Het is een onwaarschijnlijke basis voor succes:
een serie die zich afspeelt
in een vergeten uithoek van het sterrenstelsel,
En toch heeft de serie Andor brede lovende kritieken
en waardering van fans gekregen.
Deze Disney+-serie is de eerste echte Star Wars-content
voor volwassenen geworden.

Andor onderscheidt zich daarin
dat zij verhaal biedt met rijke thema’s
die direct tot het publiek van vandaag spreken:

De serie volgt een aantal elkaar kruisende karakters.
Hoewel de serie vernoemd is naar Cassian Andor
een gedesillusioneerde smokkelaar
die zich bij de Rebel Alliance heeft aangesloten,
is het verhaal veel groter dan één man.

Terwijl het Keizerrijk (Empire) zijn greep verstevigt
– zowel openlijk door militaire macht en brutaliteit,
als in de schaduw met een breed scala aan spionnen,
surveillance en een steeds groter wordend inlichtingennetwerk
– wordt de noodzaak tot verzet op elk niveau urgent.
Degenen die een stem hebben, moeten zich laten horen
zolang er nog een schijn van democratie
en vrijheid van meningsuiting is.
Er is geld nodig om een opstand te financieren
en voetsoldaten uit alle lagen van de bevolking
moeten worden gevonden en voorbereid om op te staan
en het systematische onrecht
en de toenemende imperialistische onderdrukking te bestrijden.

Aan de ene kant bevindt zich
de geadopteerde Cassian Andor.
Hij is gevormd door zijn vroege ervaringen
met armoede en onderdrukking.
Die wekken iets van verzet
tegen het bestaande systeem in hem op.
Aan de andere kant van het spectrum
staat Mon Mothma,
geboren in een bevoorrechte positie.
Zij heeft politieke invloed.
Haar verhaallijn draait om een moreel kruispunt:
of ze haar status, haar rijkdom en haar veiligheid
op het spel zet om het verzet
vanuit de machtscentra te steunen.

De boodschap van deze film is relevanter dan ooit.
In een tijdperk dat gekenmerkt wordt
door toenemend autoritarisme, desinformatie
en toenemende politieke polarisatie,
benadrukt de serie dat tirannie
op elk niveau moet worden bestreden.
Het herinnert ons eraan
dat democratische instellingen
fragiel zijn en dat zwijgen
in het aangezicht van onrecht
onderdrukking ongecontroleerd laat groeien.
Of het nu gaat om de strijd tegen despotisch leiderschap,
de uitholling van de vrijheid van meningsuiting
of systematische ongelijkheid,
Andor suggereert dat de last van verzet
niet alleen op de schouders
van een kleine groep helden kan rusten.
Het vereist dat mensen
op elk niveau van de samenleving
met moed, integriteit en doelgerichtheid
handelen voordat het te laat is.

Want een belangrijke verhaallijn in Andor
is hoe het Keizerrijk een morele rechtvaardiging
voor zijn daden construeert
via door de staat gecontroleerde, propagandistische media.
Goede mensen kunnen gemanipuleerd worden
en de waarheid kan verdraaid worden.
In realtime zien we spindoctors de wreedheid
die zich om hen heen afspeelt ontkennen of herformuleren
– zelfs terwijl het Keizerrijk
een vreedzaam protest met geweld neerslaat.

In de film worden alle mogelijke middelen gebruikt
om de wereld te creëren om parallellen te trekken
met zowel historische als hedendaagse onrechtvaardigheden.
Zo wekken de kostuums van de hoogste leiding van het Keizerrijk
en de agenten van het Imperial Security Bureau (ISB)
griezelige gelijkenissen met Gestapo-uniformen.
De verzetsstrijders daarentegen
lijken zo van de set van Les Misérables te zijn gestapt,
een echo van de Juni-opstand van 1832.

Het is moeilijk om dit niet te zien als een kritiek
op hoe moderne nieuwsmedia
wereldwijde conflicten
– zoals de oorlog in Israël en Gaza –
kaderen en hervertellen
om hun publiek te behagen en te vormen.
Deze agendagedreven berichtgeving
verdraait feiten en maakt kijkers ongevoelig,
vaak ten koste van degenen die ter plaatse lijden.
De medeplichtigheid van de pers
aan desinformatie
en het faciliteren of rechtvaardigen van wreedheden
draagt zelfs vandaag de dag nog bij
aan aanhoudende humanitaire crises
in landen zoals Soedan en Gaza.

In een zogenaamd post-waarheidstijdperk
herinnert Andor ons eraan dat waarheid er nog steeds toe doet.
De serie houdt een spiegel voor
aan onze mediaverzadigde wereld
en laat zien hoe verontwaardiging wordt gefabriceerd,
verhalen worden gecontroleerd
en de realiteit vaak wordt gespind door selectieve verhalen.
Het daagt ons uit om na te denken
over de betrouwbaarheid van het nieuws dat we consumeren
– en over onze eigen rol in het in twijfel trekken
of accepteren van de verhalen die ons worden verteld.

Een van de meest fascinerende aspecten van Andor
is de weergave van parallelle levens
aan beide kanten van het conflict.
Hoewel een groot deel van de actie
Cassians transformatie van smokkelaar
tot onwillige agent tot belangrijke rebellenleider volgt,
zijn we ook getuige van de opkomst van Dedra Meero
een gedreven, ambitieuze surveillanceofficier
binnen de ISB, de inlichtingendienst van het Keizerrijk.

Dedra begint als een underdog
die vecht tegen seksisme op de werkvloer
in een door mannen gedomineerde bureaucratie.
Maar naarmate haar carrière vordert,
neemt ook haar vermogen tot wreedheid toe.
Ze wordt een van de meest meedogenloze handhavers
van het Keizerrijk,
bereid om alles en iedereen op te offeren
in haar meedogenloze jacht op rebellenagenten.
Haar verhaal is een huiveringwekkende herinnering
aan hoe autoritaire systemen efficiëntie en ijver belonen,
ongeacht de morele prijs.
Ironisch genoeg zou haar vastberadenheid
de rebellie uiteindelijk kunnen helpen
– haar roekeloosheid onthult
mogelijk geheimen over de Death Star.

