Juist in de Veertigdagentijd worden christenen opgeroepen zich nadrukkelijker dan anders te bezinnen op hun eigen doen en laten. Deze bezinning staat in het teken van het lijden van Jezus Christus voor ons en onze wereld.

In het verleden werden christenen vaak bekritiseerd op het feit dat zij faalden in het volgen van Jezus in meest donkere en duistere momenten in de wereldgeschiedenis. Hoe zal het handelen van christenen in onze tijd worden beoordeeld door de geschiedenis?  Je kunt aan de hand van de Bijbel vier vragen stellen:

‘Toen ik naakt was, gaven jullie mij kleren. Toen ik ziek was, zochten jullie mij op. Toen ik gevangen was, kwamen jullie naar mij toe.Elke keer dat jullie iets goeds deden voor één van de gelovigen die hier naast mij staan, deed je iets goeds voor mij.’ Matteüs 25:36, 40

‘Dit is wat de Heer zegt: “Houd je aan mijn regels. Spreek eerlijk recht. Behandel iedereen goed en rechtvaardig. Maak geen misbruik van mensen zonder macht, maar bescherm hen tegen hun onderdrukkers. Gebruik geen geweld tegen vreemdelingen, tegen weduwen, of tegen kinderen zonder vader. En vermoord geen onschuldige mensen.”‘ Jeremia 22:3

Kunnen wij als volgers van Jezus Christus deze opdracht klakkeloos naast ons neer leggen omdat onze eigen financiële zekerheid, ons eigen comfort, onze nationale en politieke stabiliteit  misschien op het spel staan? Volgens mij is Gods Woord hierover uitermate duidelijk. Toch zijn er christenen die buitengewoon passief blijven en soms zelfs enorm agressief als het gaat om mensen die aan hun ‘gespreide bedjes’ komen.

‘Maar als je sommige mensen beter behandelt dan andere mensen, doe je het verkeerd. Dan is het duidelijk dat je je niet aan Gods wet houdt.’ Jakobus 2:9

‘Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis.’ 1 Johannes 2:9

Hoe kunnen christenen schijnbaar kritiekloos voorbijgaan aan mensen die worden gediscrimineerd of door overheden stelselmatig worden misbruikt? Er worden talloze mensen achtergesteld op basis van hun afkomst, hun religie of hun geslacht. En wat hebben wij gedaan? Hebben wij deze praktijken publiekelijk veroordeeld? Hoe kunnen mensen die een God dienen die gestorven is voor de hele mensheid, wegkijken als er in naam van ons wordt gemoord en onderscheid wordt gemaakt tussen mensen?

‘Geliefde broeders en zusters, u bent als vreemdelingen die ver van huis zijn; ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens, die uw ziel in gevaar brengen.Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken. ‘ 1 Petrus 2:11-12

Geloven we in Gods voorzienigheid of blijven we bezig om vrienden te maken met de onrechtvaardige Mammon? Proberen we koste wat het kost onze eigen rijkdom veilig te stellen en te vermeerderen?

Laten we juist in deze tijd ons er zelf op bezinnen hoe de geschiedenis en vooral hoe God ons handelen zal beoordelen. Dat Gods Naam mag worden grootgemaakt vanwege onze acties! Eén ding is zeker: er is hoop voor onze wereld omdat Jezus leeft! Dat de heilige Geest ons kracht mag geven om een verschil te maken!

Romeinen 12,10

 

Kortgeleden kreeg de preses van de Protestantse Kerk, ds. Van den Broeke, emmers vol kritiek over zich heen, omdat ze het waagde om koning Willem Alexander (belijdend christen) erop te wijzen dat hij in zijn publieke uitingen geen gewag maakt van zijn geloof in God. ‘Hoe ze het toch durfde’ was de mening van velen ‘geloof is immers iets privé, dat op z’n best achter de voordeur mag worden beleden en dus geen plaats heeft in het publieke domein’. Ik hoorde ik deze kritiek tot mijn verbazing ook van medechristenen ‘zoiets zeg je toch niet en helemaal niet in deze tijd waarin een IS (Islamitische Staat) met een beroep op een religie vreselijke terreurdaden begaat. Alsof wij en masse, christenen incluis, zijn gaan geloven in de verbeeldde werkelijkheid dat de mensheid zich verder heeft ontwikkeld tot een samenleving waar God geen plaats meer heeft, hooguit als folkloristische hobby die een kleiner wordend groepje mensen mag blijven beoefenen als andere mensen er maar geen last van hebben. Onze seculiere maatschappij, met praktisch atheïsme is gebaseerd op een seculiere moraal. Deze moraal bepleit het individuele geweten, de mens als hoogste maat der dingen en gaat voorbij aan God en Jezus Christus. Deze maatschappij waarin we alleen maar kunnen vertrouwen op eigen kracht, op eigen daden en waarin wij ons leven helemaal zelf kunnen en moeten vormgeven. God is weggeschreven uit de geschiedenis en zijn volgelingen ‘ach, de stumpers’.

