oekraïne.
Israël zal een staakt-het-vuren met Hezbollah handhaven,
terwijl Amerikaanse steun helpt
om de restanten van Hamas in Gaza te verwijderen,
zoals ze nu doen met het bombarderen van ISIS-stellingen in Syrië
opdat zij niet ook een vinger in de Syrische pap krijgen
Met Amerikaanse steun zullen Israël en Saoedi-Arabië
het historische Abraham-akkoordproces
hervatten als we de lente ingaan.

Maar deze pauze en deze korte-termijn-successen
zullen kortstondig en misleidend zijn,
een intermezzo voorafgaand
aan de veel grotere dreigingen die in het verschiet liggen.
Antonio Gramsci schreef eens:
‘De oude wereld sterft
en de nieuwe wereld worstelt om geboren te worden:
nu is het nu de tijd van monsters’.
En die monsters van onze tijd zijn goed ingeburgerd
en verzamelen energie voor hun volgende daden.
Ze verschijnen van alle kanten,
of dat nu in het politieke Westen of het globale Oosten is.

In deze wereld van monsters
zijn verdeeldheid en verschil
de standaardbenadering van menselijke relaties.
We zijn ongevoelig geworden voor deze woorden,
maar wat verdeeldheid en verschil betekenen,
is een diepe zwakte in moderne mensen die verstoken zijn van liefde.
Te veel mensen koesteren zich liever
in hun eigen en andermans gebreken,
dan dat ze ernaar streven deze te overwinnen
ten gunste van wat we individueel en collectief kunnen bereiken,
als we het maar zouden proberen.
We leven in een periode van duisternis
die het licht probeert te temperen
en de geest van degenen die het goede nastreven,
wil verminderen.

Verdeeldheid is gemakkelijk.
Het is natuurlijk.
Het is emotioneel.
De focus ligt op het laagste element van onszelf en van anderen.
In vergelijking daarmee is samenzijn geloof.
Het ziet het verborgen potentieel van een ander.
Maar samenzijn is onnatuurlijk.
Samenzijn vloeit voort uit geloof
en is de ongeziene-geworden-realiteit.
Het herkent de zaden van het goede in een ander,
begrijpend dat elke persoon is samengesteld
uit vele contrasterende kanten,
sommige slecht, sommige goed,
maar het goede is de krachtigste van de twee.
Samenzijn is een keuze.
Het is een keuze om de zaden van geloof met geduld te water te geven,
om te zien wat deze zaden met tijd,
consistentie en inspanning kunnen worden.

In een tijdperk van groeiende verdeeldheid en conflict
is saamhorigheid nauwelijks zichtbaar.
Toch blijft verzoening mogelijk.
Juist in deze tijden,
waarin de kansen tegen de vrede van saamhorigheid zijn,
worden verzoeners in de politiek,
het bedrijfsleven, de academische wereld,
non-profitorganisaties en de gemeenschap
opgeroepen om met een doel naar voren te stappen.
Juist wanneer er weinig geloof of hoop in de toekomst is,
wordt verzoening – een daad van liefde – geëist.

Verzoening is het herstel van een gunstige relatie tussen jezelf en anderen.
Het wordt bereikt door opoffering.
De verzoener ervaart pijn om relaties te herstellen.
Verzoening is gebouwd op liefde voor andere personen,
ondanks hun gebreken en hun voortdurende weerstand,
evenals hun gebrek aan geloof, liefde en hoop op vele momenten.
Het vereist een gezonde eigenliefde,
waarin we de vervulling van ons eigen goed zoeken
als basis om dit voor anderen te doen.

Naast liefde is het hoofdingrediënt van verzoening pijn,
omdat degenen die vervreemd zijn geraakt
van vechten, zich verzetten,
teruggaan op wat ze zeiden dat ze zouden doen,
en ze aarzelen tussen goed en kwaad
Ze betwisten de verzoener.
De verzoener zal sterven, of bijna sterven,
op bepaalde punten in het verzoeningsproces.
En toch wordt de verzoener na de dood opgewekt,
nederlaag slechts een opstap naar de triomf van saamhorigheid.

De verzoener verandert de pijn
die gepaard gaat met het samenbrengen
van anderszins conflicterende groepen,
volkeren of landen
in iets veel positievers.
Ze nemen pijn op in hun wezen.
Dit wordt bereikt door liefde,
wat geduld mogelijk maakt,
altijd het grotere geheel en het potentieel van mensen zien.

Liefde is de basis voor actie om anderen
samen te brengen en bij elkaar te houden,
een beroep doend op hun betere kanten,
ondanks de menselijke neiging
om het goede te corrumperen.

