Willem Bouwman vertelt in het Nederlands Dagblad van een plaat die in het midden van de negentiende eeuw de boodschap moest uitdragen om de mensen terug te brengen naar de kerk.  De plaat is typerend voor de negentiende eeuw, toen de zondagsrust werd bedreigd door de snelle groei van het aantal fabrieken en de trek van miljoenen plattelanders naar de grote steden. Daar woonden ze in verpauperde wijken, ver bij de familie vandaan en zonder toezicht van de pastoor. Het was verleidelijk om ’s zondagsochtends uit te rusten en niet meer naar de kerk te gaan, als die er al was. Velen konden niet eens, omdat ze op zondag moesten werken. In die tijd ging de regel gelden: hoe groter de steden, hoe minder mensen in de kerk.

EnDe brede en de smalle weg tot ieders verrassing lijkt de weg die naar de kerk leidt verdacht veel op de brede die wij Nederlanders zo goed kennen van een heel andere plaat over de brede en de smalle weg en waar de brede weg de weg nou net niet de christelijke levensstijl uitbeeld. Ik vind dit een interessant gegeven. De laatste tijd komen er steeds meer zaken in het nieuws, al of niet geholpen door de spreekwoordelijke komkommertijd, dat christenen en/of christelijke organisaties het zelf niet zo nauw nemen met hun eigen christelijke ethische normen of dat ze het moeilijk vinden het christelijk geluid echt te laten klinken. ‘De brede weg’ lijkt ook voor christenen erg aanlokkelijk. Het begint er werkelijk op dat de brede weg naar de kerk leidt. Laatst las ik dat niet-christenen zich vooral ergeren aan het feit dat christenen zich niet houden aan hun eigen normen en waarden. Ik denk dat we ons dat moeten aantrekken. Het lijkt er op dat christenen zich schamen voor de boodschap die ze uit moeten dragen, dat ze graag willen opgaan in hun omgeving en daardoor ook hun normen en waarden aanpassen aan anderen. Eigenlijk willen we dat de brede weg naar de ‘kerk’ leidt. Niet te veel opvallen, niet te veel anders dan anders zijn. Terwijl de boodschap die het christendom kan en moet uitdragen er een is van een totaal ander beeld met betrekking tot de hele wereld en de samenleving.

De brede weg leidt naar de kerk?

Ik heb daar zo mijn twijfels bij…

De bovenstaande zin is de slogan van de postbus 51 campagne over anti-discriminatie. Nederland is een land waar niemand zijn eigen ik hoeft te verstoppen. zo wil ons deze campagne doen geloven: Het is een plek waar niet geoordeeld wordt over bijvoorbeeld huidskleur, handicap, leeftijd of seksuele voorkeur. Iedereen moet zichzelf kunnen zijn en zich thuis kunnen voelen.

Dit staat volgens mij haaks op het volgende bericht

De uitval van studenten met een lichamelijke en/of geestelijke beperking die een opleiding volgen in het hoger beroepsonderwijs (hbo), is twee keer zo hoog als bij studenten met een handicap op de universiteit. Ook blijken de studenten met een beperking in het hbo vaker hun opleiding voortijdig af te breken dan hbo’ers zonder handicap. Terwijl dit verschil niet te zien is in het wetenschappelijk onderwijs. Daarmee kunnen hbo-studenten met een handicap gezien worden als een „risicogroep”.