Onze maatschappij gebaseerd op een christelijk-(modern)humanistische grondslag. ‘Wij hebben God vermoord, jullie en ik!’ liet Friedrich Nietzsche zijn dolle man zeggen in de vrolijke wetenschap ‘Wij zijn allemaal zijn moordenaars!‘. Maar meteen kwam hij ook met een analyse van die maatschappij zonder God ‘Dwalen we niet als door een oneindig niets? Gaapt de holle ruimte ons niet aan? Is het niet kouder geworden? Komt de nacht niet voortdurend sneller en sneller? Moeten er ‘s morgens geen lantaarns aangestoken worden?’ Onze samenleving is er een zonder ziel, zonder hoop. We zijn vrij, we zijn onze eigen meester… maar wat heeft ons dat opgeleverd? Ongelovigen geloven het ongelooflijksteWe zijn bang als mensen onze leefwijze afwijzen,als zij ons ongebreidelde ‘vrijheden’ veroordelen.

Vrijheid; de Duitse filosoof Rüdiger Safranski schreef hierover een belangwekkend boek:  Het kwaad of het drama van de vrijheid. In dit boek beschrijft Safranski – nadat hij allerlei filosofen heeft behandeld – de mens die leegte en chaos ervaart wanneer geen god of levensbeschouwing hem de weg wijst. Men dacht dat de mens vanwege het feit dat hij redelijk is op een normale wijze kan samenleven met de ander. Zolang ieder zich maar houdt aan de basisspelregels. Zolang de redelijkheid bewaard wordt, blijft ook het samenlevingssysteem overeind. Maar de redelijkheid weet niet iedereen meer te boeien. Het onredelijke, het kwaad blijkt diep in de mens verborgen te zitten. Het jezelf als middelpunt van het universum te wanen. Dat is uiteindelijk het kwaad, dat zich tracht zich ‘zich een goed geweten aan te meten’. Wat ik doe dat is in de regel toch goed? Vrijheid is het toverwoord. Maar vrijheid is geen gemakkelijkheidsoplossing, maar iets waarmee de uitdaging nog maar gesteld is.

Vrijheid zoekt ook naar ankerpunten, een ethiek en leefregels die haar mogelijk maken.Vrijheid zonder maat brengt enkel zelfvernietiging voort en oorlog. Ankerpunten zijn te vinden in de Tien Geboden, het evangelie van Jezus Christus. Dat zijn de richtlijnen die God ons gaf om mensen een leven te laten leiden in vrede, broederschap en eensgezindheid. Deze uitgangspunten, deze ankerpunten voor een maatschappij zullen echte rechtvaardigheid voortbrengen, echte ontwikkeling en vrede. Geloven, leven in afhankelijkheid van de door God gestelde normen, dat is pas vrijheid! Maarten Luther, de Duitse kerkreformator omschreef ‘vrijheid’ zo: Een christenmens is een vrij heer over alle dingen en niemands onderdaan; een christenmens is een dienstbare knecht van alle dingen en ieders onderdaan. Of zoals het in Romeinen 14 vers 17 staat: ‘Het Koninkrijk Gods is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest.’  Ik stel mijn vertrouwen niet op ‘eten en drinken’, op ‘voedsel en kleding’, op ‘zekerheden, die ik in de hand heb’. Ik vertrouw op gerechtigheid, op het recht van en voor de ander die door God aanvaard is. Ik geloof in de keuze voor het recht van de armen, van de verdrukten en van hen die geen helper hebben. Ik vertrouw op vrede, ik kies voor het welzijn van de ander, en van Gods schepping. Mijn blijdschap is dat ik mij samen met de ander verheug in God, in het leven.

Houdt de radicale islam ons in wezen ook niet een beetje een spiegel voor. Zij willen gaan voor een radicale gehoorzaamheid aan hun God, helaas met hun  verwerpelijke uitwassen van terreurdaden. Maar waar gaan wij voor? Een beetje dit, een beetje dat. Steeds maar schipperen en vooral je kop niet boven het maaiveld uitsteken. Of gaan wij ook navolging, maar dan van Christus? Voor échte vrijheid.