Door de hele serie heen zien we
vergelijkbare tactieken aan beide kanten:
surveillance, verraad, opoffering.
Het enige verschil is de bredere verhaallijn
die uiteindelijk de zaak van de opstand rechtvaardigt.
Maar door complexe, geloofwaardige antagonisten
zoals Dedra op te bouwen,
laat Andor ons de banaliteit van het kwaad zien
– hoe gewone mensen, ervan overtuigd
dat ze het juiste doen,
instrumenten van onderdrukking kunnen worden.

De vraag die de serie ons voorlegt,
is huiveringwekkend simpel:
aan welke kant sta jij in een wereld
die afglijdt naar toenemende onrechtvaardigheid?

 

We kennen zo langzamerhand
allemaal wel het christelijk nationalisme
uit de Verenigde Staten van Amerika:
De beelden van een knielende Donald Trump
die vlak na zijn inauguratie gezegend werd
door een behoorlijk aantal voorgangers.
Voorgangers en christenen
die ‘hun’ Trump te vuur en te zwaard verdedigden
en zijn radicale plannen ondersteunen,
al was het alleen maar
om hun eigen agenda doorgevoerd te krijgen.
We deden het vaak af als een typisch Amerikaans iets.

Maar wat schetste mijn verbazing
toen ik laatst bij de Malieveldrellen in Den Haag
een houten kruis tussen de prinsenvlaggen en fakkels ontwaarde.
Onderzoekers hadden echter al eerder gewaarschuwd:
ook in Nederland wordt de christelijke symboliek
door radicaal- en extreemrechtse bewegingen
vaker ingezet om de ‘strijd’ tussen ‘goed’ en ‘kwaad’
een diepere lading te geven.

Vanaf het podium op het Malieveld
klonk tijdens de gewelddadige demonstratie een Bijbeltekst.
Els Noort, beter bekend als ‘Els Rechts’,
zwaait met een vlag waarop
de vermoorde Pim Fortuyn
en Charlie Kirk zijn afgebeeld.
Ondertussen leest ze voor uit Psalm 4:
In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen,
want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.
De 26-jarige Noort noemt het
‘een tekst die troost geeft in deze donkere tijd’.

Wat is de link tussen
uiterst rechts gedachtegoed en het christelijke geloof?
En is christelijk nationalisme
dat geweld niet schuwt een gevaar voor Nederland?

De Zoetermeerse Noort maakt er op sociale media
geen geheim van dat ze christen is.
Ze is gedoopt,
ging naar een reformatorische school
en deed drie jaar geleden belijdenis van haar geloof.
‘Ik kies volledig voor Hem en wil Hem dienen in mijn leven.’
Ze dankt God op X niet alleen
dat Hij haar zonden heeft vergeven,
maar ook: dat ze ‘geen linkse mening’ heeft.
‘God is goed, Geert wordt groot.’
stond er op een kruis te lezen.

Het kruis met ‘God is goed, Geert is groot.’ – beeld: YouTube

Noort gebruikt haar geloof ook om anderen aan te vallen.
Over oud-minister Hugo de Jonge zegt ze dat ze hoopt
dat hij zich straks kan verantwoorden tegenover God.
Oud-ChristenUnie-leider Gert Jan Segers noemt ze een ‘nepchristen’.
Mensen waar ze het niet mee eens is, noemt ze regelmatig ‘demonen’.

In London liepen eerder nog enkele anti-migratiedemonstranten
met kruizen en vlaggen door de straten.
Sommigen kwamen in een kruisvaarderskostuum.
Volgens de AIVD speelt daarbij het christendom en fluïde rol:
het kan gebruikt worden
om anderen het label van ‘het kwaad’ op te plakken,
om een witte, christelijke beschaving te claimen,
en soms om bruggen te bouwen naar conservatieve christenen.

Kort na deze demonstratie namen 36 Britse kerkleiders
uit conservatieve en progressieve stromingen
in een verklaring afstand van het gebruik
van die christelijke symbolen.
‘Jezus roept ons op om onze vijand
en onze naaste lief te hebben.
Het is onacceptabel dat het christelijk geloof
wordt misbruikt om anderen buiten te sluiten’,
schrijven zij.

Zo’n verklaring zou in Nederland ook een goed idee zijn,
zegt onderzoeker Marietta van der Tol van de Cambridge University.
‘In landen waar kerken zich duidelijk hebben uitgesproken
tegen misbruik van het geloof
door radicaal-rechtse groepen,
zoals in Noorwegen en Duitsland,
zwakken radicaal-rechtse groepen
hun claim op het christendom af.’

maar Van der Tol wijst wel
op de Amerikaanse invloed
op Nederlandse christenen,
bijvoorbeeld in de muziek, de liturgie,
of geestelijke literatuur.
‘De Amerikaanse samenleving is aan het radicaliseren
en dat zie je steeds meer in kerken en in de theologie terug.
Het zou goed zijn als gelovigen en kerken hier
nadenken over de vraag hoe welkom
die tendensen van radicalisering
zouden zijn in Nederland,
en of dat bij ons past.’

Het probleem zit ook bij het begrip ‘christelijk nationalisme’.
Voor de één betekent het iets anders dan voor de ander.
Christelijk nationalisme kan worden gedefinieerd als
‘liefde voor je natie, identificatie ermee
en speciale zorg voor haar welzijn’
Zo gelezen is er vanuit christelijk oogpunt
niets verkeerds aan.
Maar de term wordt tegenwoordig
ook anders ingevuld..
Dan duidt het eerder op een ideologie
die politieke macht nastreeft
om de christelijke identiteit
te verenigen met de nationale identiteit.
Met andere woorden,
het zou betekenen dat christenen
christelijke waarden willen opleggen
aan álle burgers van een natie
door middel van de wet.

