dierenzegening

4 oktober: Werelddierendag. Op deze dag wordt stilgestaan bij de rechten van de dieren in onze samenleving. Dat vind ik op zich een goed idee: hoe vaak lees en hoor je niet van onnoemelijk dierenleed.

Vanmorgen klikte mijn wekker aan en hoorde ik het nieuws op de radio. Een van de berichten was dat het vandaag – het is immers zondag én dierendag – mogelijk is om je (huis)dieren te laten zegenen.

Eerder deze week las ik het volgende:  Dienst voor zegenen huisdier of knuffelbeer. Na eerdere kerkdiensten in Beltrum, Eibergen en Neede wordt zondag 4 oktober tijdens Werelddierendag een dierenzegening gehouden in de R.-K. Calixtuskerk in Groenlo. Bezoekers kunnen hun hond, poes, cavia, hamster, vis of kanarie meenemen naar de kerk waar de dieren worden gezegend door pastor Dick Juijn. Kinderen die geen huisdier hebben, mogen hun knuffel meenemen. Er wordt niet gecollecteerd maar bezoekers wordt gevraagd iets ‘lekkers’ mee te nemen (blikje kattenvoer of een kluif) voor het dierenasiel De Achterhoek in Winterswijk. De kerkdienst begint ’s middags om half vier.

Zoals ik al schreef, ik vind het goed dat er meer aandacht komt voor het dier. Te lang en te vaak werd het dier gezien als een product en een productiemiddel zonder enige intrinsieke waarde. Maar de laatste tijd bekruipt mij het gevoel dat de weegschaal een beetje naar de verkeerde kant doorslaat. En nu bieden kerken ook nog de mogelijkheid om dieren te laten zegenen. Een stukje nieuwe, eigentijdse spiritualiteit?  Probeert men zo de vermeende kloof tussen kerk en samenleving te dichten?

Vanmorgen werd er in het bericht nog wel bij gezegd dat men er niet op moest rekenen dat meegenomen zieke dieren na zegening weer beter zouden worden.

Dat is dan wel weer jammer.

Kunnen vrouwen beter multitasken??

Gelukkig, het is wetenschappelijk bewezen: niemand kan multitasken. Ik werd er de laatste er de laatste tijd ook een beetje flauw van. Deed ik als man iets te traag, dan kreeg ik van meerdere kanten meteen de opmerking naar mijn hoofd gesmeten ik zie wel dat je geen vrouw, want anders had je meerdere dingen tegelijk kunnen doen.  Multitasken: twee dingen tegelijk doen. Vrouwen kunnen dat beter dan mannen, horen we altijd. En tot overmaat van ramp bestond een of ander shampoomerk het ook nog eens dit ogenschijnlijke defect bij mannen in een reclame te gebruiken.

Maar jubel en prijs, niemand kan het echt, dat multitasken. Onze hersenen kunnen niet écht twee dingen tegelijk doen. Taken heel snel afwisselen is het beste wat we kunnen doen. Dat concludeert de Italiaanse psycholoog Paolo Toffanin in zijn proefschrift Brain economics: Housekeeping routines in the brain. Toffanin ontdekte – verrassend – dat multitasking niet bestaat: de hersenen wisselen aandachtstaken razendsnel af, maar voeren ze nooit tegelijkertijd uit.

Zouden nu dan eindelijk die opmerkingen verstommen? Mwâh, ik denk het niet…

Hoewel het de laatste tijd weer wat rustig is rondom dit thema, wil ik in dit blog toch weer eens aandacht besteden aan dit onderwerp. Laat ik eerst verduidelijken waarover ik het wil hebben: solidariteit, die je wat technisch kunt omschrijven met  leden van een groep een onderschrijven een gemeenschappelijk belang, ten gunste van de groepsleden, maar soms ten koste van zichzelf. Solidariteit was tot voor kort gemeengoed: via belastinggeld werden verschillende mogelijkheden bekostigd waardoor zwakke groepen binnen de samenleving de juiste zorg kon worden aangeboden. Iedereen droeg bij aan de zorg voor de ander.