Mijns inziens ligt het probleem bij het feit dat onze samenleving is geconstrueerd op de idee van het sociaal contract. In het sociaalcontractenken wordt geprobeerd onze huidige maatschappelijke samenleving te verklaren vanuit de fictie dat mensen ooit zonder regels en in onbeperkte vrijheid (in een soort natuurtoestand) leefden, maar om uiteenlopende redenen (maar altijd uit eigenbelang) een contract met elkaar hebben gesloten.  Volgens het sociaal contract gaat het bij het afsluiten van een contract om partijen die relatief gelijk zijn in capaciteiten zoals intelligentie en lichaamskracht, dat wil zeggen dat ze een min of meer gelijke onderhandelingspositie hebben. In ieder geval zijn ze allemaal in staat om productieve arbeid te verrichten. Door deze aanname, denk ik, dat mensen met een beperking buiten de orde van rechtvaardigheid plaatst, of in ieder geval ‘marginaliseert’. Daarbij beschouwen de contractdenkers de contractanten niet alleen als subjecten van het contract, maar ook als enige ‘objecten van rechtvaardigheid’. Rechtvaardigheid is enkel verschuldigd aan hen die rechtvaardigheid kunnen betrachten. Een filosofe die zich hiermee heeft beziggehouden is de Amerikaanse Martha Craven Nussbaum.  Zij  is een toonaangevende en productieve filosofe. Zij werkt als hoogleraar recht en ethiek aan de universiteit van Chicago en schreef de voorbije jaren een indrukwekkend aantal essays en boeken over de relatie tussen filosofie en literatuur, menselijke emoties, feminisme, sociale rechtvaardigheid en wereldburgerschap. Het ethisch karakter van een samenleving kan volgens Nussbaum afgelezen worden aan de inspanningen die men zich getroost om ook voor diegenen die het fysiek of mentaal moeilijker hebben al deze ontwikkelingsmogelijkheden te waarborgen. Een aantal beperkingen zijn natuurlijk wel in de idee van het sociaal contract meegenomen. Contractanten kennen allemaal de frequent voorkomende klachten als rugpijn. Blindheid of doofheid zijn minder frequent voorkomende klachten de samenleving wordt ingericht door de mensen die alleen rekening houden met de meer frequent voorkomende klachten. de rolstoelHet is echter vreemd dat de contractanten zich dan wel de wetenschap toedichten dat hun fysieke vermogens binnen het zogenaamde ‘normale’ bereik vallen. Nussbaum schrijft dan dat de omgeving aangepast was aan mensen met een ‘normale’ handicap. Geluid kan worden gehoord door mensenoren en niet alleen voor hondenoren, bijvoorbeeld. De samenleving houdt geen rekening met mensen met atypische beperkingen. Er wordt soms geen rekening gehouden met de protheses van mensen met beperkingen. ‘Normale’ mensen kunnen ook gebruik maken protheses, die heten dan bus of auto. Voor mensen die afhankelijk zijn van anderen is er geen plaats in de basisstructuur van de samenleving. Globale gelijkheid als structureel kenmerk, en wederkerig voordeel als het beoogde doel, bepalen nog steeds wie er oorspronkelijk participeren en wat elke betrokkene uit de samenwerking probeert te halen.  In het sociaal contractdenken vigeert de de aanname dat burgers over ‘normale capaciteiten’ moeten beschikken om in ieder geval productieve arbeid te kunnen verrichten. Er is geen plaats voor atypische maatschappelijke voorzieningen die mensen met een beperking in staat kunnen stellen zo goed mogelijk te participeren. Want vervolgens moet niemand opdraaien voor de kosten die voortvloeien uit de aanpassingen die gedaan moeten worden voor speciale voorzieningen. Vooral deze laatste toevoeging maakt  het interessant om over mensen met een beperking na te denken in de huidige context. Mensen worden steeds ouder en zullen op een bepaalde leeftijd moeten gaan leven met beperkingen die inherent zijn aan het ouder worden. Als we het sociaal contractdenken nu extreem doorvoeren zou dit betekenen dat deze mensen die tijdelijk met een beperking leven, niet meer meetellen in de samenleving van ‘normale’ mensen. Deze theorie schaart mensen met een levenslange beperking en zij die met een tijdelijke beperking onder dezelfde noemer: het zijn beide personen die niet meetellen in de ‘normale’ samenleving. Zeker in de huidige context waarin mensen een steeds hogere leeftijd bereiken, met alle tijdelijke beperkingen vandien, is een ‘herwaardering’ van de sociaal contracttheorie op zijn plaats.

Dat de uitval van hbo-ers met een beperking momenteel zo hoog is, heeft volgens mij ook te maken met dit denken waar onze samenleving op gebaseerd is. Aanpassingen zijn er voor de beperkingen van ‘normale’ mensen. Maar mensen met een atypische beperking zullen door ‘stroperige’ instanties die bepaalde voorzieningen zouden moeten faciliteren en door het feit dat onze samenleving niet ingericht is op mensen met atypische beperkingen niet snel op een volwaardige wijze kunnen deelnemen aan de samenleving!