Mensen praten tegenwoordig
over de noodzaak om ‘verschillen te overbruggen’
en dat we ‘samen beter zijn’.
Maar woorden zijn makkelijker dan daden.
Moeilijker is het om te beseffen
dat het proces van verzoening pijnlijk is
en dat leiders die verzoening nastreven
– op lokaal, regionaal of nationaal niveau –
eerst ervaring moeten opdoen met lijden.

Deze ervaring kan alleen het resultaat zijn
van een idee over de waarde van pijn,
wetende dat de vreugde van samenzijn
het grootst is als deze wordt voorafgegaan
door geduldig en nederig lijden.
Er is geen overbrugging van verschillen,
geen vermindering van verdeeldheid,
geen samenzijn, zonder pijn.
Dat is een les voor de huidige en toekomstige verzoeners
van de wereld
in alle lagen van de bevolking,
nu we een wereld betreden die nog meer vol conflicten zit.
En bij verzoening is het altijd onduidelijk wat de uitkomst zal zijn.
Iemands inspanningen kunnen voor ook niets zijn,
trouwe inspanningen zijn dan een kwestie van falen en bitterheid,
in plaats van een zoete prestatie.

Iedereen die verzoening zoekt
in een gevaarlijkere wereld moet eerst sterven
aan zijn vorige leven van verdeeldheid.
Hij moet dit zelf in het verleden achterlaten en het afwerpen.
Hij moet een nieuw persoon worden,
doordrenkt met liefde,
gelovend in menselijk potentieel,
die wil dat anderen slagen
en die bereid is te vechten om dit succes te bereiken.
Maar verzoeners moeten altijd vechten
met liefde als basis van hun inspanningen,
en met het geloof dat ze zullen winnen in hun strijd,
dat hun inspanningen succesvol zullen zijn.
Dit geloof gaat in tegen wat er te zien is,
de kansen zijn zelden of nooit
in het voordeel van verzoeners.

Ja, we hebben verzoeners nodig in onze tijd.
Deze individuen zijn schaars,
maar ze zijn de sleutel tot de toekomst
en tot de gezondheid van onze geopolitiek.
Zij zijn de politici
– gekozen én degenen achter de schermen –
de zakenmensen en de lokale gemeenschapsleiders
die het grotere plaatje kunnen zien en verwoorden,
gericht blijven op het potentieel van de mensen
om hen heen en het lijden dragen
dat gepaard gaat met het vervullen van potentieel.

De huidige oorlogen en schermutselingen zullen als we 2025 ingaan,
waarschijnlijk tijdelijk afnemen.
Misschien zullen ze zelfs even stoppen.
Maar we moeten niet verbaasd zijn
als deze het komende jaar
met meer intensiteit weer de kop opsteken.
Dit is precies het moment waarop velen
zullen worden opgeroepen
om te streven naar saamhorigheid
in het aangezicht van verdeeldheid,
wetende dat verzoening kracht is in het aangezicht van de realiteit
van menselijke zwakte.

Verzoening is altijd een mogelijkheid.

 

Het is vandaag dan zover: BLACK FRIDAY!!!

Want ook in Nederland heeft het koopjescircus genaamd Black Friday
– overgewaaid uit de Verenigde Staten –
z’n weg gevonden naar de Nederlandse consument.
Gelukkig heeft de gekte zoals we die van bijna horrorachtige beelden uit Amerika kennen
hier nog niet zo’n omvang gekregen,
maar toch: al wekenlang wordt de Nederlander blootgesteld
aan de belofte van ongekende kortingen
op producten die je misschien helemaal niet nodig hebt.

Heb je bijvoorbeeld gemerkt hoe vaak je de afgelopen 24 uur
bent getarget of verleid door een Black Friday-marketingcampagne?
Naar schatting zien we dagelijks tussen de 50 en 400 advertenties
– op tv, billboards, online en, meer dan ooit, via sociale media.
Ik heb me nog nooit zo gezien en gekend gevoeld
door het Instagram-algoritme en velen van ons hebben meegemaakt
dat er items op onze feeds verschenen
waar we het nog maar een paar uur geleden met vrienden over hadden.
Is het mogelijk om zulke onophoudelijke en uitgebreide marketingplannen te weerstaan?
Het is heel moeilijk om niet het gevoel te hebben dat je,
als je niet snel in actie komt,
een aanbieding misloop die nóóit meer terugkomt.
Het is bijna alsof deze marketingmanagers wéten hoe je hersenen werken,
zelfs voordat je zelf online ga.
Maar zijn wij mensen echt zo transparant als dat?

De nieuwe documentaire van Netflix, Buy Now? The Shopping Conspiracy,
zegt van wel.
Het portretteert verschillende ex-insiders van ’s werelds grootste merken,
die de manipulatieve trucs blootleggen
die deze bedrijven gebruiken om ons meer te laten kopen,
en de mate waarin ons verlangen naar eindeloze consumptie
is gekweekt en gekapitaliseerd door een vooropgezet plan.

