Nog één keer
– tot nu toe althans –
weer een webpost naar aanleiding
van de vernietigingsoorlog
van Rusland op Oekraïne:

Er is altijd wel iemand die het vraagt,
op een verjaardag of in een draadje op X:
“Voel jij je nog wel thuis in dat losgeslagen Westen?”
Te veel regenboogvlaggen.
Te weinig gezag.
Genderneutrale wc’s in de bieb van Almere.
Kortom, het einde der tijden.

Maar geen paniek.
Er is een land waar ze nog weten wat traditie is.
Waar je een visum kunt krijgen
op basis van ‘gedeelde waarden’.
Alsof je je inschrijft bij een volkstuinvereniging;
maar dan een met tanks en een kernwapenarsenaal.

Welkom in het paradijs van de zuivere cultuur.

Daar is de natie heilig. De traditie heilig. De kerk heilig.
Alleen het woord “oorlog” is niet heilig.
Dat heet daar een “speciale operatie”.
Zoals een massaontslag “reorganisatie” heet.

Taal als deodorant over de lijkenlucht.

En ondertussen hoor je geestelijken
praten alsof God een geopolitiek adviseur is.
Alsof Hij ’s ochtends met een espresso
de landkaart erbij pakt:
“Welke grens verschuiven we vandaag?”
Het klinkt akelig vertrouwd.
In 1914 preekten dominees in heel Europa precies zo.
Met psalmen de loopgraven in.
God aan onze kant, uiteraard.
Hij had blijkbaar geen andere afspraken.

Oorlog als gehoorzaamheid.
Opoffering als verlossing.
De overwinning in de dood.
Het kruis niet als aanklacht tegen geweld,
maar als decorstuk.
Alsof Jezus is gestorven
zodat wij met een gerust geweten
kunnen schieten.

Alleen:
wie de moeite neemt om de Bergrede te lezen,
je weet wel, dat stuk waarin Jezus zegt:
zalig de vredestichters, heb je vijanden lief,
wie naar het zwaard grijpt,
die komt daar iets anders tegen.
Geen tanks. Geen vaderlandsliefde met wijwater.
Maar een rabbi die zegt
dat je de andere wang moet toekeren.
Probeer dat maar eens in een talkshow over geopolitiek.
Je wordt uitgelachen voor wereldvreemde softie.

En wie daar in zo’n land hardop aan herinnert,
merkt hoe snel de ruimte krimpt.
Protest? Cel.
Tas met “geen oorlog”? Boete.
Kritisch bericht online? Jaren brommen.
Onafhankelijke media dicht.
Platforms geblokkeerd.
In plaats daarvan keurige staatsapps
waar de waarheid al is voorgekookt.
Alsof je alleen nog het journaal mag kijken,
maar dan zonder kritische vragen.

Kinderen leren intussen
dat de held uit 1984 van Orwell
geen waarschuwing is,
maar een probleemgeval.
Winston Smith als extremist.
Dat is geen literatuurles.
Dat is herprogrammering met een kaft eromheen.

En de cijfers?
Miljoenen slachtoffers. Miljoenen ontheemden.
Steden kapot. Gebieden verwoest.
Maar de retoriek staat fier overeind,
als een vlag op een kapotgeschoten flat.

Ik moet denken aan die
kleine internationale kerkgemeente in Moskou
die uit haar gebouw werd gezet.
Min twintig.
Bidden op straat.
Geen slogans.
Geen geopolitieke theologie.
Alleen kou en kwetsbaarheid.

Misschien zit daar het verschil.
Oorlogstheologie belooft
betekenis via macht en offer.
Maar het christendom begint niet bij macht.
Het begint bij een gekruisigde Man
die geen legioen engelen opriep.
De Bergrede is geen bijlage
bij een militaire strategie.
Het is een sabotagehandleiding voor geweld.

Compassie, mededogen, is geen soft gedoe.
Het is dynamiet onder elke ideologie
die mensen tot brandstof maakt.
En precies daarom is het zo gevaarlijk.

 

Zet een paar raketten op het nieuws
en Nederland verandert in een moreel theehuis.
Aan de ene kant de mensen die zeggen:
“Eindelijk! Weg met dat regime in Teheran.”
Aan de andere kant: “Schande!
Dit sloopt het internationaal recht
en straks vallen Rusland en China
ook daar binnen waar ze zin in hebben.”

Kamp één zegt:
eindelijk wordt dat regime aangepakt.
Iran is ideologisch, gevaarlijk, onhervormbaar.
Democratie komt niet aanwaaien;
soms moet je haar een handje helpen — met raketten.

Kamp twee roept:
schending van het internationaal recht!
Dit opent de deur voor Rusland en China.
De EU moet afstand nemen,
anders glijden we af
naar wereldwijde wetteloosheid.

Beide kampen spreken in morele hoofdletters.
Maar morele verontwaardiging
is nog geen morele analyse.

Als christenen hebben we een eigen meetlat.
Geen vlag, geen anti-Amerikaanse reflex,
maar de oude leer van de rechtvaardige oorlog.
Augustinus en Thomas van Aquino waren niet naïef.
Ze wisten dat er situaties zijn
waarin geweld tragisch noodzakelijk kan zijn.
Maar — en dit is cruciaal —
alleen onder strenge voorwaarden.

Is er een rechtvaardige reden?
Iran is geen koorknaap.
Het regime onderdrukt, dreigt, destabiliseert.
Dat is reëel.
Maar “dreiging” is geen toverwoord.
Is deze aanval bedoeld om daadwerkelijk
onschuldigen te beschermen?
Of om strategische dominantie veilig te stellen?

Is het het laatste redmiddel?
Zijn alle diplomatieke opties uitgeput?
Of zijn we gewoon het geduld kwijt?
De theorie van een rechtvaardige oorlog is streng:
oorlog mag pas als er écht geen alternatief meer is.
Niet als het alternatief langzaam,
frustrerend en politiek ondankbaar is.

Is het proportioneel?
Gaat deze actie méér kwaad voorkomen
dan ze veroorzaakt?
Of versterken we juist het regime,
omdat oorlog dissidenten verandert
in “buitenlandse agenten”?
We hebben dat eerder gezien.
Toen Saddam Hoessein dacht
dat Iran snel zou vallen,
radicaliseerde het regime juist.
Oorlog kan een dictator verzwakken;
maar ook net zo goed verharden.

En dan de kans op succes.
Dat is misschien
de meest onderschatte voorwaarde.
Als de kans groot is
dat een aanval uitloopt op chaos,
burgeroorlog of een machtsstrijd
tussen Revolutionaire Garde
en andere machtsblokken,
dan is de morele rekensom
ineens minder stoer.
Libië zou ook democratisch worden.