Het kerkbezoek vergroten door de inzet van Google? Het is iets wat steeds meer Amerikaanse kerken ontdekken. De wereldwijde zoekmachine op internet wijst via Google AdWords belangstellenden op hún kerk en dat werpt zijn vruchten af. En het mooie: het kost amper wat. Het Amerikaanse blad Leadership Journal schrijft over de ontwikkeling in de Verenigde Staten. Het kerkbezoek in de Radiant Church in Colorado Springs nam al jaren af. Tot Todd Hudnall aantrad als voorganger. Hij zag dat zijn nieuwe gemeente niet echt bij de tijd was als het ging om nieuwe media, zoals Internet. Dus formeerde hij een team dat de website van de kerk een opfrisser gaf en bekeek hoe Google gebruikt kan worden om reclame te maken voor de kerkelijke gemeente.

Nieuwe media worden daarin echter steeds belangrijker, zo merkte ook de kerk in Colorado Springs. Na twee jaar gebruik van Google AdWords is het aantal mensen dat voor de eerste keer in contact kwam via internet met de Radiant Church gestegen naar 25 procent.

Buiten de Verenigde Staten wordt ook al hevig geëxperimenteerd met ‘nieuwe’ media. Zeker binnen de Rooms-Katholieke kerk. paus benedictus XVIVandaag meldde het nieuws dat paus Benedictus in november waarschijnlijk uitkomt met een nieuwe cd. In Nederland hebben we ook al de twitterende rooms-katholieke priester Roderick Vonhögen die ons eveneens elke morgen vergast op zijn podcast. En we hoeven maar te zwijgen over de kaskrakers van The Priests en Cisterciënzer Monniken Van Stift Heiligenkreuz.

Nu ben ik benieuwd naar het protestantse volksdeel der natie. Wanneer zal bijvoorbeeld de Pds. Peter Verhoeffrotestantse Kerk in Nederland van zich laten horen? Een duet van  synodepreses Verhoeff (ds. Arenda Haasnootdie het echter niet zo heeft op de ‘nieuwe’ media, getuige zijn column in Kerkinformatie) met tweede voorzitter Haasnoot? Ik hou de media de komende tijd maar goed in de gaten… Voordat je het weet is het Sint-Nicolaas en Kerst en kunnen we ons te buiten gaan aan allerlei nieuwe cd-releases en misschien ook nog een dvd of een blu ray…

Sinds 19 juli is Nederland in het bezit van een ‘eerlijke kerk’ staat in een bericht: een protestantse wijkgemeente in Delft mag zich de eerste Nederlandse kerk noemen met het fairtrade keurmerkFairtrade, omdat ze veel eerlijke producten gebruikt of promoot.

Dan vind ik nou opmerkelijk nieuws: een filiaal van de christelijke kerk dat eindelijk voor het eerst in haar meer dan 2000 jaar bestaan dit keurmerk opgespeld krijgt. Volgens waren wij al eeuwenlang verkondigers van een eerlijke ‘weg’ (zoals je het Engelse trade ook kunt vertalen). Als aankomend  ‘makelaar in ongeziene waren’  zoals een dominee  door Constantijn Huygensz. wordt omschreven, ben ik mij al degelijk bewust van dit keurmerk, deze opdracht. Ik probeer vele ‘ongeziene’ eerlijke ‘producten’ te promoten en te gebruiken. 😮

Maar goed, fijn dat het rentmeesterschap van de kerk in deze vorm erkenning krijgt en ik hoop dat vele gemeentes zullen volgen. En wat mij persoonlijk betreft: ik hoop nog jarenlang deze eerlijke en ware ‘weg’ te promoten.

De invloed van reformator Johannes Calvijn op de Nederlandse volksaard wordt steeds minder, ook onder zijn laatste aanhangers, de protestanten. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Religie aan het begin van de 21ste eeuw van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). ‘De calvinistische leefstijl van sober leven en hard werken is vijfhonderd jaar na de geboorte van Calvijn nog maar in beperkte mate een onderscheidend kenmerk van protestanten , aldus het CBS. Ze zijn weliswaar minder zware rokers en drinkers dan katholieken en mensen zonder kerkelijke gezindte, maar ook onder protestanten daalt het kerkbezoek. ‘ slopen kerkHet heeft er mede toe bijgedragen dat calvinistische leefstijlen verder zijn verwaterd.’ meldde het Nederlands Dagblad vanochtend. (Aanvullende berichtgeving van het CBS meldde dat het kerkbezoek onder protestanten eigenlijk nauwelijks afneemt, dat in tegenstelling tot rooms-katholieken en bezoekers van de moskee.)