Kortgeleden heeft de Wageningen Universiteit besloten om religieuze en politieke uitspraken te verbieden in proefschriften, dit met onder anderen het argument dat wetenschap en religie gescheiden werelden moeten zijn. Een promovendus werd daarom verstaan gegeven dat hij zijn dankwoord moest aanpassen waarin hij God bedankte voor Zijn steun tijdens het schrijven van zijn dissertatie. Verwijderde hij God niet uit zijn proefschrift dan zou het proefschrift geweigerd worden en kon de beste man niet promoveren.

De afgelopen jaren slaat de secularisatie, de ontkerkelijking in Nederland hard toe, maar mijns inziens slaat zij ook een beetje door. de kerk wordt geslooptJe mag tegenwoordig elke overtuiging zijn toegedaan en die ook in je ‘normale’ dagelijks leven ten toon spreiden en daarmee en daardoor functioneren als mens in de maatschappij, maar o wee als dat een religieuze overtuiging betreft. Laat die maar achter de voordeur in je eigen huis. Daar dien je andere mensen niet mee lastig te vallen. Je zou ze eens kunnen infecteren met je geloof. En hoewel 60 procent van de Nederlanders zegt religieus te zijn en wel eens te bidden vindt de goegemeente dat dit een zuivere privékwestie moet zijn en blijven. Communist, socialist, liberaal enzovoort is oké. Vanuit die mening mag je in de samenleving opereren en je keuzes maken en ook in de wetenschap acteren, maar een religieuze overtuiging is de enige overtuiging die verdacht wordt van ongewenste zendingsdrang.

Nederland van God los? Ammehoela; als je echt van God los bent, dan interesseert je het ook geen snars meer wanneer en hoe anderen die wel religieus zijn  dit uitdragen.

Vanavond kwamen ze weer langs: de kinderen die op 11 november, de naamdag van Sint Maarten, de huizen langsgaan om na het zingen van een lied wat snoepgoed of fruit in ontvangst te nemen. En zoals van veel van oorsprong christelijke feesten is ook van dit feest de diepere betekenis weggesleten. Het feest is vernoemd naar Martinus van ToursMartinus van Tours die in 316 geboren in Hongarije als zoon van een Romeins legerofficier. Op vijftienjarige leeftijd kwam hij in dienst van het Romeinse leger. Uit deze tijd stamt een van de meest bekende verhalen over Sint-Martinus. Voor de poorten van Amiens in Frankrijk kwam hij een verkleumde bedelaar tegen. Met zijn zwaard sneed hij zijn rode soldatenmantel in tweeën en gaf één helft aan de bedelaar. Deze scène is op talloze schilderijen afgebeeld, bijvoorbeeld door de schilders Rubens en Van Dijck. Nadat Martinus in 372 gekozen was tot bisschop van Tours kreeg hij een steeds grotere bekendheid. Hij stichtte in Frankrijk verschillende kloosters en stierf op hoge leeftijd in het jaar 397. Zo is het feest van Sint-Maarten vanouds een bedelfeest, en bedelfeesten waren nodig in de moeilijke wintermaanden. Gingen vroeger alle armen zowel jong als oud langs de deuren van – vooral – de rijkere medeburgers, tegenwoordig zijn het alleen kinderen die langskomen voor een traktatie. In oudere Sint-Maartenliedjes hoor je nog duidelijk terug dat het echt een bedelfeest is

Sinte Sinte Maarten
De kalv’ren dragen staarten,
De koeien dragen horens
De kerken dragen torens
Hier woont een rijke man
Die veel geven kan
Veel geven hoeft jij niet,
Al is het maar een suikerbiet!

Er werd naar elkaar gekeken voor hulp. Lange tijd was de zorg voor armen in ons land een kwestie van liefdadigheid. Maar in onze tijd wordt vaker naar de overheid gekeken als het gaat om de leniging van de eerste levensbehoeftes van de burger. Het wordt als een recht gezien dat mensen een bestaansminimum hebben.  Sinds de invoering van de Bijstandswet, in 1965 zijn sociale voorzieningen niet meer een gunst, maar een recht dat wordt uitgevoerd door de overheid.