Maar voor veel christenen zit juist hier
een addertje onder het gras.
‘Christelijke waarden’ omvatten
namelijk niet het dwingen van mensen
die zich niet als christen identificeren
om een christelijke levensstijl te leiden.
Christelijke waarden zijn gebaseerd
op de leer en het voorbeeld van Jezus,
en Hij was nooit dwingend.
Hij richtte zich op de harten van mensen
en streefde naar vrijwillige,
in plaats van afgedwongen gehoorzaamheid.
Zijn doel was dat mensen
Hem zouden volgen
en naar Zijn leer zouden leven
omdat ze dat meer dan wat ook ter wereld wilden,
niet omdat ze anders gevangen zouden worden gezet
of benadeeld zouden worden als ze dat niet deden.
Het evangelie is een uitnodiging
tot het meest lonende en vervullende leven
dat je je kunt voorstellen,
geen bevel dat uit angst
moet worden opgevolgd.

Jezus leerde expliciet dat christelijke politiek
anders zou moeten zijn
dan alles wat de wereld ooit heeft gezien:

‘Jullie weten’ zei Hij
‘dat de volken onderdrukt worden
door hun eigen heersers
en dat hun leiders hun macht misbruiken.
Zo mag het bij jullie niet gaan.
Wie van jullie de belangrijkste wil zijn,
moet dienaar van de anderen zijn.’ (Marcus 10,42-43)

Met deze woorden zette Jezus
een politieke agenda
voor zijn volgelingen neer
die radicaal verschilde van
elke andere beweging, religie,
instelling of natie.

Waar anderen altijd macht hebben gebruikt
om te domineren, te controleren
en gehoorzaamheid af te dwingen,
moeten christenen macht gebruiken
om degenen die onder hen staan
te dienen en hun bloei na te streven.
Met zijn eigen leven liet Jezus zien hoe dit eruitziet.
Veel mensen verwachtten dat de Messias
een groot militair leider zou zijn
die een leger onder zijn banier zou verzamelen,
dat hij de Romeinse onderdrukking zou afschudden,
Israël als natie zou vestigen
en het met absolute macht en gezag zou regeren.
In plaats daarvan, in plaats van geweld te plegen,
onderwierp hij zich aan de dood
door toedoen van de Romeinse onderdrukkers.

Nee, Jezus bedoelde niet dat zijn volgelingen
geen macht en invloed
in de wereld zouden moeten nastreven,
of dat ze zich zouden moeten neerleggen
en zich als een voetveeg
zouden moeten laten vertrappen.
Het ‘christelijke verschil’
is niet dat het apolitiek is,
zich terugtrekkend
van alle betrokkenheid bij wereldse zaken,
alsof God zich niet bekommert
om wat er in de wereld gebeurt.

Het christelijke verschil is tweeledig:

(1) nooit de macht grijpen of behouden
door middel van geweld, dwang, leugens,
manipulatie of welke middelen dan ook
die zogenaamd het doel rechtvaardigen,

en (2) macht gebruiken
(wanneer die ons vrijwillig wordt gegeven)
in dienst van iedereen,
ongeacht hun geloof of levensstijl,
en vooral van de machtelozen.

Nee. christenen hebben zeker niet altijd
op deze manier politiek bedreven.
In de eeuwen sinds Jezus op aarde rondwandelde,
zijn ze vaak bezweken voor de verleiding
om politiek te bedrijven
zoals de rest van de wereld:
grepen ze naar autoriteit
om er zich vervolgens
met alle mogelijke middelen aan vast te houden,
het gebruiken om jezelf
en de eigen agenda te bevoordelen
op manieren die anderen te schaden en te onderdrukken.
De behandeling van Joden
in de late middeleeuwen
is een ontnuchterend
en afgrijselijk voorbeeld:
Joden werden gedwongen in getto’s te leven
en kegelvormige hoeden te dragen.
Het was hun verboden openbare ambten te bekleden,
synagogen te bouwen
die hoger waren dan welke kerk dan ook,
of op zondag over straat te lopen.
Uiteindelijk werden ze met geweld
uit verschillende Europese landen verdreven
om geen belemmering meer te laten
voor de vorming
van een waarlijk ‘christelijke natie’,
oftewel een natie met alléén christenen.

Tegenwoordig zetten veel christenen
in westerse landen zich in
om zich te verzetten tegen wereldbeelden
waarvan zij vinden dat ze hen binnendringen
zoals secularisme, islam en liberalisme.
Ze willen het christendom opnieuw
als de dominante culturele kracht bevestigen.
Het lijkt mij dat deze inspanningen
grotendeels worden ingegeven
door angst, veroorzaakt
door de afnemende christelijke invloed.
Er is een sterke drang tot zelfbehoud
wanneer iemand zich steeds meer gemarginaliseerd voelt.
Men heeft het gevoel dat als men de macht niet terugkrijgt,
alle waarden en de levensstijl
die men koesterde, zullen worden weggevaagd.
Je moet je dan zelf beschermen en proberen
de christelijke waarden met alle mogelijke middelen te behouden.
Je dient de controle terug te nemen
en financieel, politiek en cultureel kapitaal
in te zetten om het bestuur te herwinnen
en de christelijke wetten in ‘ons land’ te herstellen.