De laatste jaren klonk echter steeds meer de roep dat ons zorgstelsel op de schop moest: in de huidige constellatie was het een en ander te duur geworden. Er was een te grote toestroom naar de verschillende voorzieningen. Kortom er moest rigoureus bezuinigd worden. De criteria moesten worden aangescherpt.

Burgers weigerden nog langer zoveel belasting te betalen voor het – in hun ogen – misbruik van de zorg. Politici die hun oren lieten hangen naar deze onrust uit de achterban vonden ook dat het allemaal anders moest.

Om de zorg betaalbaarder te houden zagen nieuwe ideeën het daglicht: Mensen die zorg nodig hadden moeten niet meer in gespecialiseerde instellingen buiten de samenleving wonen, maar moeten worden geïntegreerd in de samenleving, in normale woonwijken worden gehuisvest.  Iedereen zou min of meer zelfstandig moeten wonen in een gewone wijk, moeten werken bij een gewone baas en vrienden moeten worden met gewone buren. SolidariteitDat is beter voor bijna alle leden van bijna alle kwetsbare groepen en bovendien goedkoper. Dit idee gaat hand in hand met wat men noemt ‘actieve solidariteit’, dit in tegenstelling tot ‘passieve solidariteit’ waarbij via het belastingstelsel een ieder betaalt voor de zorg van de ander. Actieve solidariteit betekent: mensen van kwetsbare groepen moeten zo lang mogelijk voor zichzelf zorgen of worden geholpen door de naaste familieleden of andere mensen die om hun geven. Pas in het uiterste geval is er dan nog de geïnstitutionaliseerde – inmiddels stevig uitgeklede – zorg met alle gevolgen voor zowel de mensen die gebruikmaken van dit soort áls voor de mensen die werken in de zorg.

Op zich lijkt dit een nobel streven: immers, het is toch mooi als álle mensen zoveel mogelijk kunnen participeren in de maatschappij. Toch kun je hier serieuze vraagtekens bij stellen: in het oude systeem droeg een ieder bij aan de zorg van de ander. Er waren allerlei voorzieningen waar kwetsbare groepen konden worden verzorgd.  In het huidige systeem van ‘actieve solidariteit’ moet een veel kleinere groep mensen de lasten dragen.

Bij actieve solidariteit draait het systeem namelijk om het idee van vrijwillige deelname van mensen die de kwetsbare ander ter zijde wil staan. Een gedeelte van de samenleving blijft door hun eigen onverschilligheid jegens de ander simpelweg buiten schot. Solidariteit; voorbije tijd?

Mijn vraag: is dit solidariteit? Volgens mij niet! Ik denk dat het huidige systeem van zorgverlening in de volle breedte moet worden geëvalueerd en heroverwogen!

Het wordt religies en in het bijzonder hier in het Westen het christendom vaak verweten dat ze niet met hun tijd meegaan. Ze gebruiken te archaïsche woorden, te ouderwetse terminologie en middelen zo wordt gezegd en dat kan de mensen niet echt meer geboeid houden. Het moet eigenlijk allemaal meer hip, cool en spiffy.

Toch lees je met de regelmatigheid van de klok van religies – en ik beperk me hier even tot het christendom – dat er allerlei initiatieven ontstaan om mensen via de moderne, nieuwe media te benaderen. Een aantal voorbeelden: online pastorale begeleiding, kerkdiensten (achteraf) online beluisteren, podcasts van priester Roderick Vonhögen et cetera, et cetera.

Een nieuwe loot aan deze stam wordt aangekondigd in het volgende bericht:

Bericht aan God via iPhone

In moeilijke tijden wordt er vaak meer gebeden dan wanneer het voor de wind gaat. Allen Wright besloot daarom maar een iPhone-applicatie te verzinnen waarmee je gemakkelijk een brief naar God kan sturen. Met de applicatie ‘Note to God’ kunnen mensen ‘zelfgeschreven gebeden naar God sturen.’

interactieve kerkdiensten?

Via de iPhone-applicatie hebben gebruikers ook de mogelijkheid om de gebeden van anderen te lezen. Zij kunnen ook aangeven of ze het een goed gebed vinden. Alles in de applicatie gebeurt anoniem.