Maar tegenwoordig schuift de overheid veel van haar teken weer terug naar de burgers. Zo komt de armoedeproblematiek ook weer op het bordje te liggen van de diverse kerkgenootschappen. Zij kunnen met betrekking tot hun taak in de samenleving zich ook laten leiden door de Bijbel: ‘Overigens zal niemand van u in armoede leven, want de HEER zal u zegenen in het land dat hij u in bezit zal geven.’ (Deut.15:4). Nee, dus niet vanuit de notie van liefdadigheid, maar vanuit recht, immers ‘niemand mag in uw midden in armoede leven’. Er wordt gerechtigheid gedaan omdat scheve verhoudingen worden rechtgezet, er wordt recht gedaan aan misdeelde mensen, opgericht wat terneergeslagen is. Gerechtigheid is één van de werkwoorden van een God die niet boven de partijen staat, maar die zeer partijdig is. Hij is het meest met de minsten. En hij meet de kwaliteit aan de mate waarop er gehandeld wordt met hen die onderop geraakt zijn.

Christenen – volgers van die God –  moeten daarom hun taak  zoeken in de samenleving. Vanuit het evangelie waardoor zij zich willen laten storen. De bron van waaruit ze proberen te handelen in de maatschappij. Op bescheiden maar besliste wijze mogen wij als gemeente, als gemeenschap in het geloof van Jezus Messias onze plek in de samenleving zoeken. In tastend handelen mogen wij de zoektocht naar het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid wagen. Het Koninkrijk waarin we als mensen van betekenis worden geacht niet om onze economische waarde maar om wie we voor Gods aangezicht mogen en zullen zijn.

Sinte Sinte Maarten
De kalv’ren dragen staarten,
De koeien dragen horens
De kerken dragen torens
Hier woont een rijke man
Die veel geven kan
Veel geven hoeft jij niet,
Al is het maar een suikerbiet!

Ooit sneed Martinus van Tours zijn soldatenmantel in tweeën en gaf het ene deel aan de minder bedeelden. De armen wisten later de rijke man te vinden ‘die veel geven kan’. Laten wij zien dat de zorg voor de minder bedeelde geen liefdadigheid is, maar dat het enkel het uitvoeren is van het goddelijk gebod ‘Overigens zal niemand van u in armoede leven, want de HEER zal u zegenen in het land dat hij u in bezit zal geven.’ Welvaart brengt ook verplichtingen met zich mee.

Op 20 oktober 2013 is het Micha Zondag. Het thema is ‘Ik hoor jullie klacht’, geïnspireerd op Jakobus 5. Op Micha Zondag staan armoede en gerechtigheid centraal in duizenden kerken wereldwijd. In 2013 is er bijzondere aandacht voor armoede als gevolg van corruptie en uitbuiting. Bijbelboek Jakobus laat in hoofdstuk 5 zien dat dit onrecht niet ongezien blijft bij onze Heer. En dat betekent dat wij als volgelingen van die Heer ook niet werkeloos aan de zijlijn kunnen blijven staan en doof kunnen blijven voor de klacht die klinkt. ‘Doe mij recht’ is de klacht van de weduwe uit Lucas 18.  Michazondag 2013Het gedeelte sluit af met een vraag aan ons allen: ‘zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?’ Daarmee wordt bedoeld dat er recht gedaan moet worden. Het is een harde vraag aan mensen die een wereld kunnen behandelen als iets waar ze tijdelijk gebruik van kunnen maken, maar waar ze uiteindelijk niet de verantwoordelijkheid voor willen dragen. De aarde, het milieu en andere mensen roepen voortdurend ‘doe mij recht!’ En wat is ons antwoord? De schepping die we in bruikleen hebben gekregen is niet van ons en juist christenen hebben de plicht die te onderhouden. We worden opgeroepen tot zorg voor onze naaste, onze naaste ‘recht te doen’. En dat betekent niet alleen maar onze menselijke naaste, maar de gehele schepping. ‘Heb uw naaste lief als uzelf’. Niemand van ons wil toch in een vergiftigde wereld leven? Dat gun je dan toch ook je naaste niet, je naaste van nu niet en je naaste in de toekomst niet. Toch?

De klacht wordt gehoord. Maar  wat doen wij ermee?

Soms zijn het de kleine berichtjes die je doen opschrikken. Zo las ik laatst dat men in Groot-Brittannië zich zorgen maakt over de kwaliteit van het godsdienstonderwijs aldaar. Kinderen in het Verenigd Koninkrijk zouden te weinig voorlichting en informatie krijgen  over de verschillende godsdiensten. Al enige tijd geleden  las ik ergens anders dat sommige mensen zich daarover voor de Nederlandse situatie ook al zorgen maken. Kinderen die geen weet meer hebben, geen basale kennis meer hebben van christelijke feestdagen. Oké, ze zijn met Pasen vrij, maar waarom? Joost mag het weten. En dat is nu precies ook het probleem: meester Joost heeft er ook geen flauw idee van. Nooit kennis over opgedaan in de opleiding… Om maar te zwijgen over feesten van andere godsdiensten die ook – zij het op kleinere schaal –  in Nederland gevierd worden.