Het lijkt erop dat wij mensen, geëvolueerd en intelligent
als we onszelf graag geloven,
nog steeds feilbaar zijn om de dingen te dienen
die zijn ontworpen om ons te dienen.
En de gevolgen zijn verstrekkend.
Online winkelen heeft de consumentenervaring misschien wel ontmenselijkt,
maar we blijven verbonden met mensen over de hele wereld
door wereldwijde toeleveringsketens,
en het zijn individuen en gemeenschappen
voor wie het levensonderhoud het meest afhankelijk is
van de beschikbaarheid en kwaliteit van natuurlijke hulpbronnen,
en die het dichtst bij het land wonen,
die de schadelijke effecten van onze onophoudelijke koopgedragingen oogsten.

Want een bijkomend nadeel van ons ongebreideld koopgedrag
is dat gevaarlijk e-afval bijvoorbeeld
(waaronder weggegooide laptops, telefoons en tv’s)
jaarlijks met miljoenen tonnen toeneemt.
Illegaal giftig e-afval wordt over de hele wereld geëxporteerd
en op stortplaatsen gedumpt,
waar het giftige stoffen zoals kwik, zink en lood
in de lokale water- en bodemvoorraden vrijkomt.
Om ons zelf vrij te pleiten zien we ons als zulke kleine radertjes
in zo’n enorme, kapitalistische machine,
en zeggen we dat veel hiervan buiten het bereik
van ons menselijk handelen lijkt te liggen
en dat we er op individueel niveau toch niks aan kunnen doen.

Maar het heeft zeker waarde om als consument verstandig om te gaan
met onze uitgaven en bestedingen.
Terwijl we onderzoek doen om de beste Black Friday-deals te krijgen,
terwijl we de geldkraan dichtdraaien
en navigeren door wat voor velen
een langdurige en pijnlijke kostencrisis is geworden.
Het kan moeilijk zijn om Sinterklaas (en Kerst)
niet als een onvermijdelijk dure tijd van het jaar te laten voelen.

Misschien is er ook een kans om kleine, subversieve daden van verzet
tegen deze ontmenselijkende consumentencultuur op te starten.
Acties die onze menselijkheid en menselijke handelingsvrijheid terugwinnen
en die onze wereldwijde onderlinge verbondenheid erkennen.
Misschien kun je bijvoorbeeld de drang dezer dagen impulsief iets te kopen,
weerstaan door even weg te stappen van het scherm
om een kop koffie of thee te zetten of een wandeling buiten te maken,
voordat je op ‘Nu betalen‘ klikt.
Misschien kunnen we beter worden
in het vergelijken van de toeleveringsketens
en ethische merkbeoordelingen van bedrijven,
en zo onze bestedingen gebruiken
om die bedrijven te ondersteunen
die het beste bij onze waarden passen.
En laten we, wanneer we een aankoop doen,
even de tijd nemen om dankbaar te zijn
voor de dingen die we al hebben,
de items die we kopen en de mensen die ze hebben gemaakt.

Het christelijk geloof nodigt ons uit om opnieuw te kijken
naar hoe we ons geld en onze bezittingen zien
door de bril van rentmeesterschap.
Het is een onderschat principe in de context van vandaag.
Rentmeesterschap gaat verder dan alleen nadenken
over hoe we ons inkomen uitgeven,
naar de inherente verantwoordelijkheid
die we als mens hebben om voor de wereld om ons heen te zorgen,
erkennend dat de hulpbronnen van de aarde
niet degene zijn waar we recht op hebben,
maar geschenken zijn die het leven in stand houden.
Het principe van rentmeesterschap maakt het onmogelijk
om je achter een scherm te verschuilen
en de impact te negeren die onze uitgavenbeslissingen hebben
op mensen en gemeenschappen over de hele wereld,
hoe ver ze ook van ons leven af lijken te staan.
Het nodigt ons uit om ons geld en onze middelen te gebruiken
om te investeren in dingen die ons – en anderen –
goed zullen dienen, en vertelt de wereld
dat het ertoe doet dat we systemen uitdagen
die economische en ecologische onrechtvaardigheid in stand houden.

En als je dan toevallig die enorme aanbieding mist
tijdens een wandeling dit weekend,
duurt het in ieder geval minder dan een maand
voordat de uitverkoop in de januari op onze schermen verschijnt. 😉 

 

Afgelopen zondag had ik een gesprek met een gemeentelid van in de negentig.
Dat gesprek maakte diepe indruk op me.
Ze vertelde over de diepe eenzaamheid die ontstaat als je al je familieleden overleeft.
Haar woorden waren een krachtige herinnering dat lang leven zowel een zegen als een uitdaging is.