Intussen kijken Rusland en China mee.
Niet met morele verontwaardiging,
maar met rekenmachines.
Want als Amerika zich vastbijt
in een mogelijk nieuw Midden-Oosters moeras,
is dat voor hen misschien verlies op korte termijn,
maar winst op lange termijn.
Geopolitiek is geen Bijbelkring; het is schaak.

En dan is er nog iets wat christenen
niet mogen vergeten:
oorlog is nooit iets om te romantiseren.
Zelfs een rechtvaardige oorlog
blijft tragisch.
Jezus vraagt nederigheid, geen bravoure.
Wie te enthousiast wordt van militaire taal,
moet zich afvragen
of hij nog wel bidt: “Uw Koninkrijk kome.”

en misschien is dát het probleem.
We verwarren Gods Koninkrijk
met onze veiligheidsbelangen.
Alsof gerechtigheid uit een straaljager komt.

In tijden van geopolitieke onzekerheid
is twijfel geen zwakte, maar deugd.
De theorie van een rechtvaardige oorlog
is geen vrijbrief om oorlog te voeren.
Ze is een morele noodrem.

De vraag is niet:
zijn we voor of tegen deze aanval?
De vraag is:
durven we hem
langs de lat
van gerechtigheid te leggen;
ook als dat ons eigen kamp
ongemakkelijk maakt?

 

Bij de herdenking van vier jaar oorlog
tussen Rusland en Oekraïne,
die eigenlijk al speelt
sinds de inval op de Krim in 2014
besloot ik deze filmrecensie te posten:

Want laatst zag ik de film Mr. Nobody Against Putin en dacht:
dit is hoe het begint. Niet met tanks.
Maar met een schoolbel.

Pasha Talankin is geen generaal. Geen dissident met megafoon.
Gewoon de videoman van een basisschool in Karabash,
een plaats die ooit door UNESCO bestempeld is
als een van de meest vervuilde plekken op aarde.
Hij filmde kerstoptredens, sportdagen, knutselmiddagen.
Tot 24 februari 2022.
Tot het begin van de “de speciale militaire operatie”.

Ineens moest hij geen kinderen meer filmen die zingen,
maar kinderen die marcheren.
Geen knutsels, maar propaganda.
Dagelijkse parades.
Lessen over vaderland en vijanden.
Kleine rugzakjes, grote woorden.
Het sloop geniepig het klaslokaal binnen
als rook onder een deur.

En Pasha bleef filmen.
Omdat het zijn werk was.
Omdat iemand het moest vastleggen.
Omdat hij zag wat wij niet wilden zien:
hoe oorlog niet alleen steden verwoest,
maar ook schoolpleinen.

Tot hij besefte: straks ben ik zelf aan de beurt.
Dienstplicht.
Kanonnenvoer.
Dus hij vluchtte.
Met harde schijven vol bewijs.
Dat is Mr. Nobody Against Putin:
één man tegen de machine.
Geen Hollywoodheld,
maar een jongen met een camera en een geweten.

En terwijl wij applaudisseren
voor een prijs op Sundance,
herdenken de Oekraïners vandaag
de vierde verjaardag
van wat zij simpelweg “de grootschalige oorlog” noemen.

Vier jaar van kersennachten.
Zo noemen ze het cynisch:
nachten waarin de lucht roze kleurt van brandende flats.
Ballistische raketten.
Drones zo groot als volwassen mensen
die boven daken zoemen, op zoek naar leven.

Volgens de WHO worden ziekenhuizen en klinieken
sinds 2022 zo vaak aangevallen
dat het neerkomt op meerdere per dag.
Meerdere.
Per.
Dag.
Noem dit geen “collateral damage”.
Noem het wat het is:
systematische vernietiging.

Het elektriciteitsnet werd doelwit.
De helft van de energiecapaciteit weg.
Energiecentrales – vroeger goed voor een kwart van de stroom –
gereduceerd tot kruimels.
En dan winter.
Min twintig.
Min vijfentwintig.
Mensen die foto’s sturen van tenten ín hun woonkamer.
Thermometer: min vijf.
Binnen.

Maar ja, zeggen sommigen,
geschiedenis is ingewikkeld:
De Krim was toch ooit Russisch.
Of Ottomaans.
Of dit, of dat.
Alsof grenzen eigendomsbewijzen zijn
die je na drie eeuwen weer uit de la mag trekken.

Zullen we dat spelletje doortrekken?
Zal Den Haag Djakarta “terugeisen”?
Zal Ankara de Krim claimen
omdat het ooit onder het Ottomaanse Rijk viel?
Geschiedenis als grabbelton voor sterke mannen.

Er zijn verdragen.
Het Boedapest Memorandum bijvoorbeeld:
Oekraïne gaf zijn kernwapens op
in ruil voor veiligheidsgaranties.
Ook van Rusland.
Papier is geduldig.
Raketinslagen niet.

De strijd van de Sovjet-Unie tegen nazi-Duitsland,
begonnen met Operation Barbarossa duurde 1418 dagen.
Poetin voedt zich met die mythe van heroïsche overwinning.
Maar dit keer is híj degene die de grens overstak.

Wat dacht hij? Drie dagen?
Een overwinningsparade in Kyiv?
Maar in plaats daarvan: loopgraven.
Meters winst per dag.
Honderdduizenden doden en gewonden.
Een generatie, meerdere generaties vermalen.

En Oekraïne vecht nog steeds.

Niet omdat oorlog romantisch is.
Niet omdat ze van wapens houden.
Maar omdat overgave betekent
dat de wet van de jungle wint.
Macht maakt recht.
Punt.

Vier jaar later is de vraag
niet alleen of Oekraïne standhoudt.
De vraag is wie wij willen zijn.
Toeschouwers?
Boekhouders van geopolitiek?
Of mensen die begrijpen
dat als een soeverein land wordt verpletterd
door een roofzuchtige buur,
dat dit precedent niet bij de grens stopt?

Want als Oekraïne verliest,
verliezen we meer dan territorium.
We verliezen het idee
dat verdragen iets waard zijn.
Dat grenzen niet met bloed worden hertekend.
Dat een school geen kazerne is.

Vier jaar.

En het is nog steeds niet voorbij.

 

In Moskou,
zo vertelde de verbannen
Russische journalist Michaïl Zygar op CNN,
vergelijken ze de VS van nu
met de Sovjet-Unie vlak voor de val in 1989.
Niet omdat alles hetzelfde is, maar om één reden:
mensen geloven niet meer in het officiële verhaal.
Ze zijn cynisch geworden.
En toen dat in de Sovjet-Unie gebeurde,
stortte het systeem in.

De vraag is nu:
zien we iets vergelijkbaars in het Westen?
Gaat hier echt iets fundamenteels kapot?
En zo ja, wat precies?