Als voorganger denk ik erover om mijn diensten binnenkort maar via een of andere internetapplicatie aan te bieden die gemeentes dan op een of andere manier aan de kerkgangers kunnen aanbieden. Ik schrijf hier ‘kerkgangers’, maar ik realiseer me dat dat er steeds minder worden. Mensen willen liever zelf het waar en wanneer van hun eigen spirituele moment plannen. Dat scheelt mij weer enorm veel reistijd en de last om op een onmogelijk vroege tijd op zondagochtend naar een of andere plaats in Nederland af te reizen én de noodzaak voor mensen op een vastgesteld tijdstip naar de kerk te komen.

De kerk ‘achterlijk’? Vergeet het maar! Wij gaan mee met de tijd, met en naar de toekomst. Wij zijn ten slotte mensen van de weg. En die weg heeft te maken met beweging, met op reis zijn. Dynamiek!

De hype van de zomer gaat nog even door: het Mexicaanse griepvirus. Tijdens de zomer buitelden de actualiteitenrubrieken al over elkaar heen met allerlei onheils- en doemscenario’s: een groot deel van Nederland zou uitgeschakeld in bed komen te liggen, we moesten vrezen voor het verlies van een goede dienstverlening, het openbaar vervoer zou plat kunnen komen te liggen, winkels zouden niet meer worden bevoorraad et cetera. Als ware griepprofeten  orakelden de virologen Roel Countinho en Ab Osterhaus met zijn eeuwige giletjes-combinatie er lustig op los: panedemielevels werden opgeschaald, risico’s werden geanalyseerd en geïnterpreteerd. Nee, de zomer zou relatief gunstig verlopen, het griepvirus zou pas zijn kop opsteken in de herfst, het najaar. GriepVeel mensen vonden dat de nationale overheid te weinig deed om de mensen voor te lichten over de griep. Op tv verschenen onsmakelijke filmpjes van de Britse overheid die de bevolking van het Verenigd Koninkrijk moest waarschuwen voor de Mexicaanse griep. Groot-Brittannië is het Europese land waar de griep tot op dit moment de meeste slachtoffers maakte.

Maar gelukkig, de Nederlandse overheid is nu ook begonnen met haar voorlichting over de Mexicaanse griep en hoe de mensen zich het best kunnen wapenen tegen besmetting. Met de actie ‘grip op griep’ wordt gans Nederland ingelicht. Om voor mij nog wat dichter bij huis te blijven: ook de Protestantse Kerk in Nederland heeft voorlichting gegeven over de griep en hoe haar leden er het beste mee om moeten gaan. De wijn bij het Avondmaal, zo wordt aanbevolen, kan beter in afzonderlijke kleine bekertjes worden geconsumeerd. Als aanstaand predikant heb ik helaas nog geen adviezen gelezen over bijvoorbeeld het handenschudden bij de uitgang. Moeten we nu na elke geschudde hand gezamenlijk de handen reinigen met desinfecterende gel? Dat zal dan ook weer een sociaal evenement worden. En de pastorale gesprekken… met mondkapjes? Misschien is het oplossing om de biechtstoel uit mijn eerdere blog in te voeren: een mooi stuk kunststof tussen de mensen, waardoor we elkaar nog wel zien maar geen problemen ondervinden met allerlei besmettingsmogelijkheden. Misschien een idee om stilzwijgend de biecht weer in te voeren in het protestantisme?

Maar niet alleen het sociale aspect tijdens de zondagse kerkgang zou kunnen lijden onder de Mexicaanse griep. Ook de dagelijkse werkvloer zou er een tik van mee kunnen krijgen: ik las laatst dat het onbedacht aannemen van een kopje koffie van een behulpzame collega zelfs al een risicofactor kan zijn. Het vriendelijke kopje koffie kan zo een besmettingshaard van jewelste blijken te zijn.  Want o wee, heef de collega misschien nagelaten zijn handen te wassen, heeft hij per ongeluk geniest over de kop koffie. En wie weet, was degene die de automaat vulde besmet met het griepvirus?