Uiteindelijk was dit geen verrassend nieuws. Als ik al simpel kijk in mijn eigen woonplaats waar in de afgelopen jaren al ettelijke kerkgebouwen hun deuren hebben moeten sluiten en in de komende jaren nog een aantal zal volgen kan ik alleen maar constateren dat het kerkbezoek daalt, of dat er in ieder geval minder inkomsten binnen komen. En natuurlijk, de calvinistische leefstijl die juist in de kerkdiensten de mensen wordt ingeprent zal dientengevolge ook minder in leven wordt gehouden. Misschien schrijf ik een onwelkome boodschap: in hoeverre ‘oogstten we niet wat we ooit gezaaid hebben’? Was onze boodschap voor de samenleving en voor de mensen binnen de kerk in het verleden altijd wel duidelijk? Joegen wij de mensen misschien niet de kerk uit door te ‘algemeen vrome praatjes’ die mensen ook buiten de kerk kunnen verkrijgen? Waarin wilden wij ons nog onderscheiden van de mensen om ons heen? Wilden wij nog uitkomen waar we voor staan? Zeiden we nog waar het op aankomt? Waren we écht nog anders dan anderen?

Natuurlijk, ik kan me in slaap laten sussen door een auteur als Dinesh d’Souza die in zijn boek Het christendom is zo gek nog niet mij vertelt dat hoewel het christendom in West-Europa krimpt, het in andere werelddelen juist een groei doormaakt, en dat het christendom zo’n beetje een elke ontwikkeling in het Westen aan de wieg heeft gestaan. En natuurlijk, je hoort tegenwoordig op geluiden dat sowieso allerlei georganiseerde verenigingsactiviteiten niet veel mensen meer kunnen trekken. En het is toch zo dat, hoewel mensen minder de kerk bezoeken, er duidelijk steeds meer belangstelling komt voor allerlei vormen van spiritualiteit. (Misschien is dit wat de filosoof Charles Taylor bedoelt met the immanent frame we al share)

Ik gebruikte bewust de woorden ‘ me in slaap laten sussen door’. Want ik denk dat als we ons door deze feiten laten leiden dan kunnen we in feite het christendom in het Westen vaarwel zeggen. Wat we dan krijgen is een soort multi religieus containergeloof waar een ieder het zijne of het hare naar eigen gelang uit kan halen. zoutIk ben ervan overtuigd dat het christendom in het Westen nog steeds een zeggingskracht heeft voor de hele maatschappij, dat uitdagend kan zijn, prikkelend, dat aantrekkingskracht heeft, maar bovenal maatschappijkritisch dient te zijn. Dat is ook wat ik heb proberen duidelijk te maken in mijn post over Calvijn en het calvinisme. Ik denk dat we ons niet hoeven neer te leggen bij de geest van de tijd. Misschien worden we marginaal, maar dat betekent niet dat we ons niet hoeven te onderscheiden. Laten we eerlijk zijn, het christendom is zo ook begonnen, als een kleine splintergroepering die door wat zij deed verbazing, soms zelfs afkeuring oogstte. En ja, wanneer dan de traditionele kerken moeten worden hervormd, misschien opnieuw uitgevonden, het zij zo. Wat 0p de eerste plaats moet staan is dat de kerk, de christenen, een zoutend zout moeten zijn dat reinigt, misschien zelfs soms bijt, maar een boodschap heeft die uniek is! En dat is meer dan een soort algemeen spiritueel gevoel.

In het kader van het Calvijnjaar 2009 dan ook een post van mij over Johannes Calvijn.

(Noyon, 10 juli 1509 — Genève, 27 mei 1564)

(Noyon, 10 juli 1509 — Genève, 27 mei 1564)

Waar andere artikelen al heel veel andere en achtergrondinformatie over Jehan Cauvin (want zo heet hij natuurlijk eigenlijk) hebben gegeven en ook verschillende andere kanten van Calvijn hebben belicht, wil ik mij graag beperken en richten op de ethische kant van Calvijn. Je bent ten slotte ethicus of je bent het niet.