Als je naar Europa en de VS kijkt,
zie je een politieke cultuur
die steeds harder wordt.
Radicale en autoritaire partijen winnen terrein,
democratische regels worden opgerekt of genegeerd,
en veel mensen voelen zich
niet meer vertegenwoordigd.
Tegelijk groeit de polarisatie.
Mensen zijn somber, boos en wantrouwig.
Het gevoel dat ‘het systeem’
er niet meer voor hen is, zit diep.

Daarbovenop komt een hele reeks
andere problemen:
online radicalisering, complotdenken, vrouwenhaat,
steeds minder respect voor zorgverleners
en andere publieke beroepen.
Mensen leven in bubbels,
de onderlinge verbondenheid brokkelt af.
De sociale lijm laat los.

Dat is zorgwekkend,
want de westerse democratie
is eigenlijk een vrij nieuw experiment.
Het idee dat iedereen dezelfde rechten,
kansen en waardigheid heeft,
komt voort uit de Verlichting
en kreeg na de Tweede Wereldoorlog vorm
in democratische rechtsstaten.
Dat gebeurde in concurrentie met de Sovjet-Unie.
Toen die instortte, dacht het Westen:
zie je wel, wij hebben gewonnen.

Maar zo simpel was het niet.
De liberale democratie bleek
geen eindpunt van de geschiedenis.
China liet zien dat kapitalisme
prima kan zonder democratie.
Oorlogen brachten geen democratie.
En zelfs binnen het Westen
begonnen landen afstand te nemen
van liberale waarden.
Ook in de VS staat de democratie onder druk.

Langzaam veranderde daardoor
de houding tegenover democratie zelf.
Vooral jongeren hebben steeds minder vertrouwen
in instellingen en kiezen vaker
voor het idee van een ‘sterke leider’.
Media, rechters, universiteiten en parlementariërs
worden verdacht gemaakt.
Populisten zetten ‘gewone mensen’
tegenover elites, migranten
en kosmopolieten.

Ironisch genoeg kwam dat juist
na een periode van zelfgenoegzaamheid.
Liberale samenlevingen
gingen geloven
dat hun succes bewijs was
van morele superioriteit.
Die overmoed maakte blind
voor wat er ondertussen veranderde.

Globalisering haalde industrie weg,
de arbeidersbeweging verzwakte,
en links richtte zich steeds meer
op identiteit en cultuur.
Veel traditionele kiezers
voelden zich achtergelaten.
Ze gingen er niet op achteruit in absolute zin,
maar wel in perspectief.
Sociale migratie stokte.
De meerderheid gelooft inmiddels
dat hun kinderen
het slechter zullen hebben.

Daarbovenop kwam
een groeiende kloof tussen
hoogopgeleide, stedelijke elites
en mensen die minder mobiel zijn,
vaker op het platteland wonen
en traditioneler denken.
Hun waarden werden weggezet
als achterlijk of fout.
Maar groepen die zich
structureel vernederd voelen,
accepteren dat niet eindeloos.
Economisch gebeurde iets soortgelijks.
Winsten en macht kwamen
steeds meer terecht bij een kleine groep,
vooral in de techsector.
Die bedrijven beschikken nu
over ongekende invloed en technologie.
Democratische controle loopt
daar ver achteraan.
Het risico is dat we afglijden
naar een vorm van digitaal feodalisme:
veel controle, weinig inspraak,
alles verpakt in gemak en entertainment.

Dat is geen sciencefiction.
Veel voorwaarden voor zo’n systeem zijn er al.

De kern van het probleem lijkt dezelfde
als in de late Sovjet-Unie:
mensen zijn het geloof kwijtgeraakt.
Niet in één leider of partij,
maar in het idee
zelf van een liberale democratie.
Dat systeem kan alleen werken
als er minimaal vertrouwen is,
als mensen de spelregels accepteren
en elkaar als legitieme tegenstanders zien.

Als grote groepen dat niet meer doen,
houden ze op met meespelen.
Dan zoeken ze iemand
die belooft het hele spel kapot te maken.

Is dit dan het einde van het Westen?
Ja, misschien het einde van een tijdperk.
Maar de echte crisis speelt zich niet alleen af
in economie of geopolitiek.
Ze speelt zich af in onze hoofden.
Of zoals Hemingway schreef:
eerst geleidelijk, en dan… INEENS.

De vraag is nu of de idealen
van vrijheid, gelijkheid en solidariteit
sterk genoeg zijn om zich opnieuw uit te vinden.
Ze zijn onvolmaakt en vaak misbruikt.
Maar zonder dat gedeelde verhaal
blijven er vooral macht, angst en groepsdenken over.
En dat weten we in Europa maar al te goed.

 

Decennia lang gold de toekomst in Europa als een belofte.
Na 1945, en vooral na de val van de Sovjet-Unie,
leek het continent op weg naar
een steeds vreedzamere, welvarendere en democratischer wereld.
Economische groei, sociale rechtvaardigheid, handel en mensenrechten
vormden het zelfverzekerde fundament van een optimistische toekomstverwachting.
Europa zag deze verworvenheden vaak als een gevolg
van eigen morele superioriteit en Verlichtingsidealen,
en minder als het resultaat van Amerikaanse bescherming
en geopolitieke afhankelijkheid.

Die zekerheid is verdwenen.
Vandaag wordt de toekomst eerder als bedreiging ervaren:
klimaatverandering, oorlog op het continent, energieonzekerheid,
demografische vergrijzing, digitale afhankelijkheid
en het verval van democratische instituties.
De omstandigheden veranderen sneller dan ooit,
en voor velen betekent ‘verandering’ vooral achteruitgang.
Politieke leiders spelen daarop in:
sommigen beloven een eeuwig, risicoloos heden;
anderen bieden radicale terugkeer
naar een geïdealiseerd verleden
dat nooit werkelijk heeft bestaan.
Volgens politicoloog Ivan Krastev
is ‘de toekomst van Europa geen politiek project meer’.

De oorzaak hiervan ligt in Europa’s
‘pauze van de geschiedenis’ na 1945
en later na de val van de Berlijnse Muur
ook een ‘pauze als defensieve macht’.
En terwijl de VS de geopolitieke lasten droegen,
bouwden Europese landen hun welvaartsstaten op.
Deze comfortabele positie werkte zolang er een stabiele,
op regels gebaseerde wereldorde bestond.
Maar met de terugkeer van geopolitieke machtspolitiek
— zichtbaar in het Amerika onder Trump
en in de assertiviteit van Rusland en China —
blijkt de EU slecht uitgerust.
Ze functioneert uitstekend binnen een regelsysteem,
maar nauwelijks in een neo-imperiale wereld
waarin macht, niet institutie, bepaalt wie er aan tafel zit.
Europa zit niet aan tafel,
maar ligt óp tafel.
Er wordt óver hen beslist
Europa heeft geen duidelijke plaats
onder de wereldmachten
en wordt soms zelfs overgeslagen in beslissingen
over zijn eigen veiligheid, zoals rond Oekraïne.