Nu zou je misschien je schouders kunnen ophalen over dit feit. So what, Nederland seculariseert, de westerse wereld seculariseert, dus dat grote groepen mensen totaal geen binding meer hebben, geen kennis meer hebben over godsdienst en godsdienstige feestdagen, dat is nogal wiedes. Laat ik voorop stellen: ik vind het erg jammer dat de westerse wereld zich in steeds mindere mate christelijk, godsdienstig noemt, maar daar gaat het mij in eerste instantie in deze column niet om. SamenWaar het mij hier om gaat is  dat grote groepen mensen elkaar niet meer kunnen begrijpen, elkaar niet meer verstaan omdat ze niet meer weten wat de andere persoon drijft. Er wordt wat fragmentarische, verouderde kennis ‘uit de oude doos’ opgediept, wat spullen van het wereldwijde web afgeplukt en op een vreemde aan elkaar geknoopt en voor je weet ontstaan er vijandsbeelden die de werkelijkheid onrecht aandoen. ‘Christenen drinken met hun Avondmaal echt bloed’ en ‘dé islam is een gewelddadige godsdienst die de hele wereld wil veroveren’ en meer van dat soort ongenuanceerde onzinuitspraken over welke godsdienst dan ook. En voor je het weet blijft het niet bij scheldpartijen, maar slaat op een gegeven moment de vlam geweldig in de pan! Talloze voorbeelden uit de minder recente en recente geschiedenis getuigen daarvan.

Om met elkaar een samenleving te kunnen (blijven)  vormen houdt ook in dat we kennis van elkaars (godsdienstige) denkbeelden en gebruiken dienen te hebben die we op goede wijze kunnen verkrijgen. Want anders groeien we als mensen die de samenleving moeten vormen steeds  verder uit elkaar en blijft er uiteindelijk alleen maar onbegrip over. Deze kennis moet overgedragen worden op onderwijsinstellingen opdat we een werkelijke samen-leving blijven vormen.

Want onbegrip leidt tot onbekend en dat maakt onbemind en dat…

Al enige tijd worden we gewaarschuwd voor de gevaar van het teveel. Teveel drinken, teveel eten is niet goed voor de mensen. Alcoholisme en obesitas liggen op de loer en kunnen mensen en relaties tussen mensen verwoesten. Beide verslavingen kunnen, zoals elke verslaving, leiden tot een sociaal isolement en uitsluiting. Mensen kunnen vereenzamen. En wat leek het mooi toen het internet zijn intrede deed in het leven van veel mensen dat er allerlei mogelijkheden ontstonden om vanuit je luie stoel thuis of via de smartphone overal contact te houden met mensen die je kent en contacten te leggen met mensen die je nog nooit hebt gezien. Je hebt de hele wereld onder de knop van je computer, telefoon, of wat dan maar ook. Prachtig!!

Maar zoals alles kunnen ook de nieuwe sociale media, wanneer ze teveel worden gebruikt,  leiden tot een verslaving met alle kwalijke gevolgen van dien. In het geval van een overmatig gebruik van social(e) media spreek je dan van ‘Socialbesitas’. De kenmerken van socialbesitas zijn dezelfde van elke verslaving dan ook: onder andere dan je je eigen wereld creëert je en dat  die wereld is het belangrijkste voor je is. In het NRC en het actualiteitenprogramma Een Vandaag werd hier van de week voorbeelden van geschetst. Mensen die het hebben van vrienden op Facebook belangrijker vonden dan vrienden in de normale leven (irl) ‘Sommige jongeren vinden hun Facebook-vrienden belangrijker dan hun echte vrienden. Want wat echte vrienden zeggen, weet alleen jij. Maar wat Facebookvrienden zeggen, weet iedereen’ schreef het NRC; mensen die het belangrijk vinden dat hun berichtjes door zoveel mogelijk mensen worden gezien; de toenemende druk om sociaal te willen zijn, iedereen te willen volgen en niks te missen. ‘Het sturen, lezen en voortdurend checken van de sociale media geeft jongeren een kick, een “instantbevrediging” vergelijkbaar met die van eten, alcohol, drugs en seks’, zegt Herm Kisjes, een van de onderzoekers naar dit fenomeen in de krant.