‘Calvinism was an active and radical force. It was a creed which sought, not merely to purify the individual, but to reconstruct Church and State, and to renew society by penetrating every department of life, public as well as private, with the influence of religion’ schreef Tawney in 1926. In zijn tijd nam Calvijn zelf actief deel aan het verbeteren van de kwaliteit van leven van de zogenaamde minder geprivilegieerde bevolkingsgroepen omdat volgens Calvijn geestelijke en politieke waarheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Volgens Calvijn moeten christenen altijd storende elementen zijn in hun samenleving omdat zij zich verzetten tegen elke vorm van onrechtvaardigheid. Dat was de reden waarom Calvijn zo hartstochtelijk sprak over armoede en rijkdom, rente en arbeidsloon. De eigen activiteiten die Calvijn in zijn tijd ontplooide op het gebied van sociale hervorming geven duidelijk een voorbeeld van het feit hoe anders zijn inzichten over sociale kwesties waren dan de gangbare mening. Calvijn was namelijk niet geïnteresseerd in conservatieve restauratie, maar hield zich bezig met het plaatsen van alle gegevens onder de norm van het Woord van God. Natuurlijk was hij ook een kind van zijn tijd en daarom was het voor hem onmogelijk recht te doen aan veel aspecten van de sociale ethiek die pas veel later aan de orde kwamen. Zijn uitgangspunt schiep echter ruimte voor een benadering waarin het sociale aspect niet is beperkt tot het individu en waarin de bestaande orde en sociale en politieke structuren en de publieke instituties niet zomaar worden geaccepteerd als een gegeven met eeuwigheidswaarde. De Heilige Schrift is voor Calvijn ook de uiteindelijke norm voor het scheppen van humaan leven in de samenleving. BijbelDus: natuurrecht (dit begrip staat hier voor de regels en beginselen die voor alle mensen gelden, omdat ze voortvloeien uit het verstand, zoals dat bepalend is voor de menselijke natuur)  is zeer zeker belangrijk voor burgerlijke rechtvaardigheid en de publieke orde, maar uiteindelijk zullen al onze sociale instituties moeten vallen onder de kritiek van Gods Woord. Calvijns ethos sprak uit zijn uiteenzetting over het leven van een christen. Dit is het hart van de ethiek van Calvijn. Zijn verstaan van het leven van een christen berust op de kennis dat wij niet aan onszelf toebehoren, maar aan God door Jezus Christus.Wij zijn niet van onszelf, hierop gebaseerd ontwikkelde Calvijn zijn ‘ethiek’ als volgt. Aangezien wij bij God behoren, worden we opgeroepen te zoeken naar rechtvaardigheid en gerechtigheid in onze relaties met anderen en met God. Dat is het hart van het leven van een christen. God toebehoren in Jezus Christus betekent ook dat we elkaar toebehoren. Je zou dit kunnen omschrijven als een wereldtransformerend christendom waarin rechtvaardigheid en vrede elkaar omarmen of sociaal humanisme. De World Alliance of Reformed Churches (dat is een christelijke organisatie met meer dan 200 kerken) zou de economische en sociale getuigenis van Calvijn met betrekking tot het huidige leven van een christen omschrijven als een kritische uitdaging voor onze huidige economische politiek en praktijk.

Het standaardbeeld dat we van Calvijn hebben is er een van gebod, verplichting, verantwoordelijkheid en de oproep tot gehoorzaamheid. Maar de zorg voor rechtvaardigheid vanaf haar begin; de zoektocht naar sterkere vormen van gemeenschapszin en solidariteit in onze huidige wereld; de overtuiging van het belang van menselijke waardigheid en mensenrechten; ondersteuning bieden aan de worsteling tegen racisme, uitsluiting en onrechtvaardigheid. Dat zijn nu juist de connotaties die het denken van Calvijn stempelen, en die ook belangrijke kenmerken (dienen te) zijn van de hedendaagse calvinisten. Calvinisme wil mensen krachtig motiveren tot nieuw, het traditionalisme doorbrekende, handelen. Het calvinisme ziet de mens namelijk als rentmeester van God die de wereld zo goed mogelijk moest beheren voor Zijn eer (en niet ter eigen nutte). Calvijn legt zo de vinger op de zere plek van het egoïsme egoisten zelfverrijking. Zijn waarschuwing tegen ‘overtollige overvloed’ (of zoals adagium van Mahatma Gandhi luidde: ‘Er is genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders begeerte.’) en oproep tot ‘onthouding, soberheid, matigheid en ingetogenheid’ klinken ouderwets en wereldvreemd in de oren en zijn dan ook volstrekt niet wervend, maar bevatten een diepere waarheid: overmaat belet het genieten, omdat men de waarde van de dingen niet meer kent. Goede relaties, een democratische samenleving, bestaanszekerheid, veiligheid en een zinvol bestaan blijken dan veel belangrijker dan egoïsme en ongelimiteerde zelfverrijking.