Daarnaast heeft Europa moeite
om zijn eigen macht te erkennen,
belast door een geschiedenis
die loopt van kruistochten en kolonialisme tot Auschwitz.
Het resultaat is een houding van zelfverkleining:
Europa zou te verdeeld,
te bureaucratisch en te traag zijn
om daadkrachtig op te treden.
Deze ‘machteloosheid van de machtigen’
biedt moreel comfort,
maar ondermijnt Europa’s vermogen
om zijn belangen te verdedigen.
In een wereld die wordt gedomineerd
door autocratische grootmachten
is precies dat echter noodzakelijk
voor een democratische toekomst.

Toch is het continent rijker, beter opgeleid
en technologisch capabeler dan ooit.
Het beschikt over de middelen
om zijn positie te herdefiniëren
maar wat ontbreekt, is de politieke wil.
Zoals Kennedy eens zei over de maanmissie:

‘sommige uitdagingen moet je aangaan
omdat ze moeilijk zijn.’

Alleen door die houding opnieuw te omarmen
kan Europa zijn toekomst terugwinnen.

kerstverlichting in Zwolle

 

In zijn jaarlijkse persconferentie met het volk van dit jaar
schetst Vladimir Poetin zich als een zelfverzekerde wereldspeler,
terwijl ondertussen het feit is dat Rusland steeds dieper vastzit
in de oorlog tegen Oekraïne en de gevolgen daarvan.

Eerder in 2025 stond Poetin op 
een belangrijk Russisch debatpodium.
Daar werd hij bijna neergezet
als de grote architect van een nieuwe wereldorde.
Poetin zelf deed alsof hij bescheiden was,
maar benadrukte wel dat de wereld
in een radicale overgangsfase zit
en dat de inzet extreem hoog is.
Voor de mensen in Oekraïne is dat geen theorie:
zij leven al bijna vier jaar met oorlog,
met doden, onzekerheid en wisselende steun uit het Westen.

Poetin voert de druk ondertussen op.
Aan het einde van het jaar kwam hij met steeds agressievere taal.
Hij beweerde dat Rusland
grote successen boekt in Oekraïne
en gaf Europa en Kyiv opnieuw de schuld van het conflict.
Europese leiders noemde hij zelfs ‘biggetjes’
en hij dreigde meer Oekraïens grondgebied
met geweld in te nemen
als er geen vredesgesprekken komen.

Wat opvallend is:
ondanks zware sancties en militaire blunders
is Rusland overeind gebleven.
Het land wist sancties te omzeilen,
de wapenindustrie weer op gang te krijgen
en tegenstanders het zwijgen op te leggen.
Daarbij kreeg Poetin onverwachte steun uit de VS.
De wispelturige houding van de Amerikaanse president Donald Trump
werkt in het voordeel van Moskou,
omdat het verdeeldheid zaait tussen bondgenoten.
Ondertussen beschuldigt Rusland Europa ervan
dat zij de Amerikaanse vredespogingen proberen te saboteren.

Oekraïners vragen zich ondertussen af
wat een mogelijk akkoord waard is.
Ze vrezen dat Poetin vanuit bezet gebied
gewoon verder zal werken
aan de vernietiging van hun land.
Andere Russische leiders
blijven bovendien waarschuwen
voor een zogenaamd agressief Europa
en NAVO-plannen voor een toekomstig conflict.

Een belangrijk strijdpunt is het Russische geld
dat in Europa is bevroren.
Europa besloot dat geld niet direct
aan Oekraïne te geven,
maar Kyiv via de EU-begroting te steunen.
Rusland ziet dat als winst en dreigt met rechtszaken,
onder andere tegen Euroclear in België.
Er zijn zelfs aanwijzingen
dat Russische en Amerikaanse inlichtingendiensten
Europese politici en medewerkers onder druk zetten met dreigementen.
Tegelijk klinken er in Moskou ook zachtere geluiden:
sommige bronnen zeggen
dat het Kremlin onder strenge voorwaarden
openstaat voor het inzetten van een deel
van dat geld voor wederopbouw.

Binnen Rusland houdt Poetin het beeld van succes stevig vast.
Tijdens de jaarlijkse live toespraak sprak hij
alleen over militaire winst
en noemde hij het gebruik van Russische tegoeden ‘roof’.
Slecht nieuws, zoals Oekraïense aanvallen, werd genegeerd.
Toch maken veel Russen zich vooral zorgen over de economie.

Die zorgen zijn niet onterecht.
De oorlogseconomie draait,
maar gewone sectoren zitten in de problemen.
Inflatie is hoog, rentes stijgen, banen worden schaarser
en de olieprijs – cruciaal voor Rusland –
staat op een dieptepunt.
Analisten zeggen dat Rusland leeft op een ‘geleende toekomst’.
Toch zal Poetin de oorlog niet stoppen om economische redenen.
De kosten worden simpelweg
doorgeschoven naar de bevolking:
hogere belastingen, lagere lonen en minder subsidies.

Ook politiek wordt de greep in Rusland steeds strakker.
Oppositie is vrijwel uitgeschakeld,
kritische partijen worden aangepakt
en populaire apps en platforms verdwijnen.
Richting de parlementsverkiezingen van 2026
wordt vooral ingezet op thema’s
als stabiliteit en nationalisme,
niet op de oorlog.

Om alles te verhullen, zijn Russische steden dit jaar extra feestelijk verlicht.
Dat staat in schril contrast met arme regio’s
zonder basisvoorzieningen.
Russische woordvoerders beweren ondertussen
dat Europa in ‘duisternis’ leeft,
maar Europese steden reageerden
met foto’s van uitbundig verlichte straten.
Het symboliseert het grotere verhaal:
Rusland probeert kracht uit te stralen,
terwijl de scheuren onder de oppervlakte steeds zichtbaarder worden.

 

Laatst zat ik op een mooie zomeravond in de tuin,
genoot van een goed boek
en de rust om mij heen.
Maar plotseling werd ik opgeschrikt
door een zoemend geluid
– ik dacht dat we al weer last kregen van wespen;
ik had namelijk wat zoetigheden op tafel staan.
Ik keek om me heen om de wespen te ontdekken,
maar ik kon niets waarnemen.
Uiteindelijk keek ik omhoog:
Het geluid was niet afkomstig van wespen,
maar van een drone die boven mijn hoofd zweefde.
Ik zal die sensatie nooit vergeten;
het griezelige gevoel dat iets je in de gaten hield.