Het gesprek deed me denken aan een zelfde soort vraag
die in de film ‘Highlander‘ uit 1986 werd gesteld.
De film volgt Connor MacLeod, een Schotse Hooglander geboren in de 16e eeuw
die ontdekt dat hij onsterfelijk is nadat hij een wond heeft overleefd die dodelijk had moeten zijn. Terwijl hij door de eeuwen heen leeft, ziet hij iedereen van wie hij houdt oud worden en sterven, en worstelde zelf met het gewicht van het eeuwige leven.

Toen de gitarist van Queen, Brian May,
werd gevraagd om de titelsong voor de originele film te schrijven,
creëerde hij ‘Who wants to live forever?
Het nummer legt op prachtige wijze het verdriet van het eeuwige leven vast
en vraagt zich af of eeuwig leven op deze aarde echt een geschenk is
als het betekent dat je het verlies van iedereen die je dierbaar is, moet doorstaan.

Dit thema van onsterfelijkheid versus de waarde van een eindig leven
wordt ook onderzocht in de verhalen van J.R.R. Tolkien
over de personen Beren en Lúthien, en Arwen en Aragorn.
Zowel Lúthien als Arwen, die onsterfelijk zijn,
kiezen ervoor om hun eeuwige leven op te geven uit liefde voor hun sterfelijke partners.
Ze leven liever een kort leven met degenen van wie ze houden dan een eeuwigheid zonder hen.
Ergens anders laat Tolkien in The Lord of the Rings Gandalf tegen Frodo zeggen:
‘Het enige wat we hoeven te beslissen is wat we doen met de tijd die ons gegeven is.’

Maar wat is dan een eeuwig leven?

De filosoof Karl Marx, de grondlegger van het marxisme, zei eens:
‘godsdienst is de opium van het volk’; een verdovend middel.
Een middel dat je gebruikt om ‘high’ te worden.
Dan denk je even niet meer aan je problemen, dan voel je even geen pijn of angst of zorgen.
En hij dacht daarbij vooral aan het geloof in eeuwig leven
Hij zag dat dus als drugs, als een verdovend middel.
Een gedachte om bij weg te dromen als je het slecht had in het hier en nu.
Daar moest Marx weinig van hebben. Niks wegdromen over eeuwig leven straks.
Nú de handen uit de mouwen om de heilstaat dichterbij te brengen!
Ideeën over eeuwig leven zorgen dat mensen hun lot maar aanvaarden,
terwijl ze in actie zouden moeten komen om het te verbeteren.
Maar maakt het uitzicht op eeuwig leven je passief? Werkt het inderdaad verlammend?
Of kan geloof in het eeuwige leven je misschien juist in beweging zetten?
In ieder geval had Marx één ding wel goed gezien:
die twee hebben met elkaar je maken, het leven nu en het leven straks.
Wat is het verband?

Bij ‘eeuwig leven’ moeten we niet denken aan ‘voor altijd zingen op een wolk’.
Zulke ideeën zijn niet zo christelijk als vaak gedacht.
Eeuwig leven, dat komt ná de wederopstanding.
Eeuwig leven, dat is als God alles nieuw zal maken,
en al zijn kinderen voor altijd mogen leven in zijn nieuwe wereld.
De Bijbel in Gewone Taal heeft die uitdrukking ingevoerd:
‘Gods nieuwe wereld’. Dáár gaat het heen!

Maar hoe moet je je het voorstellen? De Bijbel zegt er veel over, en tegelijk weinig.
Want alles wat er gezegd kan worden, is beeldspraak en gestamel.
Hoe kun je spreken over iets dat er nog niet is?
Maar drie dingen kunnen we in elk geval zeggen.
Ten eerste: het zal goed zijn. Ten tweede: het zal nooit eindigen.
En ten derde: de Here staat centraal.
Het zal góed zijn op Gods nieuwe wereld. Alles wat slecht is en duister en boos, zal er níet zijn. Dat is voor eeuwig buiten de deur gezet!