Toch is angst nimmer een goede drijfveer geweest
voor wijs, rechtvaardig en rechtschapen handelen.
Angst leidt onze aandacht af van de armen en behoeftigen
en richt zich op onze eigen benarde situatie.
Angst zorgt ervoor dat we terugslaan
met een instinctieve zelfbescherming.
Wanneer we bang zijn,
voelen we ons gerechtvaardigd
om onze eigen behoeften
en prioriteiten voorop te stellen.
Gewelddadig gedrag wordt bestempeld
als ‘zelfverdediging’,
het korten op hulpbudgetten
wordt bestempeld
als voorzichtigheid,
en het weigeren van toegang
aan vluchtelingen die alles verloren hebben
en op de vlucht zijn voor vervolging,
wordt gezien als de enige verstandige handelwijze
in een wereld met eindige middelen.
Angst drijft ons ertoe ons eigen voordeel te zoeken,
iets wat Jezus zelf nooit deed.
Misschien wist Jezus
dat angst de grootste kracht kan zijn
die ons ervan weerhoudt
een christelijk leven van dienstbaarheid te leiden.
Misschien is het geen toeval dat
“wees niet bang”
de meest voorkomende zin in de Bijbel is.

Voor christenen, zoals ik,
zijn er betere drijfveren
voor politieke actie:
dingen zoals
wijsheid, rechtvaardigheid en vrede.
(Durf ik te zeggen: liefde
Of is dat te controversieel?)
Maar de allerbeste motivatie
is de wens om Jezus’ leer en voorbeeld te volgen,
niet alleen als we eenmaal macht hebben verworven,
maar ook in de manier waarop we die zoeken en vasthouden.

Er is op zich niets mis met het idee van een ‘christelijke’ natie,
als dat in ieder geval een natie betekent
die zich gedraagt tegenover mensen
– zowel burgers als niet-burgers –
zoals Jezus deed
(en ervan uitgaande dat de natie
in de eerste plaats
niet door geweld is gevormd
– maar dat is een ander verhaal).
Een werkelijk ‘christelijke’ natie
zou nooit proberen christelijk gedrag
van wie dan ook af te dwingen.
Het zou de vrijheid van mensen respecteren
om te leven en te geloven wat ze willen,
en zou gelijke kansen, gelijke voordelen
en gelijke rechten bieden
aan christenen, moslims, atheïsten en joden.
Het zou zijn macht gebruiken
om alle mensen te dienen,
met name de meest kwetsbaren
en de minsten
die voor zichzelf kunnen zorgen.
Het zou elke buitenlander
verwelkomen en beschermen
die daarheen vluchtte
om zijn leven of vrijheid te redden,
nadat hij thuis alles verloren had.

Zo’n natie zou niet gekenmerkt worden
door angst om haar macht te verliezen.
Het zou er niet naar streven
haar invloed te behouden
door niet-christenen
het burgerschap
of posities in de regering te ontzeggen.
Als het tij zich tegen haar zou keren,
zou ze nederig afstand doen
van de macht
in plaats van dwang te gebruiken
om die te behouden,
net zoals Jezus nederig naar het kruis ging
in plaats van geweld te gebruiken
tegen zijn onderdrukkers.

Dat brengt me bij het primaire probleem
dat volgens mij het christelijk nationalisme vormt.
Ik heb geprobeerd de sociale en historische realiteit ervan
te verbinden met de huidige politieke macht.
Maar de grootste fout lijkt mij de opmars naar suprematie.
Jezus’ afwijzing van politieke macht in de woestijn
en zijn verzet tegen politieke macht door het kruis
gaan verloren in de opkomende vloedgolf van christelijk nationalisme.
Christenen hebben geen natuurlijke of goddelijke aanspraak
op gezag over anderen op basis van hun geloof.
De kerk heeft altijd een ‘ja’ en een ‘nee’ tegen de staat gezegd.
We moeten meer nadenken over
wat het ‘ja’ en ‘nee’ van de kerk zou moeten zijn.

 

Het boek Exodus, laat ons de namen herinneren,
niet alleen van de zonen van Israel,
maar ook van twee dappere vrouwen,
verzetsstrijders: Sifra en Pua.
Ze staan op tegen de kwade macht
die dood wil.

Deze kwade macht is naamloos.
Hoe de farao heette vertelt het verhaal niet.
Wel zien we duistere trekken
die dit volk maar al te goed herkent:
van slavenarbeid, tot genocide.
Terwijl in de tussentijd, van kwaad tot erger,
de woonplaatsen langzaam
zijn verandert tot werkkampen.
Het kwaad mag dan geen naam hebben,
we kijken hier de dood recht in de ogen.

Is het verhaal hier afgelopen?
Is dit de moraal van het verhaal?
Dat het goed met je gaat, als je je verzet…?

Wat ik van verzet weet, komt uit jongensboeken,
en het stoere beeld wat ik ervan heb,
is ongetwijfeld geromantiseerd.
Maar de werkelijkheid was rauwer;
het gaat op leven en dood.
En misschien wel meer van dat laatste:
de dood.

Als je je verzet tegen het kwaad, stoot je je.
Een Stolpersteen,
een steen waarover je struikelt.
Van hen herinneren we ons de namen.
Maar zo’n struikel-steen laat ook zien:
We vertillen ons snel aan het kwaad.
Het botst, het schuurt.
Blijkbaar lukt het ons als mensen niet,
om nee te zeggen tegen kwaad:
Het is zo groot, en zo universeel.

Wat zou jij doen?
Zou ik de moed hebben om op te staan?
Of is mijn gebrek aan lef nu precies
hoe diep het kwaad in de wereld zit?

Zelfs al heeft iemand de moed
om in verzet te komen,
vaak lijkt het zinloos.
Je kunt het zien het aan die laatste regel:
Toen gaf de farao aan heel zijn volk het bevel
om alle Hebreeuwse jongens
die geboren werden in de Nijl te gooien;
de meisjes mochten in leven blijven.
Die twee kraamvrouwen, heldinnen,
hadden zich verzet.
maar het kwaad neemt alleen maar toe.
De kinderen die zij hebben gekregen,
je hoopt maar, dat het meisjes waren;
zouden ze het anders hebben overleefd?