In een recent verslag over de oorlog in Oekraïne
documenteert een journalist
het inmiddels wijdverbreide gebruik van drones.
De journalist schuilt met Oekraïense soldaten
onder de dekking van het bos
terwijl een Russische drone het gebied scant.
Ten langen leste kunnen ze naar hun auto vluchten,
waarin een AI-stem zegt:
Detection: multiple drones, multiple pilots, high signal strength‘,
terwijl ze rondom je heen zoemen.
Dit is het nieuwe tijdperk van geheime oorlogsvoering,
waarbij de vijand toeslaat zonder gemakkelijk te identificeren te zijn.
Je hoort het gezoem, maar de bron is ongrijpbaar.

In de komende jaren zal dit soort
psychologische oorlogsvoering
zijn intrede doen in Westerse steden.
Terroristische aanslagen zullen verschuiven
van persoonlijke confrontaties
naar anonieme aanvallen op afstand:
drones die vanuit het buitenland
naar steden vliegen
om burgers aan te vallen,
of zwermen drones die massale aanvallen uitvoeren
in dichtbevolkte stadscentra.
Het doel zal zijn om psychologisch trauma
op grote schaal te veroorzaken.
Burgers zullen aarzelen om hun huis te verlaten,
overgevoelig voor het gezoem
van anonieme drones in hun eigen wijk.
Volgens Michiel Driebergen gebeurd dit al Oekraïense steden.
En onlangs heeft Iran verklaard
dat geen enkele Amerikaanse, Britse of Franse basis
veilig is voor represailles in de Israëlisch-Iraanse oorlog.
Het is dan ook niet moeilijk voor te stellen
dat ook Westerse steden binnenkort
als legitieme doelwitten zullen worden beschouwd.

We gaan een tijd van geïntensiveerd conflict tegemoet,
waarbij nationale veiligheid
het dominante kader voor beleidsvorming wordt.
‘Veiligheid’ zal beleidspunt nummer één worden
van de overheid
en ook de komende verkiezingen zullen ook draaien
om de vraag welke partij en leider de Nederlanders
het beste kan beschermen tegen externe bedreigingen.
In deze context worden zelfs domeinen
die ooit door samenwerking werden beheerst,
getransformeerd worden tot wedlopen
geïnstigeerd vanuit het eigen (lands)belang,
omdat het kader voor nationale veiligheid
van nature de focus verschuift
van wederkerigheid naar beperking van de ander.

Vrijhandel bijvoorbeeld
– in wezen de wederzijds profijtelijke uitwisseling
van goederen en diensten
als onderdeel van de waardecreatie –
wordt in een op veiligheid gerichte wereld een kwestie van inperking.
Handel, in een op veiligheid gerichte wereld,
wordt op zijn kop gezet,
waardoor vrijhandel verandert in handelsoorlogen.
Eerlijkheid (waarin de taart wordt verdeeld over meerdere mensen)
wordt vervangen door belangen,
of het nu gaat om belangen van landen
of gemeenschappen en individuen daarbinnen
die zichzelf willen beschermen.
Naarmate de concurrentie tussen de VS en China escaleert,
kunnen we verwachten dat menselijke relaties
– tussen zowel staten als burgers –
nog meer een alles-of-nietsspel zullen worden.

Doen morele waarden er in zo’n omgeving nog toe?
Wanneer de vijand in een tijdperk van nationale veiligheid
steeds meedogenlozer en innovatiever wordt,
moeten we dan net zo hard optreden als hij?
Of is het nog steeds mogelijk
om principes hoog te houden
en onszelf tegelijkertijd te verdedigen?

Tegenwoordig zou je kunnen denken
dat gebaren van non-agressie
– zoals de vernietiging van zijn voorraad
van één miljoen landmijnen door Finland in 2015(!) –
nu gevaarlijk naïef lijken.
Oekraïne
– en ook enkele Baltische staten –
heeft onlangs
van zijn kant heeft terecht
het verdrag van de Ottawa-conventie
(dat clustermunitie verbiedt) opgezegd.
Want hun voortbestaan hangt af van vindingrijkheid,
van snelle technologische ontwikkeling
en samenwerking met bondgenoten
om geavanceerde systemen
te prototypen en te implementeren.

De Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr
stelde in zijn artikel ‘Moral Man and Immoral Society
dat men om moreel te zijn,
het vermogen tot geweld moet bezitten;
‘macht moet worden uitgedaagd door macht.’
Die macht moet echter worden uitgeoefend
met verantwoordelijkheid, nederigheid en een moreel doel.
Je kunt vervolgens stellen dat oorlog gerechtvaardigd
kan worden wanneer deze voldoet
aan de criteria van jus ad bellum:
een rechtvaardige reden, legitiem gezag,
juiste intentie, proportionaliteit
en een redelijke kans op succes.

Oorlog kan in deze interpretatie
een ‘vriendelijke hardheid’ uitdrukken:
een vorm van oordeel die wordt toegepast
ter verdediging van slachtoffers.
Niebuhr baseert zijn argument op het Augustijnse realisme:
de wereld is fundamenteel goed, maar toch gebroken.
Omdat het kwaad blijft bestaan,
wordt het morele gebruik van geweld
noodzakelijk om te handhaven wat juist is.
Ik geloof dat dit waar is
en direct toepasbaar
op de op nationale veiligheid gerichte wereld
waarin we ons bevinden.

Wat betekent dit dan voor westerse landen,
nu nationale veiligheid zich opnieuw manifesteert
als het centrale organiserende principe van bestuur?

Dit vereist aanzienlijke en dringende investeringen
in defensie en deep tech,
waaronder bijvoorbeeld opkomende mogelijkheden
zoals cognitieve oorlogsvoering
en wearables die de prestaties van soldaten in gevechten verbeteren,
anti-dronesystemen voor stedelijke,
landelijke en maritieme omgevingen,
en elektronische oorlogsvoering
en geospatiale intelligentie
van de volgende generatie.

Als droneaanvallen op zee toenemen
– zoals die welke door de Houthi’s worden uitgevoerd
om wereldwijde scheepvaartroutes te verstoren –
zullen anti-dronesystemen essentieel zijn
om een veilige doorgang te garanderen.
In een wereld van gemanipuleerde verhalen
en desinformatie
zal geospatiale intelligentie dienen
als een bron van waarheid en helpen vaststellen
wat er daadwerkelijk op de grond gebeurt.
En naarmate AI steeds beter in staat is
om gebruikers te manipuleren
– door middel van vleierij, overreding en andere technieken –
zullen toezichttechnologieën
essentieel zijn om objectiviteit en integriteit te behouden.