Wat betekent dit geloof betekent voor het leven van alledag.
Werkt het als opium, om weg te dromen, of is dat onzin?
Want Marx, haalde zijn uitspraak natuurlijk wel ergens vandaan.
Soms dachten en denken christenen ongeveer zo: het leven op aarde doet er eigenlijk niet veel toe. Het gaat erom dat je in de hemel mag komen.
En daardoor wordt er al snel berust in dingen die niet kloppen in onze maatschappij,
onrecht en armoede.
‘Zo is het nu eenmaal, zolang Gods koninkrijk niet is gekomen’.
Hoogstens zul je dan proberen anderen te bekeren, opdat ook zij eeuwig leven zullen hebben.
Maar deze wereld… houd je maar liever wat afzijdig. Wij zijn niet van deze wereld, toch?
In de Verenigde Staten zijn heel wat conservatieve christenen
die erg kritisch zijn op elke maatregel ter bescherming van het milieu.
Sowieso omdat dat zogenaamd ‘links’ is, maar ook omdat ze zeggen: Jezus komt spoedig terug. Dan wordt alles nieuw en beter! Wat doet het milieu er dan nog toe?
Zuinig zijn op deze wereld die vergaat? Dat hoeft alleen als je niet van Gods nieuwe wereld weet!
Maar hoe moet het leven híer en het leven straks dan verbonden zijn?
En toch is die verbinding er, heel belangrijk! Daar zullen we nu bij stilstaan.
Zie het als een paspoort: daarin staat uw nationaliteit, in welk land u thuis hoort.
‘Nederlander’. Dat betekent dat de Nederlandse regering zeggenschap over je heeft.
En dat betekent ook dat je recht hebt op alle dingen die bij het Nederlanderschap horen. En plichten.

Paulus schrift aan de Filippenzen: ‘Ons burgerschap is in de hemel’.
Dat wil zeggen: wie bij Jezus hoort ís al een burger van Gods nieuwe wereld. Dát is waar je thuis is. Dat is je identiteit, je nationaliteit.
En dat stempelt hoe je in het leven staat. Dat brengt voorrechten mee, en plichten.
Een plekje in Gods nieuwe wereld is niet los verkrijgbaar!
Paulus zegt namelijk ook iets over de levenswijze die erbij hoort.
Geloof je in eeuwig leven in Gods nieuwe wereld, dan leef je nú al als burger van die wereld! Volgens de waarden en normen die daar gelden.
En ja, uiteraard, dat zal zijn met alle gebrek, met vallen en opstaan.
Maar het kan niet zijn dat je beweert een hemelburger te zijn,
terwijl je in alle opzichten leeft als burger van déze wereld.

Welke rol speelt het geloof in het eeuwige leven bij u?
Onze tijd is heel sterk van het alles zoeken in het hier en nu.
En ook onder christenen is dat sterker dan we wel denken.
Is het eeuwig leven een leuk extra voor straks, of stempelt die hoop ons bestaan?
Leef je als hemelburger – nu al?
Put je troost en kracht uit Gods belofte, motiveert die je om vol te houden? Geloof je het écht?
Nee, laten we niet ons van de aarde afkeren en alleen hopen op de hemel.
Maar laten we, terwijl we leven op aarde, vooruitzien.
Laat het licht aan de horizon de richting van ons pad bepalen.
Paspoorten worden verstrekt door Jezus Christus aan ieder die wil!
Kom, leef dáárheen. Zing ervan. Werk ervoor. Hoop erop.
Leef nú al dicht bij de Here en doe wat Hij wil.

 

Ten slotte:

geheel
– Lees ik regelmatig uit verschillende delen van de Bijbel
(het Oude Testament, de brieven van Paulus,
de Psalmen, Openbaring, Evangeliën, enzovoort)?
Bij geestelijk voedsel
geldt hetzelfde als bij ‘gewoon’ voedsel:
variatie is erg belangrijk.
Lees niet alleen Bijbelteksten die jou passen of aanspreken.
Ontdek ook dingen in teksten die je nooit eerder heb gelezen.
Blijf ontdekken, dat voorkomt sleur!

– Ben ik eerlijk ten opzichte van de Bijbelgedeelten die ik lees?
Sta ik open voor vermaningen en tegenspraak?
Mensen als u en ik zijn snel geneigd om Bijbelteksten die ons niet ‘passen’,
bijvoorbeeld omdat ze onze levensstijl onder kritiek stellen,
terzijde te leggen.
Maar is dat wel zo eerlijk? ‘
God houdt van ons zoals we zijn’, zei iemand,
‘maar Hij houdt téveel van ons om ons zo te laten.‘
Geven wij door het Bijbellezen Gods Geest
een kans om aan leven te bouwen en te verbeteren?
Durf je open te staan voor tegenspraak en vermaning?

Afsluitend
Bijbellezen wordt gemakkelijker als je bij elke tekst steeds drie vragen stelt:

  • Wat zegt deze Bijbeltekst over God, die zich in Jezus toont aan mensen?
  • Wat zegt deze tekst over mijn leven met God?
  • Wat zegt deze tekst over mijn leven met de wereld om mij heen?  

Met het hanteren van deze eenvoudige checklist zal het Bijbellezen je meer plezier gaan geven en je meer gaan opleveren.