Maar toch; verzet denkt niet na over zin.
Die vrouwen, Sifra en Pua,
gaan niet berekenen,
of hun lef levens zal kosten.
Net zomin als dat je afwoog
of het wel verantwoord was,
om een kind
illegale kranten te laten rondbrengen.
Verzet kost je soms alles,
en toch doe je het.

En door dat verzet heen klinkt dat hogere doel,
dat intense verlangen naar bevrijding.
Opkomen voor dat Godgegeven leven,
waar je net als die vrouwen ontzag voor hebt,
ja, ontzag voor de Heer zelf.

Het Wilhelmus zingt eerst:
‘den Koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.’
Verzet is nooit de basis;
de uitgangspositie.
En doorgaans,
is gehoorzaamheid iets goeds.
We proberen het aan te zien,
tot het echt niet langer gaat.
Of moeten tot onze schaamte erkennen
dat we gewoon het lef niet hebben.
Maar als je doorzingt,
komt toch echt de bede:
‘dat ik toch de tirannie mag verdrijven,
die mij mijn hart doorwondt.’
Dat is verzet.
En dan raakt het me dat deze regel
wordt voorafgegaan door de wens:
‘dat ik toch vroom mag blijven.’
Ik hoor daarin het vroedvrouwen-verzet:
het ontzag voor God.

Het boek Exodus
laat ons de namen herinneren
van deze Sifra en Pua.
Het boek gaat verder,
want bij verzet kan het niet blijven.
Exodus is een boek van bevrijding.
Vol ontzag uitkijkend
naar het werk dat de Bevrijder verzet.

 

De dubbelheid van deze wereld zit me dwars.
Bijvoorbeeld de gruwelijke beelden vanuit de Oekraïne of uit het Midden-Oosten,
de complete verwoesting van steden, miljoenen vrouwen en kinderen op de vlucht;
is dit nu ‘beschaafd’ 2025?
Aan de andere kant lacht het voorjaar ons tegemoet, de zon krijgt de overhand,
de natuur kondigt de nieuwe lente aan
en ondanks alle ellende in de grote wereld om ons heen werd het gewoon Pasen.
Het zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Denk aan een pauw.
Als je de pauw van de voorkant ziet, heeft hij prachtig mooie veren.
Als de pauw zijn staart opzet, is het een lust voor het oog.
Wat heeft God zo’n pauw mooi gemaakt!
Maar hebt u een pauw wel eens in de kont gekeken?
Diezelfde pauw wel eens van de achterkant gezien?
Hoe lelijk ‘t-ie-dan is? Bruine veren, vieze achterkant.
Toch is het één en dezelfde pauw.
Zijn mooie voorkant en zijn lelijke achterkant.
Die pauw heeft maar één Schepper.
God heeft die pauw geschapen, zijn voorkant én zijn achterkant

God schiep niet alleen de pauw, God schiep deze hele wereld.
Met zijn voorkant en zijn achterkant. Ook in uw en mijn leven.
De mooie en de moeilijke kanten.
Goed bestaat niet zonder slecht.
Mooi bestaat niet zonder lelijk.
Zo zit deze wereld in elkaar.
We zijn hier nog niet in het paradijs.
Het kwaad is hier in alle soorten en maten.
Palmpasen is feestelijke intocht en tegelijkertijd het begin van het einde.
Heden Hosanna, morgen kruisigt Hem.
Pasen is kruis, graf en dood, maar ook opstanding en nieuw leven.
Ook hier geldt, het één bestaat niet zonder ander.
Dat is geloven:
aan de ene kant je hart en je ogen open houden voor de pijn en de lijdensweg,
die mensen in deze wereld moeten gaan.
Maar er niet in blijven hangen, er niet aan ten ondergaan.
Want die andere kant mag je ook zien:
een nieuwe toekomst, die heeft God ons heeft beloofd met de Opstanding van Jezus zelf.

En mocht je dat soms even kwijt raken, denk dan aan de pauw.

Still uit de film Small Things Like These

Kortgeleden ben ik naar de film Small Things Like These geweest.

De film is gebaseerd op de gelijknamige novelle,
van de Ierse schrijfster Claire Keegan.
Het verhaal werd in 2021 gepubliceerd
en werd breed geprezen door critici en lezers.
Het verhaal volgt Bill Furlong, een brandstofhandelaar
die in 1986 in het kleine stadje New Ross in County Wexford woont, terwijl Kerst nadert.
Het verhaal begint als Bill een alarmerende ontdekking doet
wanneer hij kolen aflevert bij het plaatselijke klooster.
Er komen herinneringen aan zijn jeugd bij hem boven
en Bill raakt in een existentiële crisis.

Small Things Like These is een ingetogen boek
met een schrijnende morele helderheid die ook terugkomt in de film.
De film is opgebouwd rond een geweldige prestatie van acteur Cillian Murphy.
Veel van de meest opvallende scènes in de film bevatten close-ups van zijn gezicht
terwijl Bill worstelt met de implicaties van zijn ontdekking en de spoken uit zijn verleden.
Het effect is dat de film bijna letterlijk een portret is
van wat het betekent om een fatsoenlijk persoon te zijn.

Zoals gezegd begint het verhaal met Bill die een levering doet aan het klooster.
Hij ziet een moeder haar schreeuwende dochter bij de achterdeur afzetten,
waar ze binnen wordt opgewacht en hard wordt aangepakt door een non.
De tiener protesteert hartstochtelijk, maar tevergeefs.
De kijker begrijpt dat dit meisje ‘zwanger is geworden’.
Ze is door haar familie naar deze instelling gestuurd
om de maanden van haar zwangerschap uit te zitten
en alle schaamte of smet van hun reputatie te verwijderen.
Bill kijkt toe hoe het meisje roept om haar vader, die volledig afwezig is.