Verantwoord geweldsgebruik sluit tegenwoordig pacifisme uit
en voorkomt geweld volledig.
Het betekent het behoud – en de ontwikkeling –
van de mogelijkheid tot overweldigende macht,
zodat deze klaar is voor gebruik indien nodig.
Moraliteit in een tijdperk van nationale veiligheid
vereist snelle investeringen
in defensietechnologieën om tegenstanders
meerdere stappen voor te blijven.
Een ‘gehele samenleving’-aanpak
betekent burgers voorbereiden met een dergelijke mentaliteit.
Terughoudendheid en nederigheid
zijn nog steeds cruciale deugden,
maar mogen niet worden verward met zwakte.
Westerse landen moeten bereid zijn
om snel, daadkrachtig
en met de afschrikkende kracht
te handelen die vrede vereist.

Dit is de wereld die we betreden:
een wereld waarin
zowel regeringen als burgers voorbereid moeten zijn
op onverwachte dreigingen.
Het gezoem van een drone boven ons hoofd
is meer dan een geluid;
het is een waarschuwing,
die niet alleen Oekraïners,
maar ook degenen
die zich momenteel
in een vreedzame situatie bevinden,
eraan herinnert zich voor te bereiden
op mogelijke conflicten die eraan komen.
De gepaste reactie is niet terugtrekken,
maar het verantwoord en moreel uitoefenen van macht:
een noodzakelijke plicht als we vrede,
vrijheid en rechtvaardigheid willen behouden
in een wereld
die er steeds meer op gebrand is deze te bestrijden.

 

Gegeven de gedachten in mijn vorige webpost over dit onderwerp
is het misschien minder verrassend dan op het eerste gezicht lijkt
dat de in Somalië geboren ex-moslim
en feministische campagnevoerder Ayaan Hirsi Ali
eind 2023 aankondigde
zichzelf nu een cultureel christen noemde.
Dit was zeer opvallend omdat Hirsi Ali werd gezien
als bondgenoot van Richard Dawkins en andere atheïsten.
Ze stelde zichzelf daarover twee vragen:
‘Wat is er veranderd?’ en ‘Waarom noem ik mezelf nu een christen?’

Het is de moeite waard om haar antwoorden uitgebreid te bespreken:
‘Een deel van het antwoord’ zei ze ‘is gegeven in wereldwijde veranderingen;
De westerse beschaving wordt bedreigd door drie verschillende,
maar verwante krachten:
de heropleving van het autoritarisme en expansionisme van de grootmachten
in de vorm van de Chinese Communistische Partij,
het Rusland van Vladimir Poetin en het Amerika van Donald Trump;
ook het wereldwijde islamisme,
dreigt de bevolking tegen het Westen te mobiliseren;
en met de virale verspreiding van de woke-ideologie,
de morele vezels van de volgende generatie aan te tasten.

We proberen deze bedreigingen af te weren
met moderne, seculiere middelen:
militaire, economische, diplomatieke
en technologische inspanningen te verslaan,
om te kopen, te overtuigen, te sussen of te bewaken.
En toch verliezen we met elke ronde van conflicten terrein.
We raken ofwel door ons geld heen,
met onze staatsschuld van tientallen miljarden dollars,
of we verliezen onze voorsprong
in de technologische race.’

 

De Veertigdagentijd of Lijdenstijd in aanloop naar Pasen
is voor christenen de periode die in het teken staat van
soberheid, inkeer en bezinning op je eigen christenzijn.
Christenen geloven dat ieder mens geschapen is
naar Gods beeld en leven in alle volheid verdient.
Tragisch genoeg leven we in een wereld van
gebroken relaties waar onrecht, ongelijkheid, corruptie
en rampen miljoenen mensen van hun toekomst beroven.
Een christen wordt opgeroepen
om de onvoorwaardelijke liefde van Christus weerspiegelen
door hun leven, hun daden en woorden.
Het geven van hoop, herstel en vernieuwing voor de wereld
zijn daar een onderdeel van.
Ontwikkelingshulp in allerlei vorm is daar ook uiting van.
Hieraan moest ik denken toen hoorde over het onderstaande.

Want in veel landen worden de gelden voor ontwikkelingshulp drastisch verlaagd.
Niet alleen in Nederland, maar bijvoorbeeld ook in het Verenigd Koninkrijk
en wie weet niet van de aankondiging in de Verenigde Staten
om het budget van USAID
– dat internationaal veel hulp overeind houdt –
zeer drastisch te verlagen.
In het Verenigd Koninkrijk heeft de afkondiging
tot verlaging van het budget op ontwikkelingshulp
zelfs geleid tot het aftreden van de minister
voor Internationale Ontwikkeling Anneliese Dodds.
Ze schreef in haar ontslagbrief:

Uiteindelijk zullen deze bezuinigingen voedsel en gezondheidszorg wegnemen
van kwetsbare mensen.

De forse vermindering van ons internationale hulpbudget
brengt inderdaad levens in gevaar over de hele wereld.
De stap ondermijnt echter ook de eigen nationale veiligheid.
Een sterke aanwezigheid op het wereldtoneel
komt niet primair tot stand door militaire kracht,
maar juist door diplomatie en gerichte ontwikkelingsfinanciering.

Dodds:

In de rest van de wereld is het teleurstellend dat we waarschijnlijk
het internationale ontwikkelingsbudget gaan plunderen,
omdat de invloed van het Verenigd Koninkrijk in de wereld
vaak voortkomt uit een combinatie van onze harde macht en onze zachte macht,
onze diplomatie en onze ontwikkelingsfondsen.

Zo zien we ook in Nederland dat minister Klever
van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp
projecten stopt op het gebied van vrouwenrechten, gendergelijkheid,
beroepsonderwijs en hoger onderwijs, sport en cultuur.
En ook op hulp op het gebied van klimaat, maatschappelijk middenveld
en multilaterale samenwerking wordt flink bezuinigd.
Onder dat laatste valt bijvoorbeeld Unicef;
de VN-kinderrechtenorganisatie wordt door Klever met 50 procent gekort.

Internationale hulp is bewezen
een van de meest effectieve manieren
om welvaart en vrede te creëren.
Het is een strategische investering
in nationale en internationale veiligheid,
en is ook aantoonbaar
nuttiger en kosteneffectiever
dan militaire defensie-uitgaven.

Het verlagen van hulpbudgetten kan op korte termijn geld vrijmaken,
maar in werkelijkheid verzwakt het de invloed van de donorlanden,
ondermijnt het de wereldwijde stabiliteit
en vergroot het de veiligheidsrisico’s.
Het is niet alleen een valse zuinigheid,
maar ook een potentieel gevaarlijke
en contraproductieve beleidswijziging.

