Al jarenlang beraadt de christelijke kerk zich op de, laat ik het populair zeggen, de pr van de kerk. Oftewel, de vraag wordt gesteld hoe we het christendom, de kerk, aantrekkelijker maken voor mensen die niet (meer) ‘in de kerk komen’. In die context viel mij het volgende bericht op: Sinds enkele dagen bouwt de Antwerpse chocolatier Lieven Burie, naar aanleiding van 450 jaar bisdom Antwerpen en de succesvolle tentoonstelling “REUNIE” in de Antwerpse kathedraal, als eerste aan een Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in pure chocolade. Na het etalagemoment, eind september, wordt de chocolade kathedraal via e-bay verkocht. Voor deze internetveiling mocht de bisschop van Antwerpen een goed doel uitkiezen. Mgr. Johan Bonny koos voor ’t Vlot. ’t Vlot is een pastoraal project voor plein- en straatbewoners, veelal druggebruikers en (ex-)druggebruikers.
Mijns inziens een mooi initiatief dat ook bijval verdient. Ik heb er echter ook een vraag bij: staat de chocolade kathedraal ook niet symbool voor de te zoete prediking die in veel kerken opgeld deed, waarbij de kern van het evangelie, de dwarsheid, de ‘onmenselijkheid’ van de boodschap op de achtergrond is geraakt. Ik merk dat langzamerhand het tij in dat opzicht begint te keren en dat ons meer dan alleen maar melk wordt voorgeschoteld.
Op voedselgebied worden trouwens vanuit christelijke zijde, in deze tijd van de islamitische ramadan, meer initiatieven ontplooit. Ideeënbureau Kerkopkop, dat onder meer spellen maakt op het gebied van religie, begint per 1 september met een groep vrijwilligers aan het zogenoemde christelijk dieet. Het christelijk dieet heeft niets te maken met calorieën, recepten of bewegingsplannen, geven de initiatiefnemers aan. In tegenstelling tot een gewoon dieet, waarbij het gaat om gewicht, gezondheid en een goed figuur, vallen de deelnemers aan het christelijk dieet af om een ander aan te laten komen. „Dat is wel even andere koek dan enkel en alleen een schoonheidsideaal na te streven.”
Eigenlijk heel interessant hoe christenen vanuit verschillende invalshoeken met het thema voedsel omgaan. Toch blijft bij mij de vraag overeind staan: staat de kern van het evangelie, de dwarsheid, de ‘onmenselijkheid’ van de boodschap nog op de voorgrond? Naar analogie van al deze initiatieven moeten ik onwillekeurig denken aan Holle Bolle Gijs:
- Heb je wel gehoord van de holle bolle wagen
- Waar die Holle Bolle Gijs op zat?
- Hij kon schrokken, grote brokken
- Een koe en een kalf en een heel paard half
- Een os en een stier en zeven tonnen bier
- Een schip vol schapen en een kerk vol rapen
- En nog kon Gijs van de honger niet slapen!
Blijven we hongerig hoeveel we ook eten of wordt onze honger gestild door werkelijk voedsel?
Vanuit die optiek wordt de jeugdigheid geïdealiseerd, het verval van krachten en lichaam dient zo veel mogelijk worden ontkend en uitgesteld, misschien zelfs vertraagd. Daarom worden ons vanuit de cosmetische industrie allerlei smeerseltjes en middeltjes aangeboden om de vergankelijkheid van het lichaam zoveel mogelijk te verdoezelen, te ontkennen. En als het dan niet lukt met smeerseltjes, dan zetten we toch het mes in ons lichaam? Maar als de vergankelijkheid ons dan toch inhaalt dan kunnen we onze nabestaanden toch nog een leuk afscheid geven? Mensen kunnen dan sinds kort speciale komieken inhuren om de begrafenis een beetje op te leuken. Onder de titel ‘De laatste lach’ gaan twee acteurs de boer op met hun ‘humor’. Nabestaanden kunnen het duo inhuren voor bijvoorbeeld een persoonlijke sketch over de overledenen. ‘Een begraafplaats is de enige plaats waar nog geen humor wordt gebruikt, dus misschien is het wel het gat in de markt’, zeggen de Belgische acteurs tegen het Nieuwsblad.
Natuurlijk hebben protestante pastores ook de verplichting tot zwijgen over alles wat hun ter ore komt, maar toch… het instituut biecht, dat zo heb ik me laten vertellen ook niet overal meer in de rooms-katholieke wereld wordt gebezigd, heeft wel iets duidelijks. En dan bedoel ik het feit dat je bij een geestelijke in een bepaalde setting je hart kun uitstorten…
Wat is het toch met de mens? Aan de ene kant wil men geen onduidelijkheden. Gerrit Hiemstra zei gister in het praatprogramma Knevel en Van den Brink dat mensen die contact opnemen met het KNMI altijd precies willen weten wat voor weer het op welke plaats wordt, wanneer er een bui gaat vallen of men geconfronteerd wordt met andere weersveranderingen. Men wil gewoon niet meer voor verrassingen worden geplaatst. Weers’voorspellingen’ moeten worden omgebogen naar weers’waarheden’. En als dan er toch iets verkeerd gaat, ach dan lopen we toch naar de rechter… Ik vraag me af hoe mensen zouden hebben gehandeld als het KNMI geen weeralarm had uitgegeven en het weer zich toch had ontwikkeld zoals het voorspeld was: hevige rukwinden, overal verwoestende hagel en verschrikkelijke blikseminslagen. Zouden bijvoorbeeld de organisatoren van evenementen als Lowlands en het Xnoizz Flevo Festival de betreffende autoriteiten niet aansprakelijk stellen voor de opgelopen schade? Voorspellingen hebben ook een preventief karakter, maar het zijn en blijven voorspellingen.