En na een gespannen interactie met een agressieve non,
gaat hij duidelijk geschokt terug naar huis
naar zijn vijf dochters en zijn vrouw.

Een paar dagen later, niet in staat om te slapen,
geplaagd door herinneringen aan zijn eigen jeugd
waarin hij werd opgevoed door een alleenstaande moeder,
met een afwezige vader,
vertrouwend op de vriendelijkheid van een rijke lokale landeigenaar,
begint hij zijn leveringen voor zonsopgang.
Terwijl hij briketten in de kolenschuur van het klooster aflevert,
ontdekt hij een tienermeisje
dat in de hoek van de schuur is achtergelaten.
Ze is in diepe nood en Bill reageert instinctief,
slaat zijn jas om haar schouders en neemt haar mee terug naar het klooster.

Hoewel het bestaan van Magdalene Laundries geen geheim was
in het Ierland van de twintigste eeuw,
werden de exacte details van hun activiteiten niet algemeen begrepen.
Met deze twee ontmoetingen, zo kort na elkaar,
en zijn eigen persoonlijke biografie
als de zoon van een vrouw die onderworpen was
aan precies dezelfde marginaliserende dynamiek,
kan Bill niet langer de onderdrukking negeren van hen
die voor heropvoeding naar dit klooster zijn gestuurd.

De film krijgt momentum als Bill gedwongen wordt
om de manier waarop zijn moeder behandeld werd
voor het ‘zwanger worden’ onder ogen te zien
en de realiteit dat die meisjes in het klooster
van dezelfde leeftijd als zijn dochters.
Te midden van zijn existentiële angst vindt hij weinig troost
in het nuchtere pragmatisme van zijn vrouw
die hem eraan herinnert ‘dat er dingen zijn die je moet negeren’
om verder te komen in het leven.
Later wordt hij ook nog eens apart genomen door zijn plaatselijke herbergier,
een vrouw die op dezelfde manier uit nederige komaf is geklommen
om een bloeiend bedrijf op te zetten
en gewaarschuwd is om de nonnen geen problemen te bezorgen,
aangezien ‘hun vingers in elke pap in de stad zitten’.

Ik zal niet alle details van de plot van de film volledig onthullen.
Maar dit element van het scenario waarin de onderdrukkende kerkelijke instellingen
door de bredere bevolking in staat werden gesteld
en zelfs werden gedoogd, is uitzonderlijk goed gedaan.
De film trekt zich niets aan van de misdaden
die in naam van kerken in Ierland zijn begaan.
Sterker nog, daarvoor wordt de rol van de nonnen
die neigen naar karikaturen van pure kwaadaardigheid te veel uitvergroot.
Maar met chirurgische precisie roept het de manieren op
waarop al dergelijke systemen van onderdrukking
sociaal zo worden geconstrueerd en in stand worden gehouden,
opdat mensen de andere kant op blijven kijken.

En dat is de blijvende betekenis van deze film.
Vaak is het moeilijker om over goedheid te schrijven dan over kwaad.
In Small Things Like This introduceert Claire Keegan ons
een hardwerkende eigenaar van een klein bedrijf
die zijn personeel goed behandelt.
Een liefhebbende vader die voor zijn vrouw wil zorgen,
een man die in een achterstraat van een provinciestad woont
in een over het hoofd gezien deel van een klein eiland aan de rand van Europa.
En in deze zeer definitieve backstage-context
wordt hij gepresenteerd als heldhaftig in zijn streven naar het Goede.

We denken allemaal dat we de enige persoon zijn die opstaat en zich verzet
tegen systemen van onderdrukking als we er ooit in verstrikt raken.
De vertolking van Bill Furlong door Cillian Murphy fluistert ons toe
dat we er snel ook op precies die manier verstrikt kunnen raken
en ervoor kiezen om het niet op te merken, om weg te kijken.
Small Things Like These is een zware film die op de een of andere manier bevrijdend is.
Het herinnert ons eraan dat er in ieder van ons een verlangen zit
om het Goede te zien en dapper genoeg te zijn om dat te doen.
Het is je tijd veel meer waard dan welke concurrerende blockbuster dan ook.

Soms kan je een gevoel van somberheid bekruipen,
als je het nieuws een beetje volgt.
Coronadoden, gijzelingen, moord, corruptie geweld van allerlei aard.
Het gaat maar door.
Het ene slechte nieuws is nog niet gekomen
of andere slecht nieuwsberichten staan al weer klaar.
Crisis, problemen, tegenslagen,
ze verdringen het goede en mooie dat er ook is zomaar naar de rand.
En dat in de grote wereld, maar soms ook zo akelig dichtbij.
De teleurstelling in je relatie, de lastige dingen op je werk,
je gezondheid die zo ineens anders loopt. Je komt er niet los van.
Een documentaire over oorlogsveteranen
die voor de VN waren uitgezonden op missie kreeg als titel:
oorlog in je hoofd.
Deze mannen en vrouwen zijn teruggekeerd uit de strijd
maar worden sindsdien geplaagd door PTSS:
post traumatische stress stoornissen.
Zij vieren weliswaar thuis kerst met geliefden rond de kerstboom.
Maar in hun hoofd, hun hart, hun onderbewuste
woedt de oorlog volop voort. Om moedeloos van te worden.
We maken ons klaar om Kerst te vieren,
maar is er sinds de komst van Jezus
wel echt wat in deze wereld veranderd?