Een van de effecten van overmatig gebruik van social media is psychische vermoeidheid. Laatst hoorde ik van een iemand van in de twintig die naast haar baan ook nog heel actief was op social media en vond dat ze aan alle events moest blijven meedoen en dat ook via de sociale media  moest blijven uitventen. Uiteindelijk kreeg ze een stevige burn-out omdat ze een (te) druk sociaal leven, haar opgedrongen door de social media, niet meer kon combineren met haar baan.

laat je niet leiden door social media

laat je niet leiden door social media

Bij dit alles moest ik denken aan een heel oud geschrift (450 jaar om precies te zijn) van het protestantisme, de Heidelbergse Catechismus. In veel kerken ligt het geschrift al onder vele lagen stof weg te zinken in de vergetelheid, maar de actualiteit van het belijdenisgeschrift is nauwelijks te overschatten. In 52 delen die ‘zondagen’ worden genoemd wordt de kern van christelijk geloof samengevat door mannen die luisterden naar de namen Caspar Olevianus en Zacharias Ursinus (Beer). Neem nu ‘vraag en antwoord’ 1 (want zo heet dat in de Heidelbergse Catechismus): wat is uw enige troost in leven en sterven? Dat ik met lichaam en ziel, zowel in leven en in sterven, niet mijzelf toebehoor, maar aan mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus. Juist als mensen vastlopen omdat ze steeds maar moet scoren, steeds maar gezien moeten worden, hogerop moeten komen, geliefd moeten zijn, kunnen die woorden zoveel ruimte bieden. De catechismus troost met de blijde boodschap dat we niet van onszelf hoeven te zijn. We mogen van Christus zijn, We zijn niet afhankelijk van allerlei zaken die ons leven willen beheersen, maar van Jezus Christus. Bevrijd van onszelf en de ziekte van Ikke, ikke, ikke.

Vorige week was  het moment van de release van Grand Theft Auto V (GTA V), de nieuwe loot aan de Grand Theftserie, die al sinds 1997 veel harten van gamers sneller laat kloppen. In het hele land waren gamewinkels om middernacht open om mensen de gelegenheid te bieden het nieuwe computerspel als eerste te kunnen kopen. Samenvattend kun je stellen dat dit spel draait, dat zegt de titel althans al, om auto’s te stelen en je een plaats te veroveren in de criminele wereld. De game gaat gepaard met veel bloederigheid vanwege het neerschieten van mensen en het doodrijden van voetgangers. In een reportage op RTV Oost over de nachtelijke verkoop van GTA V antwoordde een jongen op de vraag wat hem nou zo aansprak in het spel: ‘lekker mensen doodrijden en met de auto’s scheuren!’ Dit soort reacties staat in een schril contrast met wat een recensent in de NRCnext stelde toen hij schreef dat GTA afdoen als een moordsimulator het spel tekort doet. Want ‘je kiest zelf in hoeverre je je te buiten gaat aan geweld en daarbovenop heeft het spel wel degelijk een morele code: ga je te ver, dan krijg je de politie achter je aan. (…) Zo roept de game juist discussie op over geweten en vrije wil.’ Volgens de recensent waren de eerdere afleveringen van GTA wel gebaseerd op dat idee, maar GTA V laat je drie personages volgen in verschillende stadia van hun criminele carrière. Maar stelt hij later zelf ‘In GTA dient alles immers om te beschieten, bespotten of te bestelen.’ Ja, lekker zeg; als je dit de morele code noemt van GTA waar alles dient om te beschieten, bespotten of te bestelen, maar waar je wel de keuze hebt om het te doen, dan lijkt me dat volledig voorbijgaan aan de werkelijke intentie van de developers: lekker je agressie afreageren in een game. In de game-werkelijkheid zijn er geen echte keuzes – of zijn het keuzes die je meeneemt in het dagelijks leven (?) – , het enige doel is hogerop komen op de ladder van de criminaliteit! GTA V