Toch maar weer even terug naar mijn eigen beroepsgroep: predikanten en voorgangers in diensten. Uit de media begrijp ik dat vooral de medeklinkers b, c, d, p, t en s leveren besmettingsgevaar op. Ik denk dat in de komende periode maar zover mogelijk bij de mensen weg moet gaan staan. Alleen een grove telling van de bewuste letters in votum en groet leverden al zorgwekkende aantallen op van de bewuste letters. Het wordt een hele kunst om een preek te schrijven en de bewuste letters zo veel mogelijk te mijden. Maar het is natuurlijk ook een uitdaging!!

Het laatste nieuws over de Mexicaanse griep is dat de griep momenteel een betrekkelijke milde griep lijkt te worden, een algehele inenting van de Nederlandse bevolking is misschien van de baan en de grote doses Tamiflu kunnen misschien worden afbesteld.

Maar gelukkig: we hebben de Q-koorts nog…

Sommige mensen zullen dit nieuwsfeit opzienbarend en misschien zelfs vreugdevol vinden. De christelijk opgevoede zanger van heeft de weg terug naar de kerk gevonden? Helaas moet ik die mensen teleurstellen: het gaat om het opnemen van een nieuw nummer in een kerkgebouw.

Tsja, eerder schreef ik al een blog over de leegloop van kerken en de sloop of verkoop van kerkgebouwen. En vaak zie je dan dat onroerend goed zomaar ‘ontroerend’ goed kan worden in de zin dat wanneer een kerkgebouw wordt onttrokken aan de het beleggen van erediensten, dat allerlei emoties enorm gaan opspelen.

Toch zal dit proces de komende jaren doorzetten, zo wijzen cijfers dat ook uit. En misschien een geruststelling: het heeft niet alleen maar te maken met minder belangstelling voor het christelijk geloof. Dat bleek laatst uit een bericht van dominee Erica Hoebe uit Leidschendam. Zij stelt (in navolging van vele anderen) vast dat de jonge generatie best gelovig zijn, maar dat reguliere kerkdiensten niet het platform, de plaats zijn voor hun beleving van hun geloof. de jonge generatie gelovigen komt niet meer wekelijks naar de kerk. andere richtingenZe hebben weinig tijd over voor activiteiten, hun weekend is al zo vol, ze ervaren een drempel om naar de kerk te gaan. Maar ze hebben wel degelijk vragen. Ze hebben wel degelijk een geloof. Ze hebben wel degelijk behoefte aan contact zo houdt Hoebe ons voor. Ze werpt de vraag op of de kerkvorm moet wijzigen voor de jonge generatie. Het is nog pril zo vervolgt Hoebe maar er wordt gezocht naar andere vormen van gemeenschap. In plaats van of naast de zondagse eredienst. Deze nieuwe groep wordt in de gemeente van Hoebe met argusogen bekeken. Hoe goed de gesprekken die ik met ze voer inhoudelijk ook zijn, hoe oprecht hun geloof ook is; zoals een ouderling eens opmerkte: we zijn als kerk geen snackbar waar je wat van je gading uit de muur kunt halen om vervolgens weer te vertrekken. Voorzitter Peter Verhoeff van de PKN gaat hierin mee met Hoebe. Volgens hem is de huidige vorm van gemeenschapsbeleving te veel gekleurd door de Reformatie en het 19e eeuwse burgerlijke verenigingsdenken. De gedachte is nog te vaak: je bent lid en dan doe je mee. Of je bent geen lid, en dan hoor je er niet bij. Zo werkt dat niet meer in deze tijd.

De vraag is dus hoe de gemeenschap dan vorm moet krijgen. Als je geen gemeente meer bent rondom de eredienst, hoe dan wel? Volgens Hoebe is het antwoord te vinden in de Bijbel. Dat verbindt iedereen die contact zoekt met God. Dat Woord verbindt alle gemeenteleden en zoekers, of je nu regelmatig, weinig of niet naar de eredienst komt.

Ik onderschrijf een groot deel van de analyse van Hoebe, maar toch stel ik er ook een aantal vragen bij. Aan de ene kant stelt Hoebe dat de kerk niet een te hoog ‘snackbar’gehalte moet krijgen waar je af en toe komt en Nieuwe vormenwat voor jouw gading is uit het scala van aanbod neemt en voor de rest de kerkelijke samenkomsten links laat liggen. Aan de andere kant onderschrijft ze stelling van Verhoeff dat het 19e eeuwse verenigingsdenken zijn tijd heeft gehad. En die stelling haalt ze naar eigen zeggen uit de Bijbel. Want de Bijbel verbindt iedereen met elkaar en met God of je regelmatig, weinig of niet naar de eredienst komt.