Je hoeft geen oorlogsveteraan te zijn om dit te herkennen.
Die oorlog, die onvrede kun je tegenkomen in je eigen hart.
De monnik en schrijver Anselm Grün schrijft ergens:
we verlangen allemaal rusteloos naar iets,
vooral naar rust, tevredenheid en acceptatie. Naar God dus.
En, zegt Grün, steeds weer zoeken we onze eigenwaarde
in bezit, geld, zekerheid, aandacht, erkenning, bewondering,
seks, eer en macht.
Maar, zegt hij, dat leidt tot ‘hebzucht, jaloezie, controledwang, geroddel, narcisme en geweld.
Of altijd maar de lieve vrede willen bewaren.
Of geen minuut zonder die smartphone kunnen.
Eindeloos veel diploma’s willen halen. Altijd iets nuttigs willen doen. Door je werk geen tijd voor je gezin hebben.
Voor alles een verzekering afsluiten.
Piekeren over of je het wel goed genoeg doet.’ Aldus Grün

Wat zijn uw en mijn vijanden? Hebben wij vijanden?
Van welke vijanden zouden we verlost willen worden?
Misschien zegt iemand:
voor zover ik weet heb ik geen vijanden en daar ben ik blij mee.
In onze belevingswereld nu klinkt veelmeer de roep om verbinding.
Het woord ‘verbinding’ is het woord, dat nu meteen referenties oproept, niet het woord vijandschap.
Het woord ‘vijandschap’ lijkt ons terug te brengen in een wij-zij denken, waarvan de meeste mensen in het beschaafde Westen vinden,
dat we daarvan af moeten.

Moeten we dan misschien veelmeer aan geestelijke machten denken,
zoals vanouds de doodsvijanden, de duivel , de wereld en ons eigen vlees, beschreven werden.
Of zouden we nog een andere kant op moeten denken:
vijanden als samenvattend woord voor alle machten en krachten
in de schepping en de geschiedenis,
die het goede leven kapot willen maken?
Dan komen we in onze tijd snel uit bij het Covid-19 virus.
Vooral in het begin van de pandemie werd vaak oorlogsretoriek gebruikt om de strijd tegen dit virus aan te duiden.
In de dagelijkse werkelijkheid hebben ook wij het er over,
dat we samen het corona virus eronder zullen moeten krijgen.
Maar wie hier publiek durft te spreken
over een vijand waarvan we verlost moeten worden,
wordt meewarig aangekeken of erger: ervan verdacht
te behoren tot een gevaarlijke sekte.
Dat geldt niet alleen het coronavirus.
Wij moeten als mensen met en voor elkaar dingen oplossen: natuurwetenschap, medische wetenschap en techniek
kunnen ons daarbij helpen.
Ook de geesteswetenschappen, zoals psychologie en psychiatrie
kunnen behulpzaam zijn.
Het woord verlossen behoort tot het vocabulaire van de theologie,
een wetenschap die buiten de christelijke bubbel
geen enkele indruk lijkt te maken.
Spreken wij niet vanuit een luxe positie?
Wanneer wij het niet op een akkoordje willen gooien
met de machten van het kwaad,
krijgen we dan niet als vanzelf vijanden?
Wanneer wij door het geloof,
door de goede keuze te maken aan Gods kant komen te staan,
dan begint de strijd allereerst al in ons eigen hart.
‘Het goede dat ik wil, doe ik niet, het kwade, dat ik niet wil, doe ik’.
Vervolgens lopen we ook op tegen alles
wat in strijd is met Gods wil in deze wereld:
onrecht, vernietiging van Gods schepping, machtswellust,
onderdrukking en al die andere dingen, waar onze wereld vol van is, vlakbij soms ook op ons werk, in onze kring van bekenden.
Probeer er maar eens iets van te zeggen,
probeer maar eens even het sluiten van compromissen te vermijden
en je zult merken dat je vijanden hebt eer je er erg in hebt
en soms helemaal in strijd met je vredelievende karakter.

Verkijk je dan niet op dat kind in de kribbe. Jezus Christus.
Je eerste indruk is misschien: vertederend,
schattig en een klein beetje zielig.
Maar hier in de kribbe ligt iemand die als namen krijgt:
Wonderbare Raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst.
Hij zal al snel deze kribbe en de doeken achter zich laten
en op een heel eigen manier zijn heerschappij zichtbaar maken.
Een vorst van de vrede zijn. Ja, vrede zal van zijn leven echt de kern zijn. Hij zal vrede mét God tot stand brengen
en ook de vrede ván God realiseren.

Hij zal de strijd aanbinden met de diepere oorzaken van onze onvrede.
De zonde die ons onze bestemming doet missen
zal hij op zich nemen naar het kruis, het daar verzoenen en wegdragen.
De boze machten die ons bezetten en binden.
Ons van onze vreugde en vrede beroven zal hij onttronen en overwinnen.

Vrede op aarde, scanderen de engelen.
Het Bijbelse woord vrede betekent meer dan afwezigheid van oorlog.
Het Griekse woordje dat hier staat: ‘eirene’
gaat terug op het Hebreeuwse shalom.
Het betekent zoiets als: op orde brengen, alles op zijn plaats zetten. Kerkvader Augustinus zei dat heel mooi:
vrede is de kalmte die komt uit orde.

Vrede is daar waar evenwicht is, balans.
Alle dingen de juiste plaats en proporties hebben.
Deze vrede zorgt ervoor dat je als mens
in al je relaties tot je volle bestemming mag komen.
In verhouding tot God, tot jezelf en de ander.
Hoor hoe de hemelse strijders het uitroepen.
Eer aan God in de hoge, vrede op aarde.
Eerst: eer aan God.
En dan en op die manier ook: vrede.