Maar ‘life is not a game’, het leven is geen spelletje, zoals Francis Schaeffer, bekend van l’Abri, al eens zei. Waaraan wijd jij je? Wat vervult je hart? In deze wereld moeten er keuzes worden gemaakt en die doen er zeker (ook) toe. Zo kom ik op het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus uit Lucas 16: 19-31. In het verhaal gaat het over de rijke man die een keuze heeft gemaakt in zijn leven en de arme Lazarus die geen keuze heeft, anders dan om arm te zijn. Echter na dit leven blijkt de rijke man ineens op een minder aangename plek aan te zijn gekomen en hij vraagt Abraham dat Lazarus aan zijn vijf levende broers moet verschijnen om hen te waarschuwen niet de zelfde fout te maken als hij, de rijke man, heeft gemaakt.  Maar Abraham zegt: ‘Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!’ Dan zegt de rijke man: ‘Nee, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.’ Maar Abraham zegt dan: ‘Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.’ Ze kunnen het wel degelijk weten, de rijke man zelf had het wel degelijk kunnen weten. Ze hebben immers Mozes en de profeten! Wij zouden zeggen: ze hebben de Bijbel toch? Ze kennen toch de roep om gerechtigheid van de profeten? Ze kennen toch de Tien Geboden, met hun roep om als een bevrijd mens te leven, maar dan zeker niet alleen voor jezelf? De rijke man geeft het niet op: ach, die bijbel, die ligt natuurlijk te verstoffen op een plank, nee, als er iemand uit de doden naar hen toekomt en hen waarschuwt, dan zullen ze zich bekeren, dat zal pas indruk maken! Maar Abraham weet wel beter: ‘Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.’ De Britse schrijver C.S. Lewis zei het eens als volgt: ‘Tegen de mensen die geen “uw wil geschiede” willen zeggen tegen God, zal God op enig moment zeggen: “úw wil geschiede”.’ Wat is de keuze die je uiteindelijk maakt? God respecteert je keuze,maar aanvaard jij dan wel de consequenties, de gevolgen!

En zo komen GTA en de Bijbel bij elkaar. Bij beiden draait het om keuzes, bij de één is dat in een virtuele gamewereld (met volgens mij wel je houding ten opzichte van het echte leven), en bij het ander draait het om het echte leven. Beiden met hun consequenties, aan jou de keuze!

Nee, ik ga geen kritiek geven (in opbouwende zin of welke zin dan ook) op het handelen van onze nieuwe koning, die gister voor de eerste keer de Troonrede mocht uitspreken op Prinsjesdag 2013. Nee, er is iets anders wat me er toe bracht deze tekst uit 1 Samuel 8,5b aan te halen. Laatste vernam ik dat een groot aantal Nederlanders een sterke leider verlangt die zonder al te veel ‘democratisch geneuzel’ (een citaat, niet mijn woorden) besluiten neemt. Na en lange periode van kabinetten die allen de eindstreep niet haalden, voorgenomen besluiten die de Tweede of de Eerste Kamer niet doorkwamen lijkt een aantal mensen helemaal moe van het zwalkende beleid van onze bestuurders. En tot overmaat van ramp moeten we nu ook nog eens afscheid nemen van onze verzorgingsstaat en ons instellen op de ‘participatiesamenleving’. De participatiesamenleving of zoals sommigen liever zeggen ‘een samenleving waarin ieder zijn eigen broek moet ophouden en die van een ander; waar de overheid zich zoveel mogelijk uit terugtrekt’. In wezen dus een samenleving die heel veel mensen juist ooit hebben gewenst: een kleinere overheid a la het Amerikaanse concept. Maar dat is uiteindelijk niet wat de Nederlandse burger nu wil. Die wil een overheid als een moderne Sinterklaas: de overheid zorgt voor de moeilijke zaken die wij als burger liever niet op ons bordje hebben liggen en de overheid zorgt ervoor dat wij geen last hebben van welke crisis dan ook. En uiteindelijk moet de overheid dat geheel gratis bewerkstelligen. Een soort groot Nederland Disneywereld. Een sprookjespark.

‘Stel daarom een koning over ons aan om leiding te geven’ vroegen de Israëlieten aan Samuel. En God liet via Samuel aan de Israëlieten weten dat er ook nadelige kanten aan koningen zaten, maar de Israëlieten kozen toch voor een koning. En dat hebben ze geweten: eerst kregen ze Saul die na een tijdje volledig ontspoorde. Toen kwam David die op een gegeven moment een rivaal in de liefde in de frontlinie zette om zo zijn vrouw in te kunnen pikken. Daarna trad Salomo aan als koning, van wie werd gezegd dat ‘hij veel paarden had’ wat wil zeggen dat hij zaken had die hij niet op een goede manier had verkregen. ‘Stel daarom een koning over ons aan om leiding te geven’; willen de mensen echt een ‘verlicht despoot’ die met ferme hand en zonder teveel democratisch geneuzel de economie weer op de rails zet? Wil men alleen maar ‘brood en spelen’? Je zou het soms bijna gaan denken.tagcloud Troonrede 2013

Ik heb met belangstelling naar de Troonrede 2013 zitten luisteren en veel impopulaire maatregelen horen aankondigen die diep in het vlees snijden. Ik heb gehoord dat we nog meer dan voorheen ons moeten instellen op een participatiesamenleving. Een samenleving waarin meer mensen dan voorheen met elkaar de handen uit de mouwen moeten steken om te doen wat ze kúnnen doen. Ondanks alle fouten en problemen die deze regering heeft en heeft gemaakt en misschien nog moeten worden bijgesteld; is dit niet een samenleving die we wensen. Geen samenleving waarin het ‘dikke ik’ voorrang heeft, maar waar we met elkaar samen-leven? Ik hoop van harte dat we daar werkelijk met z’n allen uit komen.