Volgens mij wordt in de Bijbel ook duidelijk gesproken over juist de collectieve beleving van je geloof in samenkomsten. Zo kun j elkaar tot opbouw zijn, kun je werkelijk met elkaar meeleven. Valt die regelmatige ontmoeting weg, dan valt mijns inziens ook de beleving van het ‘kerkzijn’ weg. Wat dat  betreft zie je in christelijk Nederland twee kampen ontstaan: het kamp dat zegt dat de huidige kerkvorm zijn langste tijd gehad heeft en een tweede kamp dat zegt dat er zeker over verschillende vormen nagedacht moet worden, maar dat dit niet meteen betekent het einde van het huidige kerkmodel. En de eerlijkheid gebiedt mij ook te zeggen dat er ook een groep is die zegt dat er helemaal niet moet veranderen.

Zoals het misschien al duidelijk is: ik schaar mij in dat tweede kamp. Ik vind dat er zeker moet worden nagedacht over andere vormen van het beleggen van samenkomsten of contact- momenten en mogelijkheden voor mensen die de huidige kerkvorm niet zien zitten. Maar ik denk dat geloofsbeleving ook vraagt om een sociale component, een sociaal netwerk. De kerk maak je met zijn allen!

Zou het niet zo kunnen zijn dat het huidige individualisme en de individualistische (geloofs)beleving ook een hype is?

In het blad Intermediair stond een kort artikel over een antropoloog die promoveert op het omgaan van nabestaanden met de as van hun overledenen. Het blijkt dat de omgang met de as een hele evolutie heeft doorgemaakt. Was het vroeger zo dat men voor eeuwig afscheid nam van de overledene in het crematorium, tegenwoordig bestaat er de mogelijk voor de nabestaanden om de as van de overledene mee naar huis te nemen. Men kan het zelfs laten verwerken in een sieraad.

Ik weet het dat dit in onze cultuur als noviteit voorkomt, maar dat is geheel ten onrechte. In de achttiende en de negentiende eeuw was het niet zo abnormaal om van het haar van de overledene een boeket of een schilderij te maken. Ik heb zelfs begrepen dat van het haar van overledenen sieraden konden worden gemaakt die gedragen werden.

Hoewel men de gedachte aan de dood in onze wereld vaak zo veel mogelijk voor zich uit lijkt te schuiven, als dan het moment daar is dan wil men daar op een zo’n persoonlijk mogelijke manier daar invulling aan geven. De laatste tijd wordt door een uitvaartonderneming ons dit in alle toonaarden meegedeeld.Joodse begraafplaats Praag Richt je ‘laatste gang’ in op de wijze zoals die het meest bij je past, want het immers uw uitvaart. Het lijkt erop dat het op een vrije manier omgaan met de dood vaak uit andere culturen stamt.  Niets is minder waar: er is ook in onze samenleving een tijd geweest dat men de eindigheid van het leven meer aanvaardde als iets dat bij het leven hoort, je wordt geboren en op een gegeven moment sterf je ook weer. Juist door het voortschrijdende medische inzicht is men het sterven steeds meer als anomalie van het leven gaan beschouwen.

Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren… En toch vind ik het apart, die nieuwe rituelen rond ‘de laatste gang’. Natuurlijk vind ik het heel goed dan een ieder zijn eigen uitvaart op eigen wijze mag invullen, maar ik kan niet wennen aan het feit dat men de as van de geliefde overledene kan verwerken in een sieraad. Het komt op mij over als wil men geen afscheid nemen van degene die overleden is.

Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren… We mogen onze overledenen begraven in de dodenakker. Een akker die eens weer vrucht zal dragen. Dan mogen we onze geliefden weerzien.