GoT

Ja, ik geef het grif toe: ook ik heb een guilty pleasure… ik ben namelijk een thronie, een ander woord voor een fan van de serie Game of Thrones, een Amerikaanse fantasy-televisieserie die sinds 2011 wordt uitgezonden. Dit jaar beleefd Game of Thrones haar achtste en laatste seizoen. De serie is ongekend populair en veel mensen zijn gefascineerd geraakt door de strijd om de macht tussen zeven koninklijke families dat zich voor het grootste deel afspeelt op het denkbeeldige continent Westeros, een wereld die trekken vertoont van de Europese Middeleeuwen.
Is het opmerkelijk dat zo veel mensen geboeid zijn geraakt door een serie waarin nobele voorbeeldfiguren vrijwel ontbreken of een snelle dood sterven, waarin iedereen een schurk of op z’n best moreel dubbelzinnig is? ‘Tegenwoordig laten veel tv-series laten ons geen mensen meer zien zoals wij zouden willen zijn, maar zoals we werkelijk zijn’, schreef The Huffington Post twee jaar geleden. Dat geldt in extreme mate bij Game of Thrones. (GoT) ‘ We zitten’, aldus dit Amerikaanse weblog, ‘niet meer te wachten op een heldere tweedeling van schurken en helden; we willen personages die geregeld foute keuzes maken, of die twijfelen.’ Waarom? ‘Omdat het leven ingewikkeld is en niet zwart-wit’, zegt Rinke van Hell, die aan de Christelijke Hogeschool Ede doceert over film en theologie. ‘Stiekem vinden we het fijn om de zwakke en slechte kanten van onszelf te onderzoeken, en films en series bieden de mogelijkheid om ons in te leven in situaties die we uit ons eigen leven niet kennen. Dat kan heel waardevol zijn, geconfronteerd worden met het kwaad in de wereld en in jezelf.’

Onder christenen is er veel discussie over wel of niet kunnen kijken naar deze hitserie. Immers de serie staat onder meer bol van geweld. Zelf denk ik dat ik juist in Westeros de gebrokenheid van de wereld aantref die ook zo eigen is aan de wereld waarin ik zelf leef en onderdeel van ben. In de fantasy-wereld van Westeros zie ik hoe het kwaad mensen ten onder laat gaan en dat besef geeft mij de opdracht en de kans om als christen in de echte Westeros-wereld van de hoop die in mij is te getuigen. In deze wereld zie hoe het ‘de mens is geneigd tot alle kwaad’ in extremis vorm krijgt en de mens en zijn omgeving vervormt. Het lijkt of je je Friedrich Nietzsche in de vrolijke wetenschap hoort zeggen als de mens God heeft dood verklaard ‘wat is koud geworden’. Hebben fantasyfilms als Lord of the Rings, The Hobbit en Harry Potter nog een strijd te zien tussen goed en kwaad, in GoT  ontbreekt dat helemaal. Zelfs de religies die in GoT  ademen alleen maar kwaad en egocentrisme. Het kwaad overwint. Dat die christelijke hoop dat het Goede uiteindelijk het laatste woord heeft als licht ook in de duisternis van deze wereld mag stralen zonder erdoor te worden overmeesterd.

Dat was de leader van de nieuwe Intermediair van week 32/33. Kerken lopen legen, maar steeds meer Nederlanders geloven dat er meer is tussen hemel en aarde.

Het artikel maakt dus gewag van de door atheïsten zo gewenste ontwikkeling dat de mens eindelijk zou inzien dat al dat religieuze en spirituele  gedoe ‘onzin’ is. Helaas lijken de cijfers deze ontwikkeling volledig tegen te spreken: bijvoorbeeld het geloof in een leven na de dood is in vergelijking met  1991 en 2007 gestegen van ruim 50 procent naar circa 65 procent. Hoewel het wereldwijde netwerk van Dinesh D’Souza ‘bashers’  de boodschap blijft bagatelliseren, moet toch helaas worden gezegd dat het aantal van gelovigen wereldwijd blijft groeien. In feite lijkt het alleen een westerse tendens dat het aantal gelovigen afneemt.

Ze hebben de mens leuk uitgevonden, maar ze hadden de emoties weg moeten laten zo reageerde een jongere op het feit van de absurde stijging van het aantal zelfmoorden onder jongeren in Noord-Holland. Voor mij is dit een antwoord dat ook zou kunnen worden opgetekend uit de mond van een atheïst. Volgens mij heeft dit antwoord eigenlijk te maken met de vreselijk moeilijke vraag naar het kwaad. Dat is een vraag die een christen al snel voor de voeten krijgt geworpen. Met de woorden van Christopher Hitchens als Jezus een blinde kon genezen die hij toevallig tegenkwam, waarom zijn er dan nog blinden? billboardNee, ik denk niet dat wij christenen het kwaad kunnen verklaren, maar ik denk dat wij wel troost kunnen geven. In ieder geval meer troost dan een atheïst, die alleen maar kan zeggen dat het leed geen enkele reden heeft. Het leven gebeurt gewoon zoals het gebeurt, niet meer en niet minder. En vervolgens wordt er geconcludeerd dat in een wereld waar leed is er dus geen plaats voor (een) God is. Terwijl het christendom in feite ook het kwaad en het lijden niet kan verklaren. Het christendom biedt in geval van het lijden op het vooruitzicht van een hiernamaals.

Blaise Pascal zei eens dat we als we een weddenschap aan zouden gaan of God wel of niet zou bestaan, het slimst zou zijn in Hem te geloven. Immers, als Hij niet blijkt te bestaan dan begaan we een metafysische vergissing. Als we er echter van uit gaan dat Hij niet bestaat, en Hij bestaat toch, dan lijden we een veel groter verlies: we zullen eeuwig van Hem gescheiden zijn.

Ze hebben de mens leuk uitgevonden, maar ze hadden de emoties weg moeten laten Ja, in een wereld zonder troost is de mens beter af te functioneren als een robot, zonder emotie. Maar de mens is iet zo geschapen, maar als een levend wezen met emotie, met een eigen vrij wil. Ondanks al het tromgeroffel van atheïsten die vinden dat het geluid van de religie veel te luid klinkt, blijkt het toch dat religie helemaal niet zo gek is.