Hier zijn tien redenen waarom internationale hulp
zo’n cruciale investering in veiligheid is:

1. Het aanpakken van de grondoorzaken vermindert terrorisme.

Buitenlandse hulp helpt vrede te bevorderen,
armoede te verminderen en ontwikkeling te ondersteunen
in de meest kwetsbare regio’s.
Wanneer landen stabiel zijn,
is de kans kleiner dat ze in chaos vervallen
of broedplaatsen worden voor terrorisme en extremisme.
Door Nederland gefinancierde onderwijsinitiatieven
hebben meer dan 1,5 miljoen gemarginaliseerde meisjes onderwijs geboden,
waardoor de kwetsbaarheid van jongeren
voor extremistische rekrutering is verminderd.
Door de aantrekkingskracht van radicalisering te verminderen,
heeft deze investering bijgedragen
aan het verlagen van de langetermijndreiging van terrorisme
tegen Nederlandse burgers in binnen- en buitenland.

2. Investeren in wereldwijde gezondheid vermindert pandemierisico’s.

Virussen houden zich niet aan grenzen.
Financiering voor de ebola-respons
heeft geholpen wereldwijde uitbraken te voorkomen,
waardoor het risico op dodelijke ziekten
die zich naar Nederland verspreiden, is verminderd.
Op dezelfde manier is door te investeren in vaccinaties
tegen nieuwe stammen van Covid over de hele wereld,
is de eigen pandemieparaatheid versterkt
en de volksgezondheid in eigen land beschermd.

3. Sterkere relaties tussen landen verminderen conflicten.

Steun aan en hulp bij het trainen van politie en overheidsfunctionarissen,
versterkte de diplomatieke banden op de lange termijn
en voorkwam een terugkeer naar instabiliteit
die zich mogelijk over het hele continent had verspreid.
Dit heeft ook geholpen Nederland te positioneren
als een vertrouwde diplomatieke partner,
wat heeft geleid tot handelsovereenkomsten
en politieke allianties die de wereldwijde belangen
van Nederland ten goede komen.

4. Ondersteuning van stabiliteit vermindert gedwongen migratie.

Het wordt nu erkend dat het bouwen van ankers, en niet muren,
de beste strategie is om migratie in te dammen.
Het ontwikkelingshulpprogramma
heeft economische en sociale steun geboden
in landen als Syrië, Libanon en Afghanistan,
waardoor gedwongen ontheemding werd verminderd
en de druk op de Nederlandse grensbeveiliging werd verlaagd.
Door regio’s te stabiliseren die door conflicten zijn getroffen,
is ook Nederland in staat geweest
illegale migratie en de bijbehorende kosten
van grenshandhaving, asielverwerking en noodhuisvesting
te verminderen.

5. Het bevorderen van duurzaamheid
vermindert de schaarste aan hulpbronnen
als gevolg van klimaatverandering.

Ondersteuning van duurzame landbouw- en schone energieprojecten
in Afrika en Azië, waardoor de concurrentie
om afnemende hulpbronnen wordt verminderd
en klimaatgerelateerde conflicten worden voorkomen
die hebben bijgedragen aan het turbulenter maken van de wereld.
Dit heeft niet alleen de wereldwijde stabiliteit verbeterd,
maar ook kansen gecreëerd voor Nederlandse bedrijven
in de sectoren groene energie en duurzame ontwikkeling.

6. Veerkracht opbouwen vermindert internationale criminaliteit en instabiliteit.

Financiering is bijvoorbeeld instrumenteel geweest
bij het stabiliseren van landen,
door hun bestuur te verbeteren,
wetshandhaving op te leiden en criminaliteit en piraterij te verminderen
die niet alleen de internationale scheepvaart
maar ook het toerisme bedreigen.
Als gevolg hiervan hebben Nederlandse rederijen en toeristen
die in de regio reizen minder veiligheidsrisico’s ondervonden,
wat het vertrouwen in door het Nederland
geleide handel en reizen heeft vergroot.

7. Hongersnood en ondervoeding voorkomen vermindert politieke instabiliteit.

Financiering van projecten heeft geholpen
voedselcrises in Oost-Afrika te voorkomen,
waardoor de kans op massale migratie
en conflicten over hulpbronnen is verminderd.
Zonder die investering zou ook Nederland
waarschijnlijk veel meer hebben uitgegeven
aan humanitaire noodhulp en crisismanagement,
wat de kosteneffectiviteit van preventieve hulp aantoont.

8. Sterkere economieën in het buitenland opbouwen creëert kansen.

Handelsgerichte hulp heeft Afrikaanse landen geholpen
stabiele economieën te ontwikkelen,
waardoor handelsmogelijkheden voor Nederland zijn gecreëerd
en de afhankelijkheid van fragiele staten is verminderd.
Sterkere economieën in partnerlanden
betekenen een grotere vraag naar Nederlandse export,
wat ook ten goede komt aan Nederlandse bedrijven en werkgelegenheid.

9. Humanitaire hulp versterkt de wereldwijde invloed van een land.

Het ondersteunen van humanitaire hulp
is belangrijk om de positie van Nederland
als wereldwijde humanitaire leider te versterken
en heeft geleid tot een soft power-voordeel op het wereldtoneel.
Deze goodwill heeft geleid tot sterkere diplomatieke relaties
met belangrijke bondgenoten,
wat de Nederlandse belangen op het gebied
van handel, veiligheid en regionale stabiliteit ondersteunt.

10. Rampenbestrijding bouwt goodwill en strategische partnerschappen op.

Na de aardbeving in Haïti in 2010 heeft Nederland noodhulp verstrekt,
wat de banden met Caribische landen heeft versterkt
en het wereldwijde leiderschap van Nederland
op het gebied van crisisbestrijding heeft laten zien.
Deze inspanningen hebben de rol van Nederland
als betrouwbare partner in tijden van crisis versterkt,
wat heeft geleid tot nauwere
economische en diplomatieke relaties
met landen in het Caribisch gebied.

Kortom:
Als het Westen de hulpfinanciering opzegt,
ontstaat er een zeer significant vacuüm
waarin andere landen zullen stappen.
Rusland heeft bijvoorbeeld al Wagner-huurlingen gestuurd
om te patrouilleren
in de Centraal-Afrikaanse Republiek en Mali.
Dit is niet alleen slecht voor de burgers van die gebieden,
maar ook vanuit het perspectief
van de nationale veiligheid van Nederland.
Het zou buitengewoon zorgwekkend zijn
als Rusland in staat zou zijn
om een brede basis van invloed
en soft power op te bouwen in het mondiale Zuiden.

Met een steeds kwetsbaardere wereld
is dit het instrument dat op dit moment het meest nuttig is
voor de nationale veiligheid internationale hulp.
De toename van conflicten, migratie,
terrorisme en andere vooroorlogse omstandigheden
is direct te wijten aan de impact van armoede
– die nu 44 procent van de wereldbevolking treft, concentratie van rijkdom –
die de kans op financiële crises vergroot, verzwakte handelsroutes
– bijvoorbeeld vanwege de oorlog in Oekraïne en het Midden-Oosten,
en nieuwe handelspolitiek in de VS, en klimaatverandering –
die al die spanningen verergert.
Als Nederland in deze turbulente tijden
een effectieve verdedigingsstrategie wil,
moeten we heroverwegen om onze internationale hulpverplichtingen te verdubbelen,
en ze niet op te geven.