Calvinisme achterhaald? Nee dus!

Dus ten bate van een ieder: Lang leve Johannes Calvijn!!

NRC-correspondent Anil Ramdas gaat voor zijn serie Hemel en Aarde op bezoek bij allerlei religieuze groeperingen om de sfeer te proeven. In een van zijn stukken doet hij verslag van zijn bezoek aan een christelijke gemeenschap. Natuurlijk wordt zijn verslag met enig cynisme gebracht. Uiteindelijk doet hij ook verslag van een preek.Voorganger ‘Er is vandaag een gastspreker’, zo doet hij verslag, ‘die prompt begint over de kredietcrisis. Hij geeft voorbeelden van de ernst ervan. Hij vertelt over een oude vrouw in Amerika die haar hypotheek niet meer kon aflossen en toen de mannen aan de deur verschenen om haar uit te zetten, schoot ze zich met een revolver door de borst. De uitbundigheid is veranderd in grimmigheid, iedereen is nu muisstil en ik ben benieuwd hoe hij zo’n werelds gegeven als de kredietcrisis zal verbinden met het woord van God. De voorganger vertelt over een tolmeester in bijbelse tijden die zichzelf flink verrijkte en door iedereen werd gehaat. Maar hij kreeg tegen het eind van zijn leven wroeging, en toen hij hoorde dat Jezus naar zijn stad kwam, wilde hij hem zien. Jezus keek hem aan en zag zijn berouw. De tolmeester kreeg vergiffenis, waarop hij al zijn bezittingen verdeelde onder de armen en de benadeelden. Crisis opgelost. De voorganger besluit: “Obama zegt: yes we can. Maar alleen Jezus kan het.” Als Hij nu maar snel komt.’

Hoewel misschien een beetje karikaturaal gebracht wordt hier wel een achilleshiel van de kerk en de verkondiging in de kerk blootgelegd. Open je hart voor Jezus en alles komt goed! Ik vind dat een gevaarlijke binnenkerkelijke gedachte. Binnenkerkelijk omdat ik denk dat je vooral heel veel voorinformatie moet hebben om je een uitspraak als ‘aanvaard Jezus en je bent gered’ pas op waarde kunt schatten.  Voor buitenstaanders en misschien ook wel voor veel christenen is deze sprong te snel gemaakt. Je zit echt diep in de zorgen en hup alles komt goed. Dat gaat er niet zo maar in, denk ik. Wij gaan binnen de kerk zo vaak van allerlei vanzelfsprekendheden uit. Voor een krimpend aantal mensen zijn bepaalde uitspraken nog vanzelfsprekend. Maar voor een groeiend aantal mensen worden de woorden en gebruiken in de kerk zo vreemd gevonden, dat ze eerder afstoten dan aantrekken.  Laten we ons nog wel leiden door de tekst in de Bijbel dat het geloof in Christus voor anderen een dwaasheid is? Denkt iemand echt nog dat het zingen, de woordverkondiging in de kerk en al die vreemde gebruiken en kleding juist niet veel buitenstaanders in verwarring brengen? Niet dat alles anders moet, want volgens mij blijft het sowieso raar…

Niet dat wij nu maar het (missionaire) bijltje er bij neer moeten gooien, maar laten we proberen die communicatie tussen ons en de mensen buiten de kerk op een goede wijze aanpakken. Niet met allerlei hoogdravende uitspraken komen, maar er gewoon eerst eens voor de ander te zijn.