 

Het lezen van reacties op Donald Trumps verkiezingsoverwinning
in verschillende nieuwsmedia de afgelopen dagen
was een les in het hedendaagse politieke landschap:

Voor linksgeoriënteerde media ziet de toekomst er somber uit.
Men klaagt dat
‘we moeten leren leven met een Amerika
waar een overweldigend aantal van burgers
een president heeft gekozen die de meest fundamentele waarden en tradities
van de democratie, de grondwet en zelfs het leger met minachting aanhangt.’
Of het wordt ‘een buitengewoon, verwoestend moment
in de geschiedenis van de Verenigde Staten’ genoemd.
Het lijkt wel een seculiere versie van de preek ‘Wee ons, het einde is nabij’.

Maar als je de rechtse media bekijkt, zie je een mengeling van gejuich
– ‘Trumps triomf is een ramp voor de egocentrische, deugdzame elites!’-
en optimisme dat er een nieuwe dag aanbreekt.
Trump zelf prees de komst van een ‘gouden eeuw’ voor het Amerikaanse volk.
Een welkom stukje goed nieuws voor degenen aan de rechterkant.

Aan beide kanten is de apocalyptische noot moeilijk te missen:
‘2024 is het echte werk, een revolutionair moment,
een herinrichting en heroriëntatie van de Amerikaanse
en westerse politiek rond nieuwe principes.’
‘er niets dan slecht nieuws is voor Europa
in de Amerikaanse verkiezingsoverwinning van Donald Trump.
De enige vraag is hoe erg het zal worden.’

Direct na zulke verkiezingen is er altijd
een beetje van deze apocalyptische toon te horen:
wie herinnert zich nog hoe George W. Bush een rampzalige campagne voerde
voor een machtswisseling in het Midden-Oosten.
Of hoe Barack Obama begon met grote hoop,
een tweede termijn won,
maar de wapenwetten niet veranderde
en over algemeen werd beschouwd als degene die de VS verzwakte
door een mislukt buitenlands beleid.
En ook Joe Biden zou hebben gefaald omdat hij de inflatie liet toenemen
en de Amerikaanse grenzen te poreus liet worden.

Ja, ook Donald Trump zal falen.
Hij kan, zoals hij beloofde, een verbeterde economie opleveren.
Hij kan illegale immigratie tegengaan.
Dat is tenslotte de reden waarom velen op hem stemden.
Maar uiteindelijk zal hij teleurstellen.
Dat zou Kamala Harris ook hebben gedaan als zij had gewonnen.
En dat is niet om deze specifieke leiders te bekritiseren.

Het is altijd verleidelijk om in tijden als deze naar apocalyptische taal te grijpen.
Maar de echte betekenis van ‘apocalyps’ is ‘openbaring’ of ‘onthulling’.
Als we het op langere termijn bekijken,
is het echte apocalyptische moment in tijden
als deze misschien wel de onthulling van de ware plaats van politiek
als belangrijk, maar niet hét belangrijkst.
Deze momenten onthullen de ontoereikendheid
van alle menselijke koninkrijken,
en ons verlangen naar een ander koninkrijk,
een koninkrijk van ‘rechtvaardigheid,
vrede en vreugde in de Heilige Geest’ zoals de Bijbel het zegt,
dingen die geen enkele regering of verkiezingsuitslag ooit kan leveren.

Politiek is belangrijk omdat we het in de samenleven belangrijk vínden.
Maar wat politiek op zijn best kan bieden
– een goed functionerende economie, wet en orde,
het beheren van goede internationale relaties –
gaat maar tot op zekere hoogte om een bloeiend leven mogelijk te maken.
Net als terugkeren naar een bekende verlangen
waarvan we denken dat we er eens en voor altijd gelukkig van kunnen worden.
Ondanks de talloze keren dat het eerder is mislukt,
geloven we op de een of andere manier steeds weer
dat politiek al onze problemen kan oplossen.
Trump will fix it, Trump zal het oplossen’, zeiden de spandoeken
– hoewel dat in feite is wat elke politicus belooft.
Maar Jezus waarschuwde al:
‘Velen zullen in mijn naam komen en zeggen “Ik ben het”,
en veel mensen op een dwaalspoor brengen.’ (Mattheüs 24,5)

Waarschijnlijk zal Donald Trump niet zo slecht zijn als velen vrezen,
en niet zo goed als velen hopen.
Want politiek is nooit het laatste woord.
Zoals de Amerikaanse theoloog Matthew Burdette het onlangs verwoordde:
‘De oplossing voor onze politiek is geen politieke oplossing.
Stemmen op de juiste of de verkeerde kandidaat
zal de situatie niet veranderen:
de duivel is onpartijdig, zolang politiek onze afgod is.
Nee, wat nodig is, is fundamenteel en grondig spiritueel.
Alleen als we met de profeet Jesaja kunnen zeggen
dat “de volken zijn als een druppel uit een emmer,
en worden gerekend als stof op de weegschaal,” (Jesaja 40,15-17)
En
“ Vertrouw niet op mensen met macht,
op een sterveling bij wie geen redding is.
Stokt zijn adem, hij keert terug tot de aarde,
op die dag gaat hij met zijn plannen ten onder.” (Psalm 146,3-4)
dat wil zeggen, alleen als we tegen de horizon
van het ultieme kunnen zien hoe klein onze zorgen zijn,
zullen deze relatieve, voorlaatste dingen zoals politiek
worden rechtgezet en hun ware betekenis in ons leven krijgen.’