Alleen al in Nederland krijgen jaarlijks 6,3 miljoen huishoudens de gids. Naar schatting worden er jaarlijks tussen de 50 miljoen en 150 miljoen Bijbels verkocht. Critici vragen zich wel af of Ikea trots moet zijn op het enorme papierverbruik. Het bedrijf maakt immers goede sier met een reductie van verpakkingsmateriaal. Anderzijds is er nog wel die gigantische papierberg, goed voor een enorme houtkap. En dat terwijl de gids na een jaar weer wegkan, in tegenstelling tot de Bijbel.
Nee, ik denk niet dat wij christenen het kwaad kunnen verklaren, maar ik denk dat wij wel troost kunnen geven. In ieder geval meer troost dan een atheïst, die alleen maar kan zeggen dat het leed geen enkele reden heeft. Het leven gebeurt gewoon zoals het gebeurt, niet meer en niet minder. En vervolgens wordt er geconcludeerd dat in een wereld waar leed is er dus geen plaats voor (een) God is. Terwijl het christendom in feite ook het kwaad en het lijden niet kan verklaren. Het christendom biedt in geval van het lijden op het vooruitzicht van een hiernamaals.
En het geld wat ze dan overhouden zetten ze weg op een spaarrekening of beleggen ze.
Sommige daarvan willen voortrazen over de grote mediasnelweg, meegaan met the flow zonder het eigen geluid te laten verstommen. Anderen willen juist alleen dat eigen authentieke, misschien nostalgische geluid blijven horen en zo snel mogelijk van die snelweg afkomen om in eigen tempo (onder luid gejubel) rustig een B-weg te berijden: bekende omgeving, geen plotselinge zaken die je kunnen opschrikken. En daar zit hij dan, de man langs de snelweg; E(HB)O-tasje bij de hand voor het letsel dat wordt geleden, om wonden te verbinden, pijn te verzachten. WC-rol in de buurt om strepen en kaders die door anderen worden getrokken eventueel uit te vegen, openingen er in te maken. En terwijl hij daar zit is hij ingedut… het maakt hem zo moe dat dilemma: hoe moeten we weer invoegen op deze mediasnelweg, moeten we weer invoegen en hoe houden we in die kruiwagen vol kikkers al die beesten binnenboord.
De weg naar overgave : is thuiskomen in jezelf meent dat allerlei dogma’s onze innerlijke bron vervuild hebben en dat daardoor voor een aantal mensen de communicatie tussen God en mens gestoord is geworden. Wat Tichelaar hier volgens mij probeert aan te prijzen is de ‘zelfverlossing’. Immers, als we diep genoeg in onszelf afdalen en weer contact maken met ons ‘diepste ik’ zullen we weer goede mensen kunnen worden, niet vervuild door allerlei zaken die ons van het juiste pad afbrengen. Dat is natuurlijk een ideaal plaatje: de mens heeft niets of niemand nodig om zichzelf te verlossen. Verwonderlijk is het dan ook niet dat bij dit soort berichtgeving altijd weer op dat de dogmatiek de grote zondebok blijkt te zijn. De dogmatiek is bij uitstek bedoeld als systematische doordenking over de relatie tussen alle gegevenheden van God aan de mens en zij vormt een waardevol fundament voor het gevoel van de afhankelijkheid van de mens jegens zijn God. Tevens is de dogmatiek een zinvol hulpmiddel geweest voor de kerk om zich als instituut vorm te geven (iets wat misschien voor een aantal christenen op zich al een verkeerd proces is geweest). Tichelaar pleit ervoor om de oude communicatie tussen God en mens weer in ere te herstellen waardoor de mens weer dichter bij haar eigen bron komt. In werkelijkheid komt juist daardoor die afhankelijkheid van de mens onder druk te staan, immers de mens zelf is de bron… Verlosser van zichzelf en is niet afhankelijk van wie of wat dan ook… Een puur populaire, individualistische en menselijke reflex.
Een seculiere ethiek met een vaag christelijk sausje die er helaas bij velen in gaat als koek. Bij het zoeken van je heil en van jezelf je afhankelijk weten van Iemand anders is geen populaire boodschap. Nee, dan liever deze boodschap dat je je heil in je zelf kunt vinden. Zelfontplooiing, zelfliefde zonder verantwoordelijkheid, want je bent immers je eigen norm en die is zo authentiek dat je daar gehoor aan moet geven. De tomtom op deze weg is de spiritueel hulpverlener Roelof Tichelaar met zijn eigen praktijk voor psychische, pastorale en spirituele hulpverlening vindt echter dat juist die eigen vervuilde, onontdekte bron weer moet worden opgedolven. Persoonlijk lijkt me dit een geval van op zijn minst als de vos de passie preekt…