De Veertigdagentijd.
Als christen staat deze periode in het teken
van bezinning op je eigen christenzijn.
Ze staat in het teken van mededogen,
liefde en barmhartigheid delen
en bereid zijn om samen te werken
om het leven van mensen te veranderen.
Hulp aan een medemens is,
die ook geschapen is naar Gods beeld.
Wederkerigheid in ontwikkelingshulp
vindt zijn basis in de ontvankelijkheid
die wij leren van de liefde.
Concreet betekent dit dat wij, gevers,
allereerst zelf leren,
namelijk leren te ontvangen in het geven.
Alleen dan is er werkelijk sprake van wederkerigheid.
Een les in deze Veertigdagentijd.

Pontius Pilatus wast zijn handen in onschuld, olie op hout, 107 x 122 cm,
Vlaamse School, eerste helft 16de eeuw (naar Vilmos Tátrai)

 

Hoe reageer je op figuren als Trump?

In aanloop naar Pasen en terwijl ik mijzelf ook voorbereid op preek voor Pasen,
vallen mij enkele lijnen op vanuit het passie evangelie naar de huidige tijd.
Het begon met de schandelijke vleierijen van president Macron en premier Starmer
om president Donald Trump in de Oval Office in het Witte Huis te pleasen.

Het begon te lijken op de dertig zilverlingen.
Werd Oekraïne hier verraden voor de snuisterijen en snuisterijen,
alleen maar om in de gunst te blijven bij de machtigste man ter wereld?

Nu we net met de eerste volle week van de Veertigdagentijd bezig zijn,
krijgen deze gedachten een fellere focus
nu de personages uit de Passietijd van Pasen
hun plaats lijken in te nemen in onze wereldpolitiek.

Lijkt de Amerikaanse vicepresident J.D. Vance
een beetje op de hogepriester van de tempel van Jeruzalem, Kajafas,
als hij retorisch eist:
‘Het is beter voor u dat één man sterft voor het volk
dan dat de hele natie ten onder gaat’?
Is de prijs van het ten val brengen van Zelensky
en het sussen van de Russische Vladimir Poetin
het niet waard voor vrede in Oekraïne?

Het zou gebruikelijk kunnen zijn
in een column als deze
om kenmerken van de cast
van de Passie van Christus
toe te schrijven aan de leiders van de huidige grootmachten.
Maar dat is te gemakkelijk en werkt niet echt.
Macron en Starmer zijn geen Judas.
Hun hoffelijke vleierij van Trump
ging vooraf aan de poging tot vernedering
van Zelensky in Washington,
waar op 28 februari met de mores van vastgoedmaffiosi
en een dosis emotioneel incontinentie Trump en Vance
president Volodymyr Zelensky het Witte Huis uit brulden.

Nee, Macron en Starmer
zijn geen verraders van Zelensky, integendeel.
En hoe dan ook, door hun in die rol te casten,
riskeer je de heiligschennis van het vergoddelijken van Zelensky,
die absoluut niet de Messias is.
Je hoeft inderdaad geen toegewijde Trump-fan te zijn
om op te merken dat zijn optreden voor Trump en Vance niet messiaans was,
maar eerder dat van een heel ondeugende jongen.

Maar zulke vergelijkingen gaan ons niet ver brengen.
Misschien is het beter om ze andersom te draaien.
Van grotere waarde is misschien om de machtsspelletjes
die we zojuist op ons wereldtoneel hebben gezien
beter te gebruiken om het spel te begrijpen
dat we binnenkort in Jeruzalem
van een paar millennia geleden zullen herdenken.

Door dat te doen, kunnen we misschien
zelfs een kijkje nemen in een aantal inzichten
die elke zaak ontkrachten dat de historische gebeurtenissen
van de Passietijd vandaag de dag niet relevant zijn.
En dit gaat niet alleen over politiek,
het gaat over ons menselijk vermogen tot machtsmisbruik.

Neem die scène in het Oval Office toen Zelensky werd gepest
door de twee machtigste figuren
(met uitzondering van Elon Musk)
in het nieuwe Amerikaanse regime.
Het is een klassiek wapen in elke huiselijke geweldsrelatie
om het slachtoffer de schuld te geven.
Zo waren Trump/Vance er als de kippen bij
Zelensky de schuld te geven voor zijn onderdrukking door Rusland.

En zo was het ook toen de Nazarener voor Pontius Pilatus stond,
de woordvoerder van de machtigste man op aarde van zijn tijd,
de keizer van Rome, Tiberius.
De overeenkomsten tussen de twee situaties zijn opvallend.
En niet alleen omdat je er redelijkerwijs aan kunt twijfelen
dat Jezus van Nazareth die dag ook een pak droeg.

De laatste, een mishandelde ambachtsman en rabbi
uit de provincieheuvels
en een man ‘zonder zonde’,
is een klassiek onderwerp van slachtofferbeschuldiging.
Net als Trump wilde Pilatus gewoon een deal sluiten
om de vrede te bewaren.
Net als Trump vertelde hij Jezus dat Hij niet genoeg waardering had
voor wat hij voor Hem probeerde te doen.
Net als Trump vertelde Hij hem dat hij absolute macht had over zijn lot.
En net als Trump is hij er zeker van dat waarheid alles is
wat hij wenst dat het is op het moment dat hij minachtend vraagt:
‘Wat is waarheid?’

De intrigerende vraag is hoe dit ons vertelt te reageren
op de Trumps en Pilatus van deze wereld.
In de directe omstandigheden van verhoor
in zowel het Oval Office als het praetorium,
lijkt het antwoord deels stilte te zijn.
Christus kiest het;
Zelensky krijgt het opgedrongen
door de dwingende controle van zijn gesprekspartners.

Nogmaals, ik doe geen aanspraak op een Christus-achtige Zelensky.
Maar stilte als menselijk antwoord
vindt steevast zijn oorsprong in nederigheid.
In de meest wereldse zin is dat nu heel duidelijk
in de verzoenende woorden van de Oekraïense president
richting zijn pestkop,
die zijn leiderschap ‘sterk’ noemt,
spijt heeft van hoe de vergadering is verlopen
en bereidheid uitdrukt om terug te keren
naar de onderhandelingstafel.

Nederigheid is geen zwakte.
Het brengt de kracht van vrede
en maakt de triomf van liefde mogelijk.
Dat is de les van tweeduizend jaar geleden.
En de les is ook dat er niets goeds kan voortkomen
uit een totaal gebrek daaraan,
net als voor Trump en Pilatus.