Toehoorders van Jezus die vervreemd waren van morele voorschriften vonden Hem boeiend en innemend. Nu vermijden losbandige mensen de kerk juist. Blijkbaar brengen wij niet dezelfde boodschap als Jezus, zegt Tim Keller, de dominee van de Redeemer Presbytarian Church in New York die uitgroeide van een gemeenschap van circa 50 mensen toen Keller daar aantrad tot 5000 mensen nu.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik meestal niet goed overweg kan met dit soort nieuws. Door alle eeuwen heen heeft de traditionele, gevestigde kerk deze kritiek over zich heen gekregen. En alle eeuwenlang zijn  er naast de gevestigde kerk bewegingen en gemeenschappen gesticht die naar eigen zeggen wél de zuivere boodschap van Christus verkondigden. In feite is daar het protestantisme ook een exponent van. De laatste jaren hebben we in de Nederlandse protestantse wereld vele van dit soort initiatieven gezien: van jeugdkerken tot de huidige beweging van emerging churches. moderne middelenEn al deze bewegingen laten op hun manier de traditionele kerk weten dat ‘de boodschap’ anders moet worden gebracht.

En nu komt Tim Keller met een soortgelijke boodschap. Dat kerken geen mensen meer weten te trekken heeft volgens hem maar een reden:  Als de prediking van onze dominees en het handelen van onze kerkleden niet het effect op mensen heeft dat Jezus had, dan brengen wij vast en zeker niet dezelfde boodschap als Jezus.

Als lid en aankomend predikant van een van die traditionele, gevestigde kerken word ik van dit soort uitspraken altijd een beetje treurig. Ik krijg het idee dat wat wij zondags doen in de kerk een hoog ‘sterfhuisconstructie’gehalte heeft. De oude gebruiken en de prediking appelleert alleen maar aan de belevingswereld van een klein aantal, vooral oude mensen. Persoonlijk weiger ik deze verhalen te geloven. Ik ben van mening dat van menig kansel een boodschap klinkt die veel mensen interesseert. Oké, misschien moeten we meer aansluiten bij moderne mediatechnieken en bij de ‘moderne’ hoorder, maar ik denk dat in de kern de zelfde dwarse, onaangepaste evangelieverkondiging van veel kansels klinkt.  En ik denk dat er veel bewonderenswaardige initiatieven door christenen vanuit traditionele kerken worden ontplooid die een levenshouding praktiseren die van hen wordt gevraagd die mensen buiten de kerk kunnen aanzetten tot nadenken.

Ik denk dat kerken, zeker mondiaal gezien, nog steeds dezelfde boodschap brengen als Jezus. Het zou misschien kunnen zijn dat we misschien de ‘verpakking’ eens moeten doorlichten – dat zijn misschien zaken die onder het kopje ‘marketing’ kunnen worden geschaard – maar de boodschap wordt volgens mij over het algemeen nog steeds verkondigt.

Al jarenlang beraadt de christelijke kerk zich op de, laat ik het populair zeggen, de pr van de kerk. Oftewel, de vraag wordt gesteld hoe we het christendom, de kerk, aantrekkelijker maken voor mensen die niet (meer) ‘in de kerk komen’. In die context viel mij het volgende bericht op:  Sinds enkele dagen bouwt de Antwerpse chocolatier Lieven Burie, naar aanleiding van 450 jaar bisdom Antwerpen en de succesvolle tentoonstelling “REUNIE” in de Antwerpse kathedraal, als eerste aan een Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in pure chocolade. Na het etalagemoment, eind september, wordt de chocolade kathedraal via e-bay verkocht. Voor deze internetveiling mocht de bisschop van Antwerpen een goed doel uitkiezen. Mgr. Johan Bonny koos voor ’t Vlot. ’t Vlot is een pastoraal project voor plein- en straatbewoners, veelal druggebruikers en (ex-)druggebruikers.

Mijns inziens een mooi initiatief dat ook bijval verdient. Ik heb er echter ook een vraag bij: staat de chocolade kathedraal ook niet symbool voor de te zoete prediking die in veel kerken opgeld deed, waarbij de kern van het evangelie, de dwarsheid, de  ‘onmenselijkheid’ van de boodschap op de achtergrond is geraakt.  Ik merk dat langzamerhand het tij in dat opzicht begint te keren en dat ons meer dan alleen maar melk wordt voorgeschoteld.