Laat ik afsluiten met de woorden waarmee de koning zijn rede afsloot. “We bidden God om wijsheid voor hen die ons regeren.’

hasta

Bovenstaande poster zullen sommigen zich nog herinneren: Che Guevara, de Argentijnse marxistische revolutionair en latere compaan van Fidel Castro, de voormalige machthebber van Cuba.  Che Guevara  werd in 1967 vermoord en werd zo een vermaard ‘martelaar van de opstand tegen het kapitalisme’. Door de jaren heen heeft hij een iconische uitstraling gekregen en zijn beeltenis en de uitspraak ‘hasta la victoria siempre’ inspireerde menige rebel  en sprak tot de verbeelding.

hasta christelijk

Ooit is de kerk ook als tegenbeweging begonnen, onder andere tegen de heersende mening. Ja, ooit, want door de eeuwen heeft een groot deel van de kerk zich laten inpakken door de wereldlijke machthebbers. Hierboven staat het frontplat van een boek van de Britse theoloog Alister McGrath dat handelt over de ‘gevaarlijke ideeën’ van het protestantisme. Gelijk aan de poster van  Che Guevara staat Maarten Luther tegen een roodkleurige achtergrond van een rijzende zon. Ooit was het het protestantisme dat een steen in de kalme vijver wierp van een heersend christendom dat verzandde in schijnbaar onwrikbare structuren en zich aanpaste aan de algemene mening en verwachting. En nu staat het christendom weer voor een nieuwe uitdaging: zich aanpassen aan de algemene mening en verwachting dat ‘de grote verhalen dood zijn’, of overtuigd zijn van de ‘gevaarlijke ideeën’ van het hele christendom (niet alleen van het protestantisme) die dwars tegen de tijd in kunnen gaan en die diep in eigen vlees kunnen snijden, zo u wilt ‘brandend zand’ kunnen zijn? Is de Bijbel een ‘zoet boekje met verhaaltjes voor het slapengaan’ of een verzameling geschriften die mensen niet alleen kan troosten maar ook kan aanzetten om geen genoegen te nemen met de werkelijkheid zoals die op ons afkomt?

Dominee Van Nieuwpoort die onlangs met zijn collega Visser het boekje Tegengif schreef,  verwoordde het zo: ‘de teksten zouden ons wakker moeten schudden. Vervolgens zouden we kunnen nadenken over onze eigen rol. Mogelijk kunnen we bijvoorbeeld iets betekenen voor de weduwe in onze buurt. Dan gaan onze ogen open voor de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan. De profeet Elia maakte geen knieval voor Baäl. Die Baäls zijn vandaag de heersende machten en het geld om ons heen. Elia opende daarvoor de ogen. De Bijbel zou van ons opstandige christenen moeten maken!’

Hasta la revolucion, siempre!

NASCHRIFT

Mooi te zien hoe synodescriba Plaisier zich in dit kader uitlaat over Second Love, een initiatief om overspel aan te moedigen. SGP-jongeren die tegen de reclamecampagne van dit initiatief bezwaar aantekenden , hun nek uitgestoken, kregen nul op hun rekest, steekt hij zo een hart onder de riem. Soms lijkt het of een groot deel van de christenen als verdoofde konijnen in het grote licht van de (post)moderniteit zitten te staren en niet weten wat ze moeten doen. Toch kun je, zo lijkt het mij, je eigen ethische principes wel uitdragen. Ook al lijkt het tegen de geest van de tijd in te gaan waarin zo lijkt het soms alles moet kunnen en mogen (althans, zo lang het de meerderheid bevalt…), het is goed je stem te verheffen. Ook al krijgt het christendom soms de schuld van alles wat verkeerd is in de wereld met een vaak zeer ongenuanceerd besef van de geschiedenis waarvan men ook nog grote delen gemakshalve vergeet, wees dwars, buig je knieën niet  voor de Baäls van deze tijd, wees profetisch!