Op 16 juli 1969 sprak de astronaut Neill Armstrong deze legendarische woorden toen hij tijdens de Apollo 11 missie op de maan landde en daar zijn eerste maanwandeling maakte. Vanwege de veertigjarige herdenking van dit feit worden we rond deze tijd meermalen aan deze missie en deze woorden herinnert. moonwalk

Wie zich meer verdiept in de geschiedenis van de gebeurtenissen die tot deze missie ziet, moet toch een een behoorlijk cynische grimas trekken bij de herdenking van deze gebeurtenis. Volgens de huidige geschiedschrijvers blijkt deze missie alleen van belang te zijn geweest als een gebeurtenis in de wedloop van de toenmalige Koude Oorlog. Een bewijs daarvoor, zo zeggen deze mensen, is het feit dat er daarna nooit meer een missie naar de maan gestuurd is. Het bleek dus een prestigeproject te zijn in geweest in de wedloop van de twee grootmachten van destijds, de USA en USSR.

That’s one small step for man; one giant leap for mankind…

Misschien kun je deze woorden uitgesproken door Armstrong ook iets breder trekken. Misschien zou je deze woorden kunnen plaatsen in de langlopende geschiedenis van de mens die probeert meer en meer aan zijn toren van Babel te bouwen.  De mens probeert steeds maar weer op de troon van God plaats te nemen. Hiervan getuigen eigenlijk al heel veel verhalen in de Bijbel. Maar ook de buitenbijbelse geschiedenis getuigd van deze worsteling van de mens om zijn leven in eigen hand te nemen. Niet dat ik zeg dat elke uitvinding van de mens of verkenning van het heelal een aanval op God betekent. Nee, ik denk dat God de mens heeft geschapen met de opdracht om de schepping te verkennen en te onderhouden. Daarom zijn er erg veel goede uitvindingen gedaan, heeft de mens zich ontwikkelt en tracht de mens elke uithoek van de schepping te ontdekken. Maar ik meen dat God de mens ook heeft begiftigd met een geweten en juist daar zit hem de kneep. Juist die mens met een vrije wil gebruikt zijn mogelijkheden vaak niet ten bate van zijn medeschepselen of van de schepping. Dit is te zien in de vele oorlogen die door de eeuwen heen zijn gevoerd en alle haat en nijd die er onder de mensen onderling broeit. Er wordt gesleuteld aan de mens zowel aan het begin als aan het eind van het leven en dat niet altijd ten voordele van de mens zelf.

Zou je nog steeds kunnen zeggen dat de mens een stap vooruit heeft gedaan? ik vraag het me af!

Vandaag een item op Radio 1: Een pedosite, dat is een site waarop veroordeelde pedoseksuelen die hun straf hebben uitgezeten en weer terug in de samenleving komen met naam en toenaam worden gepubliceerd om de ‘buurt te waarschuwen’ met als gevolg dat meermalen pedoseksuelen gedwongen worden te verhuizen omdat hun het leven wordt zuur gemaakt door de buurt, heeft haar ‘service’ uitgebreid door ook veroordeelde aanranders en verkrachters van jonge vrouwen met naam en toenaam te publiceren ‘omdat deze mensen zich wellicht ook kunnen gaan vergrijpen aan kinderen’.

Enkele eeuwen geleden was het ook in Nederland normaal om daders van misdrijven te straffen zonder de intentie dat zij iets zouden leren van hun straf en dat zij na enige tijd via de Reclassering weer langzamerhand terug in de maatschappij konden worden geplaatst. Gevangenisstraf en lijfstraf werd gezien als middel om de dader te straffen voor de door hem of haar gepleegde daden en zo was het vaak zo dat daders na hun straf niet meer een nieuwe kans kregen in de maatschappij. rasphuisEen instructief kijkje op deze manier van straffen vindt men in het Gevangenismuseum te Veenhuizen in Drenthe. Op een gegeven moment hebben inzichten in Nederland geleid tot het besef dat het niet goed is om plegers van misdrijven voor hun leven te tekenen en zo wordt hen via de dienst Reclassering een kans gegeven om weer als volwaardig lid in de samenleving te integreren. In de woorden van de dienst zelf: Dat is wat Reclassering Nederland bijdraagt aan een veiliger samenleving. Door gedrag van daders en verdachten positief te beïnvloeden en risico’s te beheersen. Door de voorwaarden te creëren waardoor daders kunnen stoppen met criminaliteit. En weer volwaardig kunnen samenleven in de maatschappij. Tegelijkertijd klinkt momenteel in Nederland de roep om zwaarder te straffen (als het mij maar niet overkomt, want het gaat alleen op voor de ander) en viert het idee hoogtij van ‘eigen rechtertje spelen’. Eén van de kenmerken van ‘eigen rechtertje’ spelen vind ik dit soort sites, waar veroordeelde plegers van misdrijven, hoe gruwelijk deze ook zijn geweest, openlijk een de schandpaal worden genageld. (deze metafoor die uit het oude strafregime komt, gebruik niet voor niets!) Hoewel ik er van overtuigd ben dat er ook fouten worden gemaakt in het strafrecht, vertrouw ik toch steeds dit systeem en vind ik het kwalijk, ook vanuit christelijk oogpunt, om mensen hun leven lang hun misdaden achterna te dragen. (en daar houdt het niet op: zelfs potentiële daders worden al ‘preventief’ gebrandmerkt) Hoewel ik er als protestant vanuit ga dat iedere mens van nature zondig is, weet ik ook dat wij als zondige mensen steeds opnieuw een kans mogen krijgen om een leven te leiden zoals God dat van ons vraagt. Ik vind ook dat wij mensen, vanuit deze grondhouding, plegers van misdrijven ook een kans moeten geven om weer een volwaardige plaats in te nemen in de samenleving.