Op voedselgebied worden trouwens vanuit christelijke zijde, in deze tijd van de islamitische ramadan,  meer initiatieven ontplooit. Ideeënbureau Kerkopkop, dat onder meer spellen maakt op het gebied van religie, begint per 1 september met een groep vrijwilligers aan het zogenoemde christelijk dieet. Het christelijk dieet heeft niets te maken met calorieën, recepten of bewegingsplannen, geven de initiatiefnemers aan. In tegenstelling tot een gewoon dieet, waarbij het gaat om gewicht, gezondheid en een goed figuur, vallen de deelnemers aan het christelijk dieet af om een ander aan te laten komen. „Dat is wel even andere koek dan enkel en alleen een schoonheidsideaal na te streven.”

Eigenlijk heel interessant hoe christenen vanuit verschillende invalshoeken met het thema voedsel omgaan. Toch blijft bij mij de vraag overeind staan:  staat de kern van het evangelie, de dwarsheid, de  ‘onmenselijkheid’ van de boodschap nog op de voorgrond? Naar analogie van al deze initiatieven moeten ik onwillekeurig denken aan Holle Bolle Gijs:Holle Bolle Gijs

Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen
Waar die Holle Bolle Gijs op zat?
Hij kon schrokken, grote brokken
Een koe en een kalf en een heel paard half
Een os en een stier en zeven tonnen bier
Een schip vol schapen en een kerk vol rapen
En nog kon Gijs van de honger niet slapen!

Blijven we hongerig hoeveel we ook eten of wordt onze honger gestild door werkelijk voedsel?

Nadenken over sterfelijkheid en de kwaliteit van het leven. Dat is de boodschap Nijmeegse studentenpastoor John Hacking nastreeft met een zelfgegraven graf in de tuin van de studentenkerk in de Waalstad. Dat is wat de studenten kunnen vanaf half september vanuit het open graf het leven en de dood overpeinzen. Vandaar de Latijnse spreuk als titel van mijn blog van vandaag: vandaag ik, morgen gij.

Laten we eerlijk zijn, het is zeker geen populair onderwerp om over te spreken. Liever willen we de dood, de eindigheid van de mens even uitstellen, niet onder ogen zien. GrafmonumentVanuit die optiek wordt de jeugdigheid geïdealiseerd, het verval van krachten en lichaam dient zo veel mogelijk worden ontkend en uitgesteld, misschien zelfs vertraagd. Daarom worden ons vanuit de cosmetische industrie allerlei smeerseltjes en middeltjes aangeboden om de vergankelijkheid van het lichaam zoveel mogelijk te verdoezelen, te ontkennen. En als het dan niet lukt met smeerseltjes, dan zetten we toch het mes in ons lichaam? Maar als de vergankelijkheid ons dan toch inhaalt dan kunnen we onze nabestaanden toch nog een leuk afscheid geven? Mensen kunnen dan sinds kort speciale komieken inhuren om de begrafenis een beetje op te leuken. Onder de titel ‘De laatste lach’ gaan twee acteurs de boer op met hun ‘humor’. Nabestaanden kunnen het duo inhuren voor bijvoorbeeld een persoonlijke sketch over de overledenen. ‘Een begraafplaats is de enige plaats waar nog geen humor wordt gebruikt, dus misschien is het wel het gat in de markt’, zeggen de Belgische acteurs tegen het Nieuwsblad.

Ja hoor, zelfs op de ‘laatste gang’ hoeven we onze nabestaanden niet op te zadelen met hun authentieke gevoelens. Laten we onze gevoelens maar weglachen. Persoonlijk was ik kortgeleden erg geraakt met de benaming van de uitvaartdienst van de slachtoffers van het Kampense drama. Men noemde het een ‘opstandingsdienst’. Ik vind dat een prachtig mooie getuigenis: het christelijk geloof in de opstanding. Weten dat het leven niet ophoudt bij het graf, maar dat er een leven is na dit leven.

Hodi mihi, cras tibi, vandaag ik, morgen gij…  nadenken over je sterfelijkheid, maar met het vertrouwen in, het uitzicht op een eeuwig leven.