 

In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen
heb ik me wat meer verdiept in ‘toolbox’ 
van nationalisten en vooral populisten
Eén van de middelen waar vooral populistische politici gebruikmaken
is het middel van de zondebokideologie:
je framed een zaak die veel mensen bezighoudt,
je roept het uit tot ‘crisis’
en vervolgens probeer je een groep daarvoor
tot zondebok te maken.
In Nederland zie je bijvoorbeeld dat migranten
zo’n ‘status’ krijgen.

in Amerika zie je eenzelfde reflex:
J.D. Vance, de beoogd vice-president naast Donald Trump,
probeert dat bijvoorbeeld.
En daarbij tracht hij ook christelijke theologie
en christelijke waarden en normen
hiermee in verband te brengen.
Veel Amerikaanse politieke journalisten
moesten hun lezers een spoedcursus geven
in enkele van de meest controversiële ideeën in de moderne theologie.
In een recent artikel in Politico valt dat op
omdat het niet alleen een nietsvermoedend publiek kennis liet maken
met een filosoof, maar het hen (ons) ook vertelde
over de tegenstrijdige manieren waarop men die theoloog zou kunnen lezen.
En toch dwingen deze tegenstrijdigheden ons
om een moeilijkheid onder ogen te zien
waarmee iedereen die zich bezighoudt met democratisch debat te maken krijgt.

In het artikel wordt namelijk de impact van René Girards zondebokmechanisme
op Vance te onderzocht.
Daarmee wordt de invloed van Girards ideeën
in de intellectuele kringen rond J.D. Vance onderstreept.

Girard, een Amerikaans-Franse filosoof die in 2015 overleed,
wordt vooral herinnerd om zijn analyse
van de relatie tussen verlangen en conflict.
Girard stelt dat verlangen ‘memetisch’ is,
dat wil zeggen, het imiteert: ik wil wat ik zie dat anderen willen.
Dit leidt vanzelfsprekend tot conflict,
een conflict dat alleen kan worden opgelost door een zondebok.
Het identificeren van een zondebok, een out-group,
is een kracht die krachtig genoeg is om een gevoel
van solidariteit te creëren tussen degenen
die anders in conflict zouden zijn over gedeelde verlangens.

Politico liet zien hoe Vances lezing van Girard
zich zou kunnen verhouden tot Vances verdediging
van de valse suggestie van deze running mate
dat Haïtiaanse immigranten
de huisdieren van hun buren in Springfield, Ohio opeten.
Het ging zelfs zo ver om te suggereren dat
– in plaats van een verwerping van Girards analyse –
Vance begrepen zou kunnen worden
door het toepassen van een pragmatische lezing van Girard:

‘Hoewel Girard dat nooit ronduit heeft gezegd,
hebben sommige van zijn interpretatoren betoogd
dat Girards idee van de christelijke ethiek
– die in theorie een alternatief biedt
voor ritueel geweld als basis voor sociale cohesie –
in de praktijk niet kan dienen als basis voor een grote,
complexe en moderne samenleving.

Zondebok zijn is onvermijdelijk, gebruik het in je voordeel.
We kunnen niet precies weten
hoe deze of welke lezing van René Girard
dan ook een rol speelt in zijn politieke tactieken.
Wat we wel kunnen weten,
is dat Vances publieke fascinatie voor grote ideeën hem blootstelt
aan een beschuldiging waarop een gezonde democratie berust:
hypocrisie.

Daarentegen is er vaak een verrassende transparantie
in Trumps beroep op eigenbelang.
In juli sprak Trump een publiek toe en verklaarde:

‘Christenen, ga stemmen, alleen deze keer.
Jullie hoeven het niet meer te doen.
Nog vier jaar, weet je wat, het zal worden opgelost,
het zal goedkomen,
jullie hoeven niet meer te stemmen,
mijn mooie christenen.’

Hoezeer Vance en anderen ook proberen dit te veranderen,
er zit weinig ideologische inhoud,
geen substantie achter ‘Make America Great Again
voor zover Trump het vertelt.
Het is politiek op zijn meest transactioneel
en wat Trump zijn aanhangers biedt, mooi of niet,
is zo vaak een zondebok.
Trump is hier doorgaans vrij open over en,
hoe lelijk dit soort politiek ook is,
er zit een vreemd soort eerlijkheid in.
Maar Vance is anders.
Hij heeft ‘grote ideeën’.
En hoe vreemd u deze ideeën ook vindt,
en hoeveel spanning er ook lijkt te zijn
tussen zijn liefde voor René Girard
en zijn zondebok-zijn van Haïtiaanse immigranten,
democratie is beter voor die spanning.
Constructief democratisch debat is in zekere zin afhankelijk van hypocrisie.
Zonder hypocrisie zou democratie
niets meer zijn dan een onderhandeling over puur eigenbelang.