Eens een dief, altijd een dief…

Heb uw naaste lief als uzelf!

Het Amsterdams Medisch Centrum gaat binnenkort eicellen van oudere vrouwen invriezen, zodat die desnoods op hun vijftigste nog kinderen kunnen krijgen. Op basis van de medische indicatie ‘zielig’ (want zonder man) kunnen vrouwelijke dertigers dus binnenkort op kosten van de belastingbetaler het ouderschap nog even tien jaar uitstellen.

Bij dit soort berichten denk ik waar er een eind komt aan de arrogantie van de mens. Vrouwen kunnen vanwege andere dan medische overwegingen ervoor kiezen om hun eicellen in te laten vriezen om op een later tijdstip (lees: wanneer het hun uitkomt) zie te laten bevruchten en zo hun kinderwens alsnog vervult te zien worden. eierenDit valt voor mij onder het kopje wensgeneeskunde. Natuurlijk, ook ik vind het normaal dat deze methode om medische redenen toegepast mag worden. Maar mijns inziens bevinden was ons hier op zeer glad ijs. De menselijke autonomie stijgt hiermee naar grote hoogte. Artsen lijken meer en meer op de stoel van God, de Schepper van het leven te gaan zitten. Immers  ‘als het u nu niet uitkomt, dan kunnen we uw kinderwens toch nog even met een “onnatuurlijke lange termijn” verlengen’. Jaren geleden heeft de filosoof Safranski een boek geschreven met de titel Het kwaad. Het drama van de vrijheid. Onwillekeurig moest ik toen ik hoorde over de voorgestelde praktijk in het AMC hieraan denken.  Waarom? Ik vraag mij af of de mens in de roes van zijn welhaast onmetelijke vrijheid wel nadenkt over het kwaad wat hiermee kan worden ontketend. Realiseert men zich wel wat men een kind aandoet die op een heel vroege leeftijd wordt geconfronteerd met écht ouderwordende ouders met alle mogelijke consequenties vandien. Waar zadel je je kind mee op; denk je alleen maar aan je eigen geluk? En natuurlijk heb ik hier vanuit christelijk oogpunt kritiek op. Ik zie God als de Gever van het leven, die natuurlijk de mens kennis geeft om de geneeskunde aan te wenden voor wat het al in de term ‘geneeskunde’ besloten ligt: genezen. Ik zie dat hij een natuurlijke orde heeft gesteld, waar wij als mensen natuurlijk door geneeskunde heel wat zaken mogen genezen. Maar ik zie niet in dat de geneeskunde mag worden aangewend om vrouwen vanwege ‘maatschappelijke’ motieven (lees: wanneer het MIJ uitkomt) in de gelegenheid te stellen hun kinderwens met een veelvoud van jaren uit te stellen. Leven we in een maatschappij die denkt dat alles, maar dan ook alles maar altijd moet mogen en moet kunnen? Wanneer beseffen mensen dat alles wat ze graag willen niet altijd kan en dat er grenzen zitten aan de wat moet mogen.

Sinterklaas in het ziekenhuis…  Wensgeneeskunde… waar is het einde aan de menselijke arrogantie?