De eerste generaties christenen liepen tegen een soortgelijk probleem aan.
De wet waarvan ze geloofden dat ze die van God hadden gekregen,
toonde hun een visie voor het goede leven,
net zoals het alle manieren waarop ze tekortschoten onthulde.
Zoals de vroege kerkleider Paulus schreef:
door de wet komt de kennis van zonde.’
We kunnen eraan toevoegen
dat door politieke ideologie
of aspiratie de kennis van politieke hypocrisie komt.

Als Vance nooit publiekelijk de theorie van Girard had onderzocht,
als hij alleen maar een opportunist was geweest,
meer zoals Trump,
dan hadden we één middel minder gehad om hem ter verantwoording te roepen.
Elke politicus zal tekortschieten als hij wordt beoordeeld
op zijn publieke ideologische aspiraties.
En hoe meer ideologische aspiraties,
hoe groter de beschuldiging van hypocrisie.
Hypocrisie zal altijd worden aangetroffen
waar we mensen vinden die debatteren
en streven naar ideeën die perfecter zijn dan zijzelf.
Ik verdedig geen enkele individuele hypocrisie;
de inwoners van Springfield, Ohio en nieuwkomers in de VS
verdienen zoveel beter.
Hypocrisie is altijd teleurstellend,
maar minder teleurstellend dan de alternatieven:
ofwel een naakte jacht op eigenbelang
of een naïeve verwachting van ideologische zuiverheid.

De vraag voor ieder van ons in een democratie is
hoe we met hypocrisie kunnen leven,
het verwachten en tegelijkertijd meer verwachten
van degenen die ons in een openbaar ambt willen dienen.
En een moment van introspectie onthult dat het een last is
waarmee ieder van ons ook geconfronteerd wordt:
de schandelijke kloof
tussen mijn aspiraties voor mijn leven en de realiteit.
De vraag hoe we met deze hypocriete politici leven,
is eigenlijk de vraag hoe we met onszelf leven?

Daarmee keren we terug naar Girard.
Hij beweerde dat Jezus Christus
vrijwillig een doorzichtig onschuldige zondebok werd
en daarmee het mechanisme ondermijnde.
In het Politico-artikel wordt Vance als volgt geciteerd:

‘In Christus zien we onze pogingen om de schuld
en onze eigen tekortkomingen op een slachtoffer te schuiven
voor wat ze zijn:
een moreel falen, gewelddadig geprojecteerd op iemand anders.
Christus is de zondebok
die onze onvolkomenheden onthult
en ons dwingt om naar onze eigen tekortkomingen te kijken
in plaats van de schuld te geven
aan de door onze maatschappij gekozen slachtoffers.

De veeleisende logica van de kruisiging voorkomt
dat we zelfs de zondebokken van politici tot zondebok maken.

Maar Jezus’ dood is meer dan een belichaamde sociale kritiek.
Door naar ons toe te komen en te sterven
in de persoon van Jezus,
toonde God zijn liefde voor onvolmaakte mensen
die worstelen onder het gewicht van perfecte ideeën.
Hij kwam om het een thuis en de veiligheid te geven
die we allemaal wensen, vrij aangeboden aan hypocrieten.
Het punt van Christus’ dood is niet, althans in eerste instantie,
om mij te inspireren om anderen beter te behandelen.
Het is Gods onvoorwaardelijke aanbod
aan de gebroken en hypocriete,
als de gebroken en hypocriete,
niet zoals hij zou willen dat we zijn.

Paulus zegt het zo:
God bewijst zijn eigen liefde voor ons hierin:
toen wij nog zondaars waren, stierf Christus voor ons.
Ja, Gods genade is te dramatisch,
te sterk om ons niet te provoceren en ons op te roepen
om te veranderen,
maar zijn liefde komt tot ons vóór welke verandering dan ook.
Het komt tot ons zoals we zijn,
wij die onze hooivorken koesteren
en dat zelfingenomen gevoel
dat het allemaal de schuld van iemand anders is.

Als we de politiek instappen met het gevoel
dat dingen beter zouden kunnen,
kunnen we snel hypocriet worden.
Maar we mogen deze hypocrisie niet goedpraten;
we moeten onszelf en onze leiders ter verantwoording roepen.
En toch kunnen we dat dankbaar doen,
en dankbaar vastgehouden worden
door een God die voor hypocrieten op aarde kwam.